(In de vorige
uitgaaf als Noot gedrukt.) Wat is er te verwachten van 'n volk dat
sedert eeuwen door die godzalige dominees werd in slaap gewiegd,
verstompt, verdierlykt, gekretiniseerd, bedorven? [1] Zin voor ernstige
waarheid werd ten-allen-tyde door Drutni-sprookjes vermoord. (895)
Tot overmaat van ramp maken zich heden-ten-dage de ‘modernen’ van den
uitgeputten patient meester, en met helsche gevatheid gebruik van de
doorbrekende behoefte aan wat licht, om nu op hun beurt 'n ander soort
van vervalschte waren aan den man te brengen. (453)
‘De slaapdrank verveelt u... zie-daar
dan
rottekruit: traktement, invloed en fatsoen als-voren.’
Als-voren? Waarachtig niet! Ze leggen hooger rekening voor.
Boven en behalve de oude emolumenten van 't bedriegersvak, willen ze
nu tevens gehonoreerd worden als voorgangers in koolzuur,
elektriciteit, staats-ekonomie, nyverheid, budjetverstand,
hoofdartikel-voorlichtery, sociaal-kwestietrafiek, onderwys-gebeuzel,
parlement-geleuter, en - more majorum nog altyd - niet het
minst in bellettrie. Verssies en novelletjes maken zy ook.
[2] En dat ze
bovendien heel aardig beunhazen in 't kunstrechteren, spreekt vanzelf.
M'n
vriend de Geyter te Antwerpen maakte voor
eenige jaren de opmerking dat onze litteratuur voor 'n groot deel in
handen van dominees was. Ik zeide iets dergelyks op blz. 96 van m'n ‘Pruissen
en Nederland.’ - N'en déplaise aan zekeren heer
Alexius van Staden, die 't - ik weet niet
meer in welk tydschrift - ontkende, houd ik staande dat de Geyter en
ik gelyk hadden.
Hadden. Men kon immers, twintig, dertig jaar geleden, niet in 'n
Muzen-almanak spuwen zonder 'n dominee te raken, een vermaak dat dan
ook die dingen allergeschiktst maakte tot kwispedoor.
- Dat
is... grof!
- O,
ja! Even als Jezus voel ik te fyn om niet grof te zyn tegen de
bedervers van m'n broeders.
De Geyter en ik hadden gelyk. En als we heden onze klacht
herhalen, hebben we gelyk, maar... ŕnders nog! Ik kom hierop
terug in 932,
vlgg. waarnaar ik verwys.
1879. De
heer Cd Busken Huet heeft onlangs de
goedheid gehad met beminnelyke openhartigheid te vertellen wat 'n
gewezen dominee toekomt. Zie Specialiteiten,
2e druk, blz. 199.
[1] Wat is er te
verwachten van 'n volk dat sedert eeuwen door die godzalige dominees
werd in slaap gewiegd, verstompt, verdierlykt, gekretiniseerd, bedorven?
Tsja. Ik ben een atheďst, maar er is
geen goed historisch bewijs dat het atheďsme de mensen goed doet. En in
de Nederlandse Gouden Eeuw waren de meeste Nederlanders gelovige
protestanten, wat ze overigens niet weerhield te kaapvaren of te
koloniseren.
Wat betreft het goede en kwade
veroorzaakt door "het" geloof - er zijn duizenden religies - lijken mij de
volgende twee beweringen het zinnigst:
- Het is erg moeilijk een som van al het
goede en kwade op te
stellen (zie 274).
- Het goed en het kwaad dat mensen doen heeft minder met hun geloof dan
hun menselijkheid van doen.
De
reden voor de eerste bewering is dat het moeilijk is kruisvaarten,
geloofsvervolgingen, inquisities en godsdienstoorlogen af te zetten
tegen kunst, fundamenten van beschaving, gemoedsrust, morele en
overige invloeden. En ik heb een hekel aan onzin en onwaarheid, en daarom
weinig of niets op met enige vorm van religie, maar dat betekent niet
dat anderen, bijvoorbeeld met minder hersens, minder onderwijs, of
eenvoudig veel eerder levend dan ik, en zonder kennis van echte
wetenschap, zó zouden moeten oordelen, of zouden kunnen oordelen, als
ik.
De reden voor de tweede
bewering is dat mensen zeer veel meer zijn dan wat ze geloven, en dat
voor vrijwel iedereen z'n geloof veel eerder een voorwendsel,
aanleiding of ondersteuning is voor wat ie waarschijnlijk toch wel
gedaan zou hebben, ook zonder z'n geloof. Er zijn - bijvoorbeeld -
maar weinig mensen die hun eigen beginselen niet vergeten in tijden van
passie, oorlog of gevaar.
[2]
Ze leggen hooger rekening voor.
Boven en behalve de oude emolumenten van 't bedriegersvak, willen ze
nu tevens gehonoreerd worden als voorgangers in koolzuur,
elektriciteit, staats-ekonomie, nyverheid, budjetverstand,
hoofdartikel-voorlichtery, sociaal-kwestietrafiek, onderwys-gebeuzel,
parlement-geleuter, en - more majorum nog altyd - niet het
minst in bellettrie. Verssies en novelletjes maken zy ook.
Ja, en dat is nog steeds zo als je ze de
kans geeft, al is de invloed van priesters en dominees veel geringer
in het tegenwoordige Nederland dan in dat van Multatuli's tijd of
eerder. Dit over alles willen meepraten en meebeslissen behoort tot de
pretenties van het voorgangersschap en is trouwens ook een heel menselijke
eigenschap.