Idee 32.                                                  


De noodzakelykheid is God. Meer weet ik van God niet te zeggen. En 't spyt me.

Die spyt is voorby. Ik ben thans met myn God volkomen tevreden. Ook is 't onjuist dat ik niet meer over hem te zeggen zou hebben. Integendeel. De studie der wetten van het Zyn is even oneindig als 't onderwerp. Het spreekt dan ook vanzelf dat ik hierop herhaaldelyk terugkom. Zie o.a. 886, vlgg.


Er is geen God, en wel noodzakelijkheid, dus de noodzakelijkheid is God ook niet.

En het lijkt mij beter indien M. geschreven zou hebben, in plaats van "noodzakelijkheid": Natuur - en dan op basis van de volgende overweging: Alles wat is is natuur, noodzakelijk of toevallig al naar het geval is, dood of levend al naar het geval is, en natuur heeft geen maker, en geen maker nodig (want het aannemen van een maker van wat is omdat wat is een maker nodig zou hebben introduceert makers van makers tot ver in het oneindige).

Overigens bevindt M. zich logisch hier en elders enigszins in logische moeilijkheden door z'n aanname dat "Al wat is, moet wezen", dat toeval en vrije wil lijkt uit te sluiten. Ikzelf geloof niet dat al wat is moet zijn, want een gedwongen toeval is geen toeval, en een gedetermineerde vrije wil onvrij. (Zie 146.)

Idee 32.