Idee 158.                                       


Ik wil iets zeggen over humor, en wat daarby behoort. Alle definitiën zyn moeielyk. (10, 13) Verbeeld u dat de maanbewoners, die geen onderlyf hebben, geen beenen en geen voeten - omdat er geen maanbewoners zyn - verbeeld u dat zoo'n maanbewoner, die als 't gevolg van 't gemis dier dingen - wellicht ook uit gebrek aan existentie - nooit 'n stoel gezien had, u vroeg: wat is by u, aardlingen, 'n stoel? Ik zou 't hem niet kunnen uitleggen. Of, als hy tevreden was met myn uitlegging, zou 't alleen bewyzen dat-i even weinig verstand had van "bepalingen" als van stoelen.  [1]

Toch kan ik u - nagenoeg altyd - zeggen wat humor is. Humor is 't weergeven van de Natuur, anders niet. Dit is zeer eenvoudig. Maar als 't ingewikkeld was, zou 't primo: niet waar wezen, en secundo: dan had ik 't niet behoeven te zeggen, want ingewikkelde waarheden zyn van algemeene bekendheid. Zie de man die met z'n kind voor me uitging te Brussel, en vele andere mannen en kinderen.  [2]

Humor is 't weergeven van de Natuur. De Natuur-zelf namelyk is zeer humoristisch. Ja, zy is alleen humoristisch, en meer nog, ze is altyd humoristisch. Dat zal ik straks aantonen. Wat wy humor noemen, is slechts een kopie daarvan. [3]

Dat weergeven van de Natuur kan geschieden op velerlei wyze. Men doet het in klanken, in kleur, in vormen, in blik, wenk, gebaar, kortom, we kunnen die Natuur konterfeiten op zooveel manieren als we middelen hebben om 'n indruk meetedelen.  [4]

Waarin bestaat nu de humor van de Natuur? In haar domheid in verband met haar algemeenheid.  [5]

Haar domheid. De Natuur is zoo dom als elk ander werktuig dat naar vaste afmetingen, naar bepaalde - neen, naar gegeven krachten: hakt, snydt, stampt, drukt, heft, draait, maalt, samenstelt, verbryzelt. Zoo'n werktuig is schoon, zegt ge? Ja, als werktuig. Dat is:'t blyft en werktuig, meer niet. 't Is een tuig dat werkt, of juister: dat door zekere kracht wordt gedwongen zich zóó te bewegen als noodzakelyk is voor 'n doel, dat geheel en al ligt buiten 't bewustzyn van dat tuig zelf. Er zou juistheid liggen in de uitdrukking: 't horloge wordt gelopen. [6]

In 'n kooperplettery ziet men, onder andere toepassing van de stoomkracht, 'n groote schaar die voortdurend gaapt en hapt. Als men niets daartusschen steekt knipt zy de lucht. Doch haar eigenlyke bestemming is kooperen platen doorteknippen, dat ze dan ook trouw doet zonder 't minste blyk te geven dat ze 't verschil begrypt tusschen die platen en de lucht. Reik die schaar een papiertje toe, ze knipt het. Een boek, ze knipt het. Men kan haar niet aanzien dat ze onderscheid maakt tusschen 'n taaie preek of 'n onsamenhangende redevoering. [7]

Ga verder nog. Ge bezoekt met dames die plettery. De schaar knipt... knipt...

Dat meisje naast u is achttien jaar. Ze is lief, bevallig, haar middel zoudt ge omspannen.

Vat haar de hand tusschen duim en vinger van de linkerhand, gryp haar met uw rechterhand by de enkels, houd haar horizontaal, strek ze vooruit, breng de taille die ge zoo lief vond...

De schaar knipte... knipte lucht, gedurende den tyd dien ge noodig had om 't lieve kind optenemen.

Breng haar - maar voorzichtig, want als gy de schaar aanraakt zoudt ge u bezeeren - breng haar op 't oogenblik als de beide lemmetten den grootstmogelyke hoek vormen, als de schaar gaapt...

Wacht even... deze keer is het te laat... ze sluit zich alweer, en knipt nogeens lucht, die volstrekt geen hinder heeft van 't knippen...

Nu is het tyd... nu... juist... daar hebt ge 't!

Het meisje is doorgeknipt. Ge houdt in elke hand 'n helft, en de schaar heeft al vyf maal lucht geknipt, met dezelfde onverschilligheid, voor ge tyd hadt die twee helften weer byeen te brengen, en u met het doorgeknipte kind te verwonderen over de werktuigelyke domheid van die schaar, die niet weet wat ze knipt. Zoo dom als die schaar is de Natuur.  [8]

De Natuur is algemeen. Haar domheid hebben we gezien in de koperplettery. Om u opmerkzaam te maken op sw algemeenheid der Natuur, noodig ik u uit tot een bezoek aan 't verkoophuis, of beter aan 'n bataviasche toko. Voor niet-Indiërs moet ik hier even zeggen dat het woord winkel, dat eigenlyk beteekent: inspringende hoek, stamt uit den tyd toen de ruimte tusschen twee uitspringende vleugels van 't een of ander gebouw gebruikt werd tot het verkoopen van goederen. Liefst koos men daartoe kerken, wyl die door den kruisvorm en de uitstekende kapellen, de mooie "winkels" vormden. Dit in 't voorbygaan.  [9]

In 'n winkel verkoopt men iets, een soort van goederen. In 'n toko verkoopt men allerlei soorten, alle goederen, alles. Vraag naar schoensmeer, ham, tandpoeder, muzenalmanakken, dominees-portretten, bonhommes, duikelaartjes, schaatsen, rouwlint, aandeelen in 'n schip of kuitgespen - dat alles levert u 'n rechtgeaarde toko.

Zoo'n toko is de Natuur: Zy heeft in haar oneinidig magazyn: alles! Lucht, zee, leven, liefde, zwaarte, ziekte, vreugd, schoonheid, karakter, pyn, klank, spoed, traagheid, kracht, groei, ontbinding, dood. 't Doet er niet toe of ze dat alles teweegbrengt door één middel: beweging, even als 't ons onverschillig is of 't verkoophuis z'n waren ontvangt uit één fabriek. Genoeg, die waren zyn er.  [10]

Maar in 't groote verkoophuis van de Natuur ligt alles door elkander. De polichinel zit schrylings op den nek van 't bronzen vrouwtje dat haar kind beweent. Napoleon in gips staat tusschen twee spellen kaarten, en 'n flesch konjak is gewikkeld in 'n traktaatje van de afschaffers.  [11]

Want de Natuur is dom. Ze heeft geen verstand van étalage. Daardoor is ze humoristisch, en wie dat goed nateekent is 't ook.  [12]


[1] "Ik wil iets zeggen over humor, en wat daarby behoort. Alle definitiën zyn moeielyk. (10, 13) Verbeeld u dat de maanbewoners, die geen onderlyf hebben, geen beenen en geen voeten - omdat er geen maanbewoners zyn - verbeeld u dat zoo'n maanbewoner, die als 't gevolg van 't gemis dier dingen - wellicht ook uit gebrek aan existentie - nooit 'n stoel gezien had, u vroeg: wat is by u, aardlingen, 'n stoel? Ik zou 't hem niet kunnen uitleggen. Of, als hy tevreden was met myn uitlegging, zou 't alleen bewyzen dat-i even weinig verstand had van "bepalingen" als van stoelen."

Dit IDEE is niet de eerste noch de laatste verhandeling over humor, en ik vermoed dat M.'s definitie - die volgt - enigszins "tongue in cheek" is. Hij zegt ook expliciet "Alle definitiën zyn moeielyk" wat waar is, althans als we 't over zinnige, heldere en bruikbare definities hebben.

Dit geldt ook de definitie van "definitie". Een bruikbare (maar onvolledige) definitie van "definitie" is:

Een definitie van een uitdrukking is een aanname dat in een zekere tekst deze uitdrukking dezelfde betekenis heeft als een andere uitdrukking en beide uitdrukkingen overal door elkaar kunnen worden vervangen in de tekst.

Hoe 't zij, in de eerste paragraaf zien we een van M.'s eigenaardigheden: Logisch doorredeneren.

En M. heeft gelijk dat het moeilijk is een heldere, zinnige en bruikbare definitie van de term "stoel" te geven, die erin slaagt alles of in ieder geval een groot deel van wat mensen stoelen believen te noemen af te grenzen van wat mensen geen stoelen believen te noemen - en zag dit, en veel andere talige, met waarheid, betekenis, paradoxen, logica en waarschijnlijkheid samen hangende problemen zeer veel helderder in dan de meeste filosofen van z'n tijd.

Dit is één van de redenen dat ik 'm voor een groot filosoof houd: Z'n aandacht voor taal, logica en waarschijnlijkheid gaat veel dieper dan van de meeste van z'n tijdgenoten, filosoof of niet, en komen dicht in de buurt van overwegingen van 20ste eeuwse zogeheten analytische filosofen.

En overigens had Multatuli een logisch hoofd, een vermogen tot werkelijk logisch redeneren, waar geen enkele andere Nederlandse schrijver aan kan tippen.

"Bepalen" is een ander woord voor "definiëren", en het onderwerp van (10).


[2] "Toch kan ik u - nagenoeg altyd - zeggen wat humor is. Humor is 't weergeven van de Natuur, anders niet. Dit is zeer eenvoudig. Maar als 't ingewikkeld was, zou 't primo: niet waar wezen, en secundo: dan had ik 't niet behoeven te zeggen, want ingewikkelde waarheden zyn van algemeene bekendheid. Zie de man die met z'n kind voor me uitging te Brussel, en vele andere mannen en kinderen."

Als dit waar zou zijn, dan is iedere waarachtige weergave, ook van de meest tragische of weerzinwekkende of lelijke of gruwelijke gebeurtenissen een voorbeeld van humor. Dit is waarom ik hierboven zei dat M.'s definitie waarschijnlijk enigszins "tongue in cheek" is.

Ikzelf zeg liever - zonder 't onderwerp te pretenderen volledig te behandelen:

Een voorstelling of verhaal is humoristisch wanneer 't een onverwacht licht werpt op een onderwerp dat een kern van waarheid bevat.

De stelling dat  "ingewikkelde waarheden zyn van algemeene bekendheid" is een fraai sarcasme voor: Wat van algemene bekendheid heet bestaat overwegend uit illusies.

En dit moet zo zijn volgens iedere lezer die na kan denken, ongeacht wat ie voor waar en onwaar houdt, omdat ie het voor waar moet houden dat de meeste mensen in de wereld nogal àndere ideeën hebben over wat waar, onwaar, goed, slecht, mooi en lelijk zou zijn, en waarom dat zo zou zijn, dan de ongetwijfeld voortreffelijke lezer(es) zelf heeft.


[3] "Humor is 't weergeven van de Natuur. De Natuur-zelf namelyk is zeer humoristisch. Ja, zy is alleen humoristisch, en meer nog, ze is altyd humoristisch. Dat zal ik straks aantonen. Wat wy humor noemen, is slechts een kopie daarvan."

De Natuur lijkt mij noch "alleen humoristisch" noch "altyd  humoristisch", vanwege het in [2] gezegde.

Vervolgens, wat betreft "weergeven": De oude Grieken hadden een theorie over kunst die aangeduid wordt met het Griekse woord "mimesis" dat "imitatie, namaak" betekent: Goede kunst zou een goede weergave, imitatie, kopie van een werkelijk iets zijn.

Net als M.'s definitie van "humor" kan dit hooguit een deel van de zaak waarop 't slaat dekken, omdat kunst, voorzover 't de werkelijkheid al weergeeft of tracht weer te geven, dat vooral doet door selectieve weglating, accentuering, opzettelijk aanzetten van kontrasten, overdrijving etc.

In die zin is realistisch bedoelde kunst niet zozeer navolging van de natuur - "natura artis magistra" is waarachter over technologie dan over kunst - maar herscheppen, en dan niet herscheppen in werkelijkheid, wat de toegepaste wetenschap beoogt, maar in fantasie, door iets te maken dat iets voorstelt, iets verbeeldt, dat beter - of anders: intenser,  dramatischer - is dan de werkelijkheid waarnaar 't verwijst, maar niet is, noch tracht te wezen, omdat het welbewuste fantasie is.

Een definitie van kunst met enige zin is dus: Kunst is toegepaste, beheerste en gecultiveerde materieel vormgegeven bewuste menselijke fantasie.


[4] "Dat weergeven van de Natuur kan geschieden op velerlei wyze. Men doet het in klanken, in kleur, in vormen, in blik, wenk, gebaar, kortom, we kunnen die Natuur konterfeiten op zooveel manieren als we middelen hebben om 'n indruk meetedelen. "

"Weergeven" (deftiger: representeren) is één van de fundamentele capaciteiten van hersens is die in staat zijn zowel aspecten van het lichaam waar 't de hersens van zijn als van de omgeving weer te geven. Zie onder 11 voor 'n schets van een fundamentele theorie hiervan.

Maar wat M. zegt is enigszins verwarrend, want "klanken", "kleur", "vormen" zijn 't alleralgemeenst wat weergegeven kan worden, terwijl "blik, wenk, gebaar" een stuk ingewikkelder zijn, omdat het pogingen zijn de aandacht van een ander op iets te richten (dat bovendien niet in de omgeving hoeft te zijn: 't Kan voldoende zijn dat de ander iets gelooft waarop de aandacht gevestigd wordt).

Tenslotte, wat betreft "we kunnen die Natuur konterfeiten op zooveel manieren als we middelen hebben om 'n indruk meetedelen": Juist, en het aantal manieren is een goede index van de mentale vermogens die men heeft: Evenveel als men kan gebruiken om ideeën en ervaringen weer te geven. En 't is een interessant menselijk feit dat deze vermogens individueel nogal verschillen, en dat de grote meerderheid van de mensheid weinig talent heeft voor de taal waarin de Natuur zichzelf schrijft: wiskunde.


[5] "Waarin bestaat nu de humor van de Natuur? In haar domheid in verband met haar algemeenheid."

Die "domheid " en "algemeenheid" zijn toch vooral eigenschappen van de dode Natuur, niet de levende. Zie verder [12]


[6] "Haar domheid. De Natuur is zoo dom als elk ander werktuig dat naar vaste afmetingen, naar bepaalde - neen, naar gegeven krachten: hakt, snydt, stampt, drukt, heft, draait, maalt, samenstelt, verbryzelt. Zoo'n werktuig is schoon, zegt ge? Ja, als werktuig. Dat is:'t blyft en werktuig, meer niet. 't Is een tuig dat werkt, of juister: dat door zekere kracht wordt gedwongen zich zóó te bewegen als noodzakelyk is voor 'n doel, dat geheel en al ligt buiten 't bewustzyn van dat tuig zelf. Er zou juistheid liggen in de uitdrukking: 't horloge wordt gelopen."

De termen "hakt, snydt, stampt, drukt, heft, draait, maalt, samenstelt, verbryzelt" zijn zorgvuldig gekozen, en verwijzen allen naar dingen die kunnen plaatsvinden zonder dat er "'n doel" is te hakken, snijden, stampen etc. van wat ""hakt, snydt, stampt " enz.

Het is een interessant feit dat er nogal wat zeer alledaagse termen zijn die wèl een dergelijk doel veronderstellen, en dit zijn gewoonlijk termen voor zogeheten propositionele attituden als geloven, weten, denken, willen, wensen, hopen, vrezen, proberen enz.

De reden dat "Er zou juistheid liggen in de uitdrukking: 't horloge wordt gelopen" is dat 'n horloge geen enkel besef heeft van wat 't doet; geen enkele bedoeling of wens heeft de tijd aan te geven; en niet het minste zelfbewustzijn heeft. Hier ligt een diep probleem, waarop ik o.a. inga met mijn opmerking 17 bij Leibniz' Monadologie.

Het diepe probleem is in feite:

Hoe kan levende Natuur, met doelen, wensen, geloven, gevoelens, verwachtingen ontstaan uit dode Natuur, waaruit het samengesteld is, die juist gekenmerkt wordt door het ontbreken van doelen, wensen, geloven, gevoelens en verwachtingen?


[7] "In 'n kooperplettery ziet men, onder andere toepassing van de stoomkracht, 'n groote schaar die voortdurend gaapt en hapt. Als men niets daartusschen steekt knipt zy de lucht. Doch haar eigenlyke bestemming is kooperen platen doorteknippen, dat ze dan ook trouw doet zonder 't minste blyk te geven dat ze 't verschil begrypt tusschen die platen en de lucht. Reik die schaar een papiertje toe, ze knipt het. Een boek, ze knipt het. Men kan haar niet aanzien dat ze onderscheid maakt tusschen 'n taaie preek of 'n onsamenhangende redevoering."

Hier begint in feite M.'s definitie van "humor" middels een parabel, een vertelling, een geschiedenis, zoals hij zeer graag en goed deed. Dergelijke begripsbepalingen zijn zelden logisch volledig sluitend, maar vaak veel helderder en informatiever dan een volledig sluitend pedant betoog.


[8] "Het meisje is doorgeknipt. Ge houdt in elke hand 'n helft, en de schaar heeft al vyf maal lucht geknipt, met dezelfde onverschilligheid, voor ge tyd hadt die twee helften weer byeen te brengen, en u met het doorgeknipte kind te verwonderen over de werktuigelyke domheid van die schaar, die niet weet wat ze knipt. Zoo dom als die schaar is de Natuur."

Is het doorknippen van dit meisje nu humor? Nee, want wie dit werkelijk deed zou voor pathologische sadist doorgaan. En M. geeft vrijwel direct aan dat hij niet iets werkelijk gebeurds beschrijft, want hij zegt "voor ge tyd hadt die twee helften weer byeen te brengen, en u met het doorgeknipte kind te verwonderen" - en het humoristische van 't voorbeeld schuilt 'm in de onverwachte toepassing van werktuigelijke domheid.

Maar precies de toevoeging, die fysiek onmogelijk is, maakt duidelijk dat humor niet alleen "'t weergeven van de Natuur, anders niet." is: Zie [2].


[9] : "De Natuur is algemeen. Haar domheid hebben we gezien in de koperplettery. Om u opmerkzaam te maken op sw algemeenheid der Natuur, noodig ik u uit tot een bezoek aan 't verkoophuis, of beter aan 'n bataviasche toko. "

't Beeld van "toko" voor Moeder Natuur is weer fraai gevonden, precies omdat een toko een allegaartje is, maar of M.'s verklaring van de term "winkel" juist is betwijfel ik.


[10] "Zoo'n toko is de Natuur: Zy heeft in haar oneinidig magazyn: alles! Lucht, zee, leven, liefde, zwaarte, ziekte, vreugd, schoonheid, karakter, pyn, klank, spoed, traagheid, kracht, groei, ontbinding, dood. 't Doet er niet toe of ze dat alles teweegbrengt door één middel: beweging, even als 't ons onverschillig is of 't verkoophuis z'n waren ontvangt uit één fabriek. Genoeg, die waren zyn er."

Dat Moeder Natuur haar talrijke wonderen verricht doordat "ze dat alles teweegbrengt door één middel: beweging" was een populair denkbeeld onder 19e-eeuwse fysici. Het lijkt mij een onterechte simplificatie, maar 't is moeilijk zinnig aan te geven welk soort structuren toegevoegd moeten worden om zowel de bewegingen, als de dingen en de oorzaken van 't bestaan van de dingen en bewegingen te beschrijven die in de Natuur aangetroffen worden.

En hier ligt dan ook weer een diep probleem: De opsomming die M. levert bij "alles! " valt in feite - dunkt me - in drie klassen uiteen: Lucht, zee, zwaarte, klank, spoed, traagheid, kracht, bestonden voordat er levende natuur was; leven, ziekte, pyn, groei, ontbinding, dood, ontstonden met de levende natuur; terwijl liefde, vreugd, schoonheid, karakter, een zekere mate van bewuste reflectie op gegeven ervaringen veronderstellen (zoals 't besef dat al dit lieflijks vreugde-gevend schoons en karaktervols allemaal ànders zou hebben kunnen zijn dan 't is of schijnt: wie geen enkel alternatief kent, voelt, begrijpt of ziet voor wat 'm overkomt heeft weinig reden tot vreugde of angst, en weinig aanleiding voor gevoel, dat immers vooral samenhangt met het maken van keuzes).

Voor de filosofische slimmerds onder mijn lezers trouwens: Er was klank voordat er oren waren om te horen, want klank is luchtverplaatsing. Oren doen klanken weerklinken, zoals ogen vormen en licht zichtbaar maken. (De welbekende boom van Bishop Berkeley, die 't onfatsoen had te vallen in een oerbos waar geen oren waren z'n val te horen, maakte wel degelijk geluid. Dat niet gehoord werd, bij afwezigheid van oren.)

Hoe het zij, M. verwisselde, verwarde of nam in ieder geval onder een term - "Natuur" - samen wat verschilt: dode natuur, levende natuur, en denkende natuur. (Dieren denken ook, want mensen zijn dieren, en andere dieren - bevers, bijen, nestvogels - kunnen wel degelijk nadenken en doelmatig en planmatig handelen. Maar taal hebben ze niet, behoudens fragmentarische signaal-systemen, en wiskunde ook niet.)

Ik ben 't met M. eens dat mensen deel van de Natuur zijn, maar geloof niet dat er op dit moment enige behoorlijke theorie is van wat leven is, van wat geest, gevoel, intelligentie of betekenis is, en dat dit een fundamenteel filosofisch (en psychologisch en logisch) probleem is.


[11] "Maar in 't groote verkoophuis van de Natuur ligt alles door elkander. De polichinel zit schrylings op den nek van 't bronzen vrouwtje dat haar kind beweent. Napoleon in gips staat tusschen twee spellen kaarten, en 'n flesch konjak is gewikkeld in 'n traktaatje van de afschaffers."

Hier ligt de humor weer in 't kontrast, en kan alleen onderkend worden voor wie voldoende geest heeft de bestaande kontrasten te onderkennen.

En een "polichinel zit schrylings op den nek" van ieder mens dat tracht een maatschappelijke rol te spelen die ie niet is, met hulp van ideologieën die ie ternauwernood begrijpt en niet rationeel kan beoordelen. (inleiding, 74, 403)


[12] "Want de Natuur is dom. Ze heeft geen verstand van étalage. Daardoor is ze humoristisch, en wie dat goed nateekent is 't ook."

Hier ligt weer de mogelijke begripsverwarring van dode en levende Natuur, en 't feit dat mensen en hun bedoelingen, wensen, gevoelens en fantasieën óók deel van de Natuur zijn. De dode Natuur is dom, doelloos, gevoelloos, gedachteloos, en zinloos. De levende Natuur heeft althans enige representatie van de omgeving, enige doelen, enige gevoelens, enige gedachten, en enige zin, lust, en betekenis.

En humor is 'n vorm van welbewuste misrepresentatie vanwege de waarachtigheid van de misrepresentatie en de onverwachtheid ervan.

Voorbeeldje van Monty Python:

"Why is Australian beer like making love in a canoe?
 Because it is fucking close to water, mate!
"

Idee 158.