Idee 84.                                                 

Byron zwom over den Hellespont, maar hy had geen kogel aan z'n been.

Ik heb gister 'n dertigponder afgeschopt, die me sedert vier jaren hinderde in 't zwemmen. (Handels- en Effectenblad, Handelsblad, Amsterdamse Courant, 1, 2, 3 of 4 februari 1862.
Die advertentie moet zo lang leven als m'n IdeeŽn.)
*) [1]

Ik wil den Hellespont over, en voelde dat ik niet langer zwemmen kon met dien dertigponder aan 't been.

*) In die advertentie berichtte ik het publiek, dat ik me voortaan niet meer gegriefd voelen zou door de telkens en telkens tegen my ingebrachte beschuldiging dat ik zo arm was. Zůů namelyk antwoordde Nederland op den Havelaar! Er is in die wyze van bestryding iets zeer karakteristieks, vooral door ze in verband te brengen met de keus der personen -- indische rykworders -- die belast worden met het herstel der grieven. Reeds elders heb ik de opmerking gemaakt dat men nu juist geen geparveniŽerden kastelein van een meisjeswinkel tot Censor der Zeden moest benoemen, zooals na 't verschynen van den Havelaar geschied is.

Als bydragen tot het .... zonderlinge der begrippen in ons landje, zodra er sprake is van geld, geef ik hier de volgende mededeling die wel verdient voor 't nageslacht bewaard te blyven.

Een achttal jaren geleden was er te Amsterdam 'n tentoonstelling van oudheden en kurioziteiten. Daaronder bevond zich een ledikant waarop, volgens den katalogus, de Hertog van Alva geslapen had. De vervaardiger van den katalogus had zich niet kunnen onthouden van de volgende uitboezeming: men yst by 't beschouwen van dit rustbed, waarop de bloedhond...

Lezer, ik geef u te raden wat die bloedhond op dat rustbed heeft uitgevoerd? Of liever: wat onder ŗl het daarop misschien uitgevoerde den schryver van die Noot byzonder trof, en tevens welke opmerking hem 't geschiktst voorkwam om in Nederlandsche harten 'n gevoelige snaar aan te roeren? Nu, als gyzelf op z'n nederlands denkt, hebt ge kans van juist raden. My ware 't onmogelyk geweest. Ik geloofde m'n oogen niet toen ik, in-plaats van 'n herinnering aan de geesten der door Alva vermoorden die hem kwamen sarren in z'n droom, de echt-hollandsche opmerking las: dat de "bloedhond" daar had liggen peinzen "hoe hy zyn talryke schulden betalen zou!"

Is 't niet uniek?

De droogstoppel die dit schreef -- daargelaten nu z'n zonderling yzingsmotief -- schynt niet eens begrepen te hebben welk 'n vereerend getuigenis hy aan den "bloedhond" uitreikte, die dan toch wel beschouwd geen "geldwolf" blykt geweest te zyn. Dat Alva ons land arm verliet, is waar. Ik noem dit, met het oog op de macht waarover hy beschikte, hoogst achtenswaardig.


[1] Ik heb gister 'n dertigponder afgeschopt, die me sedert vier jaren hinderde in 't zwemmen. (Handels- en Effectenblad, Handelsblad, Amsterdamse Courant, 1, 2, 3 of 4 februari 1862.
Die advertentie moet zo lang leven als m'n IdeeŽn.)
*)

Hier citeer ik de advertentie in het Algemeen Handelsblad van 4 februari 1862 naar de VW 10 p. 585:

"Ik geef kennis aan het volk van Nederland, dat ik voor mij heb liggen een Brief, waarin men mij dreigt met den Verkoop van mijn "Boedel".
Mijn Boedel is: De KleÍren mijner Kinderen.
Andere Boedel heb ik niet.
Dat is weÍr UWE schande, Nederlanders, dat is niet MIJNE schande.

Eduard Douwes Dekker."

Lezers van tegenwoordig wordt verzocht zich te realiseren dat er in M.'s tijd geen bijstand, geen WAO, geen sociale verzekeringen, en geen AOW was: Wie als M. buiten de maatschappij geplaatst was vanwege z'n afwijkende standpunten riskeerde inderdaad de hongerdood voor zichzelf, en voor z'n gezin als ie dat had. (Overigens: Het was kennelijk ŗl te bitter het bovenstaande als "Multatuli" te ondertekenen.)

En het is natuurlijk waar dat degenen die M. bestreed inzake Indie, waar het hem in allereerste zin om te doen was, in feite de Nederlandse ťlite was, die zich allemaal verrijkt hadden in IndiŽ, of via de Nederlandse welstand ontleend aan de uitbuiting van IndiŽ. (Tegenwoordig verrijkt een groot deel van de de Nederlandse en de Amsterdamse ťlite zich - heel in het geniep, met actieve medewerking van de Amsterdamse gemeenteraad, met de drugshandel: Van "amfioen" - opium - in de 19e eeuw, op Java, tot heroÔne, cocaÔne, en extasy in de 20ste eeuw, in Amsterdam. Vooruitgang!)

Het verhaal over Alva is ook fraai, en kenmerkend voor Nederlanders - wier principiele morele waarden zich in geldelijke winst moet uitdrukken om gehandhaafd te worden, en die eerder geil raken van de gedachte aan geld dan aan sex.

 

Idee 84.