Help
Index

 Maarten Maartensz:    Philosophical Dictionary | Filosofisch Woordenboek                      

 B - Bedrog

 

Bedrog: Zichzelf of iets anders op een andere manier doen voorkomen dan het is; liegen: onwaarachtigheid; valsheid.

Wederszijds bedrog en zelfbedrog zijn de fundamenten van het meeste maatschappelijke doen en laten van mensen. 

De vermogens zowel als de wens tot waarachtig begrip van de meerderheid zijn gering: Doorsnee "men" wil géén pijnlijke waarheid maar aangename leugen, en wil niet leren maar lichamelijk genieten. Mundus vult decipi = "Men" - de aangepaste, conformistische, braaf oppassende menselijke doorsnee - "wil bedrogen worden".

NB dat zelf-bedrog een grote rol speelt in veel van het normale maatschappelijke bedrog, en dat het logisch gezien enigszins ingewikkeld is, omdat het makkelijker is anderen dan zichzelf te beliegen.

Zelfbedrog geschiedt gewoonlijk door het willen aannemen van standpunten en ideeën omdat dit maatschappelijk voordelig is (in de groep waarin men zich bevindt); door het weigeren relevante evidentie van het tegendeel in te zien; door wensdenken, conformisme en chauvinisme; door emotioneel taalgebruik; en door meedoen met de meute.

Je zou willen denken dat - bijvoorbeeld - godsdienstwaanzin ooit ophield aan overmaat van weerleggingen, maar 't voortdurend verschijnsel van massa's godsdienst-waanzinnigen, overal, altijd, toont aan dat de menselijke diersoort in meerderheid niet rationeel denkend is, zoals individuutjes ervan graag geloven, maar... gelovend en zelfbedriegend is, en dat niet uit kwade wil maar uit domheid of goddelijke gekte, naar verkiezing van de lezer: "Als God niet zo bijzonder van domme mensen had gehouden, had Hij er veel minder gemaakt."

 


Zie ook: Acteur, Authenticiteit, Cant, Ideologie, Leugen, Totalitair, Volgeling,


Literatuur:

Arieti
, Multatuli, Goffman,
 

 Original: Jul 25, 2004                                                 Last edited: 12 December 2011.   Top