|
Rollenspel:
Handelen en gewoonlijk ook denken en voelen volgens een stelsel voorschriften
en normen over hoe iemand behoort te handelen, ogen, denken, voelen in een
bepaalde maatschappelijke positie. Het hele menselijke maatschappelijke leven gefundeerd
is op het toneelspelen van rollen, en dat dit feitelijk onoverkomelijk
is: Ieder mens, zelfs de meest eenvoudige, is dusdanig ingewikkeld dat
ie op enig gegeven moment maar één aspect kan zijn en weergeven van
het vele dat in 'm is. Wat men toont van wat men is of zou
willen zijn is voor een groot deel keus, en hoe men het
toont is voor een groot deel spel.
Hier ligt feitelijk een heel diep
thema verborgen - namelijk over het toneelspelen dat het fundament is
van menszijn: "No man is as much himself as when playing a part."
William Hazlitt. Dit maatschappelijk toneelspelen is tot op
zekere hoogte noodzaak, was het alleen om te verhinderen dat de leden
van een groep elkaar uitmoorden uit wederszijdse irritatie. Er moet
dus - uit beleefdheid, wellevendheid, eigenbelang, voor 't behoud van
de maatschappelijke vrede - gehuicheld worden tot op zekere hoogte,
want het maatschappelijk bestaan is een spel, dat verdient toneelspel
te heten. (Zie Johan Huizinga's "Homo Ludens" - "De
spelende mens"; Ervin Goffman: "The presentation
of self in ordinary life"; en Eric Berne: "Games People Play",
voor resp. een geschiedkundig, sociologisch en psychiatrisch
perspectief op het onderwerp van de rollen-spelende mens.)
En de lezer behoort hier op te merken dat ik
het woord "rol" hier uitdrukkelijk in twee verwante betekenissen
gebruik, dat als volgt geïlustreerd kan worden: Een échte koning speelt een
échte maatschappelijke rol, waarbij veel huichelen, doen-alsof, poseren,
liegen etc. bij komt kijken om een enigermate geslaagde koning te kunnen zijn.
En een échte acteur die een koning op toneel zet speelt een échte toneelrol,
waarbij opnieuw veel huichelen, doen-alsof, poseren en liegen bij hoort. Het
verschil tussen de twee koningen - de échte en de op het toneel voorgestelde -
is dat de eerste een rol speelt als koning in de maatschappij, waartoe veel
taken behoren, en de tweede een rol speelt op toneel als acteur, waartoe o.a.
behoort het geloofwaardig kunnen voorstellen van een koning.
Daarbij: In al wat menselijk is gaan spel en
werkelijkheid voortdurend in elkaar over en overlappen elkaar altijd, behalve
in zeer extreme situaties, gewoonlijk van grote pijn, smart of woede. Al het
overige maatschappelijk doen en laten van mensen tegen elkaar bestaat uit vele
lagen spel en werkelijkheid door elkaar, met elkaar vermengd, en elkaar
afwisselend, gedeeltelijk maar niet geheel volgens het bewustzijn van de
acteurs meer of minder serieus, met voorbehoud, pretentieus, plagend, of
eerlijk te zijn.
Vervolgens, ook in verband met
74,
116,
136,
276,
423
en 593:
De fundamentele vervalsing van
zichzelf waar de zeer grote meerderheid van volwassenen in geslaagd
zijn ligt niet - juist niet - in het spel dat
mensen spelen, maar in
(1) de oneerlijkheid ervan:
mensen huichelen systematisch anders te zijn dan ze voelen en denken,
uit eigenbelang en angst, en omdat ze menen dat hun rol dit gehuichel
meebrengt.
(2) het geloof in de eigen rol, de eigen pretenties, de eigen
leugens: De zeer grote meerderheid van de volwassenen gelooft dat wat
ze zijn overwegend samenvalt met hun maatschappelijke positie en rol.
(3) het onvermogen de rol die men speelt op te geven: De zeer
grote meerderheid der volwassen is niet langer in staat spontaan
te
zijn (zonder drank of drugs of psychose) en is ook voor zichzelf, in
de eigen beleving van zichzelf, overwegend de rol geworden die men
gewoonlijk speelt. Men "is" arbeider, bankdirecteur,
politie-agent, huisvrouw etc. en voelt zich dus verplicht te voelen en
denken zoals (men denkt dat) een arbeider, bankdirecteur,
politie-agent, huisvrouw etc. voelt en denkt - want dat "is" men immers (denkt men, en
voelt men zich).
Hier ligt ook het fundamentele
verschil tussen kinderen en volwassen waar ik op wees in
74: Ook kinderen spelen voortdurend
allerlei rollen - alleen weten ze nog dat ze spelen, en
hebben zichzelf nog niet geïdentificeerd met een maatschappelijke rol
(anders dan: spelend kind).
Kinderen kunnen dus nog geheel
probleemloos en direct de rol - het spelletje - dat ze spelen opgeven
en terugkeren tot zichzelf; vrijwel alle volwassen zijn niet of
nauwelijks in staat de maatschappelijke rollen waarmee ze zich
identificeren op te geven zonder wat ze als zichzelf beschouwen
(feitelijk: een levende leugen opgetrokken uit
zelfbedrog - maar
daarmee nog niet minder reëel voor de menselijke persoon die zich
hiertoe heeft gemaakt en is gebracht) te
verliezen.
Volwassenen die uit hun rol vallen
doen dit gewoonlijk dan ook gemeenschappelijk in groepen, bijvoorbeeld
in voetbalstadions, waar tienduizenden doorsnee mannen gesamenlijk een
week frustratie en zelfvervalsing anoniem uit hun lijven trachten te
brullen, of met hulp van drank of drugs op feestjes en partijen, waar
afwijkend gedrag behoort bij de maatschappelijke rol die men speelt.
Een waarschuwing in dit
verband voor de naïeve lezer(es):
Er zijn mensen die er genot in
scheppen te doen alsof zij "authentiek" "zichzelf" zouden zijn i.t.t.
wie zij treffen. Men treft dergelijke mensen regelmatig in de context
van religieuze groepen. Gewoonlijk is ook dàt een pose, en bovendien
een neurotische valse pose die ertoe dient zichzelf te verheffen; de
eigen gang te gaan; en egoïstisch te zijn met een vals beroep op de
eigen authenticiteit ("verlichting" etc.). Wel: wie niet normaal
kan omgaan met normale mensen is gewoonlijk gestoord. En 't
spelen van rollen, inclusief beleefdheden, voorkomendheden,
aardigheden en behulpzaamheden die men feitelijk niet voelt maar toch
doet om elkaar te helpen behoort daarbij.
Het
"doe-maar-normaal-dan-doe-je-al-gek-genoeg" is het
nivelleringsprincipe van alle domme (Neerlandse) conformisten - maar
de kleine minderheid die geen domme conformist is moet zich daarom bij
gelegenheid perfect weten te gedragen alsof-ie een conformist is,
zowel om zichzelf als om anderen te sparen. Wie wil opvallen als
bijzonder is niet bijzonder maar wil opvallen: Bijzondere mensen zijn
bijzonder zonder het te willen zijn.
Om terug te keren tot de opmerking
die ik uit M.'s idee citeerde "De
tooneelspeler die zich ‘in z'n rol verplaatst’ - in sommige
theaterkritiekjes van onze couranten wordt dit, onnoozel
genoeg, als 't summum van Kunst beschouwd"
etc.:
Zo'n toneelspeler is géén
toneelspeler meer maar een gewone volwassene - die zichzelf, z'n
menselijkheid, z'n spontaniteit, z'n naïeve eerlijkheid verplaatst
heeft naar de maatschappelijke rol die hij of zij uitoefent.
|