Idee 17.                                                

 
Ik weet zeer weinig. En 't smart me z, dat ik waarlyk geloof aanspraak te hebben op meer. En daarom wou ik zo graag onsterfelyk wezen.

-Juist, zeggen zy, die onsterfelykgeleerdheid maken tot 'n beroep, juist dat verlangen is 'n bewys voor uw onsterfelykheid...

-Ei, ik heb vurig verlangd naar vl zaken die toch...

-Misschien waren ze niet goed voor u.

-Dat is mogelyk. Als ik nu maar zeker was dat de onsterfelykheid goed voor me wezen zou.

Die wensch komt me nu kinderachtig voor. Zie 149, 150, 151, 152, 157.


Het is misschien nuttig op te merken dat "onsterfelijk" een begrip is dat niet uit de ervaring stamt, en minstens zo moeilijk te begrijpen is als "oneindig".
 

Idee 17.