Idee 396.                                       


Ontwikkeling der oorzaken van den lankwyligen vrede in Europa, waaruit tevens (Alles Is In Alles!) den lezer 't nut blyken kan van de gezette studie der salieavenden. Vervolg en slot der dichtproeven, zeer geschikt voor rederykers en andere knappe versöpzeggende kinderen. Arme Wouter... neen, ryke Wouter!

De oplettende lezer die op menschkunde gesteld is, wil natuurlyk gaarne weten welke oorzaak ons vorig hoofdstuk zoo kalm deed eindigen, en waarom 't saliegezelschap zoo vreedzaam berustte in 'n geval dat nog kort geleden aanleiding had gegeven tot zoo hevige ontploffing?

Nog geheel vervuld van den indruk der bakerpreek, zal ik de oorzaken der betrekkelyke kalmte die er heerschte na Pennewip's vonnis, splitsen in drie deelen:

Vooreerst. Men was reeds driftig geweest, en dus wat uitgeput.

Ten tweede. Juffrouw Laps, de aanvoerster in den stryd, overzag met genialen blik het slagveld, en zonder juist te denken aan 't wereldberoemd gevecht van de Horatiërs en Curiatiërs, vatte zy met aangeboren talent de taktiek van 't ‘verdeel en heersch!’ Mèt de mogendheden Stotter, Mabbel, Krummel en Zipperman tegen 't ‘huis’ der Pietersens... dat kòn. Maar nu dat huis gesteund werd door Pennewip's meesterlyk gezag, schreef de voorzichtigheid voor zich terugtetrekken uit den stryd. Want wie verzekerde Talleyrand-Laps dat ze rekenen kon op haar bondgenooten? Wie kon haar waarborgen dat niet de baker, of misschien juffrouw Zipperman zelve, zou overgaan tot den vyand, al ware het uit bekrompen eerbied alleen voor meester's bewegelyke pruik? Neen, neen... niet op zulken onzekeren bodem liet juffrouw Laps de artillerie voortrukken van hare welbespraaktheid. Zwygend zei ze: ‘'k zal je later wel krygen!’ en als we ons haar, en al de verhoudingen van 't gezelschap, vermenigvuldigd denken met twintig- of dertig-millioen, zouden we ons kunnen voorstellen den volgenden dag in deze of gene ‘onder invloed staande’ Juffrelapsche krant te lezen: ‘De verhouding met het ryk der Pietersens is allerkordiaalst. Men spreekt zelfs van 'n vriendschappelyke byeenkomst der respektieve soevereinen, zonder 't minste staatkundig doel, en alleen om zich te verheugen in elkanders aanschyn. Men ziet hieruit alweder hoe ongegrond de geruchten waren omtrent zekere spanning die er zou bestaan hebben over de ware natuur van onze geëerbiedigde vorstin. De lezer zal zich herinneren dat wy die geruchten dan ook slechts onder reserve hadden meegedeeld.’  

Ten derde. De derde en voornaamste reden van den wapenstilstand was: nieuwsgierigheid. Wie zich op-nieuw boos maakte, of boos blééf, of boosheid blyken liet, zou moeten vertrekken. En wie vertrok, zou niet weten waarom meester Pennewip was komen vertellen dat er weer wat aan de hand was met Wouter. Hieruit ziet men voor den duizendsten keer dat alle zaken haar goede zyde hebben. Als Wouter Pieterse deugdzaam ware geweest in meester's oogen, hadden die oogen waarschynlyk 't lot ondergaan dat hun in zoo'n geval door den archaeoloog Klesmeyer eenmaal in de oud-europeesche mythologie zou worden aangewezen.


Dit is goed geanalyseerd. Er zijn twee algemene relevante opmerkingen:

1. Alle menselijke verhoudingen zijn persoonlijk. Dit is een tamelijk wezenlijk feit over mensen: Ze kennen elkaar niet werkelijk indien ze elkaar niet feitelijk ontmoet hebben, en belangrijke transacties van allerlei soort worden dan ook bij voorkeur van aangezicht tot aangezicht uitgewerkt.

2. M. kon ook uitstekend droog en objectief schrijven over politiek en deed dat in zijn bijdrages aan de Opregte Haarlemsche Courant. Deze zijn opgenomen in de VW en interessant om drie redenen: Het is Multatuli, maar in de rol van - anoniem! - "Duits correspondent"; het zijn interessante varia over de Duitse geschiedenis; en er staan bijdrages uit de "Mainzer Beobachter" in, wat een krant is die M. uit z'n duim had gezogen, om hem de kans geven z'n mening in een enigermate satirische vorm te geven.

Idee 396.