Idee 200.                                         


We hebben zeden uitgevonden, we passen die toe, we beweren die te moeten handhaven... zeden welke in aanhoudende stryd zyn met de hoofdwet der Natuur.

We meenen die Natuur te moeten tegengaan in haar streven.

We willen haar dwingen tot stilstand waar ze beweging eischt. Tot alleenzyn, waar ze haakt naar verbinding. Tot scheiding, waar ze aandringt op vereeniging. We dringen ons als plicht op, die Natuur te verkrachten.

Deze verkrachting - of de voortdurende vruchteloze poging daartoe - noemen we Deugd.

Onze geheele opvoeding van de meisjes is 'n moorddadige opstand tegen het goede.


Dit IDEE is gericht tegen de opvoeding van meisjes en de beperkte mogelijkheden van volwassen vrouwen in 't krampachtig hypocriet-christelijke Nederland van de 19e eeuw.

In 't algemeen moet echter opgemerkt worden dat wie aan een menselijk maatschappelijk leven deel wil nemen zich moet weten te beheersen in allerlei opzichten, en dat dit beheersen aangeleerd moet worden, en vele jaren leertijd neemt.

Dit is zo ongeacht wat men vindt van wat maatschappelijk als wenselijk en onwenselijk gedrag, ideeŽn en waarden wordt gehandhaafd en onderwezen. En in normale maatschappelijke termen zijn die mensen deugdelijk die zich gedragen volgens de normen die in die maatschappij publiek gehandhaafd en onderwezen worden. (Zie ook 423.)

Een volgend fundamenteel algemeen probleem wat betreft deugd en deugdzaamheid is dat zeer veel menselijk gedrag oneerlijk is in de zin dat een feitelijk acteur een rol speelt vanwege de voordelen die het spelen van die rol biedt, en niet omdat ie de rol zo of Łberhaupt zou spelen zůnder de beloning die aan 't spelen ervan verbonden is.

Additionele complicaties hierbij zijn dat mensen geen enkele keus hebben over het waar en hoe geboren worden, en gedwongen zijn tal van maatschappelijke rollen te gaan spelen willen ze overleven, en zichzelf ook gewoonlijk definiŽren en beleven als (bekleders van) maatschappelijke rollen: Men "is" arts, advocaat, matroos, huisvrouw of koningin, en een groot deel van de rol die men "is", naar eigen zeggen, bestaat uit allerlei poses, leugens, valse gebruiken, beroepsoplichterijen, waar de grote meerderheid van de rolbekleders zich met verve van kwijten, zonder daar 't minste probleem mee te hebben, eenvoudig omdat "men" - en in 't bijzonder: de eigen collegaas en voorlieden - hetzelfde doen, dit voordelen en inkomsten biedt, en veiligheid tegen achterklap gericht tegen ieder die durft af te wijken van wat de doorsnee goed en wenselijk acht.

Om terug te keren tot M.'s feitelijk onderwerp, de positie van vrouwen en meisjes in de 19e eeuw in Nederland (en dan, gezien z'n publiek en hoe de toenmalige Nederlands maatschappij georganiseerd was: vooral in de hogere standen):

't Is ongetwijfeld waar dat vrouwen achtergesteld werden; dat meisjes zeer bekrompen en streng werden opgevoed en werden dom gehouden; dat alles wat te maken had met sexualiteit en de omgang der geslachten opzettelijk verduisterd en verhuicheld werd; en dat de toenmalige Nederlandse maatschappij een broeinest van achterbaks gehuichel, verwrongen, verdrongen, ontkende sexualiteit, en valse, schijnheilige religieuse pretenties moet zijn geweest, die 't leven van de vrijwel iedereen tot een overwegend zeer saaie bekrompen vervalste en gehuichelde o-zo-fessoendelijke tragi-komedie maakte.

En 't is ook ongetwijfeld waar dat sindsdien zeer veel verbeterd is, maar - en dit is een interessant punt wat betreft menselijke mogelijkheden tot verbetering:

De vooruitgang is vooral te danken aan de feitelijke grote verbetering in anti-conceptie middelen en met de wijde verkrijgbaarheid daarvan, die samenhangt met overige maatschappelijke en wettelijke veranderingen.

En dit lijkt een algemeen geschiedkundig feit: Er is vrijwel of totaal geen morele vooruitgang of achteruitgang in de zeden (maar soms wel in de wetten!), en de meeste feitelijke vooruitgang is overwegend resultaat van toegenomen wetenschappelijke beheersing der Natuur en de daarmee samenhangende technologie.

Een tweede punt dat aangestipt moet worden in verband met "de positie der vrouw" is dat het resultaat van meer dan 100 jaar feminisme aangetoond heeft dat de gemiddelde vrouw geen haar beter is dan de gemiddelde man, en exact hetzelfde wil: Macht, status, en geld, en - "menschlich-allzumenschlich" - bereid is daar zeer omstandig voor te liegen en bedriegen, o.a. met de pretentie dat "de vrouw" of "vrouwen" betere wezens zijn dan "de man" of "mannen".

Idee 200.