Idee 30.                                                  


By 't beschouwen van een kunstwerk, by 't schatten eener uitstekende daad, by 't beoordelen van een uitgedrukte gedachte, leg ik myzelf altyd de vraag voor: wat is er omgegaan in de ziel des kunstenaars, van den held, van den wysgeer, om dat ideaal te scheppen, om tot die daad te besluiten, om die gedachte voorttebrengen, en ze vorm te geven als denkbeeld? Dat is: ik vraag, hoe de ziel bevrucht werd? Welke toestanden ze doorliep by dracht en verlossing?

Welnu, de geschiedenis eener groote conceptie roept me altyd de tekst toe: met smart zult ge kinderen baren! (57)

Als 'n graankorrel spreken kon, zou ze klagen dat er smart ligt in 't ontkiemen.

Helden, artisten en wysgeren zullen me begrypen en de klacht van die graankorrel verstaan.


Dit lijkt me nogal romantisch, vooral waar het artiesten betreft. Er is namelijk behoorlijk veel - inderdaad gewoonlijk niet bijzonder uitnemend, maar daarom nog niet geheel alledaags - artistiek talent dat de artiest betrekkelijk weinig moeite kost.

Wat wŤl zo is dat wiens waarden en ideeŽn afwijken van de doorsnee alleen daardoor vaak groot gevaar loopt, zodat het uitdragen van ongebruikelijke waarden en ideeŽn vaak veel moed kost. Wie afwijkt tussen mensen, hyena's en overige in horden levende dieren wordt gediscrimineerd door de conformistische doorsnee, zogenaamd voor z'n eigen bestwil. Zie 423, 447.

En dit is een IDEE waar M. vaak naar verwijst, ook in z'n eigen correspondentie.

Idee 30.