Idee 400.                                       


Wat me dan beweegt? Ik zal 't u zeggen, Publiek... voor 'n deel althans. Ik ben u niets schuldig, dus ook niet al de waarheid. Maar wÓt ik u geef, zal waarheid wezen.

Wat me beweegt? Ziehier:

Ge zult moeite hebben my te gelooven, maar toch wil ik u verzekeren dat er menschen bestaan die van hun jeugd af zich bezighielden met denken.

't Klinkt vreemd, paradoks, 't jaagt u schrik aan... maar inderdaad, het is zoo. [1]

Daaronder zyn er die opgemerkt hebben dat er in onze maatschappy veel is wat anders wezen moest, en met wat goeden wil, anders wezen k˛n. Het terechtbrengen van Ól 't verkeerde is onmogelyk, maar 't berusten in verkeerdheden, omdat wy ze niet allen kunnen veranderen, is aftekeuren, en - naar myn opvatting der roeping van den mensch - misdadig. [2]

Want wie op zyn weg 'n steen vindt, die oorzaak wezen kan van struikeling voor wien na hem komt, kantele dien ter-zyde. Het is niet voldoende den steen ˛mtegaan, en alleen zichzelf te waren tegen schade. Daar rust op ieder lid van 't groote reisgezelschap des menschelyken geslachts 'n dure verplichting den kant des wegs dien hy langs-ging, te merken met weggeruimde hindernissen, opdat die eervolle gedenkteekenen van z'n arbeid, aan latere reizigers strekken tot voordeel, hen opwekken tot dankbaarheid, en aansporen tot navolging. [3]

Maar er zyn zeer zware steenen! Daartoe gebruiken de mynwerkers kruit en dynamiet.

En de groote, logge, schynbaar onbeweegbare rotsblokken die den weg naar volksgeluk en volmaking versperren, laat men springen door wat geest.

Veel is er niet noodig, zooals ge ziet. Maar toch altyd meer dan er wordt gestookt uit uw granen, Publiek. [4]

Sedert lang heb ik my beyverd hier-en-daar 'n steen uit den weg te ruimen. En als 't me niet gelukt, zal ik toch zorgdragen dat wie na my komt, sporen vinde van myne pogingen. [5]


[1] Hier zijn we aangeland bij een centraal idee waarin Multatuli een fundamentele vraag over z'n schrijven en handelen opwerpt en beantwoordt:

Wat me dan beweegt? Ik zal 't u zeggen, Publiek... voor 'n deel althans. Ik ben u niets schuldig, dus ook niet al de waarheid. Maar wÓt ik u geef, zal waarheid wezen.

Wat me beweegt? Ziehier:

Ge zult moeite hebben my te gelooven, maar toch wil ik u verzekeren dat er menschen bestaan die van hun jeugd af zich bezighielden met denken.

't Klinkt vreemd, paradoks, 't jaagt u schrik aan... maar inderdaad, het is zoo.

M. gaat ook op deze vraag in bij de conceptie en inleiding van de Ideen. Hier zegt hij dat hij een deel wat hem niet beweegt niet verwoordt; dat wat hij wel verwoordt naar z'n beste weten waarheid is (zie idee 1 en mijn commentaar daarbij); en "dat er menschen bestaan die van hun jeugd af zich bezighielden met denken".

Wat M. niet verwoordt was zowel zeer ambitieus en eerzuchtig als irrealistisch: M. was graag een Napoleon van de zedelijkheid geweest - een geroepen en verkozen maatschappelijk leider en goedwillend dictator of keizer die terecht bracht wat eeuwen van lamlendigheid, domheid en achterlijk bijgeloof aan onrecht hadden gebracht.

Dit mocht niet zo zijn, en ik noemde M.'s persoonlijke ideaal "irrealistisch" omdat het hij daar noch het karakter noch het talent voor had. In feite was hij daar zowel te eerlijk en goed als te intelligent en artistiek voor. Succesvolle mannen van de daad zijn geen grote denkers of schrijvers, en grote denkers en schrijvers zijn geen succesvolle mannen van de daad. (*)

Multatuli schreef en sprak inderdaad zeer veel meer waarheid en was veel eerlijker en waarachtiger dan zijn tijdgenoten.

En het is waar "dat er menschen bestaan die van hun jeugd af zich bezighielden met denken" en dat dit zeldzaam is. Ik kan dit getuigen uit eigen ervaring, want ik ben ook zo iemand. Mijn schatting is dat dit hoogstens 1 op de 10.000 mensen overkomt, door genetisch toeval. (In dit verband: "As men go, one in tenthousand is honest" - Shakespeare. En de bedoelde zin van "honest" zal zijn: Eerlijk en redelijk.)

(*) U zegt: Ceasar, u zegt Cicero, u zegt Churchill? Hmm - het is waar dat er enkele uitzonderingen zijn op de gegeven regel, maar het blijft ook waar dat theoretisch en praktisch genie (of excellentie) nogal verschillende karakters en leefwijzes plegen te vergen. En Gaius Iulius Ceasar was een hoogst uitzonderlijk man, getuige bijvoorbeeld Cicero en Suetonius.


[2] "Daaronder zyn er die opgemerkt hebben dat er in onze maatschappy veel is wat anders wezen moest, en met wat goeden wil, anders wezen k˛n. Het terechtbrengen van Ól 't verkeerde is onmogelyk, maar 't berusten in verkeerdheden, omdat wy ze niet allen kunnen veranderen, is aftekeuren, en - naar myn opvatting der roeping van den mensch - misdadig. "

De "roeping van den mensch " staat toegelicht in 136 en ook in 276.
 


[3] "kantele dien ter-zyde. Het is niet voldoende den steen ˛mtegaan, en alleen zichzelf te waren tegen schade. Daar rust op ieder lid van 't groote reisgezelschap des menschelyken geslachts 'n dure verplichting den kant des wegs dien hy langs-ging, te merken met weggeruimde hindernissen, opdat die eervolle gedenkteekenen van z'n arbeid, aan latere reizigers strekken tot voordeel, hen opwekken tot dankbaarheid, en aansporen tot navolging."

Slechts weinig mensen vatten hun mens-zijn op deze wijze. Zie opmerking [1] en bedenk dat de zeer grote meerderheid voor zichzelf leeft, en nauwelijks in werkelijke kennis ge´nteresseerd is: "Stupidity and egoism are the roots of all vice." (Buddha)
 


[4] "Veel is er niet noodig, zooals ge ziet. Maar toch altyd meer dan er wordt gestookt uit uw granen, Publiek. "

Gedeeltelijk is dit ironische valse bescheidenheid, maar het verwijst ook naar een groot probleem van Nederland toen en Nederland nu: Alcoholisme. De reden dat het alcoholisme van - kennelijk - miljoenen Nederlanders van nu een minder groot probleem is dan in M.'s tijd is alleen dat de welvaart zeer toegenomen is.
 


[5] "Sedert lang heb ik my beyverd hier-en-daar 'n steen uit den weg te ruimen. En als 't me niet gelukt, zal ik toch zorgdragen dat wie na my komt, sporen vinde van myne pogingen. "

Die sporen zijn dan M.'s verzamelde werken, en in het bijzonder de zeven delen Ideen. Ik gis dat er de afgelopen 140 jaar niet meer dan zo'n 10.000 volledige Ideen - alle 7 bundels - gedrukt zijn. De exemplaren die ik tweedehands kocht en voor mijn editie van de Ideen gebruik waren grotendeels niet opengesneden, en dus niet gelezen. De Ideen zijn nooit eerder behoorlijk gerecenseerd of besproken. Multatuli's klachten over het onbegrip van z'n Ideen en overig proza zijn dus volkomen terecht. (Voor wat cijfers zie M.'s nawoord bij Ideen 3.) 

Idee 400.