Idee 271.                                       


Ik lees in 't prospektus van 'n Maandschrift ter bevordering der kennis van het wezen des Evangelies uitgegeven door Dr. L.S.P. Meyboom, onder medewerking van vele geleerden - waaronder zes hoogleeraren die 't precies behooren te weten - dat alles wat men tot-nog-toe van 't Evangelie verteld heeft, eigenlyk maar gekheid is. Daar staat namelyk:

Sedert de Evangelie-spiegel, nu vijf jaren geleden, onder mijne redactie begon te verschijnen, is de ontwikkeling op het gebied van de kennis des Evangelies met snelle schreden voortgegaan.

Och, de arme drommels die gestorven zyn in 't geloof aan 'n verkeerd begrepen Evangelie! Waarom lieten Dr. Meyboom en die andere geleerden hen niet by-tyds in dien spiegel zien?

Nieuwe onderzoekingen zijn in het werk gesteld, nieuwe uitkomsten verkregen, en wat de Godgeleerden zochten, vermoedden en wisten, is ten deele ook onder den grooteren kring van niet-Godgeleerden verbreid. Daaruit zijn nieuwe behoeften geboren.

Nieuwe uitkomsten? Welke? In-godsnaam, welke? [1] Is liefde  niet meer - onzinnig genoeg *) - uw hoogste gebod? Is er 'n andere weg ten-hemel, dan door Christus, en dien gekruist zoo als gyl. dat noemt? De godgeleerden zochten, vermoedden, en... wisten zegt ge? Is 't dan wáár wat sedert lang zoovelen vermoed hebben, dat gyl. laag- en hoogleeraren, Isispriestertje speelt en den volke maar wat afval geeft van uw hooger kennis?

Ik vind iets klagelyks in uw toon waar ge zegt: dat is ten deele ook onder den grooteren kring van niet-godgeleerden verbreid. Het klinkt als: sakkerloot, we zyn betrapt, het volk heeft achter de schermen gekeken!

Daaruit zijn nieuwe behoeften geboren! Wel wis en zeker! Dat zegt Bamberg ook, als-i - wat hèm zelden gebeurt - 'n tour manqué maakt. 't Is uw kaart niet, m'nheer? Welnu... wat anders dan! Wie van 't gezelschap heeft 'n zakdoek of 'n horloge? Een goochelaar moet nooit verlegen zyn. [3]

Nieuwe behoeften! Ik ben jaloers op die uitdrukking. Een ànder soort van behoefte aan 'n àndere manier om te geraken tot 'n ànders begrepen zaligheid! Hoe maken ze 't toch, al de sukkels die heengingen onder 't régime van de ouwerwetsche behoeften?

Meer dan ooit komt het thans bij de nadenkenden onder de Christenen tot bewustheid dat er een onderscheid bestaat tusschen ònze inzigten in de waarheid en de waarheid: tusschen ònze opvatting van het Evangelie en het Evangelie: tusschen ònze vormen van Godsdienst en de Godsdienst...

Genoeg! [4] Genoeg, gy acht leeraren en zes hoogleeraren in allerlei dingen die niet behoeven geleerd te worden!

Genoeg, uitleggers, verklaarders, voorlichters, wegwyzers, die nu op-eenmaal met gedwongen oprechtheid heel nuchter den volke komt vertellen dat ge u tot heden toe vergist hebt! [5]

Genoeg, amtbekleedende Schriftgeleerden die op-eenmaal zoo flink - och hemel, 't moest wel! - al uw voorgangers verklaart voor weetnieten, en ze uitmaakt voor dieven van het loon, van den eerbied, van de onderdanigheid, die men neerlegde aan hunne voeten, in de verkeerde meening dat ze wetenschap gaven voor dat loon! [6]

Genoeg, nieuwe-behoeftescheppers!

Voelt ge niet dat er weldra mannen zullen opstaan, die u de slagen teruggeven welke gy zoo meedoogenloos uitdeelt aan uw domme - of bedriegelyke - voorgangers? [7]

Och, wat zou 't Jezus smarten als hy weten kon hoe men z'n blyde boodschap zou verhanselen, opknappen, omkeeren, lappen en weer lappen, als 'n oud kleed!

Ja, er is behoefte aan 'n nieuw kleed. Dàt durf ik u wel nazeggen, heeren!

Maar men maakt geen nieuw kleed uit oude vodden, die afgedragen zijn, versleten, bevlekt en bemorst, sedert achttienhonderd jaren!

Waarheid, heeren, waarheid! [8] Dat ge nu erkent dat uw coup mislukt is... goed! Maar pas op, de niet-godgeleerden zooals gylieden de menschen noemt die geen handwerk maakten van die zoogenaamde godsdienst, de niet-godgeleerden zyn zeer oplettend geworden. Er zyn er die Ideen schryven, zonder de minste god- of andere geleerdheid. Dat ziet ge. [9]

*) Zie o.a. den Brief aan Ds. Francken in de Verspreide Stukken. Wat de door Christenen dogmatisch-voorgeschreven liefde te beteekenen heeft, ondervond Havelaar! Het geheele christelyke Nederland trekt in den stryd dien hy voor recht en menschelykheid voert, party voor schelmen, dieven en moordenaars. [2]


[1] "Nieuwe uitkomsten? Welke? In-godsnaam, welke? "

Wat mij opvalt aan het theologen-proza dat M. citeert - "Nieuwe onderzoekingen zijn in het werk gesteld, nieuwe uitkomsten verkregen, en wat de Godgeleerden zochten, vermoedden en wisten, is ten deele ook onder den grooteren kring van niet-Godgeleerden verbreid. Daaruit zijn nieuwe behoeften geboren." - is hoe dit proza doet denken, nee: ruikt, nee: stinkt als het burocraten-proza dat mij tegenwoordig bereikt van ministeries als Vrom, en van ministers en staats-secretarissen, dat door deze geleverd wordt in advertenties en beleidsvoornemens. Dit is een gemaakt, aanstellerig proza samengeflanst uit gemeenplaatsen, jargon-termen, en pretenties het beste voor te hebben met de burger, die behandeld en toegesproken wordt als debiele kleuter door een kennelijk waanzinnige kleuterjuf.

Het kan zijn dat ik hier iets overdrijf, maar dit dient om mijn stelling zo duidelijk mogelijk uit te spreken: Het proza waarmee machthebbers en ambtenaren hun ambtenaren zich tot "het Volk" richt is altijd vals, manipulatief, onwaarachtig, en gecomponeerd en gepresenteerd op een vreemde, schoolse wijze, namelijk van leraren en leraressen die het 't beste voor zouden hebben met hun beste brave goedwillende leerlingetjes, en die daarom een lesje opgedreund en voorgezegd krijgen, in het soort morele termen en de soort open deuren, stoplappen en kunsttermen die zo na liggen aan het burocratisch hart van geboren volgelingen.


[2] "Wat de door Christenen dogmatisch-voorgeschreven liefde te beteekenen heeft, ondervond Havelaar! Het geheele christelyke Nederland trekt in den stryd dien hy voor recht en menschelykheid voert, party voor schelmen, dieven en moordenaars."

Inderdaad. En hieraan zijn diverse konsekwenties te verbinden.

Wat betreft " Wat de door Christenen dogmatisch-voorgeschreven liefde te beteekenen heeft, ondervond Havelaar! ": En Havelaar niet alleen. In de praktijk blijken de idealen en centrale leerstellingen van morele en religieuse ideologische stelsels door hun gelovers niet gehandhaafd te worden, en overwegend voorwendels voor machtshandhaving en machtsuitoefening te zijn. Dit geldt niet alleen de christelijke geboden, maar de socialistische, joodse, liberale, islamitische of welke andere ook: In de menselijke maatschappelijke praktijk worden ideologieën niet eerlijk gebruikt, functioneren ideologieën niet als wetenschap of als waarheid, en hebben de centrale leerstellingen en dogma's in de praktijk een heel andere waarde en inhoud dan ze letterlijk uitdrukken.

Hier schuilt een heel fundamenteel feit, dat de cognitieve status en publieke gebruik van politieke en religieuse ideologieën betreft, dat zelden goed onderkend wordt.

De recente geschiedenis biedt uitstekende uitermate bittere voorbeelden met een heel andere ideologische inhoud in de maatschappelijke geschiedenis van het socialisme, bijvoorbeeld in Rusland, China, Korea en Cambodja - waar in naam van menselijkheid en rechtvaardigheid tientallen miljoenen opgesloten werden in concentratie-kampen of vermoord.

Als we terugkeren tot het indertijd zwaar christelijke Nederland, dan is het duidelijk dat de centrale christen-plichten "Hebt uw naaste lief gelijk uzelve" en "doet een ander niet wat gij niet wilt dat u geschiedt" zowel wekelijks, en jaar in jaar uit, op vele tientallen plaatsen in het hele land van de kansel verkondigd werden, ongetwijfeld op galm-toon, met zeer morele klank, een stichtelijk gezicht, en veelvuldig beroep op de Heer en de Schrift, als dagelijks, jaar in jaar uit, door honderdduizenden in het hele land nagelaten, met de voeten getreden, in de praktijk ontkend werd, geheel volgens de letter van Ovidius' "video meliora proboque; deteriora sequor": "Ik zie het goede en stem toe dat het 't goede is, en ik doe het slechte".

Dit lijkt de gebruikelijke gang van het menselijke hart, dat gewoonlijk veel minder geleid wordt door idealen en principes dan door onmiddellijk gevoeld eigenbelang, genot, bedreiging of gevaar, en dat morele idealen en principes eerder gebruikt om zichzelf een houding, een reputatie, een aangename illusie te verschaffen dan om werkelijk naar te leven en te handelen, vooral wanneer dit werkelijk toepassen van de principes die men publiekelijk met de mond belijd persoonlijk gevaar of onaangenaamheden zou kunnen opleveren.

Hier ligt dus een fundamenteel menselijk probleem, dat Multatuli bovendien voor veel praktische en theoretische moeilijkheden stelde, en dat hij niet werkelijk onder ogen zag: De fundamentele valsheid, onwaarachtigheid en onwerkelijkheid van de ideologieën waarmee mensen zichzelf maatschappelijk overeind houden en richting trachten te geven.


[3] "Daaruit zijn nieuwe behoeften geboren! Wel wis en zeker! Dat zegt Bamberg ook, als-i - wat hèm zelden gebeurt - 'n tour manqué maakt. 't Is uw kaart niet, m'nheer? Welnu... wat anders dan! Wie van 't gezelschap heeft 'n zakdoek of 'n horloge? Een goochelaar moet nooit verlegen zyn."

Bamberg was een bekend goochelaar, en M. meende dat de politieke en religieuze voorgangers en leiders van zijn tijd een soortgelijk bedrog met woorden en begrippen pleegden als goochelaars, en om een verwante reden: ze verdienden er immers goed mee.


[4] De door geciteerde M. geciteerde frase "Meer dan ooit komt het thans bij de nadenkenden onder de Christenen tot bewustheid dat er een onderscheid bestaat tusschen ònze inzigten in de waarheid en de waarheid: tusschen ònze opvatting van het Evangelie en het Evangelie: tusschen ònze vormen van Godsdienst en de Godsdienst..." verdient enige toelichting en commentaar.

In de eerste plaats enige achtergrond-geschiedenis. In feite hadden de theologen van de dag een beperkt gelijk en een goede reden voor hun zoeken naar nieuwe inhouden en vormen van hun geloof, dat teruggaat op de ontwikkeling van de wetenschap in de 18e en 19e eeuw.

Daarbij kwam de opkomst van een tekst-kritische interpretatie van de bijbel, die deze niet langer beschouwde en behandelde als het letterlijk woord van god, maar als een menselijk produkt van gelovigen, dat onwaarheden, onvolkomenheden en onbegrip kon bevatten, en bovendien vaak gesteld was in termen van metaforen en toespelingen, en niet logisch begrijpelijk kon zijn in letterlijke zin.

Maar er is nog iets waarop het gegeven citaat vooruit te lijken lopen, dat intellectueel interessant is en dat eind 20ste eeuw pas tot volle wasdom kwam in Europa en de Verenigde Staten als perfecte methode om zowel de kool als de geit te sparen, en om heel integer ambtelijk carriere te maken als beroepsrevolutionair: Moreel en intellectueel relativisme, opgediend door de uitdragers als "verlicht", maar feitelijk vals functionerend als voorwendsel en versie van "if in Rome do as the Romans do". Deze laffe waanzin noemt zichzelf "post-modern".


[5] " Genoeg, uitleggers, verklaarders, voorlichters, wegwyzers, die nu op-eenmaal met gedwongen oprechtheid heel nuchter den volke komt vertellen dat ge u tot heden toe vergist hebt! "

Zie om te beginnen M.'s program - het waren vooral de publieke voorgangers, de dominees, politici, onderwijzers en professoren tegen wie M. zich richtte en afzette, en die hem als bedriegers, voorliegers, profiteurs en oplichters voorkwamen, voorzover niet gewoon - en gewoonlijk! - dom en onbekwaam.

Het is echter niet precies waar dat dezelfde "uitleggers, verklaarders, voorlichters, wegwyzers" plotseling hun volgelingen kwamen vertellen zich eerder vergist te hebben, maar het betreft een nieuwe lichting van "uitleggers, verklaarders, voorlichters, wegwyzers" die den Volke vertelden dat de vorige voorlichters - logisch gezien - zo geen voorliegers dan toch zelfbedriegers waren.


[6] " Genoeg, amtbekleedende Schriftgeleerden die op-eenmaal zoo flink - och hemel, 't moest wel! - al uw voorgangers verklaart voor weetnieten, en ze uitmaakt voor dieven van het loon, van den eerbied, van de onderdanigheid, die men neerlegde aan hunne voeten, in de verkeerde meening dat ze wetenschap gaven voor dat loon! "

Ook dit is, hoewel terecht, niet geheel wat de nieuwlichters beweerden, en ook niet geheel overeenkomstig de feiten.

Het onderliggend probleem voor de dominees en theologen van de dag was de opkomst en het evidente succes van de wetenschap, die op tal van plaatsen in tegenspraak was met wat religies eeuwen lang verkondigd hadden als De Waarheid, Het Licht, en Het Leven, en daarnaast de opkomst in het buitenland van theologen en dominees die de bijbel tekstkritisch maar met overwegend behoud van hun eigen christelijk geloof - of althans: met overwegend gepretendeerd behoud van hun eigen christelijk geloof - bestudeerden, als de eerder genoemde David Strauss. Tenslotte was er nog een maatschappelijke factor van betekenis: De opkomst van de socialistische, communistische, anarchistische en vakbondsbeweging, die zich de numeriek grote en arme onderklasse van de maatschappij wilde verheffen, en niet alleen "het kapitalisme" - zegge: de industriele uitbuiting van het proletariaat, die inderdaad gruwelijk was, zoals de lezer later in de Ideen aangetoond zal worden - bestreed, maar ook de maatschappelijke geaccepteerde religies, en beide deed uit naam van zowel de moderne wetenschap als de moraal.

Er waren dus genoeg redenen om de voorgangers van het moment - de uitdragers van de publiek geaccepteerde ideologieën, die ten grondslag lagen aan de maatschappelijke praktijken die de maatschappelijke elite veel voordeel, inkomen, macht en status bood ten koste van de grote meerderheid der maatschappij - te bewegen de tot dan gebruikte praatjes en propaganda te herzien, om zich beter te kunnen verzetten tegen wetenschappelijk gefundeerde kritiek op het geloof, en tegen moreel gefundeerde kritiek van de vertegenwoordigers van de ontrechte maar talrijke lagere klassen. 


[7] " Voelt ge niet dat er weldra mannen zullen opstaan, die u de slagen teruggeven welke gy zoo meedoogenloos uitdeelt aan uw domme - of bedriegelyke - voorgangers? "

Multatuli was hier één van, en in Nederland verreweg de best schrijvende en belangrijkste en ver gaandste. In de omringende landen waren er anderen, gewoonlijk minder extreem en individueel dan Multatuli, en - mede daarom - met feitelijk groter maatschappelijk succes, gewoonlijk in het kader van de toen opkomende socialistische en vakbonds-beweging, die overigens pas werkelijk succes kreeg in de 20ste eeuw, en daar snel tenonder ging aan het eigen succes, want daardoor gecorrumpeerd werd.

Het is moeilijk Multatuli's invloed in kaart te brengen, maar een feit dat deze op termijn groter was dan het oppervlakkig zou kunnen lijken, en dat vooral omdat in Nederland, zeg van 1870 tot 1940, zo ongeveer iedereen die iets enigermate radikaal wilde hervormen in het geloof, het onderwijs, het bestuur of de moraal en enige intelligentie had, pretendeerde Multatuli althans gedeeltelijk en met gedeeltelijk begrip te hebben gelezen, al had Multatuli nooit veel werkelijke volgelingen - wat hij ook niet wilde. En ik ben me niet bewust van enige studie waarin Multatuli's invloed op de ontwikkelingsgang van Nederland serieus ondernomen is, al vermoed ik dat deze 't makkelijkst aan te wijzen is in de volkswoningbouw (Wibaut), het onderwijs (vooral het Montessori-onderwijs), en bij de beter geschoolde leden van de toenmalige linkse bewegingen, die allemaal veel aantroffen om het mee eens te zijn naast veel waar ze zich niet mee konden verenigen, en vaak, en terecht, mede getroffen werden door M.'s bijzonder fraaie Nederlands en door z'n opstandig en moedig karakter. 


[8] " Waarheid, heeren, waarheid! "

Ja - maar daar is het in zaken van politieke of religieuse ideologie nooit werkelijk om te doen, en hier ligt dus de crux van een fundamenteel probleem: Politieke en religieuse ideologieen zijn overwegend en in de eerste plaats propaganda van de elite van een welbepaalde groep, die de belangen van die elite dient. Max Weber: ___

Dit is een waarheid die zelden helder onderkend wordt, al is ie vaak genoeg uitgesproken sinds De la Boëtie en Machiavelli, en die bovendien tamelijk moeilijk is om helder te vatten, vooral omdat er zo systematisch over gehuicheld en gelogen wordt. Ik merk hier een aantal punten op die het juiste begrip hiervan bemoeilijken.

In de eerste plaats: Er is altijd - blijkt - een groot verschil tussen stichters en volgelingen van politieke en religieuse stelsels. De stichters zijn altijd opvallende individuen, onafhankelijke karakters, en gewoonlijk evident bijzonder begaafd in het zichzelf uitdrukken, en de volgelingen zijn gewoonlijk noch het één noch het ander, en zouden zelf bovendien nooit een stichter of bedenker van iets origineels hebben kunnen zijn, als ze dit al gewild hadden, wat zelden zo is.

Dit geldt zowel Jezus, als Marx, Nietzsche en tal van anderen. De reden om deze drie te noemen is dat Jezus een belangrijke rol speelde voor Multatuli en in het Nederland waar hij voor en tegen schreef, terwijl Marx en Nietzsche tijdgenoten waren (Marx vrij precies en Nietzsche ongeveer) die net als Multatuli gedurende hun leven weinig opgang maakten onder hun tijdgenoten; als Multatuli grote pretenties over en geloof hadden in hun eigen genie, belang en bijzonderheid; als Multatuli minstens een goede hand van schrijven en een ongebruikelijke kennis, algemene ontwikkeling en intellect hadden - en, anders dan Multatuli, in de eeuw na hun dood de benoemde voorgangers waren van talloos veel miljoenen, en de veronderstelde bedenkers van grote staten en culturen.

Het is zeer waarschijnlijk dat voor zowel Jezus als Marx en Nietzsche gold dat ze hun eigen volgelingen van na hun dood - de Torquemada's, Stalins en Hitlers en hun uitvoerders - met walging afgewezen zouden hebben, als verkrachters en misbruikers van hun denkbeelden, en zeker zo dat vrijwel geen volgeling van, in ieder geval, Marx of Nietzsche in staat was veel van wat z'n afgod schreef met werkelijk begrip te kunnen lezen en (bij benadering) waarachtig en zinnig te kunnen plaatsen in een intellectuele en maatschappelijke context.

Overigens: Het lijkt mij ook dat een belangrijke reden dat Multatuli het geluk niet beschoren is geweest na z'n dood tot afgod en inspirator van een dictatuur gemaakt te worden is dat hij zo helder en zo individueel schreef, en werkelijk geïnteresseerd was in waarheid, en niet in maatschappelijk succes en ook niet (zoals Marx en Nietzsche beide wel, zij het om verschillende redenen) in het schrijven van fraai klinkende feitelijk totalitaire fictie. (En natuurlijk pleit dit zeer voor Multatuli, die ik persoonlijk dan ook aanzienlijk hoger aansla dan zowel Marx als Nietzsche.)

In de tweede plaats: Politieke en religieuse propaganda is geen wetenschap, kan geen wetenschap zijn, en wil geen wetenschap zijn, ook en speciaal niet wanneer het te pronk loopt met de eigen waarheid, waarachtigheid en wetenschappelijkheid.

Er is een fundamenteel onderscheid tussen wetenschap en niet-wetenschap: Wetenschap, en alleen wetenschap in alle opzettelijk maatschappelijk doen en streven, is gebaseerd op een verbond tussen mensen om de waarheid te vinden en schrijven over bepaalde onderwerpen, en waarin waarheids-vinding en eerlijke en adekwate rapportage centraal staan.

In de derde plaats: Politieke en religieuse voorgangers zijn en waren altijd leugenaars en duisterpraters en -schrijvers - en konden niet veel anders of veel beter zijn dan mogelijk welwillende leugenaars. Het is onmogelijk vele verschillende mensen te leiden zonder ze minstens enigszins te bedriegen, naar de mond te praten, te misleiden, te behagen, of te imponeren, en het doel van een politiek of religieus leider is dan ook niet waarheid maar maatschappelijke cohesie, welvaart en vrede, en persoonlijke carrière, welvaart en status. 


[9] " Er zyn er die Ideen schryven, zonder de minste god- of andere geleerdheid. Dat ziet ge."

Dit is natuurlijk maar heel gedeeltelijk zo, en werpt een interessante vraag op: Hoe geleerd was M. nu eigenlijk?

Wat z'n god-geleerdheid betreft: Deze moet, ondanks z'n pretentie van het tegendeel, heel behoorlijk zijn geweest. M. had de bijbel grondig bestudeerd; had zich verdiept in het katholicisme; kende de islam en andere geloven uit Nederlands-Indie; en lijkt overigens op dit onderwerp, getuige talrijke incidentele verwijzingen, behoorlijk wat geweten hebben, al zal hij zich niet bezondigd hebben aan grondige theologische studies, en al neem ik aan dat hij bijvoorbeeld Augustinus en Aquinas nooit gelezen heeft (wat jammer is, want de eerste schreef verbazingwekkend goed, en beiden waren bijzonder scherpzinnig).

Wat z'n overige geleerdheid betreft: Ook deze moet, ondanks z'n pretentie van het tegendeel, heel behoorlijk zijn geweest. M. las graag en veel, in ieder geval in z'n jonge jaren, en was bijzonder snel van begrip, en meervoudig hoogbegaafd. Hij was zeker geen wetenschapper, en een typische autodidact, maar het enige dat hem wat kennis betreft doet verschillen van de academici van z'n tijd is de afwezigheid bij hem van een hoeveelheid schoolkennis die tegenwoordig vrijwel geheel z'n geldigheid verloren heeft, als die er toen al was, terwijl hij afgezien van dat - tegenwoordig geheel irrelevante - verschil vrijwel zeker op meer terreinen gelezen had, bovendien met meer belangstelling, meer ervaring, en een helderder geest, dan vrijwel al z'n tijdgenoten.

Hierbij moet men nog iets bedenken, ook gezien de vele onderwerpen die in de Ideën behandeld worden:

Buiten enige mogelijke bijzondere expertise op een terrein van wetenschap of kunst waar een mens zich speciaal op toegelegd heeft, is iedereen dilettant en autodidact in alles - en die bijzondere expertise die een mens mogelijkerwijs heeft is maar een heel klein deeltje van z'n menselijkheid, en bijna altijd vrijwel alleen van belang voor de persoon zelf, om er mee te verdienen.

Idee 271.