Idee 276.                                       


Kranke, Volk, Mensheid... sta op naar den geest! Ruk af den halsband die u hindert. Weg met dat gewicht op uw hart. Ge zyt niet ziek, ge zoudt niet ziek wezen althans wanneer ge slechts den moed hadt uzelf te zyn.  [1]

Mensch, wees mensch !  Voedt uw ziel met spyze, en niet met geneesmiddelen.  [2]

Welk denkbeelden ge u ook vormt van uw God:

"Hy is er niet, of Hy moet goed zijn!"

't Is onmogelyk dat 'n almachtig vader z'n kind veroordeelt tot eeuwige krankheid.  [3]

Ik weet niets van uwen God. Durft gy beweren dat myn onwetendheid Hem minder vereert dan 't "weten" dergenen die Hem maken tot 'n zielenplager, tot 'n beul? Ja, en dat doen ze opdat er voortdurend werk wezen zou voor de  S.S. Theologische fakulteit. "Nieuwe behoeften immers?"  [4]

Mensch, wees mensch ! Denk als mensch. Uw denkvermogen staat in evenredigheid tot uw behoeften! Ontwikkelt u als mensch. Uw vatbaarheid tot ontwikkeling staat in evenredigheid met uw behoeften. En vooral: voel  als mensch... want voorwaar, uw hart zal weten wat goed en wat kwaad is, en 't duidelyk voorzeggen naar uw behoefte ! Maar bederf het niet, smoor het niet, begraaf het niet onder valsche wetenschap.  [5]

Er is maar n wetenschap: de kennis van de Natuur. Daartoe behooren lynen, hoeveelheden, kleuren, aandoeningen, feiten, gebeurtenissen. Daartoe behoort alled wat is ! Daartoe behoort in de eerste plaats: gyzelf !   [6]

Tracht goed te wezen. Denk niet dat dit valt te leeren van 'n ander. Er zyn geen reglementen voor 't goede. Het staat niet beschreven in bladen of boeken... die ge ook niet verstaan zoudt, gy arme die verleert hebt te lezen in uw eigen gemoed!  [7]

Tracht goed te zijn...

Wat het goede is ?

Meent ge die vraag werkelyk? Was 't niet om my te lokken op 't onvruchtbaar veld van spitsvondige redeneering? Doodt ge die vraag, omdat gy inderdaad wilt wat het goede is? Omdat ge waarlyk het goede wilt betrachten?

Dan wensch ik u geluk! Want die vraag, gedaan op die wyze, met dt doel... die vraag is 'n bewys dat ge weet wat goed is, dat ge reeds goed zyt, want goed zyn is streven naar 't goede. [8]

En wie niet vraagt: "wat is goed?" Of wie gelooft het te vernemen van God en god-geleerden...

Wie denkt dat anderen zullen kunnen verstaan wat hyzelf niet verstond, schoon 't luid klonk in z'n eigen borst voor-i 't liet overschreeuwen door allerlei stemmen van buiten...

Wie den last zyner ziel wil werpen op de schouders van officieele ziele-pakdragers...

Wie te traag, te dom, te dor is om z'n eigen hart te maken tot hoogeerwaardig en hooggeleerd...

Wie z'n gemoed laat uitdrogen zooals de Indische fakirs hun arm... ter eere van 'n God die geen vermaak schept in uigedroogde dingen...

Zoo-iemand... ja, wat zal ik zeggen tot z-iemand?

Ei, toch iets! Als in 249, raad ik hem aan recht boos op my te worden, opdat er beweging kome in z'n verdorden arm, en vuur - heilig of niet - in z'n uitgedoofd hart. [9]


[1] : "Kranke, Volk, Mensheid... sta op naar den geest! Ruk af den halsband die u hindert. Weg met dat gewicht op uw hart. Ge zyt niet ziek, ge zoudt niet ziek wezen althans wanneer ge slechts den moed hadt uzelf te zyn."

Dit is weer een hoofd-IDEE van Multatuli, waarin hij bovendien ingaat op een probleem over Natuur dat ik eerder registreerde.

De essentie van dit idee is: "Kranke, Volk, Mensheid (...) ge zoudt niet ziek wezen althans wanneer ge slechts den moed hadt uzelf te zyn." Het ziek-zijn van de Mensheid werd al in de Conceptie van de IDEEN genoemd, en hier preciezer benoemd: Zeer weinig mensen zijn zichzelf, durven zichzelf zijn, willen zichzelf zijn, kunnen zichzelf zijn.

Het is makkelijk dit punt - zogenaamd - niet te begrijpen of te trivialiseren, bijvoorbeeld door tegen te werpen dat "men" moeilijk wat anders kan zijn dan zichzelf, al zou men willen, naar analogie met een steen of een stoel, die ook ondeelbaar veroordeeld zijn tot zijn wat ze zijn tot ze uiteenvallen.

Maar wie niet weet, niet ziet, niet voelt dat doorsnee-men een acteur is, een rollen-speler en rollen-bekleder is, en zich zeer vaak geheel anders voordoet dan men werkelijk voelt, denkt, wil, en tegelijkertijd zelf gelooft dat ie is wat en wie en hoe ie zou willen zijn omdat ie zou willen zijn wie en hoe ie voorgeeft te zijn, heeft niets begrepen van zichzelf of z'n medemensen. Zie 73, 74


[2] : Mensch, wees mensch !  Voedt uw ziel met spyze, en niet met geneesmiddelen. 

"Mensch, wees mensch ! " is een andere vorm van 136, en impliceert 'tzelfde: De meeste mensen - bijna alle mensen - zijn geen echte mensen, geen waarachtige mensen, maar zelf-gemaakte karikaturen van mensen, parodien van mensen, vervalsingen van mensen, halve of kwart mensen die pretenderen - authentiek pretenderen! eerlijk huichelen! - dat ze zijn wat ze niet zijn.

Het zijn acteurs, rollenspelers, illusionisten, vertoners van uiterlijkheden met een verborgen innerlijk, die zich inspannen iets te schijnen dat ze niet werkelijk zijn, maar waarvan men denkt dat "men" - fatsoenlijke, nette, oppassende, behoorlijke, zedige men - behoort vr te wenden om maatschappelijk voordeel te halen, sociaal aangepast te lijken, mee te mogen doen en eten en verdienen met de anderen.

Overigens - enigszins van het onderwerp dwalende, net als M - wat betreft "geneesmiddelen": Multatuli spreekt hier overwegend in overdrachtelijke zin, maar geloofde dit ook in letterlijke zin:

Hij dacht dat het grootste deel van de geneesmiddelen van zijn tijd meer kwaad dan goed deden - en had daar achteraf gelijk in.


[3] : "Welk denkbeelden ge u ook vormt van uw God:

"Hy is er niet, of Hy moet goed zijn!"

't Is onmogelyk dat 'n almachtig vader z'n kind veroordeelt tot eeuwige krankheid."

Dat voor God, of een God, zo deze bestaat zou gelden: "Hy is er niet, of Hy moet goed zijn!" is noch een noodzakelijke waarheid noch iets dat mensen universeel gedacht hebben.

En inderdaad is de duivel van het Christendom mede genspireerd door het Zoroastrisch geloof (dat Nietzsche de naam "Zarathustra" in de pen gaf, trouwens), dat aannam dat de wereld geschapen is door een onderling strijdende Goede Macht en een Kwade Macht, die zich vergelijkenderwijs tot elkaar verhouden als licht en duisternis.

Het in deze alinea door M. gestelde lijkt me dus vooral van het Christendom overgenomen wensdenkerij, en 't is niet erg logisch van M. om direct hierna te stellen "Ik weet niets van uwen God": Immers, dan k niet of ie goed is. 


[4] : "Ik weet niets van uwen God. Durft gy beweren dat myn onwetendheid Hem minder vereert dan 't "weten" dergenen die Hem maken tot 'n zielenplager, tot 'n beul? Ja, en dat doen ze opdat er voortdurend werk wezen zou voor de  S.S. Theologische fakulteit. "Nieuwe behoeften immers?" "

Zeer vele Christenen hebben sterk geloofd in een hel, duivels, oneindige vreselijke straffen, branden voor zonden, en verenigden dat met allerlei gewoonlijk niet steekhoudende redeneringen rondom de notie dat hun zieleroosterend rechtvaardig alwetend almachtig God 't in z'n ontzaglijke goedheid nodig had gevonden mensen na hun dood te oordelen, en te belonen of straffen.

Dit toont nogal wat dingen aan over mensen, waaronder de volgende vier punten:

  • dat mensen een ideologische behoefte hebben: Bij gebrek aan voldoende instincten (en overmaat aan intelligentie, vergeleken met andere dieren) hebben mensen zowel meer mogelijkheden zichzelf en hun omgeving te herscheppen naar de eigen wensen, maar hebben ook  een stelsel aannames nodig dat zegt wat de wereld is (metafysika) en hoe mensen zich wel en niet behoren te gedragen (ethica)
  • dat mensen in hun ideologische behoefte gewoonlijk voldoen middels de ideologische drogreden, dat is: voor waar houden wat men wenst dat 't geval is, en voor onwaar houden wat men wenst dat niet 't geval is
  • dat de zeer grote meerderheid van de mensheid onvoldoende rationele vermogens hebben om de illusies, wensdenkerij en vooroordelen waarmee ze groot zijn gebracht te doorzien en vervangen door iets waarachtigers dat rationeel gefundeerd is
  • dat er een fundamenteel probleem is over goed en kwaad: Is iets goed (kwaad) omdat God 't wil (verbiedt), of wil (verbiedt) God 't omdat het goed (kwaad) is? Hier heeft Socrates 't ook over in de Eutyphrio, en we zien M.'s benadering in wat volgt in dit IDEE. Zie 423.
     

[5] : "Mensch, wees mensch ! Denk als mensch. Uw denkvermogen staat in evenredigheid tot uw behoeften! Ontwikkelt u als mensch. Uw vatbaarheid tot ontwikkeling staat in evenredigheid met uw behoeften. En vooral: voel  als mensch... want voorwaar, uw hart zal weten wat goed en wat kwaad is, en 't duidelyk voorzeggen naar uw behoefte ! Maar bederf het niet, smoor het niet, begraaf het niet onder valsche wetenschap.  "

Helaas zijn "Denk als mensch. Uw denkvermogen staat in evenredigheid tot uw behoeften! Ontwikkelt u als mensch. Uw vatbaarheid tot ontwikkeling staat in evenredigheid met uw behoeften." overwegend Multatuliaanse wensgedachten, om redenen aangestipt in het vorige punt (de menselijke ideologische behoefte, de invulling daarvan middels de ideologische drogreden, en de gebrekkige menselijke rationele vermogens).

Maar wat M. laat volgen: "En vooral: voel  als mensch... want voorwaar, uw hart zal weten wat goed en wat kwaad is, en 't duidelyk voorzeggen naar uw behoefte ! Maar bederf het niet, smoor het niet, begraaf het niet onder valsche wetenschap." is weer een fundamenteel inzicht, dat ook z kan worden uitgedrukt:

De enige instantie in 't hele universum die wt wat u voelt, wat u wenst, hoe u reageert op uw indrukken bent uzelf!

Niets en niemand kan voor u voelen, wensen, reageren of denken - maar u kunt uw oordelen overnemen - nadoen, kopiren, imiteren, naspelen - van een ander, en doen alsof, en meepraten met de meute, en uzelf tot een acteur (Grieks: "hypocrites" - doener alsof) van geleende, gemiteerde, poses en geloven maken vanwege de maatschappelijke voordelen die dit biedt.

En dit heeft 't ogenschijnlijk voordeel voor u dat u niet hoeft na te denken, want dat doen u voorgangers voor u, en dat u beloond wordt voor uw oppassend fatsoen, of in ieder geval niet bestraft voor uw afwijken. En dit heeft op niet zo lange termijn 't nadeel dat u al acterend, poserend, imiterend, en wensdenkend uw zelf vervalst tot een karikatuur van uzelf. (Maar zoals ik zei: U wordt daarvoor beloond en ontzien. De keus is aan u. 't Is moeilijk.)

Zie 73, 74, 107


[6] : "Er is maar n wetenschap: de kennis van de Natuur. Daartoe behooren lynen, hoeveelheden, kleuren, aandoeningen, feiten, gebeurtenissen. Daartoe behoort alled wat is ! Daartoe behoort in de eerste plaats: gyzelf !  "

M.'s stelling dat "Er is maar n wetenschap: de kennis van de Natuur" verwart de Natuur met de individuele menselijke kennis ervan.

Gezien de grote onvolmaaktheid van 't menselijk kenvermogen wordt menselijke kennis langzaam, gissend, tastend, en in de loop van vele generaties opgebouwd door vele individuen, die allen een beetje kennis hebben, maar geen van allen in staat zijn alles wat allen gezamelijk weten individueel te omvatten, en allemaal ook gedeeltelijk mistasten en in onwetendheid verkeren, hoe intelligent en hoe geleerd ook.

Er is nog iets wat aan de stelling niet waar of misleidend is: Moeder Natuur lijkt zichzelf te schrijven in zuivere wiskunde: de wetenschap van alle willekeurige structuren - maar zuivere wiskunde kan gebruikt worden om mr of nders te beschrijven dan in Moeder Natuur te vinden is.

Vervolgens: In 158 kritiseerde ik M.'s natuurbegrip, en onderscheidde de dode natuur, de levende natuur, en de denkende natuur. Multatuli doet hier iets verwants, want hij zegt - anders dan hij eerder suggereerde, en terecht: dat "kleuren, aandoeningen" en "gyzelf " k tot "de Natuur" behoren. 


[7] : "Tracht goed te wezen. Denk niet dat dit valt te leeren van 'n ander. Er zyn geen reglementen voor 't goede. Het staat niet beschreven in bladen of boeken... die ge ook niet verstaan zoudt, gy arme die verleert hebt te lezen in uw eigen gemoed!"

Hier is M.'s oplossing voor 't probleem over goed en kwaad dat ik onder [5] noemde: "Tracht goed te wezen. Denk niet dat dit valt te leeren van 'n ander. Er zyn geen reglementen voor 't goede. Het staat niet beschreven in bladen of boeken... die ge ook niet verstaan zoudt, gy arme die verleert hebt te lezen in uw eigen gemoed!"

Dit is waar en belangrijk, maar onvolledig.

't Is waar omdat in individuele zin goed is wat u goed vindt.
't Is belangrijk omdat alleen u werkelijk kunt beoordelen dat u iets goed vindt.
't Is onvolledig omdat anderen daar een ander oordeel over kunnen hebben, zodat 't voor gecordineerd maatschappelijk handelen nodig is dat u en anderen het eens worden over goede doelen en goede methoden om die te bereiken - en het maatschappelijk goede abstracter en algemener moet zijn dan de individuele gevoelens waaraan 't onttrokken is en op gefundeerd is. Zie 374, 423, 618, 817, 855.

Ik heb eerder geciteerd uit mijn "Multatuli en de Filosofie", en doe dat hier nogmaals:

Het kwaad in de wereld is onnodig lijden, en wordt veroorzaakt door menselijk onvermogen - tot goed nadenken en eerlijk en konsekwent handelen. Ingewikkeld is het niet: Iedereen weet tot op zeer grote hoogte wat z'n medemensen pijnigt en pleziert, en wat een mens nodig heeft om redelijk te kunnen bestaan. Iedereen weet dat onware ideen, hoe goed bedoeld ook, wanneer ze als leidraad tot handelingen dienen overwegend tot ellende leiden, zo niet voor de handelaar dan wel voor z'n medemensen. Daarom behoort iedereen, al was het alleen maar uit welbegrepen eigenbelang, zich naar vermogen toe te leggen op waarachtig begrijpen en goed doen - waarbij het laatste in ieder geval wil zeggen: Het bewust vermijden van onnodig lijden, en het helpen van degenen die daaraan blootgesteld zijn. 


[8] : "Tracht goed te zijn...

Wat het goede is ?

Meent ge die vraag werkelyk? Was 't niet om my te lokken op 't onvruchtbaar veld van spitsvondige redeneering? Doodt ge die vraag, omdat gy inderdaad wilt wat het goede is? Omdat ge waarlyk het goede wilt betrachten?

Dan wensch ik u geluk! Want die vraag, gedaan op die wyze, met dt doel... die vraag is 'n bewys dat ge weet wat goed is, dat ge reeds goed zyt, want goed zyn is streven naar 't goede."

Ik heb mijn eigen antwoord hierboven geciteerd en in 423, 817, 855.

M.'s stelling dat "goed zyn is streven naar 't goede" is zinnig omdat de wens de moeder van de daad is, maar onvolledig om redenen uiteengezet in mijn vorige opmerking. 


[9] : "En wie niet vraagt: "wat is goed?" Of wie gelooft het te vernemen van God en god-geleerden...

Wie denkt dat anderen zullen kunnen verstaan wat hyzelf niet verstond, schoon 't luid klonk in z'n eigen borst voor-i 't liet overschreeuwen door allerlei stemmen van buiten...

Wie den last zyner ziel wil werpen op de schouders van officieele ziele-pakdragers...

Wie te traag, te dom, te dor is om z'n eigen hart te maken tot hoogeerwaardig en hooggeleerd...

Wie z'n gemoed laat uitdrogen zooals de Indische fakirs hun arm... ter eere van 'n God die geen vermaak schept in uigedroogde dingen...

Zoo-iemand... ja, wat zal ik zeggen tot z-iemand?

Ei, toch iets! Als in 249, raad ik hem aan recht boos op my te worden, opdat er beweging kome in z'n verdorden arm, en vuur - heilig of niet - in z'n uitgedoofd hart."

Helaas willen zeer velen de last van hun "ziel wil werpen op de schouders van officieele ziele-pakdragers", omdat dit veel makkelijker, veiliger en maatschappelijk winstgevender is dan zelfstandig te oordelen, individueel te willen, en persoonlijk te streven.

En helaas zijn zeer velen "te dom, te dor (..) om z'n eigen hart te maken tot hoogeerwaardig en hooggeleerd": Er zijn veel meer volgelingen dan leiders, veel meer gelovers dan denkers, veel meer comformisten dan individualisten.

Was 't anders dan was de mensen-wereld heel anders. De mensen-wereld kan gemiddeld niet beter zijn dan 't gemiddeld menselijk niveau van hoofd en hart. 

Idee 276.