Maarten Maartensz:                          Nedernieuws

Nedernieuws 8 juli 2005             

 

Beste Freek,

Hier is weer een Nedernieuwsje, deze keer met kliekjes - d.w.z. mijn aanleiding gevende teksten zijn vooral kranten van vorige week of nog eerder. Maar ja: Het is óók komkommertijd, en omdat ik me de afgelopen tijd wat minder beroerd voelde dan daarvoor heb ik de gelegenheid regelmatig waargenomen eens buiten in de zon te zitten enzo.

1. Nederlandse moraal: In de NRC van zaterdag 25 juni staat een pagina vol van twee artikelen over Srebrenica en de Nederlandse moraal. De NRC-journalist Van den Boogaard heeft er een boek over geschreven, en één van de twee artikelen is van zijn hand en bestaat overwegend uit citaten uit dit boek. Ik schreef er de vorige keer over, en citeerde toen m.i. statistisch onweerlegbare evidentie over het gemiddelde Neerlandse karakter die ik nooit door anderen besproken of overwogen zie, maar toch allerminst moeilijk te begrijpen is, al is het allemaal wat pijnlijk voor de 9997 van de 10.000 Nederlanders die niet onze bijzondere achtergrond hebben, en al verklaart het veel over 1940-45 in Nederland, en de Nederlandse reacties daarna, toen de meeste Nederlanders zich in korte tijd moesten transformeren van collaborateurs in verzetsstrijders, wat après coup - de Canadezen en de Amerikanen hadden immers het moeilijke en gevaarlijke werk al gedaan - en met medewerking van bijna iedereen, die immers allemaal in hetzelfde schuitje zaten, heel goed bleek te gaan.

Maar terzake Nederlandse heldhaftigheid anno 1995. Boven het artikel van Van den Boogaard staat de kop "Voor de houding van de Nederlandse soldaten in Srebrenica bestaat een woord: lafheid". Zijn boek heeft een lange en slechte titel die begint met "Zilverstad", waarvan ik maar raad - de NRC, de schrijver, en de redactie leggen het niet uit - dat dit Nederlands is voor "Srebrenica". De eerste twee zinnen zijn

"Nederlanders zijn bang voor geweld. Dat is de conclusie van 'Geen helden: over Srebrenica als militaire metafoor", een hoofdstuk uit het boek Zilverstad.

Je ziet: De NRC - naar eigen zeggen 'slijpsteen voor de geest' - schrijft bij voorkeur in termen van "Vrouwen zijn bang voor muizen" e.d. en acht het niet nodig dingen ook maar benaderend te kwantificeren, zoals met "Sommige" of "Vele" of "De meeste" of "Enkele zeldzame". Ook is "bang voor geweld" van een verpletterende helderheid, zal je opgevallen zijn. Maar terzake - en alle weglatingen met puntjes tussen vierkante haken zijn van de hand van de journalist, die zijn eigen boek citeert:

"Nadat de Nederlanders hebben getuigd komt ook generaal Janvier aan het woord, de commandant van UNPROFOR in 1995.
De Nederlanders hebben hem in het verleden tot zondebok willen maken - hij zou degene zijn geweest die niet voldoende energiek Dutchbat van luchtsteun zou hebben voorzien tijdens de Franse opmars [..]. Maar Janvier kaatst [..] het argument terug: naar het oordeel van de Franse generaal zouden zouden, wanneer er in plaats van 400 Nederlanders in Srebrenica 400 Fransen hadden gezeten, deze de enclave gehouden hebben. "Met de 400 Fransen was het volledig anders geweest, want wij zouden hebben gevochten", aldus Janvier. "De Nederlanders hebben (van Janvier, RvdB) wel de opdracht gehad te vechten. Wanneer men een order ontvangt om te vechten, dan vecht men. (...)
Voor die door Janvier en anderen opgemerkte onwil om te vechten, en de neiging om de veiligheid van de eigen manschappen voorop te stellen, bestaat een woord: lafheid. Het is echter opvallend dat dit verwijt in Nederland zelden gemaakt wordt - niet in het parlement, en eigenlijk ook nauwelijks daarbuiten."

Journalist Van den Boogaard is duidelijk geen lezer van mijn proza. Ik ben het wel met hem eens, maar de Nederlanders zijn in zeer grote meerderheid - haters van de haat als ze in grote meerderheid zijn - ook te laf om hun eigen lafheid moedig onder ogen te zien of eerlijk te benoemen, zoals ze in grote meerderheid ook van zichzelf weten geen groter helden te zijn dan de Dutchbatters die 7000 mensen lieten vermoorden die ze betaald werden te beschermen, en zonder dat enige Dutchbatter de moed had voor camera's te verklaren dat ze niet konden of wilden wat ze betaald werden om te doen, wat toch alleen wat morele moed gevergd had, en veel doden had kunnen schelen.

Deze Neerlandse heldhaftigheid was ook al zo tussen 1940 en 1945, zoals mijn cijfers van de vorige keer onomstotelijk bewijzen, al mag betwijfeld worden - Van Speyk, De Ruyter, de Tachtigjarige Oorlog - of deze lafheid alle eeuwen "wien Neerlands bloed door d'aadren vloeit" dit bloed heeft helpen blijven vloeien.

En het is natuurlijk niet opvallend dat Wij Neerlanders in grote meerderheid niet genegen zijn de voor Neerlanders zo typerende grote lafheid eerlijk te verwoorden, was het alleen omdat wie dat doet grote problemen kan verwachten onder Neerlanders, vooral als deze met velen tegen één zijn.

Het boven gegeven citaat gaat zo verder:

"De gedachte dat van militairen gevergd kan worden dat zij bereid zijn te sneuvelen in het kader van bevelen - historisch gezien nogal een vanzelfsprekendheid van het militair bedrijf - is in deze jaren kennelijk geheel in onbruik geraakt."

Daar valt iets voor te zeggen, maar wat er feitelijk achter zit is dit: Wat in Nederland de afgelopen 40 jaar ontstaan is, en ook vroeger bestond, in de 19e eeuw, getuige Multatuli's geschiedenis, is een klimaat waarin alle publiek optreden in iedere publieke hoedanigheid theater, doen alsof, hypocrisie is: Zolang je maar publiek meeliegt met de meerderheid, zolang je maar verbaal Onze Normen En Waarden belijdt; zolang je maar géén kritiek hebt op Ons of Onze Voorgangers of Onze Manieren; zolang je je maar gedraagt als kannibaal onder de kannibalen en als Amsterdammer onder Amsterdammers, hoor je er helemaal bij in Neerland - zolang je maar niet doet wat je beweert dat goed zou zijn om te doen, en zolang je maar geen Neerlander (mits autochtoon, natuurlijk) beledigt, kwetst, of grieft, en vooral zolang je Onze Leiders niet ontrieft hoor je er in Nederland helemaal bij: Iedereen collaboreert, iedereen poseert, iedereen liegt Politiek Correct, en de enigen die dat niet doen zijn zó hoog begaafd dat ze ook van een universiteit worden verwijderd "vanwege uw uitgesproken gedachten", en zijn inderdaad doodarm en zwaar gediscrimineerd.

Wat Van den Boogaard hier trouwens vergeet is dat je andere eisen kunt stellen aan militairen dan aan mietjes, en wat hij trouwens ook vergeet is dat de advertentie-propaganda voor het Nederlandse leger, waarmee manschappen geworven worden, helemaal zo knus, gezellig, en ik-keer-mijn-andere-wang-ook niet is, maar doet alsof er behoefte is aan echte Hollandse Helden, Kerels van Stavast, en waardige opvolgers van Van Speyk en De Ruyter. Hij is de enige niet:

"Voor NRC-columnist J.L. Heldring toont Srebrenica aan dat de Nederlanders "geen martiale natie" vormen. Soms tot woede van anderen in politiek Den Haag hamert Heldring door de jaren heen op de ontoereikendheid van de Nederlandse vechtersmentaliteit. "Na Srebrenica gold het - ook officiële medeleven, zoniet medelijden eerst onze soldaten die geen verliezen hadden geleden (..) en pas later de Bosnische bevolking, die ze hadden moeten beschermen", constateert de columnist droogjes. Hij denkt ook dat het nooit anders zal worden: "dat zou een cultuuromslag vergen bij een bevolking die vanouds een grondige hekel heeft aan alles wat naar het militairisme zweemt."

O? En waarom nemen Nederlanders dan dienst? Al die tegenwoordig hoog betaalde militaire snorremansen zijn toch met open ogen hun sollicitaties ingegaan als militair, en wisten toch dat militairen wel eens beschoten zouden kunnen worden? Waarom alles behandeld in termen van vage attributies over "Wij Nederlanders" in plaats van in termen die aangewezen zijn: Deze militairen hebben zich niet als militairen gedragen, maar inderdaad als lafbekken. En daarvoor hebben ze zich niet laten werven, noch worden ze daar, behoorlijk goed, en in ieder geval zéér veel beter dan ik, voor betaald.

Trouwens: Nederlanders zijn helemaal niet afkerig van vechten of moorden, getuige het vele zogenaamde "zinloze geweld" en het vele supporters-geweld en de tientallen doden rondom de Nederlandse drugshandel. Een aanzienlijke groep der mannelijke Nederlanders slaat met genoegen een ander in elkaar - maar gewoonlijk wel met de voorwaarde dat dit in het geniep, anoniem, en met een meerderheid kan gebeuren ... en de grote pech voor Onze Nederlandse Helden te Srebrenica was dat ze er niet met 400 tegen 4 of 40 stonden, want in dat geval waren er vrijwel zeker talloos vele Nederlandse heldendaden geweest, maar met 400 tegen 4000, en dat degenen die risico's liepen vermoord te worden bovendien geen van allen Nederlandse autochtonen waren, want dat had mogelijk ook een verschil gemaakt, al bleek dat niet zo te zijn in de Tweede Wereloorlog.

Tussenwerping: Ik schreef deze Nedernieuws beetje bij beetje over verscheidene dagen, en kan op dit moment de betreffende NRC niet meer vinden. Later wellicht meer over dit onderwerp van Neerlandse soldaten-heldenmoed - al heb ik hier wel de deelkonklusie dat het in vrijwel geen enkele sociale groep mogelijk is om de tekortkomingen van de meerderheid ervan of van de leiding redelijk en rationeel te bespreken in die groep, omdat dit door de betrokkenen als verraad of in ieder geval als onbehoorlijk wordt gezien. De grote meerderheid van de mensen zijn immers totalitair van aard, en de motieven en voorspellingen en verklaringen die je uit die bepaling kunt afleiden zijn vrijwel altijd een stuk zinniger dan een Freudiaanse driftsleer.


2. Burgemeesters: Er was een commissie - een woord uit te spreken door oppassende P.C.-kamerleden als volgt: "beglijdings-kemissie" - o.l.v. een mevrouw Leemhuis-Stout die eerder afgevoerd werd als bestuurster van Zuid-Holland vanwege wat alleen maar als zeer grove corruptie kan worden omschreven (beursspeculatie met provinciale gelden door een bevriende ondergeschikte van haar), zodat maar weer eens blijkt hoe de kleine kring van Ons Soort Prominenten elkaar opvangt in Neerland, die met het volgende advies kwam omtrent gemeente-politie en burgemeesters:

"Het beheer van de lokale politiekorpsen dient niet langer bij burgemeesters te berusten. Een op te richten 'concernbestuur' moet de 25 lokale politiekorpsen en Korps Landelijke Politiediensten gaan beheren."

Dit is het sóórt voorstel dat al 25 jaar zeer populair is onder Neerlandse bestuurders, en dat verkocht wordt aan de in meerderheid randdebiele bevolking met praatjes als "efficiency", "tucht van de markt", "transparantie" en overige leugens.

De feitelijke achtergrond van dergelijke voorstellen lijkt deze:

Er is een kaste van hoge bestuurders en een kaste van lagere bestuurders, en allebei zijn bijzonder gegroeid de afgelopen 25 jaar, omdat velen van de nieuwe generaties, mede als gevolg van de ramp die VWO heet, "European Studies" zijn gaan "studeren", of hun wetenschappelijke kennis opgestoten hebben tot het niveau van "een MBA" zegge een kandidaats bedrijfsadministratie. Om die twee kastes op hoog financieel niveau verzorgd te houden is het van groot belang bestuurslagen te creëeren waar ze baantjes vinden die aansluiten bij hun pretenties en verlangens (groot) hun intellectuele en overige vermogen (klein).

Vandaar dan de noodzaak uit naam van "efficiency", "marktwerking", en "transparantie" een gigantische wildgroei aan volstrekt oncontroleerbare NGO's te creëeren waarin een kwasi-markt feitelijk twee- of drievoudig gesubsidieerd wordt om tegen twee tot vijf keer meer maatschappelijke kosten het werk te doen dat vroeger een ambtenaar deed, en nu door ex-ambtenaren in NGO's tegen drie maal meer salaris met tien maal minder publieke controle, en zonder enige verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid.


3. Betreurde doden: Ik weet niet of het je wat zegt, maar Karel Glastra van Loon is dood, en werd 42. Zo het je niets zegt, stel je dan een moderne Theun de Vries voor, maar dan van de SP, en heel vet cool modern van de nu opkomende Generatie van Politiek Nix: Veelbewogen, voor camera's; intens moreel, in boeken; nóóit politiek incorrect selon les moeurs de son parti ("I always voted at my party's call/And I never thought of thinking for myself at all." W.S. Gilbert ), en ook heel aardig in het voor camera's en microfoons duiden van het partijstandpunt, en nu voorgoed geveld door een hersentumor. Hij zou zich "tegen ironie en cynisme" hebben gekeerd, volgens de NRC, als één van de zeer zeldzamen in Nederland, maar ja, als dat zich uitdrukt in een kader-partijlidmaatschap van de SP dan ben ik, die zich óók tegen dat relativisme keerde, al toen Karel daar nog veel te jong voor was, daar helaas minstens enigszins ironisch en wat cynisch over, zoals je ziet, net als W.S. Gilbert ooit.

Ik vermoed dat men in de SP dit héél slecht van me vindt, maar ik heb de SP dan ook herhaaldelijk, zowel op Kamer als op Amsterdams gemeenteraads-niveau aangesproken om iets voor mij of iets tegen de Amsterdamse drugshandel te doen. De dames en heren hadden het véél te druk met het socialistisch bestendigen van hun politieke carrières, en het lezen van Karel's hoogst morele moraliserende vertellingen. En zoals je weet ben ik maar een invalide éénling, en zijn drugshandelaars levensgevaarlijk, en pleegt socialistische heldenmoed carrières te dienen.

Sinds die ervaringen met de SP geloof ik dus niets meer van de morele aspiraties van de SP, maar herken ik er moeiteloos alle totalitaire trekjes in die me ook zo tegenstonden aan de CPN, de UvA en de Amsterdamse PvdA: Het zijn allemaal geboren volgelingen lopend achter De Leider en dromend van Het Millenium, dat direct aanbreekt als iedere Nederlander maar braaf doet en denkt en wil zoals Jan Marijnnissen en zijn Lin Piao, die Harry van Bommel heet, zeggen dat ze moeten doen en denken en willen.


4. Nederlandse doden: Ook in het verband van Neerlandse doden, maar dan wat algemener:

Ik lees in een kop van de NRC van 4 juli dat er "In 2004 vier zelfdodingen per dag" zijn in Neerland, en dat "In 2004 hebben 1514 inwoners van Nederland een eind gemaakt aan hun leven. Met gemiddeld vier zelfdodingen per dag, is dit 1 procent van het totaal aantal overledenen in Nederland (circa 370 per dag)".

Andere cijfers over dit onderwerp? "Bij mannen die zelfmoord plegen is de gemiddelde leeftijd 47,6 jaar, bij vrouwen 51,5." En "Tweederde van de zelfmoordenaars is man." Verder zijn er percentueel meer zelfmoorden in grote gemeenten (gedefinieerd als: met 100.000 inwoners of meer) en is het zo dat "De gemeente Groningen ligt met 16 zelfmoorden per 100.000 inwoners 60 procent boven het landelijk gemiddelde".

Er staan nog meer cijfers in het artikel, en er staat een grafiek met staafdiagrammen bij waar de journalisten de kop boven hebben geplaatst "Meeste zelfmoorden op middelbare leeftijd". Dat is vast waar, maar als ik naar de grafiek kijk valt mij op dat het ten naaste bij normaal verdeeld is (het meeste in het midden, kleine beetjes links en rechts, steeds kleiner hoe verder van het midden), ongeveer als de bevolking per leeftijd.

Mijn eigen konklusie is dat zelfmoord in Nederland ca. 1 op de 10.000 overkomt, en kennelijk niet hoog correleert met leeftijd, en dat de vooruitgang in de automobiel-industrie het tegenwoordig waarschijnlijker maakt dat je zelfmoord pleegt dan dat je doodgereden wordt in Nederland. Progressie!


5. Live 8: Het is geen echt Nedernieuws, en aangezien jij wel een TV bezit kan je er zéér veel meer van gezien en wie weet genoten hebben dan ik, maar ik kan je melden dat óók in Neerland de afgelopen zaterdag de radio de hele dag vol was van Live 8, en Sir Bob, en Nelson Mandela, en Sir Bob, en Bill Gates, en Sir Bob, en Madonna-Esther, ook een vrouw met een Geweten, en Sir Bob, en Sir Paul, en Sir Elton, en die man met die oogziekte, of althans met die zonnebril met identiteitsproblemen, of tenminste die bril met dat hele vreemde uiterlijk, ik bedoel De Nobele Bono, en o ja: had ik Bob Geldof al genoemd, die ook een Heel Nobel Mens is?

Twee miljard mensen keken, begreep ik, afgezien van de live bezoekers, en iedereen daarvan wéét nu van Normen en Waarden, en van hoe nobel Sir Bob is, al ziet hij er nog steeds uit als een junk, en stierf zijn vrouw niet lang geleden aan een OD, naar ik begreep uit de NRC.

Het volk is dom, in grote meerderheid, en wil drank en spelen, en illusies verbeeld door popsterren om de alledaagse misère en grauwheid te verfraaien, en wie weet sterven er een paar Afrikanen minder, was het alleen als spill-over van de verrijking van de officiële hulpverleners, die altijd de eerste, tweede en derde ontvangers en verdelers zijn van de gelden bestemd om verhongerenden te helpen.

Kortom... ik val, vrees ik, in het kamp der cynici, of althans in dat van de gelovers in dat er niets zo goed is voor de carrière van de verouderende pop-ster van weleer als een Gratis Festival van Goede Doelen en incidentele persoonlijke publiciteit, en dat niemand beter is geworden van de éérste Live Aid dan Sir Bob, en dat dit nu ook wel weer zo zal zijn, zodat ook Live 8 z'n doel ruimschoots gehaald heeft.

Het officiële doel van een en ander was "Make Poverty History!", wat minstens even realistisch en haalbaar is als "Make God Care" of "Make All Men Geniuses And Saints". Maar ja, mundus vult decipi en popsterren, politici en priesters leven daar al héél lang héél goed van.

Hoe het zij: Wat ik ervan op de radio hoorde - niet veel - was allemaal lof en bewondering, vooral voor die dekselse Sir Bob, en wat ik in de NRC las - niet volledig - waren lange artikelen over die buitengewone Bono, en als ik het allemaal goed begreep was het algemene gevoelen dat het Millenium net om de hoek ligt, als we allemaal maar gewoon doen wat Sir Bob en Bono Zijn Profeet ons zeggen.


6. Jacques de Kadt: Ik weet niet of "De Kadt" je veel zegt, maar het was een Nederlander die leefde van 1897-1988 en die een prominente rol speelde in de CPH (H niet N, zoals zijn biografie op het internet van het zogenoemde "Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland" fout zegt) tussen 1919 en 1926, en daarna (o.a.) in de SDAP en de PvdA.

Wel, ik had hem wel eens horen noemen in mijn communistentijd, die eindigde in 1970, maar nooit gelezen. Hij was bevriend met uitgever Geert van Oorschot, die diverse jaren geleden overleed, en de uitgeverij overdeed aan zijn zoon, die kennelijk z'n opslagruimtes aan het leegmaken is, want een paar jaar geleden werden de Brieven en Documenten delen van de VW van Multatuli verramsjt, en nu lag "Uit mijn communistentijd" van de Kadt uit 1965 in de ramsj bij Scheltema etc.

Ik dacht: Laat ik eens kijken, want er staat me bij dat hij geacht werd een helder hoofd te hebben en goed te schrijven. Nu, De Kadt is aardig, maar intellectueel teleurstellend. Het boek gaat feitelijk vooral over 1919-1926 en bestaat uit persoonlijke herinneringen van die tijd.

Het is aardig als geschiedenis en tijdsbeeld, voor wie in dit soort zaken geïnteresseerd is tenminste, en geeft het veel details die ik niet wist, al ken ik veel van de namen wel, en de theoretische achtergronden ook. Mijn vader heeft bijvoorbeeld Wijnkoop en Van Ravesteijn - de eerste Nederlandse communisten, en de oprichters van de eerste communistische partij ter wereld, in 1907, aan wie De Kadt veel niet vleiende tekst besteed - ook nog meegemaakt, maar deed dat wat later, en met o.a. de verschillen dat De Kadt van 1897 is en mijn vader van 1912, en dat De Kadt CPH-lid werd in 1919 en mijn vader in ca. 1934, en van de CPN, toen De Kadt er allang weer uit was, en verder dat De Kadt in ieder geval de HBS gedaan had, en kennelijk uit een middenstands-milieu kwam, al geldt dat in zekere zin ook voor mijn vader.

Wat enigszins jammer is, is dat het een persoonlijke geschiedenis is. D.w.z. De Kadt vertelt wat hij zich herinnert, vanuit zijn perspectief, en geeft weinig achtergrond over bijvoorbeeld Pannekoek en Gorter, of andere Nederlandse intellectuelen ca. 1920.

En wat ikzelf vreemd vind maar kennelijk vooral een kwestie van intelligentie is: De Kadt had al ca. 1920 een aantal zaken en personen redelijk goed door, en geeft hoog op van zijn eigen wens te weten, te studeren, te lezen, en in allerlei theoretische kwesties geïnteresseerd te zijn. Maar alles wat hij theoretisch vermeldt, afgezien van Einstein's socialistische sympathieën, zijn alleen marxistische en socialistische theoretische kanonnen en politieke voorgangers en redenaars.

De rest van wat zich toen afspeelde in de wereld buiten het politieke wereldje waarin hij meedraaide blijft volledig onvermeld, alsof het allemaal niet bestond, of in ieder geval alsof het voor hem niet interessant was. Voor iemand die zo hoog opgeeft van zijn eigen wijde belangstelling en behoorlijke intelligentie is het wat vreemd dat De Kadt helemaal niets meldt over wat mij uit die tijd interesseert: Russell, Wittgenstein, Broad, Johnson, Keynes, Poincaré (al dood toen, maar goed) - kortom, laten we zeggen 'burgerlijke filosofie' en idem wetenschap, waarvan er toen toch veel was en veel in gebeurde, zoals bevestiging van de relativiteits-theorie, opkomst quantum-mechanica, Hilbert's pogingen de wiskunde eindig te formaliseren etc. Daar is allemaal helemaal niets van terug te vinden bij De Kadt: Alles draait om politiek en wie zich daarmee bezig houdt, en de rest bestaat kennelijk niet, althans in dit boek. (Hij noemt Keynes kort in het boek, maar verwart kennelijk de vroegere Keynes met de latere.)

Las De Kadt dan niets dan socialistische theoretici en literatuur? Ikzelf vind dat vreemd, voor iemand met zijn beweerde grote theoretische belangstelling. Of althans ... nu ik het opgeschreven heb realiseer ik me dat exact hetzelfde voor mijn linkse tijdgenoten geldt: De meer intelligenten beweerden allemaal over te lopen van "theoretische belangstelling" maar dat bleek toch vrijwel altijd weer alleen politiek en literatuur te betreffen.

Dit boek van De Kadt blijft toch uiteindelijk een persoonlijk verslag van veel politieke en persoonlijke ruzies, die er in zijn geval om ging de macht in de C.P.H. over te nemen, wat hem niet lukte. Hij heeft een grote afkeer van Wijnkoop - meestal aangeduid met 'Wp.', zoals hij veel dergelijke afkortingen gebruikt, kennelijk voor een flink deel om z'n misnoegen uit te drukken - en schrijft grappige dingen over sommigen, zoals Henriëtte Roland Holst - 'H.R.H.' - en het boek blijft aardig als persoonlijke herinneringen, maar het is analytisch en intellectueel heel dun.

Maar ja, één probleem van zijn politieke mede- en tegenstanders is dat ze zeker niet beter konden of deden dan hij.

Ikzelf had groot gelijk dat ik op mijn 20ste uitgescheden ben met politiek, waarvoor mijn voornaamste drie redenen waren dat ik het marxisme niet meer geloofde, niet theoretisch en niet praktisch en dat ik wie actief en veel aan politiek deed bijna altijd voor dom en immoreel hield, en kon dat zo vroeg o.a. omdat ik communistische ouders had, dus vroeg aan het marxisme werd blootgesteld, en - anders dan iedereen van mijn generatie die ik tegen ben gekomen die iets rond politiek deed - werkelijk in wetenschap en filosofie was en ben geïnteresseerd, en daar werkelijk talent voor heb.

De oordelen over de domheid en het gebrek aan moraal van de meesten die zich met politiek bezig houden onder voorwendsel goed te doen kunnen geadstrueerd worden met veel De Kadt-citaten, want hij heeft voor de meeste van zowel zijn mede- als zijn tegenstanders weinig bewondering, vrijwel zeker terecht, alleen vraag je je dan wel af waarom hij er dan mee bezig blééf. Kennelijk antwoord: Bij gebrek aan vermogens tot beter of anders.

Ik bedoel: Ik vond rond mijn 20ste uit dat ik véél liever beta-wetenschappen en wiskunde en logica las dan politicologische of sociologische teksten, en veel liever 18e eeuwse Engelse literatuur dan moderne Nederlandse idem, maar ik geef toe dat dit soort belangstellingen ook een zeker talent vergen om te ontstaan en te blijven.

Toch vond ik dit boek van De Kadt wel aardig om door te lezen, omdat het wat achtergronden geeft die ik niet kende, en mijn eigen oordelen over linkse politiek en wie daaraan doet ondersteunt. Een verschil met De Kadt is dat ik het uiteindelijk vrijwel zeker een stuk psychologischer zie dan hij: Waar hij meer of minder interessante of sympathieke leiders en figuranten ziet die politieke geschiedenis maken of meemaken, en opereren in een economisch en politiek raamwerk, zie ik toch vooral neuroten, carrière-makers, idealisten, totalitair misleiden, ellebogenwerkers, poseurs, romantici etc. terwijl één relevant persoonlijk verschil tussen hem en mij is dat we allebei behoorlijk laatdunkend kunnen zijn over de gaven en motieven van anderen, maar dat zijn oordeel veel meer politiek gemotiveerd is, terwijl ik veel meer oog heb voor gebrekkige kennis of gebrekkig intellect.

De Kadt heeft dat soort oordelen ook, ongetwijfeld voor een flink deel terecht, maar ik heb nog steeds geen idee van zijn kennis naast zijn marxisme en wat daarmee samenhangt, en veronderstel dat die au fond weinig voorstelde, want anders had hij er meer over geschreven of van vertoond in dit boek van meer dan 450 paginaas, en was het onderwerp van het boek, dat immers uiteindelijk zijn persoonlijke herinneringen betreft, niet puur politiek geweest.

En ik ben niet onder de indruk van zijn intellect. Hijzelf beweert dat ook niet te zijn, maar hij heeft of had in Nederland een renommée van intelligentie en belezenheid, die mij niet echt deelachtig wordt, afgezien van kennis van De Marxistische Klassieken; hij veroordeelt veel mensen als dom, kennelijk meestal terecht; maar hij bewondert er ook een stel die voor mij weinig bewonderenswaardig hebben, die mij tegenstaan, of die ik voor weinig bijzonders houd.

Eén voorbeeld is Lenin, voor De Kadt een voorbeeldig man en een genie, volgens Rummel's 'Death by Government' iemand die ruim 4 miljoen mensen liet vermoorden. En wat mij hier toch vooral opvalt en tegenstaat zijn niet De Kadt's oordelen over Lenin uit de periode die het boek behandelt, zeg 1919-1926, want je kunt zeggen dat het wel heel vreemd zou zijn geweest als hij in die tijd Lenin niet voor iets zeer bijzonders had gehouden, gegeven zijn politieke sympathieën, maar dat hij er kennelijk ca. 1965 weinig anders over dacht, en ondertussen 35 jaar had gehad om zijn oordelen bij te stellen, en er ondertussen toch redelijk wat zinnige boeken over totalitairisme verschenen waren, en over de Sovjet-Unie.

Kortom, De Kadt was toch zeer veel meer een politiek dier, en zeer veel minder een wetenschappelijk of filosofisch dier, dan ik, en evident minder intellectueel begaafd dan ik. Hij schrijft redelijk maar niet bijzonder, wat hem in politieke kringen bijzonder maakt, omdat men daar meestal niet redelijk schrijft.

Wie het cynisch wil benaderen kan "Uit mijn communistenjaren" hertitelen als "Verslag van een gefaald partij-leider", want daar komt het toch wel op neer voor een flink deel: Hij probeerde de macht over te nemen in de CPH rond 1926 en dat lukte hem niet.

En hij maakte kennelijk redelijk makkelijk een goede indruk op mensen, en kende veel van de prominente marxisten uit zijn tijd, en ging dan ook tweemaal congresseren in Moskou. (Onder die bekenden is ook Struik, de wiskundige, volgens De Kadt wel intelligent maar ook een volgeling.)

Ik vond een in memoriam op het internet, en citeer daaruit zijn karakteristiek van George Sorel, volgens de in memoriam schrijver ook op De Kadt van toepassing:

Geen genie, maar een hoog en sterk karakter en een groot, veelzijdig, diepgaand en oorspronkelijk talent.

Wel, het was zeker geen domme man, die bovendien voor een politieke essayist (!) niet slecht schreef, en hij had duidelijk moed en karakter, maar zijn grote talent wordt mij uit dit boek niet duidelijk - en ik kan er ook moeilijk aan geloven als iemand zich alleen voor politiek interesseert.

Zinniger dan het meeste andere Hollandse politieke proza is het wel, maar dat is geen kunst al is het wel een relatieve verademing. Het is geen kunst omdat het - voor wie het wil weten en wat moeite neemt - zo makkelijk is om buiten Nederland en buiten het marxisme zinnige en goede schrijvers over politieke onderwerpen te vinden, al is dat altijd een kleine minderheid.   

O, hier is een aardig De Kadt citaat over een man die ik zeer oppervlakkig meegemaakt heb, en dat mij terecht lijkt:

"Een typisch voorbeeld van dat genre was een zekere Paul de Groot, een diamantbewerker die uit Antwerpen naar Nederland was gekomen, in de A.N.D.B. terecht beschouwd werd als een domme zwetser, en in de partij iedereen verveelde met langdradige, onsamenhangende, redevoeringen, waarbij hij de enige was die om de geestigheden die hij erin verwerkt meende te hebben, lachte. Hij zou naderhand in de gestaliniseerde partij een tweederangs-kracht worden; en na de oorlog, in de door het wegvallen van nagenoeg de hele leiding ontstane leegte, omhoog vallen tot het opperste leiderschap. Doch in de door mij beschreven periode was zijn positie nog volkomen in overeenstemming met zijn capaciteiten: nihil."

En hier is een algemene observatie die mij vele keren is ingevallen of opgevallen, zowel in de werkelijkheid als de literatuur: Eén van de dingen die opvallen is dat "linkse types" kennelijk al minstens sinds de Franse Revolutie hetzelfde zijn.


7. Statistiekjes: Twee statistische feitjes van de afgelopen maand die ik je niet wil onthouden omdat ze mijn culturele en atheïstische gemoed raakten:

Er was een nauwelijks georganiseerd Festival Van Het Levenslied met grootheden als Imca Marina e.d. in - ik geloof - Den Bosch. Bezoekers: 150.000+ en grote verkeersproblemen vanwege de toeloop.

Wat later was er een festival van de EO-jeugd, waar ik zowaar om moest lachen omdat ze ook daar tegenwoordig heavy metal en woest gegil van het publiek hebben. Bezoekers: 32.000.

Ik bedoel: Allebei zijn véél betere cijfers dan het gemiddelde Neerlandse popfestival van tegenwoordig, en het zegt iets over het Neerlands gemiddeld intellect.

Het beste,

Maarten.

 

Nedernieuws 8 juli 2005