(In de vorige Uitgaaf
als Noot gedrukt.) Ik weet niet of deze noot onder de oogen komen
zal van den auteur eener my schriftelyk gedane vraag: wat ik bedoelde
met de uitdrukking "Enz" die in 't vorig nummer op 't woord mathesis
volgt. Oppervlakkig schynt die vraag oiseus. Ze is het echter
niet. Niet allen immers zyn in de gelegenheid 'n kursus in de logika
en mathesis bytewonen - wat jammer genoeg is [1] - en 't zou wel te
betreuren zyn indien denzulken alle oefening in het denken ware
afgesneden. Ik antwoord op bedoelde vraag het volgende.
Zéér stipt genomen -
al te stipt misschien (486) is er 'n
fout in den aanhef van 268. We zyn
denkdieren, kunnen denken, en voelen aandrang tot denken: sumus,
ergo cogitamus. [2] Denken is ons instinkt, onze behoefte, onze
roeping, ons wezen. [3] Ik verwys hieromtrent naar 838,
onder opmerking dat het hier gestelde geenszins in stryd is met de in 882
voorkomende bewering over zinnelykheid, maar de toelichting
hiervan gaat m'n tegenwoordig bestek te buiten.
Ook loopen is
ons aangeboren, en toch is er in de wyze van loopen groot verschil. De
knaap die achttien jaren lang het gaan beoefende in de praktyk, heeft
als rekruut behoefte aan onderricht in loopen. De strekking daarvan is
hem te leeren de gaaf der Natuur op de voordeligste wys toe te passen.
Zyn loopen moet veranderd worden in goed loopen.
Misschien had ik dus
in 't vorig nummer moeten zeggen: het goed denken moet geleerd
worden. [4]
Voor ik nu de
hulpmiddelen dààrtoe - buiten de eigenlyk gezegde logica en mathesis
- opgeef, moet ik erkennen dat in geen geval die wetenschappen in
zeer algemenen zin genomen kunnen ontbeerd worden, en juist
hieruit blykt de gegrondheid van de vraag: wat ik met myn "enz."
bedoelde? Ieder wezen immers dat waarneemt, opmerkt, vergelykt,
afleidt, ontleedt, meet, weegt, oordeelt en besluit... in één woord:
ieder die denkt, gebruikt logika, mathesis. En dit blyft het
geval, ook al had hy nooit iets gehoord van de benamingen
waarmee men die werkzaamheden van den geest heeft gestempeld tot 'n
speciaal-studie. [5] Zoo maakt ieder die zich beweegt, onwillekeurig
gebruik van gymnastische hulpmiddelen, zonder juist daarby de
wetenschap van Vater JAHN of EULER te pas te brengen.
[6]
De hulpmiddelen, om
goed te leeren denken - zonder de logica of de mathesis van de
school, alzoo - zijn van negatieven en pozitieven aard.
De zeer noodzakelyke
huishoudelykheid met onze geestvermogens moet zich voor 'n groot deel
openbaren in onthouding. Tot Vrye Studie - want op dit
veld behooren deze opmerkingen te-huis - is gewis noodig dat we ons
verstand niet verdoven door "Geloof". Evenmin door sterken
drank, door onmatigheid, door slaverny onder de zinnen, door
onnatuurlyken stryd tegen gepaste aanspraken der zinnelykheid,
door toegeven in hartstocht, door luiheid. [7]
Onder de pozitieve
middelen noem ik in de eerste plaats: het uitroeien der vervloekte
gewoonte van niet-begrypen. (462) We
moeten ons doordringen van 't besef dat begrypen plicht is, en
't berusten in het tegendeel, 'n onzedelyke lafhartigheid.
[8] Elk
mysterie is 'n vyand dien de denkridder Mensch uit den zadel
behoort te lichten. Of althans hy moet dit, op-straffe van félonie, beproeven.
We zyn geboren kampioenen voor duidelykheid, voor eenvoud, voor
harmonie tusschen daad en woord, voor Waarheid.
[9]
De lieve Natuur zorgt
er voor, dat ten-allen-tyde monsters, reuzen en spoken te bestryden
blyven. Elk verjaagd wanbegrip laat vlekken na, die uitgewischt moeten
worden. Elke verklaarde verborgenheid baart nieuw mysterie. (869).
By 't lezen van elke
bladzyde, van elke zinsnede in 't groote boek dat van eeuwigheid tot
eeuwigheid wordt geschreven door de feiten, behooren wy gedurig
onszelf de vraag voorteleggen die Filippus richtte tot den
Kamerling. (Handel. VIII, vs. 30). [10]
By deze algemeene
opmerkingen, voeg ik de opgave van twee byzondere middelen, die
me voorkomen van goede werking te zyn.
Ten eerste: Men
behoort zich toeteleggen op juistheid van uitdrukking
[11] (10,
13. Het doet me genoegen dat deze beide
nummers van m'n IDEEN zoo laag zyn.) Gedachte en uitdrukking oefenen
wisselwerking op elkander uit. Wie logisch denkt, zal - by benadering
altyd - de juiste uitdrukking vinden voor z'n gedachten, althans hy
zal niet berusten in het tegendeel. [12] En, omgekeerd, de gewoonte om naar
juistheid van uitdrukking te streven, is zowel 'n krachtige spoorslag
tot logisch denken, als 'n doorgaande oefening in die
voornaamste menschenplicht.
Het tweede hulpmiddel
is, dat men zich zo dikwyls mogelyk tot taak stelle iets te verklaren
aan anderen, of zich de vraag voorlegge hoe zou ik antwoorden, indien
men op zulke verklaring aandrong? [13] Hierdoor is men genoodzaakt z'n
gedachten op korrekter wyze te rangschikken, dan wanneer zoolang wy
meenen met onszelf-alleen te doen te hebben. Hoe onwetender wy ons
daarby onzen leerling voorstellen, hoe beter. Deze methode verschaft
ons niet alleen 'n helder inzicht in 't behandeld onderwerp, maar ze
geeft ons bovendien zeer dikwyls 'n uitdrukking aan de hand die wy
misschien zonder haar niet zouden gevonden hebben, en die soms de
gevonden slotsom stempelt tot puntige spreuk. Alzoo, en tevens
byvoorbeeld: ut discas doce!
Dat ik niet beweer in
deze noot de denktheorie te hebben afgehandeld, spreekt vanzelf. Ik
zal dan ook wel genoodzaakt zyn daarop meermalen terugtekomen.
[14]
[1] We zijn aan het
begin van een kleine uiteenzetting van M. over logica en onderwijs.
Niet allen immers zyn in
de gelegenheid 'n kursus in de logika en mathesis bytewonen - wat
jammer genoeg is
Ikzelf heb me ook op deze onderwerpen
toegelegd, en vind het jammer dat ik niet weet wat M. ervan wist, al
is het me duidelijk dat hij een natuurlijke aanleg bezat maar niet
bijzonder veel kennis.
[2] "We
zyn denkdieren, kunnen denken, en voelen aandrang tot denken: sumus,
ergo cogitamus."
Naar men mag aannemen M.'s antwoord
op Descartes' "cogito ergo sum". Het geldt nog minder dan Descrates
beroemdere uitspraak.
Voor de bewering dat "ik denk dus ik
ben" kan als bewijsgrond aangehaald worden dat er als er al gedacht
wordt er daarmee in ieder geval iets is dat denkt, al staat het
daarmee niet vast dat dit ook een menselijk ik is dat zich adequaat in
talige frases laat vangen. Immers, wie dat mocht denken mag zich
toeleggen op "ik droom dus ik ben" en "ik geloof dat ik me meestal
vergis, inzake logische en existentiële problemen - dus ik ben, vast
en zeker".
De bewering dat "ik ben dus ik denk"
is nog minder overtuigend, zoals onmiddellijk duidelijk wordt uit
"Kijk, daar is een steen. Wat moet die wel niet veel te bepeinzen
hebben!" Toch komt de rest van M.'s bewering mij zinnig voor: Mensen
zijn dieren en verschillen van andere dieren omdat ze aanmerkelijk
beter kunnen denken dan andere dieren.
[3] "Denken is ons instinkt, onze behoefte, onze
roeping, ons wezen."
Aristoteles dacht dat ook, maar heeft
nooit op school gezeten in de Amsterdamse Kinkerbuurt. Voor de meeste
mensen die de kindertijd voorbij zijn is denken geen behoefte, geen
roeping en geen deel van hun wezen. Wat de meerderheid wil en de hele
menselijke geschiedenis gewild heeft zijn genot, status en macht.
Kennis heeft slechts een kleine minderheid serieus geïnteresseerd.
[4] "Misschien had ik dus
in 't vorig nummer moeten zeggen: het goed denken moet geleerd
worden."
Ook dit lijkt teveel gevraagd van de
meeste mensen. Mensen kunnen inderdaad beter leren denken door zich
toe te leggen op logica of wiskunde, maar ze zullen het niet ver
brengen zonder een aangeboren talent en dan nog is wat men leert niet
zozeer beter denken als het denken dat men toch al doe beter vorm te
geven en daardoor redeneerfouten te voorkomen.
[5] "Ieder
wezen immers dat waarneemt, opmerkt, vergelykt, afleidt, ontleedt,
meet, weegt, oordeelt en besluit... in één woord: ieder die denkt, gebruikt logika, mathesis. En dit blyft het
geval, ook al had hy nooit iets gehoord van de benamingen
waarmee men die werkzaamheden van den geest heeft gestempeld tot 'n
speciaal-studie."
Juist, althans voorzover het
menselijke wezens betreft. Hier is een korte uitleg: Alles is een
structuur; wiskunde is de wetenschap van mogelijke structuren;
wetenschap bestudeert werkelijke structuren; logica is de wetenschap
van redeneer-structuren.
Met deze uitleg wordt het ook in
beginsel duidelijk waarom óók dieren onbewust gebruik maken van
wiskunde en logica voor hun handelen, waarnemen en denken, en wel
omdat wiskundige en logische structuren onderdeel zijn van alles wat
bestaat.
Toch is er een groot logisch en
wiskundig verschil tussen mens en andere dieren: Alleen mensen zijn in
staat echte, mogelijke en zelfs onmogelijke structuren (Escher,
Magritte, logische paradoxen) symbolisch te representeren. Zie
11.
[6] "Zoo maakt ieder die zich beweegt, onwillekeurig
gebruik van gymnastische hulpmiddelen, zonder juist daarby de
wetenschap van Vater JAHN of EULER te pas te brengen.
"
Jahn was een in de 19e eeuw bekend
voorstander van gymnastiek; Euler was een geniale 18e eeuwse
wiskundige. Hoewel ... volgens de Multatuli-Encyclopedie was er ook
een gymnastiek-meester die Euler heette. Ik neem maar aan dat M. de
Freikörperkulturlehrer bedoelde, of hoe deze ook heette in zijn tijd
en taal.
[7] "Tot Vrye Studie - want op dit
veld behooren deze opmerkingen te-huis - is gewis noodig dat we ons
verstand niet verdoven door "Geloof". Evenmin door sterken
drank, door onmatigheid, door slaverny onder de zinnen, door
onnatuurlyken stryd tegen gepaste aanspraken der zinnelykheid,
door toegeven in hartstocht, door luiheid."
Dit klinkt heel braaf en is dan ook
niet waar. Het hebben en gebruiken van een werkelijk goed en
onafhankelijk werkelijk verstand staat hier overwegend los van en
lijkt vooral veroorzaakt door een combinatie van talent en karakter,
allebei meer aangeboren dan aangekweekt. (Het is onmogelijk te leren
als er geen aanleg voor is.)
[8] "We
moeten ons doordringen van 't besef dat begrypen plicht is, en
't berusten in het tegendeel, 'n onzedelyke lafhartigheid."
Ook dit is niet zo, zoals ik ook kort
uitleg bij 462
waar M. zelf naar verwijst. Er zijn nu
eenmaal grote verschillen in aangeboren menselijk begripsvermogen en
"non posse nemo obligarur".
[9] "We
zyn geboren kampioenen voor duidelykheid, voor eenvoud, voor harmonie
tusschen daad en woord, voor Waarheid."
M. had een optimistische bui toen hij
dit idee schreef. Een vrijmoedige blik op de menselijke geschiedenis
leert dat althans wat de meerderheid betreft eerder iets als het
tegendeel waar is: Geboren kampioenen van onduidelijkheid, gemaakte
ingewikkeldheid, disharmonie tussen woord en daad, en levende leugens
opgetrokken uit eigenbelang en onvermogen.
[10] "By 't lezen van elke
bladzyde, van elke zinsnede in 't groote boek dat van eeuwigheid tot
eeuwigheid wordt geschreven door de feiten, behooren wy gedurig
onszelf de vraag voorteleggen die Filippus richtte tot den
Kamerling. (Handel. VIII, vs. 30)."
Mijn King James Bible geeft:
And Philip ran thither to him, and
heard him read the prophet Esaias, and said, Understandest thou what
thou readest?
[11] "Ten eerste: Men
behoort zich toeteleggen op juistheid van uitdrukking
"
Ja, dit is een goede raad. Wie om te
beginnen al niet de juiste termen gebruikt voor z'n ideeën zal niet
ver komen bij het trachten te verwerven van waarachtige begrippen.
[12] "Wie
logisch denkt, zal - by benadering altyd - de juiste uitdrukking
vinden voor z'n gedachten, althans hy zal niet berusten in het
tegendeel."
Dit is zinniger dan niet, vooral
indien overwogen wordt dat een logisch waarachtig oordeel vaak - maar
zeker niet: altijd - neerkomt op: "Ik weet dat ik niet genoeg weet om
hierover een stellig waar oordeel te kunnen vormen." En inderdaad is
de meest stellige kennis die men kan hebben de kennis dat men tekort
schiet in kennis.
[13] "Het tweede hulpmiddel
is, dat men zich zo dikwyls mogelyk tot taak stelle iets te verklaren
aan anderen, of zich de vraag voorlegge hoe zou ik antwoorden, indien
men op zulke verklaring aandrong?"
Ook dit is zinniger dan niet, maar
vaak niet erg toepasbaar, door een gebrek aan welwillend en
intelligent gehoor. Een beter advies is dan ook: Test je eigen ideeën
en vermogens door je ideeën uit te schrijven in helder Nederlands, van
een kwaliteit die zo voorgedragen zou kunnen worden aan een
willekeurig geïnteresseerd en bekwaam gehoor.
[14] "Dat
ik niet beweer in deze noot de denktheorie te hebben afgehandeld,
spreekt vanzelf. Ik zal dan ook wel genoodzaakt zyn daarop meermalen
terugtekomen."
Jammer genoeg kwam hier niet veel van
terecht. Trouwens, wie hier een laatdunkend gezicht wil trekken en
spreken van Multatuli's gebrekkige kennis inzake "denktheorie"
heeft een goedkoop en beperkt inhoudelijk gelijk - én niet het minste
benul van het vele armzaligs dat door M.'s tijdgenoten over het zelfde
onderwerp ten beste werd gegeven.