Welcome to the Na 10 jaar pages of Maarten Maartensz. See:  Help + Map + Tour + Tips + Notes + News + Home

 

4 mei 2002 - Kopie van een stuk over politiek en politicologie van mijn hand n.a.v. een stuk in "M-Magazine" van de NRC

                        - Volg de pijlen

Aantekeningen bij "De illusie van democratie" 

Inleiding:

Ik lees 't NRC-Handelsblad, en schrijf daar heel af en toe wel eens een stukje over, zoals in april 2001 en in mei 1996. Nu  ik dit schrijf is 't mei 2002 en in 't maandelijkse NRC-Magazine M, dat gewoonlijk veel weg heeft van de vroegere Avenue, stond op 4 mei een interessant artikel over de Neerlandse dommocratie, dat veel van wat op deze site staat in de secties ME in Amsterdam en Politics nogal ondersteunt.

Het artikel heet "De illusie van democratie" en geeft vooral de meningen van een tiental Nederlandse politicologen weer, allen - nogal storend - met groot gedeeltelijk vaag fotografisch portret vertegenwoordigd in dat M-Magazine.

't Artikel  Is van de hand van Gerard van Westerloo en - zeker voor NRC-Handelsblad - radikaal. Het ondergraaft nogal wat tot zeer recent  "gevestigde meningen", "geaccepteerde wijsheden", "overleverde terminologie" en "heersende opvattingen" over "de politiek", maar 't doet dat helaas in journalistiek Neerlands.

En helaas is 't niet alleen nogal journalistiek in taalgebruik, maar ook in intellectuele achtergrond. Om de recent overleden journalist Martin van Amerongen (hoofdredacteur van "De Groene Amsterdammer") in dit verband  te citeren, die schreef als groot kenner van deze soort: "Qua imago bewegen wij  [journalisten] ons tussen de reclamemaker en de autohandelaar. Intellectuelen  zijn wij ook al niet. We zijn niet degelijk, we zijn nauwelijks betrouwbaar, wij zijn - in de ogen van de  publieke opinie - voornamelijk losbandig." (NRC 17 mei 2002 p. 31)

Mij gaat het hier niet om "imago" (mijn imago van "de journalist" - als 't er toe doet -   is op basis van ervaring: een Neerlandse journalist is een gesjeesde student met een alcohol-probleem, gewoonlijk een grote mond, die  net iets minder beroerd schrijft dan een Neerlandse burocraat) als om de waarachtige vaststelling "Intellectuelen  zijn wij ook al niet." en om het nogal droevige taalgebruik dat ik niet zal kunnen vermijden in mijn citaten.

Ik zal helaas - in mijn eigen belang, omdat de strekking van het artikel het op mijn site gestelde sterk ondersteunt - nogal veel moeten citeren, maar zal dat goed trachten te maken door de meer journalistieke delen en wijsheden zoveel mogelijk te vermijden, en door een zinnig commentaar met verwijzingen te geven.


Aantekeningen bij "De illusie van democratie" 

"De illusie van democratie" is de titel van een tamelijk lang artikel in het M-Magazine van NRC Handelsblad van 4  mei 2002. Het probeert het bestuurlijk verval van Nederland in de afgelopen dekaden te schetsen aan de hand van de meningen van een tiental geïnterviewde Nederlandse politicologen.

Het artikel opent als volgt:

"Op de valreep struikelde het paarse kabinet  toch nog over het Srebrenica-rapport. Over tien dagen zijn de verkiezingen. Maar heeft de burger nog wat te kiezen? 
Een rondgang langs professoren leidde tot de volgende conclusies: 
politiek is gedegradeerd tot bestuur, de regentenstand speelt elkaar baantjes toe en het parlement oefent nauwelijks meer controle uit. 
De politieke is vooral een opstapje geworden voor een verdere carrière.
" (p. 31)

In beginsel valt er veel te zeggen voor radikale onheilstijdingen over het vervallen Nederlandse bestuur, en in beginsel is het een goed idee aan universiteiten werkzame of werkzaam geweest "mannen van het vak" politicologie om hun meningen te vragen. En in beginsel geeft het artikel een interessante serie tamelijk ferm - hoewel niet erg goed - geformuleerde radikale en kritische meningen van deze Nederlandse politicologen over de redenen van het verval van bestuurlijk en politiek Nederland.

Maar ... helaas is de schrijver van het artikel kennelijk nauwelijks ingevoerd in het vak, de  wetenschap, van de geinterviewden, of althans bleek mij geen enkele relevante kennis van de wetenschap der politicologie. Nu is dit weliswaar geen wetenschap in de zin dat natuurkunde of scheikunde een wetenschap is, maar aan de andere kant hebben nogal wat bijzonder intelligente mensen door de eeuwen heen hun licht laten schijnen over vraagstukken van bestuur, rechtvaardigheid, en hoe een vreedzame samenleving tot stand te brengen waar althans de meerderheid veilig kan leven en in vrijheid kan bijdragen tot het eigen welzijn en dat van de andere leden van de maatschappij.

Op mijn site vindt de geïnteresseerde lezer dan ook behoorlijk veel interessant materiaal aangeboden in dit  verband, waaronder Machiavelli's "The Prince" in z'n geheel, met mijn aantekeningen; een interessant stuk van Ortega met mijn aantekeningen; vele relevante ideen van Multatuli met mijn aantekeningen;  en een lange lijst boeken over politiek.

Een aantal relevante boeken die de werkelijk geinteresseerde lezer niet mag missen volgt staan samengevat met korte gronden waarom in Notes on my remarks bij Machiavelli. Het meest bruikbare stelsel ideeen over politiek in een band daar vermeld is Gaetano Mosca's "Elementi di Scienza Politica" vertaald in 't Engels als "The Ruling Class".

Maar om met "De illusie van democratie" door te gaan, dat voor gebaat zou zijn geweest bij enige echte kennis van politiek, als bijvoorbeeld gegeven door Mosca:

"In Groningen ontmoet  ik de hooggekeerde Ankersmit. 'De politiek' zegt hij 'is in Nederland naar de periferie verdreven. De democratie als zodanig is er niet meer in te herkennen.'
In Tilburg spreek ik de hooggeleerde Frissen: 'In Nederland hebben we een absolute regentenstand die niets te maken heeft met democratie in de directe democratische zin van het woord.'
In Amsterdam zoek ik de hooggeleerde Hajer op. 'De democratie zoals wij die kennen heeft zijn langste tijd gehad. De politiek doet alsof het niet zo is, maar de belangrijkste  besluiten worden genomen in organen die niet voldoen aan de regels van democratische besluitvorming.'
En in Leiden vraag ik belet bij de  hooggeleerde Tromp: 'De  politiek in Nederland bewandelt een doodlopende straat. Er komt een crisis, dat kan niet anders. De politieke partij is niet meer dan een netwerk van mensen die elkaar kennen en elkaar ondersteunen. Van democratie is geen sprake.'
" (p. 33)

Ik sprak eerder van de stijl. De schrijver van het artikel is evident niet hooggeleerd en vindt het kennelijk daarom vanzelf spreken wie dat niet is als "hooggeleerd", "politicoloog" of "emeritus" te betitelen. 

Verder kan ik er helaas niets aan doen dat in Nederland politiek verklaard en begrepen wordt in termen van kromtaal als "de politiek", "de democratie", "de media" en overige gepersonificeerde abstracties, die onmogelijk kunnen bestaan zoals ze opgevoerd worden, als bezielde, willende, voelende abstracties, nauw verwant aan de totalitaire begrippen "Het Volk" en "De Natie".

Overigens is wat gesteld wordt serieus genoeg: 'In Nederland hebben we een absolute regentenstand die niets te maken heeft met democratie' c.q. "de belangrijkste  besluiten worden genomen in organen die niet voldoen aan de regels van democratische besluitvorming."

Dit is dus geen bestuur "van, voor en door het volk", maar van, voor en door een ZEER kleine minderheid van bestuurders en ambtenaren, die uit naam van een kwasi-democratische leugen over democratie de feitelijk macht overgenomen hebben en voor het belang van de leden van de eigen groep - baantjes, macht, status, carriere, aanzien, mee mogen bazelen voor TV-camera's - het bestuur onttrokken hebben aan controle en aan inzicht, alles voor eigen belang en volkomen in tegenstelling met hun publieke leugens en poses, die in Neerland immer "democratisch" en "open" heten, maar dat zelden zijn.

"Wat is er aan de hand met de vertegenwoordigende democratie  in Nederland dat er nauwelijks nog een beroepstoekijker  te vinden is die er een goed woord voor over heeft?
'De legimitatie van de Nederlandse democratie' laat Jos de Beus,  polticoloog te Amsterdam weten, 'is een grootscheepse vorm van zelfbedrog en misleiding.'
'Het politieke beest in Nederland', zegt Pieter Tops, politicoloog te Tilburg is zo goed als getemd.
En volgens Nico Baakman, politicoloog te Maastricht,  'maken we onszelf wijs dat wat wij democratie noemen, ook als democratie functioneert.
" (p. 33)

"Beroepstoekijker" is weer van de schalkse journalistieke nivellerende schrijver van het stuk. Maar de essentie van de alinea is duidelijk genoeg: Democratie in Nederland is "een grootscheepse vorm van zelfbedrog en misleiding" c.q. "wij" - de mythische "wij" die karakterzwakken, dommen en Neerlanders zo graag van stal mogen halen om "onze" tekortkomingen te laken - "wij" dus: 'maken we onszelf wijs dat wat wij democratie noemen, ook als democratie functioneert". En uiteraard doen "we" dat niet spontaan, maar omdat "we" allerwegen dekadenlang zo zijn voorgelozen door "onze" bestuurders, "onze" ambtenaren, "onze" Politieke Leiders, en ook "onze" journalisten en Media-Persoonlijkheden (die óók al zo vaak PvdA-lid of -sympathisant waren).

"Hans  Daudt nestelt zich behaaglijk in zijn driezitsbank en valt met de deur in huis. 'Onze democratie', zegt hij, 'is flauwekul.' Hij kijkt er tevreden bij, pats, die zit. Nee, nee, nee, het gaat hem niet om personen en ook niet om een bepaalde partij. Het gaat om 'het hele systeem' dat onder het mom van volksvertegenwoordiging het soortelijk gewicht van de volksstem tot nul heeft gereduceerd. 'Wie of wat kiest een kiezer als hij zijn stem uitbrengt? Geen burgemeester en sinds kort ook geen wethouder meer. Geen commissaris van de koningin, geen minister-president, en geen staatshoofd. Zelfs geen gemeenteraads- of Kamerleden, want die worden door een sollicitatiecommissie benoemd. Ook geen college- of regeringsprogramma." (p. 33) 

Opnieuw: 't stijltje - zittend met de deur in huis vallen: pats die zit! - is niet de mijne. Bovendien vraag ik me af of Daudt evenmin Mosca gelezen heeft, en evenmin als de journalistiek schrijver weet dat alle enigermate talrijke maatschappijen gelaagd zijn en een bestuursélite hebben - altijd, welke soort maatschappij ook, hoe ook bestuurd. 

De voornaamste vragen over de bestuurders van een maatschappij zijn dan ook niet of ze tot de machtsélite behoren (Ja), niet of er een machtsélite bestaat (Ja, ook als de machtsélite dat "democratisch" ontkent), en niet of de "democratische verkiezingen" niet gewonnen worden met leugens  en propaganda  (Ja), maar: Of de bestuurlijke élite competent is; of de bestuurlijke élite corrupt is; of de bestuurlijke élite objectief gecontroleerd wordt; of de bestuurlijke élite rechtvaardig is; en of de bestuurlijke élite gecontroleerd  wordt door onafhankelijke rechters en rechtbanken, en verwijderd kan worden zonder geweld en met openbare en eerlijke procedures.

Wat Daudt zegt mag allemaal zo zijn, maar zijn eerder vormzaken dan van essentie - en  de essentie is niet of "het Volk" zus  of  zo "democratisch" de eigen bestuurders verkiest, maar of die bestuurders competent, ongecorrumpeerd, gecontroleerd, rechtvaardig, en geweldloos afzetbaar zijn middels openbare eerlijke procedures.

"Het is deze 'potsierlijke vorm van democratie' die de emeritus hoog zit. Het enige dat je van een verkiezingsprogramma met zekerheid zeggen kunt, vindt hij, is dat het na de verkiezingen niet zal worden uitgevoerd.
Ik breng het gesprek op zijn 'regentenstand'. 'Het verschil met vroeger', zegt Hans Daudt, 'is hooguit dat de functies niet langer erfelijk en onder adel verdeeld worden, maar nu ook onder de burgerij. Voor de rest maakt het weinig uit. Nog steeds worden in Nederland geen mensen in functies gekozen, omdat de politieke élite de zaak in eigen hand wil houden.'
"  (p. 33)

Deze "'potsierlijke vorm van democratie'" is dus vooral een kwestie van kiezersnbedrog, van propaganda bij dat bedrog door met de politiek participerende journalisten, en van domheid  of luiheid van de zogeheten "democratische" kiezer. "All power corrupts" ook in zogenaamde "democratische rechtsstaten" en zeker naar eigen zeggen "democratische" en  "integere"  politici. En inderdaad zijn de feitelijke verkiezingsprogramma's  propaganda-leugens en geen werkelijke programma's van actie of  beleid.

Zoals ik boven al stelde heeft iedere maatschappij van enig formaat een maatschappelijke élite, is het niet van de rijksten, machtigsten of vroomsten dan wel van de slimsten of handigsten. En als boven gesteld steekt het fundamentele probleem niet in het feit dat iedere maatschappij een bestuursélite heeft, maar: of deze competent, ongecorrumpeerd, gecontroleerd, rechtvaardig, en geweldloos afzetbaar is.

Nu dat is in Nederland al dekaden lang niet zo - zoals door mijn "ME in Amsterdam" op mijn site omstandiger, helderder en vollediger wordt aangetoond dan op enige andere plaats. 

" 'Ook in het parlement', zegt Hans Daudt, 'zitten geen gekozen volksvertegenwoordigers van het volk meer, maar benoemde mensen. Ze zien het Kamerwerk als opstapje naar een baan in het openbaar bestuur. En ja, daar moet je helaas vier jaar de politiek voor in. Die banen zijn in overvloed te vergeven - alle poltieke partijen willen dezer dagen in alle regionen van het openbaar bestuur 'hun mannetje' hebben zitten. Dat is, zegt  Hans Daudt, 'het handjeklap van de regenten.' En als ze onderling een conflict hebben, wordt er iemand uit hun eigen Haagse regentenkring benoemd om, a la de VVD'er Henk Koning, een geruststellend flutrapport te schrijven over handel en wandel van PvdA-leider Ad Melkert, of om, a  la de PvdA'er Van Kemenade, met gezag te liegen over de toestand bij het Defensie van VVD-minister De Grave. Zo iemand heet dan een wijze man.  Hans Daudt:  'Wijze mannen komen in Nederland nooit van buiten de politieke kaste.' " (p 34)

Dit is wat zwakker dan 't kon zijn, omdat de parlements- en gemeenteraadsleden wel  degelijk overwegend eerlijk verkozen zijn - al is 't wel op basis van propaganda en onbegrip, en even democratisch in vorm als  de even eerlijke verkiezingen in de voormalige Sovjet-Unie. Wat waar is, en een teken van corruptie in een zogeheten "democratische rechtsstaat" is dat "alle poltieke partijen willen dezer dagen in alle regionen van het openbaar bestuur 'hun mannetje' hebben zitten". En wat ook waar is dat er in bestuurlijk Nederland al dekadenlang zeer welbewust en smerig gelogen wordt door daarvoor speciaal ingehuurde politieke beroepsleugenaars, waarvan Van Kemenade (PvdA) al die dekaden een zeer gewillig prominent vakleugenaar was.

Hoe zit het dan met de zogeheten controle door of het gebaseerd-zijn op de in politieke partijen talrijk georganiseerde Nederlandse burgers? 

"Niemand kan in ernst volhouden dat de politieke partij nog altijd uit naam van een massabeweeging spreekt. Alle partijen hebben er dagwerk aan leden uit te schrijven, terwijl ze met de inschrijvingen in een half uurtje klaar zijn. Als ze niet van overheidswege ruimhartig gesubsidieerd werden, zouden ze financieel allang aan de grond hebben gezeten." (p. 34-5)

Antwoord: De fundamenten van democratisch bestuur, de zelfstandig georganiseerde belangengemeenschappen van Nederlandse burgers in politieke partijen, zijn de afgelopen dekaden ingestort, en zouden feitelijk allang niet meer bestaan zonder de miljoenen-subsidie van de Staat die ze objectief en eerlijk en onafhankelijk zouden moeten helpen controleren.

Volgende vraag:

"Wat blijft er dan van de partijen over? 
Volgens Bart Tromp, politicoloog: een uitzendbureau voor leden die een hoge bestuursfunctie ambieren.
Volgens  Roel in 't Veld, bestuurskundige: een headhuntersbedrijf voor het openbaar bestuur.
Volgens Frank Ankersmit, politicoloog: een onmisbaar verschijnsel dat tegelijk totaal irrelevant is.
En volgens Philip van Praag: een aanhangsel van het staatsapparaat.
Nee, ik citeer geen revolutionairen die het liefst morgen nog een dictator aan de macht willen zien. Ik citeer mensen die hoofdschuddend toekijken hoe Nederland in razend tempo verandert, terwijl er geen wrikken of bewegen aan is zodra het over het politieke stelsel gaat.
'De politieke partij', schrijft C . de Vries, wetenschapsman namens D66,  'is op  sterven na dood.
'Nee',  vult F. Becker,  wetenschapsman namens de PvdA aan, 'ze is al hersendood.'
(p. 35)

Kortom: de politieke partijen in Nederland zijn volgens echte kenners en lidmaten ervan  verworden tot "uitzendbureau", "headhuntersbedrijf", "totaal irrelevant", "aanhangsel van het staatsapparaat", "op  sterven na dood" en "hersendood". 

"Op pagina twee van zijn manuscript zegt de Limburgse onderzoeker [dr. Nico Baakman, politicoloog], in navolging van de Raad voor het Openbaar Bestuur, dat 'het lidmaatschap van een der grote politieke partijen voorwaarde is  voor een benoeming in tal van openbare functies.' Even verderop schrijft hij dat alle politieke partijen er kien op zijn dat 'zoveel mogelijk van de voor het beleid en de wetgeving relevante ambten bekleed worden door personen die lid zijn van een politieke partij.'"  (p. 35)

Hier wreekt zich weer het zeer geringe politieke benul van de journalistieke schrijver van het stuk. 

Opnieuw: Het probleem is niet dat de bestuursélite van een land, inclusief Nederland, probeert gekwalificeerde mensen te vinden, en ook niet dat daarbij feitelijk als voorwaarde gehanteerd blijkt (zonder dat dit publiek toegegeven wordt) dat de enige toegang tot bestuursmacht via het lidmaatschap van een politieke partij loopt.

Het probleem is primair wat de kwalificaties van deze groep zorgvuldig geselecteerden feitelijk zijn, en waarop ze feitelijk geselecteerd worden en pas secundair dat er de laatste dekaden een omslag heeft voorgedaan wat betreft de feitelijke benoemings-procedures voor Nederlandse bestuurders: 

"De onderzoeker doet geen half werk. Hij bekijkt de politieke benoemingen in historisch perspectief, vanaf 1900 tot nu aan toe. 'Het meest opmerkelijke', zegt hij, 'is dat het verschijnsel in zijn absoluutheid eigenlijk van tamelijk recente datum is.' (p. 35)

Feitelijk zijn die benoemings-procedures inderdaad in tegenspraak met de allerwege door benoemden zo valselijk en zo hypocriet bezongen geest der democratie, en feitelijk zijn deze totalitaire praktijken begonnen rond 1970: 

"'Het omslagpunt' zegt Baakman, 'ligt eind jaren zestig. Sindsdien kom je er zonder goede partijpapieren niet meer tussen.' Hij ziet het als een kwestie van compensatie. Het verlies aan massa-aanhang werd door de partij goedgemaakt met een grotere greep op het openbaar bestuur.
Hoe ver gaat die greep?
'Heel ver. Op  de ministeries tot onder het niveau van directeur, denk ik. Van secretaris-generaal  en van directeuren-generaal weet ik het zeker. Dat word je niet meer zonder partijlidmaatschap.
'Voor het werk dat die mensen doen', zegt Nico Baakman, 'maakt het niets uit. Daar speelt hun eigen politieke opvatting zelden een rol in. Het gaat erom dat ze, van welke kleur ze ook zijn, bewezen hebben dat ze gesocialiseerd zijn in het systeem. Ze moeten kunnen draaien,  ze moeten compromissen kunnen sluiten, ze moeten hun mond kunnen houden. Het systeem kan niets met mensen die ongezeglijk zijn. Je moet binnen de code passen, en dat je binnen de code past, blijkt uit het feit dat je lid van een partij bent.'
De onderzoeker zegt met enig pathos dat het systeem als nadeel heeft dat het in strijd  is met de Grondwet, die alle openbare functies voor ieder Nederlander toegankelijk stelt. 'Daarom', zegt hij, 'is het nooit waar als je er iets van zegt. Als je de politiek moet geloven, is er in Nederland nog nooit iemand vanwege zijn partijlidmaatschap benoemd.'
Nico Baakman  denkt nog een jaar nodig te hebben om zijn hele onderzoek af te ronden. Hij wil best vooruitlopen op zijn eindkonklusie. 'Democratie in Nederland? Vergeet het maar. Er bestaat geen democratie in dit land.'
"(p. 36)

Dit is feitelijk zeer interessante informatie: "Op  de ministeries tot onder het niveau van directeur" MOET in de feitelijke praktijk IEDERE benoemde - in Onze Democratische Rechtsstaat, o lezer! - een partij-vriend, een collega, een mede-netwerker, een gelijkelijk begaafd en geinspireerd kwasi-democratisch regelneef of -nicht zijn, vol bewezen valsheid, en overlopend van een Ons Kent Ons kontjegevers-mentaliteit van machtshongerigen en statusgeilen. "Ze moeten kunnen draaien,  ze moeten compromissen kunnen sluiten, ze moeten hun mond kunnen houden. Het systeem kan niets met mensen die ongezeglijk zijn. Je moet binnen de code passen"

Wat is er feitelijk over van de publieke machtsbasis van de politieke partijen - wie zijn hun leden, en hoeveel zijn dat er?

"De politieke partij is gereduceerd tot een onaanzienlijk groepje contributiebetalers met een nauwelijks benoembaar gemeenschappelijk uitgangspunt als reden van bestaan.
Daarover zijn vriend en vijand het eens.
" (p. 36)

Nu ja - politieke partijen zo goed als religieuse organisaties kanaliseren een behoefte aan leiding, leiders, voorgangers en ideologie en moraal bij het zogeheten Gewone Volk, en bieden al hun voorlieden een opstapje naar publieke ambten, publieke macht, publieke status en publieke bekendheid.

"In deze dagen heeft zich, om regering en volksvertegenwoordiging heen, een  scala aan ambtelijke dan wel semi-ambtelijke,  zelfstandige danwel semi-zelfstandige adviescolleges, bestuursorganen  en wat dies meer zij ontwikkeld. Die hebben een enorme invloed of zelfs een verregeaande beslissingsbevoegdheid. Ze hebben twee kenmerken. Ten eerste dat ze zich aan democratische controle onttrekken.  En ten tweede dat hun besturen rijkelijk gevuld zijn met  ex-politici."   (p. 36)

Dit is weer veel wezenlijker: Tegelijk met de feitelijke corruptie door feitelijke niet-controleerbaarheid van de politieke bestuursorganen zijn door deze organen NOG minder goed publiek controleerbare "semi-ambtelijke,  zelfstandige danwel semi-zelfstandige adviescolleges, bestuursorganen  en wat dies meer zij ontwikkeld". En  inderdaad: "Ze hebben twee kenmerken. Ten eerste dat ze zich aan democratische controle onttrekken.  En ten tweede dat hun besturen rijkelijk gevuld zijn met  ex-politici."

Hier is een aardig en instructief zeer kort overzichtje:

"Wie de  besturen rond al die satellietlichamen rond het openbaar bestuur bekijkt, wordt  tureluurs van van de vele politieke figuren die daarin werkzaam zijn. Het heeft geen zin de lijst in extenso weer te geven, geloof me, hij is eindeloos lang. De heer De Graaf, ex-CDA-staatssecretaris, leidt het College voor Zorgverzekeringen. In zijn bestuur: mevrouw Haas-Berger, ex-PvdA-kamerlid. In de Raad voor het Openbaar Bestuur: dee  heer Lankhorst, ex-GroenLinks-Kamerlid, mevrouw Van der Stoel, ex-VVD-kamerlid en mevrouw Vondervoort, ex-PvdA-staatssecretaris. In het College Tarieven Gezondheidszorg: de heer Dees, Eerste Kamerlid VVD, mevrouw ter Veld,  Eeste Kamerlid PvdA en opnieuw mevrouw Van der Stoel, VVD. In de Raad voor de Verkeersveiligeid: de heer Rosenthal,  Eerste-Kamerlid PvdA en de heer Castricum, Eerste Kamerlid PvdA.

Zo kan je uren doorgaan.
" (p. 36)

Ik wil het gaarne geloven: Nederland wordt feitelijk de laatste dekaden bestuurd door hooguit enkele duizenden politici en ambtenaren, die elkaar verkiezen en verkozen hebben, elkaar kennen en beminnen, vaak van jongs en van school af, elkaar aan baantjes en informatie helpen, en ondertussen dekaden-lang liegen over hun eigen democratische en menselijke excellentie.

"Hier raken we het wezen van wat emeritus Daudt 'de regentenstand' noemt. Aan de ene kant: hoge ambtenaren op de departementen en in de stadsbesturen die zonder uitzondering lid van een politieke partij zijn. Aan de andere kant: politici en ex-politici die in de satelliet-organen hoge ambtelijke en semi-ambtelijke functies be kleden. Zie daar de onontwarbare kluwen tussen politiek en bestuur, tussen controleurs en gecontroleerden. Aan die verwevenheid is de  vertegenwoordigende en controlerende democratie voor een groot deel opgeofferd."  (p. 36)

Opnieuw: "emeritus" is niet mijn term. En we komen hier inderdaad in de buurt van de kern van het probleem van de bestuurlijke verrotting van Nederland de afgelopen 30 jaar. En dat is minder "'de regentenstand'" dan "de onontwarbare kluwen tussen politiek en bestuur, tussen controleurs en gecontroleerden. Aan die verwevenheid is de  vertegenwoordigende en controlerende democratie voor een groot deel opgeofferd." Beter en helderder gezegd: BEHOORLIJK BESTUUR is onmogelijk in omstandigheden waar de kater gelegenheid heeft kunnen scheppen zichzelf op het spek te binden (om vandaar te preken over z'n vegetarisch-democratische integriteit).

"Ja maar, haast de politiek zich steevast te antwoorden, ja maar, de verdeling is toch eerlijk. We benoemen niet alleen PvdA-ers wanneer Kok toevallig de regering doet.  En niet alleen CDA'ers, als Balkenende het voor het zeggen mocht krijgen. We zorgen er  voor  dat alle geestesstromingen aan bod komen"  (p. 36)

Het juiste antwoord en de juiste parallel is dat het exact zo toe ging onder Stalin. Anders gezegd: Kan het "eerlijk" zijn posities van macht, posities van status, posities van financiele allure strikt "eerlijk" te verdelen onder een groepje van diverse honderden van de bekwaamste leugenaars en intriganten uit een volk van 16 miljoen leden? Antwoord: Volgens deze bekwaamste leugenaars en intriganten is nu juist dàt ... "het wezen van Onze Nederlandse Polderdemocratie".

Hier is een zinnige samenvatting:

"Ankersmit in Groningen: 'Samen vormen ze een groep mensen die het openbaar bestuur voor zichzelf reserveert.  Onder elkaar verdelen ze de buit.' Volgens hem zijn de partijen 'elkaars deelgenoot in een pervers bondgenootschap.'" (p. 36)

De journalistieke schrijver van het artikel heeft ook "de meest gekrijtstreepte man van Nederland" weten te vangen voor een bijdrage. Deze super-intrigant is natuurlijk een lid van de PvdA, heet Joop van den Bergh, kleedt zich niet alleen, ongetwijfeld "als socialist en democraat in hart en nieren" zo, maar heeft een ook daarbij horende vileine kop. Hij uit zich, heel  leerzaam, als volgt:

"'Ik denk vanuit het vrij algemeen gedeelde besef dat je met een partijlidmaatschap blijk geeft van een zeker engagement. Als veel  Nederlanders geen lid van een partij willen worden, is dat hun goed recht. Net zoals het een goed recht is van openbare bestuurders om aan een lidmaatschap wel waarde toe te kennen. Niet lid zijn van een partij wordt door hen vaak gezien als een testimonium dat je niet begrijpt hoe het werkt. 
Een partijloze kent de codes niet?
'Precies.'
Wat zijn die codes dan?
'Weten wanneer je een compromis moet sluiten,  weten wanneer je je mond moet houden, weten hoe het krachtenveld in elkaar zit. In mijn eerste vergadering als fractievoorzitter in de senaat heb ik ironisch gezegd, dames en heren, u denkt dat u hier zit om ja of nee te zeggen. Dat is niet zo. U zit hier om ja of ja te zeggen. Ik bedoel, je moet weten waar je grens ligt.  Die bepaal jij niet. Die wordt  voor jou bepaald.
"  (p. 38)

Deze Stalin of Jagoda van de PvdA bedoelt en bedoelde dit natuurlijk  nooit "ironisch" - zijn woord is wet, en zo gaat het in feite: Corrupt karakterloos bestuur door zorgvuldig geslecteerde corrupte en karakterloze bestuurders, zorgvuldig gewogen op hun karakterloosheid  en wil publiek te liegen en bedriegen voor Ons Soort Democratisch Neerlands Bestuurder - allen gekenmerkt  door  DE burocratische lijfspreuk "Unsere Ehre heisst Treue!",  die  de ENIGE morele norm van alles wat gewillig uitvoerder van alle bestuurlijk kwaad is: Loyaliteit aan Onze Leider en Onze Partij en Onze  Collegaas! (Zie mijn diagnose en oplossingsvoorstel!)

De schrijver van het artikel konkludeert terecht:

"Een weing  opwekkende functieomschrijving: de volksvertegenwoordiger als iemand die z'n mond weet te houden! Is het een wonder dat onder die voorwaarde de gemeenteraad, de Statenvergadering en het parlement volstromen met een overmaat aan doodsaaie, fatsoenlijke, ambtelijk ingestelde types? In elk vertegenwoordigend orgaan voeren de ambtenaren en de semi-ambtenaren de boventoon." (p. 38)

En inderdaad: Als in "In elk vertegenwoordigend orgaan voeren de ambtenaren en de semi-ambtenaren de boventoon" dan is er geen democratische rechtsstaat meer, maar een corrupte travestie ervan, want als feitelijk de dienaren van de machthebbers de macht hebben, als de controleurs de machthebbers zijn geworden, dan is het publieke bestuur niet langer publiek maar corrupt. (Het onderliggend probleem is vele eeuwen oud: "Quis custodiet ipse custodes?": Juvenalis. Dit betekent: "Wie controleert de controleurs?" met als implicatie: Als ze 't zelf doen, als in Nederland, dan is de dictatuur nabij of reeds gearriveerd.)

In dit verband: Als de politieke partijen feitelijk zijn verworden tot "uitzendbureau", "headhuntersbedrijf", "totaal irrelevant", "aanhangsel van het staatsapparaat", "op  sterven na dood" en "hersendood" ... welk soort mens wordt, is of blijft daar dan nog lid van?

"Ik heb eens uitgezocht wie er nog wél lid worden van een politieke partij. Ik nam een kaart van Nederland, ik deed mijn ogen dicht en ik prikte. Leeuwarden. Wie meldde zich in Leeuwarden aan als partijlid?
Ik zoch de afdelingssecretarissen op en nam met hen de lijsten door. De uitkomst was  verbluffend. Om welke partij het ook ging, ze putten allemaal hun nieuwe aanmeldingen uit één en dezelfde bron. Het Thorbecke-college, de plaatselijke hbo-school voor aanstaande ambtenaren.
" (p. 38)

Kortom, weer als in Stalin's Sovjet-Unie (waar de partij-scholen het bestuurskader leverde) - en men vergelijke het boven geciteerde "Quis custodiet ipse custodes?" en vrage zich af wat voor soort mensen - wat voor intellectuele, morele, artistieke, kortweg: menselijke - kwaliteiten menselijke controleurs hebben die van aanvang af welbewuste leugenaars, welbewuste carrièremakers, en overigens welbewuste tienduizende-rangers zijn? (Zie: De la Boetie.)

Overdreven? Wel, lezer:

"Daarna ondervroeg ik de jonge partijleden zelf. Ze vertelden dat ze éérst besloten hadden om lid van een partij te worden. En dat ze daarna waren gaan kijken welke partij het beste bij ze paste. Het beste waarbij paste? Ook daar deden ze niet moeilijk over. Bij hun toekomstige carrière. Als wat? Als ambtenaar." (p. 38)

Kortom: In Nederland is het al dekaden zo dat de leden van de politieke partijen vooral de ambtenaren zijn in het openbaar bestuur, die bovendien lid worden van politieke partijen niet uit moreel of intellectueel maar uit carrière-besef, en om hun Politieke Meesters aan te tonen dat zij gewillige, loyale, oppassende, niet van de middelmaat afwijkende trouwe dienaars van de macht zijn.

En dan gaat het als volgt, in de Neerlandse dommocratische praktijk:

"Het gevolg heb ik in Arnhem kunnen waarnemen. Daar staat aan een groot plein het stadhuis tegenover het gebouw van de provincie. In Nederland mogen gemeente-ambtenaren geen lid zijn van de gemeenteraad en provincie-ambtenaren niet van de Staten. Op dat plein was het enkele dagen per maand een druk verkeer. Dan staken de gemeente-ambtenaren over naar de ene zijde om als controlerend volksvertegenwoordiger plaats te nemen in de Staten. En dan staken de provincie-ambtenaren over naar de andere zijde om als controlerend volksvertegenwoordiger plaats te nemen in de gemeenteraad." (p. 38)

Hier rijst een feitelijk probleem:

"Mogelijk vindt de politicologie het beneden zijn stand om precies uit te zoeken hoe  hoog het ambtelijk gehalte is van het politiek bestuur. Feitelijke gegevens daarover zijn maar mondjesmaat te vinden."(p. 38) 

Gelukkig is er in deze leemte voorzien, en wel door een groep die zich "het Geuzenberaad" noemt, en precies deze vraag empirisch bestudeert heeft. Hier is een samenvatting van enkele resultaten:

"De Geuzen trokken het na, heel precies, persoon voor persoon. Om te beginnen voor het provinciaal b estuur. Ze bekeken alle 760 volksvertegenwoordigers die in een provinciebestuur zijn gekozen. Daarvan blijken er niet minder dan 402 (53 procent) voor het dagelijks brood afhankelijk te zijn van dezelfde overheid die ze als volksvertegenwoordiger controleren. Zuid-Holland bleek voor 65 procent politiek gecontroleerd te worden door (semi-)overheidsdienaren. Gelderland voor 62 procent. Utrecht en Limburg voor 54 procent. De laagste score haalde Drenthe. Nog steeds 34 procent.
Het sterkste, zo bleek de Geuzen, deed het pobleem zich voor in de PvdA. Dus keken ze bovendien nog naar alle PvdA-raadsleden in Noordholland. Dit waren er 371 waarvan 211 (semi)-overheid. Acht van de acht in Alkmaar. Elf van de vijftien in Amsterdam.  Negen van de elf in Haarlem. Acht van de tien in Hoorn. Zes van de tien in Zaanstad.
" (p. 39)

Kortom: Het FEITELIJK antwoord op de vraag hoe het in Neerland zit met het Juvenaalse "Quis custodiet ipse custodes?" is dat in Neerland meer dan de helft van de machthebbers controleurs en meer dan de helft van de controleurs machthebber is.

Wat betekent dit?

"De Amsterdamse politicoloog Jos de Beus omschreef de positie van het Nederlandse politieke bestel ooit met een Chinees gezegde. 'De toestand is hopeloos en duurde nog driehonderd jaar.'
Professor Ankersmit denkt dat er een oorlog moet komen of een ramp van buiten, wil er iets aan veranderen. 'Er zijn nu eenmaal landen die liever te gronde gaan dan dat ze iets aan hun constitutie wijzigen.' Hij ziet 'een verbijsterend gebrek aan belangstelling' waarmee de partijen op de veranderingen in de wereld om hen heen reageren (...)
'Precies!', zegt zijn Tilburgse collega Paul Frissen. 'Dit maakt een debat met politici  zo onaangenaam. Ze luisteren amper. Ze zijn er vreselijk snel in om zichzelf tot eigenaar te beschouwen van het publieke domein.'
"  (p. 39)  

Wat het in de praktijk betekent is dat de Neerlandse politici - enkele honderden beroeps- leugenaars en beroeps-poseurs - "zichzelf tot eigenaar te beschouwen van het publieke domein", en met praktisch recht, want zij bezitten feitelijk de macht, en hun vrienden en vriendinnen van jaren her controleren hen feitelijk, en niemand van de feitelijk bestuurden heeft toegang tot de beslissers of kan de controleurs tot verantwoording of aansprakelijkheid bewegen. 

Een populair standpunt in deze wordt vertolkt door alweer een PvdA-lid, alweer een professioneel politicoloog: 

"Prof. Paul Frissen, aan de lunch in een Haags etablissement: 'Het grootste misverstand dat we kennen is het misverstand dat dit land door politici bestuurd wordt. Het lijkt er niet op. Dit land bestuurt vooral zichzelf. Honderden netwerken besturen dit land, maar de politieke instituties verhouden zich daar niet mee. Dat is de crisis die we meemaken." (p. 42)

Dit lijkt me een naïeve leugen of een naieve dwaasheid. De zogenaamde "netwerken" zijn alleen een verbaal eufemisme voor bestuurlijke corruptie ook wel "achterkamertjespolitiek" geheten tegenwoordig. En een professor politicologie die niet weet dat er in iedere maatschappij een machtélite is ... wel: die zal wel lid van de PvdA zijn.

Een enkele interessante opmerking maakt ook hij:

"'En toch claimt de politiek telkens weer het leiderschap in haar verbinding met de buitenwereld. Omwille van de democratie plaatste de politiek zich buiten en boven de wereld. Ik ben zelf lid van de PvdA. Die partij is extreem gesloten, nog meer dan de andere partijen. De maatschappij heeft een enorme weerstand opgebouwd tegen de extreme geslotenheid van de Nederlandse politieke klasse.'  "  (p. 42)

De interessante opmerking van deze politieke kenner onder politieke kenners is: "Ik ben zelf lid van de PvdA. Die partij is extreem gesloten, nog meer dan de andere partijen."

Maar dit betreft alleen de PvdA, overigens kennelijk de voornaamste bron van de bestuurlijke kanker en corruptie die zich de laatste 30 jaar over Nederland heeft uitgespreid, waarover nu wat meer door de laatste akademische politicoloog in het onderhavige artikel "De illusie van democratie":

"'In elk geval', zegt hij [politicoloog Dr. Philip van Praag] , 'is er een diepe spanning tussen de politiek partij en de samenleving.' En een gesloten bestuurderscircuit.
'Het komt partijen niet slecht uit dat een lidmaatschap belangrijk is voor een hoge functie.' En een overmaat van ambtenaren die het volk vertegenwoordigen.
'De politieke partij is vergroeid met het ambtelijk apparaat.'
En een onontwarbare verknoping tussen politiek en bestuur.
'Je kunt ze samen als één Staatspartij zien die nieuwkomers buiten de deur houdt.' 
En  een eigen gedragscode.
"(p. 44) 

Kortom: In Nederland is de feitelijke politieke macht dekadenlang in handen van "een gesloten bestuurderscircuit" met feitelijk een overmaat van eigen "ambtenaren die het volk vertegenwoordigen" en waar iedere politieke partij met enige macht feitelijk "is vergroeid met het ambtelijk apparaat." zodat er feitelijk "een onontwarbare verknoping tussen politiek en bestuur" waarbij de feitelijke machthebbers en hun ambtelijke dienaren en uitvoerders feitelijk "één Staatspartij zien die nieuwkomers buiten de deur houdt." vormt, en "een eigen gedragscode" die verreweg het best, het eerlijkst en het helderst weergegeven wordt door "Unsere Ehre heisst Treue!" (niet voor niets ook de wapenspreuk van de meest ultieme burocratische terreur-organisatie: de S.S.). (Mijn reden zo vaak "feitelijk" te schrijven is dat relevante feiten zo zelden onderkend worden, vooral in politieke overewegingen.)

"'Het feit ligt er', besluit Philip van Praag  de korte samenvatting.  'In Nederland zijn de mogeljkheden om direct invloed uit te oefenen op het openbaar bestuur kleiner dan in andere landen.' "(p. 44)

En dat is dan een hoogst beschaafde samenvatting. Maar je kunt exact hetzelfde anders verwoorden: Hoewel 't elders in Europa en de wereld ook verre van perfect is, wordt zogenaamd democratisch Nederland feitelijk totalitairder, oncontroleerbaar, achterbakser, en slechter bestuurd dan de omringende landen - zoals blijkt uit de gigantische al vele jaren bestaande grote onopgeloste problemen op de terreinen van onderwijs, veiligheid en gezondheidszorg aantonen.

"Het wonderlijke van het Nederlandse stelsel is dat het uit volksvertegenwoordigend standpunt beroerd functioneert,  maar dat het land daarom nog niet slecht bestuurd wordt." (p. 44) 

Tsja: Het hangt er hier kennelijk sterk af van waar je woont in Nederland en hoeveel geld en gezondheid je hebt. Academische politicologen, prominente journalisten, Amsterdamse ambtenaren etc. zijn rijk en machtig genoeg om niet geterroriseerd te worden door drugshandelaars, cafe-bazen, huisjesmelker, of corrupte ambtenaren en bestuurders. Ik niet - men bestudere "ME in Amsterdam".

"Het regentensysteem werkt en het leidt niet tot een gruwelijke bevoordeling van de een boven de ander." (p. 44)

Zie mijn vorige opmerking. Bovendien: Als we dan inderdaad in een feitelijk systeem leven waar enkele duizenden politici geholpen door enkele tienduizenden ambtenaren de Staatsmacht voor zichzelf bestemd hebben en feitelijk uitoefenen - en dit feitelijk uitoefenen met als gevolg de ruinering van onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid, en transport en feitelijk de harddrugsmafia jaarlijks al dekadenlang illegaal miljarden omzet, geholpen door politiek, ambtenarij, justitie en politie, dan is er wel degelijk sprake van "gruwelijke bevoordeling" van enkele tienduizenden ten koste van miljoenen in termen van politieke macht, en "gruwelijke" achterstelling van al diegenen wier op papier staande rechten feitelijk niet langer uitoefenbaar zijn in Nederland, zoals bijvoorbeeld mijn grondrechten en mijn mensenrechten in Amsterdam.

Dit alles laat onverlet dat het in Nederland voor de meeste inwoners beter leven is dan elders - maar betekent niet dat er in Nederland geen slecht, incompetent, verrot bestuur heerste de afgelopen dekaden - wat immers aangetoond wordt door het ontstaan of niet oplossen van talrijke problemen in bijvoorbeeld onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid, en transport.

"Daarom vinden de meeste Nederlanders het wel best dat een politieke kaste dee last van het besturen exclusief op de schouders heeft genomen - een hele zorg minder. En daarom geeft een groot deel van dit bevoorrechte volk graag af op zijn politici, zonder zich de moeite te nemen zich een gang naar de stembus te getroosten." (p. 44)

Aldus schreef de NRC op 4 mei, de moord op Pim Fortuyn niet vooruitziend,  en evenmin vooruitziend dat op 15 mei de PvdA in kamerzetels  gehalveerd zou zijn. 


Colofon:  Opgeladen op 20 mei 2002, met enige kleine correcties op 22 mei.

Hier zijn wat links naar gerelateerd relevant materiaal op deze site:

intro_politics
Machiavelli
Ortega
Multatuli 
ME in Amsterdam
Korte Index
Overzichten
Recent
Noten Van Traa-rappport

Burofascisme (Bevat een zinnige inschatting EN - radikale, zinnige, niet-makkelijke - oplossing voor  de Neerlandse verziekte burocratie!  Namelijk: Schaf vrijwel de gehele burocratie af en vervang deze door gewone burgers met een sociale dienstplicht, die dan in de plaats zou komen van de toch afgeschafte militaire dienstplicht, en bestaan zou in het doen van enkele jaren ambtelijk werk in de rang en soort die men in de maatschappij toch al heeft.).

 


Welcome to the Na 10 jaar pages of Maarten Maartensz. See:  Help + Map + Tour + Tips + Notes + News + Home