Idee 377.                                       


Weer 'n hoofdstuk zonder Ideen. Diepzinnige achterhoudendheid van juffrouw Laps. Predikatie van Stoffel. Wouter's standvastige trouw aan Glorioso. Roerende terugblik op Scelerajoso's dood, dien we, om 't gevoel des lezers te sparen, en wegens zeer uitgebreide binnenlandsche betrekkingen, slechts lieten gissen in 365. Fatsoenlyk sterfgeval van Glorioso. De laatste Koning van Athene. Bedorven magen en verscheurde trommelvliezen, voorgesteld als gevolgen eener eigenaardige stofwisseling.

Ik weet niet welke profeet onzen Wouter werd ingegeven tot straf voor 't wegmaken van z'n bybeltje. De huisdominee kwam er by te-pas, en de man was puur ontsteld over zooveel boosheid. Juffrouw Laps die op de ondervoorkamer woonde, had er ook van gehoord. [1] Ze was zeer godsdienstig en beweerde dus dat zoo'n jongen opgroeide voor de galg, want: 

- Men begon met 'n bybel, zei ze beteekenisvol, en eindigde met wat anders.

Niemand evenwel heeft ooit kunnen te weten komen wat dan toch dat andere wel wezen zou, als men begonnen was met 'n bybel. Ik denk dat zyzelf 't niet wist, en dat ze 't maar zoo zeide om de menschen in den waan te brengen dat ze veel levenswysheid bezat, en meer van de zaken verstond dan zy uiten wilde. 't Is my wčl, schoon 'k niet houd van wysheid die zich niet openbaart in verstaanbare woorden, en als 't myn zaak geweest was, zou 'k juffrouw Laps den duim tusschen de deur gezet hebben.

Stoffel hield 'n napreek, waarin-i aanvulde wat huisdominee vergeten had. Hy sprak van Koran, Dathan en Abiram, die iets dergelyks misdaan hebbende als Wouter, daarvoor waren gestraft met 'n ontydige begrafenis. Ook zeide hy: ‘dat de eer van de familie op d'ouwenbrug was verloren gegaan, dat hy, als ‘eenige’ oudste zoon van 'n onbesproken weduw, en als derde ondermeester op de stads tusschenschool, verplicht was zorg te dragen voor de eer van 't huis...  [2]

- Van Beieren, zei Leentje zacht.

...dat 'n huwelyk of 'n andere konditie voor de meisjes kon afspringen door Wouter's schuld, want dat niemand zou willen tedoen hebben met meisjes, die... in 't kort, Stoffel beweerde ‘dat het schande was, en dat-i de oogen neersloeg voor ieder die kennis droeg van 't feit. Hy had duidelyk bemerkt dat “de jongens” er ook al van wisten, want Lodewyk Hopper had de tong tegen hem uitgestoken.’

En eindelyk: ‘dat-i bevreesd was over de Nieuwmarkt *) te gaan, omdat die hem zoo onaangenaam herinnerde aan de vreeselyke voorspelling van juffrouw Laps omtrent Wouter's toekomst.’

Daarop volgde nog iets over die Koran, Dathan en Abiram, waarop de heele familie uitberstte in gehuil, omdat het zoo byzonder treffend was.

Wouter troostte zich met de gedachte aan Glorioso, en als er gesproken werd van ‘dat andere’ dat komen zou volgens juffrouw Laps, droomde hy van z'n huwelyk met de schoone Amalia wier sleep gedragen werd door zes pages. Juffrouw Laps zou zeker vreemd hebben opgezien als ze die uitlegging van haar ingeslikten klimax ware te weten gekomen. [3]

't Spreekt vanzelf dat alle pogingen om onzen held te bewegen tot het openbaren der wyze waarop hy 't ontvangen geld had besteed, ydel waren. Men moest daarvan afzien, na 't vruchteloos aanwenden van alle gebruikelyke middelen. Water en brood, water en geen brood, brood zonder water, water noch brood, huisdominee, Stoffel, Habakuk, juffrouw Laps, tranen, slaag... alles te-vergeefs. Wouter was er de jongen niet naar om Glorioso te verraden. Dit had-i juist zoo leelyk gevonden in dien Scelerajoso, die dan ook slecht afspeelt, zooals we gezien hebben.

Zoodra 't hem weer vergund was te wandelen met de Hallemannetjes d.z.b.f. waren, ylde hy naar de brug buiten de aschpoort, om z'n boeiende lektuur voorttezetten, en hy herhaalde dit tot het rampzalig oogenblik waarop-i moest afscheid nemen van z'n held, die op 't laatste blaadje als berouwhebbend generaal-majoor sterft in de armen van de deugdzame Elvira. [4]

Toen Wouter z'n boek had teruggebracht in de hartenstraat werd z'n blik aangetrokken door amandeltaartjes by 'n banketbakker op den hoek. Hy handelde met Glorioso als de Atheners met Kodrus: niemand was waardig zoo'n held optevolgen, en binnen weinig tyds was 't overschot van 't Nieuw-Testament veranderd in maagbedervend gebak. Dat ook weer veranderde.

Wat het aandeel der ‘gezangen’ betreft in het saldo dat Wouter restte na z'n italiaanschen reis, ze leverden zeer eigenaardig de vaste stof tot 'n drietonige mondharmonika die ooren en ziel scheurde, en weldra door meester Pennewip werd gekonfiskeerd als storend voor de schoolrust.

*) Op die markt namelyk werd gegeesseld, gebrandmerkt en gehangen, in die dagen. [5]


[1] "Juffrouw Laps die op de ondervoorkamer woonde, had er ook van gehoord. "

Van de zeer godsdienstige "Juffrouw Laps" zullen we nog veel horen en kunnen we veel leren. M. noemde haar "Laps" vanwege ´t Latijnse lapsus, dat "fout" of "tekortkoming" betekent.


[2] "Ook zeide hy: ‘dat de eer van de familie op d'ouwenbrug was verloren gegaan, dat hy, als ‘eenige’ oudste zoon van 'n onbesproken weduw, en als derde ondermeester op de stads tusschenschool, verplicht was zorg te dragen voor de eer van 't huis... "

Merk op dat lieden als Stoffel inderdaad zo spreken en redeneren - als "‘eenige’ oudste zoon" sprekende "van 'n onbesproken weduw". Maar ze hebben een beperkt gelijk, want eerbaarheid, reputatie en fatsoen kleuren het gehele maatschappelijk leven, en gelden voor alle standen, van hoog tot laag. Dat dit alles van begin tot eind bestaat uit fictie of falsificatie is dan ook in 't geheel niet belangrijk - wat werkelijk telt is wat "men denkt" en wat "men zegt", hoe kwaadwillig, ongeďnformeerd of achterbaks ook. Zie verder de wijze les uit 374.


[3] "Juffrouw Laps zou zeker vreemd hebben opgezien als ze die uitlegging van haar ingeslikten klimax ware te weten gekomen. "

Zie de aanvang van idee 364.


[4] "hy herhaalde dit tot het rampzalig oogenblik waarop-i moest afscheid nemen van z'n held, die op 't laatste blaadje als berouwhebbend generaal-majoor sterft in de armen van de deugdzame Elvira."

Kortom, geheel volgens het standaard recept voor literatuur in de 19e eeuw: Beloonde deugd, braaf berouw, en maatschappelijke status aan het eind van de vertelling.


[5] "Op die markt namelyk werd gegeesseld, gebrandmerkt en gehangen, in die dagen."

Rond 1810, zeg.

Idee 377.