Idee 403.                                                 


Ik trek te-velde tegen al wat op zedelyk, maatschappelyk en staatkundig gebied klein, gemeen, bekrompen of benauwd is. [1]

- Wat de wyze aangaat waarop ik dien stryd voer, begeer ik volkomen vryheid te bewaren, zonder achttegeven op gewoonte of school. Wie 't niet aanstaat mag zich by m'n buurman voorzien. [2]

En wie meenen mocht dat ik gebrek aan beleid verraad door de oneerbiedigheid waarmee ik u aanspreek, PUBLIEK, toont zelf niet ruim voorzien te zyn van beleid. Want, dit moet ik zeggen in uw voordeel, kwalyknemend of haatdragend zyt ge niet. Ik hoor u sedert achttien eeuwen uitschelden voor goddeloos, verdorven, verdoemd, en zoo al voort, en in plaats van boos te worden zingt ge psalmen op de wys van m'n bakerlied, ter eere van de verdoemers.

En er is nog iets dat ik in u heb opgemerkt, of liever ik heb de oude opmerking bevestigd gezien, dat het veel veiliger is 'n heel publiek uitteschelden dan 'n individu.

Als men polichinel z'n bochel verwyt, schynt hy aan de eer zyner familie verplicht u rekenschap te vragen van uw gebrek aan scherpzinnigheid, daar ge - volgens hem - hadt moeten héénkyken door dien bochel. Maar als men een geheel Publiek opmerkzaam maakt op zulke kameelige verhevenheden, troost zich de een met de mismaaktheid van den ander, en "vermaakt er zich mee" als 'n "spingend wichtje" van Van Alpen. O gy bochels... [3]


[1] "Ik trek te-velde tegen al wat op zedelyk, maatschappelyk en staatkundig gebied klein, gemeen, bekrompen of benauwd is. "

Dit vervolgt 399 en 400 en de aanvang van de Ideen en geeft een helder antwoord op de vraag wat Multatuli bewoog z'n Ideen te schrijven en publiceren.


[2] "- Wat de wyze aangaat waarop ik dien stryd voer, begeer ik volkomen vryheid te bewaren, zonder achttegeven op gewoonte of school. Wie 't niet aanstaat mag zich by m'n buurman voorzien."

En dit is een herformulering van het in de aanvang van de Ideen gestelde "parceque suivre bannière ne peux! "



[3] "
Als men polichinel z'n bochel verwyt, schynt hy aan de eer zyner familie verplicht u rekenschap te vragen van uw gebrek aan scheprzinnigheid, daar ge - volgens hem - hadt moeten héénkyken door dien bochel. Maar als men een geheel Publiek opmerkzaam maakt op zulke kameelige verhevenheden, troost zich de een met de mismaaktheid van den ander, en "vermaakt er zich mee" als 'n "spingend wichtje" van Van Alpen. O gy bochels..."

O gy zelfgeschapen bochels... Ik noem jullie maar zo om de kronkel in jullie geesten zichtbaar te maken, die jullie er zelf ingelegd hebben uit domheid, lafheid en eigenbelang: Feitelijk zijn jullie fysieke ruggen meestal even huichelachtig recht als jullie geesten krom, achterlijk, lui en dom zijn.

En feitelijk hebben jullie een prachtig-waarachtig excuus voor jullie domme genotvolle wreedheden tegen alles wat anders is dan jullie eigen doorsnee of leiders: "Wij kunnen niet beter, willen niet beter, doen niet beter, en durven niet beter omdat wij daar te dom en laf voor zijn geboren en getogen."

Want - O Neerlanderthaals akademisch opgeleid intellectueel talent, waarvan slecht een klein percentage mij zal lezen, wat nog altijd vele malen groter zal zijn dan de niet-akademisch opgeleiden, die aan mijn niet over foeballe, sex, of media-persoonlijkheden gewijde proza, vol van veel te lange zinnen met al te ongebruikelijke woorden en ongekende onbegrepen gedachten al helemaal geen boodschap hebben:

De fundamentele reden van de vele gruwelen in de menselijke geschiedenis is het gemiddelde niveau van uw medemensen, dat intens-waarachtig Bijbels-gruwelijk is, zelfs als de Bijbel van begin tot eind leugen is. Zie verder mijn verhandeling n.a.v. Mencius.

Idee 403.