Idee 165.                                       


Elk voorwerp bestaat uit de som van z'n eigenschappen. De som der eigenschappen van de Noodzakelijkheid stelt 'n nheid daar, die we by benadering trachten uittedrukken door allerlei naamwoorden met het versterkend al  ervoor. Alwysheid, algoedheid, almacht, alwetendheid... ja, hoe onwetend ook, is toch diezelfde Noodzakelykheid in zekeren zin alwetend.

Voeg den inhoud van twee zakken meel bij elkaar. In den eersten zak waren x meelstofjes. In den tweeden x + (of -) y. Na 't byeenvoegen zullen er samen zijn juist: 2 x + (of -) y.

Ja, maar er zyn stofjes gebroken, gedeeld... de Noodzakelykheid weet dat precies en heeft voor elk stofje dat gekneusd werd, gebroken in byv. 100 deelen, 99 stofjes meer berekend.

Maar er zyn stofjes verloren gegaan, d.i. verwyderd. De Noodzakelykheid heeft ze behoorlijk afgetrokken.

Een boekhouder, een redenaar, kan zich vergissen. De Noodzakelykheid nooit.

Ander voorbeeld. Gegeven 'n schip met zveel diepgang, zveel tegenstand, zveel zeilen, enz. De wind blaast op die zeilen met gegeven kracht, en uit 'n gegeven hoek. Stel alle noodige opgaven bekend, dat ze niet kunnen wezen omdat er zooveel faktoren aan ons gebrekkig waarnemingsvewrmogen ontbreken. Wordt gevraagd: de snelheid van het vaartuig?  Die berekening is niet gemakkelyk, en wat volkomen juistheid aangaat onmogelyk. De Noodzakelykheid weet het. Haar ontsnapt niets. Zy brengt alles in rekening, tot de wryving van 't vischje dat zich schuurde tegen 't scheepsboord, tot den invloed van den wind op 'n hoofdhaar van den schepeling, tot den tegenstand van 'n zwevend schuimbolletje voor den boeg, tot de verplaatsing van 'n atoom gas in de lading... alles! Zy weet de snelheid waarmee 't schip zich moet bewegen volgens de hr alleen bekende gegevens, en ze noemt die snelheid, drukt ze uit: door het feit !

De klacht in 162 is dus ongegrond, daar geen wezen zoo redelyk zou kunnen zyn, als de logika der feiten, die de Rede-zelf is. Dat smachten naar 'n persoonlyken God is opstand tgen de Rede. Ik kom daarvan dan ook reeds in 177 terug. Myn "Gebed van den Onwetende" is nog met die ziektestof besmet. 't Is inderdaad niet gemakkelyk zich te onttrekken aan den invloed der biologie waarmee men onze jeugd bedierf! Het zyn juist de oprechtste gemoederen die 't meest onder dien overgang lyden. Lauwe geloovers wagen zich niet aan de vermoeienis van twyfel, en slechts uit 'n zeer hooge maat van innige religie kan men den moed scheppen tot het loochenen van Gods bestaan. Niets is ongodsdienstiger dan vasthouden aan 't Geloof. Als er 'n God ware, zou hy de eerste zyn, die 't kwalyk nam.


Terminologisch voorafje: Hier en elders in de IDEEN bedoelt M. met "biologie": hypnose.

Dat "Elk voorwerp bestaat uit de som van z'n eigenschappen" lijkt me waar, maar het is een probleem precies te zeggen wat 't betekent, vooral wanneer 't zo is dat althans sommige van de eigenschappen van het voorwerp bestaan door de eigenschappen van andere omringende dingen, waarvoor weer 'tzelfde geldt. Doorredenerend komt men - en Multatuli - dan snel tot de stelling dat in en bij ieder voorwerp alle andere voorwerpen en al hun eigenschappen betrokken zijn, en dat wat hier op aarde gebeurt intiem verwant is aan de bewegingen van een helium-atoom ergens in Betelgeuze. Dit laatste geloof ik zelf niet, maar ik zal op een andere plaats uitleggen waarom niet.

Hier merk ik nogmaals op dat M. er wijs aan had gedaan van "Natuur" i.p.v. "Noodzakelijkheid " te spreken, o.a. omdat ik meen dat de Natuur naast noodzakelijke ook toevallige relaties en eigenschappen bezit. (Dit maakt natuurkunde en de werkelijkheid een stuk ingewikkelder, en lijkt natuurkundig nodig i.v.m. quantum-mechanica.)

Vervolgens, wat betreft de veelvuldig veronderstelde Goddelijke "Alwysheid, algoedheid, almacht, alwetendheid": De mens is in meerderheid een totalitaire ideologische aap, en dat verraadt zich ook in de Goden die de grote meerderheid van de mensen beliefden te aanbidden: Voor minder dan een ALwetend, ALmachtig, ONEINDIG goed Heerser van 't Heelal wentelen menselijke gelovigen zich gewoonlijk liever niet in 't stof - als men zich als kwasi-nederig mens dan al als Godsminnend en -vrezend masochist door 't stof wentelt, dan bij voorkeur voor een ALmachtige, ALwetende.

Hier is veel over te zeggen, maar ik beperk me tot twee punten:

  • Een groot deel van die met zoveel graagte aangenomen Goddelijke perfecties kan verklaard worden uit de aanname dat een God in feite een projektie is van 't menselijk zelf, dat zich ook zo graag als veel beter beschouwt dan het is: Wie een God liefheeft bemint in feite zichzelf in de vorm van een gedealiseerd heerser van AL dat is - dus op een nogal kinderlijke of puberale wijze.
  • De oude Grieken en Chinezen waren slim genoeg om geen superperfecte Goden aan te nemen die alles - tot aan het doodvallen der mussen toe - bestierden. Voor de oude Grieken waren er Goden, maar meer in de vorm van een soort supermensen, inclusief allerlei menselijke tekortkomingen, dan in de vorm van iets alwetends almachtigs. En de oude Chinezen hadden al helemaal weinig lust in 't aannemen van een persoonlijk maker van 't universum, dat ze kennelijk voor een stuk raadselachtiger hielden dan zich laat projecteren uit 't menselijk gemoed.

Het voorbeeld van 't schip dat M. geeft is weer fraai gevonden, en maakt iets duidelijk dat zeer velen - inclusief wetenschappers - minder duidelijk is dan 't verdient te zijn:

ALLE wetenschap is gebaseerd op verregaande abstractie en simplificatie van wat is. En n van de systematische mysteries van natuurlijke processen is dat ze de uitkomst zijn van zr vele gelijktijdig verlopende processen: Wat er gebeurt in een willekeurige kubieke decimeter bosgrond is vele ordes van grootte ingewikkelder, subtieler, rijker, mooier en onoverzichtelijker dan de hele wereldeconomie (het gedijen waarvan zoveel bosgrond tot doods woestijnzand maakt).

Vervolgens: M.'s fraaie uitdrukking dat de Natuur zich uitdrukt door de feiten waarin ze bestaat, en dat er een "logika der feiten" is, loopt weer vooruit op de 20ste eeuwse analytische filosofie.

Maar ik ben 't niet met M. eens dat "de logika der feiten (..) de Rede-zelf is": De menselijke rede is 't menselijk denkvermogen, dat de werkelijkheid waar 't deel van uitmaakt tracht te doorgronden. Deze menselijke rede is aan de ene kant kleiner en bescheidener dan het Al waar 't deel van is en dat 't tracht weer te geven, en aan de andere kant groter en anders:

Alleen de speculerende menselijke rede bevat onmogelijkheden, negaties, onverwerkelijkte mogelijkheden en zo meer: de Natuur IS alleen, en bevat geen onmogelijkheden, geen positieve tegenhangers van de vele miljoenen valse beweringen die mensen geloven (anders dan het ontbreken van wat met dat geloof zou korresponderen wanneer 't waar geweest zou zijn), en wellicht geen onverwerkelijkte mogelijkheden.

Hier zeg ik overigens niet dat de menselijke rede geen deel van de Natuur is, en wel dat de menselijke rede capaciteiten en eigenschappen bezit die elders in de Natuur f niet f niet in die mate en vorm bestaan, en dat dit samenhangt met het menselijk vermogen te kunnen denken en weergeven middels bewust symboolgebruik (dus: willekeurige conventies zus als voorstelling van of teken voor zo te gebruiken).

Tenslotte ben ik 't eens met M.'s "Niets is ongodsdienstiger dan vasthouden aan 't Geloof. Als er 'n God ware, zou hy de eerste zyn, die 't kwalyk nam." En in feite staan van alle geloven waar ik weet van heb 't Taoisme en Boeddhisme mij het minst tegen, omdat ze niet of nauwelijks genteresseerd zijn in God of Goden, en zich vrijwel volledig richten tot de mens, z'n tekortkomingen, z'n illusies en z'n mogelijkheden. (Was ik een God dan zou ik tot mensen zeggen: 't Allerlaatste waar wezens als jullie je mee bezig moeten houden zijn mijn Goddelijke hoedanigheden of bestaan, aangezien IK vrijwel volledig buiten jullie begripsvermogens val, en 't allereerste waar wezens als jullie je mee bezig moeten houden zijn de eigenschappen van jullie zelf en de dingen in jullie eigen omgeving. Als er niets meer in jullie eigen omgeving of aan jullie zelf te begrijpen of verbeteren valt, misschien is dan de tijd aangebroken eens over Goden te peinzen - al lijkt Mij dat dan nogal futiel.)

Idee 165.