Addenda 1999

Intro
Overzicht
Notities

Aan de faculteit voor wijsbegeerte van de UvA
- in de gestalte van
     prof. dr. Cornelis Verhoeven -


Amsterdam, 30 augustus 1988

Geachte heer Verhoeven,

Ik moet helaas beginnen met een tweetal inleidende secties, veroorzaakt door het eigenmachtige en oneigenlijke handelen van de heer Bolten en de uiter- mate gebrekkige menselijke kwaliteiten van de heer Jacobs. Om mij adekwaat uit te drukken wat betreft de toestanden die aan de UvA heersen moet ik mij , om waarachtig te spreken, van nogal cru Nederlands bedienen. Dat spijt me, maar de onderwerpen die ik behandel zijn te belangrijk om de waarheid te verhullen in eufemismes - en overigens zie sectie 5 "Over mijn taalgebruik".

2. Faculteits-voorzitter Jacobs: Ik neem de vrijheid mij aan u te richten, omdat ik - zoals u uit mijn zonder mijn instemming u ter hand gestelde persoonlijke brief aan Bolten duidelijk blijkt - de heer Jacobs niet het soort persoon is waarmee ik me wens te onderhouden, en overigens de heer Jacobs binnenkort faculteitsbestuurder af is. U kunt uit de laatste twee Cimedarts lezen dat de heer Jacobs zijn geilheid voor studentes uitleeft door, in het faculteitsblad, een publieke, open uitnodiging aan alle stu dentes van de faculteit te richten (hetzij door lafheid zijn lust voor een bepaalde dame uit te spreken; hetzij als truuk voor wie erin trapt) om zich bij en door hem sexueel te laten gebruiken; dat hij zijn collega's om schrijft als

"Nergens kom je dergelijke droogkloten tegen"

dat zijn vrouw een

"secreet"

is; dat hij bij het zien van een aantrekkelijke vrouw - studentes die van hem afhankelijk zijn - meent

"Ik kan me best in de psyche van die lustmoordenaars indenken: zoiets fraais doet pijn aan je ogen, je kunt het maar het beste kapotgooien."

; dat mannelijke studenten die onvol doendes halen en klagen

"slijmerds"

zijn, die hij naar vermogen schoffeert; maar dat het over een aantrekkelijke studente met een onvoldoende heet:

"Die voldoende krijgt ze op de koop toe, als ze mij eerst neemt. Maar als ze niets van me wil weten, ben ik onomkoopbaar. Hoe maak ik dat haar duidelijk?"

En dat hij met "als ze mij eerst neemt" doelt op haar sexuele gunsten is evident uit zijn hele stuk. Aldus schrijft de voorzitter van het fac ulteitsbestuur, de hoofddocent ethiek Dr. F. Jacobs, in het faculteitsblad.

Met een dergelijk pooierig persoon, die studentes middels chantage of cor ruptie wens te bewegen zich voor hem te prostitueren, wens ik niet om te gaan, zoals ik ook aan de heer Bolten heb duidelijk gemaakt. Dat de heer Dr. Jacobs uw primus inter pares is tekent alleen het aan de faculteit gebruike lijke of getolereerde niveau, maar dat is niet het mijne, noch tolereer ik dat soort smerigheid. De heer Bolten heeft mijn, hem in goed vertrouwen gegeven persoonlijke brief + bijlages echter onmiddellijk aan de heer Jacobs gegeven, uiteraard met de opzet mij te schaden. Zo zijn de manieren aan de faculteit: Goede trouw, fatsoen, integriteit, competentie, eerlijkheid en moed zijn ver te zoeken, terwijl dat toch, anders dan de eveneens afwezige intelligentie, vermogens zijn die binnen ieders bereik liggen. Maar ook over de heer Jacobs wil ik het evenmin hebben als over de heer Bolten. Hun portret is - te vriendelijk - geschetst in Gulliver's vierde reis, en verder genoeg over hen.

3. Rest faculteits-bestuur: Afgezien van de heer Jacobs bestaat het fac- ulteitsbestuur uit u, en uit een student-lid. Omdat ik het principieel onjuist vind student-leden bestuursverantwoordelijkheden toe te kennen (waarvoor ze niet betaald worden; niet effectief wettelijk op aangesprokene kunnen worden, en gewoonlijk ook de kwalificaties voor missen) richt ik mij ook niet tot dit studentlid. U blijft dus over, als enige mogelijk persoon in het faculteitsbestuur waarover bij mij geen bedenkingen bestaan hetzij wegens menselijke incompetentie, hetzij wegens het niet effectief en aan spreekbaar dragen van verantwoordelijkheid.

U ken ik niet, en u mij niet. Het was mij liever geweest indien u niet het nu in uw bezit zijnde literatuur-pakket, maar op mijn, nog op goedkeuring van mijn advocaten wachtende, brief aan het CvB had gehad. Maar het is niet anders. U kunt de heer Bolten daarvoor danken. Het enige andere relevante punt uit zijn woordenvloed is dat hij mij verzocht heeft u - c.q. het fac ulteitsbestuur - een briefje te schrijven. Dit is het dan. Ik zal gelijk van de gelegenheid gebruik maken enige dingen te verduidelijken, en u een voor stel te doen.

4. De stukken: Om te beginnen: Voor de goede orde vermeld ik hier nogmaals aan welke stukken van mijn hand ik hier refereer. Zoals ik ze aan de heer Bolten gegeven heb waren dit vijf met hoofdletters gemerkte stukken, nl.:

A. Kopie van een vonnis van een ruim drie jaar durende rechtszaak die de UvA tegen mij voerde omdat ik weigerde de huur in de studentenflat te betalen zolang men mijn ex mij daar blootstelde aan voortdurende moordbedreig ingen, geweld en opzettelijke ruinering van onze gezondheid door ons gemiddeld 4 nachten per week tot 's ochtends vroeg wakker te houden door een daar ook wonende psychoot. De UvA heeft mijn ex en mij welbewust en opzettelijk, wetende dat wij beide leden aan een ernstige spierziekte en daardoor invalide waren en niet zonder hulp konden verhuizen, ruim 2 1/2 jaar daaraan bloot gesteld en daarna nog eens 3 jaar tegen mij geproce- deerd om de huur. Stuk A is het vonnis: De UvA heeft deze zaak volledig verloren, en haar bestuur wordt er zeer treffend door de rechter in gekenschetst als

"onaanvaardbaar laks"
"schromelijk in gebreke gebleven"

en nalatig door

"gebrek aan bestuurs-kracht".

(NB: Het bestuur van de SSH = het CvB van de UvA, en ik heb alle toenmalige CvB-leden persoonlijk aangesproken en aangeschreven.)

B. Kopie van een brief van 5 mei 1982 van mij aan het CvB over deze zaak. NB dat dit CvB na ontvangst van deze brief, die ik schreef om een proces te voorkomen en verder te kunnen studeren, en waarin ik een verregaand compromis voorstelde, mij gedwongen heeft daarna nog 3 hele jaren te procederen; en mijn studie daarom op te geven omdat ik niet tegelijkertijd zowel kon procederen als studeren. De reden daarvan was de - door de nalatigheid van het CvB zeer verslechterde - gezondheidstoestand van mij en mijn ex: Wij lijden aan een zeldzame spierziekte die sarcoidose heet, die gepaard gaat met voortdurende extreme moeheid, malaise en spierpijn. Ik heb het CvB daarover uitgebreid ingelicht: De leiding van de SSH = het CvB wist even goed wat ze deden als de SS wist wat ze deed, en beiden handelden met opzet.

C. Kopie van "Vragen", afgedrukt in een recente Cimedart, en door mij gedeeltelijk voorgedragen in aanwezigheid van minstens 16 faculteits- docenten - gedeeltelijk omdat de heer Jacobs mij telkens bijzonder onbeschoft onderbrak en mij het woord ontnam, en ik niet tegen een verga- dering van yahoos wens te spreken die mij - zo dapper, achteruit de zaal - voor "terrorist" uitkrijt, omdat ik, na onderbroken te zijn, anderen onderbrak.

D. Kopie van "Antwoorden I", niet afgedrukt door Cimedart zogenaamd "vanwege de lengte", maar kennelijk omdat hoofdredacteur Bisschop Boele zijn kansen op een zacht kussen aan de UvA ziet verkleinen door publikaties van mijn stukken.

E. Kopie van "Multatuli en de Filosofie", dat een redelijk zij het zeer kort overzicht biedt van een paar van mijn algemene en meer algemeen- toegankelijke filosofische ideeen.

Overigens wil ik opmerken dat B t/m D in haast geschreven stukken zijn, waaraan de onvolkomen vorm en (vooral in D) een aantal type- en redactie-fouten te wijten zijn; dat C en D ongekorrigeerde versies zijn van stukken bestemd voor Cimedart, en dat Cimedart's redacteur Bisschop Boele liegt in zijn zwakzinnige reactie op C: Ik heb stuk C op uitdrukkelijk verzoek van het enige mij persoonlijk bekende lid van de Cimedart-redactie geschreven, voor hun verkiezingsnummer. Ikzelf had met hen afgesproken pas later te publiceren, na overleg met mijn advocaat.

5. Over mijn taalgebruik: Voor een juiste en rationele beoordeling van C en D zou ik u op de eerste alinea van "Antwoorden I" willen wijzen, en op de ernst van mijn beweringen. Als mijn taalgebruik in die stukken u niet bevalt (mij bevalt het evenmin), zoudt u in ieder geval kunnen waarderen dat het effectief blijkt: Het is de eerste keer dat men mij antwoordt. Meer precieze en meer inhoudelijke stukken - zoals een u onbekend stuk uit 1981 in Cimedart, het in "Antwoorden" opgenomen stuk aan de UR uit 1982, en stukken aan de faculteit voor psychologie - werden alleen beantwoord door mij "fas- cist" te noemen. De brief (B) aan het CvB is nooit beantwoord. Enig excuus of compensatie voor bijna 3 jaar moordbedreiging gevolgd door 3 jaar ge dwongen procesgang, heb ik nooit gehad. Ik ben door een UR-lid voor "fascist" uitgemaakt omdat ik voor objectieve wetenschap ben; ik ben in uw bijzijn voor "terrorist" uitgemaakt alleen omdat ik anderen onderbrak nadat zij mij onderbraken, en tenslotte heb ik heb mij aan dat niveau aangepast, en ziedaar: Men antwoordt! Alles naar vermogen, dat wel natuurlijk.

Bovendien: Ik wens de dingen bij de naam te noemen, en ik kan geen waarachtiger termen bedenken dan degene die ik gebruik:

Ik meen welbewust en opzettelijk opgelicht te zijn door de UvA en door de faculteit, en ik meen dat dat aan de faculteit gebeurt is door welbewust overwegen gruwelijk slecht onderwijs te tolereren door overwegend intellectueel volstrekt incom petente docenten, wier enige beweegreden hun salaris en hun privileges zijn, i.h.b. het feit dat ze vrijwel niets hoeven te doen, en ook in feite vrijwel niets doen.

(NB dat ik hier en in de rest van dit stuk het in (A) gerefer eerde vonnis en de 6 jaar lange lijdensweg die daarmee samenhangt groten deels onbesproken laat. De oorzaken van deze ellende zijn dezelfde mense lijke, morele en intellectuele incompetentie die het onderwijs zo slecht maken, maar ik zal mij zoveel mogelijk beperken tot die punten die van algemeen belang zijn.)

In de eerste plaats een opmerking over mijn term "uitvreters" etc. die kort en beeldend refereert aan het gebrek aan inzet en productiviteit die mij steeds weer zijn opgevallen aan de UvA (en meer algemeen: Onder ambtenaren). De meeste docenten aan de UvA, evenals de meeste studenten kunnen dit niet adekwaat beoordelen, omdat ze nooit of nauwelijks buiten de universiteit werkzaam zijn geweest. Ik heb tien jaar in het bedrijfsleven gewerkt; ik ben boer geweest; en ik heb als arbeider gewerkt. Nu, als er een ding duidelijk is over de UvA is dat, van hoog tot laag, vrijwel iedereen die daar - tegen exceptioneel hoge salarissen - geemployeerd is vrijwel constant loopt uit te vreten. De meeste docenten hebben geen andere "verplichtingen" dan een paar uur colleges geven in de week - en verder doen ze ook niets: Publiceren doen de meesten niet, en de weinigen die publiceren publiceren vnl. rommel; het onderzoek stelt gewoonlijk weinig voor, en het onderzoek dat wel wat voorstelt (en dus niet "maatschappelijk relevant" is) wordt kapotgemaakt; de colleges zijn vrijwel allemaal onverzorgd en gruwelijk slecht gepresenteerd, en de lagere ambtenarij (zoals bij de SSH) doet vrij wel niets en is incompetent in het weinige dat ze doet. Iedereen weet dat dit zo is, maar bijna niemand interesseert het - want bijna niemand is geinteresseerd in waar het in een universiteit om zou moeten gaan: Goed onderwijs en goed onderzoek van hoog niveau, waar zowel de studenten als de wetenschap, en daarmee de cultuur en de mensheid, werkelijk mee geholpen zijn.

Ik heb hierboven een voorbeeld gegeven van mijn redenen om de termen te gebruiken die ik gebruik. Andere voorbeelden zal ik nalaten. Als mijn termen u dus wat zwaar op de maag liggen, dan verzoek ik u mij betere en feitelijk even adekwate te bieden - tenzij u natuurlijk, met uw collegae, wenst te "relativeren", "preciseren" of anderszins verbaal te verhullen waar het (zoals in de hele geschiedenis, bij vrijwel iedere maatschappelijke elite, politiek, religieus of wetenschappelijk) om gaat: Corruptie en uitvreterij; luiheid en kwade trouw; incompetentie en oplichterij; en doodordinaire hebzucht en het beschermen van privileges en inkomsten.

Dit zijn de juiste, want eerlijke en waarachtige, termen om het doen en laten van de docenten en ambtenaren van de UvA te omschrijven. Ik geef toe dat het wat hard klinkt, maar helaas is de waarheid gewoonlijk pijnlijk - en ik ben niet in een positie om iemand aan de UvA te sparen, noch om er door gecorrumpeerd te worden. Uiteraard wensen de moreel en intellectueel laagbe gaafde en onbeschaafde Asva-fanaatjes en de vele honderden "progressieve" docenten graag van zichzelf denken iets bijzonders te zijn en iets goeds voor te staan, maar aan dat soort illusies leden de stalinisten, de maoist en, de fascisten, en de inquisitie ook, terwijl dat soort pretenties de hele geschiedenis door voorgegeven zijn door iedere uitvretende elite: Vrijwel al het kwaad is gedaan in naam van de hoogste menselijke idealen, bewogen door de laagste menselijke motieven.