Mijn vader verhaalt van concentratie-kampen:

·         Naar Index - Overzicht Bijlages

Ik vond deze brief in juni 1996 in de nalatenschap van mijn moeder. De brief is kennelijk in 1966 geschreven, om mijn vader's aanvraag van een verzetspensioen te motiveren. (Het - geringe, want op basis van het inkomen van een huisschilder anno 1939-45 berekende - verzetspensioen is hem overigens toegekend.) Zie ook: Waarheid.


Een poging tot het neerschrijven van enige hoofdlijnen uit de jaren 40 - 45 en m'n huidige toestand.

  •  Sedert Juni 1940 actief bij het vormen van kleine groepen in A'dam, de werkverschaffing in Holland en de Zaanstreek.

  • Vermenigvuldiging en verspreiding van De Waarheid sedert Oct. 1940.

  •  1 augustus 1941 gearresteerd. 1e verhoor Doelenstraat. Naar Weteringschans. Poogde mijn polsslagader door te snijden uit angst voor verder verhoor.

  • Overgeplaatst naar Amselveense weg. Ontdekt toen op de binnenplaats mijn Vader (63 j.) die eveneens was gearresteerd.

  • Vrijwel iedere nacht hoorde ik daar het schreeuwen van een kind - aan het geluid te horen tussen 10 en 14 jaar. De spanning die dit in m'n "einzelcel" verwekte spelen me nu nog dikwijls parten, hetzij 's nachts of wanneer ik kinderen hoor huilen.

  • Er volgde geen verder verhoor. Ik werd overgebracht met meerdere waaronder ook mijn Vader naar het verzamelkamp Schoorl.

  • Met Vader samen droegen we daar weken aan een van 6.30 tot 6.30 uur met enige korte pauze's emmers zand uit een kuil pl.m. 100 meter op een berg en van de berg weer in de kuil.

  • 23 Oct. 1941 overgeplaatst naar het PDA in Amersfoort.

  • Werden beide ondergebracht in de schilderswerkplaats.

  • Waren regelmatig getuige en betrokken bij allerlei vormen van ransel-partijen en vernederingen. In het bijzonder de Russen en de Joden hadden het zwaar te verduren.

  •  Ondanks een zekere mate van bewegingsvrijheid (mijn Vader was z.g. "vorman") moest hij worden opgenomen in het revier. Hij kreeg het te kwaad met zijn hart en longen, dit naast de ondermijnende honger.

  • Enige tijd later volgde ik ook met oedeem en lagen we weer naast elkaar.

  • Met nog twee oudere lotgenoten werd mijn Vader na enige tijd ontslagen. Ik heb hem niet weer gezien, want enige maanden na zijn ontslag stierf hij.

  • In die tijd regeerde in het revier "Dr. Nieuwenhuis" in de rang van "hauptsturmfuhrer". Zijn barbaarse optreden werd wijd en zijd bekend en berokkende zijn praktijk en chirurgische activiteiten aan het St-Elisabetziekenhuis te Amersfoort grote schade.

  • Hij poogde dit wat op te veizelen door af en toe acute gevallen in genoemd zieken huis te opereren en daarmede de "zorg" voor de gevangenen te etaleren. Anders is dit m.i. niet te verklaren.

  • De 1e was Willem Serneus met een buikvliesontsteking. Ik lag naast hem en na zijn terugkeer bezorgde zijn verhalen over boter, kaas en eieren plus carbonaden etc. me hallicunaties. Ik woog toen rond de 40 K.G., minder dan de helft van mijn normale gewicht.

  • Na informatie bij de onvergetelijke Dick Banning (toen hoofdsanitäter) over de verschijnselen blinde darmontsteking, kreeg ik op 9 febr. s' avonds "braakneigingen" en "pijnen". De volgende morgen (mijn verjaardag) vandaar dat ik de datum herinner wees Dick tijdens de dagelijkse rondgang herr Nieuwenhuis op mijn "verschijnselen" (zonder een woord begreep hij het) en lag ik nauwelijks 1 1/2 uur later geopereerd en wel in het St.Elisabetziekenhuis, toevertrouwd aan de zorgen van zuster Crista.

  • Eten en mogelijk vluchten beheersten m'n gedachten.

  • Dag en nacht bevond zich evenwel een SS-landwacht ("nederlander") in mijn eenpersoonskamer.

  • De zorg waarmede ik van de zijde van het verplegend personeel werd omringd onderging ik als een droom.

  • De derde dag bij de dagelijkse visite van Nieuwenhuis (hij liet zich vanzelfsprekend betalen) wees ik hem opnieuw op een liesbreuk die ik had met de bedoeling m'n verblijf te rekken.

  • Het lukte want de vijfde dag werd ik ook daaraan geholpen. Ik kon dus nu weer broeien op een vluchtpoging.

  • Het bleef bij broeien, want de 9e dag werd ik weer overgebracht naar de z.g. "erholungsbarak" in het PDA.

  • Daar ontstond een ontsteking in de wond van liesoperatie met een enorme zwelling van het "scrotum".

  • Weer overgebracht naar het revier. Het bleek dat een van m'n testikels was aangedaan, die langzaam weg "puste".

  • Inmiddels was Nieuwenhuis vervangen door een zekere dr. Klomp uit Veenendaal, die zijn taak anders en beter opvatte.

  • Hij deelde me mede dat ook de tweede testikel gevaar liep en ik mogelijk opnieuw geholpen moest worden. Vreemd genoeg verlangde ik er na - zover is het niet gekomen. Uiterst langzaam genas de wond.

  • In die periode werd Dick Banning weggevoerd om te samen met andere gijzelaars te worden gefusilleerd. Onvoorstelbaar was de rust en het vertrouwen wat van deze sterke figuur uitging toen hij nog de laatste avond in het donker van zijn leven vertelde .... grote verslagenheid ...

  • Gedurende mijn herstelperiode werd ik benaderd door de ill. kampleiding (dit begreep ik eerst later) met de vraag of ik als sanitäter wilde optreden.

  • Dit was in de periode dat Hurkmans en Eegdemans resp. 1e en 2e lageroudste waren -

  • ik werd sanitäter. een nieuw hoofdstuk begon met grotere zorg en verantwoording voor vele anderen. Er was bijv. een ruimte "ansteckende krankheit" gecreeerd waar de SS in een wijde boog omheen gingen. e.z.m. b.v. ook het "transportunfähig" maken van ter dood veroordeelden.

  • Het gebeurde in die tijd dikwijls dat Eegdemans letterlijk bij me kwam uithuilen. Hij probeerde nl. in zijn functie van 2e lageroudste harder te brullen dan de gevreesde lagerkommandanten Stover en Berg. Hij draaide daarmee de SS een rad voor oogen. Het lukte hem b.v. om het z.g. "sporten" met gestraften van Berg over te nemen. Hij schreeuwde dan harder dan hij sloeg. Zo wist hij bijv. te bereiken dat de SS-wacht aan de poort, Maup v.d. Berg (met een arm) die in de z.g. "kippenren" gesloten was, deze aan hem toevertrouwde, waarna hij hem letterlijk onder hevig gebrul de barak insloeg uit het gezicht van de SS. Een verblijf 's nachts in de "kippenren" was ook dikwijls het einde.

  • Zo sloeg hij ook menigmaal de Joden uiteen in de hoek tussen barak 2 en 4 bij een der wachttorens vanwaar een der "landwachters" telkens weer onder dreiging van zijn mitrailleur mensonterende orders gaf, tot een of meer van hen in hun wanhoop in de "Spaanse ruiters" bij de kampomheining liepen in afwachting van het "genadeschot" "auf der flugt erschossen".

  • In mijn functie moest ik zorgen dat ze weggehaald werden of naar het lijkenhuis gebracht of naar het "badenraum" waar ze in opdracht van Stover of Berg konden doodbloeden. In de nacht kon ik hoogstens pogen hun leiden wat te verzachten met morfineinjecties.

  • In barak 4 achter de keuken heb ik o.m. ook De Miranda in zijn laatste uren kunnen bijstaan. Hij was letterlijk murw geslagen.

  • Zeker 8 gehangenen heb ik moeten afsnijden. Ze waren allen op dezelfde wijze omgebracht. Met een touw om de hals over vloer van de toen leegstaande barak 8 gesleept om daarna aan een der steilen van de houten britsen opgetrokken. Dit gebeurde door een SS-unterscharfuhrer die de naam "kerstmannetje" had gekregen vanwege zijn te grote laarzen zijn grijze hangsnor en zijn sloffende gang. Hij koos z'n slachtoffers in de avond uit wanneer hij teveel bier in z'n pens had.

  • Het lijden van de Russische krijgsgevangenen is een hoofdstuk apart. Het treurige relaas van deze prachtige mensen is meen ik voldoende bekend. Ik wil echter mededelen dat ik een machteloze woede heb gezien dat voor het revier de resterende overlevenden barrevoets in vrachtwagens werden geladen gevolgd door een wagen met sapden en ongebluste kalk. Het was hun laatste gang.

  • Diepe indruk maakte telkens weer de transporten naar elders, vooral de ghroepen naar Utrecht van ter dood veroordeelden.

  • Begin 1943 werd het PDA door ons ontruimd om plaats te maken voor anderen en werden we overgebracht naar Vught.

  • Ook hier vervulde ik weer een functie als sanitater. De eerste primitieve operaties werden er verricht door de Duitse hoofdsanitater Heinz Wons (van beroep mijnwerker) en Joe Birnie medisch student te Groningen. In het nieuw gebouwde revier (waarin een vrij behoorlijk geoutilleerde operatieruimte) kreeg ik de verzorging van de chirurgische afd. later onder leiding van de onvergetelijke mens dr. Steyns.

  • een geval wil ik noemen uit de reeks van dagelijkse gebeurtenissen. Dit was vóór de aanwezigheid van dr. Steyns.

    Van een der landwachters kreeg de jonge Hagenaar Frans Wagenaar een z.g. dum-dumkogel in de buikholte. Hij werd onmiddelijk naar de operatiekamer gebracht waar de toen aanwezige beide doktoren (namen noem ik niet) weigerden operatief in te grijpen op grond van hun beroepseed. Een voor mij onbegrijpelijk gewetensconflict. Heinz joeg ze de operatiekamer uit en verrichtte door mij bijgestaan de operatie. Frans herstelde.

  • Ook verpleegde ik de jonge Groningse marrescausee met gangreen, die met de hulp van dr. Steyns, Hans Tiemeier en Harry Kindt via een Rode Kruisauto wist te ontkomen.

  • Philips ging in het kamp Vught produceren.100en vrouwen en mannen werden in aparte barakken tewerk gesteld. Ik werd voor eenvoudige wondbehandeling op het Philipsterrein aangesteld als sanitater.

  • Door een zekere bewegingsvrijheid die mijn functie me verschafte (ik bezocht n.l. m'n patienten) verspreidde ik berichten en briefjes zowel van buiten naar binnen als v.v. Daarbij werd ik door een unterscharfuhrer gesnapt. Het verschafte me 6 weken donkere cel en 2 mnd. strafcommando.

  • Gedurende de landing in Normandie bevond ik me in de cel van de z.g. cellenbarak. Onvergetelijk is het opeenpersen van het grote aantal vrouwen in zoo'n kleine cel, waarbij de celdeur letterlijk werd dichtgedrukt.

  • Dan is er het hoofdstuk "zwerver", die zijn verraad van honderden van de beste met de dood heeft moeten bekopen ... en nog zovele hoofdstukken.

  • Ik denk daarbij aan het tellen van de schoten in de avondstilte, die we vanaf de executieplaats konden horen en waarna een korte tijd een grijpbare stilte ...

  • Na dolle dinsdag volgde het transport naar Sachsenhausen. Staande opeengeperst in een gesloten goederenwagon. Gedurende dit afschuwelijke transport nam ik in mijn wagon de leiding. De helft drukte zich nog dichter opeen, waardoor de andere helft op en over elkaar enigzins kon liggen. Dit wisselde we om de 2 uur. Hoe we aan het lege groenteblikje kwamen weet ik niet, maar boven een gat in de vloer organiseerden we per tourbeurt een "piswacht" (het blik ging van hand tot hand en werd dan door de wacht geleegd). In die situatie stonden we een nacht op een rangeerterrein van Duisburg wat zwaar gebombardeerd werd. Overdag was het gloeiend heet Eenmaal kregen we de gelegenheid gedurende de 3 dagen durende reis, op een stopplaats een emmertje water te halen per wagon.

  • 't kostte me bijna de kop toen ik met kracht aandrong op discipline om wille van een rechtvaardige verdeling. Maar het lukte toch.

  • Sachsenhausen ....los...los...eraus ihr hünden.... Na registratie in de schreibstube volgde de volgende dag reeds het transport naar het buitenkamp Heinkel (productie van kleine bommenwerpers) te voet. Onderweg met geweerkolven voortgejaagd en bespuwd door toeschouwers langs de weg, ook door kinderen.

  • De "ontvangst" vond plaats in een grote ongebruikte hangar waarin houten kribben stonden opgesteld 3 verdiepingen hoog. Er heerste erg dysenterie.

  • Op initiatief van dr. Steyns werd in een kleine ruimte een dysenterie-barak met behulp van stroo gecreeerd. Opnieuw werd ik daar sanitater.

  • Vooral de laatste periode is als een nachtmerrie.

    Ze roept beelden op van stapels en kuilen vol lijken eerder geraamten. Ik was telkens weer weken achtereen betrokken bij het ontladen van k.m.-lange treintransporten doden en halfdoden dooreen, die in de barre koude van Jan. en Febr. op spooremplacementen moesten staan. Dit als gevolg van het ontruimen van o.m. Auschwitz en Gros-Rozen als gevolg van het oprukken van de Russische legers.

  • Bij de nachtelijke poging van de SS om de resterende gevangenen zowel van het hoofdlager al;s van de bijlagers voor deze legers uit weg te voeren met het doel (vernietiging) (de z.g. dodenmars) ben ik met een aantal Hollanders waaronder dr. Hupscher achtergebleven. Dit was mogelijk omdat de verwarring onder de SS eveneens groot was en er zich bovendien nog honderden ernstige zieken in het revier bevonden.

  • Dagen achtereen gierde de granaten en raketten over het kamp.
    de kring rond Berlijn werd steds nauwer. De nog achtergebleven SS-lieden werd de grond ook te heet onder de voeten, want plotseling ontdekte we dat ze verdwenen waren. We waren vrij ....

  • Reeds voor dien dreigde er chaos in het kamp. In samenwerking met anderen konden we een en ander in goede banen leiden. Er was nl. een opvatting vooral onder de achtergebleven Polen dat iedereen maar nemen moest wat hij wilde. Dit moesten we verhinderen omdat niemand zeggen kon hoe de positie was van de legers en wanneer we bevrijd zouden worden. Daarom moesten beslist voor de honderden achtergeblevenen het nog beschikbare voedsel rantsoeneren uiteraard beter dan de SS dit deed.

  • Onbeschrijvelijk zijn de tonelen bij het betreden van het kamp door de eerste groepen verkenners, gevolgd door legereenheden.

  • De kasten waarin nog enige voorraad werden opengebroken. Kruipend en strompelend in hun eigen uitwerpselen werd er door de doodzieke mensen opaangevallen. Totdat de zorg voor hen door een Russische medische staf werd overgenomen kostte dit opnieuw nodeloos vele doden.

  • Ik achtte me toen van mijn plicht ontslagen vooral toen we zelfs bedreigd werden door enige achtergebleven Polen en verliet toen met twee andere lotgenoten het kamp.

  • Het was of de wereld jubelde. Stralend voorjaarsweer en overal ontluikend groen. We zogen het in ons op en deden ons te goed aan wat we aan eetbaars vonden in leegstaande boerenwoningen.

  • Langzaam keerden onze krachten terug. We zagen verschroeide aarde tot Frankfort a/d Oder.

  • Na de slag om Berlijn verbleven we lange tijd in Potsdam, waar ik werd opgenomen met paratyphus.

  • Na m'n herstel belandde ik weer in gevangenschap, ditmaal bij de Russen verdacht van conspiratie zo ze dat noemden.

  • Ik verbleef tesamen in een kelder met beruchtte nazi's. Afschuwelijke herrinneringen bewaar ik hieraan. Ook hetvervoer over de straten tussen twee gewapende sowjet-soldaten ... met de blikken van verstandhouding of knipogen van 't tuig ....

  • Na weken werd ik gerehabiliteerd met verontschuldiging en al, maar m'n gezondheid had een danige opdonder gehad. Reden waarom ik eerst medio September in ons land terug keerde.

  • Heb sedert dien gedaan wat we allen aan onze doden verplicht zijn, ons naar vermogen inzetten om te verhinderen dat onze kinderen een zelfde rampspoed overkomt.

  • Wat dat betreft ben ik niet gerust, het vervolgd me en houdt me gevangen in m'n dromen. Ik draai en woel in m'n slaap, zodat ik dikwijls of mijn vrouw Coby op de bedbank in de kamer ga liggen.

  • Ik ben overmatig prikkelbaar ook helaas tegen m'n kinderen.

  • Of het komt door een kwasi van je af zetten of onderdrukken, ik uit me dikwijls in grofheden met huilbuien er achteraan.

  • Alles wat ik moet doen is me te veel en pak ik wat aan werk ik me in het zweet.

  • En juist dat gevoel niet meer in staat te zijn zoals vrijwel altijd is geweest, een vraagbaak- een steun voor andere te zijn breekt je als het ware verder af.

  • Bij vrijwel alle patroons waar ik gewerkt heb sta ik bekend als een goed vakman. ze hebben er alleen een broertje aan dood als je d'r ook op staat wanneer je bovendien tempo draait en daarvoor extra betaald wil worden.

  • Wat ik nooit gehad heb ik de laatste tijd gekregen n.l. een hardgrondige hekel aan m'n werk. Ik was niet meer in staat een behoorlijke werkprestatie te leveren. Maakte fouten, ben dan niet te genaken, maak ruzie. Bovendien brengt m'n toenemende vergeetachtigheid me helemaal tot razernij. Ik kan b.v. gejaagd lopen zoeken naar iets wat ik in m'n hand heb.

  • Als ik thuis kwam viel ik als een blok op bed met regelmatig pijn in de rug. Me moeheid of welke zenuwtoestand ook doet zich dadelijk voelen in de rug omdat ik tevens volgens dr. Koolsbergen een lichte hernia heb, waarmede ik meerdere malen langdurig heb moeten liggen.

  • Ik loop dan als of ik het in m'n broek gedaan heb.

  • Kort geleden viel ik van een betonnen trap, lichte hersenschudding.

  • Na herstel ben ik enige malen van m'n werkbankje gevallen. Zo ook op de dag dat ik overspannen naar huis ben gegaan. Smeet als tevoren met m'n gereedschap om me heen of trapte het in een hoek. En dan volgt daarna weer een huilbui.

  • Nu ik enige tijd niet meer gebonden ben (mogelijk door de medicijnen) ben ik trager geworden, niet minder moe. Ik slaap nu veel, 's middags na wat huishoudelijk werk, terwijl ik s'morgens uit een soort bewusteloosheid wakker wordt.

  • Ik kan uren zitten te zitten ofschoon daar direct woedeuitbarstingen of grofheden op kunnen volgen. Heel erg vind ik dat ik de juiste toon tegenover m'n oudste zoon niet kan vinden. De verhouding tot mijn vrouw Coby is beter, voornamelijk door de waardering voor haar werk en wat ze dikwijls van mij te verstouwen krijgt. ons lichamelijk contact is echter vrijwel nihil.

  • Ik wil dit opstel nu maar liever eindigen. ik heb er zowat 2 weken over gedaan. Ik moest me er telkens toe dwingen.


Colofon:

·         Naar Index - Overzicht Bijlages

Ik vond deze brief in juni 1996 in de nalatenschap van mijn moeder. De brief is kennelijk in 1966 geschreven, om mijn vader's aanvraag van een verzetspensioen te motivere. Het verzetspensioen is hem toegekend.

Ik zou er veel over kunnen opmerken (ook omdat, mede vanwege socialistisch onderwijs-beleid, het vak Geschiedenis niet meer verplicht onderwezen wordt - immers: "wie de geschiedenis niet kent, wordt gedwongen haar te herhalen"). Toelichtingen die de tekorten van het huidige VWO-onderwijs ongedaan zouden maken zouden veel te veel ruimte kosten, dus ik beperk me hier alleen tot het citeren van een brief aan mijn in het buitenland wonende broer, die ik schreef kort nadat ik de boven geciteerde bijlage vond.


Amsterdam, 10 juni 1996

Beste Freek,

Ik heb gisteren 26 rouwkaarten geschreven en gepost, waaronder een voor jou met als extra bijlage de pagina uit de Volkskrant van j.l. zaterdag met de overlijdens-advertentie.

(...)

Wat betreft het stuk van vader: In vader's stuk staat o.a.

"-in barak 4 achter de keuken heb ik o.m. ook De Miranda in zijn laatste uren kunnen bijstaan. Hij was letterlijk murw geslagen."

Ik vond in Presser's "Ondergang" dl. I op pag. 434-5:

"Wij kennen nogal wat namen van in dat kamp [Amersfoort] mishandelde Joden, daar doodgemarteld of elders afgemaakt. Daar is de hoogst begaafde schrijver mr. A.S. de Leeuw, niet alleen Jood, maar bovendien nog communist, een tijdlang nog 'ontzien' (laat ons dat woord maar bezigen) als tolk bij de Russische krijgsgevangenen aldaar. Daar is de Amsterdamse wethouder S.R. de Miranda, op 18 juli 1942 gearresteerd en na een verblijf van drie maanden in de gevangenis naar Amersfoort overgebracht, waar men hem op gruwelijke wijze vermoord heeft. Het past, deze figuur in een werk als dit te herdenken. Reeds tijdens de Februari-staking had hij op felle wijze een verzoek van Asscher [Joodse Raad] afgeslagen, om mede te werken aan het beeindigen daarvan; Asscher zou, let wel, zou daarop hebben voorspeld, dat de Miranda er ook aan zou gaan - dit is wel uitgekomen helaas. Wij bezitten tevens het afschrift van een brief, gedateerd 11 juli 1942, waarin De Miranda zich aanbood, de door de Duitsers opgeroepen Joodse jeugd te helpen ('wat ik ook deed eerst voor de Oostenrijkse, daarna voor de Russische en tenslotte voor de Spaanse jeugd'). 'Ik bied dit aan in de overtuiging dat het verbinden van mijn naam aan de onder- neming er toe zal bijdragen, dat de rust in de harten van de moeders en vaders weer keert.' Typerend voor de kijk, die een intelligente, waakzame Jood op deze eerste deportatie had, typerend zeker voor zijn karakter. Niet onvermeld hierbij blijve, dat Lages op 6 november 1942 beloofde, het 'overlijden' van De Miranda in Amersfoort te 'onderzoeken', en op 21 november verklaarde 'overtuigd te zijn dat deze heer niet is doodgeslagen'; Asscher 'zou er later nog van horen' .... In september 1943 overleed in het kamp Amersfoort mr. E.B. Asscher, 'het sieraad van de Amsterdamse balie ..., toonbeeld van bekwaamheid en integriteit, van confraterniteit en plichtsbetrachting'; hij had een onbeduidend deel van zijn vermogen niet aangemeld. Straf: de dood, de marteldood."

Ik neem aan dat De Miranda een SDAP'er was, en een beweerd voorbeeld van Van Thijn. In dat verband gaan als bijlages copieen van brieven aan mijn huisarts en mijn advocaat van gisteren, en stemt mijn verhandeling uit 1988 tegen de vrijlating van de 2 van Breda mij tot enige tevredenheid, zoals het ook mijn woede over de UvA-leerstellingen dat "waarheid bestaat niet" (c.q. de woorden van onze vader en van Lages over De Miranda zijn gelijk (on)geldig en (on)geloofwaardig) en "alle moraal is relatief" enig relief geeft.

Andere namen die vader noemt heb ik niet in het register van "Ondergang" gevonden, maar ik heb nog niet de tijd gehad alles te checken.

Het beste,

Maarten.

© Maartens@xs4all.nl


15 aug 2009: Ik zag vandaag dat de punten - die mijn vader wel in zijn typescript heeft staan - verdwenen zijn, kennelijk omdat er nog steeds geen enigheid is hoe genummerde en van bullets voorziene lijsten in html af te handelen. Hoe het zij, ik heb het weer recht getrokken.