Prev-IndexNL-Next

Nederlog



Feiten over Sex
Sections                                                                                                                                                                                                                                            
Introduction


Introduction

This is a Nederlog of December 17, 2015.

This is not a crisis file and it is in Dutch.

The translation of the title is "Facts about Sex" and that is indeed what it is. It was written in January of 1980, and handed in for points in psychology, which it got. (I think it was a 9, out of 10 maximal.)

The reasons to publish it here are (1) I have been busy on my autobiography since 2013, and meanwhile have written about the first 40 years of my life, and this was written when I was 29 (over half my life ago), and is intended to be an appendix to part II of my autobiography; (2) I think it may still be of interest to some, because it is original; and also because (3) it was written in consultation with Anna H., with whom I lived then, and with whom I had a very good sexual relation, and (4) it was written at a time when sex was mostly unproblematic (after the pill, before Aids) and also (it seems to me) (5) it was written at a time when sex was more freely discussed and more often done, though I may be mistaken in both judgements (although I think not).

Then again it is here mostly for sentimental reasons; because I think it belongs to my autobiography; and because it is one of the earliest things I wrote (apart from diaries and notes), although there are some earlier things on the site, the first indeed from December 1969. (The first - and only - two articles I wrote in a Dutch national daily in the beginning of 1971 I haven't found so far.)

In any case, the rest of this file consists of the Dutch text of "Feiten over Sex", between the first two horizontal bars, and as it was in 1980, except that most underlinings have been replaced by boldings, and a few corrections of spelling mistakes, and also except for a few notes of 2015 that are at the end. These notes stand between square brackets in the text, and link to the notes.

O, and before I begin (for those who read Dutch): I should say that my Dutch is quite good, but is mostly as I learned it around 1962: I write "sex" rather than "seks", for example, simply because all the revisions of Dutch grammar that have taken place since are rejected by me as stupid and ugly, and as being - really - only there (1) to keep a few academics well-paid, and especially (2) to allow the Dutch schoolbook-industry to print every year, or every second or third year, new editions of ever more expensive schoolbooks with the latest "correct" Dutch spelling. I am against this, and will not take part in the almost wholly idiotic "new rules".



Feiten over Sex

- 1-
0. Voorwoord

Deze tekst is een enigszins herschreven onderdeel van een groter projekt dat er in bestaat feiten en cijfers over sex bijeen te brengen. [1] Indien dit onderwerp ("sex") niet nogal kunstmatig beperkt wordt blijkt er een zeer groot gebied te zijn waaruit feiten en cijfers over sex verzameld kunnen worden. Dit gebied kan handzaam gesplitst worden in de volgende enigszins overlappende deelgebieden:

(1) biologisch en genetisch: over de voortplanting
(2) sociaal-economisch en wettelijk: over huwelijksgebruiken en huwelijks-
     wetgeving; over erfrecht en over sexuele wetgeving
(3) sociologisch en anthropologisch: over vormen van sex, huwelijk, familie,
     en geboorteregeling in (a) verschillende culturen en samenlevingen en (b)
     verschillende sociale lagen van één samenleving
(4) historisch: over de geschiedenis van de vormen van, en opvattingen over,
     sex in (vooral) Europa
(5) statistisch: over wie welke vormen van sex in welke mate waar en wanneer
     bedreef.

Een inspektie van deze deelgebieden brengt drie interessante feiten aan het licht:

(a) Er is, met uitzondering van biologische en genetische kennis, nauwelijks
     gesystematiseerde kennis over sex. [2] Er zijn een aantal nogal specialistische
     deelstudies, zoals geschiedenissen van het huwelijk en van het celibaat; er
     zijn (afgezien van de kennis van verwantschapssystemen) een vrij groot
     aantal nogal incidentele anthropologische gegevens over sex binnen zgn.
     "primitieve" culturen; er zijn een paar o.i. nogal magere klinisch-
     psychologische onderzoekingen (van Masters en Johnson) en er is welgeteld
     één redelijk statistisch onderzoek, nl. dat van Kinsey c.s. [3] (En overigens
     omvatten de beide Kinsey-rapporten tesamen minder dan één-tiende deel
     van één promille van de blanke inwoners van de U.S.A. uit de jaren 40 en
     zijn ze gebaseerd op zelf-reportage van vrijwilligers.) Samenvattend:
     Op een aantal gedeeltelijke uitzonderingen na is er geen systematische
     serieuze kennis over sex. [4]
(b) Er wordt echter wel vaak getheoretiseerd op basis van empirisch niet onder-
     bouwde of aantoonbaar tekortschietende theorieën en/of zgn. "feiten" over
     sex. (We citeren alleen een aantal trefwoorden om de gedachten te bepalen:
     Theorieën geïnspireerd door Freudiaanse, Reichiaanse of Marcusiaanse over-
     wegingen.)
(c) Het is bovendien opvallend dat bestaande bronnen over sex vaak óf niet
     óf onjuist gebruikt worden. Vooral de Kinsey-rapporten worden te pas en
     te onpas onjuist, d.w.z. buiten context of botweg vals, geciteerd of juist
     niet gebruikt als ze wel relevant materiaal bevatten.

Deze drie feiten plus een onafhankelijk daarvan bestaande interesse in het onderwerp vormen de reden voor het bovengenoemde projekt.

Het nu volgende gedeelte daarvan is een stuk van het historisch deel (item (4) van de bovenstaande lijst van deelgebieden) en behandelt de geschiedenis van de vormen en opvattingen over sex in Europa tot de Middeleeuwen. De keuze voor juist dit deel (en tot op vrij grote hoogte) onze presentatie daarvan is bepaald door twee redenen: (1) beide schrijvers zijn reeds meer dan een jaar ziek [5], en (ii) de huidige lengte van het stuk omvat reeds ca. 30 paginaas A-4 met interlinie.

- 2 -

1. Inleiding en Pre-historie

1.1. Inleiding:  Het systeem van regels dat de maatschappij oplegt aan individuen t.a.v. sexueel gedrag. voortplanting en samenleving verschilt aanzienlijk van maatschappij tot maatschappij. Het ligt voor de hand aan te nemen dat deze verschillende maatschappelijke determinanten hebben. Deze aanname en een overzicht van het ons bekende historische materiaal leidt tot de volgende (tentatieve) generalisatie: De twee belangrijkste maatschappelijke determinanten van sexueel gedrag, voortplanting en samenleving zijn ideologie (i.h.b. religie) en bezitsverhoudingen.

Onder "ideologie" verstaan we dan (enigszins in afwijking van het geldend spraakgebruik): Systematische opvattingen en theorieën over (i) hoe/wat de werkelijkheid is, en (ii) hoe/wat de werkelijkheid behoort te zijn. Onder "bezits- verhoudingen
" verstaan we (ook enigszins in afwijking van het geldend spraak- gebruik): Het maatschappelijk geïnstitutionaliseerde systeem van verdeling van maatschappelijke produkten. Binnen het ideologisch kader van (een deel van een) maatschappij worden de sexuele regels en opvattingen geformuleerd en gesanctioneerd; en binnen het raamwerk van de maatschappelijke bezits- verhoudingen krijgen deze regels hun maatschappelijke funktie en betekenis. (Bijv.: bruidschat; erfrecht; maagdelijke bruid als ongeschonden (eerstehands) koop van de man etc.)

Dit zijn natuurlijk generalisaties en definities - geen feiten. Nut, zinnigheid en waarheidsgehalte van dergelijke aannames moeten blijken uit het empirisch materiaal en de theorievorming. Dit zijn echter wel de aannames op grond waarvan we het materiaal gekozen, gerangschikt en geformuleerd hebben en het is dus niet meer dan juist ze vooraf enigszins duidelijk te formuleren.

1.2. pre-historie: Er zijn vrijwel geen gegevens over sexualiteit in de pre-historie, d.w.z. vóór de uitvinding van het schrift in ca. -3000 (jaartallen v. Chr. worden met een "-" aangegeven). Er zijn een aantal afbeeldingen van sexuele aard overgeleverd, en de oudste, overigens asexuele, afbeelding van een vrouw dateert van ca. -16.000.

De eerste mensachtigen (= hominiden) deden hun intrede in de natuur ca. 1 miljoen jaar geleden. Het waren een schaars soort omnivore jagers en verzamelaars, waarvan men aanneemt dat ze vrij vroeg in hun ontwikkeling de taal, het gebruik van het vuur en allerlei soorten eenvoudige werktuigen ontdekten en uitvonden. Overigens veranderde de menselijke status niet veel gedurende de eerste 990.000 jaar = 39.600 generaties van 25 jaar: Wat we beschaving noemen dateert vanaf de uitvinding van de systematische landbouw en omvat tot nu toe niet meer dan een half % van de menselijke geschiedenis. [6]

Over sexuele gewoontes en kindertal in de pre-historie is niets bekend, maar men mag aannemen dat dat de kans op een vroegtijdige dood door ziekte of gebrek zeer groot was: De menselijke soort breidde zich tot voor zeer kort maar zeer langzaam uit, zoals de volgende grafiek toont (bron: Biological Anthropology):

- 3 -

         Aantal mensen
         x 10^9
                    
                   -1.000.000  -800.000  -600.000  -400.000  -200.000    nu    [7] 

De knik in de curve (helemaal rechts) is herleidbaar tot drie hoofdoorzaken: (i) uitbreiding van hygiëne in de 18e en 19e eeuw; (ii) betere landbouwmethodes (teelt, fok, insectenbestrijding) in de 19e en 20e eeuw en (iii) betere medische wetenschap i.h.b. de ontdekking van de antibiotica in de 20e eeuw. (Bron: Science for the Citizen.)

1.3. vergelijking mensen/apen: Er is een indirekte methode om karakter- istieke eigenschappen van mensen/mensachtigen te vinden en dus enigszins gemotiveerd te spekuleren over de pre-historie - nl. door wat bekend is over mensen (i.h.b. over "primitieve" culturen) expliciet te vergelijken met wat bekend is over apen/aapachtigen. De volgende tabel is een enigszins bekorte versie van een soortgelijk overzicht van Washburn en De Vore in Biological Anthropology:


Onderwerp
Mensen/Mensachtigen
Apen/Aapachtige
SOCIOLOGIE                                 

1.Groepsgroote
   - dichtheid
   - bereik

gemiddeld 50-60 per groep;
1 individu per 10 à 20 km²;
territoriale rechten & verdedi-
ging. Reisbereik 500-1000 km²
van 10-200 per groep; 5 in-
dividuen per km²; geen
territorium-verdediging;
Reisbereik 10-20 km².

2. thuisbasis ingerichte verblijfsplaatsen
voor onbepaalde tijd;
voedselvoorraden & zieken-
verpleging
geen redelijk vaste verblijf-
plaatsen; geen voedsel-
voorraden; geen zieken-
verpleging
3. bevolkings-
struktuur

exogame stammen (= buiten
de stam trouwen)
indogame groepjes (in-
teelt)

ECONOMIE


4. voedings-
gewoonten
omnivoor; delen van voedsel;
mannen gespecialiseerd op
jagen; vrouwen en kinderen op
verzamelen
vrijwel geheel vegetarisch;
geen voedseldeling; geen
arbeidsdeling

5. Economische
afhankelijkheid
kinderen langjarig afhankelijk
v.d. ouders; volwassenheid
(biologisch en cultureel) op
laat tijdsstip
kinderen na korte tijd on-
afhankelijk maar op laat
tijdsstip biologisch vol-
wassen

6. organisatie
stammen onderling georgani-
seerd; sub-groepen binnen de
stam o.g.v. familieverbanden

iedere groep onafhankelijk
en gesloten voor buiten-
staanders; subgroepen o.g.v. leeftijd & sexueke voorkeur

SOCIAAL

7. sociale con-
trole
gebaseerd op gewoonte en
moraal
gebaseerd op fysiek overwicht
8. sexueel ge-
drag
vrouw voortdurend sexueel
ontvankelijk; familie gebaseerd
op langdurige man/vrouw ver-
houding; incest taboes
vrouw niet voortdurend
sexueel ontvankelijk; veel-
vuldige partnerruil; geen
langdurige man-vrouw
verhouding

9. moeder-kind
relatie
langdurig; kind hulpeloos en
afhankelijk van volwassenen
kortdurig maar intens; kind
snel onafhankelijk maar lang lage status

10. spel
interpersoonlijk + gebruik van
voorwerpen
vnl. interpersoonlijk
11. communicatie taalgemeenschap
taal essentieel voor ontwikkeling

soortgebonden; vnl. kreten

- 4 -

De "aapachtigen" in de tabel zijn een specifieke soort, nl. bavianen. Zij zijn gekozen omdat hun leefomstandig- heden waarschijnlijk het meest overeen komen met die van pre-historische mens-achtigen. Deze vergelijking van Washburne en De Vore kan dienen als achtergrond voor het volgende lijstje "konstante" menselijke sexuele kenmerken, d.w.z. feiten die bijna zonder uitzondering gelden voor alle bekende samenlevingen en culturen (en dus bij hypothese voor de prehistorie):
  • de kinderen zijn langdurig afhankelijk van de ouders
  • de ouders hebben een langdurige vnl. monogame band (d.w.z. betrekkelijk weinig partners; betrekkelijk weinig "sexuele ontrouw"
  • volwassenen (biologisch geslachtsrijpen) kunnen het gehele jaar door paren (een vrijwel uniek verschijnsel in het dierenrijk)
  • er zijn (maatschappelijk gehandhaafde) incest-taboes = verboden tot paring met nabijstaande familie-leden
  • de vrouw kan tegen haar wil gepaard worden (= verkracht)
  • de man is (maatschappelijk) dominant
Behalve de laatste twee punten zijn deze kenmerken terug te vinden in de tabel.

Tenslotte is er nog een aantal korte opmerkingen over de uitzonderingen op de genoemde kenmerken: Als regel geldt dat kinderen in ieder geval tot hun puberteit van de ouders afhankelijk zijn. Gedwongen kinderarbeid beperkte dit soms. Polygamie = één man getrouwd met meerdere vrouwen komt regelmatig voor, maar polyandrie = één vrouw getrouwd met meerdere mannen zeer zelden. (Polygamie in landen van de Islam en vroeger in China; polyandrie vroeger in Tibet.) Er zijn een paar matriarchale samenlevingen geweest, maar naar aantal en omvang gemeten vallen ze in het niet bij samenlevingen waarin de man dominant is, d.w.z. de belangrijke maatschappelijke beslissingen neemt. Overigens doet men er verstandig aan alle lijstjes kenmerken (dus ook het bovenstaande lijstje) eerder te gebruiken als oriëntatie dan als feit - zoals een logarithmentafel gebruikt wordt: Nooit meer dan bij benadering waar maar soms zeer bruikbaar als vereenvoudiging.

- 5 -

2. De oudste geschiedenis

2.1. inleiding:  Ongeveer -8000  (dus ca. 400 generaties geleden) liep de laatste ijstijd af en werd de systematische landbouw uitgevonden. Dit ging gepaard met een vrij ver gaande arbeidsdeling, waarbij de vrouw waarschijnlijk een belangrijke rol speelde, en had een toenemende welvaart tot gevolg. Welvaart en arbeids-
deling maakten machtscentralisatie, steden, economische markten en een heersende stand van soldaten en priesters mogelijk, en een publiek recht en publieke plichten (zoals belastingen).

Overigens had de uitvinding van de systematische landbouw (= de zgn. neolitische revolutie) geen groot gevolg voor de bevolkingstoename: ziektes en kindersterfte hebben deze altijd zeer gedecimeerd:

         Aantal mensen
         x 10^9

              
                -8000    -6000       -4000        -2000         0            2000   
[7]

De grafiek is weer ontleend aan Biological Anthropology.

2.2. babylonië: Ongeveer terzelfder tijd ontstonden op overeenkomstige wijze op verschillende plaatsen (Babylonië, Egypte, Indië, China) georganiseerde staten: Stuk voor stuk hiërarchische, op slavernij gebaseerde standenmaatschappijen (koning; soldaten; priesters; volk; slaven) met een religieus fundament. Enigszins aangepast heeft dit patroon zich over de hele geschiedenis gehandhaafd. [8]

Babylonië is de oudste bekende staat. Het ontstond ca. -3000 en heeft het oudste bekende wetboek: De Codex van Hammoerabi. Deze Codex dateert van ca. -2000 en bevat 252 artikelen. De meeste zijn van economische aard maar ongeveer een kwart, om precies te zijn 64 artikelen, formuleert het familie-recht. Gezien tegen de achtergrond van een wereld waarin vrouwen als stukken vee verkocht konden worden was de Codex verlicht:

      Codex van Hammoerabi:
  • basis van de familie is het monogame huwelijk, hoewel het de man toegestaan is concubines te houden
  • het huwelijk wordt bij huwelijkscontract gesloten en de vrouw blijft bezitster van haar bruidsschat
  • de man kan de vrouw verstoten = het huwelijk ontbinden door een eenzijdige verklaring (hoofdgrond: een steriel huwelijk). In dat geval kan hij, zo hij wil, zijn voormalige vrouw als slavin in huis nemen
  • de vrouw kan zich door de rechter van haar man laten scheiden in geval van echtelijke verwaarlozing. In dat geval heeft ze recht op schade- vergoeding en mag ze hertrouwen
  • mannelijke ontrouw is toegestaan maar niet met getrouwde vrouwen. Gebeurt dit toch dan dient de echtgenoot van de vrouw afgekocht te worden; de ontrouwe echtgenote wordt bestraft met de verdrinkingsdood
  • de man kan in geval van schulden zijn vrouw en kinderen verpanden d.w.z. in slavernij belenen. Aanvankelijk mocht de vrouw niet langer dan 3 jaar beleend worden, later werd deze restriktie opgeheven
  • abortus is strikt verboden en wordt bestraft met de schandpaal
- 6 -

Bron: Morus. Het verbod op abortus was overigens ingegeven door militaire overwegingen: de behoefte aan soldaten. Het is duidelijk dat in deze wetgeving de vrouw een soort horige rol t.o.v. de man heeft maar dat ze, indien ze althans kinderen baart, wel een aantal rechten heeft. (Kinderen waren belangrijk omdat ze de kans op een verzorgde oude dag vormden.)

De Codex van Hammoerabi was belangrijk omdat ze de wetgeving van de Joden belangrijk beïnvloedde, terwijl de Christenen weer verder borduurden op de Joodse overleveringen: Het d.m.v. de wet regelen van (i) de ondergeschiktheid van de vrouw; (ii) grotere vrijheden op (hetero-)sexueel gebied voor de man en (iii) verbodsbepalingen op abortus heeft een 4000 jaar oude geschiedenis. (Bron: Morus, Cantor.) [9]

2.3. de vrouw: Overigens openbaarde zich in de oudste geschiedenis ook een ander fenomeen dat zich daarna voortdurend herhaalde: Gedurende de gehele europese geschiedenis was maatschappelijke status de belangrijkste determinant in de mate van ondergeschiktheid van de vrouw: De hoogste standen gaven hun vrouwelijke leden een grotere mate van vrijheid en gelijkheid dan de lagere standen; terwijl de laagste standen een door armoede gedwongen gelijkheid kenden. Juist de middengroepen maakten de vrouw ondergeschikt aan de man. (Bron: Morus)

2.4. het incest-taboe: Incest was in de oudheid ook verboden maar het kwam om dynastieke en religieuze redenen nogal eens voor in koningshuizen. Egypte kende veel broer- en zuster-huwelijken (en de eerste vrouwelijke heerser); de Ptolemeërs d.w.z. de troonopvolgers van Alexander de Grote trouwden 300 jaar zonder onderbreking in de familie, kennelijk zonder schade; en de Joden uit de tijd van Mozes stonden broer-zuster-huwelijken tussen kinderen van dezelfde vader en verschillende moeders toe. (Bron: Morus)

2.5. prostitutie: In ieder geval vanaf -3000 tot het einde van de Middeleeuwen gingen religie en prostitutie hand in hand: In de Oudheid waren tempels van allerlei geloven economisch gebaseerd op de diensten van (vaak) zgn. "heiligen": vrouwelijke en mannelijke prostituees met een religieuze funktie. En wat de Middel- eeuwen betreft: De Borgia-paus die de Sint Pieter liet bouwen financierde een belangrijk deel daarvan uit de opbrengsten van de onder zijn supervisie uitgeoefende prostitutie in Rome. (Bron: Morus, Rattray Taylor)

3. Grieken en Romeinen

3.1. inleiding: Het trekken van historische scheidslijnen is voornamelijk een kwestie van conventies. De Grieken en Romeinen zetten hun stempel op de zich ontwikkelende Europese en Klein-Aziatische cultuur van, breed genomen, -500 tot 500. Voor beide beschavingen gelden de eerder vermelde karakteristieken: Het waren hiërarchische op slavernij gebaseerde maatschappijen met een religieus fundament. De Romeinen namen hun cultuur, hetgeen hier wil zeggen: hun technologische know-how, sociale stratificatie-patronen en ideologie (zie 1.1.) voor het grootste deel van de Grieken over, maar verlegden de accenten, vooral wat betreft politiek en filosofie.

- 7 -

In hele brede lijnen kan die accentverlegging wellicht zó geschetst worden: Het  Griekse politieke en sociaal-filosofische ideaal was de stadsstaat; klein genoeg voor de burgers om met elkaar en de stad redelijk bekend te zijn en welvarend genoeg om naar individuele excellentie op het gebied filosofie, wetenschap, sport of kunst te streven. Het Romeinse politieke en sociaal-filosofische ideaal was het  imperium: groot genoeg om een zo groot mogelijke welstand en militaire of politieke excellentie mogelijk te maken. (Wellicht ten overvloede: Deze idealen gelden voor de burgers = de bovenste, maatschappelijk leidende en maatgevende stand.) Bron: De Rijk, Cantor, Mumford.

3.1. houdingen t.o.v. de sexualiteit: Er kunnen in deze tijd (van -500 tot 500) een drietal oriëntaties tegenover sexualiteit onderscheiden worden:
  • de sacramentale, waarin sex een religieuze en positieve rol speelt en middel is tot mystieke ervaringen. Het laatste betekent in deze context: Eénwording met een godheid. Ons aan het Grieks ontleende woord "enthousiasme" (= letterlijk: "in een god zijn") herinnert hier nog aan. On Griekenland was aanvankelijk de zgn. Bachantische cultus wijd verbreid, met Dionysos als godheid en wijn als tweede middel tot mystieke ervaring. In een later stadium traden de mystieke en religieuze componenten van de bachantische rituelen (de bachanalen) op de achtergrond en ontwikkelen ze zich tot het Romeinse instituut der Saturnalia: De lentefeesten, waarin men alle sexuele remmen voor een paar dagen los kon gooien. E.e.a. ging gepaard met verkleedpartijem en is uiteindelijk, als carnaval, in het Christendom ingelijfd.
  • de grieks-romeinse rechtsopvatting, waarin sex een natuurrecht was en een privé-zaak van individuen zonder verder een bijzondere religieuze funktie of betekenis te hebben. Sexualiteit werd geregeld d.m.v. recht en gebruik die o.a. verkrachting en incest verboden; een vnl. economisch gericht huwelijksrecht omvatte en vrouwelijke zowel als mannelijke prostitutie toeliet en reguleerde.
  • de joods-christelijke religieuze opvatting, waarin sex religieus afgekeurd wordt en in een boel uitingen als zondig beschouwd wordt d.w.z. door god verboden en strafbaar. (De Joden hadden overigens geen eenduidige opvattingen over sex.) Bron: Rattray Taylor.
3.2. het huwelijk en het gezin: Huwelijk en gezin waren zowel in Griekenland als Rome vooral een economische relatie tussen mensen, die diende tot het behoud van het privaat-bezit; de verzorging van de vrouw; de bediening van de man en de voortplanting (kinderen als verzorging voor de oude dag).

Vooral in Griekenland werd de voortplanting vaak nogal beperkt door armoede en waren abortus provocatus, te vondeling leggen en zuigelingenmoord geaccepteerde methoden van gezinsplanning. In Sparta bestond, ook door armoede gedwongen, polyandrie en eugenetica: Iedere pasgeborene was eigendom van de staat en werd door een gezondheidskommissie beoordeeld. Indien het kind er te zwak uitzag werd het in het ravijn de Taygetos, voor de wolven, geworpen.

- 8 -

Het volgende overzicht geeft een opsomming van punten die bij Grieken of Romeinen golden:

      Huwelijk
  • Zowel in Griekenland als Rome was het huwelijk, als wettelijk geregistreerde band, aanvankelijk een privilege van de hoogste standen, die daarmee via het erfrecht het bezit binnen deze standen hield. Later veranderde dit in beide gevallen.
  • Zowel in Griekenland als bij de Romeinen was het huwelijk monogaam en ontbindbaar met kinderen als hoofddoel. (Citaat van de filosoof en politicus Demosthenes: "Wij hebben echtgenotes voor de voortplanting; prostituées voor ons plezier en bijzitten voor onze dagelijkse behoeften.")
  • Bij de Romeinen werd een huwelijk oorspronkelijk gesloten door het kopen van een vrouw, i.h.a. van haar vader; later door een huwelijk waarbij de vader een bruidsschat meegeeft die óf zijn eigendom óf het eigendom van de vrouw blijft.
  • Na enige tijd waren in Rome diverse vormen van huwelijk mogelijk, naast eenvoudig samenleven. Huwelijken konden voor een bepaalde tijd afgesloten worden. Het was mogelijk voor het leven te huwen (de zgn. conferratio) maar dit kwam zeer zelden voor en had een bijzondere religieuze betekenis.
      Scheiding
  • Zowel in Griekenland als Rome kon gescheiden worden. Vooral in Rome werd dit met het voortschrijden van de tijd makkelijker. Het kon daar plaats vinden op verzoek van man of vrouw, terwijl er ook de wettelijke mogelijkheid was om een scheiding zonder rechterlijke uitspraak als minnelijke schikking te effektueren.(Dit laatste betekent dat scheiding makkelijker was dan nu in Nederland.)
         Vrouwen
  • In Griekenland en Rome kreeg de vrouw een bruidschat mee die i.h.a. haar bezit was en haar een zekere mate van economische onafhankelijk- heid gaf. (Uiteraard alleen in de hoogste standen.)
  • Vrouwen hadden een vrij grote mate van vrijheid, maar waren maatschappelijk ondergeschikt (met
    uitzondering van het Griekse Sparta). In Griekenland kon de echtgenoot zijn vrouw naar believen verstoten terwijl vrouwen in geen van beide culturen actief of passief kiesrecht hadden, noch toegang tot de belangrijkste ambten.
         Kinderen
  • De man was in Griekenland en Rome in alles was de kinderen betrof heer en meester. In Rome was het aanvankelijk zo dat de familie-vader (pater familias) de absolute macht had over vrouw en kinderen en ze als slaaf kon verkopen of (laten) doden. Later werd deze macht op diverse manieren wettelijk beperkt.
  • In Griekenland moest de man van ieder kind van zijn echtgenote beslissen of hij het wel of niet als het zijne erkende. Deze beslissing, de zgn. amfidromia, moest binnen tien dagen van de geboorte van het kind genomen worden.
          Abortus
  • Abortus was in Griekenland en Rome wettelijk toegestaan. Het werd door invloedrijke filosofen verdedigd en was een zeer normale manier van geboortebeperking.
  • In Griekenland kon de man van zijn echtgenote een abortus eisen. Vrouwen hadden het recht op abortus niet en konden wegens moord vervolgd worden, indien zij het toch deden of lieten doen.
- 9 -

       Adoptie

  • In Rome kon (met onwezenlijke beperkingen) iedere mannelijke Romeinse burger iedere Romeinse burger als kind adopteren. Deze instelling was zeer belangrijk voor het erfrecht en de politiek (heel wat keizers etc. begonnen hun loopbaan als aangenomen zoon terwijl Brutus de carrière van zijn peetvader beëindigde).
Bronnen: Morus, Rattray Taylor

3.3. Hysterie: Hippocrates, de vader van de geneeskunde, was de eerste die de medische aandacht vestigde op het sexueel onbevredigd zijn van vrouwen en daar een verklaring voor gaf. Hij meende dat de hystera = baarmoeder het voornaamste geslachtsorgaan van de vrouw is en dat deze regelmatige stimulatie van mannelijk zaad behoeft. Bij gebrek aan deze stimulatie, zo meende hij, stijgt het bloed de vrouw naar het hoofd hetgeen haar verstand benevelt en haar kortademig maakt - hysterisch, kortom. Zijn kuur was eenvoudig: sexuele bevrediging - nubat illa et morbus effugiet d.w.z. laat haar trouwen en de ellende verdwijnt.

3.4. vrouwen en filosofen: Socrates (-469 - -399) pleitte al voor gelijke rechten van de voruw m.b.t. haar kinderen, terwijl zijn leerling (of volgeling) Plato een utopie (= ideale staat) op papier zette waarin mannen en vrouwen volledige sociale en sexuele rechtsgelijkheid hebben. Plato's leerling Aristoteles meende dat vrouwen biologisch gezien inferieur zijn aan de man, omdat zij zwakker zijn. Aristoteles was ook de eerste die de vrouw een belangrijke rol toekende in de voortplanting. In tegenstelling tot de geldende theorie, die erin bestond te konkluderen dat, aangezien de vrouw geen zaad heeft zij "dus" niet veel anders doet dan het kind van de man dragen en voeden (en dit is natuurlijk een achtergrond voor de meningen over abortus die in die tijd bestonden), meende Aristoteles dat menstruatie-bloed "halfgekookt zaad" is, dat samen met het, overigens superieure, mannelijke zaad de oorsprong van het kind is. (Bron: Morus)

3.5. homofilie: Mannelijke homofilie was wijd verbreid in Griekenland. Althans in de hogere standen was het eerder regel dan uitzondering wat sexuele voorkeur aangaat. Hoewel mannelijke homofilie in alle landen aan de oostgrens van de Middellandse Zee in de Oudheid een vrij normaal verschijnsel was is het niet bekend waarom het in Griekenland zo een grote vlucht nam. In Rome heette het "de Griekse zede" en werd als nogal abnormaal laatdunkend getolereerd. Morus meent dat de oorzaak te vinden is in het asexuele of jongensachtige schoonheids-ideaal van de Grieken; Taylor (een Plato-specialist) meent dat de Griekse vrouwen door gebrek aan onderwijs en kundes voor de Griekse mannen weinig interessant waren; Rattray-Taylor wijst op de Griekse mythe dat alle mensen in feite bi-sexueel zijn en Huxley, tenslotte, suggereert dat het een mode- verschijnsel was.

Hoe dan ook, er was wijdverspreide mannelijke prostitutie door zowel mannen als jongens. Homofilie was wettelijk toegestaan en homofiele prostitutie wettelijk geregeld.

- 10 -

Hoewel de term "lesbisch" teruggaat op de Griekse dichteres Sappho die op het eiland Lesbos een school voor jonge meisjes exploiteerde en op één van hen verliefd werd, schijnt het dat vrouwelijke homofilie veel minder algemeen was in Griekenland (en ook in Rome). Overigens komt dit overeen met het statistische feit dat vrouwelijke homofilie aanmerkelijk minder vaak voorkomt dan mannelijke homofilie. (Bronnen: Morus; Taylor; Rattray Taylor; Huxley; Kinsey.)

3.6. vrouwelijke prostitutie: Prostitutie was zowel in Griekenland als Rome geïnstitutionaliseerd en een geïntegreerd deel van de samenleving. In het Romeinse recht wordt het als volgt gedefinieerd: "de prostituée is een vrouw die met haar lichaam de kost verdient" (hetgeen ertoe leidt dat de prostituées in Rome "meretrix" = "de loontrekkende" heet).

In Athene en Rome wordt op de inkomsten van de prostituées een speciale belasting geheven. In Rome blijft dit zo tot aan de Renaissance en vormt deze belasting een belangrijke bron van inkomsten voor de bisschop van Rome (= de paus).

In Griekenland en Rome is prostitutie publiek-rechtelijk ondergebracht in bordelen, waarvan sommigen in de Oudheid grote faam of beruchtheid genieten. Naast bordelen was er rondom het altaar van de liefdesgodin Aphrodite in Corinthe in Griekenland en in Rome een zekere mate van tempelprostitutie.

Tenslotte was de prostitutie één van de weinige manieren voor een vrouw om maatschappelijk carrière te maken: Goede prostituées stonden in hoog aanzien en sommigen wisten zich op te werken tot levensgezellin van befaamde mannen: De filosoof Epicurus leefde samen met de ex-prostituée Leontion en de staatsman Pericles net de exprostituée Aspasia. (Bronnen: Morus, Taylor, Rattray Taylor, Huxley.)

4. Het vroege Christendom

4.1. inleiding: Het vroege Christendom kan gedateerd worden tusseb 0 en 1000 en onderverdeeld worden in (i) het vroegste Christendom (ii) de patristiek (van ca. 200-600) en (iii) de vroeg-Middeleeuwse periode (van 500-1000). Deze periode is belangrijk omdat de tot nu toe in Europa heersende opvattingen over sexualiteit hun wortels hebben in de patristische periode: De notie dat sex zondig is en de christelijke nadruk op zonde in het algemeen en sex in het bijzonder is opgekomen en voor een deel uitgewerkt in de patristiek.

4.2. Het vroege christendom: Het vroege Christendom bestond waarschijnlijk uit kleine congregaties van ex-joden en bekeerlingen die, naast het joodse Oude Testament ook geloofden in de feitelijke waarheid zoals verkondigd in geschriften die later in het Nieuwe Testament behandeld werden. Het is moeilijk te zeggen waaruit deze geschriften bestonden, omdat de vroege kerkvaders naar eigen goeddunken geschriften veranderden of verboden. De leden van deze vroeg- christelijke gemeenschappen hielpen elkaar economisch en sociaal en leefden wellicht in sommige gevallen in gemeenschappelijke eigendom. Hun belangrijkste ritueel was het gezamelijk avondmaal (de Agape), waar geïnspireerd gepredikt werd; extatisch werd gedanst en velen intense mystieke ervaringen hadden.

- 11 -

Binnen deze gemeenschappen was er waarschijnlijk weinig of geen belangstelling voor theologie zoals wij die nu kennen (een middeleeuws monnikenwerk gesynthetiseerd uit Christelijke geloofsoverleveringen en Griekse filosofie, i.h.b. Aristoteles en Plato); er waren geen grootse festiviteiten vanwege de geboorte of de dood van Jezus; er werd niet gesteld dat Jezus goddelijk was (dat werd pas kerkelijke leerstelling in 269 tegen de protesten van de patriarch van Samosata in, die het onzin vond); en er werd niet gesteld dat Jezus de zoon van een maagd was (deze stelling dateert van de tweede eeuw na Chr. en werd nog in de vijfde eeuw door de heilige Augustinus van de hand gewezen). Bron: Rattray Taylor.

4.3. de kern van het Christendom: Na verscheidene eeuwen van concilies, politieke machtsvorming, interne ruzies en meningsverschillen ontstonden diverse Christelijke geloofsrichtingen die de volgende punten gemeenschappelijk hebben:

        christelijke dogmatiek:
  • god bestaaat als persoon in drievoudige vorm: als de vader, de zoon en de heilige geest;
  • hij is goed, en
  • hij heeft het universum geschapen, en
  • hij heeft een bedoeling met de schepping.
  • De mens is zondig.
  • Jezus is god's zoon en was, toen hij leefde, zowel goddelijk als menselijk;
  • hij heeft aan het kruis geboet voor de zonden van de mensheid, en
  • hij heeft de Christelijke kerk gesticht, waarin zijn geest voortwaart.
Bron: Encyclopedia of Philosophy. Belangrijk voor de sexualiteit zijn de Christelijke opvattingen, zoals die zich uit het Nieuwe Testament en de opvattingen van de vroege kerkvaders ontwikkelden, dat
(1) het huwelijk voor het leven gesloten wordt en niet ontbindbaar is
(2) de zondigheid van de mens vooral bestaat in de sexualiteit en
     dat in ieder geval alle intentionele sexuele handelingen van de
     mens die niet uitsluitend tot voortplanting dienen zondig zijn
(3) dat de heilige geest overal aanwezig is, zodat god iedere
     zondige daad waarneemt.

Het is moeilijk het belang en de gevolgen van deze typisch Christelijke leer- stellingen, die niet teruggaan op het vroege Christendom maar op de kerk- vaders uit de jaren 200-600, in een paar woorden samen te vatten. Het is in ieder geval duidelijk dat ze de levens van talloos ongetelde miljoenen mensen grondig verziekt hebben. [10]

4.4. de joodse wetten: De joodse wetten zijn in belangrijke mate beïnvloed door de Codex van Hammoerabi. De enige sexuele bepaling in de Tien Geboden is een verbod op overspel: Gij zult niet de vrouw van uw buurman begeren. Voor goed begrip dient men hierbij op te merken dat, in de eerste plaats, in de tijd van Mozes vrouwen het eigendom van hun man waren, zodat overspel op diefstal of beschadiging van andermans eigendom neerkwam en dat dit, in de tweede plaats, niet betekende dat een man niet met andere vrouwen dan zijn echtgenote mocht paren - het Oude Testament vermeldt dan ook uitdrukkelijk dat vele aartsvaders naast hun vrouwen bijzitten hadden.

- 12 -

In de oude joodse wetten was er ook geen restriktie op het aantal vrouwen dat een man mocht trouwen, noch op sex voor het huwelijk. Maar verkrachting was verboden en maagdelijke meisjes waren geld waard op de huwelijksmarkt. Indien een meisje de leeftijd van 12 1/2 jaar bereikte mocht ze sexueel haar gang gaan, tenzij haar vader haar dit verbood.

Homofilie werd getolereerd maar afgekeurd, maar tempelprostitutie door Joodse mannen of vrouwen is expliciet verboden (Deut. 23, 17). Overigens was prostitutie toegestaan en tierde ze zo welig dat er in Jeruzalem een speciale markt voor prostituées was.

Abortus was bij de Joden, evenals in de Codex van Hammoerabi, verboden. (Bronnen: Morus, Rattray Taylor)

4.5. het christelijke huwelijk: De christelijke huwelijksbepalingen maakten inbreuk op de toen duizenden jaren geldende regel dat een huwelijk in de eerste plaats voortplanting tot doel heeft, en dat derhalve steriliteit een geldige scheidingsgrond is. Op de Romeinse conferratio na, die zelden voorkwam, werden huwelijken dan ook nooit expliciet voor de duur van het leven afgesloten. Jezus legde deze verplichting, volgens het Nieuwe Testament, wel aan z'n volgelingen op. In Mattheus V zegt Jezus, in de bergrede (King James versie):
31  It hath been said, Whosoever shall put away his wife, give her
     a writing of divorcement:
32  But I say unto you, That whosoever shall put away his wife,
     saving for the cause of fornication, causeth her to commit
     adultery: and whosoever shall marry her that is divorced
     committeth adultery.
En overspel (= adultery) is, volgens de Tien Geboden, zonde. Deze regel werd door Jezus wellicht ingevoerd (aangenomen dat e.e.a. historisch correct is) omdat omstreeks het jaar 0 vrouwen, volgens geldend Romeins recht, iedere dag door hun man op straat gezet konden worden met een scheidingsbrief, zoals in vers 31 staat. Deze huwelijksregel was dus wellicht bedoeld ter bescherming van de positie van de vrouw. Het is overigens interessant om op te merken dat Jezus kennelijk (als jood - zie 4.4.) de stilzwijgende premisse hanteert dat alleen vrouwen overspel kunnen plegen, in beginsel.

4.6. christenen en scheiding: Het Mattheus-evangelie laat kennelijk één scheidingsgrond toe, nl. indien de vrouw zich prostitueerde ("saving for the cause of fornication" - zoe boven, vers 32). Op de parallel-plaatsen in Markus en Lukas wordt deze uitzondering echter niet gemaakt. De katholieke kerk staat scheiding dan ook onder geen enkele voorwaarde toe; de protestantse kerken staan scheiding onder bepaalde voorwaarden wel toe. Overigens duurde het tot na de Middeleeuwen eer de christelijke huwelijksopvattingen algemeen ingeburgerd waren en gevolgd werden. (Zgn. proefhuwelijken van maximaal een jaar bestonden in Schotland tot de Reformatie.) (Bron: Morus, Rattray Taylor)

4.7. christenen en zonde: Wellicht als reaktie op de vervolgingen onder de Romeinse keizers (Domitianus (81-96) verbiedt het Christendom) verlegt de aandacht en interesse van de vroege Christenen zich van practische mystiek en Agape naar theologie en zonde-besef: Alle tegenslag wordt geïnterpreteerd als goddelijke straf voor de menselijke zondigheid door toegeven aan de zinnelijke wellusten: Het zoeken van genot i.h.b. sexueel genot wordt de zonde bij uitstek en het onderwerp van vergaande theologische speculatie.

- 13 -

Hoewel in de Evangelieën geen zin voorkomt die als gebod van sexuele onthouding geïnterpreteerd zou kunnen worden, geldt dit niet voor de brieven van Paulus. Paulus schrijft de Korinthiërs (I. Korinthiërs VII. King James versie):
"It is good for a man not to touch a woman. Nevertheless to avoid fornication, let every man have his own wife, and let every woman have her own husband. For I would that all men were even as myself. (De heilige Paulus was celibatair.) But every man hath  his proper gift of God. I say therefore to the unmarried and widows, it is good for them if they abide as I. But if they cannot contain let them marry: for it is better to marry than to burn."
In zeer moderne vertalingen staat dat het beter is te trouwen dan te branden van passie, maar eeuwen lang werd Paulus geïnterpreteerd als bewerende dat sex buiten het huwelijk bestraft werd met branden in de hel.

De heilige Augustinus (5e eeuw n.Chr.) knoopt o.a. aan bij deze passage van Paulus en ontwikkelt de leer van de erf-zonde: Sedert de zonde-val in het paradijs is de mens zondig en wel omdat, zoals paus Gregorius de Grote (590-604) verklaarde, de mens in zinnelijke wellust verwekt wordt. Op deze manier wordt de Oud-Testamentische uitdrukking "de zonde van de vaderen gaan over op de kinderen" omgeïnterpreteerd tot iets zeer specifieks: de geslachtsdaad. Morus zegt:
"De coitus is het kwaad, onverschillig of deze in het huwelijksbed  of in een bordeel wordt voltrokken. De 'copula carnalis fornica- toria', de lichamelijke eenwording met een hoer in wezen geen verschil, beiden zijn met zonden beladen. En paus Gregorius bevestigt 200 jaar later de Augustijnse leer: ook de echtelijke geslachtelijke omgang is nimmer vrij van schuld." (Morus, 101-2)
4.8. de vrouw en het Christendom: De vrouw wordt algemeen door de kerkvaders als de schuldige aangewezen: Eva at de appel, en de vrouw verleidt de man tot zonde. De theoloog Clemens van Alexandrië meent dat "iedere vrouw moest bij de gedachte een vrouw te zijn, blozen" (nl. van schaamte) en Origenes van Alexandrië beweert dat alle vrouwen dochters van Satan zijn en kastreert zich.

Daar komt bij dat de rechten en plichten door het Christendom aan de vrouw opgelegd een achteruitgang betekenen t.o.v. de positie die zij bijv. in Rome wettelijk had: Na enkele eeuwen werden vrouwen van alle priesterlijke ambten in de kerk uitgesloten (en hierbij moet men bedenken dat de stand der priesters de hoogste sociale status was die een niet-adellijk geborene kon bereiken) terwijl, hoewel aan de vrouw iedere scheidingsgrond ontnomen is, zij wel verplicht is tot onderdanigheid en gehoorzaamheid jegens de man (een dergelijke formule maakt nog steeds deel uit van de Christelijke huwelijksinzegening).

-----------------------------------------------------------------------------------

Tot zoverre dit uittreksel uit het materiaal dat we verzameld hebben voor het historische deel van "Feiten over Sex". Konklusies zijn er natuurlijk niet te trekken, maar het is wellicht handig om een viertal interessante punten op een rijtje te zetten:

- 14 -

1. Het systeem van regels dat de maatschappij oplegt aan individuen t.a.v.
    sexueel gedrag, voortplanting en samenleving wordt (menen wij) vooral
    bepaald door (i) de in de maatschappij heersende opvattingen en theorieën
    over wat de werkelijkheid is en hoe ze behoort te zijn, en (ii) het in de
    maatschappij geïnstitutionaliseerde systeem van verdeling van maatschap-
    pelijke produkten.

2. Als oriënterende leidraad kunnen de volgende beweringen gelden als bij
   benadering waar voor bijna alle samenlevingen:
  • de kinderen zijn langdurig afhankelijk van de ouders
  • de ouders hebben een langdurige vnl. monogame band
  • biologisch geslachtsrijpen kunnen het hele jaar door paren
  • er zijn maatschappelijk gehandhaafde incest-taboes
  • de vrouw kan tegen haar wil gepaard worden (= verkracht)
  • de man is (maatschappelijk) dominant
3. Het d.m.v. de wet regelen van (i) de ondergeschiktheid van de vrouw;
   (ii) grotere vrijheden op (hetero-)sexueel gebied voor de man, en
   (iii) verbodsbepalingen op abortus heeft een 4000 jaar lange geschiedenis.

4. De nu nog steeds in Europa heersende wettelijke en publieke opvattingen
   over sex gaan terug op de patristische herinterpretatie van het vroegste
   Christendom. In de patristiek werd een sexueel gekleurd zondebesef tot
   centrum van de Christelijke geloofsbelevenis gemaakt en werd een
   Christelijk levensideaal van vooral sexuele aard geformuleerd (onthouding;
   boetedoening; ascese) dat bijna zonder uitzondering, zij het in verzwakte
   vorm, tot in deze eeuw gehandhaafd is.

Gebruikte literatuur

Norman F. Cantor      : Western Civilization: Its Genesis and Destiny
                               Volume One (1969: Glenville, Ill. USA)
Paul Edwards Ed.       : Encyclopedia of Philosophy
                               Volume Two (1967: New York, NY, USA)
L. Hogben                : Science for the Citizen
                               (Fourth Edition of 1966, London, England)
S.H. Katz Ed.            : Biological Anthropology
                                (1974: San Francisco, Calif., USA)
Aldous Huxley           : Collected Essays
                               (1960: New York, NY, USA)
A.C. Kinsey              : Sexual Behavior in the Human Female
                               (1953, USA)
Morus (pseud.)          : Het Rijk van Venus (Oorspr.: Eine Weltgeschichte
                               der Sexualität - vertaling onder toezicht van prof.
                               De Froe, 1957, Amsterdam)
Lewis Mumford          : The City in History
                               (1966, London, England)
G. Rattray Taylor       : Sex in History: Society's Changing Attitude to
                               Sex Throughout the Ages
A.E. Taylor               : Plato: The man and his work
                               (Reprint of fourth ed. of 1934: New York, NY, USA)


Noten

De volgende noten zijn van December 2015.

[1] Dit was inderdaad een volledig onafhankelijk van de universiteit bestaand project van Anna H. en mijzelf, vooral gebaseerd op onze bijzonder goede sexuele verhouding. We hebben er allebei aanmerkelijk meer over gelezen dan in dit stuk staat samengevat, maar omdat we ziek waren en ziek bleven is er verder niet veel mee gebeurd.

[2] Vijfendertig jaar later is er meer, maar nog steeds - naar mijn indruk, tenminste - niet bijzonder veel. Hier zijn twee redelijke recente referenties, beide naar de Engelstalige Wikipedia: Sex (over voortplanting in het algemeen) en Sexual intercourse (over de daad, vooral van mensen).

[3] Ik nam hier de onderzoekingen van Kinsey samen, die overigens het nadeel hebben dat de gegevens door vrijwillgers gegeven werden. Sindsdien zijn daar - bij mijn weten - alleen de onderzoekingen van Shere Hite bijgekomen, die hetzelfde nadeel hebben.

[4] Ik denk dat dit nog steeds geldt, althans in deze zin: Er zijn geen goede statistische gegevens over wie het op welke manieren met wie doet, en hoe vaak, al zijn er nu wel diverse tamelijk uitgebreide statistische studies gebaseerd op vrijwilligers.

[5] En 37 jaar later zijn beide schrijvers nog steeds ziek, hoewel al vele jaren - sinds eind 1983 - niet meer samen.

[6] De datering van "het ontstaan van de menselijke soort" is nog steeds fragwürdig, maar zelfs als deze maar zo'n 250.000 jaar oud is (wat waarschijnlijk te kort geleden is) dan nog zijn er van 10.000 generaties hooguit 100 (sinds -500) die "enigszins modern" zijn, en "historisch", d.w.z. met schrift (al zal de soort nauwelijks veranderd zijn in die laatste 10.000 generaties).

[7] De grafieken - allebei - zijn behoorlijk interessant: Toen ik geboren werd, in 1950, waren er minder dan 3 miljard mensen; toen ik het bovenstaande stuk schreef, begin 1980, waren dat er iets meer dan 4 miljard; en nu, 35 jaar later, zijn er meer dan 7 miljard. Ik ben bang dat dit patroon doorgaat totdat een gigantische crisis er een radikaal einde aan maakt. (En de crisis is rond 2008  voorspeld voor ca. 2050 op basis van de toen ruim 30 jaar overwegend geldende modellen van The Limits to Growth.)

[8] Voor de duidelijkheid (en ik was me dit in 1980 bewust): Vrijwel de hele menselijke geschiedenis zijn er slaven geweest en de meeste grote rijken waren slavernij-staten.

[9] Misschien moet ik dit herhalen: "
Het d.m.v. de wet regelen van (i) de ondergeschiktheid van de vrouw; (ii) grotere vrijheden op (hetero-)sexueel gebied voor de man en (iii) verbodsbepalingen op abortus heeft een 4000 jaar oude geschiedenis."

[10] Ik denk dat in althans Europa en Amerika sexueel gedrag nog steeds - anno 2015 - sterk bepaald wordt door het Christendom, al geldt dit tegenwoordig iets minder voor de meer intelligenten en/of hoger opgeleiden.




       home - index - summaries - mail