Idee 70.                                                  

Daar heb je nu den kleinen Max... [1]

-Strek je arm niet zo ver uit op tafel, zei z'n moeder, dat is onhebbelyk.

Ik had den heelen dag rondgelopen om te bedenken hoe ik 't moest aanleggen om vrouw en kind in 't leven te houden.

Ik had gepensionneerde residenten gezien. Ik had redevoeringen van geachte leden gelezen. Ook 'n fonkelnieuw ministerieel program dat precies leek op oude programmen. Er kwam veel in van systeem, maar niets van Recht. Ook had ik vrienden ontmoet, die zeiden: "bonjour, hoe gaat het?" Die vraag doet zťťr als 't heel slecht gaat. En die 't vragen, geven er eigenlyk zeer weinig om hoe 't u gaat. Dit alles was me weervaren, maar middel om vrouw en kinderen te voeden, had ik niet gevonden.

Daarop kwam ik thuis. Misschien riep ik: Eli, Eli.... of zoiets. [2] Ik viel neer op 'n stoel, afgemat, uitgeput, byna moedeloos... Ik schoof de hand onder 't hoofd dat slap neerviel, strekte den steunenden elleboog uit op de tafel...

-Mama, riep Max, Papa is onhebbelyk!

Dat was onbillyk van kleinen Max.

Eerst voor zeer korten tyd ging ik met grooten weerzin over tot het besluit m'n levensonderhoud in schryven te zoeken, dat me toen door allerlei "praktsiche" machinatiŽn (62) moeilyk genoeg werd gemaakt. Dat ik eerst zoo laat me schikte in die treurige noodzakelykheid, was 'n gevolg van de al te naÔve hoop dat er dan toch eens eindelyk recht zou geschieden in de Havelaarszaak!

Elke letter die ik nu overgeef aan de pers, is 'n aanklacht tegen de Nederlandsche Natie. [3] Dit moest sedert lang begrepen zyn door ieder die de parabels van Chresos in de Minnebrieven, en van den Goudmaker (527, slot) gelezen heeft.

Waarom vordert men niet ook van den laaghartigen Van Twist, dat hy 't Volk op fraaie vertellinkjes onthale, voor men hem 'n stuk brood reikt? Hy zou er niet toe in staat zyn. Zeer wel. Maar is die onbekwaamheid dan zoo'n verdienste, dat ze - en na 't slecht vervullen van z'n plicht nogal! - aanspraak geeft op levensonderhoud zonder den minsten arbeid?


[1] Daar heb je nu den kleinen Max...

De kleine Max slaat op M.'s zoon Edu en de grote moeilijkheden die M. had z'n familie behoorlijk van geld te voorzien na z'n eervol ontslag vanwege Lebak. Voor meer details verwijs ik de lezer naar de VW, dl. 8-10. (Een korte opmerking over mijn notatie: Met "VW" bedoel ik "Multatuli's Volledig Werk" uitgegeven tussen 1950 en 1995 in 25 delen door Van Oorschot. En ik refereer aan deze delen met Arabische cijfers, en niet met Romeinse, zoals in de VW zelf gebeurt, en doe dat vanwege het gemak.)


[2] Misschien riep ik: Eli, Eli.... of zoiets.

"Eli, Eli...." is het begin van Jezus' klacht aan het kruis, die in vertaling luidt: "Heer, o Heer, waarom hebt Gij mij verlaten?". Er zijn twee redenen om hier een opmerking van te maken.

De eerste is tamelijk oppervlakkig, maar wel belangrijk voor wie 't zich niet realiseert: M. maakte tamelijk veel van een parallel tussen hemzelf en Jezus, en in het zeer Christelijke zeer schijnheilige Nederland van zijn tijd moest dit bijzonder provocerend werken, en deed dat ook.

De tweede is dat ik denk dat die parallel er volgens M. inderdaad was, waar hij volgens mij ook gelijk in had: Zowel Jezus als Multatuli waren, naast wat zij overigens waren, profeten-naturen en uitten zich bij voorkeur in parabels, gelijkenissen en epigrammen; en zowel Jezus als Multatuli waren en onderwezen iets dat het best als "mystiek" benoemd kan worden. (Overigens een woord dat zeer veel vaker misbegrepen dan begrepen wordt: 74, 136. Verder zie William James, "The Varieties of Religious Experience" en Evelyn Underhill, "Mysticism". Het heeft veel met waarachtigheid te maken, waarvoor zie 1 en 74.)

Het probleem met de laatste opmerking is vooral dat wie niets weet (of veel misverstaat) van de ervaringen die ik aanduid met de term "mystiek" mij niet begrijpt; dat er zeer veel pretentie van mystiek is maar heel weinig echte ervaring ervan; en dat het zich even moeilijk laat uitleggen als de smaak van mango's aan wie nooit mango's proefde. (Maar toch een glimp van een hint voor goede verstaanders: Echte liefde heeft er veel mee te maken, en is de beste sleutel voor begrip ervan voor wie niet beter heeft.)

Ik zal overigens later of elders hier wat meer over trachten te zeggen, omdat het mij voor een goed begrip van wat M. zei, deed en schreef, en van wat hij was en wilde, van wezenlijk belang lijkt. (Voor iets meer, zie de inleiding en 74)


[3] Eerst voor zeer korten tyd ging ik met grooten weerzin over tot het besluit m'n levensonderhoud in schryven te zoeken, dat me toen door allerlei "praktsiche" machinatiŽn (62) moeilyk genoeg werd gemaakt. (...)

Elke letter die ik nu overgeef aan de pers, is 'n aanklacht tegen de Nederlandsche Natie.

Ik denk dat M. hier overwegend de waarheid schrijft, maar niet volledig. Immers, in ieder geval in 1851 wilde M. graag schrijver worden, maar dit werd hem in 1853 door z'n jeugdvriend de uitgever Kruseman afgeraden, waarschijnlijk omdat Kruseman terecht onderkende dat M.'s talent van geheel andere orde was dan van ieder ander toen bekend Nederlands schrijver, en dat M. zeer grote maatschappelijke problemen riskeerde door z'n ideeŽn te publiceren. (Zie VW 8 en 10).

Ook is het de moeite waard op te merken dat M.'s leven en carriŤre wellicht geheel anders waren gelopen indien hij voor de originele uitgave van de "Max Havelaar" of de "IDEEN" een uitgever als Funke had gehad, die hem in feite voor het in staat stelde vanaf 1872 om van z'n eigen schrijverij minimaal rond te komen. (Maar Funke was een zeer uitzonderlijk mens, zodat deze speculatie weliswaar terecht is, maar een zeer geringe waarschijnlijkheid had: Niet alleen was Multatuli uniek als schrijver in het Nederland van de 19e eeuw, maar Funke was dat ook als uitgever.)

Idee 70.