Idee 280a.                                       


(In de vorige uitgaaf als Noot gedrukt.) Wat is er te verwachten van 'n volk dat sedert eeuwen door die godzalige dominees werd in slaap gewiegd, verstompt, verdierlykt, gekretiniseerd, bedorven? [1] Zin voor ernstige waarheid werd ten-allen-tyde door Drutni-sprookjes vermoord. (895)

Tot overmaat van ramp maken zich heden-ten-dage de ‘modernen’ van den uitgeputten patient meester, en met helsche gevatheid gebruik van de doorbrekende behoefte aan wat licht, om nu op hun beurt 'n ander soort van vervalschte waren aan den man te brengen. (453) ‘De slaapdrank verveelt u... zie-daar
dan rottekruit: traktement, invloed en fatsoen als-voren.’

Als-voren? Waarachtig niet! Ze leggen hooger rekening voor. Boven en behalve de oude emolumenten van 't bedriegersvak, willen ze nu tevens gehonoreerd worden als voorgangers in koolzuur, elektriciteit, staats-ekonomie, nyverheid, budjetverstand, hoofdartikel-voorlichtery, sociaal-kwestietrafiek, onderwys-gebeuzel, parlement-geleuter, en - more majorum nog altyd - niet het minst in bellettrie. Verssies en novelletjes maken zy ook. [2] En dat ze bovendien heel aardig beunhazen in 't kunstrechteren, spreekt vanzelf.

M'n vriend de Geyter te Antwerpen maakte voor eenige jaren de opmerking dat onze litteratuur voor 'n groot deel in handen van dominees was. Ik zeide iets dergelyks op blz. 96 van m'n ‘Pruissen en Nederland.’ - N'en déplaise aan zekeren heer Alexius van Staden, die 't - ik weet niet meer in welk tydschrift - ontkende, houd ik staande dat de Geyter en ik gelyk hadden.

Hadden. Men kon immers, twintig, dertig jaar geleden, niet in 'n Muzen-almanak spuwen zonder 'n dominee te raken, een vermaak dat dan ook die dingen allergeschiktst maakte tot kwispedoor.

- Dat is... grof!

- O, ja! Even als Jezus voel ik te fyn om niet grof te zyn tegen de bedervers van m'n broeders.

De Geyter en ik hadden gelyk. En als we heden onze klacht herhalen, hebben we gelyk, maar... ŕnders nog! Ik kom hierop terug in 932, vlgg. waarnaar ik verwys.

1879. De heer Cd Busken Huet heeft onlangs de goedheid gehad met beminnelyke openhartigheid te vertellen wat 'n gewezen dominee toekomt. Zie Specialiteiten, 2e druk, blz. 199.


[1] Wat is er te verwachten van 'n volk dat sedert eeuwen door die godzalige dominees werd in slaap gewiegd, verstompt, verdierlykt, gekretiniseerd, bedorven?

Tsja. Ik ben een atheďst, maar er is geen goed historisch bewijs dat het atheďsme de mensen goed doet. En in de Nederlandse Gouden Eeuw waren de meeste Nederlanders gelovige protestanten, wat ze overigens niet weerhield te kaapvaren of te koloniseren.

Wat betreft het goede en kwade veroorzaakt door "het" geloof - er zijn duizenden religies - lijken mij de volgende twee beweringen het zinnigst:

- Het is erg moeilijk een som van al het goede en kwade op te stellen (zie 274).
- Het goed en het kwaad dat mensen doen heeft minder met hun geloof dan hun menselijkheid van doen.

De reden voor de eerste bewering is dat het moeilijk is kruisvaarten, geloofsvervolgingen, inquisities en godsdienstoorlogen af te zetten tegen kunst, fundamenten van beschaving, gemoedsrust, morele en  overige invloeden. En ik heb een hekel aan onzin en onwaarheid, en daarom weinig of niets op met enige vorm van religie, maar dat betekent niet dat anderen, bijvoorbeeld met minder hersens, minder onderwijs, of eenvoudig veel eerder levend dan ik, en zonder kennis van echte wetenschap, zó zouden moeten oordelen, of zouden kunnen oordelen, als ik.

De reden voor de tweede bewering is dat mensen zeer veel meer zijn dan wat ze geloven, en dat voor vrijwel iedereen z'n geloof veel eerder een voorwendsel, aanleiding of ondersteuning is voor wat ie waarschijnlijk toch wel gedaan zou hebben, ook zonder z'n geloof. Er zijn - bijvoorbeeld - maar weinig mensen die hun eigen beginselen niet vergeten in tijden van passie, oorlog of gevaar.

[2] Ze leggen hooger rekening voor. Boven en behalve de oude emolumenten van 't bedriegersvak, willen ze nu tevens gehonoreerd worden als voorgangers in koolzuur, elektriciteit, staats-ekonomie, nyverheid, budjetverstand, hoofdartikel-voorlichtery, sociaal-kwestietrafiek, onderwys-gebeuzel, parlement-geleuter, en - more majorum nog altyd - niet het minst in bellettrie. Verssies en novelletjes maken zy ook.

Ja, en dat is nog steeds zo als je ze de kans geeft, al is de invloed van priesters en dominees veel geringer in het tegenwoordige Nederland dan in dat van Multatuli's tijd of eerder. Dit over alles willen meepraten en meebeslissen behoort tot de pretenties van het voorgangersschap en is trouwens ook een heel menselijke eigenschap.

Idee 280a.