Idee 401.                                       


Het is niet zonder doel dat ik den held van m'n verhaal liet geboren worden in den kring van burgerlyke bekrompenheid. Bekrompenheid naar ziel en lichaam beide, want er bestaat 'n zeer innige verwantschap tusschen de benauwde tweede-achterverdiepingsche denkbeelden, en de bekatechiseerde stofferigheid van zoo'n omnibus-bedstee. Alles is in alles. Begrippen van deugd, zedelykheid, godsdienst, zyn veelal geschoeid op de leest van de ruimte waarin men zich bewoog. (366) [1] Want de mensch - zooals de geheele Natuur - schept niets. [2] Om te geraken tot de gothische bouworde, moesten wy eerst zien hoe 't eikenwoud zich welfde tot 'n kerkdak, en de omkrullende akanthus was noodig om ons de korinthische te leeren. Wie in en met zonneschyn leeft, maakt zich 'n god van licht en kleuren, en waar men genoodzaakt is den elboog aan 't lyf te houden om vrede te hebben met 'n kontubernaal, heeft men 'n godje noodig dat niet veel plaats inneemt. Dien god zal men dus kleinzeerig, kribbig, lastig, kwalyknemend, vervelend en kwaadaardig maken, als men steeds gedwongen was z'n eigen leven te persen in kleine vormen, en als er dan nog bovendien vuiligheid bykomt, is er in 't geheel geen huishouden met zoo'n god.

De zoogenaamde christelyke godsdienst heeft het meest opgang gemaakt, of zich 't best staande-gehouden, in streken waar de menschen 't dichtst op elkaar gedrongen zyn, en waar alzoo in benauwde kamertjes de beste gelegenheid bestond tot het uitbroeien der spokerige vertellingen van zondenval, zoendood, genade of ongenade, en eeuwige verdoemenis. Het leven in de opene, vrye, groene natuur - niet voor 'n individu, want 'n individu brengt z'n begrippen van huis mee - het Volksleven in de ruimte, vaagt die bekrompen denkbeelden weg, en men overstroome de zoogenaamd-onbeschaafde landen vry met zendelingen en evangeliums, zonder dwang zal men nooit slagen in de trouwens moeielyke taak om de muffe kamerzotternyen optedringen aan volken die gewoon zyn hun indrukken te ontvangen van de frissche buitennatuur. [3]


[1] Dit  - "Begrippen van deugd, zedelykheid, godsdienst, zyn veelal geschoeid op de leest van de ruimte waarin men zich bewoog." - gaat (afgezien van het "veelal") voorbij aan de tijd waarin men leeft. En mij dunkt dat de hoofdoorzaken van geestelijke bekrompenheid niet aan de omgeving liggen maar ... aangeboren zijn, ongeacht ras of geslacht, uiteraard.

Dat mag een hard oordeel zijn, maar biedt ook enig soelaas:

De mensen zijn of doen weliswaar in meerderheid slecht, maar ze zijn of doen slecht uit domheid en ideologische verblindheid en vooringenomenheid, en door het misbruik dat van ze gemaakt wordt door hun leiders en voorgangers, en niet direct uit vrije keus. Ze kunnen gemiddeld niet vl beter dan ze doen en dan ze  opgevoed zijn - en handelen bijna altijd volgens de lokale zeden, naar vermogen, uit conformisme en angst om af te wijken. Verder zie 423.
 


[2] "Want de mensch - zooals de geheele Natuur - schept niets."

Nee, dit is onzin om nogal wat redenen die ik niet allemaal zal geven. Mij verschijnt de zaak in feite omgekeerd als aan Multatuli in dit Idee:

De menselijke creativiteit, die uitdrukking vindt in zowel wetenschap, wiskunde en kunst als in tal van religieuze en politieke waanideen is een complexere vorm van de natuurlijke creativiteit die zich manifesteert in de evolutie van soorten en in het gedrag van dieren, als het bouwen van nesten. En alle vormen van creativiteit laten zich herleiden tot vormen van spelen
 


[3] "zonder dwang zal men nooit slagen in de trouwens moeielyke taak om de muffe kamerzotternyen optedringen aan volken die gewoon zyn hun indrukken te ontvangen van de frissche buitennatuur."

Van wat overigens in dit Idee gesteld wordt over kleinbehuisdheid en religieuze domheid geloof ik weinig of niets. Bekrompenheid en achterlijkheid van opvatting heeft zeer veel minder met woonruimte te maken dan met eigen intellectueel onvermogen. Mundus vult decipi ongeacht leefomstandigheden - en dat geldt zeker voor vulgus. En vulgus (zeg: "ordinaire mensen") bestt - en kan er niets aan doen de meerderheid te zijn, en niet geboren te zijn met enig eminent menselijk talent of aandrift tot mede-menselijkheid tegen niet-groepsgenoten: Niemand wordt geboren uit eigen vrije keus, en al helemaal niet met het palet van gebreken en mogelijke talenten dat 'm kenmerkt.

Idee 401.