Excerpt uit commentaren van MM bij Ideen 7A -     - Index

 

Allemaal wind en 'n engelsche notting!

 maar... wat ik je zeg: 't is allemaal wind en 'n engelsche notting!

Ik heb al opgemerkt dat Gerrit in gezegdes deed (1190), en dit is z'n bekendste, al hoor je het tegenwoordig nog zelden, omdat Multatuli nauwelijks gelezen wordt. Daar staat tegenover dat latere Nederlandse schrijvers ook niet geciteerd worden in het alledaags taalgebruik, kennelijk omdat ze zo weinig citeer-waardigs schreven. (Uitzonderingen, maar vooral vanwege woordgebruik: Toonder en Van Kooten.) [1209]


Zichzelf zijn

Maar in feite, en zoals ik in mijn zojuist genoemde opmerkingen al aangeduid heb, is het dan maar voor heel weinigen weggelegd "zichzelf te zyn", eenvoudig omdat daar talenten en moed voor nodig zijn waarmee de grote meerderheid niet geboren wordt.

Voor Multatuli was dit een belangrijk onderliggend thema: zie 74, 136, 276. [1209]


De Woutergeschiedenis

Een parelduiker vreest den modder niet.

Zoals de lezer in 1209 kan zien leidt M. dit idee uit de 7e en laatste bundel IDEEN in met " Thema van dezen bundel, en in zekere zin van de geheele Woutergeschiedenis". [1209a]


Echte moed

Een parelduiker vreest den modder niet.

't Is een fraai aforisme, en een idem sentiment, maar het is niet geheel waar. Er is immers alle reden voor een parelduiker de modder, de haaien, 't zeewier, de gifvissen, en meer dergelijke zaken die het parelduiken gevaarlijk maken te vrezen - en bovendien bestaat echte moed niet in de afwezigheid van gerechtvaardigde vrees, maar in het overwinnen daarvan. Kortweg:

Waarachtige moed is 't overwinnen van de angst die de doorsnee weerhoudt het goede te doen.

En ja, ik weet dat dit een geladen ("het goede") definitie is, en daarom misschien niet goed als definitie, maar het is wel wat M. bedoelde. Voor "het goede" zie trouwens 423 en de links daar gegeven. [1209a]


De Van Vlotens en Multatuli

In feite lijkt dit idee vooral ingegeven door de nogal minderwaardige aanval van de - klaarblijkelijk geheel niet van achterbaks sadisme vrije - Van Vloten op Multatuli, die Multatuli voorgoed 't zwijgen oplegde, omdat Van Vloten hem vervolgde met de bedreiging Multatuli's familie-schandalen te onthullen. Ik heb hier eerder over geschreven onder .... en verwijs de lezer daarheen, en naar VW deel XVIII, waarin desbetreffende brieven en stukken te vinden zijn.

Niemand heeft het recht M. te verwijten dat hij een dergelijke dreksmijter niet antwoordde, maar  het blijft vreselijk jammer dat er voor een Nederlanders als Multatuli altijd honderdduizenden Van Vlotens, Verhoevens, 't Harts (zie: 522) etc. zijn, die hun totaal gebrek aan genie zo graag mogen wreken op een genie dat ze met veel geniepig-achterbaks gewurm in 'n publiek schandblok hebben weten te manoeuvreren, waar ie zich niet meer in kan verweren. [1209a]


Afgunst als bron van veel kwaad

Veel kwaad berust op rancune van doorsnee-mensen tegen wie evident beter is dan zij, en trouwens ook - en dit is iets geheel ànders - op rancune van doorsnee-mensen tegen wie evident maatschappelijk beter af is dan zij. [1209a]


Niveau van kritiek op Multatuli

Multatuli noemt

onwelriekende streken

Ik merk maar weer eens op, met verwijzing naar 522, dat 't Hart - die in zijn eigen woorden, gezien z'n pretenties van belezenheid en kennis, een "weerzinwekkende snoever" moet zijn - beweerd heeft dat "Nergens in het hele werk" van Multatuli "is ook maar één vermelding van hoe dingen ruiken." en dus eenvoudig ofwel loog met z'n bewering "het hele werk" van Multatuli doorgelezen te hebben ofwel gewoon loog met opzet ofwel loog omdat z'n geheugen en zorvuldigheid veel beroerder zijn dan ze zouden moeten zijn voor beweringen als hij graag mag maken over veel groter schrijvers dan hij.

Trouwens... ik vind het niet erg dat 't Hart Multatuli niet kan lijden, en diens proza ook niet. In feite zou ik van iemand als 't Hart nauwelijks anders verwachten. Maar lieg er dan niet over! [1210]
 


Schipperen

....schipperen, dat toch de essentie is van het ware burgerlijke fatsoen, en een kunstje dat iedereen die maatschappelijk wil slagen dient te beheersen. [1210]
 


Over huichelen en maatschappelijk functioneren

In de eerste plaats: Honden kunnen zomin huichelen als weten dat het volgende week zondag veertien dagen na vorige week zondag is. Het vergt teveel van hun vermogens, en honden en overige dieren spelen geen rollen in dezelfde zin als mensen, want daarvoor zijn zowel taalvermogen als een menselijk verstand en menselijke ambities nodig, en wellicht ook een menselijke biologie, want lang niet alles aan het rollenspelen is maatschappelijk of cultureel bepaald, al is het wel zo vormgegeven.

In de tweede plaats: Dieper speelt een rol, namelijk die van "perpetueel ondergeschikte", en weet dat hij dat doet, en weet dat hij in die rol allerlei dingen moet voorwenden te voelen of denken die hij feitelijk niet voelt en niet denkt, en weet dat hij de voor zijn functie vereiste poses aanneemt  om z'n betrekking te behouden of in ieder geval de relaties met z'n bazen zo te houden als z'n bazen dat graag zien.

Hierbij is dus sprake van liegen, van doen alsof, van poses, van niet doen zoals men zèlf denkt of voelt of wil, maar doen zoals de baas, de priester, de leider of de maatschappij dat graag ziet, en daarmee van huichelen zoals ik dat woord gebruik, en zoals de vertaling uit het Grieks van "hypocrites", zegge: toneelspeler, huichelaar, poseur, dan ook luidt.

Maar het is hier nuttig op te merken dat dit tot op aanzienlijke hoogte onontkoombaar is in een enigermate ingewikkelde maatschappij, want de ingewikkeldheid daarvan bestaat vooral in het feit dat één en dezelfde persoon op dezelfde dag geacht wordt een aanzienlijke hoeveelheid rollen te spelen alleen om mee te doen en in leven te blijven. (Rousseau's spreekwoordelijke Nobele Wilde had het een stuk makkelijker met nobel, eerlijk, direct en niet-huichelend zijn: Veel minder rollen te spelen.)

In de derde plaats: Wat een en ander ingewikkelder maakt, zowel voor Dieper als Multatuli, is dat een Dieper meent "zijn naastbijliggende plicht" te doen wanneer hij zo bekwaam en volgens zijn rol liegt of doet-alsof tegen z'n baas. Voor Dieper verschijnt het als fatsoenlijk, moreel, behoorlijk, wenselijk, gepast om als "perpetueel ondergeschikte" voortdurend zich ànders voor te doen dan hij in feite voelt of denkt, en hij heeft ongetwijfeld gelijk in z'n aanname dat niet alleen z'n bazen maar de grote meerderheid van z'n medemensen er net zo over denken, en verlangen dat hij zich "fatsoenlijk" vervalst tot een ander dan hij is, omdat dit tot z'n rol behoort, en het tot de algemeen erkende plichten van een "ondergeschikte" behoort de baas honds de kont te likken, of wat daar onder mensen mee equivalent is, én tegelijk te doen alsof dit niet gebeurt of geheel menselijk en wenselijk is, en zeker hoogst moreel, fatsoenlijk, en oppassend. [1210]
 


De verleugendheid van de meeste maatschappelijke rollen

En dit alles is véél makkelijker te begrijpen dan erkend te krijgen onder fatsoenlijke rollenspelers, want het behoort ook tot de standaard-leugen van de meeste rollen dat het géén rollen zijn, maar werkelijkheid, en dat de speler van de rol wil en denkt wat hij zègt te willen en denken in z'n hoedanigheid van speler van de rol.

Wat dit nogmaals ingewikkelder maakt is dat gewone mensen werkelijk geloven in de rollen die ze spelen; geloven dat de dingen maatschappelijk en menselijk zo hóren als ze plegen te gaan; en dat zij zelf in hun rollen overwegend of geheel "zijn" wie ze spelen te zijn. In feite is dit zelfs een bruikbaar criterium om normale volwassenen te onderscheiden van anderen: Zij die spel en werkelijkheid niet meer kunnen of willen onderscheiden. [1210]
 


Rollen-spelen, karakterloosheid en huichelen

dat "allergewoonste karakterloosheid" het huichelen en rollen spelen gewoonlijk een stuk makkelijker maakt, maar dat betekent niet dat die "allergewoonste karakterloosheid" niet z'n meest gebruikelijke uitdrukking vind in wat ik huichelen noem.

Het is echter waar dat een probleem met en over rollen-spelen, inclusief huichelen en karakterloosheid, is dat er vaak veel ruimte is voor ambiguïteit, en veel raakpunten en overeenkomsten tussen schijn en werkelijkheid. Ik citeerde onder 1171

"Society can exist only on the basis that there is some amount of polished lying and that no one says exactly what he thinks." - Lin Yutang

en interessante voorbeelden van de ambiguïteit waar ik op doelde zijn beleefdheid en vriendelijkheid. [1210a]
 


Honds karakter

En een hond heeft geen karakter in menselijke zin, omdat een hond geen menselijke bedoelingen heeft, en niet kan hebben bij gebrek aan taalvermogen. [1211]
 


Over rollen en menselijke slechtheid

 Uitdrukkelyk herhaal ik de betuiging dat we hier, in-weerwil van dat alles, geenszins te doen hebben met ‘slechte menschen’ in gewonen zin. De lezer die diefstal, moord of doodslag verwacht, zal zich bedrogen vinden. Byna zou ik durven zeggen dat de figuren die ik in deze afdeeling der Wouter-geschiedenis ten-tooneele voer, te laag stonden voor eigenlyke misdaad. Doch ook dit zou alweder niet korrekt uitgedrukt zyn. (13) Eigenlyk misdadig waren ze wèl. Ze waren het slechts niet in den oneigenlyk-uitsluitend officieelen zin dien men aan dit woord hecht.

Nee, dat lijkt me niet juist geoordeeld, al is het oordeel dat me wel juist lijkt niet vrolijker. Laat ik dat oordeel eens trachten duidelijk te maken met een paar verwijzingen - terugtellend: 1210a, 1210, 1185, 1171, 1112, 817, 618, 616, 276, 136, 74  en 73 - en, op deze plaats, een stel citaten. Afgezien van een citaat van Roorda zijn deze in 't Engels, omdat ze daar nu eenmaal in 't origineel in geschreven zijn.

En om te beginnen het onderwerp en de vraag waar het om gaat: Het onderwerp is de vermogens, intellectueel en moreel, van gewone doorsnee mensen, die de grote meerderheid vormen onder mensen, en de vraag die ik kort wil pogen te beantwoorden kan begrepen worden als: waarom Gibbon's samenvatting van de menselijke geschiedenis, namelijk

"History is little else but the register of the crimes, follies and misfortunes of mankind"

feitelijk adequaat is?

A. Laat ik de lezer eerst herinneren aan een zeer relevante samenvatting van een theorie van de psycholoog Kohlberg over de verschillen tussen mensen in morele niveaus, die hoog correleren met verschillen in intellectuele niveaus, en helder uiteen gezet zijn in de "Introduction to Psychology" van Hilgard & Atkinson. Dit is te vinden in 1171, en ik herhaal hier alleen de heldere tafel:

Stages in the development of moral values

LEVELS AND STAGES

ILLUSTRATIVE BEHAVIOR

Level I. Premoral

1. Punishment and obedience orientation

Obeys rules in order to avoid punishment.

2. Naive instrumental hedonism

Conforms to obtain rewards, to have favors returned.

Level II. Morality of conventional role-conformity

3. "Good-boy" morality of maintaining good relations, approval of others.

Conforms to avoid disapproval, maintaining good relations, dislike by others.

4. Authority maintaining morality.

Conforms to avoid censure by legitimate authorities, with resultant guilt.

Level III. Morality of self-accepted moral principles

5. Morality of contract, of individual rights, and of democratically accepted law.

Conforms to maintain the respect of the impartial spectator judging in terms of community welfare.

6. Morality of individual principles and conscience.

Conforms to avoid self-condemnation.

Ook wijs ik de lezer er op dat in 1171 uiteengezet wordt dat slechts een klein percentage mensen wat hier Level III (= Stages 5 and 6) halen: De meerderheid hééft geen eigen "self-accepted moral principles" (al denken ze dat regelmatig wel graag) maar opereren feitelijk op een niveau van - veel veiliger, maatschappelijk gewoonlijk veel populairder en makkelijker - "conventional role-conformity".

B. Hier is een citaat uit een brief van M.'s vriend Roorda van Eysinga aan M. van 31 december 1870:

Gij hebt de fout van de meeste keurnaturen. Gij wilt, dat zij denken en gevoelen gelijk Gij. (VW XIV p. 295)

Dit lijkt mij een in beginsel juiste inschatting van een verschil tussen Multatuli en vrijwel al zijn medemensen: Dat zijn geen "keurnaturen", en ze hebben niet het karakter - de zelfstandigheid, de individualiteit, het zelf oordelende, het op eigen kompas varen - om hun ideeën en idealen als maat- en richting-gevend te beschouwen en behandelen voor hun eigen doen en laten en hun eigen oordelen. De voornaamste reden daarvoor zijn een gecombineerd gemis aan intelligentie, onafhankelijkheid en moed - wat in zoverre troostvol is dat deze gebreken niet gewenst of verworven maar aangeboren zijn, en dus mensen niet persoonlijk kwalijk kunnen worden genomen.

Bovendien is het in beginsel ook verstandig voor mensen die geen bijzondere talenten bezitten om zich te richten naar de oordelen van anderen, die kennelijk intelligenter en geïnformeerder zijn dan zij zelf, althans indien deze voorgangers eerlijk schijnen. (Feitelijk richt het grootste deel van de grote massa van onbegaafden zich voor een aanzienlijk deel naar reclame en evidente propaganda.)

C. I.v.m. Multatuli, maar ook met meer gewone mensen en hun onvermogen iets anders dan gewoon, conformistisch en volgeling te zijn verwijs ik de lezer naar 1185, waar o.a. een fraai en relevant citaat van Confucius wordt gegeven, dat aantoont dat Multatuli met zijn aandringen op waarachtigheid weliswaar een thema aansneed dat Nederlanders van het niveau Verhoeven en 't Hart (zie 522) niet in staat zijn te begrijpen, maar dat wel behoorlijk klassiek is.

D. Vervolgens een citaat van T.H. White, uit een boek dat, als Swift's "Gulliver's Travels" als kinderboek werd gepresenteerd, maar feitelijk satire bedoeld voor volwassenen was, en nogal wat behoorlijk scherpe maar daarom niet onware passages bevat als de volgende:

"What are we, then, at present?"
"We find that at present the human race is divided politically into one wise man, nine knaves and ninety fools out of every hundred. That is, by an optimistic observer. The nine knaves assemble themselves under the banner of the most knavish among them, and become 'politicians': the wise man stands out, because he knows himself to be hopelessly outnumbered, and devotes himself to poetry, mathematics or philosophy; while the ninety fools plod off behind the banners of the nine villains, according to fancy, into the labyrinths of chicanery, malice and warfare. It is pleasant to have command, observed Sancho Panza, even over a flock of sheep, and that is why politicians raise their banners. It is, moreover, the same thing for the sheep, whatever the banner. If it is democracy, then the nine knaves will become members of parliament; if fascism will become party leaders; if communism, commissars. Nothing will be different, except the name. The fools will still be fools, the knaves still leaders, the result still exploitation. As for the wise man, his lot will be much the same under any ideology. Under democracy he will be encouraged to starve to death in a garret, under fascism he will be put in a concentration camp, under communism he will be liquidated. This is an optimistic but on the whole scientific statement (...)"

(
T.H. White's "
The Book of Merlyn", p. 51-2)

E. Uit hetzelfde boek is hier een samenvatting van een resultaat van de zojuist geschetste verhoudingen van "one wise man, nine knaves and ninety fools out of every hundred":

"Do you know that it has been calculated that, during the years between 1100 and 1900, the English were at war for four hundred and nineteen years and the French for three hundred and seventy-three? Do you know that Lapouge has reckoned that nineteen million men are killed in Europe in every century, so that the amount of blood spilled would feed a fountain of blood running seven hundred litres an hour since the beginning of history? And let me tell you this, dear sir. War, in Nature herself outside of man, is such a rarity that it scarcely exists. In all those two hundred and fifty thousand species, there are only a dozen or so which go to war."
(
T.H. White's "The Book of Merlyn", p. 40)

F. T.H. White schreef zijn boek in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog. Als de schatting die hij geeft - "a fountain of blood running seven hundred litres an hour since the beginning of history" - dan was de twintigste eeuw verreweg de gruwelijkse eeuw in de menselijke geschiedenis.

Ter illustratie citeer ik hier mijzelf uit het lemma "Ordinary men" in mijn "Philosophical Dictionary":

Mr. Randolph J. Rummel has taken the trouble of finding out how many civilian persons have been murdered in the 20th Century apart from the many soldiers that were killed on battle-fields. He wrote a book about it called Death by Government, in which one can find, among other things, the following table - that lists only civilian deaths and no military deaths in wartime:

Dictator Ideology Country Years Deaths
Joseph Stalin Communist Soviet Union 1929-1953 42,672,000
Mao Tse-tung Communist China 1923-1976 37,828,000
Adolf Hitler Fascist Germany 1933-1945 20,946,000
Chiang Kai-shek Militarist/Fascist China 1921-1948 10,214,000
Vladimir Lenin Communist Soviet Union 1917-1924 4,017,000
Tojo Hideki Militarist/Fascist Japan 1941-1945 3,990,000
Pol Pot Communist Cambodia 1968-1987 2,397,000
Yahya Khan Militarist Pakistan 1971 1,500,000
Josip Broz Tito Communist Yugoslavia 1941-1987 1,172,000


 

When summed, this comes to over 200 million murders - nearly all committed by perfectly ordinary men, for what they considered to be the best of moral reasons, from love for Our Fatherland or Our Party or Our Race, and because those they murdered stood in the way of a better society, or so their leaders claimed and they mostly believed.

What the above table also makes somewhat credible is that a considerable part of the murdering that ordinary men do happens especially when they are caught up in totalitarian states, political ideologies, or religious faiths.

And what the above table is misleading about is the role of politics: In the 20th Century most murdering on a social scale happened in the name of totalitarian political ideologies like fascism and communism, but in early ages most murdering on a social scale happened in the name of totalitarian faiths like Catholicism, Protestantism or Mohammedanism.

These facts show that the abilities and inclinations of ordinary men are of fundamental importance to the state and shape of human societies, and of what is possible and impossible in it, and suggest a number of questions.

Also, it so happens that next to Rummel's statistics, there are some interesting studies about ordinary men and totalitarianism: Browning's "Ordinary Men", Conquest's "The Great Terror", and Laqueur Ed.'s "The Holocaust Encyclopedia".

Ik gaf de zes citaten om enig antwoord te geven op waarom Gibbon's samenvatting van de menselijke geschiedenis als weinig anders dan een overzicht van de misdaden, stompzinnigheden, en ongelukken van de mens, adequaat is, en wat het verband is tussen die diagnose en de vermogens, intellectueel en moreel, van gewone doorsnee mensen, die de grote meerderheid vormen onder mensen.

Er zijn, lijkt me, een drietal hoofdkonklusies, gevolgd door een citaat uit een brief van Multatuli

  • De grote meerderheid van de mensen - vrijwel iedereen die niet zowel zus of zo hoogbegaafd is als een zelfstandig karakter heeft - is primair conformist, en komt zelden of nooit verder dan het morele niveau van ""Good-boy" morality of maintaining good relations, approval of others" of "Authority maintaining morality", overigens beide uitstekend geschikt om in tijden van oorlog of burgertwisten een patriottisch held te worden, en voldoende om mensen tot minimaal adequaat maatschappelijk functioneren te motiveren, en tot redelijk voorkomende vriendelijke mensen in tijden van vrede, althans buiten politieke of religieuze dictaturen.
  • De grote meerderheid van het kwaad dat mensen andere mensen aandoen - waar "kwaad" zo objectief en onpartijdig mogelijk gedefinieerd is in termen van geweld, vernieling, moord etc. - wordt gedaan uit naam van wat plaatselijk gelden als de allerhoogste meest nobele motieven, die gezien en benoemd worden door de aanstichters van dat kwaad als goed, nobel, wenselijk, en moreel, en bedoeld om vaderland, kerk, partij of eigen groep te dienen.
  • De mens is in meerderheid een totalitaire, rationaliserende ideologische aap, en is gemiddeld naar aard en aanleg niet in staat tot veel beter, en alleen tot beter dan normaal in de zeldzame tijden dat ze geleid worden door werkelijk begaafde en integere personen, die zich overwegend laten leiden door rationele theorieën en empirische feiten, en niet door irrationeel bijgeloof, fanatisme, illusies of wensdenkerij.

Hier is een citaat uit een brief van Multatuli van 29 december 1881, bijvoorbeeld voor wie meent dat mijn realistische meningen wat misantropisch kunnen klinken:

Liefhebben is juist: geven, gedachten geven, ziel geven. Ziedaar dan ook de oorzaak (en de reden!) van m'n tegenzin in 't schrijven voor 'n publiek dat ik niet liefheb! Ik veracht het vulgus! En meen niet dat ik met dit woord hen bedoel die (konventioneel meestal) voor abject doorgaan. Ook niet de zoog.d onbeschaafden of ongeletterden. Ook zelfs niet de bedryvers van kwade daden. (iets anders dan misdadigers van professie.) Neen, ik bedoel de ordinaire wezens die nooit uit den koers raakten omdat ze ... nooit in zee staken, laat staan stormen braveerden. Daaruit bestaat de meerderheid. Die meerderheid heeft een boventoon in Regeering, in Volksvertegenwoordiging, in rechtszalen, in polemiek, in wysbegeerte (god betert!) in letterkunde, in wat ze poëzie believen te noemen, (meestal niets dan kinderachtige versjes makery.) Die meerderheid heerscht overal! Dat walgt me. Vandaar ook de sarkasmen (...)
(VW XXI p. 557)

Tenslotte, om deze lange noot af te sluiten met een korte opmerking over waar het allemaal mee begon, namelijk de door Multatuli beweerde misdadigheid van de Kopperliths, die kennelijk in het echte leven Van de Velde heten, trouwens, omdat Multatuli daarvoor een paar jaar werkte, ongeveer op de leeftijd dat Wouter dat deed:

Mij dunkt van niet. Ze waren dom, dom, oliedom, en overigens - kennelijk - braaf aangepaste, fatsoenlijke, oppassende, wetsgetrouwe conformisten, die vooral zichzelf bedrogen over zichzelf en hun klanten over de kwaliteiten van de koopwaar, maar beide tekortkomingen zijn geheel normaal.

Wat wèl waar is in dit verband is dat de meeste misdaden die maatschappelijk georganiseerd zijn gebeuren uit naam van de hoogste idealen en uitgevoerd worden door conformisten, in opdracht van politieke of religieuze leiders. Maar dat is een ander verhaal: Zoals mensen in doorsnee zijn, zijn ze goed noch slecht als dat moeite kost of risico oplevert, en vrijwel altijd conformistisch, uit welbegrepen eigenbelang. En dat is ze gewoonlijk niet echt kwalijk te nemen, want het gebeurt gewoonlijk niet alleen uit welbegrepen eigenbelang, maar ook uit onvermogen tot iets anders, origineels en individueels.

Er staat meer over rollen in de lange reeks verwijzingen boven, die ik hier herhaal voor het gemak:  1210a, 1210, 1185, 1171, 1112, 817, 618, 616, 276, 136, 74  en 73, en er zijn wat meer details en preciseringen te vinden in 1112.     [1211]
 


Rollen zijn overwegend bewust en zelf verkozen

Rollen worden overwegend met opzet gespeeld - men moet weten wat de anderen verwachten, en daarop inspelen, en ook de rollen van anderen tegemoet treden met het maatschappelijk juiste tegenspel. En zoals ik eerder opmerkte (1112): Rollen veronderstellen gedeelde kennis o.a. over de bedoelingen van de rol en van de speler van de rol.

Ze deden allemaal hun "naastbyliggende plicht" in de rollen die ze speelden, en meenden allen, ongetwijfeld maatschappelijk terecht, volgens de heersende normen, hun fatsoenlijke best te doen. [1212]
 


Oorzaak godsgeloof en onwenselijkheid religieus onderwijs

Ik vermoed - en enigszins maar niet bijzonder terzijde: ik ga op allerlei vraagstukken in die me te binnen schieten bij het lezen van de Ideen, maar niet op alle, en meestal niet op letterkundige, zoals ik trouwens al schreef aan het eind van 381 - dat een tamelijk belangrijke reden waarom zoveel mensen in een god geloven is dat het ze dan makkelijker valt te berusten in aardse ellende, immers God's wil van begin tot eind.

Zoals ik de lezer ook al eens verteld heb ben ikzelf als kind nooit geplaagd met vertelsels over de Heer, wat ongetwijfeld een voorname reden is dat ik geen enkel talent voor religie heb. Ikzelf meen dan ook dat mensen niet het recht zouden moeten hebben hun kinderen te belasten met fantasieën over hel, vagevuur en hemelse beloning voor de braaf goedgelovigen. Wat volwassenen willen geloven moeten ze zelf maar weten, maar kinderen hebben nog niet de rationele begrippen en kennis op zich effectief te kunnen verweren tegen allerlei vormen van "godsdolheid". Vrijheid van geloof is goed, maar dat impliceert geen vrijheid kinderbreinen te misvormen met religieuze propaganda en gruwelsprookjes. [1213]
 


Het Hollands geslacht der Gooremesten

.. den tak der Gooremesten ..

De lezer die meer wil weten over deze zeer wijdverbreide taak van waarachtige voortreffelijke Hollanders - kennelijke voorouders van Hollanders van formaat als Heineken en Hazes - verwijs ik naar 1161-1. [1213]
 


Performatieven in Multatuli

 't Was geschied! De lezer weet dat de doop 'n Sakrament is. Na eens zoo'n naam te hebben uitgesproken, kan men niet op de zaak terugkomen en zeggen: ‘friskuus ik bedoel 'n ander.’

Hier wijs ik de taalkundig of filosofisch geïnteresseerde lezer op 't feit dat Multatuli het bestaan van performatieven onderkende, lang voordat hier sprake van was in de taalkunde of filosofie. (Een performatief, lezer, is een daad verricht door het uitspreken van een bewering. Voorbeelden zijn "Ik doop u tot Rodomont", "Ik zweer het" of "Ik neem u tot vrouw", alledrie in bepaalde passende contexten.) [1213]
 


Eugenetische deugdelijkheid

De betekenis van "Eugène" is welgeboren, vanwaar ook "eugenetica". Er is veel onzin beweerd over eugenetica, maar het is iets dat ongetwijfeld deze 21ste eeuw belangrijk wordt, als de mensheid de mensheid niet uitmoordt. Zie een bespiegeling over menselijke kwaliteiten en eugenetica die ik in 2002 schreef: Mencius on human qualities. [1213]
 


Neerlands standsbesef

Juffrouw Pieterse-zelf zou dit maatschappelyk standpunt niet byzonder hoog gevonden hebben: 'n schilder!

Zo'n 150 jaren later was het nog steeds zo. Althans... toen ik mij, als zoon van een communistische huisschilder toch op de Hogere Burgerschool bevond bleek daar snel dat alle kinderen in de klas meenden dat mijn vader kunstschilder was, als ik zei dat hij schilder was. [1214]
 


Waarachtig k'toor-volk

 Was 't niet jammer dat er niet mocht gelachen worden op 't kantoor van m'nheer Kopperlith?

Ik weet niet hoe het toegaat op moderne kantoren, anno 2006, het jaar waarin ik dit schrijf, maar veronderstel, aangezien mensen bij benadering hetzelfde blijven van generatie op generatie, dat het nog steeds ongeveer zo gaat "op  k'toor" als in Wouter's tijd, en in mijn tijd, al zal er nu vast het e.e.a. "opgeleukt" en "opgepimpt" zijn in kantoren.

Het is echter heel goed mogelijk dat lachen nog verboden was bij de PTT, aan werknemers, rond 1970, en wie het deed was in ieder geval verdacht bij de chefs, want er viel niets te lachen bij de PTT, en wie het toch deed was gek of dronken, volgens de chefs.

In de werkplaats van het NIKHEF (waar aan hogere energie fysica werd gedaan, maar zeker niet door de staf van de werkplaats) was de reactie van het personeel van 'n man of vijf, ook in de vroege zeventiger jaren van de 20ste eeuw, als een aanwezige iets zei dat mogelijk humoristisch zou kunnen zijn, zoals "Kijk, een duif!", dat ze gezamenlijk ritmisch op tafels sloegen onder het in koor uiten van "Hè, Hè, Hè, Já, Já, Já!". Zij vonden dat allemaal heel normaal.

Bij de Nederlandse Middenstandsbank was de onderdirecteur een volkomen randdebiel van betere of beste stand, die alleen maar hard kon lopen door de gangen en eindeloos, hijgend van de intellectuele en fysieke inspanningen nodig voor conversatie en hardlopen, over "hakkie" babbelen met het personeel, want hij wist van helemaal niets anders.

Bij Elsevier.... lezer, ik verveel u ongetwijfeld, maar de portée van mijn herinneringen is dat overal waar ik gewerkt heb "op k'toor", helaas vaak, gelukkig vrijwel altijd als uitzendkracht of werkstudent, de menselijke situatie niet principieel verschilde van Wouter's situatie bij de fa. Ouwetyd & Kopperlith, al neem ik ook aan dat het allemaal veel minder drukkend en benauwd was dan in de 19e eeuw.

Wat het ergste was met al die k'toor-ervaringen was dat al die gefnuikte, verminkte, vervalste of hopeloos domme lieden die ik overal trof als "collegaas" geen enkel probleem zagen in de bittere komedies, de leugens en de grauwheid waarmee en waartussen ze leefden. Ze vonden het normaal, "dus"  goed, en wie weet voelde de meerderheid zich bevoorrecht zó te mogen leven en werken als ze feitelijk deden.

En mogelijk hebben ze daarin dan gelijk, gezien hun verstand - en ongetwijfeld zouden ze gelijk hebben zich gelukkig te prijzen vergeleken met het lot van hun (over)grootvaders, dat in meerderheid weinig financieel of maatschappelijk verschild zal hebben van dat van Klaas Ris, die trouwens zelf een behoorlijk moedig en intelligent man was, maar op z'n 75ste nog gedwongen was petroleum te verkopen op straat, om maar in leven te mogen blijven in Nederland. [1214]
 


Soorten schaamte

Plaatsvervangende schaamte, dus gène voor wat een ander doet, komt me toch minder pijnlijk voor dan schaamte over zichzelf, omdat men niet verantwoordelijk is voor het beschamende gedrag van een ander. [1214]
 


Waarachtige levensles voor de doorsnee

 'n Jong-mensch moet zich nooit bemoeien met iets dat hem niet aangaat. Leer dit van my.

Dit is niet alleen voor jonge mensen een bijzonder bruikbare les hoe maatschappelijk mee te komen:

Val niet op! Doe normaal! Wees gewoon! Bemoei je alleen met je eigen zaken! Denk niet na, behalve over hoe je baas te plezieren! Stel geen lastige vragen! Kritiseer nooit je werkgever of collegaas! Heb geen belangstellingen in iets waarin je collegaas geen belang stellen! Leef, denk, doe en zie eruit als je geëerde collegaas! Wees nooit origineel! Denk en praat niet over politieke, religieuze, morele, filosofische of wetenschappelijke kwesties! Bezit geen interesses in iets waar niet talloos veel anderen ook in geïnteresseerd zijn! Doe normaal, dan doe je al gek genoeg! En denk vooral niet dat je iets bijzonders bent! "If you want to be pleased, please!". De beste kruipers en de handigste huichelaars komen 't verst in onze menselijk-o-zo-menselijke maatschappij!

Leer dit van my. [1215]
 


De laatste lezer van Multatuli's Ideen

Zullen ze niet eenmaal met hun gebladert van zóóveel vellen druks den schedel belommeren van den laatsten sterveling die over 'n eeuw of wat onfatsoenlyk genoeg wezen zal om nog hollandsch te verstaan?

Wel, lezer... ik heb dit er uit gelicht om op te merken dat ik mogelijk "den laatsten sterveling" ben die de hele Ideen doorgelezen heeft, en trouwens ook één der weinigen die dat ooit deden. Immers, uit het Nawoord bij bundel 3 blijkt dat Funke bij Multatuli's leven 2000 tot 4000 exemplaren van de diverse bundels Ideen verkocht, terwijl ik vrijwel alle delen uit de Garmond-editie van Multatuli's werken die ik ooit las en kocht of kreeg nog zelf heb open moeten snijden, soms honderd jaren na hun druk.

Het dunkt me dus een nogal optimistische schatting als ik aanneem dat sinds de Ideen gepubliceerd zijn hooguit 1000 mensen van de ondertussen ca. 30 miljoen Nederlands lezenden in die tussentijd Multatuli's Ideen geheel gelezen hebben.

Dit is een natte-vinger-schatting, maar niet vrij van evidentie. Over de blauwe Garmond-editie van het begin van de 20ste eeuw schreef ik hierboven, en dat ik de delen die ik kocht of kreeg open moest snijden geldt voor de grote meerderheid van zo'n 30 delen ervan. Er is ook een in het groen ingebonden editie geweest van Multatuli's Verzameld Werk, kennelijk geproduceerd in de twintiger of dertiger jaren van de 20ste eeuw, maar dit was blijkbaar geen grote editie, want ik heb deze zelden tweedehands aangeboden gezien. Dan was er de uitgave van de Ideen in Van Oorschot's VW-uitgave uit de jaren 1950, maar deze was zó slecht dat slechts zeer weinigen de Ideen in die uitgave gelezen zullen hebben. Tenslotte was er een betere uitgave in de jaren 1980 door Querido, maar de paperbacks van die uitgave waren helaas zo slecht ingelijmd dat ze nauwelijks bestand waren tegen lezing, zodat waar je aan begon als een boek eindigde als een stapel losse paginaas. [1216]
 


De hulpvaardigheid van de Neerlandse doorsnee

Ik behoef hier immers niet bytevoegen dat dit de ellendelingen niet verschoont, die 't kind aan deze vuurproef onderwierpen? 't Was hùn doel waarachtig niet, onzen Wouter tot mensch te maken!

O nee, 't is bitterder: Ongetwijfeld was één van hun doelen Wouter te helpen bij het worden van een fatsoenlijk, oppassend, behoorlijk en nuttig mens à la Wilkens of Dieper, en een ander doel daar persoonlijk niet slechter van te worden en voordeel bij te halen. [1216]
 


Neerlandse postbezorging (en moraal, en welstand)

Vanaf ca. 1870 begon Nederland economisch op te leven, met als oorzaak of gevolg een veel betere postdienst dan daarvoor, en trouwens ook dan sindsdien, want de snelheid waarmee de post werkte in de jaren 1870, die op te maken is uit het briefverkeer tussen Multatuli en z'n uitgever Funke, was behoorlijk verbazend, voor wie aan het 20ste eeuwse tempo van de PTT is onderworpen geweest. [1218]
 


Waarom de meeste mensen alle weekdagen werken

- Dat doe-n-ik niet, zei de man. Ik kan al m'n andere klanten niet laten wachten op één van 'n stooter in de week!

Men kan zich afvragen, gegeven iemand die op een dergelijke manier in z'n onderhoud voorzag als deze peripatetische barbier, hoeveel van het werk dat in een maatschappij gedaan wordt ook werkelijk nodig zou zijn als de maatschappij rationeel georganiseerd zou zijn.

Dit is schijnbaar geen onredelijke vraag, en ze is gesteld door nogal wat socialistisch geïnteresseerde mensen, gewoonlijk met een antwoord dat neerkwam op "Als het werk dat gedaan moet worden rationeel verdeeld zou worden, en alleen dat gedaan zou worden wat werkelijk nuttig is, dan zou men gemiddeld met veel minder werkuren toekunnen, en met een veel kortere arbeidsdag, en met veel minder en veel eerlijker verdeeld zwaar, smerig, schadelijk of gevaarlijk werk."

Dat is ongetwijfeld waar, maar gaat voorbij aan de gebrekkige menselijke rationaliteit - en in feite komt een opvatting als van Mandeville mij waarachtiger voor: De grote meerderheid van het werk dat gedaan wordt in een enigermate ingewikkelde menselijke maatschappij wordt gedaan uit behoefte aan luxe of status, en is gebaseerd op menselijke hebzucht en oneerlijkheid, en niet op menselijke rationaliteit of redelijkheid. [1218]
 


Goede netwerkers gevraagd

Onze jongste-bediende werd nu met de noodige aanbevelingen tot ‘net werken’ aan 't kopieeren gezet van 'n paar brieven.

Tegenwoordig wordt van allerlei hoger kantoor-personeel geëist dat ze "goede netwerkers" zijn, met een "uitgebreid netwerk". Hier wordt niet bedoeld dat de dames en heren net werk kunnen afleveren, maar dat ze - "How to make friends and influence people" - veel vrienden, vriendinnen en kennissen hebben weten te maken, en maar al te blij zijn dit bestand van hen persoonlijk bekende mensen te gebruiken voor de belangen van de baas. Dat een "goede netwerker" feitelijk weinig anders is dan een handige leugenaar, en een soort handelsreiziger is in persoonlijke populariteit, is bijna even vanzelfsprekend als de hoon of onbegrip van geslaagde netwerkers voor wie neerziet op een dergelijke karakterloze hoerigheid. Maar advertenties voor hoger personeel eisen tegenwoordig "een uitgebreid netwerk" of "het zijn van een goed netwerker" van hun reflectanten, en geven daarmee een goede indicatie van de door hun werknemers verlangde morele integriteit en het menselijk peil van dergelijk personeel. [1219]
 


K'toormensen

Laat ik mijn bevindingen in dit verband heel diplomatiek zó formuleren: Wie echte hersens heeft werkt niet op k'toor. En om hier geen misverstand over te laten bestaan, en ik ook wel eens in de bouw en als boer heb gewerkt: Wie echte hersens heeft kan genoodzaakt zijn als arbeider of boer te overleven, en kan door nood gedwongen een tijd op k'toor werken, maar wie in een k'tooromgeving floreert is gezegend met algehele talentloosheid. Nergens heerst een gedwongener, valser, onechter, doodser atmosfeer, en nergens zijn zoveel artificiële mensen. [1220]
 


Menselijk kenvermogen en boosaardigheid

 ..de graad waartoe menschelyke dwaasheid kan afdalen, is voor den boosaardigsten artist onbereikbaar.

Dit is een variant op het gezegde dat het leven altijd ingewikkelder is dan de leer, maar men kan zich hier afvragen of "den boosaardigsten artist" geen mens is. Een andere variant op hetzelfde idee is van J.B.S. Haldane: Niet alleen is de werkelijkheid vreemder dan mensen aannemen, maar ze is vreemder dan mensen kùnnen aannemen. Als Haldane hierin gelijk heeft dan zullen we het nooit weten, trouwens, en we moeten feitelijk uitgaan van het tegendeel: Dat mensen in staat zijn althans de algemene struktuur van wat bestaat te herkennen, onderkennen of gissen. [1220]
 


Gewone brave mensen

 Dat er onder 't half-dozyn personen waarmee Wouter hier in aanraking kwam, geen enkele was die zich verheffen kon boven 't àllerlaagste peil van verstand en hart, mag slechts vreemd voorkomen aan wie de Maatschappy niet tot 'n onderwerp van studie gemaakt heeft. Myn schets is wáár.

Nee, dat geloof ik niet. De oude Gerrit, bijvoorbeeld, lijkt me zo vreselijk dom en slecht niet, en overigens is het zinniger om aan te nemen dat Wouter's bazen en mede-personeel vooral leden aan de zeer wijd verbreide menselijke tekortkoming gewóón te zijn, allergewoonst, zonder het minste bijzondere eigen talent, niet intellectueel, niet artistiek en niet moreel, en daarom ook zonder enige eigen interne aansporing iets bijzonders van zichzelf te proberen te maken, en natuurlijk ook zonder veel kritiek op hun eigen omgeving of hun medemensen.

Gewone mensen zijn en blijven gewoon omdat ze geen ongewone gaves en geen ongewone behoeftes hebben, en dat geldt ook voor de Koprolithen, de Diepers en de Wilkens.[1220]
 


Karakter en beroep

..wáár blyft het dat iemand die ongenoodzaakt z'n levensonderhoud zoekt in grove of nietige bedryven, blyk geeft van 'n laag standpunt.

Ja, maar dat geldt alweer niet voor de hier behandelde personen, die ook daar te gewoon voor zijn. Wie gevangenisbewaarder of deurwaarder wil worden geeft daarmee blijk, als het niet pure noodzaak van overleven is, kennelijk in sado-masochisme geïnteresseerd te zijn, en genot te vinden in het opsluiten, vernederen of vervolgen van mensen (..) [1220]
 


De doorsnee

Wat dan te zeggen van 't ras der koprolithen, dat geheel vrywillig verstand, hart en karakter laat braak-liggen?

Nee, zo is het niet: Ze kunnen niet veel beter dan ze doen, op eigen kracht, al zouden ze willen, wat ik toegeef dat zelden het geval is met dergelijke mensen, die heel goed van zichzelf plegen te weten dat ze geen enkel bijzonder talent hebben.

Dergelijke mensen doen gewoonlijk niet beter omdat ze niet veel beter of anders kunnen. Wie werkelijk talent of een echt goed verstand heeft wéét dat bijna altijd, eenvoudig door zichzelf te vergelijken met anderen.

En een probleem voor Multatuli, en voor mensen die menen dat de mensheid radikaal beter en anders kan dan ze in meerderheid evident doen en willen en gedaan hebben, is dat de grote meerderheid van het ras der Kopperliths is, of er zo weinig van verschilt dat het er niet veel toe doet.

Het is - trouwens - niet voor niets, en ook geheel in overeenkomst met de gemiddelde menselijke hoedanigheden (zie ook bijv. 308) dat Multatuli in de hele geschiedenis van Wouter Pieterse maar een kleine minderheid aantreft met zowel een goed verstand als een goede wil. [1220]
 


Neerlands anti-semitisme en de leugen van gelijkwaardigheid

 ... ‘van zoo'n smeerigen jood!’

Hier moet de lezer bedenken dat Multatuli lang vóór de Tweede Wereldoorlog schreef, en geheel geen antisemiet was, zoals we ook zullen leren in de komende ideen. Dit is een wat moeilijk thema in Nederland sinds de 2e Wereldoorlog, omdat meer dan 1% van de Nederlandse bevolking toen uitgemoord is door de Duitse bezetters, met aanzienlijke hulp van "autochtone Nederlanders", die ná de oorlog allemaal "in het verzet" zouden hebben gezeten, volgens zichzelf. Wie hier meer van wil weten en begrijpen leze mijn laatste noot bij 1171.

Trouwens... een ander probleem voor het rationeel bespreken van de gewone menselijke onmenselijkheid tegen hun medemensen (die niet tot hun eigen groep, soort, ras, natie, geloof of politieke overtuiging behoren) is de in Nederland wijd verbreide illusie en leugen dat "alle mensen gelijkwaardig" zouden zijn, in Nederland vooral uitgedragen door drs. Ed van Thijn, ten behoeve van z'n eigen carrière. Zie 155, 308, de al genoemde 1171 en 1185.

Die beweerde universele menselijke gelijkwaardigheid - van Eichmann tot Einstein, van Pol Pot tot Martin Luther King, van Hazes tot Beethoven -  is geheel ònwaar, maar wáár is dat deze ongelijkheid helemaal niets met ras, afkomst, ethniciteit of nationaliteit van doen heeft: Menselijke excellentie is altijd individueel, en overigens zeldzaam. [1221]
 


Menselijke doorsnee = conformistische collaborateurs

 Myn naastbyliggende plicht was nu eenmaal het beschryven van zeker menschenras waaraan Vuurlanders, Huronen en Irokeezen te danken hebben dat ze niet de àllerlaatste schakel zyn die den Mensch aan de Dieren verbindt.

Afgezien van Multatuli's meningen over wat tegenwoordig géén "primitieve volkeren" meer genoemd mogen worden - trouwens, als alle Politiek Correct taalgebruik een lafhartige en oneerlijke poging de wereld zogenaamd te verbeteren door het taalgebruik zogenaamd fatsoenlijk te maken, volgens geldende  vooroordelen (zie: 374) - is M. onrechtvaardig over de Kopperliths, Willekes en Diepers, kennelijk omdat M. dergelijke personen zelf moest meemaken als puber van ca. Wouter's leeftijd in een functie als van Wouter.

Dergelijke mensen zijn ook te gewoon, te alledaags, te normaal om iets ànders te zijn dan conformist, en doen dus geen bijzonder kwaad... altijd natuurlijk tenzij het doen van kwaad tot de gewone maatschappelijke plicht behoort, zoals heel goed mogelijk is gedurende tijden van (burger)oorlog. Dan doen de Kopperliths etc. natuurlijk graag hun vaderlandse plicht, of hoe ze het wensen te noemen. (Zie: Ordinary men en 1211) [1221]
 


Ongepubliceerd vervolg van Woutertje Pieterse

 Men moet al zeer schraal bedeeld zyn met de specifiek-dichterlyke gaaf van assimilatie, om den familietrek voorby te zien, die dezen tocht doet zweemen naar de uitspatting waaraan zich eenmaal prinses Erika schuldig maakte.

Ook wat betreft die "specifiek-dichterlyke gaaf van assimilatie": We hebben eerder als het ware terloops vernomen dat er een zeer grote familie-gelijkenis is tussen de kinderen Holsma, hun neef en nicht prins Erik en prinses Erika, en Wouter. Zie 1176. Ongetwijfeld hing dit in Multatuli's opzet duidelijker samen met het in idee 405-409 vermeldde dan hij uiteengezet heeft in het deel van de geschiedenis van Wouter Pieterse dat hij wèl uitgeschreven heeft voor publiek, dat niet verder gaan dan Ideen 7.

De genoemde "uitspatting" wordt beschreven in 1134, waar Wouter ook voor het eerst de vraag opwerpt "Hm... zou ze misschien willen ruilen? Hy: prins Erik. En zy... ".

Maar om terug te komen op de "specifiek-dichterlyke gaaf van assimilatie": Ik heb al in mijn kommentaren bij de vorige bundel gezegd dat er zeer veel parallelen, herhalingen en analogieën in de Woutertje Pieterse aan te wijzen zijn, die daar vaak vrijwel zeker opzettelijk in gelegd zijn door Multatuli. [1222]
 


Waarom leugens werken - en grove leugens het best

Wie leugens durft opdisschen aan een ontwikkeld publiek, moet wel zeker van z'n zaak zyn, en zóó vast staan in den kothurn zyner overtuiging, dat-i het steunen op kleine waarschynlykheidjes missen kan.

Hier is M. ongetwijfeld ironisch. In feite blijkt Goebbel's "grosze Lüge" - als je liegt, liegt dan grof - verreweg het meest effectief, zowel in de reclame als de politieke en religieuze propaganda.

En de enige groep mensen die systematisch probeert acht te geven op "waarschynlykheidjes" zijn de wetenschappers. Gewone mensen richten hun geloof niet in naar wat ze kunnen weten dat de feiten en de waarschijnlijkheden zijn, maar naar hun eigen wensen of naar de wensen van de maatschappij. [1222]
 


De wortel van het Geloof

 Waartoe zou het Geloof dienen, als 'n profeet, by al z'n andere plichten, zich nog zou moeten onthouden van ongerymdheid ook?

Juist: "Credo quia absurdum" is de wortel van het religieus "Geloof". En men gelooft wat men wéét dat absurd, ongefundeerd, onbegrijpelijk of zonder enige behoorlijke evidentie is omdat men wénst dat het waar is.

Feitelijk is dat onbehoorlijk, oneerlijk en irrationeel, en al is het waar dat volwassenen in beginsel het recht behoren te hebben hun eigen meningen te kiezen, hoe ongefundeerd ook volgens andere volwassenen, het is ook waar dat het onbehoorlijk is kinderen "geloofswaarheden" voor te houden en ze er in op te voeden als de volwassenen niet eens in staat zijn er behoorlijke rationele argumenten voor te geven. [1222]
 


Plichtdoen en goed doen

Plichtdoen is alleen goed als ofwel wat de plicht inhoudt goed is ofwel omdat de doener niet in staat is zelfstandig redelijk te oordelen en de opdrachtgever dat wel is. [1222]
 


De Joden en Neerlandse tolerantie

.. en de amsterdamsche burgervaders onder wier hoede die Jodenhoek zich zoo prachtig ontwikkeld had...

Hier is M. ironisch: De "Jodenhoek" had zich natuurlijk geheel niet ontwikkeld door enige inspanning van "de amsterdamsche burgervaders", en bestond alleen omdat ze getolereerd werd in Amsterdam, en joden overigens ongetwijfeld op z'n best met grote onverschilligheid - de gewoonlijke inhoud van wat Nederlanders hun "tolerantie" believen te noemen - werden "behandeld".

Toch is het wel waar dat in Nederland de joden althans getolereerd werden, wat in andere Europese landen, zoals Engeland en Frankrijk, niet het geval was, hetzij periodiek, hetzij eeuwen lang. [1223]
 


Neerlands nepotisme aba partijgeest

 Er heerschte toen een bespottelyk nepotismus. De vraag was niet, wie blyk had gegeven van bekwaamheid en eerlyke bedoelingen, men regelde de benoemingen... naar die huwelyksverzen, geloof ik. Dit is thans anders.

En anno 2006 is dat o zo radikáál anders: Hoewel volgens de Grondwet iedere volwassen Nederlander in beginsel recht heeft op benoeming in alle functies, is het feitelijk zo dat alléén leden van politieke partijen belangrijke en goed betalende hogere bestuursfuncties kunnen krijgen.

De reden voor die regel is dat men zodoende zeker is dat nieuw benoemden even bekwame leugenaars en bedriegers zijn als hun voorgangers, en dat reeds jaren hebben aangetoond in hun politieke partijen. 

Dus zonder ironie: In Nederland heerst in de politiek nog steeds het nepotisme. De bestbetalende ambten worden nog steeds, en al sedert eeuwen, verdeeld onder de eigen vrienden en medestanders. En dit zou ook zo èrg niet zijn als degenen die op deze wijze in functie worden geholpen ook moreel en intellectueel bekwaam zouden zijn. [1223]
 


De heerlijke vruchten van algemeen kiesrecht en demokratie

Het Volk kiest z'n voorgangers en gemachtigden, en zorgt dus wel dat er geen onbekwame of gewetenlooze lieden aan 't bestuur komen.

Deze stijlfiguur heet ... "ironie". Zie 118, 119. (Zinniger en ironielozer is: Het Volk is in meerderheid onbekwaam tot oordelen, en kiest dus in meerderheid onbekwaam, en gewoonlijk voor onbekwamen.) [1223]
 


De denkende minderheid

Er is maar een kleine minderheid die "aanleiding vindt tot nadenken", en van die kleine minderheid zijn er nog weer aanzienlijk minder geïnteresseerd in veel verschillende onderwerpen. [1224]
 


Niets onmenselijks is de doorsnee mens vreemd

Het ‘nil humani alienum’ moge dan al niet juist in wysgeerigen zin 'n artikel in hun dagelykschen kathechismus wezen, toch is dat woord op hen van volle toepassing in stoffelyke en maatschappelyke beteekenis.

Het Latijn betekent zoveel als "niets menselijks vreemd" en komt van een Grieks gezegde van Aeschylos, "Niets menselijks is mij vreemd", en geldt natuurlijk voor ieder mens - al is het ook al weer heel menselijk om menselijke tegenstanders of leden van andere groepen, rassen, geloven, naties of politieke partijen voor iets zeer minderwaardigs en beestachtigs te houden, als dat goed uitkomt voor vermeend eigenbelang. [1224
 


Het ruilbeginsel

 En wie koopt die waar? Hoeveel brokken klapper, hoeveel van die westindische boontjes, moeten de kleinkinderen van de zuurvrouw by buurman besteed hebben, om hem in-staat te stellen zyn kroost op háár vygen te onthalen? Hoeveel vygen moet zy hebben gesleten aan zyn kinderen, voor ze de duit óverheeft, waarmee háár snoepertjes den koopprys van zyn pienders voldoen? O diepte der verborgenheid, beide der kennisse en des begrips van den amsterdamschen Jodenhoek!

Wel, dit kan aanleiding geven tot allerlei meer of minder ingewikkelde bespiegelingen en overwegingen. Hier is er één van mij, die het wezen van de handel tracht te ontsluieren, maar liefst.
 


Het ruilbeginsel

Handel, ruil, vraag en aanbod en nogal wat verdere menselijke betrekkingen laten zich allemaal in beginsel vangen in een algemeen schema van de volgende vorm:

- Er is een persoon a met een goed A waaraan a een door a bepaalde waarde toekent
- Er is een persoon b met een goed B waaraan b een door b bepaalde waarde toekent
- Persoon a kent een grotere waarde aan B toe dan aan A
- Persoon b kent een grotere waarde aan A toe dan aan B

En ziedaar: a en b realiseren de voorwaarden voor een ruil waar beiden, bovendien naar eigen inschatting van waarde, persoonlijk voordeel bij zullen hebben - als ze van elkaar weten, en geen ruzie krijgen, en zowel A als B overdraagbaar is aan een ander.

Eén interessant feit hierbij is dat dit in beginsel allemaal van de persoonlijke inschattingen van a en b afhangt; een ander is dat de geschetste verhouding véél algemener zijn dan puur economisch, monetair of handelsmatig - want "het goed" A kan een vriendelijk woord of gebaar voor een ander zijn, en de door a bepaalde waarde toegekend aan A of de moeite die dit a kost, en hetzelfde geldt voor zéér veel meer zaken en handelingen; en een derde is dat het een reden van ruilen biedt, en ook een reden voor verdergaande samenwerking als a beter is in het produceren van A dan b, en b beter is in het produceren van B dan a. [1224]
 


Voordelen van een waarachtig geloof

En in algemeen-menselijke termen is het nut van de "aanbidding van andere goden" dan gebruikelijk was in de eigen groep dat de aanhangers "van andere goden" maar al te vaak en te graag andersgelovigen vervolgen, discrimineren of uitsluiten van maatschappelijke voordelen en privileges. [1224]
 


Jodendom, Christendom, en bekeerdrift

Onder de joodsche natie zyn zeer veel ontwikkelde personen, meer zelfs dan onder de christenen, als we boosaardige statistici mogen gelooven. In de meeste vakken van kennis en wetenschap hebben zy eeuwen lang uitgemunt, en dit is nog thans het geval. Waarom bestryden hun rabbi's, hun theologen, hun geschiedvorschers, hun mannen van letteren, hun denkers, de christelyke godsdienst niet?

In beginsel is dit natuurlijk geen onredelijke vraag, en er zijn bovendien drie tamelijk voor de hand liggende antwoorden op.

In de eerste plaats is het joods geloof geen predikend en evangeliserend en bekerend geloof, zoals de diverse protestante vormen van christelijkheid dat oorspronkelijk wel waren, en het oorspronkelijke christendom de eerste eeuwen ook was.

In de tweede plaats bestreden de joodse "rabbi's", "theologen" en "geschiedvorschers" het christendom natuurlijk wel, voorzover ze het afwezen, zich er niet toe bekeerden, en voor het één of het ander argumenten gebruikten.

En in de derde plaats deden ze er in beginsel verstandig aan, als minderheidsgroep, om zich niet publiek leerstellig te verzetten tegen het christendom, en niet te prediken dat christenen zich tot het jodendom zouden moeten bekeren.

Maar een belangrijke reden voor Multatuli om de vraag te stellen is dat hij zelf zich wel verzette tegen het christendom, en meende daar wel wat steun bij te kunnen gebruiken. [1224]
 


De doorsnee hordenmens en het Neerlands deugdbegrip

 Niemand zal 't in onze dagen in z'n hoofd krygen, den Israeliet euvel te duiden dat-i niet ‘in’ Christus gelooft. Niemand zal hem daarom vervolgen, zwart-maken, uitsluiten, lasteren.

Dit lijkt me, ook in Multatuli's tijd, te optimistisch, afgezien van een kleine minderheid.

De grote meerderheid van de mensen heeft altijd geleefd en gevoeld alsof de opvattingen, praktijken, en waarden en doelen van de kleine groep van mensen met wie zij zelf dagelijks omgaan en waar ze zelf uit voortkomen maatgevend zouden zijn voor wat menselijk is en voor wat mensen behoren te zijn, geloven en prefereren. Het is niet voor niets dat hèt Nederlandse volksspreekwoord en de meest gebruikelijke Nederlandse morele aansporing "Doe normaal, dan doe je al gek genoeg!" is. [1224]
 


De waarheid des Geloofs

 Wat onwaar is, draagt de kiem der vernietiging in zichzelf. Ongerymdheid is niet leefbaar.

Ik geloof niet dat M. hier ironisch is, en wel dat hij dit zou hebben moeten zijn. Immers, we spreken van religieus geloof, en daarvoor geldt, veel meer dan voor enig andere vorm van geloof, dat het geïnspireerd wordt door wensdenkerij en angst, en dat onwaarheid en ongerijmdheid eerder een sine qua non vormen voor een succesvolle religieuze tekst dan een beletsel.

Immers, het uiteindelijk criterium van geloofwaardigheid voor een religie is niet rationeel maar emotioneel: dat het wensen schijnbaar bevredigt, en angsten helpt beheersen, en beloftes doet over een komend hemels bestaan die het vaak nogal gruwelijke en pijnlijke huidige aardse bestaan dragelijker helpen maken, al is het middels illusies en oncontroleerbare beloftes. [1224]
 


Vrijheid van geloof

We hebben burgerlyke wetten die 't auto-dafeën verbieden. Het is u vergund, rondborstig te verklaren dat uw God is de ware God, uw Jehovah de ware Jehovah. Waarom zwygt ge?

Wel, ik kan onmogelijk antwoorden voor de aangesproken Nederlandse joden uit de 19e eeuw, maar ik kan wel twee tamelijk redelijke antwoorden verzinnen.

In de eerste plaats: Natuurlijk verklaarden de joden dat hun god "de ware God" was, maar ze deden dat gewoonlijk alleen temidden van hun eigen volk, en bij hun eigen godsdienstoefeningen. Immers, de joden vormen geen evangeliserend of bekerend geloof.

En in de tweede plaats: Velen zouden iets als het volgende geantwoord kunnen hebben - en ik formuleer algemeen, omdat het in beginsel voor iedere religie geldt.

Wij zijn mensen, en hebben daarom algemene begrippen nodig over wat de werkelijkheid is, en waar ze toe dient, en wat mensen moeten doen en laten. Onze begrippen en waarden hebben wij, zoals bijna ieder mens, overwegend geleerd en overgenomen van onze ouders, voor wie hetzelfde gold, en het is dus van hen dat wij geleerd hebben wat wij geloven.

Maar omdat wij mensen zijn, en omdat er zoveel geloven zijn, weten we dat we ons kunnen vergissen, zoals ieder mens kan weten dat hij of zij zich kan vergissen over fundamentele vragen. Wij menen daarom dat het iedereen vrij zou moeten staan zijn eigen geloof te praktiseren, voorzover hij iedereen vrij laat hun eigen geloof te praktiseren. Zie verder onder [11]. [1224]
 


Modern Neerlands Trots Racisme

In Nederland ligt dit tegenwoordig - anno 2006 - nogal anders, en lijkt rond de 50% van de naar eigen zeggen "autochtone" bevolking, zoals o.a. voorgestaan door de moderne liberale fasciste of fascistische liberale (daar wil ik van afwezen - al denk ik dat zij zelf ook niet duidelijk kan uitleggen wat het verschil is) Rita Verdonk noties te hebben over zichzelf te hebben die emotioneel weinig verschillen van wat Hitler's volgelingen dreef - al mag je dat natuurlijk niet zèggen (374), want dan "demoniseer" je deze schatten van mensen, volgens henzelf. Toch werd er in het voorjaar van 2006 zogeheten sociaal-wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd waaruit zou blijken dat minstens 10% van de zogeheten autochtone Nerderlanders zichzelf voor "racistisch" houdt, ongetwijfeld met apentrots op de eigen soort. [1224]
 


Religies en de burgerlijke wet

Ge reikt de hand aan allerlei boosdoeners die varkensvleesch eten, en zich niet ontzien zouden 'n wafelkraam optezetten in uw tabernakel, wanneer ge u niet kondet beroepen op eigendomsrecht volgens dezelfde Burgerlyke Wet, die U 'n gruwel behoorde te zyn.

Maar waarom? Feitelijk ligt hier een interessant thema, namelijk de verhouding tussen de burgerlijke wet en de bepalingen van een religieus geloof, waarbij ik aanneem dat de burgerlijke wet er één is als in Nederland, die tracht te mediëren tussen verschillende geloven, en die geen staatskerk of leidende religie vooronderstelt, zoals in veel landen eeuwen lang het geval was en nog steeds is.

Kortweg gezegd komt het hier op neer, gegeven een dergelijke burgerlijke wetgeving: Ieder geloof dat uitgeoefend wordt onder dergelijke wetgeving is ondergeschikt aan de wet. Men is vrij te geloven en praktizeren wat men wil, zolang men de vrijheden van anderen niet aantast en zich niet onwettig gedraagt.

Dit lijkt zowel zinnig als redelijk als verstandig - maar het is wel in tegenspraak met nogal wat passages in nogal wat heilige boeken, namelijk waren deze oproepen tot het vervolgen van de ongelovigen.

Het lijkt dus alsof het logisch noodzakelijk is dat de gelovigen die willen samenleven met andere gelovigen onder een burgerlijke wet afstand moeten doen van althans dat deel van hun eigen geloof dat hun lijkt op te dragen andersgelovigen te vervolgen of onderdrukken, en dat ze bereid moeten zijn toe te geven dat er een reële kans is dat zij zichzelf vergissen in zaken van het geloof, precies zo als andersgelovigen.

Dit alles lijkt mij beschaafd, maar ik ben niet gelovig, en niet gelovig opgevoed, en ik geef toe dat het niet moeilijk is in heilige boeken van dit of dat geloof passages aan te wijzen die, uit naam van een God, hier zeer strijdig mee zijn. [1224]
 


Konsekwent religieus geloof en fanatisme - 1

Het jongetjen in den amsterdamschen Jodenhoek dat den prediker Schwartz trachtte te vermoorden, is de eenige konsekwente Israeliet, van wien ik sedert jaren gehoord heb.

Natuurlijk niet, of slechts tenzij alleen fanaten konsekwent zijn. Het is wèl waar dat er in ieder geloof nogal wat fanaten geweest zijn die bereid waren andersgelovigen te vervolgen of vermoorden, en dat ook de heilige boeken van zeer veel geloven op nogal wat plaatsen daartoe oproepen, of dit vergoelijken.

Maar opnieuw: De principiële punten zijn dat je geen pluriforme samenleving kunt hebben zonder een behoorlijk grote mate van wederszijdse tolerantie tussen mensen van verschillend geloof of van verschillende politieke overtuiging, en dat je geen samenleving kunt hebben als de leden ervan besluiten elkaar naar het leven te staan. [1224]
 


Konsekwent religieus geloof en fanatisme - 2

 Geen aanhanger van Mozes mag afkeuren dat die knaap iemand wilde uit den weg ruimen, die vertellen kwam dat ‘de Wet’ ontbonden was, en dat men voortaan z'n God zou hebben te dienen volgens een nieuw reglement. Sei was du bist!

Natuurlijk niet. In feite zou iedere "aanhanger van Mozes" hebben kunnen zeggen dat zo'n beweerd-religieuze fanate moordenaar speelde met de levens en kansen van de andere joden, omdat hij daarmee pogroms en andere vervolgingen en discriminatie riskeerde.

En wat "beweerd-religieuze" aangaat: Er is bij àlle fanatisme inzake godsdienst of politiek altijd de serieuze mogelijkheid dat de fanaten niet zozeer bijzonder gelovig zijn, al komt ook dat voor, als wel behoorlijk gestoord, en in hun geloof een uitlaatklep voor hun gestoordheid menen te vinden, waar ze in ieder geval in zoverre gelijk hebben dat religieuze uitingen van feitelijke gestoordheid minder kans hebben onderkend te worden als gestoordheid dan andere vormen van gestoordheid.

Wat "gestoordheid" aangaat: Men moet zich wel héél zeker voelen van z'n eigen zaak of geloof om daar mensen voor te willen vermoorden, en 't blijkt historisch waar dat wie mensen wil vermoorden daar graag een zogenaamd godgegeven voorwendsel voor heeft gebruikt. Het grootste goed dient vaak om het grootste kwaad te vergoelijken, mogelijk te maken, en er aantrekkelijk uit te doen zien. [1224]
 


Niet alle oprechtheid is goed

       Eerbied voor 't gevoelen van anderen?
       Ik heb eerbied voor oprechtheid. En voor dezen eerbied eisch ik eerbied.

Ikzelf heb geen eerbied voor "oprechtheid" als die oprechtheid bestaat in onredelijkheid, onrechtvaardigheid etc. Ongetwijfeld waren er veel oprechte SS'ers, en waren ook de leden van de katholieke inquisitie heel oprecht in hun godsgeloof, en in hun overtuiging dat het goed was onbehoorlijk gelovigen grondig en christelijk te martelen om ze van de slechtheid huns wegen te overtuigen, maar dat maakt ze niet eerbiedwaardig. [1224]
 


Onwetendheid: De meest zekere kennis

Al zy 't dan dat m'n intelligentie niet ontwikkeld genoeg is om doortedringen tot de achterste schuilhoeken van zekere mysterien - getuige die duit van zoo-even - toch overvalt me soms 'n aanval van fierheid op m'n onwetendheid, tegenover de velen die zich hunner onwetendheid niet bewust zyn.

Een dergelijke "fierheid" dunkt mij geheel gerechtvaardigd, om minstens twee tamelijk belangrijke redenen:

Eén. De meest stellige kennis die ieder mens kan hebben is dat hij zelf géén stellige kennis heeft over zeer veel zaken waar hij deze wel zou willen, en ook over veel andere. Mensen kunnen veel dingen weten, maar... de meest zekere wetenschap die mensen kunnen hebben is wetenschap van hun eigen onwetendheid. Wie beweert dat er geen kennis is, of geen zekere kennis, liegt of is dom. Zie verder idee 1, 11 en 175, bijvoorbeeld.

Twee. Het is gerechtvaardigd trots te zijn over de eigen onwetendheid in zaken die het geloof betreffen, was het alleen omdat zovelen die deze "fierheid" missen daarom en daarmee niet beter zijn dan domme volgelingen of fanate godsdienstwaanzinnigen. [1225]
 


Menselijk-al-te-menselijke beperking

De meeste mensen zijn niet in staat tot het zelfstandig ontwikkelen van redelijke en rationele ideeën, en het is al heel wat als ze bereid en in staat zijn zulke ideeën van anderen te lezen en overdenken. [1225]
 


Het grote onbekende menselijk brein

 De ware studie van den mensch is: de Mensch. Dit blyft eeuwig waar, al verkoopt zoo'n studie-exemplaar zure augurken en bedorven vygen aan 'n speetje.

Zowel Prescott als Macaulay als vader en zoon Mill wisten ongetwijfeld dat Pope de regel "The proper study of mankind is man" had geschreven, maar die kennis noch die overtuiging helpen een mens veel verder.

In feite is het zo dat de natuurwetenschap die sinds ca. 1600 opgekomen is een gigantische hoeveelheid technologische toepassingen heeft opgeleverd die "de Mensch" veel geholpen hebben, terwijl het nog steeds grotendeels onbekend is hoe het menselijk brein werkt, dat dan ook het ingewikkeldste bekende natuurlijke orgaan is. [1225]
 


Persoonlijke geschiedenis

Van de nummers was niets te zien, of slechts nu-en-dan 'n enkel, want van gevel tot kelder hingen de puien vol lappen en lompen.

Ik ben geboren in 1950, vijf jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, waarin ca. 116.000 Nederlanders vanwege hun vermeende joodse ras weggevoerd en vermoord zijn. Uit eigen ervaring kan ik dus niet veel meedelen over de Amsterdamse jodenhoek of het Waterlooplein, waar een grote tweedehandsmarkt was, en nog steeds is, maar tegenwoordig nogal ànders - van uiterlijk, opzet, inrichting, marktwaar - dan in de vijftiger jaren en voor de oorlog.

Wel kan ik me herinneren hoe het Waterlooplein er in de jaren vijftig uitzag, en er zijn uit die tijd ook fraaie zwart-wit fotoos van dat plein en de markthandel gemaakt door Ed van der Elsken, waarop men kan zien dat ook toen "van gevel tot kelder hingen de puien vol lappen en lompen". [1226]
 


De groepsgebondenheid van gewone medemenselijkheid

Noch Motto noch m'nheer Wilkens, de praktische heeren die zoo grondbeginselig alle bemoeienis met de zaken van 'n ander verafschuwden, hadden besef van 't genot der aandoening die de Duitschers menschenfreundlichkeit noemen, en waarvoor wy, meen ik, geen woord hebben.

Ja, en het is een feit dat, naar mijn ervaring, de genoemde aandoening - medemenselijkheid in het Nederlands? - vooral onder kantoor- en zaken-mensen niet of nauwelijks lijkt te bestaan c.q. beperkt blijft tot enkelingen van hun eigen soort of familie.

Gewone mensen vallen niet uit hun rol, en vooral niet waar dit nodig is om de medemenselijkheid op te brengen een ander te helpen die niet tot de eigen familie of collegaas behoort.

Een bittere moeilijkheid die hier meespeelt is dat de grote meerderheid van gewone mensen, voorzover ik kan beoordelen, andere mensen, die ze niet of nauwelijks kennen, plegen te wantrouwen, en ze behandelen en beschouwen op basis van dat wantrouwen. Zie ook 1211. [1226]
 


Zin en onzin van onderwijs

Een geest die zich niet weet te ontwikkelen in-weerwil van 't handwerk, is de moeite der ontwikkeling niet waard.

Wel, dat hangt natuurlijk af van de omstandigheden waarin die "geest" zich feitelijk bevindt, en overigens van de eigen vermogens.

Frederic Douglas was een 19e-eeuwse Amerikaanse negerslaaf die wegliep, zichzelf ontwikkelde, en een fraaie autobiografie schreef, waarin hij o.a. verhaalt dat de slaven zichzelf lezen leerden, wat ze verboden was. Ik vond dat een aangrijpend en moedig iets, maar het ligt voor de hand dat men van wie als slaaf moet overleven niet redelijkerwijs kan eisen dat hij of zij zich zelfstandig ontwikkelt, al is dat sommigen mogelijk geweest.

Vervolgens: Uit het verval van het Nederlands onderwijs de afgelopen 40 jaar, over alle geledingen, van kleuter-onderwijs tot en met universitair onderwijs, in een land waar vrijwel iedereen gedurende al die jaren een makkelijker en beter verzorgd en veiliger bestaan had dan vrijwel iedereen vrijwel altijd, blijkt dat onderwijs voor meesten, met de gaven waarmee ze geboren zijn, nauwelijks hoeft, weinig effect heeft, niet veel goed doet, en bijna altijd tegen heug en meug in moet gebeuren. De grote meerderheid amuseert zich veel liever op de kermis of voor de TV dan dat ze iets leert. [1227-2]


Wouter's eigen gedenkschriften

Zonder nu juist te beweren dat ik geen andere bronnen raadpleeg dan Wouter's eigen gedenkschriften, spelen toch die dokumenten 'n groote rol in m'n geschiedkundige navorschingen.

Ik denk dat we hier voor "Wouter's eigen gedenkschriften" mogen lezen "mijn eigen jeugdherinneringen". En overigens is naar mijn weten niet bekend welke "andere bronnen" Multatuli raadpleegde voor de feiten die hij behandelt in Wouter's geschiedenis. [1227-2]


Menselijke vermogens vs. Christelijke geboden

... komaan, waren die heeren huns broeders hoeder? En Wouter wàs niet eens 'n broeder. Geen neef zelfs.

De frase over een "broeders hoeder" is Bijbels, in welk boek de lezer ook opgeroepen wordt tot fraaiere gedragingen, zoals de heren Pompile en Eugène ongetwijfeld wisten:

- Heb uw naasten lief gelijk uzelve
- Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet

Uit het feit dat het één noch het ander een vaak gehandhaafde morele regel is, kan de lezer - van voldoende geestesvermogens en hardheid van hart - opmaken dat het over voor alledaagse mensen moeilijke of onmogelijke morele aansporingen gaat. [1228]
 


De ziel als terra incognita

 We zyn maar niet gewoon ons rekenschap te geven van de wyze waarop de ziel werkt, en kennen gewoonlyk de vóór-oorzaak niet, van wat we ten-onrechte houden voor eersten indruk.

Wel, dit is nog steeds zo, ook in de wetenschap der psychologie. (Voor "ziel" zie 16.) Enig voortschrijdend inzicht is er wel, en dit neemt hier de vorm dat de menselijke ervaring niet op één oorzaak teruggaat, maar het product is van veel tegelijk werkende gedeeltelijk onafhankelijke processen. [1230]
 


Een fundamenteel menselijk probleem

Ja, maar het probleem hierbij is dat geen mens de ervaringen van een ander mens heeft. [1230]


Zelfverheffende kinderen

(..) het zijn alledrie voorbeelden van zelfverheffing, al is het maar in dagdromerij, en het is waar dat de meeste kinderen dit schijnen te doen: Jongetjes dromen van ridder zijn, en meisjes van het prinsessenschap.

Overigens: Veel rollenspel komt neer op iets als "'n stuk heer te zyn in de oogen van kwajongens die almede voor iets als heeren wilden doorgaan". Zie verder 1211 en daar gegeven links. [1231]


Zelfverheffende volwassenen

Er is niets wat zoozeer op de eigenaardige zotterny en in zekeren stand gelykt, als de.... zotternyen in 'n anderen stand. Wie er een kent, kent ze allen.

In 1236 benoemt M. dit zelf als "de bekende zucht naar onderscheiding en verheffing", en dat is juist, en kennelijk wat sociale dieren doen, om zichzelf in stand te houden in de rangorde waarin ze leven, of zich erin te verhogen.

Het is opvallend, en kennelijk ook dierlijk, dat dit vooral gaat door vertóón: Men laat zien dat men er toe doet, in de termen die er toe doen voor het vaststellen van de pikorde, hetzij door het bezit van een grote hanenkam, een bijzonder rode bavianen-derrière, of een dikke menschlich-all-zu-menschliche Mercedes Benz. [1232]
 


Mensen kiezen vaak voor het slechte

 Mensen kiezen vaak wat slecht voor ze is, hetzij omdat ze zich vergissen, hetzij omdat het slechte ze makkelijker afgaat, beter bevalt, smakelijker is, of maatschappelijk vereist is. Zie bijv. onder 817. [1233]
 


De oorzaak van de normale bijgelovigheid

Zodra men de beweringen van gelovigen aan geesten en wonderen serieus onderzoekt blijkt er weinig of niets van overeind te blijven dat niet geproduceerd kan worden door lichtgelovigheid, valse verhalen of goocheltrucs.

Voor wie hier meer van wil weten: Zie M. Gardner: "Science: Good, Bad and Bogus", C.E.M. Hansel: "ESP - a scientific evaluation" en C. Evans: "Cults of Unreason". Overigens lijkt het, als in [2], alsof men behoorlijk tot zeer intelligent moet zijn om géén gewone doorsnee-wensdenker te zjn. [1233]
 


Spokerij en geloof

De zonderlinge vertellingen over 'n Opperwezen, de wonderbaarlyke daden der zoogenaamde godsmannen, de eeuwige stryd met den Duivel, de rol die er in 't Nieuwe Testament door legioenen demonen gespeeld wordt, dit alles leidde, noopte, noodzaakte tot het geloof aan spokery. Neen: dat alles wàs en is spokery!

Zoals ook, sprekend van religie: "Geloof is bygeloof" (zie 354). [1233]
 


Menselijk religieus onvermogen

Het lijkt er sterk op alsof de mensheid gemiddeld en gewoonlijk niet in staat is zelfstandig het juk van religieuze wensdenkerij van zich af te werpen. [1233

Excerpt uit commentaren van MM bij Ideen 7A -       - Index