Verder behandel
ik 't ding niet. 't Walgt me. Van begin tot eind is 't één gewawel in
de tale Kanaäns, vol onzin, blyken van onkunde, leugen en
godslastering, d.i. schending der lieve wetten van de Natuur.
[1]
Ik erken echter dat ook professorale onwetendheid in de wetten der
Natuur ligt, zoowel als myn zucht om te protesteeren tegen zulke
kwakzalvery. [2]
Neen, verder behandel ik 't prul niet, dat evenwel hoogstbelangryk is
als graadmeter van de laagte waarop onze maatschappy staat. Ook is die
verdere behandeling niet noodig. Ieder kan weten wat er te wachten is
van iemand die met hooggeleerd gezag voorschryft, geen ouwelui jeugdig
te noemen, en dat men geen oprichten moet bevelen aan personen die
overeind staan. [3]
Welnu, 'k had erger zotternyen kunnen aanvoeren ten-bewyze hoe verrot
onze Staat is, ook op 't gebied van kennis en wetenschap. Maar ik koos
ditmaal den hoog-eerwaardigen hoog-geleerden
Muurling by-voorkeur, om dat voorbericht. 't
Gebeurt namelyk meermalen, wanneer ik personen aanval - in publieke
hoedanigheid immer - dat men de rechtmatigheid van den aanval
erkent... [4]
Niemand, byv. zal party trekken voor den ellendigen
Duymaer van Twist.
...gewoonlyk geeft men de betrokken persoon en pâture, maar men
tracht de algemeenheid van 't kwaad te ontkennen.
[5]
En ook hier zal menigeen, denk ik, die korte exekutie van den hoog-eerwaarden,
hoog-geleerden Muurling met genoegen bygewoond hebben. Welnu,
ik zeg: we hebben met dien Muurling niets te maken. Misschien is die
man zoo dom niet. Niet dommer althans dan de eerste de beste. Wellicht
moeten we hem nog pryzen voor de goedheid zich zoo te hebben
neergebogen om te voldoen aan zùlke behoeften.
[6]
We
hebben hier noch met Muurling noch met welke persoon ook te
doen, we hebben te doen metde zeer geleerde dominees in 't
godzalig Nederland.
10
Muurling's werkjen is geschreven ten behoeve van predikanten.
20
't Is als proef onderzocht in 'n vergadering van predikanten.
Eilieve, hoe kon dat? Om te weten of Muurling's manier van inzegenen
goed is, zou men rezultaten moeten afwachten. Ik gaf er veel voor om
eens precies te weten hoe Muurling's ouwelui zyn ingezegend, om de
fouten van die methode te vergelyken met den uitslag die hun
zoon zulke formulieren doet begaan.
30
De inzegenings-methode is proefhoudend bevonden in 'n vergadering
van predikanten, die 't hebben laten drukken in 't verslag dier
Vergadering.
40
Er hadden veelvuldige aanvragen plaats. Die aanvragen
moeten zyn uitgegaan van andere predikanten. Natuurlyk. Want de
leden der vergadering die 't formulier geproefd had en smakelyk
bevonden, bezaten 't ding in hun verslag.
Uit
dit alles nu blykt: dat de predikantEN in Nederland behoefte hebben
aan zùlke lessen.
En ik konstateer dat dit geschiedde in 't jaar huns heeren 1861. Zie
den datum van 't Voorbericht.
[7]
Nogeens: die zeergeleerden zullen 't Volk vertellen, wat het
huwelyk is. Wat de ziel is. Wat onsterfelykheid is.
Wie, wat, en hoe God is? Wat men doen en laten moet om wys en
gelukkig te worden... in één woord: wat goed is!
[8]
[1] "Verder
behandel ik 't ding niet. 't Walgt me. Van begin tot eind is 't één
gewawel in de tale Kanaäns, vol onzin, blyken van onkunde, leugen en
godslastering, d.i. schending der lieve wetten van de Natuur."
Hier hebben we wellicht een soort (polemisch) Spinozisme ("deus sive
natura"), want M. definieert "godslastering"
als "schending der lieve wetten van de Natuur".
(Mijzelf dunkt trouwens dat die wetten - àls ze bestaan - vaak in 't
geheel niet lief zijn, en ook niet geschonden kunnen worden, al kunnen
ze vals of onvolledig weergegeven worden.)
[2] "Ik
erken echter dat ook professorale onwetendheid in de wetten der Natuur
ligt, zoowel als myn zucht om te protesteeren tegen zulke kwakzalvery."
Hier ligt toch enigermate een probleem voor M., die immers graag mocht
schrijven en zeggen dat alles wat is noodzakelijk is en dat z'n god de
noodzaak is.
[3] "Ieder
kan weten wat er te wachten is van iemand die met hooggeleerd gezag
voorschryft, geen ouwelui jeugdig te noemen, en dat men geen oprichten
moet bevelen aan personen die overeind staan." Dit is
natuurlijk zo, maar als opgemerkt bij het vorige idee niet het wezen
van de zaak - die de normale maatschappelijke leugen is, waaruit ook
de normale plichtplegingen en rituelen uit bestaan.
[4] "Welnu,
'k had erger zotternyen kunnen aanvoeren ten-bewyze hoe verrot onze
Staat is " - inderdaad, wat aantoont dat ik gelijk heb met m'n
opmerking dat M. welbewust een futiliteit koos om z'n Ideen te
verduidelijken.
[5] "Niemand,
byv. zal party trekken voor den ellendigen Duymaer van Twist":
Dit is niet precies waar, wat jammer was voor M. Ik weet niet of het
waar is dat niemand publiek partij trok voor Duymaer van Twist, maar
wel dat hij zowel door z'n tijdgenoten in de regeringen beschermd
werd, en door latere historici geprezen vanwege z'n beleid in
Nederlands-Indie als Gouverneur-Generaal. (Zie W.F. Hermans: "De
raadselachtige Multatuli").
[6] "
Misschien is die man zoo dom niet. Niet dommer
althans dan de eerste de beste. Wellicht moeten we hem nog pryzen voor
de goedheid zich zoo te hebben neergebogen om te voldoen aan zùlke
behoeften." Inderdaad lijkt het hier overwegend op neer te
komen.
[7] "
En ik konstateer dat dit geschiedde in 't jaar
huns heeren 1861. " Goed - maar het was vrijwel nooit anders,
nergens: Overal wordt het maatschappelijke samengehouden door
pretenties, beleefdheden, plichtplegingen, spelletjes, doen alsof, en
het uiteindelijke probleem schuilt ook niet daarin maar dat de
doorsnee niet veel anders kan of wil, en schijn, illusie, fictie,
leugens en leeg vertoon voor waar, werkelijk, wenselijk en waarachtig
houdt.
[8] "
Nogeens: die zeergeleerden zullen 't Volk
vertellen, wat het huwelyk is. Wat de ziel is. Wat
onsterfelykheid is. Wie, wat, en hoe God is? Wat men doen
en laten moet om wys en gelukkig te worden... in één woord:
wat goed is! " Ja, maar nogmaals: Het
probleem is niet dat deze zeergeleerden kennelijk zeer dom zijn, en
het volk op trivialiteiten en futiliteiten vergasten - het probleem is
dat het volk dergelijke voorgangers wil, of in ieder geval tolereert.