Allemaal wind en 'n engelsche notting!
maar... wat
ik je zeg: 't is allemaal wind en 'n engelsche notting!
Ik heb al opgemerkt dat Gerrit in
gezegdes deed (1190), en dit is
z'n bekendste, al hoor je het tegenwoordig nog zelden, omdat Multatuli
nauwelijks gelezen wordt. Daar staat tegenover dat latere Nederlandse
schrijvers ook niet geciteerd worden in het alledaags taalgebruik,
kennelijk omdat ze zo weinig citeer-waardigs schreven.
(Uitzonderingen, maar vooral vanwege woordgebruik: Toonder en Van
Kooten.) [1209]
Zichzelf zijn
Maar in feite, en zoals ik in mijn
zojuist genoemde opmerkingen al aangeduid heb, is het dan maar voor
heel weinigen weggelegd "zichzelf
te zyn", eenvoudig omdat daar
talenten en moed voor nodig zijn waarmee de grote meerderheid niet
geboren wordt.
Voor Multatuli was dit een belangrijk
onderliggend thema: zie 74,
136, 276.
[1209]
De
Woutergeschiedenis
Een parelduiker vreest
den modder niet.
Zoals de lezer in
1209 kan zien leidt M. dit idee uit
de 7e en laatste bundel IDEEN in met "
Thema
van dezen bundel, en in zekere zin van de geheele Woutergeschiedenis".
[1209a]
Echte moed
Een parelduiker vreest
den modder niet.
't Is een fraai
aforisme, en een idem sentiment, maar het is niet geheel waar. Er is
immers alle reden voor een parelduiker de modder, de haaien, 't
zeewier, de gifvissen, en meer dergelijke zaken die het parelduiken
gevaarlijk maken te vrezen - en bovendien bestaat echte moed niet in
de afwezigheid van gerechtvaardigde vrees, maar in het
overwinnen
daarvan. Kortweg:
Waarachtige moed is 't
overwinnen van de angst die de doorsnee weerhoudt het goede te doen.
En ja, ik weet dat dit een geladen
("het goede") definitie is, en daarom misschien niet goed als
definitie, maar het is wel wat M. bedoelde. Voor "het goede" zie
trouwens 423 en de links daar
gegeven. [1209a]
De Van Vlotens en Multatuli
In feite lijkt dit
idee vooral ingegeven door de nogal minderwaardige aanval van de -
klaarblijkelijk geheel niet van achterbaks sadisme vrije - Van Vloten
op Multatuli, die Multatuli voorgoed 't zwijgen oplegde, omdat Van
Vloten hem vervolgde met de bedreiging Multatuli's familie-schandalen
te onthullen. Ik heb hier eerder over geschreven onder .... en verwijs
de lezer daarheen, en naar VW deel XVIII, waarin desbetreffende
brieven en stukken te vinden zijn.
Niemand heeft het
recht M. te verwijten dat hij een dergelijke dreksmijter niet
antwoordde, maar het blijft vreselijk jammer dat er voor een
Nederlanders als Multatuli altijd honderdduizenden Van Vlotens,
Verhoevens, 't
Harts (zie: 522) etc. zijn, die hun totaal gebrek aan genie zo graag mogen wreken
op een genie dat ze met veel geniepig-achterbaks
gewurm in 'n publiek schandblok hebben weten te manoeuvreren, waar ie zich
niet meer in kan verweren.
[1209a]
Afgunst als bron van veel kwaad
Veel kwaad berust op
rancune van doorsnee-mensen tegen wie evident beter is dan zij, en
trouwens ook - en dit is iets geheel ànders - op rancune van
doorsnee-mensen tegen wie evident maatschappelijk beter af is dan zij.
[1209a]
Niveau van kritiek op Multatuli
Multatuli noemt
onwelriekende
streken
Ik merk maar weer eens op, met verwijzing naar
522, dat 't Hart - die in zijn
eigen woorden, gezien z'n pretenties van belezenheid en kennis, een
"weerzinwekkende snoever" moet zijn - beweerd heeft dat "Nergens in
het hele werk" van Multatuli "is ook maar één vermelding van hoe
dingen ruiken." en dus eenvoudig ofwel loog met z'n bewering "het
hele werk" van Multatuli doorgelezen te hebben ofwel gewoon loog met
opzet ofwel loog omdat z'n geheugen en zorvuldigheid veel beroerder
zijn dan ze zouden moeten zijn voor beweringen als hij graag mag
maken over veel groter schrijvers dan hij.
Trouwens... ik vind
het niet erg dat 't Hart Multatuli niet kan lijden, en diens proza ook
niet. In feite zou ik van iemand als 't Hart nauwelijks anders
verwachten. Maar lieg er dan niet over! [1210]
Schipperen
....schipperen, dat toch de essentie is van het
ware burgerlijke fatsoen, en een kunstje dat iedereen die maatschappelijk wil
slagen dient te beheersen. [1210]
Over huichelen en maatschappelijk functioneren
In de eerste plaats: Honden kunnen
zomin huichelen als weten dat het volgende week zondag veertien
dagen na vorige week zondag is. Het vergt teveel van hun vermogens,
en honden en overige dieren spelen geen rollen in dezelfde zin als
mensen, want daarvoor zijn zowel taalvermogen als een menselijk
verstand en menselijke ambities nodig, en wellicht ook een
menselijke biologie, want lang niet alles aan het rollenspelen is
maatschappelijk of cultureel bepaald, al is het wel zo vormgegeven.
In de tweede plaats: Dieper speelt een
rol, namelijk die van "perpetueel
ondergeschikte", en weet dat
hij dat doet, en weet dat hij in die rol allerlei dingen moet
voorwenden te voelen of denken die hij feitelijk niet voelt en niet
denkt, en weet dat hij de voor zijn functie vereiste poses aanneemt
om z'n betrekking te behouden of in ieder geval de relaties met z'n
bazen zo te houden als z'n bazen dat graag zien.
Hierbij is dus sprake van liegen, van
doen alsof, van poses, van niet doen zoals men zèlf denkt of voelt
of wil, maar doen zoals de baas, de priester, de leider of de
maatschappij dat graag ziet, en daarmee van huichelen zoals ik dat
woord gebruik, en zoals de vertaling uit het Grieks van
"hypocrites", zegge: toneelspeler, huichelaar, poseur, dan ook
luidt.
Maar
het is hier nuttig op te merken dat dit tot op aanzienlijke hoogte
onontkoombaar is in een enigermate ingewikkelde maatschappij, want
de ingewikkeldheid daarvan bestaat vooral in het feit dat één en
dezelfde persoon op dezelfde dag geacht wordt een aanzienlijke
hoeveelheid rollen te spelen alleen om mee te doen en in leven te
blijven. (Rousseau's spreekwoordelijke Nobele Wilde had het een stuk
makkelijker met nobel, eerlijk, direct en niet-huichelend zijn: Veel
minder rollen te spelen.)
In de derde plaats: Wat een en ander
ingewikkelder maakt, zowel voor Dieper als Multatuli, is dat een
Dieper meent "zijn naastbijliggende plicht" te doen wanneer hij zo
bekwaam en volgens zijn rol liegt of doet-alsof tegen z'n baas. Voor
Dieper verschijnt het als fatsoenlijk, moreel, behoorlijk,
wenselijk, gepast om als "perpetueel
ondergeschikte" voortdurend
zich ànders voor te doen dan hij in feite voelt of denkt, en hij
heeft ongetwijfeld gelijk in z'n aanname dat niet alleen z'n bazen
maar de grote meerderheid van z'n medemensen er net zo over denken,
en verlangen dat hij zich "fatsoenlijk" vervalst tot een ander dan
hij is, omdat dit tot z'n rol behoort, en het tot de algemeen
erkende plichten van een "ondergeschikte"
behoort de baas honds de kont te likken, of wat daar onder mensen
mee equivalent is, én tegelijk te doen alsof dit niet gebeurt of
geheel menselijk en wenselijk is, en zeker hoogst moreel,
fatsoenlijk, en oppassend. [1210]
De verleugendheid van de meeste
maatschappelijke rollen
En dit alles is véél makkelijker te
begrijpen dan erkend te krijgen onder fatsoenlijke rollenspelers,
want het behoort ook tot de standaard-leugen van de meeste rollen
dat het géén rollen zijn, maar werkelijkheid, en dat de speler
van de rol wil en denkt wat hij zègt te willen en denken in z'n
hoedanigheid van speler van de rol.
Wat dit nogmaals
ingewikkelder maakt is dat gewone mensen werkelijk geloven in de
rollen die ze spelen; geloven dat de dingen maatschappelijk en
menselijk zo hóren als ze plegen te gaan; en dat zij zelf in hun
rollen overwegend of geheel "zijn" wie ze spelen te zijn. In
feite is dit zelfs een bruikbaar criterium om normale volwassenen te
onderscheiden van anderen: Zij die spel en werkelijkheid niet meer
kunnen of willen onderscheiden. [1210]
Rollen-spelen, karakterloosheid en huichelen
dat "allergewoonste
karakterloosheid" het huichelen
en rollen spelen gewoonlijk een stuk makkelijker maakt, maar dat
betekent niet dat die "allergewoonste
karakterloosheid" niet z'n
meest gebruikelijke uitdrukking vind in wat ik huichelen noem.
Het is echter waar dat een probleem
met en over rollen-spelen, inclusief huichelen en karakterloosheid,
is dat er vaak veel ruimte is voor ambiguïteit, en veel raakpunten
en overeenkomsten tussen schijn en werkelijkheid. Ik citeerde onder
1171
"Society can exist only on
the basis that there is some amount of polished lying and that no one says
exactly what he thinks." - Lin Yutang
en interessante voorbeelden van de
ambiguïteit waar ik op doelde zijn beleefdheid en vriendelijkheid.
[1210a]
Honds karakter
En een
hond heeft geen karakter in menselijke zin, omdat een hond geen
menselijke bedoelingen heeft, en niet kan hebben bij gebrek aan
taalvermogen. [1211]
Over rollen en menselijke
slechtheid
Uitdrukkelyk herhaal ik de betuiging dat we
hier, in-weerwil van dat alles, geenszins te doen hebben met
‘slechte menschen’ in gewonen zin. De lezer die diefstal, moord of
doodslag verwacht, zal zich bedrogen vinden. Byna zou ik durven
zeggen dat de figuren die ik in deze afdeeling der
Wouter-geschiedenis ten-tooneele voer, te laag stonden voor
eigenlyke misdaad. Doch ook dit zou alweder niet korrekt uitgedrukt
zyn. (13)
Eigenlyk misdadig waren ze wèl. Ze waren het slechts niet in
den oneigenlyk-uitsluitend officieelen zin dien men aan dit
woord hecht.
Nee, dat
lijkt me niet juist geoordeeld, al is het oordeel dat me wel juist
lijkt niet vrolijker. Laat ik dat oordeel eens trachten duidelijk te
maken met een paar verwijzingen - terugtellend:
1210a, 1210,
1185,
1171,
1112,
817,
618,
616, 276,
136, 74
en
73 - en, op deze plaats, een stel
citaten. Afgezien van een citaat van Roorda zijn deze in 't Engels,
omdat ze daar nu eenmaal in 't origineel in geschreven zijn.
En om te beginnen het
onderwerp en de vraag waar het om gaat: Het onderwerp is de vermogens,
intellectueel en moreel, van gewone doorsnee mensen, die de grote
meerderheid vormen onder mensen, en de vraag die ik kort wil pogen
te beantwoorden kan begrepen worden als: waarom
Gibbon's samenvatting van de menselijke geschiedenis, namelijk
"History is little else but the
register of the crimes, follies and misfortunes of mankind"
feitelijk adequaat is?
A. Laat ik de lezer eerst herinneren aan
een zeer relevante samenvatting van een theorie van de psycholoog
Kohlberg over de verschillen tussen mensen in morele niveaus, die hoog
correleren met verschillen in intellectuele niveaus, en helder uiteen
gezet zijn in de "Introduction to Psychology" van Hilgard
& Atkinson. Dit is te vinden in 1171,
en ik herhaal hier alleen de heldere tafel:
Stages in the development of moral values
|
LEVELS AND
STAGES
|
ILLUSTRATIVE
BEHAVIOR
|
|
Level I. Premoral
|
|
1. Punishment and obedience orientation
|
Obeys rules in order to avoid
punishment.
|
|
2. Naive instrumental hedonism
|
Conforms to obtain rewards, to have
favors returned.
|
|
Level II. Morality of conventional
role-conformity
|
|
3. "Good-boy" morality of
maintaining good relations, approval of others.
|
Conforms to avoid disapproval,
maintaining good relations, dislike by others.
|
|
4. Authority maintaining morality.
|
Conforms to avoid censure by
legitimate authorities, with resultant guilt.
|
|
Level III. Morality of
self-accepted moral principles
|
|
5. Morality of contract, of
individual rights, and of democratically accepted law.
|
Conforms to maintain the respect of
the impartial spectator judging in terms of community welfare.
|
|
6. Morality of individual principles
and conscience.
|
Conforms to avoid self-condemnation.
|
Ook wijs ik de lezer er op dat in
1171 uiteengezet wordt dat
slechts een klein percentage mensen wat hier Level III (= Stages 5 and
6) halen: De meerderheid hééft geen eigen "self-accepted
moral principles" (al
denken ze dat regelmatig wel graag) maar opereren feitelijk op een
niveau van - veel veiliger, maatschappelijk gewoonlijk veel
populairder en makkelijker - "conventional
role-conformity".
B. Hier is een citaat uit een brief van
M.'s vriend Roorda van Eysinga aan M. van 31 december 1870:
Gij hebt de fout van de meeste
keurnaturen. Gij wilt, dat zij denken en gevoelen gelijk Gij. (VW
XIV p. 295)
Dit lijkt mij een in beginsel juiste
inschatting van een verschil tussen Multatuli en vrijwel al zijn
medemensen: Dat zijn geen "keurnaturen", en ze hebben niet het
karakter - de zelfstandigheid, de individualiteit, het zelf
oordelende, het op eigen kompas varen - om hun ideeën en idealen als
maat- en richting-gevend te beschouwen en behandelen voor hun eigen
doen en laten en hun eigen oordelen. De voornaamste reden daarvoor
zijn een gecombineerd gemis aan intelligentie, onafhankelijkheid en
moed - wat in zoverre troostvol is dat deze gebreken niet gewenst of
verworven maar aangeboren zijn, en dus mensen niet persoonlijk
kwalijk kunnen worden genomen.
Bovendien is het in beginsel ook
verstandig voor mensen die geen bijzondere talenten bezitten om
zich te richten naar de oordelen van anderen, die kennelijk
intelligenter en geïnformeerder zijn dan zij zelf, althans indien
deze voorgangers eerlijk schijnen. (Feitelijk richt het grootste
deel van de grote massa van onbegaafden zich voor een aanzienlijk
deel naar reclame en evidente propaganda.)
C. I.v.m. Multatuli, maar ook met meer
gewone mensen en hun onvermogen iets anders dan gewoon,
conformistisch en volgeling te zijn verwijs ik de lezer naar
1185, waar o.a. een fraai en
relevant citaat van Confucius wordt gegeven, dat aantoont dat
Multatuli met zijn aandringen op waarachtigheid weliswaar een thema
aansneed dat Nederlanders van het niveau Verhoeven en 't Hart (zie
522) niet in staat zijn te
begrijpen, maar dat wel behoorlijk klassiek is.
D. Vervolgens een citaat van T.H.
White, uit een boek dat, als Swift's "Gulliver's Travels" als
kinderboek werd gepresenteerd, maar feitelijk satire bedoeld voor
volwassenen was, en nogal wat behoorlijk scherpe maar daarom niet
onware passages bevat als de volgende:
"What
are we, then, at present?"
"We find that at present the human race is divided politically into one
wise man, nine knaves and ninety fools out of every hundred. That is, by an
optimistic observer. The nine knaves assemble themselves under the banner of
the most knavish among them, and become 'politicians': the wise man stands
out, because he knows himself to be hopelessly outnumbered, and devotes
himself to poetry, mathematics or philosophy; while the ninety fools plod off
behind the banners of the nine villains, according to fancy, into the
labyrinths of chicanery, malice and warfare. It is pleasant to have command,
observed Sancho Panza, even over a flock of sheep, and that is why
politicians raise their banners. It is, moreover, the same thing for the
sheep, whatever the banner. If it is democracy, then the nine knaves will
become members of parliament; if fascism will become party leaders; if
communism, commissars. Nothing will be different, except the name. The fools
will still be fools, the knaves still leaders, the result still exploitation.
As for the wise man, his lot will be much the same under any ideology. Under
democracy he will be encouraged to starve to death in a garret, under fascism
he will be put in a concentration camp, under communism he will be
liquidated. This is an optimistic but on the whole scientific statement
(...)"
(T.H. White's "The Book of Merlyn",
p. 51-2)
E. Uit hetzelfde boek is hier een
samenvatting van een resultaat van de zojuist geschetste
verhoudingen van "one wise
man, nine knaves and ninety fools out of every hundred":
"Do you know that it has been
calculated that, during the years between 1100 and 1900, the English
were at war for four hundred and nineteen years and the French for
three hundred and seventy-three? Do you know that Lapouge has
reckoned that nineteen million men are killed in Europe in every
century, so that the amount of blood spilled would feed a fountain
of blood running seven hundred litres an hour since the beginning of
history? And let me tell you this, dear sir. War, in Nature herself
outside of man, is such a rarity that it scarcely exists. In all
those two hundred and fifty thousand species, there are only a dozen
or so which go to war." (T.H. White's "The Book of Merlyn",
p. 40)
F. T.H. White schreef zijn boek in de
beginjaren van de Tweede Wereldoorlog. Als de schatting die hij geeft - "a
fountain of blood running seven hundred litres an hour since the beginning
of history" - dan was de twintigste eeuw verreweg de gruwelijkse eeuw in
de menselijke geschiedenis.
Ter illustratie citeer ik hier mijzelf uit het lemma "Ordinary
men" in mijn "Philosophical
Dictionary":
Mr. Randolph J. Rummel has taken the trouble of finding out how many
civilian persons have been murdered in the 20th Century apart from the
many soldiers that were killed on battle-fields.
He wrote a book about it called Death by
Government, in which one can find, among other things, the
following table - that lists only
civilian deaths and no military deaths in wartime:
| Dictator |
Ideology |
Country |
Years |
Deaths |
| Joseph Stalin |
Communist |
Soviet Union |
1929-1953 |
42,672,000 |
| Mao Tse-tung |
Communist |
China |
1923-1976 |
37,828,000 |
| Adolf Hitler |
Fascist |
Germany |
1933-1945 |
20,946,000 |
| Chiang Kai-shek |
Militarist/Fascist |
China |
1921-1948 |
10,214,000 |
| Vladimir Lenin |
Communist |
Soviet Union |
1917-1924 |
4,017,000 |
| Tojo Hideki |
Militarist/Fascist |
Japan |
1941-1945 |
3,990,000 |
| Pol Pot |
Communist |
Cambodia |
1968-1987 |
2,397,000 |
| Yahya Khan |
Militarist |
Pakistan |
1971 |
1,500,000 |
| Josip Broz Tito |
Communist |
Yugoslavia |
1941-1987 |
1,172,000 |
When summed, this comes to over 200 million murders - nearly all
committed by perfectly ordinary men, for what they considered to be the best
of moral reasons, from love for Our Fatherland or Our Party or Our Race,
and because those they murdered stood in the way of a better
society, or
so their leaders claimed and they mostly believed.
What the above table also makes somewhat credible is that a
considerable part of the murdering that ordinary men do happens
especially when they are caught up in
totalitarian
states,
political
ideologies, or
religious
faiths.
And what the above table is misleading about is the role of
politics:
In the 20th Century most murdering on a social scale happened in the
name of totalitarian political ideologies like fascism and
communism,
but in early ages most murdering on a social scale happened in the name
of totalitarian faiths like Catholicism, Protestantism or Mohammedanism.
These facts show that the abilities and inclinations of ordinary men
are of fundamental importance to the state and shape of human societies,
and of what is possible and impossible in it, and suggest a number of
questions.
Also, it so happens that next to Rummel's statistics, there are some
interesting studies about ordinary men and totalitarianism: Browning's
"Ordinary Men", Conquest's "The Great Terror", and
Laqueur Ed.'s "The
Holocaust Encyclopedia".
Ik gaf de zes citaten om enig antwoord
te geven op waarom Gibbon's samenvatting van de menselijke
geschiedenis als weinig anders dan een overzicht van de misdaden,
stompzinnigheden, en ongelukken van de mens, adequaat is, en wat het
verband is tussen die diagnose en de vermogens, intellectueel en
moreel, van gewone doorsnee mensen, die de grote meerderheid vormen
onder mensen.
Er zijn, lijkt me, een drietal
hoofdkonklusies, gevolgd door een citaat uit een brief van Multatuli
- De grote meerderheid van de mensen
- vrijwel iedereen die niet zowel zus of zo hoogbegaafd is als een
zelfstandig karakter heeft - is primair conformist, en komt
zelden of nooit verder dan het morele niveau van ""Good-boy"
morality of maintaining good relations, approval of others"
of "Authority
maintaining morality",
overigens beide uitstekend geschikt om in tijden van oorlog of
burgertwisten een patriottisch held te worden, en voldoende om
mensen tot minimaal adequaat maatschappelijk functioneren te
motiveren, en tot redelijk voorkomende vriendelijke mensen in tijden
van vrede, althans buiten politieke of religieuze dictaturen.
- De grote meerderheid van het kwaad
dat mensen andere mensen aandoen - waar "kwaad" zo objectief en
onpartijdig mogelijk gedefinieerd is in termen van geweld,
vernieling, moord etc. - wordt gedaan uit naam van wat plaatselijk
gelden als de allerhoogste meest nobele motieven,
die gezien en benoemd worden door de aanstichters van dat kwaad als goed, nobel,
wenselijk, en moreel, en bedoeld om vaderland, kerk, partij of eigen
groep te dienen.
- De mens is in meerderheid
een
totalitaire, rationaliserende
ideologische aap, en is
gemiddeld naar aard en
aanleg niet in staat tot veel beter, en alleen tot beter dan normaal
in de zeldzame tijden dat ze geleid worden door werkelijk begaafde
en integere personen, die zich overwegend laten leiden door
rationele theorieën en empirische feiten, en niet door irrationeel
bijgeloof, fanatisme, illusies of wensdenkerij.
Hier is een citaat uit een brief
van Multatuli van 29 december 1881, bijvoorbeeld voor wie meent dat
mijn realistische meningen wat misantropisch kunnen klinken:
Liefhebben is
juist: geven, gedachten geven, ziel geven. Ziedaar dan
ook de oorzaak (en de reden!) van m'n tegenzin in 't
schrijven voor 'n publiek dat ik niet liefheb! Ik veracht
het vulgus! En meen niet dat ik met dit woord hen bedoel die
(konventioneel meestal) voor abject doorgaan. Ook niet de zoog.d
onbeschaafden of ongeletterden. Ook zelfs niet de bedryvers van
kwade daden. (iets anders dan misdadigers van professie.) Neen,
ik bedoel de ordinaire wezens die nooit uit den koers raakten
omdat ze ... nooit in zee staken, laat staan stormen braveerden.
Daaruit bestaat de meerderheid. Die meerderheid heeft een
boventoon in Regeering, in Volksvertegenwoordiging, in
rechtszalen, in polemiek, in wysbegeerte (god betert!) in
letterkunde, in wat ze poëzie believen te noemen, (meestal niets
dan kinderachtige versjes makery.) Die meerderheid heerscht
overal! Dat walgt me. Vandaar ook de sarkasmen (...)
(VW XXI p. 557)
Tenslotte, om deze lange noot af te
sluiten met een korte opmerking over waar het allemaal mee begon,
namelijk de door Multatuli beweerde misdadigheid van de Kopperliths, die kennelijk in het echte leven Van de Velde heten, trouwens, omdat
Multatuli daarvoor een paar jaar werkte, ongeveer op de leeftijd dat
Wouter dat deed:
Mij dunkt van niet. Ze waren dom, dom,
oliedom, en overigens - kennelijk - braaf aangepaste, fatsoenlijke,
oppassende, wetsgetrouwe conformisten, die vooral zichzelf bedrogen
over zichzelf en hun klanten over de kwaliteiten van de koopwaar,
maar beide tekortkomingen zijn geheel normaal.
Wat wèl waar is in dit verband is dat
de meeste misdaden die maatschappelijk georganiseerd zijn gebeuren
uit naam van de hoogste idealen en uitgevoerd worden door
conformisten, in opdracht van politieke of religieuze leiders. Maar
dat is een ander verhaal: Zoals mensen in doorsnee zijn, zijn ze
goed noch slecht als dat moeite kost of risico oplevert, en vrijwel
altijd conformistisch, uit welbegrepen eigenbelang. En dat is ze
gewoonlijk niet echt kwalijk te nemen, want het gebeurt gewoonlijk
niet alleen uit welbegrepen eigenbelang, maar ook uit onvermogen tot
iets anders, origineels en individueels.
Er staat meer over rollen in de lange
reeks verwijzingen boven, die ik hier herhaal voor het gemak:
1210a, 1210,
1185,
1171,
1112,
817,
618,
616, 276,
136, 74
en
73, en er zijn wat meer details en
preciseringen te vinden in
1112. [1211]
Rollen zijn overwegend bewust en
zelf verkozen
Rollen worden overwegend met opzet
gespeeld - men moet weten wat de anderen verwachten, en daarop
inspelen, en ook de rollen van anderen tegemoet treden met het
maatschappelijk juiste tegenspel. En zoals ik eerder opmerkte (1112): Rollen
veronderstellen gedeelde kennis o.a. over de bedoelingen van de rol en
van de speler van de rol.
Ze deden allemaal hun "naastbyliggende
plicht" in de rollen die ze
speelden, en meenden allen, ongetwijfeld maatschappelijk terecht,
volgens de heersende normen, hun fatsoenlijke best te doen. [1212]
Oorzaak godsgeloof en
onwenselijkheid religieus onderwijs
Ik vermoed - en enigszins maar niet
bijzonder terzijde: ik ga op allerlei vraagstukken in die me te binnen
schieten bij het lezen van de Ideen, maar niet op alle, en meestal
niet op letterkundige, zoals ik trouwens al schreef aan het eind van
381 - dat een tamelijk belangrijke
reden waarom zoveel mensen in een god geloven is dat het ze dan
makkelijker valt te berusten in aardse ellende, immers God's wil van
begin tot eind.
Zoals ik de
lezer ook al eens verteld heb ben ikzelf als kind nooit geplaagd met
vertelsels over de Heer, wat ongetwijfeld een voorname reden is dat
ik geen enkel talent voor religie heb. Ikzelf meen dan ook dat
mensen niet het recht zouden moeten hebben hun kinderen te belasten
met fantasieën over hel, vagevuur en hemelse beloning voor de braaf
goedgelovigen. Wat volwassenen willen geloven moeten ze zelf maar
weten, maar kinderen hebben nog niet de rationele begrippen en kennis
op zich effectief te kunnen verweren tegen allerlei vormen van "godsdolheid".
Vrijheid van geloof is goed, maar dat impliceert geen vrijheid
kinderbreinen te misvormen met religieuze propaganda en
gruwelsprookjes. [1213]
Het Hollands geslacht der Gooremesten
..
den tak der Gooremesten ..
De
lezer die meer wil weten over deze zeer wijdverbreide taak van
waarachtige voortreffelijke Hollanders - kennelijke voorouders van
Hollanders van formaat als Heineken en Hazes - verwijs ik naar 1161-1.
[1213]
Performatieven in Multatuli
't
Was geschied! De lezer weet dat de doop 'n Sakrament is. Na eens
zoo'n naam te hebben uitgesproken, kan men niet op de zaak
terugkomen en zeggen: ‘friskuus ik bedoel 'n ander.’
Hier wijs ik de taalkundig of
filosofisch geïnteresseerde lezer op 't feit dat Multatuli het bestaan
van performatieven onderkende, lang voordat hier sprake van was in de
taalkunde of filosofie. (Een performatief, lezer, is een daad verricht
door het uitspreken van een bewering. Voorbeelden zijn "Ik doop u tot
Rodomont", "Ik zweer het" of "Ik neem u tot vrouw", alledrie in bepaalde passende
contexten.) [1213]
Eugenetische deugdelijkheid
De betekenis van "Eugène"
is welgeboren, vanwaar ook "eugenetica". Er is veel onzin
beweerd over eugenetica, maar het is iets dat ongetwijfeld deze 21ste
eeuw belangrijk wordt, als de mensheid de mensheid niet uitmoordt. Zie
een bespiegeling over menselijke kwaliteiten en eugenetica die ik in
2002 schreef:
Mencius
on human qualities. [1213]
Neerlands standsbesef
Juffrouw Pieterse-zelf zou dit maatschappelyk standpunt niet byzonder
hoog gevonden hebben: 'n schilder!
Zo'n 150 jaren later was het nog
steeds zo. Althans... toen ik mij, als zoon van een communistische
huisschilder toch op de Hogere Burgerschool bevond bleek daar snel dat
alle kinderen in de klas meenden dat mijn vader kunstschilder was,
als ik zei dat hij schilder was. [1214]
Waarachtig k'toor-volk
Was
't niet jammer dat er niet mocht gelachen worden op 't kantoor van
m'nheer Kopperlith?
Ik weet niet hoe het toegaat op
moderne kantoren, anno 2006, het jaar waarin ik dit schrijf, maar
veronderstel, aangezien mensen bij benadering hetzelfde blijven van
generatie op generatie, dat het nog steeds ongeveer zo gaat "op
k'toor" als in Wouter's tijd, en in mijn tijd, al zal er nu vast het
e.e.a. "opgeleukt" en "opgepimpt" zijn in kantoren.
Het is echter heel goed mogelijk dat lachen
nog verboden was bij de PTT, aan werknemers, rond 1970, en wie het
deed was in ieder geval verdacht bij de chefs, want er viel niets te
lachen bij de PTT, en wie het toch deed was gek of dronken, volgens
de chefs.
In de werkplaats van het NIKHEF (waar
aan hogere energie fysica werd gedaan, maar zeker niet door de staf
van de werkplaats) was de reactie van het personeel van 'n man of
vijf, ook in de vroege zeventiger jaren van de 20ste eeuw, als een
aanwezige iets zei dat mogelijk humoristisch zou kunnen zijn, zoals
"Kijk, een duif!", dat ze gezamenlijk ritmisch op tafels sloegen onder
het in koor uiten van "Hè, Hè, Hè, Já, Já, Já!". Zij vonden dat
allemaal heel normaal.
Bij de Nederlandse Middenstandsbank
was de onderdirecteur een volkomen randdebiel van betere of beste
stand, die alleen maar hard kon lopen door de gangen en eindeloos,
hijgend van de intellectuele en fysieke inspanningen nodig voor
conversatie en hardlopen, over "hakkie"
babbelen met het personeel, want hij wist van helemaal niets anders.
Bij Elsevier.... lezer, ik verveel u
ongetwijfeld, maar de portée van mijn herinneringen is dat overal
waar ik gewerkt heb "op k'toor", helaas vaak, gelukkig vrijwel
altijd als uitzendkracht of werkstudent, de menselijke situatie niet
principieel verschilde van Wouter's situatie bij de fa. Ouwetyd &
Kopperlith, al neem ik ook aan dat het allemaal veel minder drukkend
en benauwd was dan in de 19e eeuw.
Wat het ergste was met al die
k'toor-ervaringen was dat al die gefnuikte, verminkte, vervalste of
hopeloos domme lieden die ik overal trof als "collegaas" geen enkel
probleem zagen in de bittere komedies, de leugens en de grauwheid
waarmee en waartussen ze leefden. Ze vonden het normaal, "dus"
goed, en wie weet
voelde de meerderheid zich bevoorrecht zó te mogen leven en werken als
ze feitelijk deden.
En mogelijk hebben ze daarin dan gelijk, gezien
hun verstand - en ongetwijfeld zouden ze gelijk hebben zich
gelukkig te prijzen vergeleken met het lot van hun
(over)grootvaders, dat in meerderheid weinig financieel of
maatschappelijk verschild zal hebben van dat van
Klaas Ris, die
trouwens zelf een behoorlijk moedig en intelligent man was, maar op
z'n 75ste nog gedwongen was petroleum te verkopen op straat, om maar
in leven te mogen blijven in Nederland. [1214]
Soorten schaamte
Plaatsvervangende schaamte, dus gène
voor wat een ander doet, komt me toch minder pijnlijk voor dan
schaamte over zichzelf, omdat men niet verantwoordelijk is voor het
beschamende gedrag van een ander. [1214]
Waarachtige levensles voor de
doorsnee
'n Jong-mensch moet zich nooit bemoeien met iets dat hem niet
aangaat. Leer dit van my.
Dit is niet alleen voor jonge mensen
een bijzonder bruikbare les hoe maatschappelijk mee te komen:
Val niet op! Doe normaal! Wees
gewoon! Bemoei je alleen met je eigen zaken! Denk niet na, behalve
over hoe je baas te plezieren! Stel geen lastige vragen! Kritiseer
nooit je werkgever of collegaas! Heb geen belangstellingen in iets
waarin je collegaas geen belang stellen! Leef, denk, doe en zie eruit
als je geëerde collegaas! Wees nooit origineel! Denk en praat niet
over politieke, religieuze, morele, filosofische of wetenschappelijke
kwesties! Bezit geen interesses in iets waar niet talloos veel anderen
ook in geïnteresseerd zijn! Doe normaal, dan doe je al gek genoeg! En
denk vooral niet dat je iets bijzonders bent! "If you want to be
pleased, please!". De beste kruipers en de handigste huichelaars komen
't verst in onze menselijk-o-zo-menselijke maatschappij!
Leer dit van my.
[1215]
De laatste lezer van Multatuli's
Ideen
Zullen ze niet eenmaal met hun gebladert van zóóveel vellen druks
den schedel belommeren van den laatsten sterveling die over 'n eeuw
of wat onfatsoenlyk genoeg wezen zal om nog hollandsch te verstaan?
Wel, lezer... ik heb dit er uit
gelicht om op te merken dat ik mogelijk "den
laatsten sterveling" ben die de
hele Ideen doorgelezen heeft, en trouwens ook één der
weinigen die dat ooit deden. Immers, uit
het Nawoord bij bundel 3
blijkt dat Funke bij Multatuli's leven 2000 tot 4000 exemplaren van
de diverse bundels Ideen verkocht, terwijl ik vrijwel alle delen uit
de Garmond-editie van Multatuli's werken die ik ooit las en kocht of
kreeg nog zelf heb open moeten snijden, soms honderd jaren na hun
druk.
Het dunkt me dus een nogal
optimistische schatting als ik aanneem dat sinds de Ideen
gepubliceerd zijn hooguit 1000 mensen van de ondertussen ca. 30
miljoen Nederlands lezenden in die tussentijd Multatuli's Ideen
geheel gelezen hebben.
Dit is een natte-vinger-schatting,
maar niet vrij van evidentie. Over de blauwe Garmond-editie van het
begin van de 20ste eeuw schreef ik hierboven, en dat ik de delen die
ik kocht of kreeg open moest snijden geldt voor de grote meerderheid
van zo'n 30 delen ervan. Er is ook een in het groen ingebonden
editie geweest van Multatuli's Verzameld Werk, kennelijk
geproduceerd in de
twintiger of dertiger jaren van de 20ste eeuw, maar dit was
blijkbaar geen grote editie, want ik heb deze zelden tweedehands
aangeboden gezien. Dan was er de uitgave van de Ideen in Van
Oorschot's VW-uitgave uit de jaren 1950, maar deze was zó slecht dat slechts zeer
weinigen de Ideen in die uitgave gelezen zullen hebben. Tenslotte
was er een betere uitgave in de jaren 1980 door Querido, maar de paperbacks van
die uitgave waren helaas zo slecht ingelijmd dat ze nauwelijks
bestand waren tegen lezing, zodat waar je aan begon als een boek eindigde als een stapel losse paginaas.
[1216]
De hulpvaardigheid van de
Neerlandse doorsnee
Ik behoef hier immers
niet bytevoegen dat dit de ellendelingen niet verschoont, die 't
kind aan deze vuurproef onderwierpen? 't Was hùn doel waarachtig
niet, onzen Wouter tot
mensch te maken!
O nee, 't is bitterder: Ongetwijfeld
was één van hun doelen Wouter te helpen bij het worden van een
fatsoenlijk, oppassend, behoorlijk en nuttig mens à la Wilkens of
Dieper, en een ander doel daar persoonlijk niet slechter van te worden
en voordeel bij te halen. [1216]
Neerlandse postbezorging (en moraal, en
welstand)
Vanaf ca. 1870 begon Nederland economisch op te leven, met als oorzaak
of gevolg een veel betere postdienst dan daarvoor, en trouwens ook dan
sindsdien, want de snelheid waarmee de post werkte in de jaren 1870,
die op te maken is uit het briefverkeer tussen Multatuli en z'n
uitgever Funke, was behoorlijk verbazend, voor wie aan het 20ste
eeuwse tempo van de PTT is onderworpen geweest. [1218]
Waarom de meeste mensen alle weekdagen
werken
-
Dat doe-n-ik niet, zei de man. Ik kan al m'n andere klanten niet
laten wachten op één van 'n stooter in de week!
Men kan zich afvragen, gegeven iemand
die op een dergelijke manier in z'n onderhoud voorzag als deze
peripatetische barbier, hoeveel van het werk dat in een maatschappij
gedaan wordt ook werkelijk nodig zou zijn als de maatschappij
rationeel georganiseerd zou zijn.
Dit is schijnbaar geen onredelijke
vraag, en ze is gesteld door nogal wat socialistisch geïnteresseerde
mensen, gewoonlijk met een antwoord dat neerkwam op "Als het werk dat
gedaan moet worden rationeel verdeeld zou worden, en alleen dat gedaan
zou worden wat werkelijk nuttig is, dan zou men gemiddeld met veel
minder werkuren toekunnen, en met een veel kortere arbeidsdag, en met
veel minder en veel eerlijker verdeeld zwaar, smerig, schadelijk of
gevaarlijk werk."
Dat is ongetwijfeld waar, maar gaat
voorbij aan de gebrekkige menselijke rationaliteit - en in feite komt
een opvatting als van
Mandeville mij
waarachtiger voor: De grote meerderheid van het werk dat gedaan wordt
in een enigermate ingewikkelde menselijke maatschappij wordt gedaan
uit behoefte aan luxe of status, en is gebaseerd op menselijke
hebzucht en oneerlijkheid, en niet op menselijke rationaliteit of
redelijkheid. [1218]
Goede netwerkers gevraagd
Onze
jongste-bediende werd nu met de noodige aanbevelingen tot ‘net
werken’ aan 't kopieeren gezet van 'n paar brieven.
Tegenwoordig wordt van allerlei hoger
kantoor-personeel geëist dat ze "goede netwerkers" zijn, met een
"uitgebreid netwerk". Hier wordt niet bedoeld dat de dames en heren
net werk kunnen afleveren, maar dat ze - "How to make friends and
influence people" - veel vrienden, vriendinnen en kennissen hebben
weten te maken, en maar al te blij zijn dit bestand van hen
persoonlijk bekende mensen te gebruiken voor de belangen van de baas.
Dat een "goede netwerker" feitelijk weinig anders is dan een handige
leugenaar, en een soort handelsreiziger is in persoonlijke
populariteit, is bijna even vanzelfsprekend als de hoon of onbegrip
van geslaagde netwerkers voor wie neerziet op een dergelijke
karakterloze hoerigheid. Maar advertenties voor hoger personeel eisen
tegenwoordig "een uitgebreid netwerk" of "het zijn van een goed
netwerker" van hun reflectanten, en geven daarmee een goede
indicatie van de door hun werknemers verlangde morele integriteit en
het menselijk peil van dergelijk personeel. [1219]
K'toormensen
Laat ik mijn bevindingen in dit
verband heel diplomatiek zó formuleren: Wie echte hersens heeft werkt niet
op k'toor. En om hier geen misverstand over te laten bestaan, en ik ook wel
eens in de bouw en als boer heb gewerkt: Wie echte hersens heeft kan
genoodzaakt zijn als arbeider of boer te overleven, en kan door nood
gedwongen een tijd op k'toor werken, maar wie in een k'tooromgeving
floreert is gezegend met algehele talentloosheid. Nergens heerst een
gedwongener, valser, onechter, doodser atmosfeer, en nergens zijn zoveel
artificiële mensen. [1220]
Menselijk kenvermogen en boosaardigheid
..de
graad waartoe menschelyke dwaasheid kan afdalen, is voor den
boosaardigsten artist onbereikbaar.
Dit is een variant op het gezegde dat
het leven altijd ingewikkelder is dan de leer, maar men kan zich
hier afvragen of "den
boosaardigsten artist" geen mens is. Een andere variant op hetzelfde idee is van J.B.S.
Haldane: Niet alleen is de werkelijkheid vreemder dan mensen aannemen,
maar ze is vreemder dan mensen kùnnen aannemen. Als Haldane hierin
gelijk heeft dan zullen we het nooit weten, trouwens, en we moeten
feitelijk uitgaan van het tegendeel: Dat mensen in staat zijn
althans de algemene struktuur van wat bestaat te herkennen,
onderkennen of gissen. [1220]
Gewone brave mensen
Dat er onder 't
half-dozyn personen waarmee Wouter hier in aanraking kwam, geen enkele
was die zich verheffen kon boven 't àllerlaagste peil van verstand en
hart, mag slechts vreemd voorkomen aan wie de Maatschappy niet tot 'n
onderwerp van studie gemaakt heeft. Myn schets is wáár.
Nee, dat geloof ik niet. De oude
Gerrit, bijvoorbeeld, lijkt me zo vreselijk dom en slecht niet, en overigens
is het zinniger om aan te nemen dat Wouter's bazen en mede-personeel
vooral leden aan de zeer wijd verbreide menselijke tekortkoming gewóón te
zijn, allergewoonst, zonder het minste bijzondere eigen talent,
niet intellectueel, niet artistiek en niet moreel, en daarom ook zonder enige eigen
interne aansporing iets bijzonders van zichzelf te proberen te
maken, en natuurlijk ook zonder veel kritiek op hun eigen omgeving of hun medemensen.
Gewone mensen zijn en blijven gewoon
omdat ze geen ongewone gaves en geen ongewone behoeftes hebben, en
dat geldt ook voor de Koprolithen, de Diepers en de Wilkens.[1220]
Karakter en beroep
..wáár
blyft het dat iemand die ongenoodzaakt z'n
levensonderhoud zoekt in grove of nietige bedryven, blyk geeft van
'n laag standpunt.
Ja, maar dat geldt alweer niet voor de
hier behandelde personen, die ook daar te gewoon voor zijn. Wie
gevangenisbewaarder of deurwaarder wil worden geeft daarmee blijk,
als het niet pure noodzaak van overleven is, kennelijk in
sado-masochisme geïnteresseerd te zijn, en genot te vinden in het
opsluiten, vernederen of vervolgen van mensen (..) [1220]
De doorsnee
Wat
dan te zeggen van 't ras der koprolithen, dat geheel
vrywillig verstand, hart en karakter laat braak-liggen?
Nee, zo is het niet: Ze kunnen niet
veel beter dan ze doen, op eigen kracht, al zouden ze willen, wat ik
toegeef dat zelden het geval is met dergelijke mensen, die heel goed
van zichzelf plegen te weten dat ze geen enkel bijzonder talent
hebben.
Dergelijke mensen doen gewoonlijk niet beter omdat ze niet veel
beter of anders kunnen. Wie werkelijk talent of een echt goed
verstand heeft wéét dat bijna altijd, eenvoudig door zichzelf te
vergelijken met anderen.
En een probleem voor Multatuli, en
voor mensen die menen dat de mensheid radikaal beter en anders kan
dan ze in meerderheid evident doen en willen en gedaan hebben, is
dat de grote meerderheid van het ras der Kopperliths is, of er zo
weinig van verschilt dat het er niet veel toe doet.
Het is - trouwens - niet voor niets,
en ook geheel in overeenkomst met de gemiddelde menselijke hoedanigheden
(zie ook bijv. 308) dat
Multatuli in de hele geschiedenis van Wouter Pieterse maar een
kleine minderheid aantreft met zowel een goed verstand als een goede
wil. [1220]
Neerlands anti-semitisme en de
leugen van gelijkwaardigheid
... ‘van zoo'n smeerigen jood!’
Hier moet de lezer bedenken dat
Multatuli lang vóór de Tweede Wereldoorlog schreef, en geheel geen
antisemiet was, zoals we ook zullen leren in de komende ideen. Dit is
een wat moeilijk thema in Nederland sinds de 2e Wereldoorlog, omdat
meer dan 1% van de Nederlandse bevolking toen uitgemoord is door de
Duitse bezetters, met aanzienlijke hulp van "autochtone
Nederlanders", die ná de oorlog allemaal "in het verzet" zouden hebben
gezeten, volgens zichzelf. Wie hier meer van wil weten en begrijpen leze mijn laatste
noot bij 1171.
Trouwens... een ander probleem voor het
rationeel bespreken van de gewone menselijke onmenselijkheid tegen hun
medemensen (die niet tot hun eigen groep, soort, ras, natie, geloof of
politieke overtuiging behoren) is de in Nederland wijd verbreide
illusie en leugen dat "alle mensen gelijkwaardig" zouden zijn, in
Nederland vooral uitgedragen door drs. Ed van Thijn, ten behoeve van
z'n eigen carrière. Zie 155,
308, de al genoemde
1171 en
1185.
Die beweerde universele menselijke
gelijkwaardigheid - van Eichmann tot Einstein, van Pol Pot tot Martin
Luther King, van Hazes tot Beethoven - is geheel ònwaar, maar
wáár is dat deze ongelijkheid helemaal niets met ras, afkomst,
ethniciteit of nationaliteit van doen heeft: Menselijke excellentie is
altijd individueel, en overigens zeldzaam. [1221]
Menselijke doorsnee = conformistische
collaborateurs
Myn naastbyliggende
plicht was nu eenmaal het beschryven van zeker menschenras waaraan
Vuurlanders, Huronen en Irokeezen te danken hebben dat ze niet de
àllerlaatste schakel zyn die den Mensch aan de Dieren verbindt.
Afgezien van Multatuli's
meningen over wat tegenwoordig géén "primitieve volkeren" meer genoemd
mogen worden - trouwens, als alle Politiek Correct taalgebruik een
lafhartige en oneerlijke poging de wereld zogenaamd te verbeteren door het
taalgebruik zogenaamd fatsoenlijk te maken, volgens geldende
vooroordelen (zie: 374) - is M. onrechtvaardig over de Kopperliths, Willekes en
Diepers, kennelijk omdat M. dergelijke personen zelf moest meemaken
als puber van ca. Wouter's leeftijd in een functie als van Wouter.
Dergelijke mensen zijn ook te
gewoon, te alledaags, te normaal om iets ànders te zijn dan
conformist, en doen dus geen bijzonder kwaad... altijd natuurlijk tenzij het doen
van kwaad tot
de gewone maatschappelijke plicht behoort, zoals heel goed mogelijk is
gedurende tijden van (burger)oorlog. Dan doen de Kopperliths etc.
natuurlijk graag hun vaderlandse plicht, of hoe ze het wensen te
noemen. (Zie:
Ordinary men en
1211) [1221]
Ongepubliceerd vervolg van Woutertje
Pieterse
Men moet al zeer schraal bedeeld zyn met de specifiek-dichterlyke gaaf
van assimilatie, om den familietrek voorby te zien, die dezen tocht
doet zweemen naar de uitspatting waaraan zich eenmaal prinses Erika
schuldig maakte.
Ook wat betreft die "specifiek-dichterlyke
gaaf van assimilatie": We hebben
eerder als het ware terloops vernomen dat er een zeer grote
familie-gelijkenis is tussen de kinderen Holsma, hun neef en nicht
prins Erik en prinses Erika, en Wouter. Zie
1176. Ongetwijfeld hing dit in
Multatuli's opzet duidelijker samen met het in idee
405-409
vermeldde dan hij uiteengezet heeft in het deel van de geschiedenis
van Wouter Pieterse dat hij wèl uitgeschreven heeft voor publiek, dat
niet verder gaan dan Ideen 7.
De genoemde "uitspatting"
wordt beschreven in 1134, waar
Wouter ook voor het eerst de vraag opwerpt "Hm...
zou ze misschien willen ruilen? Hy: prins Erik. En zy...
".
Maar om terug te komen op de "specifiek-dichterlyke
gaaf van assimilatie": Ik heb
al in mijn kommentaren bij de vorige bundel gezegd dat er zeer veel
parallelen, herhalingen en analogieën in de Woutertje Pieterse aan
te wijzen zijn, die daar vaak vrijwel zeker opzettelijk in gelegd zijn
door Multatuli. [1222]
Waarom leugens werken - en grove
leugens het best
Wie leugens durft opdisschen aan een ontwikkeld publiek, moet wel
zeker van z'n zaak zyn, en zóó vast staan in den kothurn zyner
overtuiging, dat-i het steunen op kleine waarschynlykheidjes missen
kan.
Hier is M. ongetwijfeld ironisch. In
feite blijkt Goebbel's "grosze Lüge" - als je liegt, liegt dan grof
- verreweg het meest effectief, zowel in de reclame als de politieke
en religieuze propaganda.
En de enige groep mensen die
systematisch probeert acht te geven op "waarschynlykheidjes"
zijn de wetenschappers. Gewone mensen richten hun geloof niet in
naar wat ze kunnen weten dat de feiten en de
waarschijnlijkheden zijn, maar naar hun eigen wensen of naar
de wensen van de maatschappij. [1222]
De wortel van het Geloof
Waartoe zou het Geloof dienen, als 'n profeet, by al z'n
andere plichten, zich nog zou moeten onthouden van ongerymdheid ook?
Juist: "Credo quia absurdum" is de
wortel van het religieus "Geloof".
En men gelooft wat men wéét dat absurd, ongefundeerd,
onbegrijpelijk of zonder enige behoorlijke evidentie is omdat men
wénst dat het waar is.
Feitelijk is dat onbehoorlijk, oneerlijk en irrationeel, en al is het
waar dat volwassenen in beginsel het recht behoren te hebben hun eigen
meningen te kiezen, hoe ongefundeerd ook volgens andere volwassenen,
het is ook waar dat het onbehoorlijk is kinderen "geloofswaarheden"
voor te houden en ze er in op te voeden als de volwassenen niet eens
in staat zijn er behoorlijke rationele argumenten voor te geven. [1222]
Plichtdoen en goed doen
Plichtdoen is alleen goed als ofwel wat de plicht inhoudt goed is ofwel
omdat de doener niet in staat is zelfstandig redelijk te oordelen en de
opdrachtgever dat wel is. [1222]
De Joden en Neerlandse tolerantie
.. en de amsterdamsche
burgervaders onder wier hoede die Jodenhoek zich zoo prachtig
ontwikkeld had...
Hier is M. ironisch: De "Jodenhoek"
had zich natuurlijk geheel niet ontwikkeld door enige inspanning van
"de
amsterdamsche burgervaders", en
bestond alleen omdat ze getolereerd werd in Amsterdam, en joden overigens
ongetwijfeld op z'n best met grote onverschilligheid - de
gewoonlijke inhoud van wat Nederlanders hun "tolerantie" believen te
noemen - werden "behandeld".
Toch is het wel waar dat in Nederland
de joden althans getolereerd werden, wat in andere Europese landen,
zoals Engeland en Frankrijk, niet het geval was, hetzij periodiek,
hetzij eeuwen lang. [1223]
Neerlands nepotisme aba partijgeest
Er heerschte toen een bespottelyk nepotismus. De vraag was niet, wie
blyk had gegeven van bekwaamheid en eerlyke bedoelingen, men regelde
de benoemingen... naar die huwelyksverzen, geloof ik. Dit is thans
anders.
En anno 2006 is dat o zo radikáál
anders: Hoewel volgens de Grondwet iedere volwassen Nederlander in beginsel recht heeft op benoeming in
alle functies, is het feitelijk zo dat alléén leden van politieke
partijen belangrijke en goed betalende hogere bestuursfuncties
kunnen krijgen.
De reden voor die regel is dat men
zodoende zeker is dat nieuw benoemden even bekwame leugenaars en
bedriegers zijn als hun voorgangers, en dat reeds jaren hebben
aangetoond in hun politieke partijen.
Dus zonder ironie: In Nederland heerst
in de politiek nog steeds het nepotisme. De bestbetalende ambten
worden nog steeds, en al sedert eeuwen, verdeeld onder de eigen
vrienden en medestanders. En dit zou ook zo èrg niet zijn als degenen
die op deze wijze in functie worden geholpen ook moreel en
intellectueel bekwaam zouden zijn. [1223]
De heerlijke vruchten van algemeen
kiesrecht en demokratie
Het Volk kiest z'n
voorgangers en gemachtigden, en zorgt dus wel dat er geen onbekwame
of gewetenlooze lieden aan 't bestuur komen.
Deze stijlfiguur heet ... "ironie".
Zie 118,
119. (Zinniger en ironielozer is:
Het Volk is in meerderheid onbekwaam tot oordelen, en kiest dus in
meerderheid onbekwaam, en gewoonlijk voor onbekwamen.) [1223]
De denkende minderheid
Er is maar een kleine minderheid die "aanleiding
vindt tot nadenken", en van die
kleine minderheid zijn er nog weer aanzienlijk minder geïnteresseerd
in veel verschillende onderwerpen. [1224]
Niets onmenselijks is de doorsnee
mens vreemd
Het ‘nil humani alienum’ moge dan al niet juist in
wysgeerigen zin 'n artikel in hun dagelykschen kathechismus wezen,
toch is dat woord op hen van volle toepassing in stoffelyke en
maatschappelyke beteekenis.
Het Latijn betekent zoveel als "niets
menselijks vreemd" en komt van een Grieks gezegde van Aeschylos,
"Niets menselijks is mij vreemd", en geldt natuurlijk voor ieder
mens - al is het ook al weer heel menselijk om menselijke
tegenstanders of leden van andere groepen, rassen, geloven, naties
of politieke partijen voor iets zeer minderwaardigs en beestachtigs
te houden, als dat goed uitkomt voor vermeend eigenbelang. [1224]
Het ruilbeginsel
En wie koopt
die waar? Hoeveel brokken klapper, hoeveel
van die westindische boontjes, moeten de kleinkinderen van de
zuurvrouw by buurman besteed hebben, om hem in-staat te stellen
zyn kroost op háár vygen te onthalen? Hoeveel vygen moet zy
hebben gesleten aan zyn kinderen, voor ze de duit óverheeft,
waarmee háár snoepertjes den koopprys van zyn pienders
voldoen? O diepte der verborgenheid, beide der kennisse en des
begrips van den amsterdamschen Jodenhoek!
Wel, dit kan aanleiding geven tot
allerlei meer of minder ingewikkelde bespiegelingen en overwegingen.
Hier is er één van mij, die het wezen van de handel tracht te
ontsluieren, maar liefst.
Het ruilbeginsel
Handel, ruil, vraag en aanbod
en nogal wat verdere menselijke betrekkingen laten zich allemaal in
beginsel vangen in een algemeen schema
van de volgende vorm:
- Er is een persoon a met een goed A
waaraan a een door a bepaalde waarde toekent
- Er is een persoon b met een goed B waaraan b een door b bepaalde
waarde toekent
- Persoon a kent een grotere waarde aan B toe dan aan A
- Persoon b kent een grotere waarde aan A toe dan aan B
En ziedaar: a en b realiseren de
voorwaarden voor een ruil waar beiden, bovendien naar eigen
inschatting van waarde, persoonlijk voordeel bij zullen hebben - als ze
van elkaar weten, en geen ruzie krijgen, en zowel A als B
overdraagbaar is aan een ander.
Eén interessant feit hierbij is dat
dit in beginsel allemaal van de persoonlijke inschattingen
van a en b afhangt; een ander is dat de geschetste verhouding véél
algemener zijn dan puur economisch, monetair of handelsmatig - want
"het goed" A kan een vriendelijk woord of gebaar voor een ander
zijn, en de door a bepaalde waarde toegekend aan A of de moeite die dit a kost, en
hetzelfde geldt voor zéér veel meer zaken en handelingen; en een
derde is dat het een reden van ruilen biedt, en ook een reden voor
verdergaande samenwerking als a beter is in het produceren van A dan b,
en b beter is in het produceren van B dan a. [1224]
Voordelen van een waarachtig geloof
En in algemeen-menselijke termen is het nut van de "aanbidding
van andere goden" dan
gebruikelijk was in de eigen groep dat de aanhangers "van
andere goden" maar al te vaak
en te graag andersgelovigen vervolgen, discrimineren of uitsluiten
van maatschappelijke voordelen en privileges. [1224]
Jodendom, Christendom, en
bekeerdrift
Onder de joodsche natie zyn zeer veel ontwikkelde
personen, meer zelfs dan onder de christenen, als we boosaardige
statistici mogen gelooven. In de meeste vakken van kennis en
wetenschap hebben zy eeuwen lang uitgemunt, en dit is nog thans het
geval. Waarom bestryden hun rabbi's, hun theologen, hun
geschiedvorschers, hun mannen van letteren, hun denkers, de
christelyke godsdienst niet?
In beginsel is dit natuurlijk geen onredelijke vraag, en er zijn
bovendien drie tamelijk voor de hand liggende antwoorden op.
In de eerste plaats is het joods
geloof geen predikend en evangeliserend en bekerend geloof, zoals de
diverse protestante vormen van christelijkheid dat oorspronkelijk wel
waren, en het oorspronkelijke christendom de eerste eeuwen ook was.
In de tweede plaats bestreden de
joodse "rabbi's",
"theologen"
en "geschiedvorschers"
het christendom natuurlijk wel, voorzover ze het afwezen, zich er niet
toe bekeerden, en voor het één of het ander argumenten gebruikten.
En in de derde plaats deden ze er in
beginsel verstandig aan, als minderheidsgroep, om zich niet publiek
leerstellig te verzetten tegen het christendom, en niet te prediken
dat christenen zich tot het jodendom zouden moeten bekeren.
Maar een belangrijke reden voor
Multatuli om de vraag te stellen is dat hij zelf zich wel verzette
tegen het christendom, en meende daar wel wat steun bij te kunnen
gebruiken. [1224]
De doorsnee hordenmens en het
Neerlands deugdbegrip
Niemand zal 't
in onze dagen in z'n hoofd krygen, den Israeliet euvel te duiden dat-i
niet ‘in’ Christus gelooft. Niemand zal hem daarom vervolgen,
zwart-maken, uitsluiten, lasteren.
Dit lijkt me, ook in Multatuli's
tijd, te optimistisch, afgezien van een kleine minderheid.
De grote meerderheid van de mensen
heeft altijd geleefd en gevoeld alsof de opvattingen, praktijken, en
waarden en doelen van de kleine groep van mensen met wie zij zelf
dagelijks omgaan en waar ze zelf uit voortkomen maatgevend zouden
zijn voor wat menselijk is en voor wat mensen behoren te zijn,
geloven en prefereren. Het is niet voor niets dat hèt Nederlandse
volksspreekwoord en de meest gebruikelijke Nederlandse morele
aansporing "Doe normaal, dan doe je al gek genoeg!" is. [1224]
De waarheid des Geloofs
Wat onwaar is,
draagt de kiem der vernietiging in zichzelf. Ongerymdheid is niet
leefbaar.
Ik geloof niet dat M. hier ironisch
is, en wel dat hij dit zou hebben moeten zijn. Immers, we spreken van
religieus geloof, en daarvoor geldt, veel meer dan voor
enig andere vorm van geloof, dat het geïnspireerd wordt door
wensdenkerij en angst, en dat onwaarheid en ongerijmdheid eerder een
sine qua non vormen voor een succesvolle religieuze tekst dan
een beletsel.
Immers, het uiteindelijk criterium
van geloofwaardigheid voor een religie is niet rationeel maar
emotioneel: dat het wensen schijnbaar bevredigt, en angsten helpt
beheersen, en beloftes doet over een komend hemels bestaan die het
vaak nogal gruwelijke en pijnlijke huidige aardse bestaan dragelijker
helpen maken, al is het middels illusies en oncontroleerbare
beloftes. [1224]
Vrijheid van geloof
We hebben burgerlyke wetten die 't auto-dafeën verbieden. Het is u
vergund, rondborstig te verklaren dat uw God is de ware
God, uw Jehovah
de ware Jehovah. Waarom zwygt ge?
Wel, ik kan onmogelijk antwoorden
voor de aangesproken Nederlandse joden uit de 19e eeuw, maar ik kan
wel twee tamelijk redelijke antwoorden verzinnen.
In de eerste plaats: Natuurlijk
verklaarden de joden dat hun god "de ware
God"
was, maar ze deden dat gewoonlijk alleen temidden van hun eigen volk,
en bij hun eigen godsdienstoefeningen. Immers, de joden vormen geen
evangeliserend of bekerend geloof.
En in de tweede plaats: Velen zouden
iets als het volgende geantwoord kunnen hebben - en ik formuleer
algemeen, omdat het in beginsel voor iedere religie geldt.
Wij zijn mensen, en hebben daarom
algemene begrippen nodig over wat de werkelijkheid is, en waar ze
toe dient, en wat mensen moeten doen en laten. Onze begrippen en
waarden hebben wij, zoals bijna ieder mens, overwegend geleerd en
overgenomen van onze ouders, voor wie hetzelfde gold, en het is dus
van hen dat wij geleerd hebben wat wij geloven.
Maar omdat wij mensen zijn, en omdat
er zoveel geloven zijn, weten we dat we ons kunnen vergissen, zoals
ieder mens kan weten dat hij of zij zich kan vergissen over
fundamentele vragen. Wij menen daarom dat het iedereen vrij zou
moeten staan zijn eigen geloof te praktiseren, voorzover hij
iedereen vrij laat hun eigen geloof te praktiseren. Zie verder onder
[11]. [1224]
Modern Neerlands Trots Racisme
In Nederland ligt dit tegenwoordig
- anno 2006 - nogal anders, en lijkt rond de 50% van de naar eigen zeggen
"autochtone" bevolking, zoals o.a. voorgestaan door de moderne
liberale fasciste of fascistische liberale (daar wil ik van afwezen
- al denk ik dat zij zelf ook niet duidelijk kan uitleggen wat het
verschil is) Rita Verdonk noties te hebben over zichzelf te hebben
die emotioneel weinig verschillen van wat Hitler's volgelingen dreef
- al mag je dat natuurlijk niet zèggen (374),
want dan "demoniseer" je deze schatten van mensen, volgens henzelf.
Toch werd er in het voorjaar van 2006 zogeheten
sociaal-wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd waaruit zou blijken
dat minstens 10% van de zogeheten autochtone Nerderlanders zichzelf
voor "racistisch" houdt, ongetwijfeld met apentrots op de eigen
soort. [1224]
Religies en de burgerlijke wet
Ge reikt de
hand aan allerlei boosdoeners die varkensvleesch eten, en zich niet
ontzien zouden 'n wafelkraam optezetten in uw tabernakel, wanneer ge u
niet kondet beroepen op eigendomsrecht volgens dezelfde
Burgerlyke Wet, die U 'n gruwel behoorde te zyn.
Maar waarom? Feitelijk ligt hier een
interessant thema, namelijk de verhouding tussen de burgerlijke wet en
de bepalingen van een religieus geloof, waarbij ik aanneem dat de
burgerlijke wet er één is als in Nederland, die tracht te mediëren
tussen verschillende geloven, en die geen staatskerk of leidende
religie vooronderstelt, zoals in veel landen eeuwen lang het geval was
en nog steeds is.
Kortweg gezegd komt het hier op neer,
gegeven een dergelijke burgerlijke wetgeving: Ieder geloof dat
uitgeoefend wordt onder dergelijke wetgeving is ondergeschikt aan de
wet. Men is vrij te geloven en praktizeren wat men wil, zolang
men de vrijheden van anderen niet aantast en zich niet onwettig
gedraagt.
Dit lijkt zowel
zinnig als redelijk als verstandig - maar het is wel in tegenspraak
met nogal wat passages in nogal wat heilige boeken, namelijk waren
deze oproepen tot het vervolgen van de ongelovigen.
Het lijkt dus alsof het logisch
noodzakelijk is dat de gelovigen die willen samenleven met andere
gelovigen onder een burgerlijke wet afstand moeten doen van althans
dat deel van hun eigen geloof dat hun lijkt op te dragen
andersgelovigen te vervolgen of onderdrukken, en dat ze bereid moeten
zijn toe te geven dat er een reële kans is dat zij zichzelf vergissen
in zaken van het geloof, precies zo als andersgelovigen.
Dit alles lijkt mij beschaafd, maar ik
ben niet gelovig, en niet gelovig opgevoed, en ik geef toe dat het
niet moeilijk is in heilige boeken van dit of dat geloof passages aan
te wijzen die, uit naam van een God, hier zeer strijdig mee zijn. [1224]
Konsekwent religieus geloof en fanatisme - 1
Het jongetjen
in den amsterdamschen Jodenhoek dat den prediker
Schwartz trachtte te vermoorden, is de
eenige konsekwente Israeliet, van wien ik sedert jaren gehoord heb.
Natuurlijk niet, of slechts tenzij
alleen fanaten konsekwent zijn. Het is wèl waar dat er in ieder geloof
nogal wat fanaten geweest zijn die bereid waren andersgelovigen te
vervolgen of vermoorden, en dat ook de heilige boeken van zeer veel
geloven op nogal wat plaatsen daartoe oproepen, of dit vergoelijken.
Maar opnieuw: De principiële punten zijn
dat je geen pluriforme samenleving kunt hebben zonder een behoorlijk
grote mate van wederszijdse tolerantie tussen mensen van verschillend
geloof of van verschillende politieke overtuiging, en dat je geen
samenleving kunt hebben als de leden ervan besluiten elkaar naar het
leven te staan. [1224]
Konsekwent religieus geloof en
fanatisme - 2
Geen aanhanger van Mozes mag afkeuren dat die knaap iemand wilde uit
den weg ruimen, die vertellen kwam dat ‘de Wet’ ontbonden was, en
dat men voortaan z'n God zou hebben te
dienen volgens een nieuw reglement. Sei was du bist!
Natuurlijk niet. In feite zou iedere
"aanhanger van
Mozes" hebben kunnen zeggen dat
zo'n beweerd-religieuze fanate moordenaar speelde met de levens en kansen van
de andere joden, omdat hij daarmee pogroms en andere vervolgingen en
discriminatie riskeerde.
En wat "beweerd-religieuze" aangaat:
Er is bij àlle fanatisme inzake godsdienst of politiek altijd de
serieuze mogelijkheid dat de fanaten niet zozeer bijzonder gelovig
zijn, al komt ook dat voor, als wel behoorlijk gestoord, en in hun
geloof een uitlaatklep voor hun gestoordheid menen te vinden, waar ze
in ieder geval in zoverre gelijk hebben dat religieuze uitingen van
feitelijke gestoordheid minder kans hebben onderkend te worden als
gestoordheid dan andere vormen van gestoordheid.
Wat "gestoordheid" aangaat: Men moet
zich wel héél zeker voelen van z'n eigen zaak of geloof om daar mensen
voor te willen vermoorden, en 't blijkt historisch waar dat wie mensen
wil vermoorden daar graag een zogenaamd godgegeven voorwendsel
voor heeft gebruikt. Het grootste goed dient vaak om het grootste
kwaad te vergoelijken, mogelijk te maken, en er aantrekkelijk uit te
doen zien. [1224]
Niet alle oprechtheid is goed
Eerbied voor 't gevoelen van anderen?
Ik
heb eerbied voor oprechtheid. En voor dezen eerbied eisch
ik eerbied.
Ikzelf heb geen eerbied voor "oprechtheid"
als die oprechtheid bestaat in onredelijkheid, onrechtvaardigheid etc.
Ongetwijfeld waren er veel oprechte SS'ers, en waren ook de leden van
de katholieke inquisitie heel oprecht in hun godsgeloof, en in hun
overtuiging dat het goed was onbehoorlijk gelovigen grondig en
christelijk te martelen om ze van de slechtheid huns wegen te
overtuigen, maar dat maakt ze
niet eerbiedwaardig. [1224]
Onwetendheid: De meest zekere kennis
Al zy 't dan dat m'n
intelligentie niet ontwikkeld genoeg is om doortedringen tot de
achterste schuilhoeken van zekere mysterien - getuige die duit van
zoo-even - toch overvalt me soms 'n aanval van fierheid op m'n
onwetendheid, tegenover de velen die zich hunner onwetendheid niet
bewust zyn.
Een dergelijke "fierheid"
dunkt mij geheel gerechtvaardigd, om minstens twee tamelijk
belangrijke redenen:
Eén. De
meest stellige kennis die ieder mens kan hebben is dat hij zelf géén
stellige kennis heeft over zeer veel zaken waar hij deze wel zou
willen, en ook over veel andere. Mensen kunnen veel dingen weten, maar...
de meest zekere wetenschap die mensen kunnen hebben is wetenschap van hun
eigen onwetendheid. Wie beweert dat er geen kennis is, of geen zekere
kennis, liegt of is dom. Zie verder idee
1, 11 en
175, bijvoorbeeld.
Twee. Het
is gerechtvaardigd trots te zijn over de eigen onwetendheid in zaken
die het geloof betreffen, was het alleen omdat zovelen die deze "fierheid"
missen daarom en daarmee niet beter zijn dan domme volgelingen of
fanate godsdienstwaanzinnigen. [1225]
Menselijk-al-te-menselijke beperking
De meeste mensen zijn niet in staat tot het zelfstandig ontwikkelen van
redelijke en rationele ideeën, en het is al heel wat als ze bereid en in
staat zijn zulke ideeën van anderen te lezen en overdenken. [1225]
Het grote onbekende menselijk brein
De ware studie van den mensch is: de Mensch.
Dit blyft eeuwig waar, al verkoopt zoo'n studie-exemplaar zure
augurken en bedorven vygen aan 'n speetje.
Zowel Prescott als Macaulay als vader en
zoon Mill wisten ongetwijfeld dat Pope de regel "The proper study of
mankind is man" had geschreven, maar die kennis noch die overtuiging
helpen een mens veel verder.
In
feite is het zo dat de natuurwetenschap die sinds ca. 1600 opgekomen
is een gigantische hoeveelheid technologische toepassingen heeft
opgeleverd die "de Mensch" veel
geholpen hebben, terwijl het nog steeds grotendeels onbekend is hoe het
menselijk brein werkt, dat dan ook het ingewikkeldste bekende
natuurlijke orgaan is. [1225]
Persoonlijke geschiedenis
Van de nummers was niets te zien, of slechts nu-en-dan 'n enkel,
want van gevel tot kelder hingen de puien vol lappen en lompen.
Ik ben geboren in 1950, vijf jaar na
het einde van de Tweede Wereldoorlog, waarin ca. 116.000 Nederlanders
vanwege hun vermeende joodse ras weggevoerd en vermoord zijn. Uit
eigen ervaring kan ik dus niet veel meedelen over de Amsterdamse
jodenhoek of het Waterlooplein, waar een grote tweedehandsmarkt was,
en nog steeds is, maar tegenwoordig nogal ànders - van uiterlijk, opzet,
inrichting, marktwaar - dan in de vijftiger jaren en voor de oorlog.
Wel kan ik me
herinneren hoe het Waterlooplein er in de jaren vijftig uitzag, en
er zijn uit die tijd ook fraaie zwart-wit fotoos van dat plein en de
markthandel gemaakt door Ed van der Elsken, waarop men kan zien dat
ook toen "van
gevel tot kelder hingen de puien vol lappen en lompen".
[1226]
De groepsgebondenheid van gewone
medemenselijkheid
Noch Motto
noch m'nheer Wilkens, de praktische heeren die zoo grondbeginselig
alle bemoeienis met de zaken van 'n ander verafschuwden, hadden besef
van 't genot der aandoening die de Duitschers
menschenfreundlichkeit noemen, en waarvoor wy, meen ik, geen
woord hebben.
Ja, en het is een feit dat, naar mijn
ervaring, de genoemde aandoening - medemenselijkheid in het
Nederlands? - vooral onder kantoor- en zaken-mensen niet of nauwelijks
lijkt te bestaan c.q. beperkt blijft tot enkelingen van hun eigen
soort of familie.
Gewone mensen
vallen niet uit hun rol, en vooral niet waar dit nodig is om de
medemenselijkheid op te brengen een ander te helpen die niet tot de
eigen familie of collegaas behoort.
Een bittere moeilijkheid die hier
meespeelt is dat de grote meerderheid van gewone mensen, voorzover ik
kan beoordelen, andere mensen, die ze niet of nauwelijks kennen,
plegen te wantrouwen, en ze behandelen en beschouwen op basis van dat
wantrouwen. Zie ook 1211. [1226]
Zin en onzin van onderwijs
Een geest
die zich niet weet te ontwikkelen in-weerwil van 't handwerk, is de
moeite der ontwikkeling niet waard.
Wel, dat hangt natuurlijk af van de
omstandigheden waarin die "geest" zich
feitelijk bevindt, en overigens van de eigen vermogens.
Frederic Douglas was een 19e-eeuwse
Amerikaanse negerslaaf die wegliep, zichzelf ontwikkelde, en een
fraaie autobiografie schreef, waarin hij o.a. verhaalt dat de slaven
zichzelf lezen leerden, wat ze verboden was. Ik vond dat een
aangrijpend en moedig iets, maar het ligt voor de hand dat men van
wie als slaaf moet overleven niet redelijkerwijs kan eisen dat hij
of zij zich zelfstandig ontwikkelt, al is dat sommigen mogelijk
geweest.
Vervolgens: Uit het verval van het
Nederlands onderwijs de afgelopen 40 jaar, over alle geledingen, van
kleuter-onderwijs tot en met universitair onderwijs, in een land
waar vrijwel iedereen gedurende al die jaren een makkelijker en
beter verzorgd en veiliger bestaan had dan vrijwel iedereen vrijwel
altijd, blijkt dat onderwijs voor meesten, met de gaven waarmee ze
geboren zijn, nauwelijks hoeft, weinig effect heeft, niet veel goed
doet, en bijna altijd tegen heug en meug in moet gebeuren. De grote
meerderheid amuseert zich veel liever op de kermis of voor de TV dan
dat ze iets leert. [1227-2]
Wouter's
eigen gedenkschriften
Zonder nu juist te
beweren dat ik geen andere bronnen raadpleeg dan Wouter's eigen
gedenkschriften, spelen toch die dokumenten 'n groote rol in m'n
geschiedkundige navorschingen.
Ik denk dat we hier voor "Wouter's
eigen gedenkschriften" mogen
lezen "mijn eigen jeugdherinneringen". En overigens is
naar mijn weten niet bekend welke "andere
bronnen" Multatuli raadpleegde
voor de feiten die hij behandelt in Wouter's geschiedenis. [1227-2]
Menselijke vermogens vs.
Christelijke geboden
... komaan, waren die heeren huns broeders
hoeder? En Wouter wàs niet eens 'n broeder. Geen neef zelfs.
De frase over een "broeders
hoeder" is Bijbels, in welk boek
de lezer ook opgeroepen wordt tot fraaiere gedragingen, zoals de heren
Pompile en Eugène ongetwijfeld wisten:
- Heb uw naasten lief gelijk uzelve
- Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet
Uit het feit dat het één noch het ander
een vaak gehandhaafde morele regel is, kan de lezer - van voldoende
geestesvermogens en hardheid van hart - opmaken dat het over voor
alledaagse mensen moeilijke of onmogelijke morele aansporingen gaat. [1228]
De ziel als terra incognita
We zyn maar niet gewoon
ons rekenschap te geven van de wyze waarop de ziel werkt, en kennen
gewoonlyk de vóór-oorzaak niet, van wat we ten-onrechte houden voor
eersten indruk.
Wel, dit is
nog steeds zo, ook in de wetenschap der psychologie. (Voor "ziel"
zie 16.) Enig voortschrijdend inzicht
is er wel, en dit neemt hier de vorm dat de menselijke ervaring niet
op één oorzaak teruggaat, maar het product is van veel tegelijk
werkende gedeeltelijk onafhankelijke processen. [1230]
Een fundamenteel menselijk probleem
Ja, maar het probleem hierbij is dat
geen mens de ervaringen van een ander mens heeft. [1230]
Zelfverheffende kinderen
(..) het zijn alledrie voorbeelden
van zelfverheffing, al is het maar in dagdromerij, en het is waar
dat de meeste kinderen dit schijnen te doen: Jongetjes dromen van
ridder zijn, en meisjes van het prinsessenschap.
Overigens: Veel rollenspel komt neer op
iets als "'n stuk heer te zyn in de oogen van kwajongens die
almede voor iets als heeren wilden doorgaan".
Zie verder 1211 en daar gegeven links.
[1231]
Zelfverheffende volwassenen
Er is niets wat zoozeer op de eigenaardige zotterny en in zekeren
stand gelykt, als de.... zotternyen in 'n anderen stand. Wie er een
kent, kent ze allen.
In 1236
benoemt M. dit zelf als "de
bekende zucht naar onderscheiding en verheffing",
en dat is juist, en kennelijk wat sociale dieren doen, om zichzelf in
stand te houden in de rangorde waarin ze leven, of zich erin te
verhogen.
Het is opvallend, en
kennelijk ook dierlijk, dat dit vooral gaat door vertóón: Men laat
zien dat men er toe doet, in de termen die er toe doen voor het
vaststellen van de pikorde, hetzij door het bezit van een grote hanenkam,
een bijzonder rode bavianen-derrière, of een dikke
menschlich-all-zu-menschliche Mercedes Benz. [1232]
Mensen kiezen vaak voor het slechte
Mensen
kiezen vaak wat slecht voor ze is, hetzij omdat ze zich vergissen, hetzij
omdat het slechte ze makkelijker afgaat, beter bevalt, smakelijker is, of
maatschappelijk vereist is. Zie bijv. onder 817.
[1233]
De oorzaak van de normale bijgelovigheid
Zodra men de beweringen van gelovigen aan geesten en wonderen serieus
onderzoekt blijkt er weinig of niets van overeind te blijven dat niet
geproduceerd kan worden door lichtgelovigheid, valse verhalen of
goocheltrucs.
Voor wie hier
meer van wil weten: Zie M. Gardner: "Science: Good, Bad and Bogus",
C.E.M. Hansel: "ESP - a scientific evaluation" en C. Evans: "Cults of
Unreason". Overigens lijkt het, als in [2], alsof men behoorlijk tot
zeer intelligent moet zijn om géén gewone doorsnee-wensdenker te zjn.
[1233]
Spokerij en geloof
De zonderlinge vertellingen over 'n Opperwezen, de wonderbaarlyke
daden der zoogenaamde godsmannen, de eeuwige stryd met den Duivel, de
rol die er in 't Nieuwe Testament door legioenen demonen gespeeld
wordt, dit alles leidde, noopte, noodzaakte tot het geloof aan
spokery. Neen: dat alles wàs en is spokery!
Zoals ook, sprekend van religie: "Geloof
is bygeloof" (zie 354).
[1233]
Menselijk religieus onvermogen
Het lijkt er sterk op alsof de mensheid
gemiddeld en gewoonlijk niet in staat is zelfstandig het juk van
religieuze wensdenkerij van zich af te werpen. [1233