Help
Index

 Maarten Maartensz:    Philosophical Dictionary | Filosofisch Woordenboek                      

 T - Tolerantie

 

Tolerantie: Het verdragen of toestaan van opvattingen, praktijken of feiten die men afkeurt, gewoonlijk vanwege de opvatting dat een dergelijk verdragen of toestaan het behoud van een vreedzame samenleving of de menselijke beschaving dient.

Er is een aanzienlijk verschil tussen respect en tolerantie, en er is ook een aanzienlijk verschil tussen vrijheid en tolerantie. De reden voor beide verschillen volgt uit de gegeven definitie: Iemand tolereert iets, in de gegeven betekenis, alleen als hij zelf wat hij tolereert afkeurt - ketters, dissidenten, politieke tegenstanders, sexueel afwijkend gedrag, afgrijselijke modes, druggebruik, dronkenschap, of wat dan ook. Het volgt verder uit de gegeven definitie dat wie onverschillig is, ofwel niet tolerant is, ofwel dat alleen is in de meer uitgebreide zin van geen bezwaar maken.

De fundamentele redenen voor tolerantie zijn deze:

1. Er zijn voor ieder lid van een samenleving vele overtuigingen, praktijken en feiten in iedere enigszins uitgebreide min of meer vrije samenleving die door dat lid afgekeurd worden - wat deze overtuigingen, praktijken en feiten ook mogen wezen, en ongeacht de gronden voor afkeuring daarvan.

2. Ieder mens kan weten veel niet te weten en zich vaak te vergissen, hoeveel moeite hij ook doet zich niet te vergissen, en dat precies hetzelfde voor ieder ander mens geldt.

3. Ieder mens kan weten dat menselijke vooruitgang het resultaat is van langdurige discussie en speculatie gedurende vele generaties, gedurende welke tijd het vaak onduidelijk of onbeslisbaar was, wegens gebrek aan relevante kennis, wat de waarheid over een zaak is.

4. Ieder mens kan weten dat hij in vrijwel alle omstandigheden is gediend bij het voortbestaan van een vreedzame samenleving waarin hij kan zeggen en schrijven en doen wat hij wil, binnen de grenzen van de wet - en waar het dus in beginsel rechtvaardig moet zijn dat anderen anders over zaken denken, en andere wensen hebben, dan hijzelf,  zolang die anderen hem vrij laten te zeggen en schrijven en doen wat hij wil, binnen de grenzen van dezelfde wetgeving voor allen.

5. Een maatschappij met vele verschillende opvattingen, praktijken en meningen produceert gewoonlijk een hogere beschaving - meer en betere kunst, wetenschap en technologie - dan een maatschappij waar één geloof of systeem van politieke opvattingen opgelegd is aan iedereen, en waar allen zich moeten conformeren aan één standaard voor geloof en gedrag.

Uit deze overwegingen volgt dat het gewoonlijk in het belang van de meerderheid is dat ieder veel te toleert in anderen dat hij zelf persoonlijk afkeurt, was het alleen opdat de anderen tolereren wat zij afkeuren in hem, en alles met het doel een vreedzame samenleving overeind te houden waar de grote meerderheid overwegend vrij is, en anderen in vrede laat leven zolang de anderen hem in vrede laten leven.

Natuurlijk heeft tolerantie grenzen en beperkingen, want geen maatschappij kan lang blijven voortbestaan waarin het intolerante leden ervan vrij staat, of zelfs aangemoedigd worden, om intolerant te zijn, want dergelijke intolerantie tendeert snel in de richting van burgeroorlog of gewapende religieuze conflicten. In beginsel behoort tolerantie toegepast te worden op opvattingen en waarden die tolerant zijn, of daarmee gepaard gaan, en op praktijken die niemand schaden die er niet aan deelneemt, weer omdat de voornaamste reden voor tolerantie de wens van een vrije samenleving is, waarin allen kunnen doen, en zeggen, en denken wat zij voor juist houden, zolang ze zich aan de wet houden, en anderen vrij laten in dezelfde zin.

De voornaamste vijanden van tolerantie zijn gewoonlijk de meer fanatieke leden van een religieus of politiek geloof, die hun eigen geloof dwingend willen opleggen aan anderen, ongeacht wat de anderen willen of denken, en verder alle voorstanders van autoritaire religies en politieke systemen, die overigens hun intolerantie plegen te verbergen in de plaatsen en tijden waarin ze niet in staat zijn hun opvattingen op te leggen aan de meerderheid.

Andere vijanden van tolerantie zijn vaak populisten, vreemdelingenhaters, en - would be - intellectuelen of religieuze voorgangers die er op staan dat hun eigen beginselen, voorkeuren of praktijken worden doorgezet in situaties waarin het duidelijk is dat de tolerante opvatting er overwegend in bestaat er het beste van te maken door compromissen en samenwerken in het belang van de burgerlijke vrede en de beschaving.

 


Zie ook:


Literatuur:

Edwards, Mill, Popper, Voltaire
 

 Original: Feb 12, 2007                                                Last edited: 12 December 2011.   Top