Idee 363.                                       


Een kort hoofdstuk in vyf deelen, en 'n
Idee achteraan. 10 De nederigheid van den schryver, blykende uit de erkentenis zyner onwetendheid omtrent den naam van zekere poort. 20 De invloed van Fransje Halleman op Wouter's heldenziel. 30 Verband tusschen dien invloed en de profetiën van Habakuk. 40 Nog iets over Habakuk, met 'n wenk over de onbegeerlykheid van gedrukte perzikken. 50 Groote menschen bezien door de kleine. Iets over de staart van m'n chinees, en de halskraagjes van 't menschdom.

Wouter liep, liep... en wist niet waarheen. Naar huis kon-i niet. Daar toch werd hy te streng bewaakt. Wat niet moeielyk viel, want de ruimte was bekrompen.

Hy koos eenzame straten, en kwam eindelyk aan 'n poort die hy zich herinnerde meer gezien te hebben. Maar den naam wist-i niet, en ik ook niet. *)  't Was 'n platte lage poort in welks buurt het altyd zoo naar asch rook, en waar-i eens dien sprong had gedaan, toen hy met Fransje Halleman was weggebleven van de katechizatie, die meende dat Wouter niet durfde wegblyven en van de poort springen. Maar Wouter durfde wèl, en deed het, juist omdat Fransje Halleman getwyfeld had aan z'n durven.

Aan dat wegblyven had hy te danken dat-i zoo byzonder goed thuis was in Habakuk, wiens profetiën hy twaalfmaal moest afschryven tot straf. Die sprong bezorgde hem bovondien 'n barometer in z'n verstuikten grooten teen, die uit edele wraak hem later altyd waarschuwde als 't regenen zou.

In zekeren zin was Habakuk te beschouwen als Wouter's overgang van de kinderlektuur tot de boeken waarin van ‘groote menschen’ wordt verteld. Sedert eenigen tyd namelyk voelde hy zich geschokt in z'n eerbied voor brave Hendrikken, en hy walgde van de papieren perzikken der naarstigheid. Andere perzikken kende hy niet, omdat die zoo niet voorkomen in 'n burgerhuishouden.

Niets was natuurlyker dan dat-i vurig verlangde met z'n grootere makkers op de school te kunnen meespreken over de wonderen die er gebeuren in de werkelyke wereld, waar men in 'n koets rydt, steden verwoest, prinsessen trouwt, en 's avonds opblyft na tienen, al is er niemand jarig. Ook bedient men zichzelf aan tafel in die wereld, en heeft maar te kiezen wat men gebruiken wil. Zoo meenen de kinderen.

*)  't Was de Zaag- of de Raampoort. Niet ver van daar lag de zoogenaamde Aschbelt, waar al de haardäsch, die Amsterdam opleverde, werd uitgestort. Dit was in Wouter's tyd, en nog lang daarna, een heele heuvel waarop de straatjeugd zich altyd vermaakte, en ‘fatsoenlijke’ kinderen nu-en-dan, zoo vaak ze namelvk zonder opzicht werden gelaten. [1] De zucht om te klauteren is in laaglanders iets zeer karakteristieks. Ik zeg daarover een-en-ander in 't hoofdstuk: Bergpoëzie in Millioenen Studiën.
Men zou zich vergissen als men uit het opgeven der namen van de beide poorten, welker eene hier bedoeld wordt, de slotsom trok dat de Wouter-geschiedenis nuchtere waarheid behelsde naar den zin van onzen Droogstoppel. Ook die soort van waarheid is er in, doch zelden. De strekking is wáár in hooger beteekenis. [2] Uit den aanhef van
361 kan men opmaken dat ik behoefte voelde my door verandering van toon, eenigszins te herstellen van de misselykheid die 'n gevolg was der beschouwing van onzen politieken en maatschappelyken toestand.
Myn voornemen was in den ‘Wouter’ 'n schets te geven van den stryd tusschen laag en hoog, tusschen zielenadel en ploertery. Wouter is een nieuwe - en betere! - Faust, een Don Quichot naar den geest. [3]
Ontevredenheid met m'n Publiek - dat niet lezen kan (zie de noot by 't slot der zeeziekte-vertelling) - belette my telkens voorttegaan. Ik durf me vleien met de meening dat het nageslacht dit jammer vinden zal. [4]
 
(1879) De door sommige geopperde meening dat de Wouter-geschiedenis myn biografie wezen zou, is bespottelyk van ongerymdheid. [5]


[1] "'t Was de Zaag- of de Raampoort. Niet ver van daar lag de zoogenaamde Aschbelt, waar al de haardäsch, die Amsterdam opleverde, werd uitgestort. Dit was in Wouter's tyd, en nog lang daarna, een heele heuvel waarop de straatjeugd zich altyd vermaakte, en ‘fatsoenlijke’ kinderen nu-en-dan, zoo vaak ze namelvk zonder opzicht werden gelaten."

Ikzelf heb daar jarenlang vlak in de buurt gewoond, en er was geen asbelt meer, al waren er nog wel molens in de buurt, waarvan later sprake zal zijn. Maar ... dit was zo'n 150 jaar later, en het is een zeer interessante en moeilijk te beantwoorden vraag wat hetzelfde blijft en verandert in een stad in zoveel tijd.


[2] "Men zou zich vergissen als men uit het opgeven der namen van de beide poorten, welker eene hier bedoeld wordt, de slotsom trok dat de Wouter-geschiedenis nuchtere waarheid behelsde naar den zin van onzen Droogstoppel. Ook die soort van waarheid is er in, doch zelden. De strekking is wáár in hooger beteekenis."

Inderdaad is er veel sprookjes-achtigs, veel ironisch, veel indirect en satirisch in "Woutertje" en zijn de toon en het taalgebruik volstrekt uniek.


[3] "Myn voornemen was in den ‘Wouter’ 'n schets te geven van den stryd tusschen laag en hoog, tusschen zielenadel en ploertery. Wouter is een nieuwe - en betere! - Faust, een Don Quichot naar den geest."

Dit geeft een helder beeld van M.'s opzet met "Woutertje". Een andere manier om dit te verwoorden of op te vatten is als satire op het 19e eeuwse Nederland.


[4] "Ontevredenheid met m'n Publiek - dat niet lezen kan (zie de noot by 't slot der zeeziekte-vertelling) - belette my telkens voorttegaan. Ik durf me vleien met de meening dat het nageslacht dit jammer vinden zal."

Ja, het is erg jammer dat Multatuli "Woutertje Pieterse" nooit beëindigd heeft en feitelijk enigermate interessant dat de meeste tekst van de 7 delen Ideen die Multatuli publiceerde aan "Woutertje Pieterse" gewijd zijn, althans waar het één onderwerp betreft.


[5] "De door sommige geopperde meening dat de Wouter-geschiedenis myn biografie wezen zou, is bespottelyk van ongerymdheid."

Waarvan akte. Maar het is aardig te weten dat sommige dingen wèl overeenkomen met Multatuli's eigen belevenissen, als de geschiedenis van de Hallemannetjes.

Idee 363.