Idee 382.                                       


Wouter was dien namiddag reeds vroeg uitgegaan naar z'n brug, die ditmaal wat minder overbodig was dan gewoonlyk. Want, na de regens van den vorigen dag was er ditmaal wezenlyk water in de sloot, en in dat water zelfs beweging, zoodat de kleine strootjes die hy gedachteloos of vol gedachten - wat byna 'tzelfde is [1] - daarin wierp, werden meegevoerd naar den poel waar de balken lagen die gezaagd moesten worden door de beiden molens d' Morgenstond en den Arend welke sedert eenige weken getuigen waren van Wouter's gedroom.

Na Glorioso namelyk, en de onmogelykheid om dat boek waardig te vervangen, was-i in de namiddagen die hy vry had, onwillekeurig weergekeerd naar de plek waar-i kennis had gemaakt met de boekerige romanwereld, en hoe grof ook de kleuren waren van 't eerste beeld uit die wereld dat zich aan hem voordeed, ja, misschien juist m de grofheid van die kleuren, hy voelde zich daardoor z aangetrokken, dat-i zichzelf geheel veranderd voorkwam, en niet meer begreep hoe hy ooit z'n genot had kunnen zoeken in die taartjes op den hoek.

Een vreemd verschiet had zich voor hem ontsloten. Hy droomde van dingen waaraan-i geen naam kon geven, maar die hem bitter ontevreden maakten met z'n werkelyken toestand. Hy wilde graag alles doen wat voorgeschreven is om in den hemel te komen, maar 't bidden zou zooveel beter gaan, meende hy in 'n grot met kaarsen. [2] En wat het eeren van z'n moeder betrof, waarop deze altyd zoo aandrong... waarom had ze geen sleep, zooals die gravin? Hy had z'n bybel niet moeten verkoopen... dat is waar... ook zou-i 't nooit weerdoen, dit had-i vast beloofd... maar dan behoorde hy toch ook 'n kistje te hebben met dukaten, en 'n veer op z'n muts, zooals in 't boek stond.

Ook verveelde hem z'n broer Stoffel, en z'n zusters, en juffrouw Laps, en huisdominee, en alles. En hy begreep niet waarom de heele familie niet naar Italie ging, om daar 'n behoorlyke roovery optezetten. Maar Pennewip hoefde niet mee, dacht-i, en Slachterskeesjen ook niet.

't Zou hem benieuwen wat er gebeuren zou met z'n vers...

Alle woensdagen namelyk leverden de leerlingen die 't minst ondeugend waren geweest, en daarom waard gekeurd werden meetedingen naar den lauwer der eer, een gedicht op 'n onderwerp dat de meester had opgegeven. Wouter had ditmaal de deugd tot z'n deel gekregen, niet zonder toespeling op z'n vroegtydige verdorvenheid, en den wenk dat die dichtoefening mocht dienstbaar wezen aan z'n zedelyke verbetering. Maar Wouter had al zoo dikwyls op de deugd gerymd, en hy vond dit onderwerp zoo droog, zoo uitgeput, zoo vervelend, dat-i de vryheid had genomen iets anders te behandelen, en wel wat hem 't naast aan 't hart lag, de roovery.

Hyzelf was, als alle schryvers - en menschen - zeer ingenomen met z'n werk. Hy hield zich overtuigd dat de meester dit ook wezen zou, en hem om-den-wille der voortreffelyke uitvoering de afwyking van de deugd vergeven zou. Het vers zou zeker naar den burgemeester worden gezonden, die er kennis van geven zou aan den Paus, waarna deze Wouter tot zich zou roepen, en hem aanstellen als hoofdroover.

Zoo droomde hy [3], en wierp z'n strootjes in 't water. Ze dreven langzaam voort, en verdwenen tusschen de groenbemoste balken. Onwillekeurig begon Wouter's verbeelding verband te scheppen tusschen de richting der strootjes, en zyn indrukken. Daar ging de gravin met haar sleep, maar ze haakte aan den kant, en bleef steken in den modder. De kuische Amalia had geen beter lot, en raakte verward in 't kroos. Nu Wouter-zelf: hy naderde Amalia's kroos, en juist toen-i hoopte haar te redden uit haar gevangenschap, of die te deelen zoo 't behoort, werd-i opgeslokt door 'n eend. Die daaraan zeer verkeerd deed. Want het was Wouter's laatste strootje, en in 't geklapper van den molen hoorde hy duidelyk Amalia's verwytend geklaag:

 Warre, warre, warre, wou,
 Waar is warre, warre, wou...
 Wouter die me redden zou?

Dit maakte hem verdrietig, en hy kon zich niet weerhouden 'n steen te werpen naar den eend die door z'n gulzigheid oorzaak was van Amalia's twyfel aan z'n riddereer.

De eend koos de beste party, en vertrok, na Wouter te hebben uitgescholden zoo goed hy kon. Maar de molens schenen zich niet te storen aan de gebeurtenissen van den middag, en klapperden dapper voort.

Wouter hoorde in hun gekraak en gezaag allerlei liedjes, en vergat weldra Amalia en den Paus, om te luisteren naar de vertellingen die ze hem deden. Om den lezer niet te brengen in de verkeerde meening dat er iets byzonders was in die molens, haast ik my te zeggen dat ze knarden en knersten juist als andere houtzaagmolens, en dat alles wat Wouter meende te hooren en te verstaan, niets anders was dan de weerklank der aandoeningen in z'n eigen gemoed. [4]


[1] Ja, "gedachteloos of vol gedachten - wat byna 'tzelfde is" - voor wie kan denken. Er is een fraai hollands woord hier: "mijmeren".
 


[2] "Hy wilde graag alles doen wat voorgeschreven is om in den hemel te komen, maar 't bidden zou zooveel beter gaan, meende hy in 'n grot met kaarsen."

Kinderlijke geesten hebben er graag "een ritueel" bij.
 


[3] "Zoo droomde hy"

En zo dromen mensen, maar M. maakt heel duidelijk dat Woutertje nog als een kind droomt, met z'n droom van een aanstelling als "hoofdroover" door de "Paus". Misschien is dit ook de plaats op te merken dat de wereld en kennis van een ca. 10-jarig Amsterdams jongetje in 1810 op tal van manieren vl kleiner en geringer moet zijn geweest dan van een evenknie uit 2000.
 



[4] "
dat alles wat Wouter meende te hooren en te verstaan, niets anders was dan de weerklank der aandoeningen in z'n eigen gemoed." geldt natuurlijk voor alle ervaring van iedereen.

Ieder mens leeft in de wereld die z'n eigen hersens gecreerd heeft uit het aanbod van omgeving en opvoeding. Deze is voor ieder mens anders, en er zijn daarom minstens zoveel gedachte en gevoelde werelden als er mensen zijn - maar wie hieruit afleidt dat er geen waarheid is of kan zijn denkt slecht na. (Zie 1, 11.) Maar waarachtig begrip van een ander wordt vaak vergemakkelijkt door de realisatie dat iedereen uiteindelijk oordeelt over DE wereld op basis van een persoonlijk wereldbeeld. 

Idee 382.