Excerpt uit commentaren van MM bij Ideen 3 E - 820 t/m 860      - Index 3E


Waarderingen

Wat M. bedoelt met "het gehalte van 'n produkt evenredig is aan de som van talent, inspanning, oefening, enz." laat zich schrijven als

produkt            = talent + inspanning + oefening + enz. of preciezer
waarde produkt = waarde talent + waarde inspanning + waarde oefening + enz.

Zodra we dit gedaan hebben zien we in dat een dergelijke "som" gewoonlijk niet realistisch en éénduidig op te stellen is, want verschillende mensen zullen die verschillende waardes verschillend inschatten (allemaal bovendien met foutenmarge en afhankelijk van de eigen kennis en onwetendheid) en bovendien verschillen van mening over het relatieve belang van de verschillende factoren in zo'n "som".

Dit wil overigens niet zeggen dat de door M. voorgestelde aanpak niet zinnig is in beginsel, maar alleen dat er erg moeilijk overeenstemming over gevonden kan worden. (Hier ligt een hoofdprobleem van alle menselijk waarderen: Het veronderstelt het maken van sommen - integralen - die moeilijk goed en éénduidig en naar algemeen goedvinden opgesteld kunnen worden. Gelukkig is hier is wel een échte wetenschap van: Zie bijv. "Measure Theory" van Paul Halmos. 't Is wel zuivere wiskunde, en abstract, maar heel fraai en leerzaam.) [821]


Waarde van kunst

De waarde van een kunstprodukt ligt veel minder in de factoren die M. opvoert, die allemaal van doen hebben met wat de maker van het produkt kon en deed, als met wat ànderen ervan vinden en of ànderen het óók konden of zouden kunnen. Het is héél goed mogelijk dat veel van het werk van Mozart of Hokusai of Dürer of Holbein hen makkelijk afging, weinig moeite kostte, en ook maar een klein deel van hun talent van node had om door hen gemaakt te worden. Desalniettemin is hun werk volgens zeer velen schitterend en wordt het niet of nauwelijks benaderd door talloos veel anderen. [821]


Kunst

een nog steeds tamelijk gebruikelijke opvatting over kunst: Kunst beleert de mensheid en behoort dat te doen. In Orwell's - wat cynischer en realistischer - woorden: "All art is propaganda".

Hoewel er veel te zeggen valt voor Orwell's opvatting (anders geformuleerd: Kunst pleegt ideologisch geladen te zijn) is er veel kunst en kunstigs dat geen propaganda is, maar vooral dient als verfraaiing. En het is een interessant feit over mensen dat al hun gebruiksvoorwerpen niet alleen doelmatig zijn (voorzover ze dat zijn) maar ook esthetisch gestyleerd zijn. [822]


Schoolonderwijs

School-onderwijs is vrijwel altijd en overal verschoold onderwijs, op z'n best toegesneden op de doorsnee. En het grote probleem van verschoold onderwijs is dat het saai en verplicht is, en leerlingen dwingt dan en daar een bepaald deel nogal saaie stof uit een nogal saai boek te leren, ongeacht hun eigen ontwikkeling of eigen voorkeur op dat moment. Het is klassikale dwang en nivellering die feitelijk vooral dient tot het leren van conformisme in gedrag en kennis, en de meeste leerlingen weinig kennis en veel laf conformisme bezorgt.

Afgezien van privé-onderwijs is hier weinig aan te doen. Mijzelf lijkt zowel op basis van ervaring (van anderen: ik kreeg gewoon klassikaal onderwijs op school en was daar niet gelukkig mee) als van theorie de ideeën van Montessori de zinnigste voor school-onderwijs, omdat de Montessori-methode het meest aan de initiatieven en capaciteiten van de leerlingen overlaat. [822]


Kennisdrift

In feite zijn maar héél weinig mensen gezegend of gevloekt met een "vreeselyke leerwoede". Ik ben er zelf één van, en ontmoette er in m'n ruim 50-jarige leven hoogstens één of twee. Ieder ander die ik trof was niet werkelijk geïnteresseerd in wetenschappelijke kennis, maar vooral in diploma's en daarmee verbonden inkomens en status. [822]


Universitair onderwijs

Ik ben nu vele jaren onverbeterlijk goed afgestudeerd, zij het niet in het vak waarvoor ik verwijderd ben (filosofie, als dat een vak is), en denk er sindsdien wat verlichter over dan vroeger: Waar ik vroeger geloofde dat men mij bedroog, denk ik nu dat de meesten eenvoudig niet veel beter kónden dan ze deden. Maar 't blijft waar dat een Nederlander die een goede academische opleiding wil en daar de hersens voor heeft er verstandig aan doet naar het buitenland te gaan. [822]


Kunstinterpretaties

Dat de waardering van een kunstwerk door anderen gewoonlijk niet de weg volgt noch kan volgen die de maker ervan volgde heb ik bij 821 al aangeduid. Kortweg: Iets dat bedoeld is als kunstwerk is altijd een complex symbool, en de waardering hangt af van menselijke interpretatie, die weer afhangt van achtergrondkennis. [822]


Multatuli en ik

En wat betreft "du gleichst dem Geist den du begreifst" en mijn eigen inspanningen om commentaren te leveren bij Multatuli's Ideen:

Mij dunkt dat ik méér op M. lijk dan de zéér grote meerderheid van mijn mede-Nederlanders. Bovendien is de overeenkomst vooral intellectueel, want we hebben allebei een bijzonder helder verstand, en overigens karaktermatig: Hij noch ik zijn schipperaars en we zijn allebei trots en temperamenteel van aard.

De overeenkomsten zijn ongetwijfeld een belangrijk deel van de reden voor mijn schrijven van mijn commentaren - wat overigens de afgelopen 130 jaar nooit eerder gebeurde op de manier waarop ik dat deed, en al evenmin, afgezien van de manier, ooit eerder door één persoon gebeurde in de mate waarin ik dat deed. Een andere reden is dat ik in M.'s Ideen een uitstekende aanleiding en uitnodiging zag wat ik zelf denk over Nederland, Nederlands en Nederlanders, en over nogal wat onderwerpen die M. aansneed, uit te schrijven.

Er zijn ook behoorlijke verschillen tussen hem en mij: Ik ben veel meer een theoretisch filosoof dan M. en veel minder een schrijver of artiest, wat allebei rollen zijn die me nooit interesseerden. En ik heb zelf geen aanleg voor manische depressiviteit, zoals M. naar mijn stellige mening wel, wat dan ook een belangrijke en feitelijk tot nu toe onderbelichte rol in z'n leven speelde, en ben vrijwel zeker een stuk minder zenuwachtig dan M. feitelijk was, wat een ander feit is dat een tamelijk belangrijke en tot nu toe onderbelichte rol in z'n leven speelde. [822]


Kunst en propaganda

"De artist is geen onderwyzer."

Inderdaad - maar toch menen zowel artiesten als politici en priesters vaak ànders, namelijk dat het de of in ieder geval een taak van kunst is propaganda te maken voor bepaalde politieke, filosofische of religieuze denkbeelden, terwijl ook aanzienlijke delen van de kunst (overigens een abstracte term die moeilijk afgrensbaar is) dienst hebben gedaan als propaganda en vaak voor dat doel gemaakt en betaald werden. Orwell's "All art is propaganda" overdrijft ook, maar in een waarachtige richting.

Mij lijkt dat de eenvoudigste minimaal adequate definitie van kunst is: Dat wat gemaakt werd met het doel de menselijke ervaring mooier of interessanter te maken. Wat in dergelijk bedoeld fraaie verpakking opgediend wordt is echter vaak moreel of moraliserend bedoeld, en daarmee een vorm van propaganda. [823]


Leren

Men kán er een boel uit leren, zoals men een boel uit alles kan leren dat daarvoor juist opgevat wordt. In bloemen en muziek schuilt bijvoorbeeld een fikse portie wiskundige groepentheorie, die het e.e.a. verklaart over symmetrieën en harmonieën. [823]


Kunstwaardering

In de eerste plaats vergt iedere echte kunst een talent voor het uitoefenen van die kunst dat de overgrote meerderheid van de mensen maar in geringe mate bezit - gewoonlijk genoeg om een oordeel over het kunstproduct te hebben dat gebaseerd is op enig begrip én te weinig om zelf iets dergelijks te kunnen maken.

En in de tweede plaats onttrekt "de wordings-geschiedenis" van een kunstproduct zich gewoonlijk overwegend aan het oordeel van wie de kunst beschouwt, om dezelfde reden als geldt voor technologische producten. En desalniettemin kunnen de gebruikers daarover gewoonlijk ook goed oordelen voorzover het hun gebruik en nut aangaat. Je hoeft geen bakker te zijn om te kunnen beoordelen of het brood goed is. [823]


Eerlijk geloof

Religieuze en filosofische stelsels, hoe onzinnig en inconsistent ook, berusten zelden op welbewust bedrog en gewoonlijk op overwegend eerlijke overtuiging. Er zijn uitzonderingen - Plato bediscussieert in "De Staat" heel expliciet de wens het gewone volk dom te houden en, in hun eigen belang, te onderwijzen in mythes die ze beheersbaar en onderworpen houden en hun lot dragelijk helpen maken - maar de gewone gang van zaken is niet vleiend voor het gewone menselijk verstand:

Vrijwel alle bijgeloof van politieke, religieuze en filosofische aard is eerlijk uitgedragen en geloofd door de grote menigte van aanhangers van dergelijke systemen. [824]


Misdaad en maatschappij

In feite lijkt het alsof de grote meerderheid van de mensen die zichzelf als volwassene maatschappelijk overeind kunnen houden dit doen en kunnen omdat ze overwegend leven volgens de normen die in de maatschappij waarin ze leven gehandhaafd worden - wat deze normen ook zijn. ("If in Rome, do as the Romans do." If among cannibals, do as the cannibals do.)

De meeste misdaden in Westeuropa in de afgelopen honderd jaar waarover enigermate adekwate statistieken zijn werden verricht door een klein deel van de populatie. [824]


Maatschappij en normen

Het interessante feit over iedere langer bestaande menselijke maatschappij is dat deze in feite in stand gehouden wordt doordat de meerderheid verkiest te leven volgens het normenstelsel zoals dat in die maatschappij onderwezen en wettelijk of religieus gehandhaafd wordt. Zie ook 423.

Een tot pessimisme stemmend feit over doorsnee-mensen is dat ze niet intelligent en wel conformistisch zijn, maar een enigszins optimistische kant daarvan is dat de meeste mensen onder normale vreedzame maatschappelijke omstandigheden (!!) hun medemensen niet naar het leven staan en niet zoeken te bedriegen ànders dan door handel en gebruik geaccepteerd is. (Voor dat laatste: Zie Mandeville.) [824]


Beloning en straf

Zeer veel menselijk maatschappelijk gedrag is gebaseerd op toegezegde en voldane beloning voor welbepaald gedrag. Er zou geen menselijke maatschappij mogelijk zijn zonder het maken van afspraken en zonder dat de deelnemers aan dergelijke afspraken zich daar gewoonlijk aan hielden door welbegrepen eigenbelang en de gebruikelijke beloning of straf voor het niet verbreken van de afspraken.

Voor meer hierover zie 817 en 423.

Waar M. wel gelijk in heeft is dat veel moreel goed gedrag bestaat door angst voor straf of hoop op beloning voor dit gedrag - en dat daarmee het doen van het (verondersteld) morele goede niet gedaan wordt omdat het moreel goed is, maar vanwege de beloning voor het doen of de straf voor het niet-doen.

Maar mensen zijn nu eenmaal zo: Zonder uitgebreid au fond hypocriet conformisme dat vooral bestaat vanwege angst voor sancties zijn zelfs verkeersregels niet te handhaven, die toch evident "algemeen belang" zijn.

Daarbij: Omdat het doen van wat goed is vaak moeilijker of gevaarlijker is dan het niet doen wat goed is kan een goede menselijke maatschappij niet zonder beloning en straf - die dan bestaan omdat de doorsnee niet gewillig is het goede te doen zonder beloning noch het kwade te laten zonder straf.

NB Het gaat hier niet om "het goede" volgens anderen, maar om "het goede" dat de doorsnee zelf met de mond belijdt: Ook dat is gewoonlijk teveel gevraagd van de voorstanders van dit goede, als het feitelijk bestaan van dat goede van hen zelf afhangt en moeilijker of onprettiger is dan het minder goede.

De meeste publiek beleden moraal is hypocrisie. (En dat is in zoverre niet erg dat iedereen er belang bij heeft dat ieder ander zich aan de verkeersregels houdt, en extern conformisme aan afgesproken regels voor wezenlijker houdt dan de beweegredenen voor dat conformisme, zoals angst voor straf of de wens goed te doen.)

De mensen zijn niet goed genoeg om goed te doen op grote schaal zonder daarvoor beloond te worden en zijn te slecht om na te laten kwaad te doen op grote schaal indien ongestraft (817). Er zijn uitzonderingen, maar wetboeken en politie bestaan niet voor de uitzonderingen maar voor het gemiddelde. Overigens heeft M. gelijk dat "De Mensheid is te zwak om slecht te zijn": De doorsnee is goed noch slecht, want de doorsnee is vooral conformist, vooral uit zwakte en domheid. [825]


Godsdienst

"Godsdienst is dus in den hoogsten graad onzedelyk"

Het "dus" slaat terug op 825, waar ik het mee oneens was. Ook is "Godsdienst" veel te wijd verbreid, veelvormig, verschillend gemotiveerd en ingewikkeld om met korte, makkelijke en snelle oordelen als het geciteerde af te doen. Maar twee dingen kunnen er wel over opgemerkt worden die tennaastebij waar zijn:

  • Godsdiensten bestaan door het gemiddelde menselijke onvermogen tot rationeel nadenken en tot redelijk handelen.
  • Er is veel goed en veel kwaad veroorzaakt door godsdiensten en het is bijzonder moeilijk over de som van goed en kwaad van enige godsdienst een feitelijk adequaat gefundeerd oordeel te vellen.

Ook ik ben een atheïst, maar daarom nog niet blind voor - bijvoorbeeld - de mogelijkheid dat dommere mensen dan ik een geloof nodig kunnen hebben om hen op het rechte pad te houden. [826]


Maatschappelijke instituties en normen

Veel maatschappelijke instellingen veroorzaken een deel van de problemen voor het opheffen waarvan ze bestaan.

Ook dit heeft weer vele redenen en vormen, maar één interessante is het bestaan van de wet: Het is uiteindelijk de wet die tot misdaad stempelt wat ze bestrijdt, of dit nu terecht is of niet. Zie verder 828. [826]


Redenen voor geloof

Veel geloverij lijkt sterk op toegepast masochisme van constitutioneel depressieven... maar wat moet iemand doen en hoe moet iemand denken en kiezen die niet als genie geboren is?

En ik spreek dan van de laatste paar eeuwen, waarin er tal van uitstekende wetenschappelijke gronden bekend zijn geworden en feiten zijn gevonden die in expliciete tegenspraak zijn met wat door godsdiensten werd en wordt verkondigd als waar. Want het is ook een feit dat bijv. Middeleeuwers als Aquinas, Scotus en Ockham zowel geniaal als gelovig waren.[

Ik zeg er wat meer over in m'n volgende opmerking, en beperk me hier tot de observatie dat er vele soorten geloof en vele soorten gelovers zijn, al neig ik er zelf ook sterk toe aan te nemen dat de voornaamste drie gronden voor godsgeloof zijn: (1) Men is er van kindsbeen in opgevoed (2) men is zelf niet bijzonder slim en (3) men is bang voor de God waarmee men opgevoed is.

En het is ook heel relevant iets op te merken over "'n ‘Vader in den Hemel’ - die N.B. de moeite niet nam zich aan z'n kinderen te openbaren":

Mijn eigen atheïsme is in de eerste plaats hierop gebaseerd, naast een atheïstische opvoeding en een helder verstand: Nooit en te nimmer openbaarde zich enige god aan mij - en ongetwijfeld geldt dat voor bijna ieder ander mens, en zijn in ieder geval de meesten van degenen aan wie zich wèl een god openbaarde waarschijnlijk gestoord. En verder zijn alle godsbewijzen die ik las ongeldig (en is wat ze bewijzen als ze iets bewijzen iets geheel anders dan de goden zoals uitgedragen door de godsdiensten).

In dit verband: Het al door Aristoteles gegeven argument dat omdat alles een oorzaak heeft er "dus" een eerste oorzaak moet zijn geldt niet: Als alles een oorzaak heeft dan ook een veronderstelde eerste oorzaak, die er dus niet kan zijn - als alles een oorzaak heeft. Soortgelijk: Als alles dat is een schepper nodig heeft, dan heeft ook een schepper een schepper nodig, zodat de aanname dat alles dat is een schepper nodig heeft alleen een oneindige regressie oplevert. Wie tegenwerpt dat Aristoteles' argument (dat Aquinas ook geloofde) mede veronderstelt dat er geen oneindige regressie van oorzaken (of scheppers) kan zijn (1) maakt een aanname die nogal willekeurig is, wan er is immers ook een oneindige reeks getallen en (2) gesteld dat er géén oneindige regressie is: Waarom dan niet meteen eindigen met wat iedereen toegeeft dat bestaat - de werkelijkheid waar we allemaal in leven?

Het blijft mij verbazen dat zulke exceptioneel intelligente mensen als Aristoteles en Aquinas opmerkingen als ik zojuist gaf niet inzagen, of afdeden met onzinnige argumenten. Kennelijk leeft in ieder mens, hoe intelligent ook, het vermogen zéér veel meer te geloven en te willen geloven dan men zelf kan bewijzen, en dat dan vooral omdat wat men gelooft de eigen vooroordelen en wensen bevredigt (en "men het nu eenmaal zo geleerd heeft" en "bijna iedereen in mijn omgeving 't ook gelooft"). [826]


Eerlijk huichelen

Zoals ik eerder opmerkte bestaat er zoiets als eerlijk huichelen (89): Het spelen van rollen waarvan men weet dat men ze niet goed aankan en er niet echt in gelooft, maar die men tóch ophoudt en doorspeelt vanwege de daarmee verbonden maatschappelijke beloning of straf (voor het niet goed spelen van de rol).

De Amerikaanse 19e eeuwse schrijver Hawthorne verwoordde dit zo:

"No man, for any considerable period, can wear one face to himself, and another to the multitude, without finally getting bewildered as to which may be true." ("The Scarlet Letter", p. 246)

En veel van dat eerlijke huichelen bestaat in het vermijden van pijnlijke onderwerpen; het niet willen inzien of aanhoren van onwelgevallige evidentie; en het blind, doof en zwijgzaam willen zijn over kwaad verbonden met de eigen rol of de maatschappij of groep waarin men die rol speelt. Mensen zijn in weinig méér tolerant dan in het tolereren van kwaad (volgens hun éigen normen) dat hen zelf niet raakt. En weinig geeft zoveel mensen zoveel vreugde als leedvermaak. [826]


Maatschappelijke instituties en normen 2

een uitbreiding van een opmerking die ik eerder maakte in 826:

  • Veel maatschappelijke instellingen veroorzaken een deel van de problemen voor het opheffen waarvan ze bestaan.
  • Veel maatschappelijke instellingen bemoeilijken het oplossen van een deel van de problemen voor het oplossen waarvan ze bestaan.

Van allebei zijn allerlei voorbeelden en vormen aan te wijzen, maar een heel belangrijke is de burocratisering: Wie een institutie opricht voor het doen van iets (vermeend) goeds creëert met die institutie een hele groep additionele belangen en conflicten. En: Waar het doen van het (vermeend) goede ànders dan het handhaven van de wet ambtenaren-taak wordt corrumpeert het goede hopeloos, voorzover het niet burocratisch verkankerd of om zeep geholpen wordt.

In dit verband is hier nog een ijzeren natuurwet gebaseerd op de doorsnee menselijke vermogens, nl. de wet op de hulpverlener:

  • De hulpverlener bestaat omdat de hulpverlener hulp verleent - aan zichzelf.

Overigens: Dit slaat niet op incidentele individuele goedhartigheid, die werkelijk bestaat, maar op alles wat Goede Doelen zegt te bestendige en geïnstitutionaliseerd is, van welzijnswerkers en buurtwerkers tot Stichtingen Voor Goede Doelen en ontwikkelingswerkers. Zoals mensen in overgrote mate en doorsnee zijn dienen ze eerst hun eigenbelang. [828]


Nederlandse onderwijshervormingen

Maar ik klaag er wel degelijk over, ook al omdat volgens mij het doel van het school-onderwijs 
het aanleren van welbepaalde vaardigheden, kennis en opvattingen is. Welke deze zijn hangt van de school, de vorm van onderwijs en de leerling af, het laatste gewoonlijk in verband met z'n leeftijd en sociale status, en vaak van z'n geslacht.

Hier zijn een paar elementaire maar zeer belangrijke verslechteringen van de laatste 25 jaar onderwijshervormingen in Nederland - en ik schrijf dit in 2003:

  • Het lager onderwijs is verslechterd, en er zijn in het jaar waarin ik schrijf 53.000 leraren te weinig - waarmee dus in de orde van 1 miljoen kinderen slechter onderwijs krijgen dan ze zouden ontvangen als er geen leraren-tekort zou zijn.
  • Het middelbaar onderwijs is radikaal verslechterd: Waar ik nog minstens drie vreemde talen moest leren is tegenwoordig zelfs de tweede vreemde taal afgeschaft, net als een groot deel van het wis- en natuur-kunde onderwijs.
  • de universiteiten zijn radikaal verslechterd: De beurzen zijn een kwart of minder van wat ze 20 of meer jaren geleden waren; de opleidingen zijn radikaal verkort en getrivialiseerd; het gemiddelde IQ van de universitaire student is minstens 20 punten lager dan 30 en meer jaar geleden; en de meeste studenten "studeren" quasi-wetenschappen als "communicatie-wetenschappen" of "European Studies", op weg naar een zogeheten "master-graad" die afgestudeerden garandeert met minder algemene ontwikkeling, minder talenkennis, en veel minder kennis en begrip van wis- en natuurkunde dan een middelmatige HBS'er van 30 en meer jaren geleden moest hebben om de HBS af te maken.

Voor wat meer, zie mijn Spiegeloogcolumns, die het universitair onderwijs betreffen in het toekomstige ontwikkelingsland Nederland. [828]


Leergrens

Dat de meeste mensen na hun 20ste of 25ste erg weinig bijleren ligt veel minder aan het onderwijs dat ze kregen dan aan hun eigen aangeboren intellectuele vermogens. [828]


Minimaal onderwijs

Wel, de minimum-taak van school-onderwijs is sinds vele eeuwen het leren lezen, schrijven en rekenen plus de grondslagen van een vak. Alles wat hier bovenuit gaat lijkt me ook onnodig als het niet goed gebeurt, want wie kan lezen, schrijven en rekenen en enige tijd, iniatief en hersens heeft kan in beginsel zelfstandig en vrijwillig leren wat ie wil. [828]


Klassikaal onderwijs

Ook ik ging nog naar een lagere school met klassen met meer dan 40 kinderen (in de 50er jaren van de 20ste eeuw). Als ik het wel heb zijn de meeste klassen nog steeds tussen de 20 en 30 leerlingen groot, wat ook mij teveel dunkt voor goed onderwijs, hoe goed de onderwijzer ook is. [828]


Nederlandse verbeteringen

De moraal van 829 en 451 kan op allerlei manieren getrokken worden. Ik noem er hier vier.

1. Het grootste deel van de Nederlandse bevolking in de 19e eeuw leefde het hele leven in grote armoede; had geen stemrecht; geen enkele hoop op ontsnapping of verbetering; en leefde feitelijk in grote vernedering als de zeer slecht betaalde hard werkende uitvoerders van de nauwelijks werkende hogere stand.

2. Zowel de politieke als de economische macht in het Nederland van de 19e eeuw was in de handen van hooguit 5% van de bevolking: Alleen de volwassen mannen daarvan hadden stemrecht; alleen de kinderen uit die klasse kregen enigermate behoorlijk onderwijs; alleen de leden van de klasse konden enige hoop koesteren op het uitoefenen van hun eigen talenten (indien geen vrouw) en alleen deze groep was feitelijk behoorlijk gevoed, gehuisvest, en onderwezen.

3. Er is sinds de 19e eeuw zeer veel verbeterd in Nederland e.o. wat betreft welstand, rechtvaardigheid, beloning voor arbeid, rechtszekerheid, huisvesting, voeding en onderwijs. Dat de doorsnee van het volk daar niet de minste kennis, begrip of waardering voor heeft zegt vooral veel over hun aangeboren vermogens en het onderwijs dat ze kregen.

4. Heel weinig van die verbeteringen zijn te danken aan kwaliteiten van individuele Nederlanders, zeer bijzondere individuen als Multatuli uitgezonderd: Vrijwel alles is gevolg van enerzijds de snelle ontwikkeling van wetenschap en techniek; en anderszijds de overname in Nederland van maatregelen (als algemeen kiesrecht) en bewegingen (als vakbonden) die elders eerder ontstonden.

Ik zou aanmerkelijk meer opmerkingen kunnen maken, maar verwijs de lezer hier nogmaals naar 451 en overigens naar de trefwoorden index.

Kortom: De werkende stand leefde in de 19e eeuw van aardappelen, aardappelen, aardappelen en brood met smeer (zie [4]) - en moest daarvoor 12 uur per dag werken, zes dagen per week, en op zondagen braaf de Heer danken in de kerk voor het genotene. [829]


Fundamenteel menselijk probleem

"Hoe houden we onze stand op?". [829]


Nederlands onderwijs

In het jaar waarin ik dit schrijf zijn er in Nederland 53000 onderwijzers tekort (zodat minstens 20*53000=1.060.000 kinderen onvolledig onderwezen werden) terwijl de  salarissen en bonussen van de leiders van grote bedrijven "in Onze Democratische Rechtsstaat" vaak diverse miljoenen Euro's bedragen, en dit economisch nogal schrale jaar weer eens met 30 à 40% gestegen zijn (aldus, wat de geponeerde feiten betreft, het dagblad voor ondernemers en hoogopgeleiden, de NRC). [830]


Moderne managers

Volgens de Amerikaanse econoom Paul Krugman - docerend te Princeton University, dus niet zo maar iemand, heeft  de internet-boom in Amerika, feitelijk een managers-stand opgeleverd die, anders dan daarvoor, niet gemiddeld 40 keer meer verdiend dan de doorsnee, maar ... 1000 keer. (Ik citeer Krugman's cijfers, uit een interview op BBC World Service). Dit is óók zo in Nederland neem ik aan, in iets mindere mate, en naar ik ook aanneem in andere Europese landen: De feitelijke ongelijkheid in de zogenaamde democratische welvaartsstaten tussen de rijken en de rest is in enkele jaren zéér vergroot.

Ook Nederlandse topmanagers "verdienen" tegenwoordig diverse miljoenen Euro's per jaar, alsof dat vanzelf spreekt. [830]


Vraag en aanbod

"De betaling van geleverden dienst behoort, als èlke belooning, aftehangen van de verhouding tusschen vraag en aanbod."

Dit is een heel liberaal idee, maar daarmee nog niet verstandig, waarachtig of redelijk. Ik geloof dan ook weinig of niets van hoe dit gewoonlijk opgediend wordt, inclusief de versie van Multatuli, en maak er twee opmerkingen over, namelijk een ethische en een economische.

Ethisch: Mij lijkt beloning (en straf) redelijkerwijze af te hangen van de daad en de persoon die beloond (of bestraft) wordt en is de voornaamste voorwaarde waaraan een beloning dient te voldoen dat deze rechtvaardig is. Wat rechtvaardigheid is - in het algemeen, of in een specifiek geval - is vaak geen makkelijk oordeel, maar het reduceren van de vraag naar de rechtvaardigheid van een beloning tot bestaande economische verhoudingen van "vraag en aanbod" is feitelijk het ontlopen van de vraag.

De verhoudingen van "vraag en aanbod" hebben niets met rechtvaardigheid te maken, en komen feitelijk alleen hier op neer: Stel dat persoon a heeft een goed A waaraan hij een waarde w(a,A)=α toekent en persoon b heeft een goed B waaraan hij een waarde w(b,B)=β toekent; en stel dat beiden van elkaar weten dat de waarde die a aan B toekent is groter dan α en de waarde die b aan A toekent is groter dan β - dus w(a,B) > w(a,A) en w(b,A) > w(b,B). Nu, in dergelijke omstandigheden doen a en b er ceteris paribus verstandig aan hun goederen te ruilen, omdat ze dan ieder volgens eigen inschatting beter af zijn.

In beginsel is dit begrijpelijk genoeg, en ieder mens in normale maatschappelijke omstandigheden doet dagelijks vele dergelijke transacties, zowel op strikt economisch vlak als daarbuiten (als bijvoorbeeld in veel emotionele transacties tussen mensen: "I scratch your back if you scratch mine") - maar het gaat inderdaad geheel voorbij aan de overige menselijke verhoudingen tussen a en b, en gaat feitelijk alleen om het voordeel dat ieder van de ruilende partijen meent te behalen.

Immers: De één kan de ander een pistool op de slaap houden en 'm gemoedelijk voorstellen "je geld of je leven"; de één kan de ander grondig bedriegen over het goed dat hij wil ruilen; de één kan doodarm en hongerig zijn en de ander rijk en machtig; de één kan een arbeider en de ander een industrieel zijn; de één kan een hongerig kind zijn en de ander een rijke sadist; de één kan een dissisdent en de ander een apparatsjik zijn; de één een beul en de ander z'n slachtoffer etc. etc. Toch geldt in ieder van deze menselijke verhoudingen de boven geschetste verhouding van "vraag en aanbod", en maakt deze verhouding het gedrag van de betrokken partijen in beginsel begrijpelijk: In de bestaande verhoudingen lijkt ruilen voor ieder der partijen voordeliger dan niet ruilen. Maar het voordelige is is niet per se het rechtvaardige - en dat was mijn ethische opmerking: Wie verhoudingen van "vraag en aanbod" uitgeeft of verslijt voor "rechtvaardig" of "rationeel" (lievelingsterm van veel economen in dit verband) is intellectueel verward of een bedrieger.

Economisch: Er is al meer dan 150 jaar een behoorlijk uitgebreide liberale mythologie over "vrije marktverhoudingen" (ook wel: "laissez faire; laissez aller") en de verondersteld wonderbaarlijk-prachtige wetten van "vraag en aanbod", die het panacea van ieder heelbaar maatschappelijk probleem zouden zijn: Als de staat de concurrentie maar vrij zou laten dan zouden "vraag en aanbod" alle maatschappelijke problemen, of in ieder geval alle economische problemen, snel en rechtvaardig oplossen want "De betaling van geleverden dienst behoort, als èlke belooning, aftehangen van de verhouding tusschen vraag en aanbod", en zolang dit geschiedt zouden de economische en maatschappelijke verhoudingen tussen mensen rechtvaardig zijn.

Zoals ik hierboven aangaf geloof ik daar weinig of niets van, al ben ik een groot voorstander van persoonlijke vrijheid en al zijn de meeste ruilverhoudingen die mensen aangaan begrijpelijk volgens het schema dat ik hierboven gaf: Ik wil wat jij hebt meer dan wat ik heb, en jij wilt wat ik heb meer dan wat jij hebt ... wel, laat ons dan ruilen tot wederszijds genoegen.

Ik heb al aangegeven wat er ethisch kan schorten aan dergelijke ruilverhoudingen en merk hier alleen wat op over zogenaamde "vrije martkverhoudingen":

Dit zijn vrijwel altijd precies niet wat ze heten te zijn ("vrij", "markt") maar ingewikkelde juridische en politieke constructies, afspraken en verdragen in stand gehouden door één of meer staten, die trachten te garanderen dat verschillende partijen op een economische markt waarop zij concurreren zich in hun concurrentie beperken tot economisch ruilverkeer binnen bestaande wettelijke kaders. Op zichzelf kan dit velen voordeel geven - maar daarvoor is geen enkele garantie, want de geschiedenis van de 19e eeuw (inclusief het budget van Klaas Ris) laat zien dat zogeheten "vrije martkverhoudingen" er even goed toe kunnen leiden dat 90% van een bevolking het hele leven gedwongen kan zijn tot zware arbeid tegen een zeer gering inkomen. [830]


Modern Nederlands onderwijs

Onderwijs wordt tegenwoordig overwegend gefinancierd uit de belastingen - maar op onderwijs is in Nederland ondanks ongeëvenaarde welvaart vanaf 1980 alleen op bezuinigd. Wie z'n kinderen werkelijk goed onderwijs wil verstrekken zal dit via privé-scholen moeten doen. Wie goed akademisch onderwijs wil én een goed verstand heeft doet er verstandig aan naar een buitenlandse universiteit te gaan. (Maar wie een bijzonder middelmatig verstandje heeft kan tegenwoordig inderdaad makkelijk - mits gezegend met rijke ouders - aan een Nederlandse universiteit een zogeheten masters-diploma ontvangen, alles dankzij drie dekaden bevlogen socialistische onderwijs-ministers en staatssecretarissen, die dertig jaar lang alles wat uitblonk, excelleerde of individueel bijzonder was met waarlijk satanische toewijding kapot gemaakt hebben, in de jacht op universele Neerlandse gelijkwaardigheid van allen aan allen.) [831]


Opinies en rationaliteit

Het wel of niet hebben van een opinie is gewoonlijk van zeer veel minder gewicht dan de rationaliteit van wie de opinie heeft of bestrijdt. [831]


Nederland in 19e eeuw

Wie de budgetten van de families Ris en Hemkes met enige aandacht doorleest kan zich alleen verbazen dat het 19e eeuwse Nederland niet getroffen werd door talrijke oproeren en opstanden. Deze vonden kennelijk niet plaats door een combinatie van armoede, angst en godsdienst-onderwijs, dat iedereen z'n plaats toewees in het ondermaanse, met hoop op eeuwigdurende beloning in het hiernamaals voor braaf aangepast duldzaam gedrag daarvoor. [831]


Maatschappelijke revoluties

"De Jacquerien die periodiek Europa beroerden - er staat daarvan 'n vreeselyke herhaling voor de deur - waren niet zeer precies gevolgen van overbeschaving, maar... "

De "Jacquerien" slaat op boerenopstanden uit de late Middeleeuwen. Wat betreft "er staat daarvan 'n vreeselyke herhaling voor de deur": Dit gebeurde niet, maar wat wèl gebeurde, als nogal direct gevolg van de eerste wereldoorlog, was de opkomst van het bolsjewisme in Rusland; het fascisme in Italië; en het nationaal-socialisme in Duitsland. Ik denk niet dat M. hiervan iets voorzien heeft (zelfs niet in z'n gruwelijkste nachtmerries) maar het is een interessant feit dat alledrie genoemde bewegingen bepaald geen "gevolgen van overbeschaving" waren; gefundeerd waren op de armoede en domheid van de laagst ontwikkelde standen, die bewogen door armoede, domheid en politieke propaganda de straat op gingen om revolutie te maken; feitelijk zowel totalitair in aandrift en opvattingen waren als uitdraaiden op wrede dictaturen, welke althans in Italië en Duitsland de macht konden grijpen via de stembus en de algemene democratie, die het de talloos veel miljoenen laag opgeleiden mogelijk maakten voor de populistische totalitaire waanzin van Hitler en Mussolini te stemmen. ("De kiezer heeft altijd gelijk", mag de huidige burgemeester van Rotterdam graag liegen tegen z'n kiesvee. Tot nu toe had hij niet de moed erbij te zeggen dat de Duitse concentratiekampen ook prachtvoorbeelden van volkswil en democratie waren, maar Opstelten is een bestuurderstype dat ook daar niet voor terug zal schrikken. Zie verder 118 en De la Boétie.) [831]


Oorzaak van het kwaad

Het meeste kwaad wordt door ongelukkige mensen gedaan. Wie gelukkig is heeft geen reden anderen te kwellen, bedriegen of bestelen (constitutionele sadisten altijd uitgezonderd, die weliswaar bestaan maar - God zij dank, als díe bestaat - zeldzaam zijn). [833]


Doel van maatschappij

Hier komt een vierde omschrijving van waar een maatschappij toe zou dienen: "algemeen geluk". Ik heb mijn eigen opvattingen die raken aan de vier omschrijvingen die M. geeft van "het goede" geprobeerd te schetsen in (o.a.) 423 en 817, waar ik ook uitgelegd heb waarom ik het met Multatuli niet eens ben over deze punten.

Als ik gevraagd zou worden wat dan volgens mij het doel en de norm van een menselijke maatschappij in twee woorden zijn dan is mijn korte antwoord - ook misleidend, maar minder dan de termen die M. gebruikte: Samenwerken (423) en rechtvaardigheid (817, 830). En het is gewoonlijk véél verstandiger te streven naar het vermijden van leed en ongeluk dan naar het tot stand brengen van geluk, want dat laatste blijkt vaak de snelste weg richting dictatuur. [833]


Grondslagen van rechtvaardigheid

Hun overweging was iets als: Alle waarachtige kennis betreft de materie want er is geen god, en kennis behoort wetenschappelijk te zijn ... "ergo" alle ethiek is - letztes Endes - wetenschap, in dezelfde zin als geologie of scheikunde dat is.

De reden dat ik dit overwegend misleidend noem is dat wat rechtvaardig is weinig of niets uitstaand heeft met zijnsleer (ontologie) of met (vermeende) wetenschap, maar afhangt van vrije menselijke keuzes over bestaande mogelijkheden tot doen en laten. Wetenschap handelt over wat is; ethiek over wat behoort te zijn en het één is niet reduceerdbaar tot het ander.

Waar M. wel weer een gelijk heeft dat pas in de 20ste eeuw enigermate logisch uitgespit werd (en ook dat oppervlakkig) is dat er iets is als een "logika der plichten". (Wie hier meer van wil weten raadplege het internet of een goede encyclopedie onder het trefwoord "deontologie", al dan niet vertaald - dat hetzelfde betekent als M.'s uitdrukking, maar pompeuser want Griekser klinkt. Trouwens, ik neem aan dat de eerste zinnige regel van een "logika der plichten" al aan de Romeinen bekend was: Non posse nemo obligatur.) [833]


Utilitarisme

Ik heb bij 821 al uitgelegd dat een dergelijke "som van geluk" gewoonlijk niet realistisch en éénduidig op te stellen is, omdat verschillende mensen de verschillende waarden, coëfficiënten en termen in zo'n som verschillend inschatten (allemaal bovendien met foutenmarge en afhankelijk van de eigen kennis en onwetendheid) en ook nog eens verschillen van mening over het relatieve belang van de verschillende factoren in zo'n "som".

Ergo, een frase als "de som van genot" of "geluk" suggereert een exactheid en precisie die in het geheel niet bestaat, en die bovendien almaar vager wordt alnaarmate het méér verschillende mensen betreft.

En zelfs als men het eens kan worden over "de som van genot" in een welbepaald specifiek geval (dat wellicht bij benadering enigermate rationeel mogelijk is waar het "de som van genot" van twee mensen betreft, en dan wat betreft een welbepaald iets (als "Aimez vous soixante-neuf?")) dan nog is wat die eventuele som zou verlagen ("Oui, mais pas maintenant") in het geheel niet noodzakelijk "dus misdadig".

Is die "som van geluk", zodra het niet welbepaalde handelingen van welbepaalde individuen betreft, maar "de hele maatschappij" dan een illusie of wanbegrip? Niet geheel, maar wat er zinnig aan is lijkt neer te komen op: Een rechtvaardig mens houdt zo goed mogelijk rekening met de gerechtvaardigde belangen van anderen. [833]


Klassebewustzijn

Maar M. heeft gelijk dat in ieder geval het standsbewustzijn van de zogeheten lagere stand een aanzienlijke component zelf-vernedering heeft. Een evident voorbeeld was de mode die in heel Europa de mannen uit de lagere standen "verplichtte" een platte pet te dragen gedurende minstens honderd jaar, zoals nog steeds duidelijk is uit publieksfotoos van vroeger. (Vandaar ook de Nederlandse uitdrukking "Jan met de pet" en de Engelse uitdrukking "flat hat".)

Het standsbewustzijn ("klassebewustzijn" voor socialisten en communisten) hangt feitelijk kennelijk nauw samen met het menselijk sociaal zoogdier zijn: In iedere dierenhorde behoren de leden tot de leiding, de uitvoerders van de leiding, of het gewone volk en de eerste groep beveelt en wordt gediend, de tweede beveelt en dient, en de derde groep wordt bevolen en dient. Dieren maken hun status duidelijk in hun gedrag en lichaamstaal, en menselijke dieren doen niet anders en hebben bovendien hun kleding en taal om hun status publiek te etaleren. [834]


Rijkdom en geluk

Dit soort vraagstukken behoort op basis van statistisch onderzoek beantwoord te worden, en dit leert dat in iedere maatschappij de leden van de hoogste standen de beste kansen, de meeste rijkdom, de grootste macht en het beste onderwijs hebben.

Trouwens, het grootste deel van die voordelen gaat terug op het hebben van geld en goede kontakten. Zo was de reden dat mijn ouders en grootouders geen universiteit afliepen en ik wèl niet hun gebrek aan talent of wil, maar eenvoudig dat hun ouders geen geld hadden zodat mijn ouders vanaf hun 15e gedwongen waren door - slecht - betaalde arbeid in hun eigen bestaan te voorzien. Ook waren er toen geen studiebeurzen (en zijn deze tegenwoordig weer gereduceerd tot een fooi: Als ik jonger was geweest had ik wellich nu niet kunnen studeren, of alleen met veel bijbaantjes). [835]


Doel van school-onderwijs

"Het doel is Verlichting, Verfyning, Beschaving, Ontwikkeling, Veredeling. Hierin spreekt me zelfs geen mecklemburger jonker tegen."

Nu, dan wil ik dat wel doen, want het voorstellen van het doel van school-onderwijs als "Verlichting, Verfyning, Beschaving, Ontwikkeling, Veredeling" is dezelfde wensdenkerige fout als het voorstellen van het doel der geneeskunde als ... nu: "Verlichting, Verfyning, Beschaving, Ontwikkeling, Veredeling".

De reden om dit een wensdenkerige fout te noemen is in beide gevallen ook dezelfde: Men zou willen dat de leerling en de patiënt hun verworven kennis en gezondheid gebruikten voor die fraaie doelen - "Verlichting, Verfyning, Beschaving, Ontwikkeling, Veredeling" - maar daarvoor is geen enkele garantie, en het hangt nogal sterk af van wat de leerling of patiënt doet met z'n verbeterde capaciteiten tot goed doen en geleerd worden.

Maar wat is dan het doel van school-onderwijs?

Het aanleren van welbepaalde vaardigheden, kennis en opvattingen. Welke deze zijn hangt van de school, de vorm van onderwijs en de leerling af, het laatste gewoonlijk in verband met z'n leeftijd en sociale status, en vaak van z'n geslacht.

Eén van de aannames waarop de zogeheten democratische rechtsstaat is gebaseerd is dat verschillende, elkaar bestrijdende, opvattingen - bijvoorbeeld over de vraag wat "goed Onderwys" is - naast elkaar mogen bestaan, zolang ze elkaar niet op onwettige wijze bestrijden. Dit betekent dat verschillende groepen het feitelijk recht krijgen hun leden en kinderen althans tot op zekere hoogte te "verlichten, verfijnen, ontwikkelen, beschaven en veredelen" volgen hun eigen normen en waarden.

Dit mag volgens hun tegenpartij nu juist geen "goed Onderwys" zijn (de Katholieken zullen klagen over het onderwijs over God aan Protestantse scholen, en vice versa, want beide groepen moeten iets menen als dat kinderen in de scholen van konkurrerend geloof opgeleid worden voor de hel) maar het gemiddeld resultaat in tijd van vrede zal een wat rijker algemene cultuur zijn in het land dat er in slaagt verschillende geloven en opvattingen over hoe men moet leven in ieder geval vreedzaam naast en door elkaar te laten leven. Zie verder 855. [836]


"God zij met ons"

Wanneer het "God zij met ons" voor 't eerst op de gulden werd gedrukt weet ik niet, maar het is een zéér waarachtige uitdrukking van de centrale waarde volgens Neerlands normbesef: Alles in Neerland draait om geld; wie het meeste geld heeft is het meeste waard als mens; en waar de modale Neerlander 't eerst en het meest aan denkt en het meest om geeft is geld. Ook op de Nederlandse Euro staat deze verzuchting nog steeds: Holland's God bescherme de Hollandse munt. [837]


Verstand en onderwijs

Verstand heb je, of niet, en kan inderdaad niet aangeleerd worden. Maar als je het hebt kan je leren het goed of slecht te gebruiken - en veel onderwijs bestaat en bestond in het onderwijs van waanleren en wanbegrippen. Dit is bovendien iets wat iedere discussie over "onderwijs" moeilijk maakt, omdat dit zowel nuttige kennis en vaardigheden als kwalijke ideologie en bijgeloof omvat. [838]


Menselijk doel

En waar mensen naar streven is niet zozeer kennis als plezier, inclusief opvattingen die prettige verwachtingen en een aangenaam zelfbeeld geven, hoe vals en wensdenkerig deze opvattingen feitelijk ook zijn. [838]


Denkdieren

"Dit moet wel, omdat ze nu eenmaal denkdieren zyn."

De term "denkdieren" is weer een heel fraaie Multatuliaanse term, die inderdaad het verschil tussen menselijke en andere beesten adekwaat benoemt: De menselijke superioriteit boven andere dieren berust op het menselijk vermogen tot redeneren, plannen, vooruitzien en met elkaar communiceren, dat alles weer een boel met het taalvermogen van doen heeft. [838]


Nederlands nivelleer-onderwijs

Nadat tussen 1965 en 1995 door dertig opeenvolgende jaren van voortdurende bezuiniging en nivellering van iedere vorm van onderwijs in Nederland het Nederlands onderwijs overwegend kapotgenivelleerd was, kwam de PvdA-staatssecrateris Karin Adelmund, zelf het soort randdebiel dat in een enigszins behoorlijk onderwijsysteem nooit verder dan de huishoudschool was gekomen, met het plan de kinderen van Nederland op school niet meer te leren - want "je kon tegenwoordig alles wat je wilde weten opzoeken met de computer" - maar ze te "leren leren".

Ik vermoed dat de volgende PvdA-regering, ongetwijfeld vol gelijkwaardigen van Adelmund, vele miljarden zal doorsluizen naar NGO's geleid door PvdA'ers die talrijke Laputiaanse plannen zullen ontwerpen om te leren leren leren (met universitaire graden in het leren leren leren leren, ongetwijfeld).

Als over 30 jaar Nederland een ontwikkelings-land is en de economische macht in de wereld Indisch en Chinees is (wat landen zijn waar véél fout gaat en is, maar waar de regeringen niet zo stupide zijn het lokale intellectuele talent te nivelleren en stupificeren, zoals in Nederland al meer dan een generatie lang gebeurt), dan zal dat vooral te danken zijn aan de intellectuele nivellering van alles en iedereen tot het niveau van de allerdomsten van de middelmaat, die tussen 1965 en 2000 uitgevoerd is en Nederland heeft verandert in een heilstaat voor randdebielen, populistische beroepspolitici en geboren bureaucratische uitvoerders. [838]


Echte hulp

Er is een redelijk welbekend verhaal dat verduidelijkt wat echte hulp is: Wie z'n medemensen in tijden van nood vis geeft helpt ze, maar wie ze zelf leert vissen helpt ze echt. Immers, het eerste geeft ze alleen voedsel voor het moment, terwijl het tweede hen in staat stelt zichzelf te helpen vanaf dat moment. [838]


Wetenschap en doorsnee

Overigens geloof ikzelf niet dat de grote meerderheid in kennis geïnteresseerd is, en ook niet dat de grote meerderheid in staat is het grootste deel van om het even welke echte wetenschap zelfstandig of vrijwillig te verwerven. [838]


Nieuwe kennis

Wie geen idee heeft wat er te vinden zou kunnen zijn en geen idee heeft hoe het te vinden, die zal niets vinden, behalve door onvermijdelijk waarschijnlijk pijnlijk toeval. [839]


Initiatief en interactie

"Gelyk ieder voorwerp door z'n grenzen bepaald wordt, is elke wording 'n produkt van haar omgeving."

Nee, dat is een misvatting die ontkent dat enig voorwerp enig zelfstandig iniatief kan ontplooien of iets aan de eigen hoedanigheden kan ontlenen. Alle ontwikkeling is het produkt van interactie van voorwerpen met voorwerpen in hun omgeving.

De Natuur bestaat door interacties - en alle interactie voorondersteld zowel reactie als actie. En in feite is iedere reactie actie: Iets re-ageert op iets - en legt daarin althans iets van zichzelf, hoe weinig en hoe simpel ook.

Alles wat leeft heeft wel degelijk eigen initiatief, zoals alles wat leeft en dier is eigen gevoel en eigen representaties van de eigen omgeving heeft. [839]


Strottenhoofd en symbool

"heeft de natuur - in-verband met de gegevens in onszelf, waaronder de inrichting van de menschelyke keel 'n groote rol speelt - ons tot denkende wezens gemaakt."

Het is waar dat het menselijk strottenhoofd nogal verschilt van dat van apen, en dat dit strottenhoofd een belangrijke rol speelt in de spraak die mensen hebben. Maar de menselijke taal is uiteindelijk gefundeerd op het menselijk vermogen te begrijpen wat een symbool is, en gegeven dat begrip is het ontstaan van gebarentaal niet ver af als er geen werkende spraakorganen zijn. [839]


Onderwijs en propaganda

Het is veel kwalijker dat een groot deel van het onderwijs dat kinderen krijgen feitelijk politieke of religieuze propaganda is. [839]


Menselijke vermogens

"Er bestaat 'n noodzakelyke evenredigheid tusschen waarnemingsvermogen en denkkracht."

O nee, dit is echt niet waar en is fraai weerlegd door de autobiografie van Helen Keller. Dit was een Amerikaanse die doof en blind geboren werd, maar er toch in slaagde te leren spreken en schrijven.

Meer in het algemeen: Een mens denkt met z'n hersens en neemt waar met z'n ogen, oren, neus etc. Er is geen enkele goede reden om van "slechte ogen (oren, neus)" te konkluderen "dus slecht verstand". [840]


De natuur der dingen

"De lieve natuur der dingen zorgde wel dat het drama hem niet forscher aangreep dan de weeke hersentjes nut was."

Wie weet. En wat later bezorgde de "lieve natuur der dingen" de schattige kleine een hersenvliesontsteking, waaraan hij stierf onder gruwelijke pijnen. Kortom: Ik ben niet dol op M.'s gesentimentaliseer van de "lieve natuur der dingen". Mij dunkt dat - zoals Lao Tzu reeds wist - "voor de natuur zijn allen als strooien poppen", d.w.z. de "lieve natuur der dingen" trekt zich maar dan ook helemaal niets aan van menselijke wensen en belangen. Ik vermoed dat M.'s voorkeur de natuur te representeren als een macht van of voor het goede een restant is van z'n christelijk geloof. [840]


Geheugen en verstand

"M'n geheugen verzwakt, en 't scheppen begint me makkelyker te vallen dan 't herinneren."

Volgens La Rochefoucauld pleegt men te klagen over z'n geheugen, maar niet over z'n verstand. M. kende La Rochefoucauld goed, en men mag aannemen dat hij hier tegen R. opponeert, of hem althans kwalificeert, en dat bewust deed. (Leibniz maakte dezelfde opmerking als M. en kende La Rochefoucauld ook.) [841]


Freud en frenologie

Frenologie heeft 't meest weg van de psychiatrie van de 19e eeuw, en is in ieder geval net als de dwaalleer van Freud een gigantische reductie en simplificatie van al wat menselijk is tot één of enkele menselijke deel-eigenschappen. Zoals Freud al het menselijke wenste te verklaren uit (ontspoorde) sexualiteit en een ruime en welbetaalde plaats wenste te geven aan de wetenschap der psychiatrie, zo verklaarden de frenologen alles uit capaciteiten van de hersens die op hun beurt door een welbetaald frenoloog zouden kunnen worden gededuceerd uit de vorm van de menselijke schedel. [841]


Montessori-onderwijs

't Is aardig te zien dat M. waarschijnlijk een voorstander van het Montessori-onderwijs was, dat bedoelde aan te sluiten bij de spontane en individuele vermogens van kinderen, en ze niet probeerde te dwingen in één van boven opgelegd aan leeftijd gebonden klassikaal onderwijs-pensum. [841]


Frenologie

Frenologie was de Freudiaanse psychiatrie van de 19e eeuw: Waar Freud pretendeerde het karakter van een mens te kunnen verklaren uit z'n sexualiteit, geloofden de frenologen dat te kunnen uit de vorm van z'n schedel. Er is een alleraardigst essay van William Hazlitt over één van de bekende frenologen uit het begin van de 19e eeuw (...) dat daar weinig van heel laat en bovendien in hoge mate toepasbaar is op de fraudulente theorie van Freud.  [842]


Goed onderwijs

"Wat dor is, deugt niet."

Dit behoort met grote letters in iedere school te lezen te zijn. Het is waar dat er in alles wat de moeite van het weten waard is delen zijn - gewoonlijk inleidende - die zowel saai als onoverkomelijk zijn voor verdere studie, maar het is ook waar dat kinderen hier zo min mogelijk mee lastig behoren te worden gevallen was het alleen omdat kinderen het best leren door spelen. [843]


Communistische ouders

ik had waarachtig-communistische ouders. Wat mij thuis verteld werd over maatschappij en geschiedenis verschilde nogal van wat mij op school onderwezen werd. Ik liep dan ook voor het eerst op m'n 7e herhaaldelijk boos protesterend de klas uit en weg van school, al betrof dit de onrechtvaardigheid van een onderwijzeres en wat ik de domheid van het onderwijs vond, en discussieerde vanaf mijn 10e over maatschappelijke kwesties met leraren - al neem ik aan dat ik óók een afwijkend jongetje was geweest als mijn ouders een ándere politieke overtuiging hadden gehad. (Het resultaat was overigens overwegend discriminatie. Wie gelooft dat "het Nederlandse volk" tolerant is, zoals de chauvinistische Neerlanders graag mogen verkondigen, heeft nooit onder Nederlands publiek een onpopulair standpunt verdedigd.) [843]


Kennis en moed

Verreweg het grootste deel van de stellige kennis die ieder mens kan hebben is kennis van de eigen onwetendheid. En een aanzienlijk deel van de Zivilcourage die velen zouden kunnen hebben maar missen bestaat in eerlijk toegeven van de eigen onwetendheid wanneer daar sprake van is.

Wat je weet dat je niet weet ken je daardoor althans enigszins: het is vooral wat je niet weet dat je niet weet dat je schaadt. [844]


Klassikaal onderwijs 2

Hier is in feite weer een impliciet pleidooi voor Montessori-onderwijs, al was Multatuli eerder dan Montessori. Anders gezegd: Klassikaal onderwijs waarin van ieder kind geëist wordt op hetzelfde moment even ver ontwikkkeld te zijn als ieder ander kind in de klas is niet rechtvaardig en ook niet geschikt om veel kennis bij te brengen. Het is wel een uitstekend middel om kinderen af te richten tot gehoorzame onderwerping aan wat het gemiddelde doet en denkt, en aan het leerplan van de minister. [845]


Schoolboeken

De schoolboeken waaraan ik werd blootgesteld waren bijna allemaal grauw, saai en lelijk, en dat was me als kind al duidelijk. (De enige uitzondering was het geschiedenisboek, dat althans enigermate dragelijk geschreven was en veel interessante illustraties had.)

Hoe dit tegenwoordig is weet ik niet, maar ik vrees dat het weinig anders is, en om dezelfde reden als in Multatuli's schooltijd: Schoolboeken plegen geschreven te zijn door mislukte academische pedantjes, en beogen niet de stof aantrekkelijk en interessant te maken voor kinderen maar een ministerieel quantum leerstof te persen in een aantal paginaas en hoofdstukken dat weer handzaam gepast kan worden in het ministerieel bepaald aantal lesuren. [845]


Genoten onderwijs

Wat onbegeerd is is niet noodzakelijk onverteerbaar. Maar ik ben het met M. eens dat het onderwijs dat hij en ik "genoten" erop leek toegesneden om de leerling tegen te staan door saaiheid, dorheid en een totaal gebrek aan relatie met de alledaagse ervaring buiten school.

wat leerdet gy op de school? "

Wel: Schrijven en rekenen, en de fundamenten van Frans, Duits en Engels, en wat geschiedenis en aardrijkskunde, voor wie een antwoord wil. Dat was over het geheel genomen nuttig en bruikbaar achteraf, maar het leren was inderdaad vervelend, want het was klassikaal en moest uit saaie en lelijke boeken. [847]


Geschiedsonderwijs

Overigens - omdat ook het geschiedsonderwijs tegenwoordig kapotgenivelleerd is, en jaartallen "niet meer hoeven", om de leerling maar vooral niet teveel te belasten, zodat de moderne puber nauwelijks besef meer heeft van het verleden van (bijvoorbeeld) zijn eigen trotse volk - ben ik een vóórstander van het leren van jaartallen-lijsten en geschiedsperioden, niet omdat dit opzichzelf zulke nuttige kennis is, maar omdat dergelijke domme weetjes zo'n bijzonder handig raamwerk vormen om veel interessanter feiten een plaats en kader te geven, en in relatie te kunnen brengen met andere feiten. [847]


Computers en onderwijs

Tussen 1975 en 2000 is het gehele Nederlandse onderwijs voor generaties geruïneerd en gesimplificeerd door het bijgeloof dat men door de opkomst van de computer niet meer uit het hoofd zou hoeven leren omdat men immers alles op zou kunnen zoeken met de computer. Wel: Wie niet weet wat er te vinden is of kan zijn zal het nooit zoeken, en wie niet weet hoe dingen samenhangen zal niets ontdekken behalve bij stom toeval. [848]


Hoge intelligentie

Over nut en zeldzaamheid van hoge intelligentie.

  • intelligentie
  • originaliteit
  • karakter [848]
     

Beroep en deformatie

Ieder beroep bestaat voor een deel uit de kennis nodig voor het uitoefenen van dat beroep, maar ook voor een deel uit kennis nodig voor het spelen van dat beroep - het succesvol kunnen doen alsof men een arts, matroos, boekhouder of winkeljuffrouw is. (In feite is dit succesvol doen-alsof kennelijk hoofdbestandeel van veel beroepen, en vooral van de beter betaalde. Mundus vult decipi en betaalt daar graag voor.)

Verder kennen de meeste beroepen hun eigen beroepsdeformaties van velerlei soort, en lijkt het beroep van ambtenaar (bureaucraat, overheidsdienaar) in vrijwel alle omstandigheden, maatschappijen en instituties als noodzakelijke beroepsdeformatie een gedeeltelijke verontmenselijking met zich mee te brengen - van het soort waar Multatuli zelf tegenop liep in Nederlands-Indië, en omschreef als "de geest der ambtenaren". (Een ambtenaar "handhaaft de wet" - ook en vooral waar dit tegen alle medemenselijkheid in gaat.) [849]


Handenarbeid

Wie wel eens in een fabriek heeft gewerkt - of andere eenvoudige arbeid heeft gedaan - zou kunnen weten dat het daarbij een waarachtige handicap is een helder en goed werkend verstand te hebben, want dit draagt in dergelijke arbeidsomstandigheden alleen bij tot een groter en pijnlijker besef van de stompzinnigheid van het werk dat men moet doen.

Wie - zoals Multatuli bij gelegenheid - genot schept in handenarbeid doet dit vrijwel zeker niet als kontraktarbeider tegen betaling, maar in z'n eigen vrije tijd. [849]


Specialisten

de zeer grote meerderheid der "vakmannen" verkoos hun vak niet uit roeping of aardigheid maar bij gebrek aan enige roeping, uit onvermogen, of - zoals veel dat menselijk is of lijkt - gedwongen door omstandigheden. [850]


Hooggekwalificeerd

Hoe hoger en beter betaald een beroep is, hoe slechter gecontroleerd wordt of de beroepsuitoefenaar bekwaam is, en hoe minder duidelijk de verbanden tussen prestatie, inzet, kennis, kunde en betaling zijn. [850]


Rechtvaardige verdeling

Men vergelijke het budget van Klaas Ris voor dit "‘kostverdienen’". Waar lag deze gruwelijke armoede aan? Ik zie twee hoofdoorzaken: 1. Onrechtvaardige verdeling van de maatschappelijke rijkdom. 2. Onvoldoende maatschappelijke rijkdom door gebrekkige technologie.

Het is moeilijk de juiste gewichten toe te kennen aan beide factoren - zowel in het algemeen als in bijzondere gevallen - maar het budget van Klaas Ris leert dat er in het 20ste eeuwse Nederland veel meer te verdelen viel en dat verdelen minder onrechtvaardig gebeurde dan in het 19de eeuwse Nederland. [851]


Leren denken

Idee 268 begint met "Het denken moet geleerd worden". Ikzelf betwijfel dat, en M. dacht daar in andere of helderder ogenblikken - zie 838: "De jongen van de diersoort Mensch zùllen denken. Dit moet wel, omdat ze nu eenmaal denkdieren zyn." - anders over.

In ieder geval meen ik dat het denken niet geleerd kan worden door wie daar geen aanleg voor heeft - en dat de zeer grote meerderheid, althans vergeleken met een kleine minderheid, die meestal in de wetenschap of kunst terecht komt, voorzover ze niet tenonder gaat aan hun individueel anders zijn, niet veel aanleg voor rationeel denken heeft. Dat is zowel mijn voornaamste antwoord op wat M. in 74 vroeg als mijn belangrijkste verklaring voor het nog immer zeer wijdverbreide geloof aan allerlei religieus en politiek bijgeloof en bedrog onder de 'hoi polloi'. [852]


Wat onderwezen wordt

het geheel niet zeldzame geval dat wat geleerd wordt geen waarachtige kennis is maar bijgeloof, religie, ideologie - of gewoon onderworpenheid, volgzaamheid, gehoorzaamheid. [853]


Nut van onderwijs

En er is nog een vanzelfsprekende reden waarom geen onderwijs vaak beter is dan verkeerd onderwijs: Wie niets leert leert ook geen kwalijke onzin. [854]


Nederlands respect

"Er is 'n deun in omloop, dat men ‘eerbied schuldig is aan alle opiniën.’"

En die deun is nog steeds bijzonder populair in Neerland, alleen is de huidige kunstterm geen "eerbied" meer maar "respect". 't Onderliggend mechanisme is makkelijk te begrijpen: Hoe dommer, lelijker, of onbetekender men weet te zijn des te meer respect men wil voor wat men is. Omdat er nu eenmaal veel domme, lelijke of onbetekende mensen zijn, vooral in Neerland, is het publiek eisen en schijnbaar geven van respect iets dat het volk graag mag horen - vooral in Neerland waar zelf-respect geheel terecht zeldzaam is, en bijna even zeldzaam als eerlijkheid. ("As men go, one in tenthousand is honest." Shakespeare.) [855]


Menselijk oordelen

"Alles in gepaste maat.
      Dit spreekt vanzelf, maar wie bepaalt deze maat?
"

Dit is een zeer fundamentele vraag op ieder terrein. Het uiteindelijke antwoord is overigens: Als u het zelf niet kunt, geholpen naar vermogen door wat andere mensen gedacht hebben, dan kan niemand het voor u doen. Alle menselijk oordelen is individueel; alle gedeelde menselijke oordelen zijn oordelen gedeeld door menselijke individuen. [855]


Tolerantie vs respect

Wie eerbied of respect voor alle meningen belijdt liegt als ie niet gestoord is. Maar het is de moeite waard een mogelijke redelijke grondslag van deze belachelijke eis van universeel respect aan te geven: Men verwart tolerantie met respect.

Voor tolerantie van andersdenkenden is veel te zeggen, althans zolang de andersdenkenden hun opvattingen niet middels geweld trachten te verbreiden. Hiervoor zijn drie fundamentele redenen:

(1) Ieder mens kan weten veel niet te weten en zich vaak te vergissen, hoeveel moeite hij ook doet.
(2) Ieder mens kan weten dat menselijke vooruitgang het resultaat is van langdurige discussie en speculatie gedurende vele generaties.
(3) Ieder mens is in vrijwel alle omstandigheden gediend bij het voortbestaan van een vreedzame samenleving waarin hij kan zeggen en schrijven wat hij wil.

Maar tolerantie is in het geheel niet identiek met respect: Ik tolereer veel dat ikzelf dom of kwalijk vind. Onzinnige denkbeelden verdienen tegenspraak, weerlegging en spot - maar niet het uitmoorden van hun voorstanders. [855]


Fundamentele vraagstukken

Wat zou my verplichten de eene spokery boven de andere te stellen?"

Om de laatste vraag te beantwoorden: Instituties als de inquisitie, de KGB etc. Het probleem is niet zozeer dat er mensen zijn die evidente onzin of waanzin wensen te geloven - volgens ieder mens die enigermate kan redeneren moet gelden dat de grote meerderheid van de mensheid, die immers voor een flink deel anders oordelen en waarderen dan hijzelf, zich minstens gedeeltelijk vergist over fundamentele vraagstukken - maar dat hele samenlevingen en religies gebaseerd zijn geweest op terreur-organisaties als de inquisitie of geheime politie die bestonden om andersdenkenden te vervolgen en vermoorden. [855]


Vrije meningsuiting

Gezonde denkbeelden hebben waarlyk zoo'n buitengewone bescherming niet noodig."

Nee, zo is het niet precies, was het alleen omdat denkbeelden die de één voor gezond houdt door een ander voor gestoord worden gehouden. De zinnige en beschaafde opvatting komt op het volgende neer:

  • Iedere mening mag in beginsel uitgesproken en bediscussieerd worden.
  • Iedereen die de meningen van anderen tolereert verdient tolerantie.
  • Geen enkele mening verdient vanzelfsprekend respect.
  • Wie respect verlangt van een ander doet dit uit gebrek aan respect voor zichzelf - én voor de ander.

"Niemand hoeft vermaand te worden tot ‘eerbied’ voor de meening dat twee maal twee gelyk is aan vier."

Ook dit is niet geheel juist, weer omdat de ongerijmdheden van de één de geloofswaarheden van een ander zijn. Zo is bijvoorbeeld de mening dat iedere willekeurige A géén A is het fundament van de Hegeliaanse en Marxistische dialectiek en is de mening dat 3=1 (God is drie en toch één) een fundament van het Katholicisme. Opnieuw dus:

U mag geloven wat u wilt. Ik mag geloven wat ik wil. Géén van ons verdient het minste respect voor wat we geloven omdat we het geloven. Maar in een dragelijke menselijke samenleving tolereren de leden elkaars meningen, hoe - schijnbaar - geschift ook, en bestendigen de vrije discussie van alle opvattingen, tenminste zolang de belijders van deze opvattingen het belijden en bediscussiëren van andere opvattingen tolereren. Er is geen andere menselijke weg tot een rationeel oordeel, en er is geen dragelijke menselijke samenleving zonder wederszijdse tolerantie van andersdenkenden.

En uiteindelijk is tolerantie van andersdenkenden gefundeerd op ieders eigenbelang: Ik wil zeggen en denken en doen wat ik wil, inclusief het maken en leren van mijn eigen fouten - en daarvoor moet ik de rust en gelegenheid hebben. Dit nu geldt voor iedereen, en de enige manieren om een dergelijk eigenbelang te handhaven zijn ofwel terreur van één standpunt over alle andere ofwel tolerantie van alle standpunten die het bestaan van elkaar en van wederszijdse vrije discussie tolereren.

Tenslotte: Uit het gestelde volgt niets van de vorm "De kiezer heeft altijd gelijk" of "De meerderheid heeft altijd gelijk". In feite is het gewoonlijk zo dat de meerderheid ófwel ongelijk heeft ófwel indien ze gelijk heeft dit een oninteressant, alledaags of triviaal gelijk betreft. En de meerderheid beslist in veel gevallen - maar niet vanwege een bewijsbaar gelijk maar omdat "Het beslissen by meerderheid van stemmen is 't recht van den sterkste in der minne. Het beduidt: áls we vochten, zouden wy winnen...laat ons 't vechten overslaan." (Zie verder 7, waar dit uit geciteerd is.) Overigens: zie 423. [855]


Menselijke ontwikkeling

De reden is dat alle menselijke ontwikkeling ontwikkeling van individuele mensen moet zijn, en vooral het resultaat van hun eigen pogingen. Daarbij bestaat iedere menselijke maatschappij uit verschillende groepen met verschillende belangen en opvattingen, zodat wat de één voor ontwikkeling houdt de ander als stilstand of achteruitgang zal verschijnen. Zie verder 855. [856]


Berkeley's idealisme

"Er is geen licht, zonder voorwerp waarop 't schynen kan."

Dit is onzin, die veel weg heeft van Berkeley's "esse est percipi" - wat is bestaat omdat het wordt waargenomen. Je kunt net zo goed en even onzinnig zeggen: Er is geen voorwerp zonder licht of waarnemer om het te zien. (Vergiftig de hele levende wereld, bijvoorbeeld middels een ontplofte kerncentrale en ... er is geen wereld meer bij gebrek aan waarnemers? Dat is gewoon beroerd slechte filosofische wensdenkerij.) Of je kunt net zo goed zeggen: Er waren geen radio-golven tot er radio was - alsof die radio de golven genereerde op basis waarvan hij werkte. [856]


Rangen en standen

 "Ik zeide reeds, geen standen te erkennen. "

Een probleem met dit standpunt is dat het zogeheten "Volk" wèl standen erkent, kennelijk sinds de steentijd.

In Onsuh Dommokraassie waorin ik ut foorregt hep tuh mooguh leefuh - hm, hm ... is dit géén populair standpunt, want de grootste debielen en lafbekken vinden een groot genot in het nivelleren van alles en iedereen tot hun "gelijkwaardig" niveau (zie 155), desnoods met een beroep op de grondwet. Toch is het een feit dat juist het gewone volk gelooft in rangen en standen - en met recht, al zijn vorm en inhoud van het volkse standsbesef bijna altijd dom en misleid. ("Oranje boven!")

Hoe het zij: Er is geen enigermate ingewikkelde mensenmaatschappij zonder rangen en standen, zonder leiders en volgelingen, zonder rijken en armen, zonder denkers en doeners, zonder professoren en arbeiders, kortom zonder standsverschil. Dit mag betreurenswaardig zijn als zoveel andere feitelijke menselijke morele tekortkomingen, maar is nooit anders geweest, en ik zie het niet veranderen zonder veel klonen of eugenetica. Bovendien: Zolang de maatschappij dusdanig is ingericht dat iedereen er door eigen moeite redelijk in eigen onderhoud kan voorzien en allen, hoe verschillend ook, gelijke rechten en - afgezien van talenten en individuele verschillen - gelijke kansen hebben, zijn deze verschillen tussen individuele mensen eerder een verrijking van ieders potentiaal dan een verarming vanwege ongelijkheid. Het zijn immers vooral de verschillen tussen mensen die het leven van menselijke individuen interessant maakt, al zijn het de overeenkomsten die ze in staat stellen elkaar in beginsel te tolereren en met elkaar samen te werken. (Zie 855 en 423.) [857]


De mens

De mens - individueel zowel als maatschappelijk - is het denkende - redenerende, argumenterende, fantaserende - dier, dat z'n bijzondere positie, welvaart, geluk en kansen dankt aan waarachtige kennis van de werkelijkheid waarin hij leeft. [858]


Morele idealen

Hier veronderstelt M. dat "de som van Genot" - of wat minder provocerend: de som van het menselijk geluk in een maatschappij - een zinnig begrip is, en bijvoorbeeld geschikt om de kwaliteit van een maatschappij mee te beoordelen. Ik betwijfel zowel het één als het ander o.a. omdat een dergelijke som moeilijk te maken is en nogal afhangt van persoonlijke oordelen, en omdat het mij zinniger voorkomt maatschappijen te beoordelen in termen van rechtvaardigheid, vrijheid en kansen.

En tenslotte komt het mij gewoonlijk zinniger want realistischer voor te proberen leed te vermijden dan geluk te creëren, althans op maatschappelijke schaal: Politieke en religieuze bewegingen die meenden een ideale staat te kunnen opzetten eindigden gewoonlijk in totalitaire dictaturen.

Niets lijkt beter geschikt om grote groepen mensen te bewegen tot het begaan van grote gruwelen dan hoge idealen. [858]


Gedegenereerd Nederlands onderwijs

Iets dergelijks geldt voor mij, want mijn schoolonderwijs ligt meer dan 35 jaar in het verleden en in die 35 jaren - sinds de zogeheten Mammoetwet, die het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs afbrak - is er bovendien veel veranderd in het Nederlands onderwijs. De enige consistente factor in in al die opeenvolgende veranderingen was dat iedere volgende verandering een volgende nivellering was.

In de ca. 100 jaren tussen 1865 en 1965 was er in Nederland kennelijk behoorlijk voorbereidend en wetenschappelijk onderwijs, mede uitgedrukt in diverse Nobel-prijzen natuurkunde en minstens één behoorlijk industrieel natuurkundig laboratorium, namelijk het zogeheten "Nat-lab" van Philips. Wie naar de HBS ging leerde verplicht 3 vreemde talen en had zo'n 12 eindexamenvakken; wie naar het gymnasium ging leerde verplicht 5 vreemde talen.

De gemiddelde HBS'er had een IQ van 125 (1 op de 80); de gemiddelde gymnasiast van 130 (1 op de 100) - wat voorwaar geen onbetamelijk hoge eisen zijn voor wie ambieert goedbetaald lid van een academisch geschoolde maatschappelijke élite te worden.

Sindsdien is het aantal verplichte vreemde talen in het voorbereidend WETENSCHAPPELIJK onderwijs van drie of vijf afgezakt naar één (Engels) en schijnt er vrijwel geen wis-, natuur- of schei-kunde meer geleerd te worden aan het VWO, en worden de beta-vakken nog nauwelijks als universitaire studie-richting gekozen.

Daar staat tegenover dat de gemiddelde Neerlandse academicus een IQ van rond de 115 heeft, wat 35 of meer jaar geleden niet eens voldoende was een ULO te mogen aflopen (de ULO was de school voor Uitgebreid Lager Onderwijs, en leidde op voor de meer eenvoudige kantoor-functies), en dus getuigt van een zeer grote "universitaire dommocratisering", zoals dat naar ik meen gespeld wordt.

Ook het aantal Neerlandse academisch afgestudeerden in vakken als communicatie-wetenschappen en business-sciences is bijzonder gestegen sinds de wetenschappelijke vooropleidingen bijzonder gedaald zijn in niveau en zelfs de grootste idioot een universiteit af moet kunnen lopen als gevolg van de - hm -  "democratisering" van het onderwijs.

Maar de salarissen voor zogeheten masters in business administration and communication-sciences zijn - als gevolg van de ontwikkeling der beta-wetenschappen en de daardoor mogelijk gemaakte technologische vernieuwing - heel wat hoger dan échte academici vroeger kregen, zodat ook dàt een vooruitgang lijkt, voor de grote grauwe grijze massa van niet bijzonder begaafden.

Aangezien échte wetenschap en ingewikkelde technologie nog steeds de motor van de menselijke vooruitgang zijn mag men aannemen dat Nederland in de nabije toekomst een ontwikkelingsland zal zijn dat door iedereen met intellectueel talent ontvlucht is. De meerderheid van Ons Nederlands Volk wil dit echter en vindt dit wenselijk.

Indien u tot die hele kleine minderheid van werkelijk intellectueel hoogbegaafden hoort, geachte lezer(es) én indien u gelukkig genoeg bent te kunnen kiezen waar u uw talenten kunt ontplooien: Vlucht naar het buitenland! Er zijn nog steeds goede universiteiten, maar niet meer in Nederland, want het Nederlands academisch en voorbereidend wetenschappelijk onderwijs is volkomen kapot genivelleerd door 35 jaren socialistische nivelleerzucht en voortdurende bezuinigingen. (Partiële mogelijke uitzondering: De TH Delft.)

Indien u niet tot de hele kleine minderheid van werkelijk intellectueel hoogbegaafden hoort, geachte lezer(es): Prijs Den Uyl! Bejubel de nivelleerders van de PvdA en Groen Links! Loof de universitaire deemookraatieserings-beweging van de 70-er jaren! Laat heel Nederland weten hoe trots u erop bent dat niemand beter mag zijn dan u in Neerland, en dat alles en iedereen U gelijkwaardig moeten zijn! En studeer communicatie-wetenschappen gecombineerd met MBA, een prachtige echt-Neerlandse manier om een gediplomeerde academische randdebiel te kunnen worden!

(Zie verder over dit en verwante onderwerpen mijn Spiegeloog-columns).

is er zoveel genivelleerd in Nederland dat de enige Nederlanders die hun kinderen werkelijk goed onderwijs kunnen bezorgen de kleine minderheid is die zich kan veroorloven ze in het buitenland te laten onderwijzen. [859]


Menselijke motieven

Alle menselijke motieven zijn gemengd, afgezien van zéér uitzonderlijke situaties. [860]

Excerpt uit commentaren van MM bij Ideen 3 E - 820 t/m 860      - Index 3E