Idee 33.                                                  


't Was niet heel wysgeerig van Frederik den Groote, te meenen, dat hy de landstreek strafte die hy 'n wysgeer gaf tot bestuurder.

Hy, qui tout roi qu'il Útait, fut un penseur profond, was hierin niet zeer "profond". De gekroonde liefhebbery-halfdenker nam, verfranst als-i was, het woord filosoof in den zin zooals de Fransen dat gebruiken (767. vlgg.)

Ik zeg: gelukkig 't land waar de bestuurders wysgeren zyn. Maar dan spreek ik hollandsch, weet nagenoeg wat ik meen, en zeg nagenoeg wat ik weet. Dit doen de Franschen soms niet, en wie de Franschen napraten, zelden.


Nu, M. was de enige wijsgeer niet met deze overtuiging - Ik zeg: gelukkig 't land waar de bestuurders wysgeren zyn. -  want die gaat terug op Plato en Socrates. En waar M. in dit idee niet op in gaat is het feit dat de zeer grote meerderheid van de wijsgeren minstens even grote zwetsers en duisterdenkers zijn geweest als de meeste bestuurders - al vermoed ik dat M.'s verweer zou zijn geweest dat hij in 't Hollands met "wijsgeer" iets groter en beters en zinnigers dan een "filosoof" (a la mode Franšaise etc.) bedoelt.

 

Idee 33.