\ 

Nederlog

 

16 maart 2010

 

Cohen heeft gelijk (Floris over Newton)

 

Het is vandaag weer eens tijd voor een Nederlandse Nederlog en omdat ik al heel lang een stukje onder de titel "Cohen heeft gelijk" heb willen schrijven - zie ook mijn P.S. Lofrede + Mottootjes en citaatjes van ruim een jaar geleden - bij deze.

Burgemeester mr.dr. Job Cohen heeft namelijk een grote broer, Floris geheten, volgens Job veel slimmer dan hemzelf, die zich op de wetenschapsgeschiedenis heeft toegelegd, en daarin professort, en wel eens eerder iets schreef waar ik het mee eens ben.

Hoe het zij, professor dr. Floris Cohen heeft recentelijk een boek geschreven en doen publiceren, "Isaac Newton en het ware weten" geheten, dat ik niet las, waar hij over geinterviewd werd in de Wetenschapsbijlage van de NRC van 13 maart onder de nogal postmoderne titel "Het geluk van Newton".

Geheel ongeinformeerd over het onderwerp ben ik niet, en ik las Newton gedeeltelijk, dat zeer interessant maar niet makkelijk is, waarover hieronder wat meer.

Hier is het eerste waarin Cohen gelijk geeft, dat volgt na een schets van redenen waarom hij zijn boek over Newton schreef, dat ik ook reproduceer voor de duidelijkheid en volledigheid:

U wilt Newtons werk samenhangend bespreken?

"Ja. Wat staat er in Newtons belangrijkste werken, Opticks en de Principia? Hoe hangen die werken samen met zijn kijk op de wereld? Met zijn ideeën over de wetenschappelijke methode? En ook: hoe laat Newton zich vergelijken met tijdgenoten als Robert Hooke en de Nederlander Christiaan Huygens?"

U stelt daarbij nadrukkelijk dat u Newton als een genie ziet...

"Dat doe ik omdat daar in de wetenschapsgeschiedenis al dertig jaar een taboe op rust. Westfall schreef in zijn biografie dat hij steeds meer afstand was gaan voelen doordat hij zich meer en meer realiseerde dat Newtons intellect van een andere orde was. Die passage is belachelijk gemaakt! Sinds de jaren tachtig heerst het idee dat alles draait om lokale context, en dat verschillen in begaafdheid niet meetellen.

Zoals u wellicht weet - en zie onder andere mijn De gelijkwaardigheid van Obama, Over gelijkheid en gelijkwaardigheid, noot bij Multatuli's Idee 77 dat over het onderwerp handelt, en ook die bij Vorstenschool, idem - geloof ik niet in universele menselijke gelijkwaardigheid, van Einstein tot en met Eichmann, en geloof ik ook niet dat de meeste Nederlanders dat doen, want Neerlandse zogeheten intellectuelen geloven in hordes, met hemzelf voorop, dat Harry Mulisch een genie is, en het Neerlandse volk en de meeste Neerlandse intellectuelen weten allemaal zeker dat Johan Cruyff een genie is.

Er wordt veel gelogen en geposeerd, en de meeste gelijkwaardigheids-idealen zijn gebaseerd op afgunst en minderwaardigheid (Nietzsche is terzake over het onderwerp), en Mulisch en Cruyff zijn hoogstens genie bij wijze van spreken of als ironische stijlfiguur - maar Isaac Newton dat was inderdaad een werkelijk genie.

U hoeft het niet met me eens te zijn, maar als u twijfelt dan behoort u - zie The Ethics of Belief - Newton's Principia op uw scherm toveren via de link en uzelf aan het lezen te zetten. Trouwens... ik heb zelf een papieren editie en de tekst van Newton in de link start op pagina 66, met zijn voorwoord, met op pagina 72 het begin van het boek dat in het Engels "The Mathematical Principles of Natural Philosophy" heet, aldus

                                      DEFINITION I.
The quantity of matter is the measure of the same, arising from its density and bulk conjunctively.

Het zal u niet meevallen, maar het is buitengewoon - net zoals Shakespeare bij aandachtige lezing met verstand buitengewoon is.

Maar dat mocht men niet vinden, of althans niet zeggen, gedurende dekaden, aan de Nederlandse universiteiten waaraan professor Floris Cohen toen werkte, en hetzelfde gold de Westerse buitenlandse universiteiten, want die waren allemaal in de gesel van het postmodernisme, en bovendien in Nederland geheel gedemokratiseerd en voor het grootste deel ook gedebiliseerd.

De zeer zeldzame enkeling die er wel wat van zei, zoals ik, al stelde hij zelfs alleen maar vragen, werd enthousiast en met veel (quasi-)revolutionair vuur door zowel de wetenschappelijke staf als de studenten voor "fascist" uitgescholden, dat ik zo goed weet omdat - zie de links - ik het zelf deed, en als dank van de Universiteit van Amsterdam getrapt werd, om welke reden ik geen professor ben, terwijl het heel wel mogelijk is dat professor Floris Cohen dat wel is omdat hij indertijd Politiek Correct zweeg danwel meeriep. (*)

Ik vind het dus aardig te lezen - al is het minstens dertig jaar te laat - dat professor Floris Cohen zo welwillend en intelligent is om althans nu, ook in een tijd dat z'n carriere er niet meer van te duchten zal hebben, vindt dat er wel degelijk genieën zijn, en dat Newton er één was.

Trouwens... wat de eerste vraag betreft die ik hierboven citeerde, en Cohen's antwoord erop: Er is een uitstekend boek van Edwin Burtt, "The metaphysics of modern science" geheten, dat precies de vragen bespreekt die Cohen opwerpt, en dat vooral gaat over Newton's Engelse tijdgenoten en directe voorlopers. Ik kom er straks op terug.

Terug naar Newton's genie. Professor Cohen, die daar wel van overtuigd is, in de afgeopen dertig jaar, is er toch nog wat tweeslachtig over:

(..) we hoeven verschillen in begaafdheid niet helemaal buiten de haakjes te plaatsen. Wat mij betreft is het niet of-of, maar allebei. Heldendom in context, noem ik dat.

Het spijt me, maar dat is postmoderne relativistische onzin c.q. allebei tegelijk willen ("to have one's cake and eat it" zeggen de Engelsen, en bedoelen dan: Het is het één of het ander, maar niet allebei).

Volgens mij is exceptionele begaafdheid in enig opzicht aangeboren, trouwens net als iemand's fysieke lengte en schoonheid, en komt deze eruit als en in de mate dat de uiting mogelijk is en de persoon en de mens niet kapotgemaakt zijn. En er is hier een uitstekend voorbeeld van, dat professor Cohen ongetwijfeld bekend is en waar ik u alleen de link naar geef: De geschiedenis van de geniale Indische wiskundige Ramanujan.

Ik sla flink wat over en kom bij een tussendoortje, dat ook enig licht helpt werpen op Newton's Principia:

In zijn Principia kwam in 1687 alles samen: de superieure wiskunde, het strenge redeneren, en het steeds verbinden van de theorie met de waarneming. En het mooie is, vindt Cohen, dat Newton die striktheid van redeneren niet alleen in de buitenwereld propageerde, maar ook steeds zichzelf oplegde.

Zo is het - en zie de Principia zelf voor het bewijs. En nu kom ik bij het tweede punt waar Cohen gelijk in heeft, en waar ik hem trouwens ook de afgelopen dertig jaar niet over gehoord heb - al moet ik ook diverse aantekeningen bij dat gelijk maken.

Terzake dus. Hier is het eerste van een paar vragen en antwoorden die elkaar opvolgen:

Newton zocht 'het ware weten?'

"Wat hem uniek maakte in zijn tijd is zijn geloof dat zekerheid in de natuurwetenschappen bereikbaar is. Dat geeft hij al aan in vroege brieven over zijn werk. Veel later zit het ook in zijn prachtige 'schelpencitaat': '(...) mijzelf kom ik alleen maar voor te zijn geweest als een jongen die op het strand aan zee speelt en dan zich er mee vermaakt af en toe een gladdere steen of een fraaiere schelp te vinden dan gewoon, terwijl de grote oceaan der waarheid onontdekt voor me lag.'"

Ik denk niet dat Newton uniek was in z'n waarheids-geloof om nogal wat redenen, zoals het boek van Burtt dat ik hierboven noemde; omdat het een nogal vanzelfsprekende veronderstelling van echte wetenschappers is - dat er een onafhankelijk bestaande werkelijkheid is, door de feitelijke hoedanigheden waarvan beweringen erover waar zijn, of niet, in een hele objectieve zin, die ook heel nauw ligt bij het common sense begrip van de waarheid; en omdat zowel Newton als al z'n tijdgenoten, wetenschappers of niet, religieus gelovig waren, en zogeheten geloofswaarheden aanhingen.

Maar het is waar dat het voor Newton wat makkelijker was om in de waarheid van algemene natuurwetten te geloven, en in de mogelijkheid voor het menselijk verstand, althans indien het zo goed was als het zijne, om de waarheid te vinden over "The Mathematical Principles of Natural Philosophy" (waarin trouwens "Natural Philosophy" zeventiende-eeuws Engels voor "natuurwetenschap" c.q. "natuurkunde" is) juist omdat hij zo buitengewoon wiskundig begaafd was, en daardoor de wiskundige wetten van de bewegingswetten voor willekeurige lichamen kon opstellen en experimenteel verifiëren.

Maar professor Cohen, getuige het vervolg van het voorgaande citaat, ziet dat wat anders:

Met dat geloof onderscheidde hij zich van zijn tijdgenoten?

"Ja, collegawetenschappers als Huygens en Hooke geloofden dat de natuurwetenschap alleen zou kunnen beschrijven hoe de wereld waarschijnlijk werkt. Maar als waarschijnlijkheid het hoogst bereikbare is, leg je in je werk de lat minder hoog.

Dit is nogal verward om diverse redenen, waarvan ik er drie noem.

In de eerste plaats is het, zoals ik dat hierboven omschreef, heel wel mogelijk te menen dat er een objectieve waarheid is die mensen bij de gegeven stand van kennis alleen bij benadering kennen, en met een zekere waarschijnlijkheid.

In de tweede plaats veronderstelt alle relatie tussen experiment en theorie dat althans de empirische oordelen waarmee de theorie getest worden gewoon waar zijn, al kan hun waarheid in veel gevallen niet meer impliceren dan een toegenomen waarschijnlijkheid van de theorieën die deze waarheid voorspelden en een afgenomen waarschijnlijkheid van de theorieën die het tegendeel van deze waarheid voorspelden.

In de derde plaats vergeet Cohen kennelijk het feit dat in de moderne natuurkunde waarschijnlijkheden onontloopbaar zijn vanwege quantum-mechanica en statistische mechanica en verwart hij waarheden en waarschijnlijkheden door te overzien dat ook een waarschijnlijkheidsoordeel, als "deze munt heeft een kans van 1/2 kop te vallen bij een behoorlijke toss", eenvoudig waar zijn of niet (en bijvoorbeeld niet waar als er met de munt geknoeid is om geld te verdienen door weddenschappen).

Maar over de kern van de zaak namelijk "Newton zocht 'het ware weten?'" zijn hij en ik het eens, zoals u ook uit mijn "Waarheid en waarde" kunt lezen, dat ondertussen 21 jaar jong is, en dus nog steeds aktueel en zinnig, al mocht een mens indertijd dit soort dingen niet aan de Universiteit van Amsterdam zeggen, behalve op straffe van gruwelijke discriminatie.

Ik kom aan een volgend punt waar Cohen gelijk heeft, al is hij weer vreselijk aan het schipperen ondanks dat zijn pensioen ongetwijfeld veilig binnen is:

Welke waarheid zocht hij zelf? Uw slotwoord is een pleidooi tegen het relativisme...

"Dat wetenschapshistorici tegenwoordig ideeën in hun tijd en cultuur plaatsen is winst. Maar ik vind het problematisch als ze dit vervolgens zo ver doortrekken dat ze in het midden laten of er universele waarheden uit zijn voortgekomen. In mijn ogen vormen de natuurwetenschappen nu juist hét terrein waarop het gelukt is uitspraken te doen die de dingen vastnagelen.

Waarna Cohen komt met het precies op tijd kunnen arriveren van de Casini-Huygensruimtesonde.

Ikzelf heb al jaren her - dekaden her, lezer! - veelvuldig geargumenteerd tegen het relativisme, niet alleen met een beroep op ruimtesondes maar ook met een beroep op het bestaan van concentratiekampen, dat mij opnieuw op een beschuldiging of wat van "fascisme" opleverde, mij veel leerde over verachting, vooroordeel en menselijke stompzinnigheid en hypocrisie, ook onder zogenaamde intellectuelen, en dat alles in een tijd dat professor Cohen bij mijn beste weten geheel stil zweeg over deze zaken.

Maar ja, laat ik het eens zin voor zin beschouwen. Zin één:

"Dat wetenschapshistorici tegenwoordig ideeën in hun tijd en cultuur plaatsen is winst."

Ik vermoed dat dit gewoon geschipper is, maar als feitelijke bewering is het onzin, want het stelt zelden of nooit veel voor, eenvoudig omdat de wetenschapshistorici gewoonlijk veel te weinig weten - al doen ze gewoonlijk wel heel gewichtig, met bezweringswoorden als "paradigma", "époche", "épistemè", "meme" en overige cant - van de "tijd en cultuur" waarin ze de ideeën zogenaamd plaatsen. Afgezien daarvan staat en stond de echte wetenschap gewoonlijk minstens gedeeltelijk haaks op de vooroordelen van "tijd en cultuur" waarin ze functioneren.

Maar goed - er zijn uitzonderingen, als Joseph Needham's "Science and Civilization in China" en Edwin Burtt's "The metaphysics of modern science", maar (1) dat zijn uitzonderingen die (2) geschreven werden door zeer geleerde zeer scherpzinnige mannen met veel meer kennis en kunde dan de meeste wetenschapshistorici en (3) niet als de postmoderne duisterpraters zaken alleen relatief gesproken, bij wijze van postmodern spreken, in de "tijd en cultuur" plaatsen.

Zin twee:

Maar ik vind het problematisch als ze dit vervolgens zo ver doortrekken dat ze in het midden laten of er universele waarheden uit zijn voortgekomen.

Ook dit is nogal advocaterig/politiekerig geformuleerd - en overigens zijn alle postmoderne relativistische praatjes van de modale wetenschapshistoricus vanaf het begin af kul, was het alleen omdat dit in de "tijd en cultuur" plaatsen waarheids-pretenties heeft; omdat de salarisaanspraken van postmoderne onderwijsbureaucraten nooit relativistisch zijn, maar absoluut; en omdat het bestaan van universele waarheden logisch onontkoombaar is, al kan je van mening verschilen welke dat zijn en welke daarvan mensen kunnen weten.

Maar er is héél weinig "relatief" aan de moderne wis- en natuurkunde, inclusief Newton's wiskunde en natuurkunde, zoals uit mijn bezwaar tegen zin drie blijkt, die als volgt luidt:

In mijn ogen vormen de natuurwetenschappen nu juist hét terrein waarop het gelukt is uitspraken te doen die de dingen vastnagelen.

Als gezegd komt Cohen aan met een ruimtevaartsonde - maar dat is niet erg slim en een feitelijk zwaktebod:

De hele moderne technologie toont aan dat de moderne natuurwetenschappen in staat zijn de waarachtige kennis te leveren waarmee huizen en steden blijven staan; gas, water en electriciteit blijven stromen; stoplichten, horloges en autoos blijven werken; en moderne medicijnen blijven genezen en beschermen, alles ook in contrast met vroeger tijden waarin de mensen dergelijke kennis en daarmee dergelijke technologie én het daarmee geleverde praktische bewijs van de waarachtigheid van de moderne wetenschappen allemaal ontbraken.

Maar goed... Cohen zal het best goed bedoeld hebben, maar maakt vreemde missers, al heeft hij in beginsel een gelijk, dat ik besprak omdat ik datzelfde beginsel al meer dan dertig jaar geleden publiek uitsprak, en als dank herhaaldelijk verwijderd ben van de Universiteit van Amsterdam, ondanks mijn erkende bijzondere verstand, en als dank trouwens ook van broer Job niet eens de twee tientjes in de week kreeg die ik nodig had om mijn huis schoon te laten houden om te kunnen promoveren. Ik had namelijk niet de plaatselijk Politiek Correcte ideeën.

Afsluitend nog een enkel voorbeeld van iets dat mij alweer vreemd treft - waarbij de lezer moet bedenken dat ik, zeker voor een Nederlander, ongebruikelijk goed ingevoerd ben in de Engelse literatuur van de 17e en 18e eeuw.

Cohen zegt namelijk dit, in verband met de titel van het stuk, "Het geluk van Newton":

"Ik geloof niet dat hij zich in de gevoelens van een ander kon verplaatsen", zegt Cohen. "In die tijd bestond de moderne psychologie natuurlijk nog niet. Mensen waren niet geneigd zo intensief na te denken over zichzelf en de omgang met hun medemensen."

Zou het werkelijk? Ik geloof er geen woord van:

  • Uiteraard kon Newton zich in de gevoelens van anderen verplaatsen, want wie dat niet kan kan niet sociaal functioneren. Newton was ongetwijfeld vreemd en moeilijk, maar hij had alle reden om vrijwel iedereen die hij ontmoette voor zeer veel dommer en onwetender dan hemzelf te houden, en ook goede redenen om een deel van z'n denkbeelden niet te uiten.
  • De suggestie dat "de moderne psychologie" zou hebben bijgedragen dat mensen over zichzelf nadachten is van TV-quiz-niveau: Alle kunst, vanaf Homerus en Sophocles, leert geheel anders.
  • Dat 17e eeuwers minder over zichzelf nadachten dan de tijdgenoten van Frans Bauer en Pierre Kartner, om niet te spreken van de intellecten van Pauw en Witteman, toont een totale onwetendheid van de 17e-eeuwse Engelse literatuur aan: Wie Samuel Butler, John Donne, de Earl of Rochester of Richard Burton met verstand las weet dat het feitelijk intellectueel, prozaisch en psychologisch niveau van de maatschappelijke elite -trouwens ook in de eeuw van Rochefoucauld - toen veel hoger was, en het taalgebruik veel subtieler.

Maar goed - toch heeft professor doctor Floris Cohen over een paar dingen in beginsel gelijk, om welke reden ik dit stukje schreef. Het is wel jammer dat hij helaas zo traag van geest of zo graag carriere-makend ondanks het publiek moeten belijden van onwaarheid was dat hij dit allemaal pas dertig jaar na mij aan de weet schijnt te zijn gekomen, of de moed verzamelde het op te schrijven en uit te spreken.


P.S. En het is toch ook echt zo dat hij zijn eigen kennelijke hoofdstellingen van nu al meer dan dertig jaar bij mij heeft kunnen vinden, en dat ze ook al zo'n twaalf jaar op het internet staat, bijvoorbeeld in mijn Spiegeloog-columns.

En zou ik zelf nou echt armoede en pijn geleden moeten hebben in de bijstand - dekaden lang ook, lezer, en wat ik of anderen ook zeiden, schreven of vroegen: ik kon kreperen, en hoe eerder hoe beter wat opeenvolgende B&Ws van Amsterdam en CvBs van de UvA betrof - als ik met mijn verstand en mijn achtergrond de broer of neef of zelfs maar een neef van een neef van Job Cohen was geweest? Nee toch... zo zit Amsterdam écht niet in elkaar: Dan was ik minstens dubbelprofessor geweest, ME of niet.

Ik sprak echter de waarheid, die toen ik dat deed volgens de grote domme of liegende en collaborerende meerderheid niet bestond...

(*) Ik weet het niet. Ik wist zelfs niet tot voor een jaar of vijf dat professor Floris Cohen bestond. In de tijd dat ik probeerde de Nederlandse universiteiten te behoeden tegen de nivellering, politisering en postmodernisering hoorde ik zeker niets van hem - en ik geef toe dat dit heel verstandig was, gerekend vanuit z'n carriere-perspectief. Zoals u ziet.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail