Idee 7.                                           


Het beslissen by meerderheid van stemmen is 't recht van den sterkste in der minne. Het beduidt: ls we vochten, zouden wy winnen...laat ons 't vechten overslaan.

Dit stelsel leidt dus niet zoozeer tot waarheid als tot rust. Doch slechts voor 't oogenblik, en palliatief. Want de leden der minderheid hebben meestal 't recht vr zich, en zyn sterker, niet zoozeer uit besef van dat recht, als door meer geslotenheid en scherper prikkel tot inspanning. Wanneer de minderheid aangroeit tot meerderheid, verliest ze aan specifieke waarde wat ze wint in uitbreiding of aantal. Ze neemt al de fouten over van de verslagen tegenstanders die, op hun beurt weer, deugd scheppen uit nederlaag.

De slotsom is treurig.


De eerste alinea is bijzonder goed en scherp geformuleerd, en - indien gepraktiseerd - pleit het vr de sterkste partij, die kennelijk inziet dat het uitmoorden, opsluiten, of vervolgen van de zwakkere partij niet bijdraagt aan mede-menselijkheid, geluk of beschaving, of althans het uitbuiten en bedriegen makkelijker maakt. (Loonslaven zijn vaak goedkoper dan echte slaven.)

Dat dit stelsel "rust" als doel en gevolg heeft eerder dan waarheid is ook waar, evenals de kennelijke suggestie - ook gezien de voorgaande stellingen - dat meerderheden het bij het verkeerde eind plegen te hebben, zodat de verlangde rust door zich neer te leggen bij meerderheid van stemmen gekocht wordt door foute beslissingen. Dit is wellicht M.'s bedoelde treurige slotsom, waarvoor de rest van de redenering minder relevant is (en een beetje te mechanisch en simpel om geloofwaardig te zijn).

Dat de leden van een minderheid "sterker" zouden zijn dan de meerderheid, door welke oorzaak ook, lijkt mij overwegend romantische onzin, van het soort "uiteindelijk overwint de waarheid", en bovendien gelukkig vaak onwaar: minderheidsstandpunten lijken een even grote kans op onredelijkheid te hebben als meerderheidsstandpunten, behalve wanneer het een minderheid betreft die zich speciaal bekwaamd heeft wat betreft het onderwerp van meningsverschil.

Wat wl zo is, kennelijk, is dat leden van een minderheid vaak wat moreler zijn dan de leden van de meerderheid waar ze zich tussen bevinden.

Dit heeft verschillende redenen waarvan de voornaamste is dat het deel zijn van de meerderheid inzake maatschappelijke en ethische vragen geen enkele moeite of inzet kost, buiten na-aperij en gehuichel, en meestal voordelen biedt. Het eerlijk-moreel-zijn is dus meestal weggelegd voor wie afwijkt van de norm, want de norm wordt altijd gehandhaafd door massaal gehuichel of laf conformisme.
 

Idee 7.