Wouter puntsgewijs.                                       


Woutertje Pieterse
, in de Ideen :

De geschiedenis van Woutertje Pieterse is een integraal onderdeel van de Ideen (zoals ik spel, in navolging van Multatuli's drukkers, die meestal kennelijk geen e's met trema's hadden), waarvan het een onderdeel is in alle bundels behalve III en IV. Er zijn verscheidene uitgaves geweest van "De geschiedenis van Woutertje Pieterse" o.a. door M.'s weduwe. Multatuli presenteerde de geschiedenis van Woutertje Pieterse als een soort hoofdstukken zonder titel maar met gewoonlijk cursief gezette vaak ironische samenvattingen van het hoofdstuk, dat zich vaak over meerdere ideen-nummers uitstrekte, en onderbroken kon worden met ideen die weinig of niets met de Wouter-geschiedenis van doen hebben.

Wat volgt is een samenvatting van Woutertje Pieterse in punten van mijn hand. Er is ook een html-versie van Multatuli's hoofdstuk-samenvattingen met de meeste ideen waarin van Woutertje Pieterse wordt verhaald daaronder als html-links.

De bedoeling van een en ander is de lezer een overzicht en selectie te bieden van de ideen die over Wouter handelen, met uitsluiting van de overige ideen.


  • Het begint met walging - "Wat poŽzie, myn God, opdat ik niet verga van walging over zooveel walglyks Úm my!" over " 'n gemeen volk" dat "kleinsteedsch, bekrompen, gierig, dom, kwaadaardig, ondankbaar en ydel" is - en ook met een aanroeping van God en Fancy in 361.
  • We leren Wouter kennen in de Hartenstraat in Amsterdam in 362, en lang geleden, met een bleek en stadkleurig gezichtje, waar hij op weg is Glorioso te kopen van het geld dat hij verkreeg door de verkoop van z'n Nieuw Testatement. Het is wat onzeker of het verhaal van Wouter Pieterse een sprookje, een roman, of een geschiedenis is, en ook wanneer de geschiedenis precies speelt. Het verhaal gaat vooral over Wouter, verliefdheid en molens.
  • M. geeft in 363 een indicatie van zijn bedoelingen met Wouter: "Myn voornemen was in den ĎWouterí 'n schets te geven van den stryd tusschen laag en hoog, tusschen zielenadel en ploertery. Wouter is een nieuwe - en betere! - Faust, een Don Quichot naar den geest.".
  • We leren de Hallemannetjes en hun talent voor handel kennen in 365, en krijgen lessen over het fatsoen en wat informatie over Wouter's allereerste liefde (voor lange Ceciel)
  • M. legt in 366 het een en ander uit over bekrompenheid i.v.m. de Woutergeschiedenis, en we leren in 371 het een en ander over Leentje, Stoffel, een fout in Euklides, waarom juffrouw Pieterse 'juffrouw' heet, en "Ďdat ieder op z'n plaats moest blyven.í", in 374 gevolgd door een uiteenzetting over zeggen, doen en (Hollandse waarachtige) wijsbegeerte.
  • We leren meer over Leentje, en over Wouter's bijzonderheid in 377, en over juffrouw Laps, en Wouter wordt bepreekt door huisdominee, Stoffel en juffrouw Laps.
  • In 379 wordt Meester Pennewip beschreven, gevolgd door een verklaring in 380 dat onanie heel schadelijk is, ook voor dichters, en een helaas kort overzicht van Pennewips sociologisch klassificatie-systeem in 381
  • We bezoeken een "avendje" van juffrouw Pieterse in 381b en krijgen informatie over standsbesef.
  • Wouter heeft een vers gedicht (382) en droomt van Fancy bij de molens (383-384).
  • Meester Pennewip kijkt de dichtoefeningen van zijn leerlingen na (385), en zijn pruik heeft veel te lijden.
  • Het salie-avondje van juffrouw Pieterse begint (386), en we krijgen de verschillen tussen een mevrouw, een juffrouw, en een vrouw geduid.
  • Vrouw Stotter wordt behandeld als algemene baker van 't mensdom (387), en we leren over het schrijven in dialekt, ook i.v.m. Napoleon (390).
  • Juffrouw Laps wil oefeningen, en Stoffel legt uit dat "baker" mannelijk is, en juffrouw Laps een zoogdier (391), wat juffrouw Laps heel boos maakt (392).
  • Meester Pennewip verschijnt op het salie-avondje om te klagen over de ondeugdelijkheid van Wouter's gedicht; juffrouw Laps verklaart dat "Van dien Wouter komt nooit wat goeds. Men begint met 'n bybel, en eindigt met... wat anders.", en juffrouw Laps blijkt toch een zoogdier ondanks een vader in de granen (393).
  • De lezer leert wat over de goddelijkheid van baker Stotter, met informatie over dominee Zieleknyper (394) en er komt een wapenstilstand tussen de huizen Laps en Pieters (396).
  • Dit geeft ruimte de lezer voor te lichten over de grote voortreffelijkheid en bekendheid van Pennewip's school, en de slechtheid van Wouter en zijn Rooverslied. "'t Heele gezelschap lag in zwym. " (397)
  • De lezer krijgt een overzicht van de hoofdpersonen in WP en een beschouwing over Neerlandse dichtkunst (398), verneemt iets over bekrompenheid en waarom M. schrijft (399), en krijgt meer te horen over M.'s motieven (400), gevolgd door een uitleg waarom Wouter geboortig is in een bekrompen omgeving (401).
  • M. legt uit waartegen hij strijdt ("Ik trek te-velde tegen al wat op zedelyk, maatschappelyk en staatkundig gebied klein, gemeen, bekrompen of benauwd is."), en behandelt de bochels van doorsnee-Nederlanders (403).
  • We krijgen een karakterstudie van Wouter (405), en vernemen iets over een sprookjesachtige herkomst: Wouter is zowel prins (406) als god en heeft een hemels zusje (407), dat Omikron heet, en moet het voor het moment en als straf een taak doen met juffrouw Pieterse als moeder (409).
  • Iets over Wouter's bestrafte hemelse zusje en Fancy (410). Wouter wil dat zusje graag zien, Fancy sluit het niet uit, en Wouter wordt wakker (412).
  • Bezoek van de huisdominee en juffrouw Laps, met een beschouwing over uitspraak en de diepere zin van bijbels taalgebruik (413), gevolgd door het een en ander over godsdienst, inclusief theologisch doctor Klesmeyer in 414 - 422, gevolgd door iets over "de kennisse des goeds en des kwaads" (423), en iets over 't houden van vogels en kinderen (438).
  • Leentje zoekt Fancy zonder succes, en Wouter verlangt naar z'n hemels zusje (439).
  • Wouter mag weer naar Pennewip's school, krijgt katechizatie van een nieuwe dominee, mag op bezoek bij een feestje van de Hallemannetjes, en vraagt Emma ten huwelijk (441).
  • Emma heeft een te intense band met haar moeder voor een huwelijk, en Wouter bepeinst of Emma z'n zusje is en leert iets over verkering (442)
  • Wouter vertelt een sprookje, ook over z'n hemels zusje (444), en springt, zonder te kunnen zwemmen, de kleine Emma na, die in het water valt.  Beiden worden gered, en juffrouw Pieterse meent "dat er met dien jongen altyd wŗt was" (445)

IdeŽn II

  • Wouter wordt redivivus verklaard (510) en de hele familie Pieterse is verhuisd naar een betere buurt. Iets over beter taalgebruik; Wouter heeft nu een ander jasje, niet meer met een juk- maar met een palfrenierskraagje, en wordt achter z'n rug om geroemd om z'n rijmkunsten. Wouter is ondertussen 12 en heeft lange Ceciel, Emma en Omikron overwegend vergeten. Juffrouw Laps wil Wouter aan het rijmen zetten tegen betaling van een ons ulevellen
  • We leren dat juffrouw Pieterse meent "dat er van dien jongen nooit iets komen zou" (512) en het lukt Wouter niet een passend vers voor juffrouw Laps te maken. Hij gaat weer naar de Aschpoort, barst in schreien uit, leert Femke kennen, die dan 14 ŗ 16 is, en houdt haar aanvankelijk voor Fancy. De lezer leert Femke's moeder kennen, die vrouw Claus heet, en ruim voorzien is van neven en nichten, en van Pater Jansen verhaalt. Wouter past op Femke's bleek, vecht ervoor tegen twee jongens, en wordt ontzet door Femke, die hem kust voor z'n moed. Femke geeft les in katholieke katechizatie. De lezer leert wat over god en godsdienst en ook dat Femke een maagd is. Wouter peinst over eerste oorzaken en wordt vergeleken met Plato en Kant.
  • Over beminnen, weten, strijden, en over waarheid, geschiedenis en mythe (513), en iets over kennis en liefde: "Ziedaar Eva! was 't eerste antwoord dat de feiten gaven op de bede om kennis. ĎGe wilt weten... bemin!í sprak de Noodzakelykheid tot Adam." (517).
  • De niet-mooie boeken des geloofs komen ter sprake; Wouter vertelt Femke over Glorioso en een Inca-sprookje; en Femke geeft Wouter als dank een zoen. (518)
  • Wouter droomt dichterlijk over Femke, en wordt ziek. (519) Z'n zusters hebben deftiger namen gekregen, Wouter ijlt van de koorts, en Stoffel vindt dat er een dokter moet komen. Deze komt, in 'n koets, met 'n koetsier met 'n berevel, tot vreugde van juffrouw Pieterse.
  • Er komt een nieuw avendje. (520) We leren van Stoffel dat "Ieder moet op z'n zaken passen". Meester Pennewip verwijst juffrouw Laps naar Klaasje van der Gracht voor een vers, omdat Wouter ziek is, en omdat juffrouw Lap's vader factor was. Femke komt op bezoek bij Wouter's familie, omdat ze zich ongerust maakt over Wouter, en nadat ze zijn adres via de boekenzaak aan de Hartenstraat en z'n vorig adres te weet is gekomen. Femke wordt de deur gewezen, maar verzet zich, en Wouter valt bezwijmt voor haar voeten.
  • De familie Pieterse verhaalt op 't avendje van Femke's wandaden, en Klaasje van der Gracht, die teveel van zichzelf genoten heeft, zegt een vers op vol Bijbelse kennis, maar juffrouw Pieterse krijgt morele problemen vanwege de bijwijven, al zijn deze heel Bijbels. (521)

IdeŽn V

  • Wouter is herstellende van zijn ziekte (1047), en we leren iets over prenten en de gelaatskleur die bij melancholie past. We horen kort iets over de geschiedenis van de deugdzame Genoveva (meer in VII).
  • Wouter droomt weg over de prenten van dokter Holsma, en verloochent Femke voor het eerst. Petrus komt ter sprake. (1049)
  • Over de kinderachtige pluimmuts waarmee Wouter niet door Femke wil gezien worden, en hoe Wouter's neus hem aan Femke deed denken, die ook op zijn prent van Ophelia leek. (1049b)
  • Wouter leert over toneel via Stoffel en Leentje, en de lezer leert over godsdienst. (1049c)
  • Meer over het toneelstuk over de Onechte Zoon, de slechtheid van wellust, en over de voortreffelijkheid van de Amsterdamse Stadsschouwburg (1050)
  • Wouter is geheel hersteld, en juffrouw Laps en meester Pennewip verschillen van mening over de deugdzaamheid van toneel (1051c).
  • Iets over juffrouw Laps' geloof en karakter (1052).
  • Meester Pennewip introduceert Floris V bij juffrouw Laps, en weidt uit over de schoonheid van Bilderdijk's Nederlands (1052a).
  • Pennewip laat Floris V achter bij de Pietersens (1053). Wouter vindt Glorioso mooier, en Multatuli legt uit waarom Wouter daar gelijk in heeft. (Alleen 't begin van 1053 betreft Wouter. Overigens is 1053-1058c M's afslachting van tekst, boodschap, moraal en meer van het toneelstuk "Floris V" door mr. Willem Bilderdijk, Groot Nederdichter en Groot Vaderlander,gelijk de lezer desgewenst kand leren, ook als proeve van literaire kritiek. Dit behoort echter niet tot de Wouter-geschiedenis. Maar 1054a - bijvoorbeeld - is heel amusant.)
  • Wouter en familie gaan ter kerke om te danken voor Wouter's herstel, en juffrouw Laps nodigt Wouter uit haar te bezoeken (1059). Wouter moet naar juffrouw Laps (1059b), maar gaat snel weer weg en loopt dromend van Femke rond. Hij durft Femke niet te bezoeken.
  • Wouter gaat op bezoek bij dokter Holsma, beleeft een saturnalie, en mag mee-eten, en leert dat niet alle Nederlanders bidden. Ook leert hij van mevrouw Holsma dat "Ieder moet handelen naar z'n overtuiging". (1060)
  • Dokter Holsma heeft juist gezien dat Wouter "hoogst-intelligent" is, en leert Wouter dat "Ieder moet handelen naar z'n overtuiging. En om tot overtuiging te geraken, moet men veel onderzocht hebben." (1060a)
  • Meer lessen voor Wouter bij de Holsma's: Magellaan en homo homini lupus, ontstaan van de taal, menselijke omgang. (1062)
  • Wouter wordt iets zelfstandiger (1063) en schept moed bij Femke op bezoek te gaan. Hij geeft haar zijn gekleurde plaat van Ophelia, en leert van haar moeder dat z'n kraagje "slordig geblauwd" is. Femke vertelt dat zij en haar moeder eigenlijk "van beste familie" zijn, en dat haar moeder "de gewoonte niet, met menschen omtegaan" heeft. Wouter legt Femke uit dat hij haar graag koningin in Afrika maakt, om te zorgen dat "er in 't heele land geen onrecht geschiedde", en vraagt of zij zijn vrouw wil worden. Dit maakt Femke aan het lachen, maar ze wil wel Wouter aannemen als haar "vrindje", maar hij moet dan wel binnen 3 maanden de knapste op school zijn geworden. Hier slaagt hij in.
  • M. neemt zich voor in 1065 zich in "den zieletoestand van 'n bleekmeisje" te verdiepen. We leren in 1067 dat Femke "in werkelykheid nooit moeder geworden is", al weet ze al het een en ander "omtrent mysterien van 't geslachtsleven". M. merkt op dat Femke's onschuld niet bestaat in haar "physische maagdelykheid", en stelt dat meisjes sexueel voorgelicht behoren te worden en dat "ook 't begrip: zedelykheid, is verdraaid".
  • We krijgen een behandeling van Femke's gezonde hysterie i.v.m. Wouter (1068) en leren over liefde als "zucht om goed te zyn ", en over de verkeerd geleide vormen van hysterie  "die... allergunstigst werken op 't vullen van kerken, kloosters, tuchthuizen, krankzinnigen-gestichten en nog andere etablissementen van publieken aard". Ook leren we dat "Deze inrichtingen danken sedert eeuwen haren bloei, niet aan de lieve geslachtsdrift, maar juist aan 't verfoeilyk knotten en verminken van geslachtsdrift."
  • M. deelt mee in 1069, ook in het kader van hysterie, dat "Publieke vrouwen, byv. zyn zelden byzonder wellustig" en refereert naar statistiek als bewijs. We leren iets meer over Femke's onschuld in 1073 en 1074.
  • Wouter is uitgeleerd bij meester Pennewip en moet een beroep kiezen. Hij mag niet naar zee, en wil van allerlei niet. (1075)
  • Wouter moet geld verdienen, en omdat hij "geen genie" heeft voor 't onderwijzen, wordt besloten "dat Wouter byzondere geschiktheid had voor den handel". (1079)

IdeŽn VI

  • Wouter gaat van school (1081), Multatuli merkt iets op over zijn eigen chronologie (1090), en Wouter krijgt z'n eerste baantje bij de fa. Motto, Handel en Cie. (1094).
  • Wouter gaat weer op bezoek bij de Holsma's (1101), leert over massa's (1107) en past de kennis toe in een zelfstandige daad (1113). Ondertussen merk ik wat op over rollen in 1112.
  • Wouter peinst over God als Stern in de Max Havelaar (1118) en ontmoet Femke's moeder opnieuw, evenals pater Jansen (1120). Ook komt er een tweede betrekking voor hem (1121), bij de fa. Ouwetyd en Kopperlith. 
  • Multatuli legt een logisch-wiskundig principe uit dat later bekend werd (1123), en een keizer, koningen, prinsen, prinsessen en paltsgravinnen bezoeken Amsterdam (1127), wat aanleiding geeft tot veel echt-Hollandse karaktervastheid (1128), en met zich mee brengt dat Wouter op tafel komt te liggen voor ogen van de Holsma's (1129).
  • Wouter verloochent Femke (1131), juffrouw Pieterse is blij dat Wouter weer bij de Holsma's was (1132) en juffrouw Laps bezoekt Wouter's familie met het doel Wouter te verleiden (1134), aanvankelijk met enig succes (1139), al verschijnt Wouter wel voor haar in de pluimmuts waarin hij niet gezien wilde worden door Femke (in 1049b).
  • We krijgen meer te horen over Juffrouw Laps' verleidingskunsten (1140), over prinses Erika (1146) en de historie met Klaas Verlaan (1152) en over het nut van voetzoekers (1153).
  • Wouter meent Femke 's nachts op straat te zien en verlaat juffrouw Laps (1158), en ontmoet vrouw Gooremest, Klaas Verlaan en prinses Erika (1159) en er is ook weer sprake van echt-Hollandse vaderlandsliefde en karakter (1161-1), terwijl prinses Erika, die door Wouter aangezien wordt voor Femke (van wie veel sprake is in deel 6, al krijgen we haar in het hele deel niet te zien), Wouter tot zijn grote vreugde "Mein Bruder" noemt. (1160-2)
  • Wouter is verliefd (1161-2), zwerft door de stad, en valt in slaap bij het huisje van Femke's moeder (1165-1), die hem daar vindt, onder de pomp zet (1167), en in Femke's bed te slapen legt, waar hij bij het wakker worden een hemelse boodschap krijgt (1169). Ik ontsluier een  mogelijke betekenis van de naam van vrouw Claus (1167) en de lezer krijgt wat meer commentaar over rollen van mij in 1171.
  • Wouter ontmoet dokter Holsma weer (1173), en mag met de Holsma's mee naar de Amsterdamse Stadsschouwburg (1176), waar de lezer meer leert over het Hollands volkskarakter (1178), en waar prinses Erika Wouter een kushand en een takje rozenknopjes toewerpt, en Wouter flauwvalt van aandoening, ook in aanwezigheid van Napoleon (1182).
  • Juffrouw Pieterse is heel blij dat Wouter bij dokter Holsma logeert (1185), en Wouter krijgt een aantal levenslessen en raadgevingen van dokter Holsma (1186), en begint aan zijn tweede betrekking, bij de fa. Ouwetyd en Kopperlith, waar hij in Ideen 6 voornamelijk leert wachten (1190), maar ook althans iets mogelijk nuttigs doet voor de familie van z'n baas (1204), wiens zeer interessante echt-Hollandse familie en ondergeschikten we aan het eind van Ideen 6 leren kennen.
  • Wouter leert het kantoorleven kennen (1206), en z'n hoogste baas, de oude heer Kopperlith (1207), en Wouter begint te begrijpen dat het kantoorleven geen leerrijk of vreugdevol bestaan is (1208).
  • Er valt wat te leren wat over menselijke waarde van kantoorvolk (1209) conform de wijsheid van de oude Gerrit, en de lezer verneemt iets over parelduikers (1209a).
  • Wouter doet Dieperse levenswijsheden op over het carriŤremaken en huichelarij (1210), al is er twijfel over de toepasselijkheid van de laatste term; de lezer leert het e.e.a. over de oude mevr. Kopperlith, en ikzelf weid enigszins uit over rollen onder 1211.
  • Huize Kopperlith neemt zich voor vakantie te gaan houden in hun eigen Buitenplaats, en de lezer leert van gewichtige problemen hiermee (1212), en ingenieuze oplossingen ervoor, en van de stamboom Kopperlith (1213), en Wouter leert dat ook hij de Kopperlithse Buitenplaats mag bewonderen (1214).
  • Wouter krijgt lessen in de handel van meneer Wilkens (1215), ontdekt dat z'n eigen familie aantrekkelijker is geworden (1216), en leert van juffrouw Pieterse hoe goed hij het heeft getroffen, en van Gerrit dat hij 'een smeerig papiertje' moet gaan innen, in 'de Joodenhoek' (1217).
  • Over hoe busrecht en sexuele opvoeding kunnen samenhangen (1218), en hoe Wouter getraind wordt in leren wachten. Iets over het geheime woord (1219); de handel in bedrukt katoen en handelsreizen (1220); en typische kantoormoraal (1221).
  • Wouter bereidt zich voor op de gevaarvolle tocht naar "de Joodenhoek" (1222), waarvan de lezer een fraaie beschrijving krijgt (1223), gevolgd door enige bespiegelingen over en oproepen aan Joodse burgers (1224).
  • Beschrijving van een oude Jodin (1225); haar handel en achterkleinkinderen (1226); Wouter's vriendelijkheid; ook met enige bespiegelingen over de handel. Wouter ontmoet de joodse handelaar Roebe Roebens, int het "smeerig papiertje", en wordt toch niet opgelicht.
  • Problemen van de oude mevrouw Kopperlith en een nieuwe taak voor Wouter (1227-1), die hem  onderwijst in de deugd van geduld (1228).
  • Wouter doet z'n best (1230), Multatuli zegt iets over Wouter's begaafdheid, en Wouter en de lezer ontmoeten Gus Halleman opnieuw (1231).
  • De Kopperliths gaan op vakantie (1232) en Wouter is wel ongeveer uitgeleerd, verveelt zich, komt in aanraking met de ondeugd, en ontloopt Femke (1234).
  • Wouter mag naar "Groenenhuize", de Kopperlithse Buitenplaats (1235), de lezer wordt beleerd over buitenplaatsen (1236 ff.), en Wouter wordt er ontvangen (1243), leert weer wat over z'n eigen plaats, en wordt onthaald op een heerlijke proeve van waarachtige Neerlandse konversatie (1244).
  • Wouter is het poŽtizeeren verleerd (1245b), lost al spelende een ingewikkeld economisch vraagstuk op (1246), en mag meerijden op een toertje, waarbij hij de parasol van Hersilia Kopperlith ruÔneert, waarna Wouter boos en beschaamd wegvlucht (1247), op zoek naar geld om de aangerichte schade terug te betalen.
  • Na enig zoeken vindt Wouter te Haarlem een logisch begaafde kleerenjood die hij z'n jas en hoed verkoopt om de geruÔneerde parasol te kunnen vergoeden (1248); peinst over z'n eigen gebreken (1249) en over zelfmoord (1250), en besluit naar Femke te gaan.
  • Bij de woning van vrouw Claus en Femke ziet Wouter iemand die hij voor Femke houdt met een matroos (1251). Wouter wordt jaloers, en komt met vrouw Claus te spreken, die niet ingenomen is met Wouter's tweedehands jas en hoed. Pater Jansen verschijnt; vrouw Claus legt Wouter het e.e.a. uit dat hem aan prinses Erika doet denken, en Wouter mag met geld van de prinses en met pater Jansen naar Haarlem om z'n eigen kleren terug te kopen (1253).
  • Op weg naar Haarlem bezoekt Wouter een moordhol dat een kerk is (1254), ontmoet Styntje (1260), en leert wat over bedelaars (1260b) en over Styntje's levensloop (1260d).
  • Na een preek van pater Jansen (1261) ontmoeten Wouter en Jansen een hoerenmadam (1270) die ruzie heeft bij de trekschuit naar Haarlem, en twee meisjes bij zich heeft voor inlijving in het ambacht dat ze bestendigt (1271). Wouter helpt een arme vrouw financieel (1273); de lezer leert wat over orgelmannen, hun gezin en hun gezang (1276), en verneemt tenslotte dat pater Jansen, Wouter en de twee jongedames teruglopen van Halfweg naar Amsterdam, kennelijk geldeloos na de meisjes vrijgekocht te hebben (1282).

Bundel VII is de laatste bundel IdeŽn, zodat eeuwig onbekend zal blijven hoe Multatuli zich het vervolg van de Wouter-geschiedenis voorstelde.

Wouter puntsgewijs.