Idee 45.                                                  

We hebben n's teveel als slotletter. En dit moet minder worden, juist omdat er nog een bykomt, de ephelkustische, die wy niet kunnen missen. Maar hondjeN met houteN staartjeN hoeft niet. *)

Ja, al hadden wy gebrek aan slot-n's, dan nog is dat houtig énnerig staartjeN van de diminutiva niet te verkiezen. En al was 't mooi, het kwispelt niet, omdat het nu eenmaal niet leeft dat styve staartjeN.

Zeg eens: "Kom hier, meisjeN!" Ik ben zeker, dat ze wegloopt, en ze heeft gelyk.

Wat niet leeft, deugt niet.

Roep eens: "geloof me o mensch... CH!" Zoo'n mensch zal wat gelooven, ja, maar hy zal niet U geloven. Hy zal gelooven dat ge een vervelend mens C H zyt.

*) Waar 't volgend woord met 'n vokaal begint, en van 't voorgaand diminutief niet gescheiden is door 'n leesteken, kan die n geen kwaad. Misschien is 't goed hem daarom aantehouden, en niet om het duitse chen na te praten, waarmee we niets te maken hebben.


Meer spelling, waarover als eerder zie 36, 37, 38.

Er is ook het volgende punt, dat mij bijzonder duidelijk werd gedurende de gelukkig mislukte pogingen tot spellingshervormingen aan het eind van de 60-er jaren, toen het Politiek Correct werd in Linkse Kringen om over "verrukkullukkuh odeklonje door revoolusjonere proossessuh" e.d. te schrijven, omdat "men" zó en niet anders zou spreken:

Althans ikzelf blijk zeer te hangen aan een eenmaal ingesleten woordbeeld, en ik denk dat dit voor zeer velen moet gelden, omdat men anders immers in het geheel niet meer kan spellen. En ik lees zeer veel langzamer dan ik anders doe, wanneer ik telkens gedwongen word mij af vragen welke klanken de schrijver deze keer weer valselijk aan het nabootsen is met maximaal 26 letters. (Idem, wat "menschen" en "mensen" aangaat: Ikzelf, die niet als M. opgevoed is met "mensch" in 't Nederlands en Gotische letters voor Duits, denk altijd eerst aan Duits als ik plotseling "mensch" lees, eenvoudig omdat ik het daaruit ken.)

Idee 45.