Idee 387.                                       


Er zyn kunstrechters die 't 'n verdienste vinden in Paul Delaroche, dat-i 't slyk op de laarzen van Napoleon te Fontainebleau zoo onachtzaam geschilderd heeft. Maar ik beweer dat de beschouwer van iedere schildery, en de lezers van ieder boek, recht hebben op onberispelyken modder, en dat de schilder of schryver zich van de parerga niet mag afmaken met 'n onachtzaamheid die denken doet aan mislukt jagen naar genialiteit. Niets moet den grooten man te klein wezen, en ik zie niet in, waarom vrouw Stotter's antwoord niet even goed het bestudeeren waard is als de tekst van 'n duistere plaats in 't een of ander handschrift van onbekende personen. Men verdiept zich in bespiegelingen over de juiste beteekenis van de hansworstjes op den muur der wachtkamer te Pompe, en zoekt daarin de oorzaken van den val des Romeinschen ryks. We vinden 'n breede, hooge of diepe meening, in 't toevoegen van twee letters aan Abram's naam. Wy hebben elkaar doodgeslagen - ik meen u en my niet, lezer - de menschen hebben elkaar doodgeslagen om verschil van opinie over de ware hoedanigheid van gegeten brood... [1] wie zegt ons of 't slyk op de laarzen waarvan ik sprak, niet eenmaal zal worden verheven tot 'n god, en of niet alsdan de juiste kennis van dat vuil noodig wezen zal tot het erlangen van de eeuwige zaligheid? [2]

Dit nu eens aannemende als mogelyk - er zyn wel gekker dingen gebeurd - is Delaroche dan niet misdadig? Delaroche, die door z'n onvergefelyke slordigheid oorzaak zal wezen dat duizenden verdoemd worden? Want er zyn vele soorten van modder, en er is maar n zaligheid.

En als 't nu eens later iemand in 't hoofd komt, vrouw Stotter te verheffen tot algemeene baker van 't heele menschdom, zal 't dan niet vr alles noodig zyn nauwkeurig te weten wt ze gezegd heeft, en he ze 't gezegd heeft? Lieve menschen, moet het dan juist hebreeuwsch wezen of plat-grieksch, wat u aantrekt? [3] Wat my betreft, 'k wasch m'n handen in onschuld, en ga terstond naar de Noordermarkt.


[1] "Wy hebben elkaar doodgeslagen - ik meen u en my niet, lezer - de menschen hebben elkaar doodgeslagen om verschil van opinie over de ware hoedanigheid van gegeten brood..."

Dit slaat op het grote mysterie van de transsubstantie - de bijzonder eigenaardige maar hoogst Christelijke aanname dat de Here Jezus deel uitmaakt van 'n ouweltje, en dat een goed Christenmens z'n God minstens eens per week dient te kannibaliseren. De hiermee samenhangende vragen zijn in de twintig eeuwen sinds Christus' dood bijzonder vaak en gewoonlijk zeer vervelend - zelfs indien scherpzinnig - bediscussieerd, en eindigde met enige regelmaat op een brandstapel of in een martelkamer. Een geheel niet vervelende en hoogst amusante samenvattting van deze en dergelijke kwesties wordt gegeven door Gibbon's ("Decline and Fall of the Roman Empire"). Dit dateert uit de 18e eeuw, maar is z scherp dan ook een auteur van tegenwoordig grote problemen zou hebben het gepubliceerd te krijgen bij een uitgever, n grote problemen indien z'n meningen bekend zouden raken onder de ware gelovigen van Christelijke of Islamitische huize (want ook de profeet Mohammed was niet geliefd door Gibbon).

Ik begrijp dat M. dit in z'n laatste levensjaren in zijn boekenkast had staat maar dat hij het niet om door te komen vond. Dat is erg jammer, en mij gebeurde hetzelfde op m'n 25ste, want wie aan Gibbon begint moet een grote verzameling Romeinse keizers verstouwen en moet ook wennen aan Gibbon's proza, dat afstandelijk ironisch is i.v.m. het gevaar van vervolging, maar ook bijzonder goed is. 

Er zijn goede uittreksels van, zoals n van D.M. Low, maar de volledige editie inclusief de vaak zeer fraaie voetnoten is het best, en de lezer kan dan vinden dat wat Gibbon over het Christendom en Islam durfde te schrijven in de 18e eeuw erg ver ging, en zeer gedurfd en moordend satirisch was.
 


[2] "wie zegt ons of 't slyk op de laarzen waarvan ik sprak, niet eenmaal zal worden verheven tot 'n god, en of niet alsdan de juiste kennis van dat vuil noodig wezen zal tot het erlangen van de eeuwige zaligheid? "

M. sprak natuurlijk overwegend serieus met z'n "juiste kennis van dat vuil". En aangezien ik met taal bezig ben: Hij bezondigde zich ook met enige regelmaat aan Germanismen, al dan niet opzettelijk. "Erlangen" is er een, en als ik het wel heb is het overgrote deel van Multatuli's teksten niet in Nederland maar in Duitsland (en Belgi) geschreven.
 


[3] "En als 't nu eens later iemand in 't hoofd komt, vrouw Stotter te verheffen tot algemeene baker van 't heele menschdom, zal 't dan niet vr alles noodig zyn nauwkeurig te weten wt ze gezegd heeft, en he ze 't gezegd heeft? Lieve menschen, moet het dan juist hebreeuwsch wezen of plat-grieksch, wat u aantrekt? "

Dit hele idee lijkt vooruit te lopen op 394. Hoe t zij, wat de vraag aangaat "Lieve menschen, moet het dan juist hebreeuwsch wezen of plat-grieksch, wat u aantrekt?": Ja, wel degelijk. Opzettelijk gezocht mysterie, gewild duister taalgebruik en onzinnige rituelen zijn niet alleen een wezenlijk deel van het verlangen naar religie in de doorsnee mensenziel - ze zijn er de kern en, zogezegd, de ziel, het wezen van. Het is met opzet gebakken lucht - flatus voci - geserveerd met Latijnse, Griekse of andere valse saus om het begrijpen onmogelijk en het mysterie nog groter te maken. Wie de meerderheid van de mensen van iets wil overtuigen doet dat het best door ze met een serieus en waardig gezicht volkomen onbegrijpelijke onzin te vertellen, want die is voor het doorsnee gemoed respectabeler, interessanter, geloofwaardiger en aanbiddelijker dan een waarachtige verklaring (die bovendien 't nadeel heeft meestal gedeeltelijk - rationeel en empirisch gefundeerde - gissing en gedeeltelijk niet spectaculair te zijn).

Idee 387.