Prev-IndexNL-Next

Autobio


 
June 25, 2013
Bijlage: sep-dec 1969: "Kapitalisme en Revolutie"
Sections
Introduction
1.  Bijlage: sep-dec 1969: "Kapitalisme en Revolutie"
2.  A few comments in 2013

Introduction:

This is an addendum to my last autobiographical piece: A fair reproduction of
"
Kapitalisme en Revolutie" i.e. "Capitalism and Revolution". It was written in september-december 1969, by me, with some verbal materials by Nico D.

As I said in my last autobiographic fragment I now mostly disagree with it, and indeed did so within a year, for by September-December 1970 I had ceased to be a marxist, ceased to be a communist and was no longer interested in politics.

The reasons for that were mostly that I am not a political being, at least not in the sense some are, who are mostly interested in power, politics and economics, which I am not, and especially that I had come to give up Marxism under the
influence of analytic philosophy, and especially Bertrand Russell,
Evert Beth, and Alfred Tarski. Also, I had come to believe that the best way to emancipate mankind is by doing real science rather than engaging politically, though this may be in part temperamental.

However, the piece still seems quite good to me in the tradition it was written in: a kind of partial (neo-)marxism, of my own design. Then again, it is mostly reproduced to show that at 19 I could and did write like this.

It was handed in for publication in December 1969 for "Politiek & Cultuur", and refused by them, after which I did nothing with it until today, except save it.

It is published on my site mainly as a memory of my quite young, quite bright days.



1.                                      Kapitalisme en Revolutie
                                         (sept - dec. '69)
- 1 - 

"Wir treten nicht der Welt doktrinšr    
mit einem neuen Prinzip entgegen:   
Hier ist die Wahrheit, hier knie         
  nieder!                                        
     Wir entwickeln der Welt aus den        
Prinzipien der Welt neue Prinzipien.    
Wir zeigen ihr nur warum sie eigent-  
lich kšmpft und das Bewusstsein ist   
eine Sache die sie sich aneignen muss,
wenn sie auch nicht will."                
                     Karl Marx               

Noodzaak voor een marxistische praktijk is een marxistische theorie.
De analyse die Marx gegeven heeft geeft de basis voor een analyse
van de huidige maatschappij, geen verklaring.
De noodzaak van een marxistische analyse van de huidige maat-
schappij is duidelijk. Het herkauwen van afgekauwde frases is
nutteloos en belachelijk, het blindelings geloven aan nieuwe eveneens.
De analyse van Marx is in dŪe zin verouderd dat het een analyse is
gebaseerd op toestanden uit omstreeks 1850. Zijn analyse is in dŪe zin
nog brandnieuw, dat hij ons alle materialen heeft gegeven om de
huidige maatschappij te analyseren.
Het is noodzakelijk vast te stellen dat een groot aantal "klassieke"
ideeŽn van Marx niet meer kloppen.
Daarbij is Marx niet heilig. En: "Niets is zo anti-marxistisch als
het dogma, niets is zo anti-marxistisch als de verstarring van ideeŽn.
En er zijn zelfs
ideeŽn die in de naam van het marxisme naar voren
worden gebracht die op echte fossielen lijken. Het marxisme heeft
geniale denkers gekend: Karl Marx, Friedrich Engels, Lenin, om de
voornaamste grondleggers te noemen. Maar het marxisme moet
zich noodzakelijk ontwikkelen, zich vrijmaken van een zekere
starheid, en de werkelijkheid van vandaag vanuit een objectief,
wetenschappelijk standpunt interpreteren, zichzelf als een revolu-
tionaire kracht gedragen en niet als een pseudo-revolutionaire kerk." 1)
Nogmaals: noodzaak voor een marxistische praktijk is een marxistische
theorie. Wij doen hier een poging een aantal verschijnselen in kort
bestek te signaleren en te analyseren. 2)


1) Uit de rede van Fidel Castro, gehouden op de slotzitting van het
Culturele Congres te Havana, op 12 januari 1968.
2) Het geheel is in stellingvorm, niet omdat het eeuwige waarheden
zijn maar omdat dat makkelijker schrijft, compacter is, duidelijker,
de materie overdrachtelijker maakt, en begrijpelijker is. (Hopen we.)
Bovendien is het geheel voorzien van een conclusie. De cijfers zijn
stellingnummers. Het eerste cijfer is een hoofdstelling, het tweede
een uitbreiding daarvan, het derde een uitbreiding bij de uitbreiding enz.


- 2 - 

1.    Men zou het wetenschappelijk socialisme, het marxisme, het best
       als volgt kunnen formuleren:
a. theoretisch als het kennen en trachten te kennen van de maatschap-
pelijke realiteit;
b. praktisch als het aan de hand van deze theoretische analyse,
gebaseerd op een mensbeeld, veranderingen aan te brengen in,
of het veranderen van, die maatschappelijke realiteit. 3)
2.   Marx leefde en werkte in de 19e eeuw. Zijn analyse is een analyse
      gebaseerd op 19e eeuwse toestanden. De 20ste eeuwse toestanden
zijn daarvan verschillend. De taak van marxisten, van mensen die zich
met wetenschappelijk socialisme bezig houden, is, aan de hand van de
realiteit, de geldigheid en ongeldigheid, de juistheid en onjuistheid, van
de analyse van Marx aan te tonen, een analyse van het 20e eeuwse
kapitalisme te geven en aan de hand daarvan tot een handleiding voor
marxistische praktijk te komen.
2.1. Vele marxisten hebben dit nog niet ingezien, en zien dit nog niet in.
Zij zijn geen marxisten. Misschien - hopelijk - communisten. Er zijn ook
vele marxisten die weliswaar marxist zijn, maar geen communist. Dat
betekent dat ook zij geen marxist zijn, maar salonbolsjewiki. 4)
3.    De sociale en economische verhoudingen hebben een heel ander
       karakter dan 100 jaar geleden. Wij leven in het monopolie-
kapitalisme, het imperialisme, "der Spštkapitalismus". De economische
verhoudingen verschillen sterk van die van 100 jaar geleden. De sociale
verhoudingen, de totale maatschappij, eveneens.
3.1. Wat betreft de economische verhoudingen:
In de loop van 100 jaar heeft het privaatkapitalisme zich ontwikkeld
tot een, zogezegd, maatschappelijk kapitalisme. "Maatschappelijk
kapitaal (kapitaal van direct geassocieerde individuen) in tegenstelling
tot privaatkapitaal en zijn ondernemingen treden op als maatschap-
pelijke ondernemingen in tegenstelling tot privaatondernemingen. Het
is de opheffing van het kapitaal 5) als privť-eigendom binnen de
grenzen van de kapitalistische produktiewijze zelf."
(Karl Marx, Das Kapital, Band III, blz. 477)

3) "De filosofen hebben de wereld slechts op verschillende wijzen
geÔnterpreteerd, het komt erop aan haar te veranderen." (Karl Marx,
Stellingen over Feuerbach, 11e stelling. Uit: Die FrŁhschriften, blz. 341)
4) Duidelijk is dat met marxisten communisten met een vrij diepgaande
theoretische bagage bedoeld
wordt en met communisten marxisten
zonder die
vrij diepgaande theoretische bagage.
5) Marx bedoelt hier uiteraard produktief kapitaal, kapitaal dat
aangewend wordt in de produktie.


- 3 - 

3.1.1. "Terwijl echter enerszijds de bezitters van het kapitaal, de geld-
kapitaalbezitters, tegenover de funktionerende kapitalisten staan, en
met de ontwikkeling van het krediet dit geldkapitaal zelf een maat-
schappelijk karakter aanneemt, in banken concentreert, en door deze,
niet meer door zijn onmiddellijke bezitters uitgeleend wordt, terwijl
anderszijds de dirigent die dat kapitaal op geen enkele wijze bezit,
niet gedeeltelijk, noch op enige andere wijze, in alle werkelijke
funkties voorziet, die de funktionerende kapitalist als zodanig toe-
komen, blijft alleen de funktionaris en verdwijnt de kapitalist als 
overbodige persoon uit het produktieproces." (Karl Marx, Das Kapital,
Band III, cursief van Marx.)
3.1.2. Over het karakter van de winsten merkt Marx op:
"Zelfs als de dividenden, die zij ontvangen, de rente van ondernemers-
winsten, de totale winst insluiten (want het loon van de dirigenten is,
of zou moeten zijn, het arbeidsloon voor een bepaald soort geschoolde
arbeid, wier prijs door de arbeidsmarkt gereguleerd wordt, zoals iedere
andere arbeid) dan wordt deze totaalwinst alleen nog betrokken in de
vorm van rente, d.w.z. als vergoeding voor het kapitaalbezit, dat nu
van de funktie in het werkelijke produktie-proces geheel gescheiden
wordt, zoals de functie in de persoon van de dirigenten van het
kapitaaleigendom." (gescheiden wordt. noot v.d. schrijvers)
(Karl Marx, Das Kapital, Band III, blz. 477-478)
3.1.3. Verder: "In de handen van de naamloze vennootschappen is
de funktie (van kapitalist - noot v.d. schrijvers) gescheiden van de
kapitaalseigendom dus ook de arbeid geheel gescheiden van eigendom
van de produktiemiddelen en van de meerarbeid." (Karl Marx, Das
Kapital
, Band III, blz. 478)
3.1.4. Over ťťn van de gevolgen daarvan zegt Marx:
"Zij reproduceert een nieuwe financiŽle aristokratie, een nieuw soort
parasieten in de vorm van projektontwerpers of -uitvoerders
("Projektmachern"), bestuurders en direkteuren-in-naam, een geheel
systeem van zwendel en bedrog met betrekking tot bestuur,
aandelenuitgave en aandelenhandel.
Het is de privť-produktie zonder de kontrole van de privť-eigendom."
(Karl Marx, Das Kapital, Band III, blz. 480)  6)

3.1.5. Het is "de opheffing van de kapitalistische produktie-wijze
binnen de kapitalistische produktiewijze zelf."
(Karl Marx, Das Kapital,
Band III, blz. 479)
   

6) Voor een uitgebreide analyse van deze dirigenten verwijzen we naar
de analyse van Sweezy en Baran, Monopoly Capital. A brief essay on the
American economy and social order
. Zij gebruiken de term "Manager".
Het is noodzakelijk erop te wijzen dat er twee manager-theorieŽn zijn:
de kapitalistische, o.a. die van Galbraith (zie o.a. zijn boek American
Capitalism
) waarin deze ontwikkeling voor een socialisatie van de
produktiemiddelen versleten en verkocht wordt (de beroemde toe-
naderingstheorie van Galbraith - de toenadering en uiteindelijke
eenwording van het kapitalistische systeem en het socialistische is
hierop gebaseerd) en de marxistische, die stelt dat dit weliswaar
een vermaatschappelijking is, maar allerminst een socialisatie, nee,
omgekeerd, een toespitsing, men zou in zekere zin kunnen zeggen
een vervolmaking van het kapitalisme.


- 4 - 

3.2. De automatisering heeft een karakterverandering van de arbeid
ten gevolg: het proletariaat verdwijnt in de hoogindustriŽle landen.
3.2.1.  De automatisering heeft op sociaal vlak een tweeledig gevolg:
a. het salariaat 7) een krijgt een steeds groter omvang;
b. de technici nemen de positie van de arbeiders in. 8)

3.3. Dit automatiseringsproces staat nog in de kinderschoenen: het
begin lag in de 60er jaren. 9)
4.        Wat betreft sociale verhoudingen:
         "De meeste mensen worden gedreven door hun begeerte naar
groter materieel profijt, naar welstand en statussymbolen, en deze
begeerte wordt alleen in toom gehouden door het verlangen naar
veiligheid en het vermijden van risico's. Zij zijn meer en meer tevreden
met een leven dat zowel in de produktieve als de consumptieve sfeer
geregeld en geleid wordt door de staat en de grote concerns, met hun
respectiefelijke bureaucratieŽn, zij hebben een graad van uniformiteit
bereikt die opmerkelijk weinig van hun individualiteit overlaat. Zij zijn
om een uitdrukking van Marx te gebruiken, impotente 'mensenwaar'
in dienst van sterke potente machines."
(Erich Fromm, Marx'  visie op de mens, blz. 8-9)

4.1. De hoogindustriŽle samenleving kan men met recht een
technokratische, een vertechnologiseerde, een vertotaliseerde
samenleving noemen.
4.2. "Als technologische wereld is de hoogindustriŽle samenleving een
politieke wereld, de laatste fase in de verwerkelijking van een bepaald
historisch ontwerp - nl. het beleven en omvormen van de natuur als
louter materiaal ter overheersing. (Herbert Marcuse, De eendimensionale
mens
, blz. 16)
4.3.  De mensen maken zichzelf steeds meer tot slaven van hun eigen
natuurbeheersing. De grote opgave van het socialisme is het beheersen
van  de natuurbeheersing.
5.     "De hedendaagse industriŽle samenleving heeft de neiging
       totalitair te zijn door de wijze waarop zij haar technologische basis
heeft opgezet." (Herbert Marcuse, De eendimensionale mens, blz. 23)

5.1.  "Want totalitair is niet slechts een terroristische politieke ordening
der samenleving, maar eveneens een niet-terroristische economisch-
technische ordening die de behoeften manipuleert door de gevestigde
belangen."
(Herbert Marcuse, De eendimensionale mens, blz. 23)
5.2.  Het karakter van "vrijheid", de begripsinhoud van het woord
"vrijheid", wordt veranderd: vrij is niet de mens maar het systeem,
vrijheid is vrijheid in het raam van recht en orde; vrijheid wordt begrepen
als veiligheid.
"Een comfortabele, gladde redelijke en democratische onvrijheid heeft
de overhand in de hoogindustriŽle samenleving, een blijk van technische
voortuitgang."
(Herbert Marcuse, De eendimensionale mens, blz. 21)

7) Onder proletariŽrs worden die arbeiders verstaan die zich bezig houden
met de direkte produktie (d.w.z. van goederen); onder salariaat diegenen
die zich bezighouden met de indirekte produktie (d.w.z. van diensten).
8) De veranderingen van het karakter van de universiteit, vooral wat
betreft de beta-faculteiten, maar ook de alfa-faculteiten, waarbij de
universiteit het doel heeft technici af te leveren i.p.v. wetenschapsmensen.
9) Dit onderwerp, vooral m.b.t. economie, moet nog het onderwerp zijn
van een uitgebreide studie.


- 5 - 

5.2.1.  Vrijheid veronderstelt het elimineren van een dwang. In het huidig
kapitalistisch systeem elimineert men alle vrijheden, en verkoopt de
resterende dwang voor vrijheden.
Dit is het ware karakter van de zogenaamde Westerse Vrijheid.
6.       De moderne maatschappij vertotaliseert zich. De tendenzen zijn:
        het materiŽle karakter van de winst wordt immaterieel; economische
winst wordt macht, bezit wordt status, ellendige werkelijkheid een schijnbaar
mooie fata morgana, kapitalisme wordt welvaartsstaat.
6.1. De bestuursvormen veranderen: niet meer door naakte terreur hand-
haaft men het gezag maar door brainwashing (radio, televisie, pers, medemensen). 10) Uiteraard staat in uitzonderingstoestanden de naakte
terreur nog volledig ter beschikking. 11)
De staat verkrijgt, verschaft zichzelf, een informatief besturend karakter
i.p.v. een onderdrukkend.
6.1.1. Onderdrukking gaat niet meer via de weg van de terreur maar via
de terreur van de communicatiemiddelen.
6.2. De moderne staat is een subtiele dictatuur. 12)
6.3. Het gevolg van deze ontwikkeling, inherent, identiek aan deze
ontwikkeling, de voorwaarde en begeleiding hiervoor, is een karakter-
verandering van de economie: de nadruk verschuift van het winstprincipe
naar het machtsprincipe. (De quintessens van de economie-opvatting van
John Maynard Keynes en zijn volgelingen.)
6.3.1. De totalitaire staat heeft niet in de eerst plaats behoefte aan
totalitaire winsten maar aan totalitaire macht, en is die macht er dan
komen de winsten vanzelf wel. 13)

De dirigenten besturen; de grote massa gehoorzaamt.
6.4. Het kapitalistisch economisch stelsel bestaat, zoals ieder economisch
stelsel tot nu toe, uit een eigendomsverhouding, een produktieverhouding,
en een produktiewijze. Deze drie veronderstellen, vooronderstellen en
beÔnvloeden elkaar. Zij staan in causale volgorde. Zij vormen tezamen de
maatschappelijke onderbouw.

10) De staat wordt pluriform; de maatschappij wordt pluriform: iedereen
mag zeggen of schrijven wat hij wil, maar niemand mag doen wat hij of
zij zegt of schrijft.
11) Men herinnere zich Frankrijk, waar de overwinning van De Gaulle
het resultaat was van naakte terreur (CRS-SS) en van beÔnvloeding (tele-
visie en pers). (Waaraan De Gaulle zijnn verkiezingsoverwinning dankte.)
12) De verandering van karakter van de staat, de pluriforme schijn-
demokratie en de daarmee samenhangende politieke vervreemding
moeten nog het onderwerp zijn van een uitgebreide studie, hoewel
Marcuse hier al vrij veel aan gedaan heeft.
13) Het is als het ware een negatie: In het oude kapitalisme impliceerde
economische winst macht; in het moderne hoogindustriŽle kapitalisme
impliceert macht economische winst.


- 6 - 


6.4.1. De produktieverhouding is veranderd in de hoogindustriŽle
kapitalistische maatschappij. Weliswaar zijn proletariaat en kapitalisten-
klasse nog steeds de twee tegengestelde klassen, maar dit is, behoudens
aan enkele groepen, een verborgen feit, dankzij de grotere welvaarts-
spreiding (een gevolg van de verandering van toeeigening, of een andere
formulatie voor hetzelfde feit, de verandering van winst- in machts-
principe) en een grotere beÔnvloeding (zelfde opmerking).
De produktiewijze verandert konstant, de eigendomsberhoudingen
(namelijk de private eigendom, eigenlijk iedere eigendom Łberhaupt en
het daaruit voortkomende warenwetmechanisme) is nog steeds hetzelfde.
6.4.1.1. Men zou de eigendomsverhouding de basis van de basis van
het kapitalisme kunnen noemen.
Het gaat uiteindelijk hierom.
6.4.2. Door deze maatschappelijke veranderingen (zie alle stellingen
hiervoor) is de economie, als maatschappelijke drijfkracht, verloren.
7.     "De enige behoeften die onbeperkt aanspraak kunnen maken op
        bevrediging zijn de levensbehoeften - voeding, kleding en onderdak
op het haalbare beschavingspeil. De bevrediging van deze behoeften,
zowel de gesublimeerde als de niet-gesublimeerde, is de noodzakelijke
voorwaarde voor alle behoeften."

(Herbert Marcuse, De eendimensionale mens, blz. 25-26)
"De intensiteit, de bevrediging en zelfs de aard van de menselijke
behoeften - boven het biologisch niveau, zijn .... geconditioneerd."
(Herbert Marcuse, De eendimensionale mens, blz. 24) 14)
7.1. "Voor een radicale ... revolutie schijnt ondertussen een hoofd-
moeilijkheid in de weg te staan. Revoluties hebben namelijk een
passief element, een materiŽle grondslag nodig. 15)
Een theorie in een volk altijd slechts verwerkelijkt in de mate waarin
zij de verwerkeling van behoeftes is."
(Karl Marx, Zur Kritik der Hegelschen Rechtsphilosophie, Einleitung,
Kerngedachten van Marx, blz. 146) 16)
7.2. Het kapitalistisch systeem kan in deze behoeftes voorzien.
Deze behoeftes - boven het biolgisch niveau - zijn geconditioneerd.
Deze conditionering neemt steeds meer het karakter van manipulatie.
7.2.1. Gemanipuleerde behoeften zijn behoeften aangepast aan de
economische potentie.
7.2.2. De produktie wordt aangepast aan de consumptie, de consumptie
aangepast aan de produktie. (Dus: Niet meer het marktmechanisme
regelt deze twee, maar men regelt het marktmechanisme.)  17)

14) Deze behoeften zijn maatschappelijk bepaald: als er maatschappelijk
gemiddeld voorzien is in deze behoeften, worden er nieuwe gecreŽerd.
(Dť functie van de reclame.)
15) Dit noemt Marx ook wel de objectieve voorwaarde. De subjectieve
voorwaarde is volgens Marx de bewustwording van de massa's van hun
positie.
16) Marx sprak in dit verband over de Duitse revolutie.
17) Zie de Keynesiaanse economie, de multiplier. Men zou het huidige
kapitalisme zeker onder de noemer keynesiaans kunnen noemen: haar
basis, de economie, is gebaseerd op Keynes, wiens economie overigens
een zuivere bestuurseconomie is.


- 7 - 


7.3. Dankzij de vertotalisering/vertechnologisering en verschuiving
van winst- naar machts-principe zijn de controlemogelijkheden op
eventuele maatschappelijke incompetentie zowel op sociaal als
economisch vlak oneindig veel groter geworden. Op sociaal vlak de
beÔnvloeding, op economisch vlak de manipulatie.  18)
7.4. Als gevolg van deze ontwikkeling is een "spontane" ineen-
storting van het kapitalisme onwaarschijnlijk.
7.5. De objectieve voorwaarde tot revolutie ontbreekt, of bestaat
nauwelijks. De subjectieve voorwaarde ontbreekt. De revolutionaire
klasse; de sluimerende maatschappelijke drijfkracht, al diegenen die
niet tot de kapitalisten-klasse of de kapitalisten-knechten behoren,
is een "Klasse an sich". De taak van de revolutionairen is deze klasse
tot maatschappelijke drijfkracht te maken, d.w.z. deze tot een
"Klasse fŁr sich" om te vormen.
7.5.1. "Van alle produktiekrachten is de grootste produktiekracht de
revolutionaire klasse." (Karl Marx, Das Elend der Philosophie, Die
FrŁhschriften
, blz.   )
7.5.2.  Deze omvorming is dialectisch in die zin dat zijn zowel de
objectieve als de subjectieve voorwaarde is.
8.      Zo is de stand van zaken. Wat zijn de concrete mogelijkheden
         voor revolutie? In de eerste plaats de revolutionaire
bewegingen in de "ontwikkelingslanden". In de tweede plaats de
mogelijkheden tot het creŽeren van een revolutie in de hoog-
industrŽle landen.
8.1. Deze revolutionaire bewegingen in de "ontwikkelingslanden"
zijn een directe aanval op de hoogconjuctuurlanden. De hoog-
conjunctuurlanden rusten als een ontzaglijke parasiet op de ont-
wikkelingslanden, gebruikmakend van de grondstoffen en de goed-
kope arbeidskrachten. Dankzij deze situatie (neo-kolonialisme en
imperalisme) zijn de hoogconjunctuurlanden wat ze zijn, namelijk
hoogconjunctuurlanden.
8.2. Vandaar de absolute juistheid van de analyse van Che Guevara:
Crear.... dos, tres, muchos Vietnams! (CreŽer... twee, drie, vele
Vietnams!) De historische opgave van alle ontwikkelingslanden is
het hun eigen Vietnam te creŽeren.
8.2.1. De revolutionaire beweging in de ontwikkelingslanden treft
het kapitalisme in het hart.
8.3. De historische opgave de revoluionairen in de hoogindustriŽle
landen is het de antikapitalistische revolutie te ontketenen.

8.3.1. De revolutionaire beweging in de hoogindustriŽle landen treft
het kapitalisme in de hersenen.

18) Wij herinneren weer aan Frankrijk. (Zie noot 8)
19) Aan dit thema moet nog een uitgebreide analyse worden gewijd
(marxistische en keynesiaanse economie). De bewering zoals hij hier
staat kan iets te absoluut zijn, hoewel dat niet nooodzakelijk is.
Maar de tijd dringt. Driekwart van de wereld wordt economisch
uitgemoord. Het wachten op de zťťr onwaarschijnlijke economische
"spontane" crisis is dwaas en heeft afgrijselijke gevolgen.


- 8 - 


8.4. Revolutie in de ontwikkelingslanden veronderstelt revolutien in de
hoogindustriŽle landen,
revolutie in de hoogindustriŽle landen veronderstelt
revolutie in de
ontwikkelingslanden. 20)
8.4.1. Het imperialistisch kapitalisme is een globaal systeem.
"Iedere radikale revolutie tegen het bestaande systeem, dat ons wil
verhoudingen in te voeren waaronder de mensen een kreatief leven,
zonder oorlog, honger en repressieve arbeid te kunnen leiden, moet
noodzakelijkerwijs globaal zijn. (D.w.z. noch regionaal noch per land -
noot v.d. schrijvers) De globalisering van de revolutionaire krachten
is de gewichtigste opgave van de hele historische periode waarin wij
heden leven en aan de menselijke emancipatie werken." (Rudi Dutschke,
Rebellion der Studenten oder die neue Opposition, blz. 85)
8.5. "De mensen maken hun geschiedenis zelf" (Karl Marx)
"... het is niet de taak van revolutionairen om, geleund tegen de
deurpost of tegen de drempel van hun huis, te gaan staan wachten
tot het overschot van het imperialisme voorbij gedragen wordt."
(Ernesto Che Guevara)
9.       Wij hebben een historisch open mogelijkheid. Het hangt primair
van ons willen, van onze daadkracht af, hoe deze periode van de
geschiedenis eindigen zal. De taken zijn: het tot stand brengen van een
revolutionaire eenheid; het ontwrichten van het kapitalistische systeem
door actie op sociaal, economisch, cultureel en op ieder vlak dat zich
daar ook maar enigszins toe leent (en wat is dat niet?), door deze
acties het verenigen en leiden van de massa's, propaganda en strijd,
strijd en propaganda.
9.1. De beslissende voorwaarde voor de revolutionering van de massa's
is de revolutionering van de revolutionairen.
9.2. Het is de plicht van iedere revolutionair revolutie te maken.
10.       "De communisten versmaden het, hun opvattingen en oogmerken
            te verhelen. Zij verklaren openlijk dat hun doel slechts kan
worden bereikt door de geweldadige omverwerping van iedere tot nu
toe bestaande maatschappelijke orde." (Karl Marx, Het Communistisch
Manifest
)   21)
10.1. "Strijd of de dood, bloedige oorlog of het niets. Zo is de vraag
onverbiddelijk gesteld." (George Sand) (Slotzin uit Das Elend der
Philosophie
van Karl Marx.)
10.2. Aktie is beslissend!

20) Uiteraard. En: Waar wachten de revolutionairen hier, in de hoog-
industriŽle landen dan nog op. De revolutie in de ontwikkelings-
landen wordt met de dag heviger, het kapitalisme kraakt maar breekt
nog niet, en is allerminst gebroken. Het moet en het kan gebroken
worden en uit zichzelf doet het dat niet. Revolutie is noodzakelijk
maar komt daarom nog niet noodzakelijkerwijs. Wie iets wil bereiken
moet er iets voor doen.
21) Dit punt m.b.t. "iedere tot nu toe bestaande maatschappelijke
orde" vervalt wat betreft "iedere enz." door de aanwezigheid van
een aantal socialistische staten. Voor de rest blijft het punt even
juist als het in 1848 was.


- 9 - 


Wij leven in een vertechnologiseerde kapitalistische maatschappij. Deze
samenleving heeft een vernietigende uitwerking op de mens: konstante
onderdrukking, zowel physisch als psychologisch; konstante uitbuiting,
algehele verontmenselijking, konstante oorligsdreiging, konstante
onzekerheid, onwerkelijkheid, vervreemding.
De mogelijkheden tot omverwerping van deze ellendige toestanden, van
deze ellendige maatschappij, van dit ellendig systeem, lijken steeds
kleiner.
De heersende klasse lijkt steeds meer in staat alles naar haar hand te
kunnen zetten.
De economie wordt steeds meer geleid, de behoeftes steeds meer
geconditioneerd, de maatschappij valt steeds meer uiteen in dirigenten
en de grote massa die gehoorzaamt en accoord gaat.
Alle menselijke vrijheden worden stukje bij beetje geŽlimineerd. De
dwang die resteert, van de wekker, van de arbeid, van de T.V. wordt
verkocht als vrijheid. En geslikt als vrijheid. Plaatselijk en tijdelijk verzet
tegen deze omstandigheden wordt door het huidig technokratisch
kapitalisme schijnbaar moeiteloos overwonnen.
De maatschappij conditioneert niet alleen, ze is niet alleen geconditioneerd,
maar conditioneert ook zichzelf.
Economische ineenstorting is geen immanente noodzaak meer, de
economie wordt gemanipuleerd, is een technologische kategorie geworden;
sociale verschijnselen worden gemanipuleerd, zijn geconditioneerd, en
worden geÔntegreerd.
Oppositie wordt
geÔntegreerd en daardoor ontkracht, impotent gemaakt.
Revolutie is noodzakelijk maar komt niet daarom nog niet noodzake-
lijkerwijs. Het kapitalisme is er rijp voor, overrijp zelfs, maar wordt niet
uit zichzelf socialistisch, en stort ook niet, uit zichzelf, spontaan, ineen.
Een revolutie komt niet vanzelf, komt niet uit de lucht vallen, is geen
godsgeschenk, maar moet gemaakt worden.
De mens maakt zijn geschiedenis.
Het is de plicht van iedere revolutionair revolutie te maken.

N. Morgan                                                 J. Green.



 
2. A few comments in 2013

Let me start with saying that the piece is 44 years old; that I have copied it precisely as it was and is, from a copy of the typescript of 1969, correcting only a very few typos; and that I am not really going to comment it: It would take too much time and energy to do it well, and too few would be interested.

But I will make a few points:
  • I reproduced it mostly to show that I could write as I did when I was 19, which not many can and very few did.
  • It is entirely typical for me at age 19, but not after that, not even when I was 20, for then I gave up marxism entirely, incidentally totally contrary to the movement in my country (and also against my parents, who both were marxists/communists nearly all their adult lives).
  • What you get is, for the most part, fairly high level theorizing, and as such quite good, except that, in spite of its relative goodness as (neo-) marxist analysis, I did not believe much of it since 1970, since I wholly gave up on marxism.
  • There are many reasons why I turned away from Marx and marxism, but three prominent ones are these:
    • I ceased to believe in violence and in the masses, and especially in its capacity of being led.
    • I started to believe science and scientific philosophy are the ways of human emancipation, if that was possible, at all.
    • My interests quite radically and quite deeply changed in 1970 towards logic and analytic philosophy, and especially philosophy of science.
  • While I disagree with what I wrote when 19, I can say, to all the would be revolutionaries: I've been there, and I could do it very well, when very young, and I gave up on it not from self-interest, but because the truth lies elsewhere.
Finally, I am not sorry I wrote it, when I was 19: I meant well, and did my best, and at that age very few write anything, and certainly not something like the above, while it is clear one is at 19 at an age one may be mistaken, for many reasons, and I think I was, and believed so from age 20 onwards.
---------------------------------
P.S. It may need some corrections, but I am too tired to do so now.
P.S. Jun 26 2013: I made a few corrections.


       home - index - summaries - mail