Excerpt uit commentaren van MM bij Ideen 6 A - 1081-1140    - Index 6A


Kinderen en beroepen

En inderdaad is een hoofdprobleem voor kinderen die "iets moeten worden als ze groot zijn" vooral dat ze nauwelijks enig adekwaat idee hebben van wat "groot zijn" inhoudt en veronderstelt, en ook al geen idee van wat beroepen inhouden, tenzij ze dit in hun directe omgeving hebben kunnen leren, zoals boerenkinderen, die in ieder geval kunnen weten wat het is om boer te zijn.

Men is bezorgd over het latere welzijn van z'n kinderen, maar is dat gewoonlijk alleen in heel conformistische zin - als ze maar goed terecht komen volgens de heersende maatschappelijke normen! [1081]


Menselijke slechtheid, onvermogen en ongeluk

Het kan zowel aanleiding geven tot aanzienlijke bitterheid als behoorlijke troost als men overweegt dat doorsnee mensen gewoonlijk niet veel beter kunnen en konden dan ze feitelijk doen en deden. En welbeschouwd lijkt me de troost groter dan de bitterheid: Zelfs een aanzienlijk deel van het slechte dat mensen doen is niet gedaan uit slechtheid, maar uit onvermogen tot beter doen. Sterker nog: Vrijwel al het slechts dat mensen doen wordt gedaan uit naam van het goede, want dat is de normale achtergrond van godsdiensttwisten, burgeroorlogen en oorlogen. En bovendien wordt het meeste slechte dat mensen doen gedaan door ongelukkige mensen. [1081]


De mens gedefinieerd

De mens is de ideologische aap, het rationaliserende dier - het wezen dat ideeën nodig heeft over wat de wereld is en zou moeten zijn om zichzelf door de wereld heen te leiden, bij gebrek aan instincten en een overmaat aan denkkracht en fantasie. [1082]


Godsdienst en ideologie als menselijke constanten

Dat is zo, maar de vraag is of ooit "àlle godsdienst zal uitgeroeid" zijn, zolang mensen gemiddeld zo zijn als ze de laatste 25 eeuwen waren, waarin maar een zeer klein percentage mensen zelfstandig tot rationele wetenschappelijke ideeën kwamen, en maar een zeer klein percentage mensen niet-religieus waren, of grote moeilijkheden hadden met het religieuze geloof waarin ze opgevoed werden, al zitten alle grote godsdiensten welbeschouwd vol met aannames en beweringen die rationeel onacceptabel zijn.

Mijzelf lijkt het waarschijnlijker dan niet dat de mensheid, zolang ze zo blijven als ze zijn, en er geen sprake is van eugenetica op grote schaal die de gemiddelde intelligentie aanzienlijk verbetert, in meerderheid gelovig zal blijven, eenvoudig omdat er een grote behoefte is in het menselijk hart naar een samenhangend wereldbeeld, ongeacht evidentie of rationaliteit, en naar een morele code, ongeacht redelijkheid of praktiseerbaarheid.

Anders dan alle andere dieren schijnen mensen niet zonder algemene ideeën en idealen te kunnen leven, die ver uitgaan boven hun eigen bestaan en omgeving, en waarvoor mensen een grote behoefte te hebben deze te ontwikkelen of over te nemen, eenvoudig omdat ze behoefte hebben zich te oriënteren, en te geloven dat ze weten in wat voor werkelijkheid ze leven, en in welke richting deze veranderd zou moeten worden.

De meeste van die algemene ideeën zijn feitelijk onwaar, en de meeste van die idealen feitelijk onrealiseerbaar, maar dat weerhoudt mensen niet erin te geloven en ze na te streven: Mensen hebben de religie of ideologie die ze hebben niet op basis van rationele overwegingen, tenzij ze zeer zeldzame individuen zijn, maar vanwege hun emotionele noden en opvoeding. (Zie ook: 136 en 276.) [1082]


Alledaagse menselijke doelen

 mensen, voorzover ze geen genot of geluk najagen, proberen in grote meerderheid pijn te vermijden, en een dragelijk bestaan te leiden, met in ieder geval een behoorlijk quantum aan alledaagse tevredenheid en welvarendheid. (Ook protestanten geven gewoonlijk een koekje bij de thee.) [1083]


Hoogmoed en karakter

Voor "hoogmoed " zie 220 - 222, met mijn commentaren. Ik voeg hier alleen toe dat het voor Multatuli verscheen alsof hoogmoed (arrogantie, zelfrespect, trots ... de lezer kieze het woord dat 'm het beste voorkomt in deze context) een noodzakelijke voorwaarde is voor het kunnen ontwikkelen van een individueel en zelfstandig karakter, en ik ben het met hem eens. [1083]


Kinderlijke wensen

Het is opvallend dat kleine kinderen heel vaak prins, prinses, koning, ridder etc. willen zijn, kennelijk omdat zo'n positie zowel veel macht en status als veel bewondering geeft. [1083]


Een god in mijn gedachten

Willem Kloos was een bewonderaar van Multatuli, die ook minstens één van Multatuli's publieke voordrachten bijgewoond heeft. Zijn bekende dichtregel "Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten" zou heel goed ingegeven kunnen zijn door dit deel van de Ideen, want we vinden hem wat later ook in Wouter's gemoed, lang voordat deze in Willem's dichterbrein ontstond. [1083]


Godsbeelden

Het Godsbeeld van de oude Grieken, met goden die jaloers, boos, en bedriegelijk konden zijn, is wellicht niet realistischer (bij volslagen ontstentenis aan goden of dergelijke goden) maar in ieder geval wel minder onlogisch, want er is geen enkele logische noodzaak waarom de of een schepper van het heelal goed zou zijn, of om mensen zou geven, anders dan - bijvoorbeeld - als een helaas noodzakelijk of onontkombaar kwaad in de rest van z'n schepping (die - ik gis maar - vooral dient om katten een aangenaam leven te geven). [1083]


Kinderen en godsdienstonderwijs

Er zijn immers zoveel volwassenen geweest die geheel of bijna geheel zelfstandig tot volkomen irrationele religieuze of politieke overtuigingen komen. Aan de andere kant: Ik heb het met M. eens dat het zeer veel beter zou zijn kinderen niet te onderwijzen in spokerij, geestesbezweringen, religie en overig bijgeloof, en ze voor te houden dat ze dit soort zaken allemaal zelf behoren uit te maken als ze zelf de jaren des onderscheids hebben bereikt, maar niet daarvoor, wanneer het meer een vorm van bedrog of geestelijke verkrachting is. [1084]


Kracht van het geloof

de grote meerderheid van de gelovigen, van welk geloof ook, is niet of nauwelijks gevoelig voor alle evidentie die strijdig is met hun eigen geloof. [1084]


Multatuli over zijn genialiteit

Multatuli verklaarde zelf zowel wèl als géén genie te zijn (zie ook 77) maar gebruikte het word "genie" ook op een manier die m.i. niet past met het verschijnsel waar het op slaat. Ik heb dat uitgelegd onder 957 en in Vorstenschool 1 en onder 1002. [1087]


Ware ideeën

dat alleen zeer oppervlakkige denkers altyd met volkomen juistheid kunnen uitdrukken wat ze bedoelen

Dit is in ieder geval een aardig aforisme, al kan het niet geheel waar zijn, omdat er immers heel veel heel eenvoudige zaken en verbanden zijn - 3 < 4 bijvoorbeeld - die ook niet-oppervlakkige denkers "met volkomen juistheid" kunnen weergeven. Was het anders, dan zouden de niet-oppervlakkige denkers niet kunnen overleven, en de slimmeren wellicht ook niet. [1087]


Kinderen en rollen

het is wel zo dat de normale menselijke leugenachtigheid, oneerlijkheid, huichelachtigheid, en wat er verder tot het behoorlijk spelen van gewone maatschappelijke rollen behoort ook onderwerp zijn van veel leugenachtigheid, waaronder de leugen dat men eerlijk zou zijn heel prominent is. Voor wie er meer van wil weten: Zie 1112, waar ook meer links te vinden zijn.

Voor een kind is het dus heel moeilijk hier vat op te krijgen, en dan vooral omdat er over het liegen dat nodig is voor maatschappelijke carrières veel gelogen wordt, en ook veel verzwegen c.q. niet verwoord wordt. [1088]


Waarheid in Nederland

Het was in het Nederland van Multatuli en ook het idem van mij niet mogelijk publiek "de waarheid" te spreken, althans wanneer die waarheid door het publiek in meerderheid werd afgewezen, zonder gevaar voor het eigen welvaren. Het enige excuus dat hier geldt is dat het ongetwijfeld onder niet-Nederlanders ook zo gaat.

Wie hier anders over denkt als Nederlander liegt of is een dwaas, en heeft het nooit gewaagd temidden van Nederlanders iets te zeggen dat de meerderheid afkeurde.

Trouwens, het gevaar voor eigen welvaren dat men loopt is niet dat men met geweld of tegenspraak geconfronteerd wordt, want daarvoor zijn de Nederlanders in grote meerderheid te laf (zij zelf menen: te moreel) voor, maar dat men geen of zo weinig mogelijk kansen krijgt zich maatschappelijk te ontplooien: Wie onder Nederlanders ontkent wat de meeste Nederlanders voor waar en belangrijk houden maakt zich tot outcast. Ook dit is trouwens algemeen menselijk en niet typisch Nederlands: Er zit kennelijk een gen in de meeste mensen dat tot horden-gevoelens, trouw aan de leider, en conformisme aan de horde (groep, stam, natie) disponeert. [1088]


Protestantse genadeleer

Het kan voor de intelligente lezer geen grond zijn van groot vertrouwen in de toekomst dat de machtigste man van de wereld anno 2006 ook al een Reborn Christian is, die meent "de genade" te hebben ontvangen van zijn Protestantse Heer. Zie ook [8], voor wat achtergronden en redenen waarom een protestant graag mag denken de genade deelachtig te zijn geworden.

Daar is die Goddelijke genade weer, die voor Protestanten vooral terug gaat op Calvijn, die leerde dat de grote meerderheid van de mensheid voorbestemd is door hun liefhebbende en alwetende God tot de hel, en dat er maar een klein percentage van "uitverkorenen" is die toegang zal krijgen tot de hemel.

Dit protestantse leerstuk moet het leven van zeer velen vergald en verbitterd hebben, omdat ze moesten menen dat de kans groot was dat ze na hun dood voor eeuwig zouden branden. Het zal sommigen, zoals Calvijn en juffrouw Laps, ook aanmerkelijke zieletroost hebben gegeven: Zíj waren door de Heer voorbestemd naar de hemel te gaan, in tegenstelling tot de meeste mensen met wie ze omgingen. De menselijk-altemenselijke troost van het Ware Geloof! De gristen-morele goedheid en bescheidenheid!

Overigens is het wel terzake om een belangrijke 18e eeuwse protestantse theoloog te citeren over de genietingen van de protestantse hemel voor uitverkorenen:

"The sight of hell's torments will exalt the happiness of the saints forever."
   (Jonathan Edwards)

Het is maar een weet, lezer, voor het geval u met aanhangers van de E.O. te maken mocht krijgen! [1088]


Mensen en Nederlanders

P.G. = Protestants(ch)e Godsdienst, en Nederland was in de 19e eeuw ook zeer verzuild. Uiteraard kon een protestantse uitbater van "eene gevestigde handelszaak" in het geheel geen katholieken employeren.

De moderne Nederlanders die dit vreemd vinden moeten maar denken dat het tegenwoordig nèt zo ligt, althans voor het gemoed van de meer Verdonkse Nederlander, tussen - zogeheten: ik heb deze barbaarse termen noch bedacht noch ingevoerd - autochtone en allochtone Nederlanders. De mens, en de Nederlander ook, is en blijft in doorsnee en aanleg toch overwegend een rationaliserende totalitaire ideologische aap. [1089]


God's goedheid

merk op hoe goed, wonderbaarlijk en behulpzaam alle goden van alle geloven zijn door ervoor te zorgen dat hun gelovigen tot de gelovigen van hun eigen enige echte waarachtige geloof behoren. [1091]


Wereld der volwassenen

Maar om op die eerste baantjes terug te komen: Ook voor mij was het een heel andere wereld dan de kinderwereld of school, met andere eisen aan mensen, andere gewoontes, een andere manier van omgang, andere opvattingen over wat hoorde en normaal was, en zeker in het begin nogal wat raadselachtigs. [1091]


Menselijk moreel hoofdbeginsel

En overigens ziet de oplettende lezer hier de toepassing van een universeel menselijk moreel beginsel: Wie z'n tegenstanders of concurrenten kwaad wil doen, die begint ze met het beschuldigen dat zij het kwaad dat hij zelf tegen hen wil gaan doen tegen hem hebben gedaan. [1091]


Europese eenheidsmunt

Geheel afgescheiden van de schandelyk onbekwame behandeling der zaak, is 't zeer te betreuren dat Bismarck de misschien nooit terugkeerende gelegenheid heeft verwaarloosd, 'n Europeesch muntsysteem tot stand te brengen.

Dat is er nu eindelijk, meer dan 130 jaren later. Ikzelf weet niet of het nodig of verstandig was. Ik zie de noodzaak niet, omdat tegenwoordig zoveel geld giraal is, zodat in feite alle Europese muntsoorten naar een rekeneenheid de euro omgerekend hadden kunnen worden zonder die euro anders dan als rekeneenheid in te voeren. En ik betwijfel de verstandigheid, omdat als Europa ten onder gaat als politiek project aan de interne tegenstellingen en aanzienlijke verschillen, heel Europa makkelijker economisch instort dan het geval zou zijn met eigen nationale munteenheden. Maar ja, het kalf is verdronken. [1092]
 


Economie en Mandeville

In feite is de werkelijke situatie nog wat erger, uit sommige morele standpunten: De gehele menselijke economische welvaart gaat terug op moreel minder aangename kanten en hoedanigheden van mensen - rijkdom is gebaseerd op het streven jezelf te bevoordelen ten koste van anderen, en de maatschappelijke economie is overwegend een concessie aan de menselijke slechtheid.

Multatuli zag dit niet erg duidelijk, maar Mandeville, een van oorsprong uit Rotterdam afkomstige in het Engels schrijvende en in Engeland levende 18e eeuwse arts, zag dit heel scherp, en schreef er een bijzonder fraaie en leerzame satire over, die nog steeds geldt. Ik citeer:

As Sharpers, Parasites, Pimps, Players,
Pick-Pockets, Coiners, Quacks, Sooth-Sayers,
And all those, that, in Enmity
With down-right Working, cunningly
Convert to their own Use the Labour
Of their good-natur'd heedless Neighbour:
These were called Knaves; but, bar the Name,
The grave Industrious were the Same.
All Trades and Places knew some Cheat,
No Calling was without Deceit.

(..)

Thus every Part was full of Vice,
Yet the whole Mass a Paradice;
Flatter'd in Peace, and fear'd in Wars
They were th'Esteem of Foreigners,
And lavish of their Wealth and Lives,
The Ballance of all other Hives.
Such were the Blessings of that State;
Their Crimes conspired to make 'em Great;
And Vertue, who from Politicks
Had learn'd a Thousand cunning Tricks,
Was, by their happy Influence,
Made Friends with Vice: And ever since
The worst of all the Multitude
Did something for the common Good.

Een ander verschil tussen Multatuli en Mandeville is dat Mandeville - zeer waarschijnlijk, in ieder geval - een stuk realistischer was over menselijk onvermogen dan Multatuli, die nogal idealistisch was. [1093]
 


Intelligent Design

Eenmaal gearriveerd in de 21ste eeuw vinden talloze zichzelf voor intelligent houdende duisterdenkers er grote deugd in te pleiten voor het bestaan van een Intelligent Designer, en de wenselijkheid om naast Darwin ook de bijbelse versie van de schepping op scholen te onderwijzen, als "gelijkwaardige" tegenhanger ervan.

Als deze progressie zich doorzet zal men in de 22ste eeuw de rekenkunde verbieden, omdat ieder behoorlijk mens immers weet dat God = 1 en dat 1 = 3.  [1093]
 


Ideale maatschappij

 't Ideaal eener Maatschappy brengt ook de afschaffing van rechtbanken en gevangenissen mee.

Nee, want dit verwart minstens twee zaken: Ideale individuen, en een ideale maatschappij. Als er al een ideale maatschappij kan zijn (en daar is geen twijfel over als men z'n eisen wat lager stelt en spreekt of denkt over een betere maatschappij) dan moet deze ook ruimte bieden aan niet-ideale individuen, en dus voor "rechtbanken en gevangenissen".

Een ideale maatschappij, als die al mogelijk is, maar ook een verstandig ingerichte maatschappij, houdt rekening met menselijk onvermogen, en probeert deze te verhelpen of in toom te houden. [1093]
 


Academici

 De kinderachtige neiging om belangwekkend te schynen door jacht op ingewikkeldheid

... is  niet zozeer kinderachtig als volwassen, en kenmerkt vooral academici en wie daar voor door wil gaan. [1093]
 


Welluidende verzinselen

.. de klasse der welluidende verzinselen ..

Dit is een klasse die verdient zéér veel bekender te zijn als begrip en frase dan ze is, aangezien het een fraaie en terechte term is voor het meeste wat de mensen beweegt, wat het ook mag zijn. [1094]
 


Literatuur voor kinderen

Hoewel er sinds ca. 1820, toen Scott schreef, bijzonder veel literatuur voor kinderen is geschreven, het althans enigszins interessant is dat maar héél weinig daarvan meerdere generaties overleeft, terwijl het althans mij ook niet echt duidelijk is wat daarvan de reden is.

Een gissing heb ik wel: Het moet goede soap zijn - veel sentiment, kitsch en romantiek, alles zeer overdreven, gesimplificeerd, en bevattelijk voor een kinderlijk gemoed, en zowel sprookjesachtige als realistische kanten hebben. M. geeft hier ook een heel goede karakteristiek van, die ik citeer bij opmerking [4].

Ja, dat "‘zedelyk rym’" bestaat en is belangrijk, en ook een kenmerk van fantastische literatuur, waarin immers de werkelijkheid gereconstrueerd wordt tot iets begrijpelijks, samenhangends, zinnigs en aangrijpends, met plot, drama en ontknoping, waarin alles samengrijpt op een manier die zelden in het werkelijke leven plaatsvindt.

Maar ik denk dat een andere belangrijke reden waarom kinderen graag lezen is dat het ze (schijnbare) informatie geeft over een andere wereld dan waarin ze leven. 

Dit is het kitscherige karakter van onmogelijke voortreffelijkheid en peilloze slechtheid dat feitelijk zoveel literatuur en film kenmerkt.

De meeste kunst volgt niet het klassieke adagium dat "Natura artis magistra" (de natuur - de werkelijkheid - is de leermeester van de kunst), zelfs niet als de kunst voorgeeft realistisch te zijn. De meeste kunst is kitsch, waarin goed en kwaad, mooi en lelijk, en overige contrasten waar mensen belang in stellen, véél sterker en simpeler aangezet worden dan ze in de alledaagse werkelijkheid plegen te zijn. En dat is ook niet vreemd als kunst een poging is de ervaring te verfraaien of interessanter te maken, of er een leerstuk van te maken, vol voorbeelden van wat goed en slecht zou zijn. [1094]
 


Levensles

- Wat bliksem gaat dat jou aan? Jy heb je zaken hier in den winkel! Pas dáár op! Nooit je-n-inlaten met 'n andermans krakeel... dat's 't voornaamste!

Een hele wijze levensles, voor wie een braaf en aangepast veilig bestaan wil leiden. Aan Multatuli was deze les niet besteed. [1094]
 


Suum cuique

Enigszins letterkundige opmerking: Ik veronderstel dat sommige lezers er baat bij zouden kunnen hebben als ik opmerk dat de uitdrukking "ieder 't zyne" (suum cuique) de frase is waarmee in het Romeinse recht de rechtvaardigheid wordt omschreven, en dat Hitler of Himmler dit tot sarcasme maakte door in concentratiekampen prominent de leus aan te brengen "Jedem das Seine".

Kortom, het logische probleem van deze welbekende klassieke Romeinse samenvatting van waar rechtvaardigheid op neer zou komen is dat het vóóronderstelt dat reeds uitgemaakt is wat aan ieder toe zou komen. [1094]
 


De wet

Toch is dat niet zó gek, en het is minstens interessant en informatief, zowel over mensen en hun mogelijkheden als over de Romeinen, dat hun wettelijke problemen, en de wettelijke problemen van veel later levende mensen, overwegend op hetzelfde neerkwamen. [1095]
 


Multatuli en de doorsnee

Hier is het wellicht nuttig te wijzen op het motto van Multatuli's Ideen, al ben ik niet zeker of in deze passage sprake is van een toespeling. Als dit het geval is, dan is hier kennelijk sprake van een wat versluierd Multatuliaans inzicht dat hij toen hij dit schreef al rond de 15 jaar bezig was met het werpen van parels voor zwijnen, en dat de Nederlanders in doorsnee en grote meerderheid minder op hem leken dan hij zelf wel eens gedroomd of gehoopt had, en dat er sprake was van diverse wanverhoudingen tussen door hem vereiste intelligentie en moraal, en wat doorsnee Nederlanders daarvan in staat waren op te brengen. [1095]
 


Menselijk oordeelsvermogen

Ja, maar een belangrijke reden daarvoor heb ik in een opmerking bij het voorgaande idee aangeduid: Wanbegrip, naïviteit, gebrek aan de juiste begrippen en relevante kennis voor adequate oordelen. Dit betekent natuurlijk ook dat iemand in een dergelijke positie gedwongen is zijn onbegrip en onwetendheid aan te vullen met wat aan z'n eigen gemoed ontspruit - wat een stuk zinniger kan zijn dan wat de "romanlektuur" feitelijk biedt voor wie deze beter begrijpt.

Heel veel dat mensen ervaren lijkt beter dan het zou doen als ze beter zouden weten wat ze ervaren. Want hoop is een bedriegelijke leermeesteres, en de meeste mensen liegen over de meeste dingen van menselijk belang tegen de meeste mensen, omdat ze wat ze werkelijk voor waar of waarschijnlijk houden uit eigenbelang reserveren voor een kleine kring van vertrouwden. (Gezien hoe mensen zich kunnen gedragen tegen medemensen van ander geloof, politieke overtuiging, ras of afkomst is dit ook behoorlijk begrijpelijk.) [1095]
 


Mensenleven als droom

Ongetwijfeld, maar dat had hij dan gemeenschappelijk met iedereen, en er is een fraai lied van The Kinks over, en een aardige film met Danny Kaye ("Walter Mitty").

Het leven van mensen bestaat voor het grootste deel uit dromen die nooit verwerkelijkt worden. [1095]
 


Pubers

de gebruikelijke combinatie van naïviteit en onwetendheid die (bijna) iedere beginnende volwassene of puber kenmerkt, bij gebrek aan feitelijk adekwate begrippen van de wereld der volwassenen waarin ze binnen treden. [1095]
 


Grote Nederlandse Schrijvers

Zoals de namen van degenen die nu Bekende Nederlandse Schrijvers zijn of dat de vorige eeuw waren binnen niet al te veel jaren niet meer in het bewustzijn van de dan levenden te vinden zullen zijn, bij gebrek aan onmiskenbare kwaliteit en bij afwezigheid in de media. [1096]
 


Voorlopers

Zelfs degenen die hun tijd ver vooruit zijn, zijn dat altijd hoogstens in enkele opzichten, die gewoonlijk niet toegankelijk zijn voor alledaags of gemiddeld verstand - waarbij komt dat degenen die hun tijd vooruit zijn dat zelden of nooit weten, en hooguit konden hopen. [1096]
 


Plat materialisme

 ... het thans heerschend materialismus op 't gebied van Smaak, Kunst en Zeden?

Wat Multatuli bedoelt met "materialismus" legde hij eerder uit ("geldmakery, en (..) de jacht op plomp genot"), en het is nu ongetwijfeld een stuk erger dan in de 19e eeuw. De reden heeft minder met modes of invloed van schrijvers te maken dan met doorsnee onvermogen tot iets beters, gecombineerd met de algemene nivellering door TV, welvaarsstaat en democratie, die ook overwegend teruggaan op het gemiddelde menselijke onvermogen tot iets beters of anders. [1096]
 


Mensenkennis 1

Nee, dat lijkt me een onjuiste aangave van de voornaamste bron van wat "Menschenkennis" heet: Men schrijft aan anderen toe wat men in z'n eigen gemoed vindt. En hier heeft men weinig "routine" of "ondervinding" nodig. [1098]
 


Mensenkennis 2

wantrouwen, en dat is niet zo heel onverstandig waar het publiek beleden   menselijke motieven aangaat. [1099]


Proletariërs

Immers, wie opgegroeid is temidden van de laagste stand, zoals ikzelf, kan weten dat de grote  meerderheid daarvan bestaat uit domme mensen, wier voornaamste slimheid bestaat in de kennis dat wie geen bedrieger is, tenminste als men weinig of geen risico loopt betrapt te worden, "un dief is fan se eiguh portuhmonnee". Men kan deze mensensoort ook herkennen aan de trots die ze ontlenen aan het vals wisselen van geld in winkels en op terrassen, en het genot en de trots die ze ontlenen aan aldus verdiende kwartjes. [1100]


Leugens

Wat wel waar is is dat waarachtigheid (eerlijkheid, authenticiteit) één van Multatuli's hoofdthemaas is, of misschien wel hèt hoofdthema als we acht slaan op de conceptie van de Ideen waarin staat:

Neen, er zal  niet gezegd worden dat niemand beproefde den vloek te bezweren die er rust op het Volk. 't Zal niet gezegd worden dan niemand de ziekte aantastte, de rottende ziekte waaraan dat Volk lydt: de LEUGEN. Ik zal doen wat ik kan.

Vandaar wellicht dat M. Wouter hier wel érg naïef maakt. Hoe het zij, hij behandelt het thema op nogal wat plaatsen, waarvan ik er een paar noem ter stichting van de lezer: 1, 74, 116, 136, 276, 308423, 593, 618, 817, 1112. [1101]
 


Gedraai en geschipper

gedraai en geschipper is een fundamenteel attribuut van normale volwassenen. Zie verder het lijstje verwijzingen in de voorgaande opmerking, waarvan het centrale punt is dat pubers leren zichzelf te verloochenen en vervalsen om deel te nemen aan de wereld der volwassenen, die een wereld van rollenspelers is, en dat maar heel weinigen daaraan ontsnappen. [1101]
 


Het leren van kinderen

voor vrijwel alles wat mensen leren in hun kindertijd: Zin, gebruik en betekenis worden pas echt duidelijk op later leeftijd. [1104]
 


Argumenteren

 De wederzydsche argumenten geven meer blyk van voor- en tegen-ingenomenheid, dan van onpartydig onderzoek en zaakkennis. 

Ongetwijfeld, maar dit is vrijwel altijd het geval, en is ook niet erg zolang de betrokken partijen maar gewillig zijn te leren en toe te geven dat ze zich vergissen. [1105]
 


Wetenschap en waan

Het is opmerkelijk dat in de laatste 400 jaar de natuurwetenschappen zeer uitgebreid zijn; veel ontdekt hebben; deze ontdekkingen omgezet hebben in toegepaste technologie; en e.e.a. mogelijk heeft gemaakt dat er op dit moment 6 maal meer mensen in leven zijn dan ruim 100 jaar geleden in Multatuli's tijd. Maar het is even opmerkelijk, dunkt me, dat maar een klein percentage van de nu levenden veel belangstelling heeft voor en behoorlijke kennis heeft van de natuurwetenschappen, en dat de overgrote meerderheid van de nu levenden voorziet in de menselijke metafysische behoefte door het aanhangen van een religieus of politiek waansysteem. [1106]


Mensen en goed en kwaad

- Maar... dit is toch slecht, niet waar? En waarom zyn dan de menschen zoo?

Hier stelt Wouter een zéér fundamentele vraag over mensen: Waarom doen de mensen dingen waarvan ze kunnen weten dat ze naar hun eigen normen gerekend niet goed zijn? Zie 423. M. geeft een antwoord dat ik citeer in de volgende opmerking, dat minstens redelijk adekwaat is.

- Waarom? waarom? viel oom Sybrand in. Waarom? Dikwyls uit belang, maar vaak uit domheid.  Misschien ook omdat velen te traag zyn om met eigen oogen te zien, en met eigen verstand te beoordeelen, wat er geschreven staat. Dit vordert meer inspanning dan 't napraten van wat anderen gezegd hebben. Juist die tragen vormen de meerderheid, en ze worden door kwaadwilligen in beweging gezet.

Dit is een goed antwoord: Mensen doen slecht uit egoïsme, uit domheid, uit conformisme, of doordat ze daartoe opgezet zijn door voorgangers (leiders, autoriteiten).

Het algemene resultaat is dat het meeste dat slecht is - of wordt geacht - gedaan wordt uit naam van het goede: Mensen moorden en worden vermoord niet vanwege plezier in vermoord worden of moorden, maar gewoonlijk omdat de vermoorden in de weg leken te staan van de ethische idealen van de moordenaars. [1107]
 


Democratisch probleem

 Men kan de groote massa laten schreeuwen wat men wil.

Niet precies, en niet zonder grote investeringen in tijd, moeite en reclame.

Maar het is waar dat een fundamenteel probleem van de zogenaamde democratische samenleving en rechtsstaat is dat de democratische meerderheid van de bevolking nauwelijks behoorlijke rationele begrippen hebben van die samenleving, rechtsstaat en de wetenschap, technologie en morele regels die aan de hele menselijke cultuur ten grondslag liggen.

Helaas is nu juist dit fundamentele probleem nauwelijks of geheel niet rationeel bespreekbaar in de zogenaamde democratische samenleving en rechtsstaat waarin ik leef. [1107]
 


Betekenis en woordgebruik

 De grootere uitgebreidheid van den woordenschat waarover zy beschikken konden, en de gewoonte zich eens-vooral te verbeelden dat ze elke uitdrukking begrepen waarvan 't gebruik hun gemeenzaam was

Ik heb dit eruit gelicht omdat linguistische filosofen in de 20ste eeuws een dergelijke misvatting hadden: Dat de betekenis van woorden bekend is als men hun grammaticaal gebruik kent. [1107]
 


Gepersonificeerde abstracte begrippen

 De woorden Mensdom, Maatschappy, Volk, Natie, Publiek, zyn voor kinderen slechts klanken die 'n afgetrokken denkbeeld voorstellen. Of liever, ze vatten dit denkbeeld in 't geheel niet.

Met "afgetrokken" bedoelt M.: abstract. En wat hier in feite gebeurd, en niet alleen met "kinderen" is dat dergelijke abstracte begrippen in het alledaagse gemoed gepersonificeerd worden: "Volk" -  dat "wil", "denkt", "vreest" etc.

Het resultaat hiervan is de heilloze verwarring en onzin waarmee vrijwel alle politieke teksten gevuld zijn, want die plegen in de media en de journalistiek en de partijpolitiek te draaien rondom de vermeende emoties en gedachtes van gepersonificeerde abstracties die kunnen denken noch willen. [1108]


Getallen

 Het is hiermee als met getallen. De uitdrukking: drie, byv. is voor beginnende denkertjes zinledig. Ze doen er altyd appelen en knikkers by, en zyn dus hierin even dom als de Natuur zelf, die ook niet werken kan zonder koëfficient. ‘Drie’ bestaat niet.

Dit is een slim antwoord van Multatuli op de heel ingewikkelde vraag wat nu eigenlijk een natuurlijk getal is. De wiskundigen uit zijn tijd waren er ook niet uit. Sindsdien is er een antwoord gebaseerd op wiskundige verzamelingenleer, dat strijdig is met Multatuli's antwoord. Hier volgt een korte uitleg:

Iedere verzameling X van dingen heeft een zogenaamd kardinaalgetal K, dat weergeeft welke verzamelingen Y van dingen verbonden kunnen worden met de gegeven verzameling X op een dusdanige manier dat met ieder element van Y verbonden is met precies één element van X en omgekeerd ieder element van X verbonden is met precies één element van Y.

De verzamelingen Y die aan dit criterium voldoen hebben hetzelfde kardinaalgetal als X. Zo hebben de twee verzamelingen die bestaan uit resp. {a,b,c} en {§,!,#} hetzelfde kardinaalgetal. Dat kardinaalgetal is 3, al leidt het hier te ver om het rekenen met kardinaalgetallen precies uit te leggen.

Slimmerds die opmerken dat "precies één" naar een getal verwijst hebben gelijk, maar kunnen beantwoord worden met de vaststelling dat een verzameling bij definitie precies één element heeft als (1) de verzameling niet leeg is en (2) alle elementen van de verzameling gelijk zijn aan een bepaald element ervan.

Wie meer van een en ander wil weten zou een goede inleiding in de wiskundige verzamelingenleer kunnen raadplegen. Eén heel goede is "Naive Set Theory" van Paul Halmos. [1108]


Menselijk begrijpsvermogen

 Er is veel oefening in begrip noodig om intezien hoe weinig er door sommigen kan begrepen worden.

Dit kan met aanzienlijke rechtvaardiging gezien worden als een "note to self" van Multatuli, die grote moeite had met begrijpen waarom zo weinig Nederlanders hem steunden in zijn kritiek op allerlei misstanden in Nederland en Nederlands Indië.

En inderdaad is de gemiddelde menselijke domheid hèt grote menselijke probleem, en zou de menselijke geschiedenis een heel andere zijn als iedereen vergelijkbaar begaafd was met Multatuli, trouwens niet in de zin van "even taalbegaafd", maar van "vergelijkbaar intelligent".

Het meeste kwaad in de wereld is niet het gevolg van menselijke slechtheid, maar van menselijke domheid: De grootste misdaden worden gedaan uit naam van de hoogste idealen, door gewone mensen die menen hun maatschappelijke, politieke of religieuze plicht te doen. [1109]
 


Het kwaad dat massa's doen

Nee, de oorzaak van het kwaad dat massa's doen ligt niet in de onoptelbaarheid van de individuele intelligenties van de individuele leden van die massa's, maar veeleer in

  • de toegenomen emotionaliteit in massa's

  • het afgenomen individuele verantwoordelijkheidsgevoel van leden van massa's

  • de toegenomen wil mee te doen met de meerderheid van de massa

  • de toegenomen neiging (schijnbare) leiders in massa's na te doen

  • het toegenomen gevoel van individuele leden van geactiveerde massa's dat ze onderdeel zijn van een belangrijke maatschappelijke beweging

  • het afgenomen vermogen om mogelijke beslissingen rationeel te overwegen en eventueel uit te stellen

  • de echte of vermeende mogelijkheid de eigen agressie eens ongestraft en anoniem de vrije loop te laten temidden van vele gelijkgestemden.

Wie wel eens aanwezig is geweest bij een groot schijnbaar revolutionair gebeuren waar massa's mensen bij betrokken zijn (zoals schrijver dezes in Mei 1968 in Parijs, gedurende de studenten-opstand) kan uit eigen ervaring weten dat dergelijke gebeurtenissen gepaard gaan met een eigenaardige emotionaliteit, die opvallend en karakteristiek is, en die er voor velen kennelijk op neer komt dat ze hun leven en handelen gedurende een dergelijke tijd intenser meebeleven en bewuster  zijn dan gewoonlijk. Wellicht is dit laatste ook één van de dingen die een oorlog interessant maakt voor de deelnemers.

Trouwens, omdat ik er net van sprak: Schrijver dezes heeft in zijn tienertijd heel wat demonstraties meegemaakt, inclusief redelijk wat rellen in Amsterdam en de bezetting van het Maagdenhuis, en ook de volgens A.F.Th. van der Heijden zo belangrijke Amsterdamse rellen van 1980, maar ze verschilden allemaal in gevoelswaarde van Parijs 1968, waar dan ook sprake was van veel groter rellen met veel meer betrokkenen. [1110]
 


Groepen en rechtspersonen

 Vergaderingen, kollegien, samenscholingen, benden, worden altyd geregeerd door iets anders dan de Rede. Met hun allen weten ze niet, wat ieder-voor-zich wèl weet. Met hun allen begrypen ze niet, wat ieder-voor-zich wèl begrypt. Met hun allen hebben ze niet, wat ieder-voor-zich wèl bezit: een Ziel.

Juist. Er is over dit onderwerp ook een uitstekend essay van Hazlitt: "On corporate bodies".

Er is iets te zeggen voor de antieke Romeinse juridische beslissing om ook groepen en organisaties tot rechtspersonen te maken, met de daarbij behorende verantwoordelijkheden en rechten, maar het blijft een feit dat groepen en organisaties feitelijk géén personen zijn (buiten een Hegeliaanse metafysika), en geen eigen gevoelens, begrippen of wensen hebben.

Overigens liggen hier aanzienlijke conceptuele problemen, omdat ieder individueel persoon zich weer begrijpt als lid van diverse groepen en organisaties, met de leden waarvan hij of zij allerlei feitelijke overeenkomsten heeft, zowel in geloof als in afspraken, plichten of rechten, en een aantal doelen en idealen deelt, vrijwillig of verplicht. [1110]
 


Woordkeus

de termen die men kiest hangen gewoonlijk af van het oordeel dat men heeft [1111]
 


Menigtes

 Een Menigte kan zoomin drinken als denken, en heeft dus even weinig kans om beschonken te zyn, als dom of verstandig. Een Menigte is, zielkundig gesproken, heel iets anders dan dit alles. Zy is niemendal.

Wat waar is, is dat "Een Menigte" geen persoon is, en geen gevoel, geen gedachten, en - vooral! - geen verantwoordelijkheid heeft, maar dat betekent in het geheel niet dat een menigte "niemendal" is. En er is voor leiders en voorgangers van menigtes een effectief en vaak destructief gebruik van groepen individuen te maken: Legers, demonstraties, lynch-menigtes, stemgerechtigden, voetbal- supporters etc. zijn allemaal voorbeelden van groepen mensen die, eenmaal in beweging gezet als groep, een reële macht zijn voor degenen die de groep leiden of richting geven.

En in feite wordt het meeste kwaad dat mensen doen gedaan uit naam van hoge morele idealen, en in groepen, als één van velen die handelen in gedeeltelijke of volledige anonimiteit en in opdracht.

Zie verder o.a. 1110 [4] en [5]. [1111]
 


Het spelen van rollen 1

In feite lijkt het hier toch wel op neer te komen voor de meeste mensen in de meeste maatschappelijke omstandigheden, want daarin spelen de mensen een rol vanwege de voordelen die dit biedt (inclusief het vermijden van de nadelen verbonden aan het niet spelen van de rol), en plegen zich in die rol niet zozeer zelf te geven, als zich erin of er achter te verbergen.

Zie hier weer 73, 74, 136, 276, en 616, 618 en 817.

Hier ligt overigens een fundamenteel menselijk probleem: Dat de grote meerderheid van de mensen niet eerlijk is over de rollen die ze spelen (en gewoonlijk ook: moeten spelen, om enige kans te maken maatschappelijk te overleven), en zichzelf zowel verwart met als verbergt achter de rollen die ze maatschappelijk moeten spelen en de maskers die ze daarbij moeten opzetten.

Misschien is enige precisering verhelderend.

Een rol is een systeem van conditionele gedragsregels en doelen, dat neerlegt welke doelen iemand met die rol moet bestendigen in bepaalde condities, en hoe hij of zij zich in sommige gevallen moet gedragen. Iedere rol gaat ook gepaard met een stelsel van maatschappelijke beloningen en straffen, die toekomen aan wie de rol goed of slecht speelt. Deze beloningen en straffen zijn niet alleen financieel, en zijn vaak maar zeer gedeeltelijk financieel, en bestaan gewoonlijk minstens voor een deel in maatschappelijke goedkeuring of afkeuring.

Mensen spelen rollen omdat dit van ze verwacht of vereist wordt; vanwege de voordelen die het spelen van de rol biedt; vanwege de nadelen die het niet-spelen of niet goed spelen van de rol met zich brengt; of omdat ze denken dat het spelen van de rol hoort bij wie ze zelf zijn, worden geacht te zijn, of willen zijn.

De meeste verwarringen met rollen bestaan en ontstaan omdat het de spelers van de rollen niet geheel of geheel niet duidelijk is in welke mate zij zelf, of wat zij voor zich zelf houden, samenvallen met een rol die ze spelen, en hetzelfde geldt voor hun medespelers.

Dit wordt gewoonlijk gedeeltelijk veroorzaakt doordat er enige onduidelijkheid is; doordat het in het belang is van de spelers enige onduidelijkheid in stand te houden; doordat de spelers van rollen, zeker wanneer dit belangrijke of vaak gespeelde rollen zijn, zichzelf gedeeltelijk gaan verwarren met hun rollen; en vooral - zie de conceptie van de Ideen - omdat de spelers van de rollen zo veel, zo graag en zo makkelijk liegen over de rollen die ze spelen, over hun eigen deelname eraan en geloof erin, over de feitelijke voor- en nadelen van de rol, etcetera, en daarbij ook zeer selectief plegen na te denken en te voelen over hun eigen rollen, namelijk door zich daarbij overwegend te beperken tot wat hun eigen belang of interesse raakt.

Zoals The Kinks zongen:

"Everybody is a dreamer
 Everybody is a star
 Everybody is in showbiz
 Doesn't matter who you are"

En dit is begrijpelijk en in zekere zin vanzelfsprekend omdat het menselijk is zichzelf te begrijpen in termen van de rollen die men speelt en de toekomstige idealen en doelen die men heeft en gedeeltelijk deelt met anderen.

Het is bovendien logisch interessant dat een rol en een persoon vooral theorieën zijn van denkende en voelende lichamen over wat ze zijn of zouden zijn, en zowel rollen en personen als theorieën de eigenschap hebben aanzienlijk verder te gaan dan de empirische feiten waarop ze mede gebaseerd zijn: Een goede empirische theorie moet voorspellingen maken om getest te kunnen worden, en een persoonlijke rol moet verwachtingen hebben om bruikbaar te zijn of lijken.

Het verschil tussen conventionele schipperende spelers van rollen en personen die wat ze doen niet alleen of voornamelijk laten afhangen van maatschappelijke voordelen en heersende opvattingen wordt gewoonlijk aangegeven met de term karakter: Een persoon heeft karakter in de mate dat hij of zij zichzelf laat leiden door de eigen ideeën over wat men zelf is en behoort te zijn, en wat de wereld is en behoort te zijn.

Een persoon van karakter is geheel niet noodzakelijk een goed of zinnig persoon, want het hebben van een karakter kan heel wel overwegend neerkomen op delusie, waanzin of neurose. Aan de andere kant is het zijn of willen zijn van een persoon van karakter wel een noodzakelijke voorwaarde om meer van zichzelf te maken dan een schipperende en huichelende speler van rollen die zich alleen of voornamelijk laat leiden door direct eigenbelang of door conformisme.

De meeste gewone mensen hebben niet veel karakter, en wellicht is dat maar goed ook, omdat het ze ook overwegend aan de gaves ontbreekt om zelfstandig tot rationeel houdbare ideeën te komen, en inderdaad is een onderscheid tussen misdadigers en gewone mensen dat de eersten zowel wat meer karakter hebben als egoïstischer zijn.

En er is nog een belangrijk punt dat over rollen opgemerkt moet worden: Er zijn veel soorten rollen, en een aanzienlijk deel, zoals die van kind, man, vrouw, grootouder, verkeersdeelnemer of burger heeft men niet voor het kiezen maar moet men op een of andere manier spelen om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer en omdat men evident uiterlijk ingedeeld kan worden door anderen in een bepaalde rol, en volgens die rol behandeld zal worden.

Het spelen van rollen is een belangrijk menselijk thema, zowel voor Multatuli als in het algemeen, voor mensen. Ik zal er herhaaldelijk op terugkomen, net als Multatuli, en doe dat o.a. in 1171, waar ik wat moderne psychologie opvoer die verklaart hoe mensen moreel zijn, en hoe moreel ze gewoonlijk zijn, en dat een redelijk eenvoudige en waarschijnlijke suggestie doet waarin en waarom Multatuli zich vergiste waar het doorsnee mensen, en vooral doorsnee Hollanders, betrof.

Hierover handelt [2], en ik kan in aansluiting ervan opmerken dat de grote meerderheid van de mensen zichzelf leert loochenen en falsificeren uit vermeend of werkelijk eigenbelang, en in volwassenheid geen goed beeld meer heeft van wie zij zelf zouden zijn afgezien van wie zij spelen te zijn in de maatschappelijke rollen die ze bekleden.

De kleine minderheid die dit niet doet, laat dit na vanwege geloof in zichzelf waarnaar ze durven te handelen. Zie hier weer 73, 74, 136, 276, en 616, 618 en 817. [1112]
 


Hoogmoed

O, 't prachtig evangelie van den hoogmoed! Dàt wil ik blyven verkondigen!

Zie 220 - 222, en trouwens ook 1112. Het is de moeite waard op te merken dat M.'s ingenomenheid met "hoogmoed" teruggaat op zijn voorkeur voor eerlijkheid, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid en dat het, weer in samenhang met het in 1112 gezegde, niet onredelijk is te konkluderen dat de grote meerderheid van de mensen minder eerlijk, zelfstandig en individueel verantwoordelijk is dan M. voor moreel en menselijk wenselijk hield. [1113]
 


Menselijke zelfstandigheid

De meeste mensen gebruiken hun eigen zelfstandigheid om deze uit te leveren aan politieke of religieuze voorgangers, en trachten te doen en verschijnen alsof ze normaal zijn en maatschappelijk aangepast zijn, en doen dit gewoonlijk uit een kombinatie van eigenbelang en gebrek aan eigen ideeën en waarden. (Zie 1112 en de links daar gegeven.) [1113]
 


Het zelf

dat het gewone zelf óók overwegend een rol is die men speelt, die gebaseerd is op de theorie die men ontwikkeld heeft over wat men zelf is (of zou zijn), en dat de meeste mensen uit eigen ervaring zullen weten dat er gebeurtenissen zijn die iemand boven z'n gewone zelf uittillen, of eronder doen vallen, en dat men in beide gevallen een deel van zichzelf vindt dat onvermoed en ongedacht was. [1113]
 


Mensen en rollen

Hier zijn we feitelijk weer aangeland bij het thema ook aangesneden in 1112 en eerder: De verschillen tussen hoe mensen zich voordoen in de rollen die ze spelen, en wat ze werkelijk denken en voelen.

Helaas voor Wouter en Multatuli en nog enkele individuen zijn de meeste mensen géén zelfstandige individuen die in volwassenheid nog steeds een helder onderscheid maken tussen hoe ze zich voordoen en hoe ze zijn: De meeste volwassenen zijn in al hun maatschappelijke rollen eerder vervalsingen van zichzelf die geloven dat ze zijn wat ze spelen dat ze zijn dan dat ze weten dat ze zelfstandige individuen zijn die een rol spelen die niet samenvalt met hun individu-zijn. [1114]


Gewone kennis

Het is een interessante vraag hoe en vanwaar de feitelijke ideeën en waarden vandaan komen waarmee een mens arriveert in volwassenheid. Ik vermoed dat ze tegenwoordig vooral ontleend worden aan TV, maar kan over mijzelf vertellen dat ikzelf, net als Wouter, meende het een en ander aan mensenkennis op te doen door het lezen van literatuur. [1115]


Protestantisme

waarschijnlijk was M.'s voornaamste emotionele bezwaar tegen het Protestantisme waarin hij opgevoed was dat het zo stijf en bekrompen was. Dit bezwaar was ongetwijfeld terecht, en ikzelf vermoed dat het voor mensen die niet in de 19e eeuw zijn opgegroeid, en overigens ook niet extreem Protestants christelijk, héél moeilijk is zich adekwate voorstellingen te vormen hoe bijzonder bekrompen, stijf, achterbaks, en doods dit toen geheel normale, fatsoenlijke klimaat geweest moet zijn. [1116]


Bijbelse gelijkenissen

 Meenje dat de Heer z'n gelykenissen verkeerd maken zou?

Ik vermoed dat het M.'s doel is de lezer op te wekken tot de opmerking dat het véél beter zou zijn geweest van "de Heer" om de waarheid te vertellen zonder gelijkenissen. De hele notie dat de bijbel gevuld is met gelijkenissen werd pas gemeengoed toen duidelijk werd dat een letterlijke interpretatie van de bijbel strijdig was met de wetenschap. [1117]


Juffrouw Laps als pedofiel

 Zend 'm 'ns by me.

Men kan zich afvragen waarom juffrouw Laps Wouter zo graag bij zich had. De rest van het verhaal - dat in deze bundel 6 verteld wordt - leert dat Multatuli tamelijk origineel was, althans in de Nederlandse literatuur, zeker tot die tijd, in z'n behandeling van het driftleven van juffrouw Laps, want zoals zal blijken had zij het feitelijk op Wouter begrepen als lustobject.

Ik weet te weinig van Nederlandse literatuur om met stellige zekerheid te zeggen dat dit de eerste keer dat is dat daarin de lusten van een oudere vrouw voor een jongen worden besproken, maar gis van wel. [1117]


Goedheid en religie

Dit is één van de minder sympathieke kanten van het geloof, en niet alleen het Christelijke: Dat de gelover wordt opgeroepen goed te doen niet omdat het goed is wat hij doet, maar omdat de Heer hem ervoor zal belonen, en niet alleen naar evenredigheid van het eigen offer van de gelovige voor het goede, maar - althans hier - 4900-voudig. 

Het resultaat is dat voor de waarachtige gelover z'n geloof inclusief de eerlijkheid ervan en de redenen ervoor teruggaan op z'n verwachting ervoor beloond te worden na z'n dood, en niet alleen in kleine beetjes, maar met hemelse genade en genietingen gedurende een eeuwigheid. (Wie gelooft dat een goed christen waarachtig bescheiden is heeft de verwachtingen van een dergelijk christen over zijn eigen hemelse beloning niet goed doordacht.) [1117]


Domme mensen begrijpen niet dat ze niet begrijpen

 Ze waren aan niet-begrypen te gewoon om zich intespannen tot de verklaring van dat zonderling laveeren.

Ik denk dat dit een misvatting is over domme mensen: Die menen minstens even stellig dingen te begrijpen als meer intelligente mensen. [1118]


Sterven en ziek-zijn

 Het sterven is niet treurig, dunkt me, maar dat ziek-zyn is zoo vermoeiend!

Een persoonlijke opmerking: Als iemand die nu de helft van z'n leven (28 jaar) ziek is aan ME/CVS, ook bekend (wat misleidend want trivialiserend) als "het chronisch vermoeidheidssyndroom", en die bovendien al die 28 jaar geen enkele hulp mocht ontvangen bij invaliditeit, kan ik me hier geheel bij aansluiten. [1118]


Zelfstandigheid als grondnorm

 Ieder moet handelen naar z'n overtuiging. Dàt zal ik ook aan God zeggen. Dat zal ik hem heel goed zeggen!

Ik vermoed dat de uitspraak van mevrouw Holsma door Multatuli bedoeld is als een Hollandse versie van "Agis comme tu penses!", waarvoor zie 136 en 276. Geformuleerd in termen van rollen: Handel zoals je zèlf denkt dat juist is, en niet zoals je rol voorschrijft. Het moet duidelijk zijn dat dit voor de meeste mensen te veel gevraagd is. Zie ook 1112. [1118]


Wereldverbeteraars

We zouden samen alles uitroeien wat verkeerd is, en de menschen dwingen om goed te zyn, en... nooit iets te zeggen wat niet precies waar is. 

(..) De eisen of verlangens uitgedrukt in de laatste geciteerde zin zijn, hoe evident naïef en onhaalbaar ook, een behoorlijk adekwate weergave van wat veel idealisten gedreven heeft, want dat komt maar al te vaak neer op "uitroeien wat verkeerd is" en "menschen dwingen om goed te zyn". In feite beschrijft dit bijvoorbeeld goed wat de communisten in de Sovjet-Unie en China oorspronkelijk dreef, en geeft daarmee ook een reden waarom een dergelijk streven zo snel kon corrumperen tot dictatuur. [1118]


Hoofdreden voor liegen

 Waarom zorgt God er niet voor, dat ze de waarheid zeggen? Vraag 't eens aan pater Jansen.

Wel, het antwoord draait natuurlijk rond: Men liegt, zoals men veel dingen doet, vanwege de voordelen die dit schijnbaar of werkelijk met zich mee brengt.  [1118]


Fundamentele theologie

het is ook waar dat ikzelf nooit veel verder verder ben gekomen met theologie dan de overweging dat àls er dan een god zou zijn, begrip van zo iemand of zo iets volstrekt buiten de menselijke begripsvermogens valt, en dat het overigens een wel heel makkelijke en totaal oncontroleerbare aanname is, die ook niets rationeel verklaart omdat de aangenomen god zo onbegrijpelijk en oncontroleerbaar werkzaam zou zijn.

Veel theologen zijn gelukkig met een dergelijk inzicht, maar niet met de konklusie die ik er aan verbind: Wat onbegrijpelijk is kan geen geldige aanname zijn.

Bovendien: Als God dan "onbegrypelyk" is dan is het ook "onbegrypelyk" dat hij "groot" zou zijn, of goed, of almachtig of oneindig, en niet, in al Zijn Onbegrijpelijkheid, slecht, een relatieve knoeier of beginneling in het maken van universa, en behept met behoorlijk oneerlijke en sadistische trekjes.

Kortom: Als er dan een God is zoals Joden, Christenen en Mohammedanen geloven dat er is, waarom heeft Hij in al z'n onverbiddellijke oneindige grote goedheid, wijsheid en almacht er niet voor gezorgd dat de mensheid een wat beter inzicht heeft in Zijn bestaan en verlangens dan ze evident hebben?

Anders gezegd: Als er zo bijzonder veel dat in de wereld gebeurt in tegenspraak is met allerlei goddelijke geboden van een oneindig goede, machtige en wijze godheid, ligt het dan niet voor de hand dat de god van die geboden veel waarschijnlijker fictief dan werkelijk is? [1118]


Vrije wil

 En, Femke, denk eens, als ieder altyd alles begreep, zouden er geen slechte menschen meer zyn.

Socrates dacht er ook zo over, maar ik niet: Wie alles begrijpt, begrijpt ongetwijfeld ook waarom het beter is om iets te doen - maar heeft, denk ik, ook dan nog steeds een vrije wil om anders te kiezen. Dit is immers een deel van wat het hebben van een vrije wil betekent: Dat men in staat is om ànders te kiezen dan men voor goed of beter houdt - wat bovendien bij gelegenheid verstandig kan zijn, was het alleen maar om de alternatieve keus en uitkomst empirisch te kunnen beschouwen, en daarvan te leren. Daar komt bij dat alle oordelen die men gebruikt om tot een beslissing te komen het risico lopen onwaar of onredelijk te zijn: Men kan zich vergissen.

Kortom: Eén mogelijke fundering voor een vrije wil is de aanname dat men uit kansen kiest en kan kiezen, en moet kiezen omdat men kan kiezen uit verschillende mogelijkheden die ieder alleen een bepaalde kans ongelijk 0 of 1 hebben. 

Trouwens... één van Multatuli's inkonsistenties is dat hij enerszijds een determinist is ("Wat is moet zijn!"), die ook de lof van de Noodzaak zingt, maar anderszijds voortdurend probeert zijn lezers te bewegen tot àndere standpunten, àndere keuzes, àndere waardes, omdat dit alles volgens hem moreel veel beter of rationeel veel verstandiger zou zijn.

Ikzelf ben geen determinist. Het is makkelijk om je te verliezen in metafysische speculaties en argumentaties, wat ik in deze noten na wil laten. Ik merk dus alleen op dat het hele fenomeen van aarzelen, aftasten, en informatie verzamelen dat bij vrijwel alle levende dieren makkelijk herkenbaar is, en althans sterk suggereert dat dieren dit doen omdat met het leven de mogelijkheid tot kiezen uit onderscheiden alternatieven komt, dat immers ook de kans op overleven kan vergroten. [1118]


Bidden om oorlog

En by elken oorlog bidden ze aan beide kanten.

Wie een beter inzicht wil in de problemen die hiermee samenhangen leze Mark Twain's "War Prayer" [1118].


Discussie vs geweld

Want dat eeuwige vechten is te ruw. 't Is Turkenwerk. Menschen van goed geloof kunnen op beter manier te weten komen wat recht is.

Namelijk: Door vrije ongehinderde eerlijke en rationele discussie.

Het zegt redelijk wat over mensen, of althans de menselijke doorsnee, dat dit pas werkelijk systematisch mogelijk werd en gepraktiseerd met de opkomst van de wetenschap, en dat de wetenschappen nog steeds de enige plaatsen zijn waar dit werkelijk gebeurt. [1118]


Multatuli's depressiviteit

 Waarom ben ik zoo verdrietig?

Voor een overigens gezonde jongen of jonge man is dit een wat vreemde vraag, tenzij er sprake is van constitutionele melancholie of depressie, en inderdaad is er behoorlijk goede evidentie dat Multatuli z'n hele leven kampte met een niet erg goed zelf begrepen manische depressiviteit, die dan ook minstens medeverantwoordelijk is voor de keuze van z'n pseudoniem, en ook voor redelijk wat andere keuzes die M. in z'n leven maakte.

Bij mijn weten is dit thema - Multatuli's depressiviteit - nooit serieus bediscussieerd, al heeft P. Spigt in zijn "Keurig in de kontramine", er redelijk wat evidentie voor aangevoerd, en al klaagde M. zelf, zowel in z'n gepubliceerde werk als in z'n correspondentie, zeer vaak dat het hem ontbrak aan "loisir" of "stemming" om iets te schrijven dat hij graag zou hebben geschreven als hij daarvoor wel de emotionele voorwaarden in zichzelf gevonden had.

Maar we vinden het thema ook terug bij de jonge Wouter, zoals hier waar hij klaagt over zijn verdrietigheid, als later wanneer hij na wat tegenslag herhaaldelijk overweegt zelfmoord te plegen. [1118]


Bewuste gedachten

De bewuste gedachten die men heeft worden in ieder geval gedeeltelijk voortgebracht door iets dat niet tot de bewuste gedachten behoort, zelfs als de reden om voortgebracht te worden daar wel toe behoort. Welk deel van iemand's gedachten veroorzaakt worden door er vlak aan vooraf gaande bewuste gedachten, en welk deel door er lang aan vooraf gaande bewuste gedachten, en daarmee voor het moment overwegend niet bewust, is vaak erg moeilijk uit te maken. [1119]


Idealen en algemene ideeën

Het is een interessante vraag waaraan mensen hun idealen ontlenen, en hoe en waarom ze dat doen. Mijn eigen indruk is dat ze deze vooral verwerven in de puberteit en adolescentie, als mensen zich los proberen te maken van de voorbeelden van hun ouders, en actief op zoek gaan naar algemene ideeën en waarden. [1119]


Andere mensen

Andere mensen zijn voor ons toch vooral de gedachtes en gevoelens die ze in ons oproepen. Zie 1112. [1119]


Klassen en rollen

Ikzelf ben geen gelover in de marxistische fictie van klassemaatschappij, maar het lijkt toch wel tamelijk natuurlijk voor mensen om zich maatschappelijk te organiseren in standen van "Ons Soort Mensen".

De Nederlandse verzuiling is daar een ander voorbeeld van. Kennelijk is het natuurlijk voor mensen om in betrekkelijk kleine groepen te leven en zich daarmee voor een groot deel te identificeren. Het is dus niet zozeer typisch Nederlands als wel typisch menselijk, en hangt samen met het moeten spelen van rollen. Zie 1112. [1120]


Priesters etc.

 By de bekrompen stiptheid van opvatting die hem eigen en 't gevolg was van z'n oprechtheid, had hy altyd gemeend dat 'n pastoor, 'n geestelyke, 'n godsman, geheel-en-al vervuld moest zyn van bovenaardsche zaken.

En dat is ook zo vreemd niet, vooral omdat dergelijke goddienaars feitelijk zulke grote pretenties hebben: Dat er een hele supernatuurlijke goddelijke werkelijkheid is, in de studie waarvan zij zich bekwaamd hebben, en waar zij speciale toegang toe hebben.

Hazlitt schreef een zeer interessant essay over Clergy (zie ook 938), waar hij voor opgeleid was, en valt in het bijzonder hoewel niet alleen over de bijzondere kleding die priesters en dominees zich aanmatigen, waarmee ze voortdurend publiek te koop lopen met hun eigen beweerde bijzondere goddelijke en menselijke status. Trouwens, "dominee" betekent "heer": Als christenen en dominees bescheiden zijn, dan is dat meestal gehuichel en in verwachting na hun dood veelvoudig en oneindig beloond te worden voor hun religieuze correctheid in het aardse leven.

M. heeft gelijk dat de mannen van God hun hoesten en overig publiek gedrag nogal "anders dan stervelingen en leeken" inrichten, en dat ze dat doen om een bijzonder cachet en een speciale status aan hun rol en hun vermeende goddelijke pretenties en taken te geven. [1120]


Godkenners

 Die man kende God - hy werd er voor betaald!

Zie [8] en [9]. Het probleem is natuurlijk dat de Godkenners worden betaald voor het kennen van iets dat er volgens de meerderheid van de mensen niet is, zodat al hun desbetreffende vermeende kennis geen kennis maar fictie is. Er is trouwens een fraai citaat van Gibbon in dit verband:

'I have somewhere heard or read the frank confession of a Benedictine abbot: "My vow of poverty has given me a hundred thousands crowns a year; my vow of obedience has raised me to the rank of a sovereign prince." I forget the consequence of his vow of chastity.' ("The Decline and Fall of the Roman Empire", note 57 to Chapter XXXVIII) [1120]


Morele en religieuze tolerantie

 - Wel neen, 'n mensch moet nooit bekrompen wezen! Precies wat ik altyd zeg. Want, Stoffel, wat doet er 'n mensch z'n geloof toe, niet waar, als-i maar braaf is, en niet roomsch.

Dit is weer één van die verheffende staaltjes logisch redeneren van juffrouw Pieterse, waarvan ik het vreemd vind dat Wouter er geen of weinig problemen mee had.

Hoe dit zij, het is ook waar dat deze redeneergang heel normaal is waar het morele principes betreft, en van dezelfde soort als Henry Ford's liberalisme inzake autolak: "Wij hebben autoos van iedere kleur, zolang het maar zwart is".  [1121]
 


Nut wetenschap en technologie

Ruim 5 generaties van 25 jaar verder dan dit geschreven is merk ik op dat er ruim 5 keer meer mensen zijn dan sindsdien, wat ook de ruimte en aanleiding biedt om op te merken dat er ongetwijfeld veel mis is met de mensheid, maar dat de relatieve talrijkheid ervan op dit moment sterk suggereert dat de menselijke wetenschap en de daarvan afgeleide technologie zeer effectief zijn. [1123]
 


Ongerijmdheid en onbegrijpelijkheid

 Het verzinnen van zulke ongerymdheden is 'n zeer verkeerd middel om te geraken tot opheldering van mysterien. Wie iets begrypen wil, moet niet beginnen met het vooropstellen van 'n onbegrypelykheid.

Zeer juist. Vooral de laatste zin

Wie iets begrypen wil, moet niet beginnen met het vooropstellen van 'n onbegrypelykheid.

zou in marmer gebeiteld moeten worden in of bij kerken en andere huizen van geloof. Uit wat een mens niet weet of niet begrijpt kan niets positiefs vormen behalve van de vorm "Ik begrijp of weet dit niet, en kan er dus niets stelligs over zeggen met enige zekerheid dan dit". [1123]
 


Samenlopen van omstandigheden

het verschijnsel dat M. wil verklaren, dat in het Engels wel wordt uitgedrukt met "it doesn't rain but it pours" is dat één (schijnbare of werkelijke) samenloop van omstandigheden vaak vergezeld gaat van meerdere. Een plausibele reden daarvoor is dat die verschillende samenlopen losgemaakt of veroorzaakt worden door één en dezelfde achterliggende oorzaak.

Dit is als met de wijdverbreide ervaring dat een tegenslag zelden of nooit alleen komt, en vaak vergezeld gaat van andere tegenslagen. Een plausibele verklaring is dat men door de eerste tegenslag uit z'n evenwicht raakt, als deze al zuiver toeval was, of het druk krijgt met het bestrijden van problemen, en daardoor niet meer in staat is andere tegenslagen te ontgaan, wat men wel had kunnen doen zonder de eerste tegenslag. [1123]
 


Nederlandse academische filosofen

in feite kan ik de naar filosofie dorstende Nederlander meedelen dat waar het Plato's ideaal was dat koningen ook filosofen zijn, het ideaal van de Nederlandse filosoof is dat filosofen ook bureaucraat  zijn voor het leven, en in de hoogst mogelijke ambtelijke schaal. Sterker nog: Waar Plato nooit slaagde zijn ideaal te verwerkelijken, zitten reeds generaties lang Nederlandse filosofen aangenaam, verzorgd, en financieel veilig op een welvoorzien ambtelijk kussen. (Zie: 39 vragen en mijn Spiegeloog-columns, allebei uit 1988-1989. De bureaucraat-filosofen die ik toen kritiseerde houden nog steeds vrijwel alle plaatsen bij filosofie aan de UvA bezet, en hebben in al die jaren helemaal niets gepresteerd van enig belang of bekendheid. Ze zijn al die tijd - feitelijk sinds de 70-er jaren, toen ze vrijwel allemaal hun aanstelling veroverden als bureaucraat-filosoof - wel buitengewoon goed onderhouden uit Nederlandse belastinggelden. Dit zou minder erg zijn als de dames en heren wat intelligenter, moreler, bekwamer of eerlijker zouden zijn geweest.) [1126]
 


Kracht van het ware geloof

Multatuli's Engelse tijdgenoot Francis Galton onderzocht empirisch en statistisch, ook gezien het eventuele belang voor verzekeraars, of bidden een verschil maakt in sterftekansen. Het antwoord moet de gelovige lezer droef stemmen, want dat is "Nee, geen enkel". [1127]
 


Gelijkwaardigheid

 Aan modellen van geestelyke nietigheid is waarlyk geen gebrek.

In Nederland behoorde het gedurende een groot deel van mijn leven tot de bon ton om met een stalen gezicht te liegen dat "alle mensen gelijkwaardig" zijn. Zie 155. Het is typisch een leugen van talentlozen die het ook aan karakter ontbreekt om toe te geven dat een ander iets beter kan dan zij - al moet ik Het Volk nageven dat hun gelijkwaardigheids-ideaal direct ophoudt waar sprake is van bekende voetballers en Ons Koningshuis.

Maar goed ... wie tegen Multatuli's sarcasme zwaarwegende morele bezwaren heeft is geheel vrij om hoog te houden dat al waar men een Nederlander ziet men een gelijkwaardige van Einstein, Shakespeare en Newton ziet. Volgens doorsnee-Nederlanders. [1129]
 


Parallelen in de "Woutertje Pieterse"

Trouwens... het is een interessant feit dat nogal wat gebeurtenissen in "Woutertje Pieterse" herhaald voorkomen. Dit geldt bijvoorbeeld de salie-avondjes van juffrouw Pieterse; de conflicten van juffrouw Laps en meester Pennewip over correct taalgebruik; maar ook Wouter's verraad van Femke, want ook dat deed hij eerder, in Ideën V, aan het eind van 1049, en daar haalde Multatuli eveneens Petrus erbij als in dit geval.

Er zijn meer van dergelijke parallelen, analogieën en overeenkomsten, en ik zal er later een lijstje van geven o.a. omdat ik denk dat althans een deel opzet zijn van Multatuli. [1131]
 


Nederlands en Nederlandse spelling

 - Het riekt, verbeterde de schoolmeester, en wy ruiken, Sertrude!

Ik schrijf dit in een toestand die een Nederlander sinds meer dan twee eeuwen, tot grote voldoening van de uitgevers van schoolboeken, vrijwel niet kan ontkomen, namelijk na alweer een recente spellingswijziging, volgens welke de rechtspellende Nederlander nu - Nieuwe Spelling, lezer! - "ideëEloze apeNkool opgediend op taaie panneNkoeken" zou moeten schrijven.

Het doet me dus enig genoegen te registreren dat niet al het kwaad dat door spellingswijzigingen aangericht wordt ook gehandhaafd blijft in volgende spellingswijzigingen.

Hoe het komt dat de Fransen en Engelse al eeuwen probleemloos hetzelfde spellen als hun voorouders en ondanks het feit dat ze niet iedere tien jaar hun taal vernieuwd krijgen door hun eigen letterkundigen er toch al eeuwen in slagen een véél leesbaarder proza schrijven, gemiddeld en gewoonlijk, dan Nederlanders, kan geen Nederlands spellingshervormer uitleggen, en al helemaal niet in Nederlands dat, zonder zeer veel zoekwerk met hulp van grammatica-boekjes, grammaticaal foutloos geschreven is.

Misschien komt het omdat het Nederlands zoveel eeuwen zo vaak gewijzigd is dat vrijwel geen Nederlander goed kan weten wat goed Nederlands nu eigenlijk zou zijn? En daarmee niet hoe zich er goed, probleemloos en helder in uit te drukken? [1132]
 


Hoogmoed 2

 't Hooggevoel dat hem gewoonlyk bezielde, was geknakt.

Dit is de hoogmoed waar M. het eerder over had - zie o.a. 1083, 1113 en 1117 - die M. zelf ook had. Verder zie o.a. 220 - 223, 246. Zie ook 1112 i.v.m. rollen, want het is uiteindelijk hoogmoed die een persoon karakter geeft.
 


Schuld, boete en God

- Maar... als 't Gods schuld was, dacht-i, dan hoefde ik zoo beschaamd niet te zyn!

Dit is natuurlijk een logisch heel terechte overweging, die Multatuli zelf ook niet vreemd was.

Waartoe zou 'n overtuiging dienen, als men de schuld mocht gooien op God?

Ook dit is geheel logisch terecht, en een overweging die gelovigen meestal liever niet maken. [1132]
 


Huichelen door ambiguïteit

O, die huichelaar... hy zocht naar ofjes!...

De term "huichelaar" lijkt me hier heel welgekozen: Een heleboel gehuichel bestaat uit schipperen, wat weer neerkomt op het niet willen weten of althans toegeven van wat de waarheid is, en deze trachten te verzwijgen, te verhullen of te verduisteren door het opwerpen van allerlei bezwaren of onduidelijkheden of alternatieve verklaringen dan de (waarschijnlijk) ware. [1132]
 


Morele oordelen en belangen

 ‘Oneerlyk’ noemde ik dit, omdat het ware berouw geen vergeving zoekt by anderen, maar by zichzelf. Wie met 'n uitgesproken klank tevreden is, wie z'n geweten meent te kunnen paaien met 'n kwitantie van schuld, geteekend door 'n ander...

Nee, dit is hooguit gedeeltelijk waar, en dan nog misleidend. Wat waar is, is dat men uiteindelijk verantwoordelijk is voor z'n eigen oordelen en waarden, zodat men ook zelf opdraait voor de eigen oordelen over zichzelf, inclusief eventuele veroordelingen.

Maar wat misleidend is, is dat een aanzienlijk deel van wat men doet niet alleen aan het eigen belang raakt, maar ook aan de belangen, ideeën en waarden van anderen, en dat daarom het vragen en geven van excuses, tonen van berouw e.d. belangrijk is. Uiteindelijk moet men er in een belangenconflict ook samen uit komen als men niet veroordeeld wil zijn of blijven tot elkaar vernietigen vanwege het conflict. [1133]
 


Liefde en goedheid

Om lieftehebben, moet men goed zyn

Dat is natuurlijk geheel niet waar, tenzij men "liefhebben" alleen wil verstaan op een zeer onwerkelijke op z'n 19e-eeuws geïdealiseerde manier.

Wat waar is, is dat échte liefde het welbevinden en voortbestaan van een ander beoogt, maar het is ook waar dat er veel gepretendeerde liefde is die sexuele of financiële bevrediging zoekt. En ieder mens is ook zowel heel goed in staat sexueel te begeren zonder lief te hebben als sexuele begeerte en liefde met elkaar te verwarren. [1133]
 


Nederlandse bekrompenheid

Wie de moeite neemt de genoemde ideen door te nemen - vooral 401 en 403 zijn terzake, en interessant - zal vinden dat M. zich vooral verzette tegen Nederlandse bekrompenheid van allerlei soort.

Trouwens: Wie mocht willen aannemen dat de Nederlandse bekrompenheid terug zou gaan op armoede of slechte huisvesting kan z'n dwalingen corrigeren door in te zien dat de bestaande generaties vrijwel even intellectueel en moreel bekrompen zijn als de generaties waartussen Multatuli leefde, dacht en schreef, terwijl de huidige generaties in grote meerderheid veel rijker en welvarender zijn, en beter geschoold zijn, en ook zo bijzonder geciviliseerd door TV. [1135]
 


Soorten waarheid

 De waarheid is zoo eerbiedwaardig, dat we haar niet mogen versmaden, al wordt ze verkondigd door juffrouw Laps.

Nee, dat is natuurlijk niet precies waar, minstens, eenvoudig omdat er zeer veel saaie of oninteressante of pijnlijke of gruwelijke waarheden zijn, die heel weinig of niets eerbiedwaardigs hebben.

Als er iets eerbiedwaardig is met betrekking tot de waarheid dan is het toch vooral het willen kennen ervan, en het geen genoegen nemen met wensdenkerij. "Het is niet de waarheid die de mens groot maakt, maar de mens die de waarheid grootmaakt." (Confucius) [1136]
 


Protestantse voorbeschikking

 - Zeg jyzelf nu eens, Stoffel, of de stad niet vol moordenaars en dieven is?

Ik vermoed dat M. dit met opzet laat vragen door de naar eigen zeggen hoogst christelijke juffrouw Laps, voorzien van de genade en levend in het P.G., juist omdat dit Protestantse Geloof zo stellig was over de menselijke slechtheid en zondigheid, sinds de Heere God in zijn onmetelijke wijsheid en goedheid besloten had Adam en Eva uit het Paradijs te verbannen vanwege hun weetgierigheid en belangstelling voor sex.

In feite moest een waarachtige en enigermate consistent redenerende gelovige van het P.G. geloof wel iets denken als dat "de stad ... vol moordenaars en dieven" is, altijd en onder ieder bestuur, omdat de God der Protestanten dit nu eenmaal zo wilde, en, alweer in zijn onmetelijke wijsheid en goedheid, het zo ingericht had de dat de grote meerderheid van de mensheid voorbeschikt was tot de hel. [1138]
 


Morele principes in Nederland

Mensen praktiseren hun morele principes bij voorkeur of alleen wanneer dit weinig moeite kost en weinig risico met zich meebrengt.

Om dit preciezer en historisch verantwoord te maken: De échte werkelijk gemeende Nederlandse moraal zoals uitgedragen door echte uit belastinggeld betaalde moderne Nederlandse ridders en strijders voor het goede is die van luitenant-kolonel Karremans anno 1995 te Srebrenica: "There are no good guys. There are no bad guys, Mladic is my colleague. Please don't shoot the piano-player!".

Men ziet: Er is morele progressie - naar Neerlandse begrippen tenminste - in Neerland sinds Van Speyk! Vroeger bliezen troepenleiders eerder zichzelf op dan zich over te geven, en nu laten troepenleiders heel moreel liever 7000 burgers vermoorden dan ze volgens afspraak en publieke toezegging te beschermen. Men kan dit afkeuren, als slachtoffer of als Frans generaal, maar toch redt de tegenwoordig vigerende Nederlandse praktijk ongetwijfeld aanzienlijk meer Nederlandse soldatenlevens, en "wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen". [1138]
 


Multatuli's stijl

Eén van de dingen waar "de ekonomie" van Multatuli's verhaal zeer van te lijden heeft is dat M. voortdurend wisselt van perspectief, en geen onderwerp kan behandelen zonder zijpaden te bewandelen. [1139]
 


Het slaag-systeem

Want... 'n mensch moet zorgen voor z'n fatsoen, en nooit ergernis geven, dat weet je-n-ook wel.

En hier vindt de lezer zomaar het algemeen recept voor een maatschappelijk geslaagd leven. [1139]
 


Protestantse eigenaardigheid

 Hoe! Eén misstap, ééne dwaling, één vergissing, zou naar de hel kunnen voeren, en na 'n lang leven vol moeite, arbeid, onthouding en stryd, is er nog 'n byzondere genade noodig om in den hemel te komen?

Toch is dit wat de protestanten leerden, en het zal de levens van vele protestante gelovigen een stuk moeilijker en bedreigender hebben gemaakt. [1139]
 


Het verstrijken van de tijd

 Een stad en veel van wat zich daarin bevindt - zoals bijvoorbeeld: het stratenplan, de namen van de straten, de soorten handel en industrie en de namen van bedrijven - bestaat véél langer dan de personen die erin leven, zodat er op die manier een zekere continuiteit en overeenkomst is tussen de geslachten die er leven, omdat ze een aanzienlijk deel van hun feitelijke stedelijke omgeving delen.

Het is minstens enigermate vreemd door de Kalverstraat te lopen in Amsterdam, en te bedenken dat Multatuli dit ook vaak gedaan heeft, en dat Woutertje Pieterse het zou gedaan hebben, en je af te vragen wat de verschillen en overeenkomsten zijn tussen toen en nu. [1140]
 


Mensenkennis

Maar héél weinig mensen zijn bestand tegen vleierij. [1140]
 


Gewone morele begrippen

- Want 'n mensch moet altyd zorgen voor z'n fatsoen! Hier binnen'skamers is 't wat ànders, heel wat anders!

Dit is een heel terechte morele overweging van een mens als juffrouw Laps, en Multatuli heeft groot gelijk dat hij 'm opvoert: Voor doorsnee mensen is moreel gedrag niet iets dat men doet omdat men zelf meent dat dit gedrag intrinsiek goed zou zijn, maar iets dat men doet in het publiek omdat men meent dat het publiek dit graag ziet. Daaruit volgt dan weer dat dergelijke praktische moralisten alle aanleidingen voor het zich volgens de bestaande morele codes gedragen verliezen als ze menen niet gadegeslagen te worden door een publiek.

De gewone en gangbare morele opvattingen, zoals ze feiteijk gepraktiseerd worden, zijn van de vorm "If in Rome, do as the Romans do" and if with cannibals do as the cannibals do, en zijn zeer bruikbaar voor het genereren van braaf aangepast gedrag dat plaatselijk heel goed en wenselijk wordt geacht, heel geschikt is voor het maken van een maatschappelijke carrière, en bijdraagt tot het zijn, worden of blijven van een geëerd burger in Rome of onder kannibalen. [1140]
 


Verwrongen geslachtsdrift

Het is ongetwijfeld waar dat veel van de opvattingen en gedragingen van M.'s tijdgenoten voor een aanzienlijk deel gestuurd werden door "verwrongen geslachtsdrift". Freud werd later bekend met soortgelijke ideeën, ontwikkeld in veel meer detail en met pretentie van medische of psychologisch/psychiatrische wetenschap.

Het lijkt mij aannemelijk dat zowel Multatuli als Freud minder ontdekten dan dat ze verwoordden wat toen heel normale maar ook heel verwrongen ideeën over sexualiteit waren, alleen met dit verschil van wat normaal was dat zij er een reden voor ongerustheid en een belangrijke oorzaak van ongelukkigheid, gestoordheid en neurose zagen, terwijl de normale - "morele", "fatsoenlijke", "godsdienstige" - opvatting was dat de alledaagse emotionele en praktische verwrongenheid en bekrompenheid inzake sexualiteit was zoals dit behoorde te zijn, volgens de moraal, de religie, de kerk, en de wetenschap. [1140]
 


Godsdienstonderwijs aan kinderen

Het is, vind ik, een beetje flauw van Multatuli toch een soort god in te voeren, al is het maar bij wijze van spreken, al is het een vrouw. Het suggereert echter wel dat iemand opgevoed is als kind in een godsgeloof zich daar erg moeilijk definitief en volledig overheen zet, wat voor mij een sterk argument is kinderen niet lastig te vallen met religie, god, de bedreigingen van hel en vagevuur, en oneindige hemelse beloning voor wie braaf is. Kinderen hebben immers niet het oordeelsvermogen dergelijke theorieën rationeel te beoordelen. [1140]
 

Excerpt uit commentaren van MM bij Ideen 6 A - 1081-1140    - Index 6A