Idee 145.                                                 


Ja, dwaling trekt aan! De geschiedenis van 't mensdom, zoowel als van iederen mens in 't byzonder, is eigenlyk niets dan één grote strijd tusschen waar en onwaar, tusschen wanbegrip en gezond verstand, jazelfs meestal niets dan stryd tusschen wanbegrippen onderling.

Ons verdriet over 't verlies van 'n dwaling heeft iets van de verstoordheid die u bezielt, lezer, by 't vruchteloos zoeken naar de twee of drie geheel onnoodige omslachtige, en dus schadelyke, ch's die ik wegliet uit de laatstvoorgaande vyf regels. Op die ch's en dergelyke overbodigheden zal ik later terugkomen. Nu eerst nog wat over andere dwalingen, of liever over dwalingen in 't algemeen.


Maar: "dwaling trekt aan" omdat wensdenken een irrationele en onlogische manier is om een genot te smaken dat men door rationeel en logisch denken niet kan smaken.

Men dwaalt ook niet zomaar:

Men dwaalt geïnspireerd door de eigen behoefte aan dwaling, aan valsheid, aan (zelf)bedrog, en aan leugen, en zou niet, of anders, dwalen zonder de behoefte die men bevredigt door eigen vooroordelen, illusies en wensdenkerij.

En terwijl het een bittere en leerzame waarheid is dat de meeste mensen dom zijn, is 't eveneens waar (en minstens even bitter) dat de meeste mensen niet zo dom zijn dat ze niet weten dat ze welbewust dwalen, en welbewust verkiezen niet behoorlijk na te denken over de domme en valse gronden van hun eigen vooroordelen. (Zie "Menselijkheid" en 423 voor het begin van een verklaring.)

Wat betreft de "ch's": Dit slaat op de toen taalkundig voorgeschreven "ch" aan 't eind van "mensch".

Idee 145.