- Volg de pijlen voor ME in Amsterdam


- Volg de pijlen voor brief aan faculteit wijsbegeerte


 

Aan de faculteit voor wijsbegeerte van de UvA
- in de gestalte van
     prof. dr. Cornelis Verhoeven -

         Naar Index - Overzicht Bijlages


Amsterdam, 30 augustus 1988

Geachte heer Verhoeven,

Ik moet helaas beginnen met een tweetal inleidende secties, veroorzaakt door het eigenmachtige en oneigenlijke handelen van de heer Bolten en de uiter- mate gebrekkige menselijke kwaliteiten van de heer Jacobs. Om mij adekwaat uit te drukken wat betreft de toestanden die aan de UvA heersen moet ik mij , om waarachtig te spreken, van nogal cru Nederlands bedienen. Dat spijt me, maar de onderwerpen die ik behandel zijn te belangrijk om de waarheid te verhullen in e

ufemismes - en overigens zie sectie 5 "Over mijn taalgebruik".

1. Studie-adviseur Bolten: De heer Bolten heeft mij 24.VI. meegedeeld dat hij de stukken en de persoonlijke brief die ik hem de dag daarvoor ter hand gesteld had aan het faculteitsbestuur gegeven had, in de persoon van de heer Jacobs. Hij heeft mij daarin niet gekend, noch enige andere reden gegeven dan dat hem dit juist leek. Overigens heeft hij mij 20 minuten vergast op zijn emoties over mij en mijn stukken, die hij zei niet gelezen te hebben, en mijn manier van mij uitdrukken, die hij alleen kent uit enkele korte gesprekken betreffende studiezaken. Enig relevant idee of mening over de inhoud van mijn stukken, of mijn redenen om mij zo uit te drukken als ik doe, had hij niet. Ik verwachtte dit van hem echter ook niet: Ik weet dat de heer Bolten incompetent sinds 1976, toen hij mij onjuiste informaties over beurzen gaf, wat er uiteindelijk toe leidde (ook dankzij incompetentie bij Studiefinanciering) dat ik pas in 1977 kon beginnen met studeren, wat mij onmiddellijk, i.v.m. mijn leeftijd, fl. 10.000,-- extra studieschuld kostte, naast een verloren jaar. Maar ik verwachtte echter niet dat hij eigenmachtig zou beschikken over mijn teksten, die hij NB de dag daarvoor ontvangen had, wetende dat ik de volgende dag langs zou komen. Zijn handelswijze, waar ik hem noch om verzocht heb noch mijn toestemming aan verleend heb, kan ik dan ook niet goedkeuren. Maar karakteristiek voor de morele achterlijkheid en lafheid van UvA-ambtenaren is het weer wel.

2. Faculteits-voorzitter Jacobs: Ik neem de vrijheid mij aan u te richten, omdat ik - zoals u uit mijn zonder mijn instemming u ter hand gestelde persoonlijke brief aan Bolten duidelijk blijkt - de heer Jacobs niet het soort persoon is waarmee ik me wens te onderhouden, en overigens de heer Jacobs binnenkort faculteitsbestuurder af is. U kunt uit de laatste twee Cimedarts lezen dat de heer Jacobs zijn geilheid voor studentes uitleeft door, in het faculteitsblad, een publieke, open uitnodiging aan alle stu dentes van de faculteit te richten (hetzij door lafheid zijn lust voor een bepaalde dame uit te spreken; hetzij als truuk voor wie erin trapt) om zich bij en door hem sexueel te laten gebruiken; dat hij zijn collega's om schrijft als

"Nergens kom je dergelijke droogkloten tegen"

dat zijn vrouw een

"secreet"

is; dat hij bij het zien van een aantrekkelijke vrouw - studentes die van hem afhankelijk zijn - meent

"Ik kan me best in de psyche van die lustmoordenaars indenken: zoiets fraais doet pijn aan je ogen, je kunt het maar het beste kapotgooien."

; dat mannelijke studenten die onvoldoendes halen en klagen

"slijmerds"

zijn, die hij naar vermogen schoffeert; maar dat het over een aantrekkelijke studente met een onvoldoende heet:

"Die voldoende krijgt ze op de koop toe, als ze mij eerst neemt. Maar als ze niets van me wil weten, ben ik onomkoopbaar. Hoe maak ik dat haar duidelijk?"

En dat hij met "als ze mij eerst neemt" doelt op haar sexuele gunsten is evident uit zijn hele stuk. Aldus schrijft de voorzitter van het faculteitsbestuur, de hoofddocent ethiek Dr. F. Jacobs, in het faculteitsblad.

Met een dergelijk pooierig persoon, die studentes middels chantage of corruptie wens te bewegen zich voor hem te prostitueren, wens ik niet om te gaan, zoals ik ook aan de heer Bolten heb duidelijk gemaakt. Dat de heer Dr. Jacobs uw primus inter pares is tekent alleen het aan de faculteit gebruikelijke of getolereerde niveau, maar dat is niet het mijne, noch tolereer ik dat soort smerigheid. De heer Bolten heeft mijn, hem in goed vertrouwen gegeven persoonlijke brief + bijlages echter onmiddellijk aan de heer Jacobs gegeven, uiteraard met de opzet mij te schaden. Zo zijn de manieren aan de faculteit: Goede trouw, fatsoen, integriteit, competentie, eerlijkheid en moed zijn ver te zoeken, terwijl dat toch, anders dan de eveneens afwezige intelligentie, vermogens zijn die binnen ieders bereik liggen. Maar ook over de heer Jacobs wil ik het evenmin hebben als over de heer Bolten. Hun portret is - te vriendelijk - geschetst in Gulliver's vierde reis, en verder genoeg over hen.

3. Rest faculteits-bestuur: Afgezien van de heer Jacobs bestaat het fac- ulteitsbestuur uit u, en uit een student-lid. Omdat ik het principieel onjuist vind student-leden bestuursverantwoordelijkheden toe te kennen (waarvoor ze niet betaald worden; niet effectief wettelijk op aangesprokene kunnen worden, en gewoonlijk ook de kwalificaties voor missen) richt ik mij ook niet tot dit studentlid. U blijft dus over, als enige mogelijk persoon in het faculteitsbestuur waarover bij mij geen bedenkingen bestaan hetzij wegens menselijke incompetentie, hetzij wegens het niet effectief en aan spreekbaar dragen van verantwoordelijkheid.

U ken ik niet, en u mij niet. Het was mij liever geweest indien u niet het nu in uw bezit zijnde literatuur-pakket, maar op mijn, nog op goedkeuring van mijn advocaten wachtende, brief aan het CvB had gehad. Maar het is niet anders. U kunt de heer Bolten daarvoor danken. Het enige andere relevante punt uit zijn woordenvloed is dat hij mij verzocht heeft u - c.q. het fac ulteitsbestuur - een briefje te schrijven. Dit is het dan. Ik zal gelijk van de gelegenheid gebruik maken enige dingen te verduidelijken, en u een voor stel te doen.

4. De stukken: Om te beginnen: Voor de goede orde vermeld ik hier nogmaals aan welke stukken van mijn hand ik hier refereer. Zoals ik ze aan de heer Bolten gegeven heb waren dit vijf met hoofdletters gemerkte stukken, nl.:

A. Kopie van een vonnis van een ruim drie jaar durende rechtszaak die de UvA tegen mij voerde omdat ik weigerde de huur in de studentenflat te betalen zolang men mijn ex mij daar blootstelde aan voortdurende moordbedreig ingen, geweld en opzettelijke ruinering van onze gezondheid door ons gemiddeld 4 nachten per week tot 's ochtends vroeg wakker te houden door een daar ook wonende psychoot. De UvA heeft mijn ex en mij welbewust en opzettelijk, wetende dat wij beide leden aan een ernstige spierziekte en daardoor invalide waren en niet zonder hulp konden verhuizen, ruim 2 1/2 jaar daaraan bloot gesteld en daarna nog eens 3 jaar tegen mij geproce- deerd om de huur. Stuk A is het vonnis: De UvA heeft deze zaak volledig verloren, en haar bestuur wordt er zeer treffend door de rechter in gekenschetst als

"onaanvaardbaar laks"

"schromelijk in gebreke gebleven"

en nalatig door

"gebrek aan bestuurs-kracht".

(NB: Het bestuur van de SSH = het CvB van de UvA, en ik heb alle toenmalige CvB-leden persoonlijk aangesproken en aangeschreven.)

B. Kopie van een brief van 5 mei 1982 van mij aan het CvB over deze zaak. NB dat dit CvB na ontvangst van deze brief, die ik schreef om een proces te voorkomen en verder te kunnen studeren, en waarin ik een verregaand compromis voorstelde, mij gedwongen heeft daarna nog 3 hele jaren te procederen; en mijn studie daarom op te geven omdat ik niet tegelijkertijd zowel kon procederen als studeren. De reden daarvan was de - door de nalatigheid van het CvB zeer verslechterde - gezondheidstoestand van mij en mijn ex: Wij lijden aan een zeldzame spierziekte die sarcoidose heet, die gepaard gaat met voortdurende extreme moeheid, malaise en spierpijn. Ik heb het CvB daarover uitgebreid ingelicht: De leiding van de SSH = het CvB wist even goed wat ze deden als de SS wist wat ze deed, en beiden handelden met opzet.

C. Kopie van "Vragen", afgedrukt in een recente Cimedart, en door mij gedeeltelijk voorgedragen in aanwezigheid van minstens 16 faculteits- docenten - gedeeltelijk omdat de heer Jacobs mij telkens bijzonder onbeschoft onderbrak en mij het woord ontnam, en ik niet tegen een verga- dering van yahoos wens te spreken die mij - zo dapper, achteruit de zaal - voor "terrorist" uitkrijt, omdat ik, na onderbroken te zijn, anderen onderbrak.

D. Kopie van "Antwoorden I", niet afgedrukt door Cimedart zogenaamd "vanwege de lengte", maar kennelijk omdat hoofdredacteur Bisschop Boele zijn kansen op een zacht kussen aan de UvA ziet verkleinen door publikaties van mijn stukken.

E. Kopie van "Multatuli en de Filosofie", dat een redelijk zij het zeer kort overzicht biedt van een paar van mijn algemene en meer algemeen- toegankelijke filosofische ideeen.

Overigens wil ik opmerken dat B t/m D in haast geschreven stukken zijn, waaraan de onvolkomen vorm en (vooral in D) een aantal type- en redactie-fouten te wijten zijn; dat C en D ongekorrigeerde versies zijn van stukken bestemd voor Cimedart, en dat Cimedart's redacteur Bisschop Boele liegt in zijn zwakzinnige reactie op C: Ik heb stuk C op uitdrukkelijk verzoek van het enige mij persoonlijk bekende lid van de Cimedart-redactie geschreven, voor hun verkiezingsnummer. Ikzelf had met hen afgesproken pas later te publiceren, na overleg met mijn advocaat.