Hoofdstuksamenvattingen van Woutertje Pieterse.   


Woutertje Pieterse
, in de Ideen :

De geschiedenis van Woutertje Pieterse is een integraal onderdeel van de Ideen (zoals ik spel, in navolging van Multatuli's drukkers, die meestal kennelijk geen e's met trema's hadden), waarvan het een onderdeel is in alle bundels behalve III en IV. Er zijn verscheidene uitgaves geweest van "De geschiedenis van Woutertje Pieterse" o.a. door zijn weduwe. Multatuli presenteerde de geschiedenis van Woutertje Pieterse als een soort hoofdstukken zonder titel maar met gewoonlijk cursief gezette vaak ironische samenvattingen van het hoofdstuk, dat zich vaak over meerdere ideen-nummers uitstrekte, en onderbroken kon worden met ideen die weinig of niets met de Wouter-geschiedenis van doen hebben.

Wat volgt zijn Multatuli's hoofdstuk-samenvattingen met de meeste ideen waarin van Woutertje Pieterse wordt verhaald daaronder. Er is ook een wat uitgebreider samenvatting van Woutertje Pieterse in punten.

De bedoeling van een en ander is de lezer een overzicht en selectie te bieden van de ideen die over Wouter handelen, met uitsluiting van de overige ideen.


 
  • 361 (Dit is een soort inleiding tot de geschiedenis van Woutertje Pieterse).
  • Chronologisch-archaeologisch onderzoek naar den oorsprong dezer geschiedenis, en van den naam der hartenstraat. Over PoŽzie in 'n stad wier naam op dam uitgaat. Ongeneeslyke liefde, en vlechten, van valsch haar. De held van deze historie verdedigd tegen 't vermoeden van misdaad. Apothťose van Glorioso. 't Gevaar van den roem, en de veiligheid van 't bovenste plankje. De geduldige Kat van vader Van Alphen, die nooit zooveel geduld noodig had - ik meen de Kat - als de kinderen die z'n versjes moesten leeren - de versjes van Van Alphen, meen ik - en als de martelaars van de ouderlyke ydelheid, die ze moesten aanhooren.

    362 

    Een kort hoofdstuk in vyf deelen, en 'n Idee achteraan. 10 De nederigheid van den schryver, blykende uit de erkentenis zyner onwetendheid omtrent den naam van zekere poort. 20 De invloed van Fransje Halleman op Wouter's heldenziel. 30 Verband tusschen dien invloed en de profetiŽn van Habakuk. 40 Nog iets over Habakuk, met 'n wenk over de onbegeerlykheid van gedrukte perzikken. 50 Groote menschen bezien door de kleine. Iets over de staart van m'n chinees, en de halskraagjes van 't menschdom.

    363

    Een italiaansche roover op 'n buitensingel te Amsterdam. Proefje van 't bitter lyden der deugdzame Amalia. Privat en Jouvin met huwelyken en godsdienstige waskaarsen, de palladia der zedelykheid. Bewys van het fatsoen der Hallemannen, waaruit men tevens kan te weten komen hoe eerlykheid ryk maakt. Korte bespiegeling over gebrek aan ruimte.

    365

    Een hoofdstuk met Ideen er doorheen (219). Verloren suikerpotten en zoekgeraakte bybels voor de rechtbank van 't geweten. De onmannelykheid der natie, volgens Siegenbeek en andere moralisten. De verdiensten en de gebreken van Leentje, beschouwd uit 'n menschenvriendelyk oogpunt. Verregaande onkiesheid van de voorprinselyke spelmethode. Idem van den schryver dezer Ideen. Uitvallen tegen deugdzame vuiligheid. Kappelman's preek over zeggen en doen.

    367 - 369 - 371  - 375

    Kort hoofdstuk zonder Ideen . De hollandsche graven in-verband met de pryzen van 't vleesch, en de ongegronde verdenking van Pennewip's eer. Leentje's onzichtbaar talent om kleeren en zielen te herstellen.

    376

    Weer 'n hoofdstuk zonder Ideen. Diepzinnige achterhoudendheid van juffrouw Laps. Predikatie van Stoffel. Wouter's standvastige trouw aan Glorioso. Roerende terugblik op Scelerajoso's dood, dien we, om 't gevoel des lezers te sparen, en wegens zeer uitgebreide binnenlandsche betrekkingen, slechts lieten gissen in 365. Fatsoenlyk sterfgeval van Glorioso. De laatste Koning van Athene. Bedorven magen en verscheurde trommelvliezen, voorgesteld als gevolgen eener eigenaardige stofwisseling.

    377

    Beschouwingen over de manier om 'n groot man te worden. Bezoek by m'sieu Willairre die zoo knap was. Uitstapje naar Artis. Vervolg en slot van de apenstudie in 214 en 215. Twee stokpaardjes. De lezer wordt bedreigd met verzen, en uitgenoodigd tot wat lof over de kunstige wyze waarop de schryver, na tuchteloos dwalen, hem terugbrengt naar Wouter.

    378 - 379 - 381

    Voorbereiding tot 'n avendje. Rolverdeeling. Stryd tusschen willen en zyn, geopenbaard in 'n kindermymering (daguerreotiep). Moddersloots-droomen, stroohalm-wedvliet, eenden-oorlog en molen-vertellingen, eindigende met 'n luchtreis.

    381b - 382383 - 384

    Dichtoefeningen, pruikevreugd, pruikeverdriet en pruikewanhoop.
     
    385

    Een salieavendje met wysgeerige zysprongen op 't gebied der kunst. Dergelyk uitstapje naar PompeÔ, vi‚ Fontainebleau. Mogelyke promotie van de baker. Vreeselyke gaping in de geleerdheid van den Schryver, die niet eens weet wat Wimpie geantwoord heeft en wie er schelde. Stoffel's zoŲlogische geestigheid, oorzaak van 'n laatsten punischen oorlog. Pennewip homoeopaath en vredestichter malgrť lui. Arme Wouter!

    386 - 387388 - 389 - 390 - 391 - 392

    Nasleep van den ŗllerlaatsten punischen oorlog. Nederlaag van Hanniballaps door Scipio-Pennewip. Politiek baskule-systeem. Litteratuur van de toekomst. Buitenkansje voor den lezer, die hier allerlei gewichtig nieuws verneemt dat nog gebeuren moet.

    393 - 394

    Ontwikkeling der oorzaken van den lankwyligen vrede in Europa, waaruit tevens (Alles Is In Alles!) den lezer 't nut blyken kan van de gezette studie der salieavenden. Vervolg en slot der dichtproeven, zeer geschikt voor rederykers en andere knappe versŲpzeggende kinderen. Arme Wouter... neen, ryke Wouter!

    396 - 397

    Nauwkeurig bericht omtrent den toestand der hoofdpersonen van deze geschiedenis, na de katastrofe. Malle uitval van den schryver, zeer geschikt om de genegenheid van Publiek te winnen, en dat monster overtehalen tot vernieuwing van z'n abonnement.

    398 - 399 - 404

    Wat vluchtige karakterstudie, gevolgd door 'n zot sprookje.

    405 - 406 - 407 - 408 - 409 - 410  - 411 - 412

    Plechtig bezoek van huisdominee, dat anders afloopt dan de scherpzinnigste lezer kan voorzien. Taal, genade, 't huis op den hoek, de gekompromitteerde vrouw uit Babilon, prikkelslangen, napreek met gevoeligheid... arme Wouter!

    413

    Een treffende vogelhistorie, met 'n wenk over 't nadeel van hoefyzers als voedsel. Doorslaand bewys van Wouter's beterschap, blykbaar uit 'n kerkelyk getuigschrift. Wouter's eerste uitgang. Zyn studie in de liefde. Kongrevische vertelling die důůrbrandt in water.

    438 - 439 - 440 - 441 - 442 - 443 - 444 - 445

    Wouter Pieterse redivivus. Groote verandering in de familie. Wouter's benoeming tot lyfpoŽet van jufvrouw Laps. De bergen in AziŽ, gebruikt als behoedmiddel tegen europesche verwaandheid.

    510

    Wouter's eerste les in verzemakery, en z'n 1001e in nederigheid. Belangryke ontmoeting van 'n waschvrouw en haar dochter. Onderricht in 't alleen zaligmakend geloof.

    512

    Een zonderling hoofdstuk, dat echter in nauw verband staat met Wouter's geschiedenis. Mythe en Historie. Waarheid en leugen. De Nederlandsche volksvertegenwoordiging en waarheid. Beminnen, weten, stryden, de hoofdneigingen van individu en mensheid.

    513

    Waarheid in legende.

    517 - 518

    Wouter's droom.
     
    519

    WeÍr een avendje.
     
    520 - 521

    Extra-fine-superior-water-colours... warranted! Oude en nieuwe prenten. Stoffelsche wyshedens. Mensch-grammatica en taal-psychologie. Rst en Str.

    1047 - 1048

    Bevolking-statistiek van een onbekend Keizerryk. De geest van Femke komt manen, en wordt in die funktie welwillend bygestaan door Wouters neus. We staan voor 't kleine te laag. Rehabilitatie van Petrus. Ophelia zonder vlekken... niet warranted voor de toekomst. Beschouwingen van Stoffel en Leentjen over dramatische kunst. Hoe Salomo en Mozart ver-amsterdamd geworden zyn.

    1049 - 1049a - 1049b - 1049c - 1049d

    Vervolg: Onechte Zoon, gekompliceerd met 'n echt zilveren doosje, onechte eerlykheid, echte naÔveteit van Leentje, onechte bravigheid der juffrouwen Pieterse... alles uitloopende op 'n verhandeling over watersnood.

    1050

    DivagatiŽn over ziellooze politiek. De uitgehongerde geest van Leentje, spokend op 't graf van regeerders die 't beneden zich rekenen acht te slaan op de behoeften van het Volk. Laps versus Pennewip. Wouters embryologische studiŽn.

    1051c

    Lapsen-triumf. Galgebrokken. Weldadighedens in extremis. De roem van Floris V gestaafd door de verhevenheid van 'n komma. Letterkundige oefeningen onder de leiding van meester Pennewip. Idem... van den auteur. Halsbrekende psychologische studien in 'n koffihuis. Wouter's arglistig gebed.

    1052 - 1052a - 1052c - 1053

    Over middelpuntschuwende en aantrekkende krachten, negatieve en pozitieve polen of zoo-iets, blykbaar in 'n paar bezoeken die Wouter byna niet aflegt.

    1059 - 1059a - 1059b

    Onze held legt weer 'n bezoek af, en woont akelige tooneelen by. Sporen van kannibalismus in Europa. Saturnalie op dokters studeerkamer. Vreeselyk tafreel van kinderen die hun vader mishandelen. De lotgevallen van 'n vl‚lepel, met 'n handleiding tot het begraven van ongelukken. Olivier van Noort kan den doortocht naar 't gesprek niet vinden.

    1060 - 1060a

    'n Oude historie uit Straat Magellaan, niet ontoepasselyk op andere straten.

    1062

    Een splinternieuwe gradus ad Parnassum, niet precies dezelfde die Faust ten-geschenke kreeg van Mephisto. Twee ouwerwetsche spiegels voor hedendaagsche spelprofessers. Wenken omtrent 'n meer nieuwerwetsche wyze van taalbeschouwing.

    1063

    Over produktiekosten van arbeid op 't gebied van den geest. Niets over Atjin. Onderzoek naar de oorzaken waarom Femke by zekere gelegenheid niet gelachen heeft.

    1065 - 1067 - 1068 - 1069 - 1073 - 1074

    Wouter moet 'n beroep kiezen. Advies van den auteur, dat waarschynlyk door Jufrouw Pieterse niet zou begrepen worden, en dat-i daarom maar in vertrouwen meedeelt aan den lezer, op hoop van beter.

    1075 - 1079

    De keerzy van den roem. Wouter's begrippen over kommanditair wereldbestuur. Oorzaken van 'n ergernis die, vi‚ Missolunghi, uitloopt op Femke en 'n Idee over dichters en genien.

    1081 - 1083 - 1084 - 1085

    Wouter's eerste studien in menschenkennis. Il y perd son latin. Leentje's extra-woordenboeksche bydrage tot de kennis der nederduitsche taal. Een half dozyn verbazingen.

    1088

    Wouter's intrede in 'n brok van de werkelyke wereld. Taalkundigheid van den auteur, blykbaar in 't vinden van den oorsprong van 't woord hypotheek, dat geboren is op den Zeedyk te Amsterdam. Muntslag. Zaken! Gods vinger in 'n leesbibliotheek, naast snuif en tabak.

    1089 - 1090 - 1091 - 1092 - 1094

    Over zekere digestie-verschynselen, en de betrekkelyke bruikbaarheid van slecht voedsel. De auteur geeft 'n raadseltjen op. Klassieken.

    1095 - 1096 - 1097 - 1101 - 1103 - 1107 - 1110

    Strabbe's regula van Ďmengingí onder de oogen gezien, in-verband met de manier om onbruikbare zedelyke thee te krygen, tegen zůůveel 't pond verkoopbare... fiktie. Onsmakelyke bywoorden. Bespottelyke heldenmoed die van beter getuigt. Alweer Juffrouw Laps!

    1111 - 1112 - 1113 - 1114 - 1115 - 1116

    Toulon est lŗ! Woedende uitval van den auteur tegen monologen, met 'n afschrikkend voorbeeld ter adstructie. (De uitval is gesupprimeerd, en de lezer krygt vandaag alleen 't voorbeeld.) Gesprekken op den Olymp, waarby Jupiter 't wel eens zou kunnen te-kwaad krygen als-i zich waagde aan 'n antwoord. Boterammen, onderbroeken, yverzucht en 'n pastoor, alles opgeluisterd door volslagen absentie van godzaligheid.

    1117 - 1118 - 1119 - 1120

    Het verregaand liberalismus van juffrouw Pieterse is oorzaak dat de lezer ditmaal niet te weten komt waarom pater Jansen zoo doof was aan z'n linkeroor. ĎDat is Gods vingerí en: Ďis 't niet, of er 'n Duivel in 't spel is?í eenigszins toegelicht. Als hagel! Platonistische hoestbuien, model-uithangborden van wysgeerighedens: cave!

    1121 

    Voornaam bezoek. Koningen en oliekoeken. De gesprekken van de Ďmassa.í Catapultische inspatting van de Ďmassa.í Oý peut on Ítre mieux? Zweven en vallen. Helaas! De auteur is beschaamd over z'n held, en bevreesd dat dit wel 'ns meer zal gebeuren.

    1127 - 1128 - 1129 - 1130 - 1131

    Over de zedelyke strekking van 't kleerborstelen. Onridderlyke verdichtselen des harten. Godenvingers en duivelsklauwen, tweede editie. De eigenaardige kalmte van 'n kwaad geweten. Iets over driehoeksmeting in 'n bedstee, en maagdepeeren in den Jodenhoek. Hm... zy weer!

    1132 - 1133 - 1134

    Zelfs juffrouw Laps zegt soms 'n waarheid die 't overdenken en toepassen waard is. Dezelfde autoriteit in-zake: menschenkennis. Don Quixote de la Mancha. Goden, duivels en... Fancy.

    1135 - 1136 - 1137 - 1138 - 1139

    De lezer maakt kennis met een der meestberoemde Nederlanders van deze eeuw. ĎEn de Heere zeide tot Satan: zie, al wat myn knecht Job heeft, zy in uw hand! Alleen strek uw hand niet aan hem uit.í Hoe jufrouw Laps door vuur van de straat verhinderd werd deze voorwaarde te breken. Een-en-ander over de kalmte van beschermengelen.

    1140 - 1141 - 1142 - 1143 - 1144 - 1145

    Dit hoofdstuk is gekopieerd uit 'n oud Register der handelingen en besluiten van zekere schutsgodin. Een brok grootwereld. (De lezer kan staatmaken op meer.) 't Verhaal van Klaas Verlaan, den ĎAmstelhavenknecht.í Geleerde verhandeling over voetzoekers. Juffrouw Laps wikt, Fancy beschikt.

    1146 - 1148 - 1149 - 1150 - 1151 - 1152 - 1153

    De leer der doeleinden duidelyk gemaakt door 't achterste-voor zetten van omdatten en opdatten. Hossen! Arme, arme, arme, Laps! Mysterieus standbeeld in de ĎGekroonde Jeneverbes.í Republikeinen in konflikt met de Keizersgracht. Wouter krygt 'n zusje.

    1155 - 1156 - 1157 - 1158 - 1159 - 1160 - 1161-1 - 1160-2

    Een hoofdstuk zonder aventuren, dat gerust kan worden overgeslagen door elken lezer dien 't om voortzetting van de geschiedenis te doen is. Alleen op 't slot wordt de eentonigheid eenigszins afgebroken door 't zonderling lotgeval van 'n kruiwagen en 'n onbillyken droom, 't eenige wat de uitgeputte auteur ditmaal leveren kan.

    1161-2 - 1162 - 1164 - 1165-1

    Lezers die gesteld zyn op deftige poŽzie, kunnen ook dit hoofdstuk weer overslaan. 't Is vol prozaÔsch realismus, zich openbarend in de hydrogymnastische oefeningen van 'n kastalische-fonteinnimf - tevens van beroep: waschvrouw - met 'n ridder in de luur, die 'n brief ontvangt uit den hemel: mirakel!

    1165-2 - 1166 - 1167 - 1168 - 1169

    Nieuwe blyken der verdorvenheid van Vrouw Claus - en van den auteur - in-zake: aesthetika. Een weerbarstige verloren zoon. Hoe 'n verkamerde verpolitiekte verhoofdartikelde Natie den vreemdeling in den schoot valt. Verschyning van 'n muts en 'n Sybille. Geroepen, en... ŗls geroepen! Wouter begint iets van de Ďvier windstrekení te zien.

    1170 - 1172 - 1173

    Omstandig relaas van de ontmoetingen des auteurs op Balmoral, het buitenverblyf van Koningin Victoria, waar deze Vorstin gewoon is buitenlandsche beroemdhedens te onthalen. Femke, nogeens Femke, en - na 'n roerende complainte over den dood van twee genien - weer Femke! Alles opgeluisterd met teleologische opmerkingen over puistjes, vaderlandsliefde, karakter, en verdere menschelyke zwakheden.

    1175 - 1176 - 1176a - 1177-1

    Tekstverklaring van Ovidius, door Willem Holsma. Idem door Rotgans en den auteur. Konflikt op 't Leidsche-Plein tusschen twee potentaten: Napoleon I, en Minos van Kreta.

    Verdienste van 't succes met geestdrift aangebeÍn,
    Kweekt in 't armzalig koor, laaghartigheid alleen.

    1177-2 - 1178 - 1179 - 1179a

    De tuchtelooze auteur - gebrek aan school! - vertelt niets van 't purpren haartje, doch integendeel allerlei zaken die in 'n roman niet te-pas komen. Hy geleidt den lezer langs keizerlyken weg in de kommeny waar Leentje zout moet halen. Verzoeke vriendelyk dit gebrek aan zout niet meer dan driemaal in-verband te brengen met des auteurs schryfmanier.

    1180 - 1181 - 1181a - 1182

    Ariadnisme met modern-burgerlyke verwikkeling. Treurzang over de hedendaagsche onbruikbaarheid van wonderen. Wouter krygt les, en wordt - als de lezer - uitgenoodigd zich 'n tydje te spenen van romantiek.

    1183 - 1184 - 1185 - 1186

    Ochtendmymering. Iets over de beschavende strekking van onkreukbare halsboorden. Non omnibus licet... zonder de minste toespeling op Corinthe.

    1187 - 1188 - 1189 - 1190

    Wacht-oefeningen, als geschikte objektieven voor 'n fotografie-kastje. Nieuwe portretten. Hoestende intree in de handelswereld. Multa tulit!

    1191 - 1191a - 1192 - 1193 - 1193a - 1193b - 1193c - 1193d - 1193e - 1194 - 1200

    De auteur vermaakt zich met meikevers. Wouters rekenkunstige bekwaamheid gewogen en te ligt bevonden. Z'n opleiding in 't vak van Merkurius... den bode der goden. Speldeprikken in 'n windblaas.

    1201 - 1202 - 1203 - 1204 - 1205
    Over al de rytuigen van "papa" en de hoogheid van 'n elsasser konsul "die m'n zwager is." Engelsche nottings en onderscheiden windsoorten, uitloopende in 'n lange verhandeling over 't parelduiken.
     
    1206 - 1207 - 1208 - 1209

    Schetsen uit onwelriekende streken van zekere wereld beneden de oppervlakte der zee, waarby men, o.a. "een man als U, m'nheer!" te aanschouwen krygt. Ook de jongeheer Pompile blyft voortgaan zich te vertoonen in al z'n geurige beminnelykheid van verstand en hart.
     
    1210 - 1211 - 1212

    De auteur houdt 'n schoone verhandeling over den oorsprong van sommige fatsoenlyke voornamen, en kruipt vervolgens tot in de nauwste gaatjes de hoogheid na, van 'n "man als u, m'nheer!"
     
    1213 - 1214

    Vita longa, ars brevis. Plebejervreugd over "gekochte kost". Dekadentie van Herkulanum en Pompeji. Wouter's verdriet over z'n snel begrip. Parafraze van Gerrit op Talleyrand's "pas de zŤle!"
     
    1215 - 1216 - 1217

    Kwajongens. Vloermat-meditatiŽn. Een onhebbelyke barbier en 'n benyd vogeltje. Treffende opmerkingen over vergankelykheid. Champollion. Handel! Onverwachte verandering van 'n geminacht briefje in wichtige dukatons.
     
    1218 - 1219 - 1220 - 1221

    Onmogelykheid een der verhevenste kenmerken van het ware. De roem der hedendaagsche Batavieren, behoudens bataafsche nederigheid eenigszins gestaafd. Handel, Staathuishoudkunde en Petite Voirie uit den voortyd. Nieuw blyk der verregaande insoliditeit van den auteur die, in-plaats van de beloofde dukatons, den lezer afscheept met 'n bespiegeling over gebrek aan israŽlitische kontroverse.
     
    1222 - 1223 - 1224

    Een allernietigst geschiedenisje. Na 't bywonen van 'n middagmaal in de open lucht, wordt de lezer onthaald op 'n moeielyken tocht naar de derde verdieping, waar Wouter nog altyd niet vermoord wordt. Over de teleurstelling van den op romantiek verzotten lezer zal de auteur zich weten te troosten. Quo non ascendam?
     
    1225 - 1226 - 1227-1

    Alweer over 't kleine. Wouter wordt op post gezet voor de zenuwen van "mevrouw." Kent de lezer Gus Halleman nog? Verhandeling over het denken, uitloopende in 'n waarschuwing tegen 't leenen van boeken aan den auteur, die ten-slotte fiasco maakt in colloquia prava.
     
    1227-2 - 1228 - 1229 - 1230 - 1231

    Over zekere volksverhuizing die - by groote uitzondering, voorzeker! - inderdaad heeft plaats gehad. Wouter, al lager en lager zakkende, komt eindelyk te-land achter de "britschka van Papa." Schoone verhandeling over Buitenplaatsen.
     
    1232 - 1233 - 1234 - 1235

    Vervolg: Buitenplaatsen. Wouter wordt begunstigd met het verlof om diepzinnige gesprekken aantehooren, en voor pedant meespreken bewaard door 'n vereerende zending naar de mangelkamer.
     
    1242 - 1243 - 1244

    Merkwaardige genoegens van het Buitenleven. Treurig uiteinde van 'n romantischen droom over wisselkoers, en van 'n parasol. Wouter gaat de wereld in om zeven gulden dertien te zoeken.
     
    1245 - 1245b - 1246 - 1247

    Wouter spekuleert allervoordeeligst in ouwe-kleeren. Snelle wisseling in amerikaansche handelsbeweging, waarschynlyk niet zonder invloed op wisselkoers. Nagedachten. De terugkomst van den verloren broeder.
     
    1248 - 1249 - 1250 - 1251 - 1253

    'n Moordhol. Iets over onttroonde goden, en de vermoedelijke gevolgen van hun afzetting. Uitstap op 't gebied van Liberalismus, naar aanleiding eener fraaie vertelling. Een nederlandsche bluf uit de 17e eeuw, afhankelijk gemaakt van de vraag of pater Jansen en Wouter Haarlem zullen bereiken? (Als 't hoofdstuk te lang wordt, later!)
     
    1254

    Hier komt nu 't ware, echte, oude, onvervalschte katholieke moordhol vol rammelend gebeente en ander slecht volk. De gegrondheid van een stuk nederlandschen volksroem uit de 17e eeuw, afhankelyk gemaakt van de vraag of pater Jansen en Wouter in dit hoofdstuk Haarlem bereiken? Ik geloof het niet, maar de zaak kan meevallen.

    1260  - 1260a - 1260b - 1260c - 1260d

    Preekjen over preeken, en hoe Wouter niet aan 't preeken raken kon. Preek van pater Jansen over 'n preek van pastoor Koens, opgeluisterd door 'n preek van hemzelf. Hoe de auteur woord houdt.
     
    1261

    De auteur, te suf en onvruchtbaar om zelf iets voorttebrengen, staaft in dit hoofdstuk door 't aanhalen en bespreken van oude schryvers - ten-rechte laafbronnen geheeten - z'n aanspraak op de waardigheid van ĎLetterkundige.í Een stuk nederlandschen volksroem uit de 17e eeuw, afhankelyk gemaakt van de vraag of pater Jansen en Woutertje Haarlem zullen bereiken? (Ik weet waarlyk niet of er nu eindelyk plaats voor wezen zal.)

    1262 - 1264
     
    Wouter en deugdzame lezers worden teleurgesteld door Fancy, die 'n lynch-vonnis kasseert. Ter vergoeding levert ze bijdragen tot de physiologie van zekere nijverheid, en benoemt ze Wouter tot trooster van 'n diep bedroefde moeder. De lezer wordt gepaaid met het stuk volksroem, waarop hy al zoo lang gewacht heeft. Of Wouter Haarlem bereikt? De hooggeroemde Brughman verzekert het ons, maar...
     
    1270 - 1271 - 1273 - 1273b - 1275 - 1276 - 1277

    Oorsprong der Vrymetselary. Hoe men 't moet aanleggen om met sommige menschen kennis te maken. Bijdrage tot de ongeloofwaardigheid van 'n oud schrijver.
     
    1282
     
    Hoofdstuksamenvattingen van Woutertje Pieterse.