|
Democratie:
Regering door het volk. De term gaat terug op de Grieken, en op
gerelateerde definities uit Aristoteles' "Politica": Aristocratie - regering
door de besten (of de adel); timocratie - regering door de rijken; oligarchie
- regering door de weinigen; ochlocratie - regering door het gepeupel.
Het eerste dat men zich hier dient te realiseren is dat iedere regering
feitelijk een minderheid is die de macht uitoefent (zie:
Mosca's "The
Ruling Class"), en dat termen als "democratie" etc. vooral als propaganda
worden gebruikt: Er is altijd, in iedere maatschappij, afgezien van zeldzame
momenten van grote revolutionaire crisis, een kleine heersende élite die de
feitelijke staats- en regerings-macht in handen heeft en uitoefent, ten goede
of ten kwade, eerlijk of corrupt, begaafd of dom, met meerderheid verkozen of
via een staatsgreep aan de macht gekomen, etc.
De gebruikelijke regering door het volk - in kapitalistische samenlevingen,
in socialistische samenlevingen, in autoritair geregeerde samenlevingen - is
dan ook op z'n best een regerende élite die gekozen wordt door een meerderheid
van het volk middels nominaal eerlijke verkiezingen, die overigens plegen te
worden gewonnen met leugens, poses en propaganda, en niet op kracht van
rationele argumenten of plannen.
De 20ste eeuw was een eeuw vol van
totalitaire gruwelen, wereldoorlogen en
algemeen stemrecht - en beneemt mij alle lust in algemeen stemrecht, aangezien dat
een puik middel blijkt om de grootste incompetenten - de lafste leugenaars, de
meest achterbakse intriganten en rijkworders, de geilsten naar macht, status en
inkomen - aan de macht te brengen en daar eeuwig te houden via de totalitaire
propaganda-campagnes die "verkiezingen" heten.
het hoofdprobleem van het kiezen bij
meerderheid van stemmen - zie 7 en
119 - is vooral dat de meeste
stemmers onbekwaam zijn tot redelijke oordelen, en, dus, al logisch gevolg
hiervan, gewoonlijk ook onbekwaam om bekwame en integere mensen te
kiezen.
Het hoofdprobleem met democratische
verkiezingen - geheel eerlijk: "one man, one vote"; vrij van propaganda en
bedrog; toegankelijk voor alle volwassen inwoners, als dit alles mogelijk is -
is het feitelijk niveau van de kiezers en gekozenen, dat gemiddeld
garandeert dat de kleine doorsnee middelmatig begaafden de grote doorsnee
laagbegaafden regeert met doorsnee denkbeelden, doorsnee waarden en doorsnee
bekwaamheid.
Daar is in sommige omstandigheden veel voor te
zeggen, maar niet in alle, en zeker niet als de kansen, mogelijkheden of het
levensgeluk van miljoenen er van afhangt. Daarbij: De 20ste eeuw was DE eeuw van
de democratie, vol van volks-democratieën, parlementaire democratieën,
nationaal-socialistische democratieën, fascistische democratieën, peronistische,
maoïstische, titoïstische democratieën en zo meer: Vrijwel overal werd min of
meer eerlijk en bij meerderheid gekozen, als nooit tevoren in de
wereldgeschiedenis - en in geen enkele eeuw hadden dictators meer macht, werden
meer mensen gruwelijk vermoord, of waren er groter of gruwelijker oorlogen.
Er is geen direct causaal
verband tussen beweerde democratieën en feitelijk bestaande dictaturen, maar een
feit blijft dat de eeuw der democratie
was - in Raymond Aron's frase - "The century of total wars" (Zie
zijn boek van die titel), en van totalitaire
dictaturen.
Het zogenaamde "Poldermodel" van "consensus"
waar Nederland dan ook al jaren langzaam maar zeker door kapotgemaakt is komt
feitelijk neer op een samenzwering van matige corpsstudenten, mislukte
gymnasiastjes, gefaalde studenten, en honderdsterangs afgestudeerden in zachte
gamma-vakken of rechten, die hun geringe extra begaafdheid misbruiken om de
hordes voor kiesgerechtigden met Mavo en Lbo-breintjes illusies voor te
spiegelen die de illusionisten - vrijwel allen niet in staat tot enige
individuele carrière in wetenschap, kunst of het bedrijfsleven - levenslang
zachte baantjes en grote macht te verschaffen.
Ik citeer Etienne de la Boétie,
schrijvend rond 1560:
"(..) ook gaat, zo gauw de koning zich al tiran
bekend maakt, al het kwade, al het uitvaagsel van het koninkrijk zich rond hem
verzamelen. Ik heb het niet over een bende dieven en deugnieten, die de staat
nauwelijks goed of kwaad kunnen doen, maar over degenen die men herkent aan een
brandende ambitie en een opvallende hebzucht. Zij steunen hem om een deel van de
buit te krijgen, en onder de tiran zijn zij zelf tirannen." (p.43)
Het is handig en
verduidelijkend e.e.a. in termen van IQs te zien, al is dat geen écht adequate
maat voor werkelijke intelligentie: De pakweg 85% met een IQ tot 115 wordt
geleid, en gewoonlijk belogen, bedrogen, onderdrukt en uitgezogen door de pakweg
15% met een IQ tussen de 115 en de 130. De enigen die het spel enigermate
rationeel kunnen doorzien zijn de zeldzame enkelingen met een IQ boven de 130 (1
op de 100) - en het is niet gezegd dat dit overigens uitnemende mensen
zijn. Een goed verstand is immers geen garantie van enig ander goeds dan het
vermogen niet in alle gebruikelijke illusies en vooroordelen te hoeven geloven
bij gebrek aan sjoege.
Trouwens: Een
essentieel deel van het doorzien is het zien dat alle publieke politieke
en religieuse ideologie overwegend
spel, hypocrisie, pose,
mode en voorwendsel is, and that,
as men are, some can cheat
almost all nearly all of the time, AND have done so through all known history.
Verder zie 74,
423,
De la Boétie's "Vrijwillige
slavernij" en mijn "On people".
Het beginsel "one man, one vote" heeft
een zekere begrijpelijke schijnbare rechtvaardigheid, maar als het er op neer
komt, zoals bijvoorbeeld in Neerland het geval is, dat mijn
stem "gebalanceerd" wordt door een 50.000 in het weekend "Aan 't gas! Aan
het gas!" of "Hoerenjong! Hoerenjong!" brullende randdebiele familievaders, die bovendien iedere week hun
toch al armzalige breintjes 25 gruwel-uren lang laten verjunken middels de
publieke breindildo die TV heet, dan heeft stemmen voor begaafde en beschaafde
mensen geen enkele zin, en is feitelijk beledigend, want meedoen maakt de
mening respectabel dat het kiezen bij meerderheid van dom kiesvee rationeel en
redelijk zou zijn.
In ieder geval: wat "men" in Neerland
"democratie" belieft te noemen is in feite, in Aristoteles' redelijk bruikbare
descriptieve termen, een oligarchische ochlocratie:
Een meute van een grote meerderheid van stommelingen geleid en bedrogen door
een groepje liegende voorgangers overwegend ten bate van die voorgangers en
ten koste van de - blinde, dankbaar "democratisch" kiezende - meute, die
zichzelf laten wijsmaken dat "de kiezer heeft altijd gelijk", alsof Hitler's
concentratiekampen en Holocaust
gesanctioneerd werden door het feit dat hij met meerderheid van stemmen
"democratisch" aan de macht kwam.
Het probleem dat democratie als regerings-vorm
stelt, vooral in landen met vele miljoenen laag opgeleide kiezers sterk
beïnvloed door propaganda in de media, wordt zelden
helder en eerlijk onder ogen gezien, en al helemaal niet door zelfbenoemde
"democraten", die zichzelf zo plegen te noemen omdat ze geen andere
vanzelfsprekende toegang hebben verworven tot macht en status.
Toch is het herhaaldelijk helder gesteld, en
hier volgt een fraai voorbeeld daarvan, uit Guicciardini's "History of
Italy" ("Storia Italia"), dat geschreven werd rond 1540, en voor 't
eerst gepubliceerd in 1560. Ik citeer een Engelse vertaling, en wat volgt werd
door Guiccardini in de mond gelegd van één van de tamelijk democratisch gekozen
vertegenwoordigers van de stad Florence, in antwoord op het voorstel van een
ander democratisch verkozen vertegenwoordiger meer
democratie in te voeren, en sprekend rond 1495:
"Guidantonio Vespucci, a famous lawyer and a
man of remarkable intelligence and skill, spoke as follows:
'If, most worthy citizens, a government
organized in the manner proposed (..) produced the desired results as easily
as they are described, it would certainly be perverse of anyone to wish for
any other form of government for our country. It would be a wicked civilian
who did not passionately love a form of republic in which the virtues, merits
and abilities of men were organized above all else.
But I do not understand how one can hope that
a system placed entirely in the hands of the people can be full of such
benefits.
For I know that reason teaches, experience
shows and the authority of wise men confirms that in so great a multitude
there is not to be found such prudence, such experience and such discipline as
to lead us to expect that the wise will be preferred to the ignorant, the good
to the bad, and the experienced to those who have never handled any affairs
whatever.
For as one cannot hope for sound judgement
from an unlearned and unexperienced judge, so from a people full of confusion
and ignorance one cannot except - except by chance - a prudent and reasonable
election or decision.
Are we to believe that an inexpert, untrained
multitude made up of such a variety of minds, conditions and customs, and
entirely absorbed in their own personal affairs, can distinguish and
understand what in public government wise men, thinking of nothing else, find
difficult to understand?
Quite apart from the fact that each person's
self-conceit will lead them all to desire honors - and it will not be enough
for men to in the popular government to enjoy the honest fruits of liberty -
they will all aspire to the highest posts and to take part in the decisions on
the most diffciult and important matters.
In us less than in any other city there rules
the modesty of giving way to the man who knows best or who has the most merit.
But if we persuade ourselves that we must be
by right all equal in all things, the proper positions of virtue and ability
will be confused when it rests with the judgments of the multitude.
And this greed spreading to the majority will
ensure that the most powerful will be those who know and deserve least; for as
they are more numerous, they will have more power in a state organized in such
a way that opinions are merely numbered and not weighed.'"
Zie verder Guiccardini
en mijn secties
Politics,
Machiavelli,
Ortega y
Gasset, en
ME in Amsterdam en Multatuli's idee 119.
|