\ 

Nederlog

 

7 maart 2010

 

Iets over economie en het internet



Helaas blijf ik zo slap als een vaatdoek en kan dus weinig doen. Aangezien Nederlog bedoeld is voor - zoals ik dat op 1 januari 2006 schreef -

Nieuws, meningen, opmerkingen, en commentaren, overwegend maar niet alleen samenhangend met wat in Nederland gebeurt en met wat mij overkomt, en wat samenhangt met ME, wat de ziekte is die ik nu 28 jaar en de helft van mijn leven heb.
     (...)
En ik zal me minder op het nieuws richten dan op wat me bezighoudt, interesseert, opvalt, treft of overkomt.

krijgt u vandaag een kort stukje over iets dat me bezighoudt, met een kleine uitweiding over mijn generatie van babyboomers, en inzonder het linkse c.q. quasi-linkse en gestudeerde deel daarvan, overigens in het huidige geval niet alleen in Nederland, en ook iets over de zegeningen van het internet, en aan het eind een toepassing op ME.

Het geval wil namelijk dat ik wat in mijn boekenkasten aan het grutten was, en plotseling de hand legde op een heel aardig boekje dat ik in vele jaren niet gezien had:

  • Assar Lindbeck: The Political Economy of the New Left - An Outsider's View.

Het origineel is van 1971, dus enkele jaren na de studenten-revoltes in Duitsland en Franrijk, en de imitatie ervan in Amsterdam die tot de Maagdenhuis-bezetting leidde, maar nog een jaar voordat de Neerlandse universiteiten, zoals dat heette, "gedemokratiseerd" werden, wat in feite inhield dat er een soort universitaire parlementen ingevoerd werden die zich tot de Colleges van Bestuur van de universiteiten zouden verhouden zoals de Tweede Kamer tot de regering, en die jaarlijks gekozen werden bij gewone meerderheid van stemmen, en wel door, in volgorde van numerieke grootte (1) de studenten, (2) het niet-wetenschappelijk personeel, dus de secretaresses, portiers, en gewone ambtenarij en (3) de wetenschappelijke staf.

Het resultaat van deze "demokratisering" was dat in alle Nederlandse universiteiten de studentenpartijen de meerderheid kregen, en dat in Amsterdam de studenten-fractie van de Asva, voor een groot deel bestaande uit CPN-leden, samen met de Progressief Personeel fractie, voor een groot deel bestaande uit CPN-leden en overigens uit leden van andere linkse politieke partijen, samen met de colleges van bestuur, die altijd uitsluitend uit PvdA'ers bestonden - behalve een incidentele volkomen debiele christelijke vakbond-bons, die bij voorkeur ieder uur uitkraaide dat wetenschappelijke kwaliteiten niet objectief vastgesteld konden worden - 25 jaar lang almachtig waren aan de UvA, en pas de macht verloren nadat deze volmaakt krankzinnige manier om een universiteit te besturen in 1995 afgeschaft werd.

Ikzelf wist daar indertijd niet veel van, omdat ik in het begin van de 70'er jaren enige tijd in Engeland verbleef, en vanaf 1 januari 1975 in Noorwegen woonde, en overigens omdat het me nauwelijks interesseerde:

Ik ben de oudste zoon van Amsterdamse communistische ouders, zoon en kleinzoon van Amsterdamse verzetshelden ook, maar was op m'n 20ste, in 1970, uit de CPN gestapt, omdat ik meende Marx weerlegd te hebben, omdat de CPN mij tegenstond, omdat ik had bevonden dat de zogenaamde revolutionaire studentenleiders als Rudi Dutschke en DaniŽl Cohn-Bendit om niet te spreken van Ton Regtien en Paul Verheij, vergeleken met mijn vader hťťl weinig tot niets voorstelden als "marxistische revolutunairen" waar zij zelf zich zo graag voor hielden, omdat ik een geringe dunk had van de gestudeerde of studerende leden van mij eigen generatie, die ik overwegend voor veel dommer dan mijzelf hield en die allemaal geen enkele reŽle interesse in wetenschap hadden, en tenslotte omdat ikzelf besloten had in 1970 dat wetenschap mij voorkwam een veel zinniger menselijk emancipatie-project te zijn dan politiek, een grote interesse had in wetenschappen van allerlei soort, en vooral gegrepen was door logica en wetenschaps-filosofie.

In die tijd was ik in vrijwel al deze opzichten, althans voor iemand van mijn generatie met mijn achtergrond of voor iemand die studeerde of wilde studeren, een eenling, want Marx was vreselijk populair onder studenten, al hadden ze zelden veel of iets van hem gelezen; de CPN begon, zeker in Amsterdam, zeer populair te worden onder studenten en onder leden van de wetenschappelijke staf van de UvA; Rudi Dutsche en DaniŽl Cohn-Bendit gingen door voor halve heiligen - een soort Europese Che Guevara's - aan de universiteiten; vrijwel iedereen van mijn generatie die studeerde was links tot zeer links en had mede daarom geen werkelijke interesse in wetenschap want meende zelf immers allang te weten hoe de werkelijkheid in elkaar zat: zoals Marx en de Asva dat zeiden; en bovendien werd de overgrote meerderheid van de wetenschappen door de meeste studenten beschouwd als "burgerlijk" zo niet "fascisties", als "reactionair", en als "kapitalisties". (*)

Voor mij was dit allemaal tamelijk bevreemdend, maar mijn eigen reactie was voornamelijk aristocratisch: ik meende dat de andere leden van mijn generatie in grote meerderheid een stuk dommer waren dan ik en daarnaast was ik sinds mijn twintigste veel meer geinteresseerd in wetenschap, logica en filosofie dan in politiek, waarmee ik me zo weinig mogelijk bezighield en zoveel mogelijk van onthield.

Wat ik wel vreemd vond, en dat vooral vanwege hun eigen pretenties, was hoe bijzonder weinig de zogenaamde revolutionaire studenten van mijn generatie feitelijk wisten en in hoe weinig ze geinteresseerd waren: De meesten kenden Marx zomin als Keynes, en ontleenden hun politieke meningen aan de politieke paginaas van de weekbladen (**) of aan Asva- of CPN-publicaties en hun overige meningen aan de literaire paginaas van de weekbladen en aan schrijvers als Wolkers en Mulisch, of eventueel - voor de echte bollebozen - aan Sartre in vertaling.

Ik vermoed dat het vanwege het soort redenen is dat ik opvoerde dat ik indertijd en tot 1986 helemaal niets wist van Lindbeck's bestaan of tekst, die pas in 1986 in een tweedehands boekwinkel vond en las.

Het bleek een alleraardigste goed geschreven niet bijzonder lange verhandeling van een jonge Zweedse econoom, die bijzonder weinig heel hield van het Nieuw Linkse denken, gedeeltelijk om redenen die ikzelf bevonden had tussen 1968 en 1970, toen ik me serieus bezighield met de vraag hoe zinnig Marx en zijn zelfbenoemde opvolgers nu eigenlijk waren, en gedeeltelijk om andere kennelijk goede redenen, want Lindbeck wist een stuk meer van economie dan ik.

Aangezien ik het vandaag weer doorgebladerd heb kan ik u melden dat dit nog steeds zo is; dat het boekje een inleiding van Paul Samuelson heeft (kort geleden overleden, ooit Nobelprijswinnaar in de economie, neo-keynesiaan, en schrijver van een heel bekend handboek over economie); en dat het eindigt met een aantal discussie-bijdrages van min of meer linkse min of meer bekende economen uit die tijd, met een repliek van Lindbeck.

Mocht het onderwerp u dus interesseren dan kan ik u het boekje van harte aanraden, want het internet leert dat Lindbeck nog steeds bestaat en het boekje nog steeds, althans tweedehands, te koop is op het internet.

Mijn redenen om een en ander hier op te voeren zijn voornamelijk deze drie

  • (1) Het interesseerde me ooit en Lindbeck's boekje is zowel helder als toegankelijk als kort als afdoend voor het onderwerp.

  • (2) Het enigszins verbazende is dat ik er niets van wist tot 1986, vrijwel zeker als de rest van mijn babyboom-generatie, hoewel het hun gedachtengoed al in 1971 bijzonder goed en leesbaar weerlegde.

  • (3) Een groot verschil tussen toen en nu is het internet: Wie nu naar iets op zoek gaat op het net kan - met een voldoend snelle internet-verbinding en enig uithoudingsvermogen en verstand - de belangrijkste ideeŽn en publikaties in enig gebied nauwelijks ontgaan of ontlopen. (Men kan ze nog steeds niet willen lezen, of niet in staat zijn ze echt te begrijpen, maar dat ze bestaan moet redelijk snel duidelijk zijn op de meeste terreinen.)

Wat me hier en nu vooral interesseert zijn de laatste twee punten.

Het punt (2) is - vooral - een voorbeeld van twee menselijke tekortkomingen:

A. Het meeste niet-wetenschappelijke menselijk denken is nogal totalitair, in de zin dat wie een religie of politiek geloof heeft zich zelden goed en grondig verdiept in de grondslagen voor de eigen overtuigingen, laat staan voor de grondslagen van de overtuigingen van tegenstanders of ontkenners van dat geloof, en

B. het was tot het ontstaan van het internet met snelle toegang, zelfs voor wie werkelijk geinteresseerd was in een onderwerp, helemaal niet zo makkelijk er snel veel over aan de weet te komen, een soort schematisch overzicht van te krijgen, te weten welke personen en publikaties als belangrijk golden etc.

Dat laatste kon natuurlijk wel, maar was vooral een kwestie van veel lezen van veel bibliotheekboeken uit een universitaire bibliotheek en van toegang tot - voor gewone individuen altijd onbetaalbare - wetenschappelijke tijdschriften.

Met de komst van het internet is dat radikaal veranderd, en is het in het bijzonder veel makkelijker geworden dan vroeger - althans voor wie de noodzakelijke basiskennis heeft om de juiste vragen te stellen en om het internet-materiaal zinnig te schiften - om snel een overzicht te krijgen van een wetenschap of veld van interesse en van de belangrijkste publikatie in dat veld en van de belangrijkste personen erin.

Het is een heel belangrijk en vreugdevol verschil met vroeger, maar de vraag is wat het uitmaakt - en het probleem is hier niet of het iets uitmaakt, want dat doet het ongetwijfeld, maar hoeveel, en hoe je dat vast zou kunnen stellen:

Hoeveel sneller, bijvoorbeeld, ontwikkelt een wetenschap zich doordat de wetenschappers toegang hebben tot het internet; hoeveel sneller worden nieuwe inzichten, feiten of meningen bekend en zinnig besproken en uitgespit; hoeveel beter zijn mensen in staat - bij voldoende intellectuele vermogens - zelfstandig tot rationele oordelen te komen, met veel meer informatie dan vroeger, van veel betere kwaliteit, en de beschikking hebbend over veel betere analyse-instrumenten (als statistiek-programmaas, spreadsheets, programmeer-omgevingen e.d.)?

Het zijn volgens mij vrij wezenlijke vragen, want in feite voltrekt zich een soort strijd tussen de grote domme totalitair denkende en voelende meerderheid, en de veel kleiner intelligente tot rationele wetenschap geneigde minderheid, want er moeten snel een flink aantal vragen, o.a. wat betreft energie, voeding en landbouw opgelost worden wil de wereld of althans de menselijke beschaving niet ten ondergaan aan bevolkingsgroei, voedsel-, water- en energie-tekorten, en de doorsnee menselijk domheid en totalitaire neigingen en emoties.

Maar ik heb zelf geen goede ideeŽn hoe dit soort vragen zinnig beantwoord kunnen worden - al is het wel zo dat mijn eigen ervaringen, zoals met het Phoenix-forum (over ME), sterk suggereren dat de verschillen tussen pre-internet en post-internet heel groot (kunnen) zijn:

Waar ik tussen 1979 en 1989 niet eens wist van het bestaan van ME; tussen 1989 en 1996 bij gebrek aan internet er wel iets over leerde, maar feitelijk weinig, en het weinige bovendien gekleurd en partieel; en tussen 1996 en 2009 redelijk wat maar nog steeds een betrekkelijk kleine selectie, leerde ikzelf sinds juli 2009 (snel internet voor mij) en het vinden van het Phoenix-forum, met op het moment meer dan 1400 leden, waarvan een behoorlijke proportie ook werkelijk intelligent is, en veel weet over en rondom ME, minstens 10 keer zoveel als in de voorgaande 30 jaar.

Wat voor verschil dat maakt zal de tijd leren, zowel in het algemeen als met ME. Voor mij - die binnenkort 60 wordt - kan het wat ME betreft te laat zijn voor genezing, terwijl er ook een verschil is tussen wat een mens persoonlijk opdeed en kan leren, en wat met die kennis of meningen sociaal kan gebeuren, dat immers afhangt van veel factoren, maar het is voor mij, zowel wat betreft ME als wat betreft de snelle voortgang van de wetenschap, wat de verreweg zinnigste weg is om de bestaande menselijke problemen op te lossen of in toom te houden, een hoopgevend iets, inderdaad in deze tijd van crisis en kennelijk aanstormend neo-fascisme (of wat daar heel erg op lijkt, al getuigt het natuurlijk niet van "respect" om dat te vinden en zeggen) ťťn van de weinige hoopgevende dingen.


P.S. Zoals ik aangaf kunt u desgewenst het e.e.a. over Assar Lindbeck en zijn boekje (en andere boeken) vinden op het internet, d.m.v. zijn naam + "economics". En het genoemde werk - "The Political Economy of the New Left - An Outsider's View" - is niet dik, niet moeilijk, wel goed geschreven en volgens mij, die geen hoge pet op heeft van economen, zoals ook bijzonder goed ondersteund door de feiten, nog steeds belangrijk, was het alleen omdat het een aantal nog steeds tamelijk populaire opvattingen over en rondom economie behoorlijk goed ondergraaft en te kijk zet.

P.P.S. Mocht u de brief van professor Malcolm Hooper die ik gisteren op deze plaats reproduceerde gemist hebben en/of mocht u zich zorgen maken over mijn kansen mochten de professoren Wessely of Van der Meer besluiten mij te vervolgen (en je kunt alles van deze twee heren verwachten, behalve iets redelijks of rationeels) dan moet u even naar de tekst onder de laatste link. (En afgezien daarvan ben ik toch echt een man die veel liever staande sterft dan op z'n knieŽn leeft.)

(*) Eťn van de redenen dat mijn lezers die mij niet kennen zouden moeten kunnen weten dat ik de waarheid spreek over veel zaken, daarin (en in veel meer) zo geheel anders dan de prominente leden van mijn babyboom-generatie, die carriere maakten met leugens en poses, is dat iedereen die iets weet van de UvA tussen 1972 en 1995 weet dat iemand als ik - een arbeiderszoon, en dan van een communistische verzetsheld - al dekaden lang professor aan de UvA was geweest, zelfs als ik veel minder intelligent geweest zou zijn dan ik ben, als ik gewoon, als de leden van mijn generatie, meegelogen en geposeerd had.

(**) De weekbladen - VN, de Groene, HP, de Nieuwe Linie - waren toen allemaal bijzonder links of deden alsof, vrijwel precies als de studenten indertijd. Het principiŽle punt dat de lezer hier dient te begrijpen is dat het voor het grootste deel voor de grote meerderheid een doen-alsof was: Waren ze werkelijk eerlijk overtuigd geweest van de linkse idealen die ze massaal uitdroegen dan hadden ze er meer van willen weten en geweten dan ze feitelijk deden.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail