\ 

Nederlog

 

4 Januari 2010

 

Nederpuntjes



Onder andere omdat de feestdagen vandaag toch echt voorbij zijn heb ik heden wat nederpuntjes, die ik allemaal ontleen aan de vandaagse papieren NRC.

1. Heldring 50 jaar NRC-columnist
2. Alweer een Amsterdamse bestuurlijke wanprestatie
3. Alweer een Haagse bestuurlijke wanprestatie
4. Typisch Nederlandse verzetsstrijders
5. Alweer een belachelijke NRC paringsroep

1. Heldring 50 jaar NRC-columnist

Het was verleden week al aangekondigd in de NRC: Vandaag is het precies 50 jaar geleden dat Heldring een eerste column in de NRC schreef, sinds wanneer hij daarmee door is gegaan.

Vandaag wordt het herdacht in de NRC, met Heldring's eerste column van 4 januari 1960 en een column van vandaag.

Een en ander is aardig, en ik besteed in Nederlog regelmatig aandacht aan Heldring's columns, soms positief, soms negatief, en wel omdat Heldring regelmatig iets te zeggen heeft, niet dom is, redelijk schrijft, en behoorlijk geinformeerd is, en ook omdat hij een wat ander perspectief heeft dan de meeste journalisten van de NRC, dat vooral komt omdat hij redelijk goed opgeleid is, nog steeds helder van geest is, en ondertussen 92 is, dus zeer veel verder terug kan kijken in de meegeleefde Nedertijd dan vrijwel iedereen, en bijvoorbeeld de crisis van de 30-er jaren en de Tweede Wereldoorlog nog meegemaakt heeft, toen al volwassen ook.

De herdenking in de NRC viel me echter een beetje tegen, want deze bestaat uit de twee genoemde stukjes en twee fotoos, ťťn van Heldring in krijtstreep in 1968 als hoofdredacteur van de NRC, en ťťn van Heldring nu, thuis in trui en met pantoffels, maar uiterlijk herkenbaar dezelfde.

Wat die twee columns betreft, met 50 jaar ertussen:

Zoals Heldring zelf opmerkt was zijn taalgebruik indertijd nogal anders dan tegenwoordig. Heldring zelf zegt dat het statiger was, waar iets van waar is, maar het is vooral een verschil in toon - als dat het juiste woord is voor geschreven proza, al kunt u de metafoor ongetwijfeld vatten - dat ikzelf omschrijf als "meer op stelten", 'meer stadhuistaal", dat ongetwijfeld niet komt omdat Heldring van nature zo spreekt of schrijft, maar omdat het indertijd, zeker voor een man in zijn positie, zo hoorde.

Mij deed het direct aan mr. G.B.J. Hilterman's proza, en de toon van het Polygoon-journaal denken - zeg maar zoals de burgemeester in Swiebertje. Trouwens... over hoe begrijpelijk ik me maak voor lezers die niet weten hoe deze eertijdse notabelen Nederlands spraken maak ik me geen illusies, maar ik vermoed dat er op het internet voldoende Polygoon-journaals uit de vijftiger en zestiger jaren te vinden zijn, en die zijn instructief in minstens vier opzichten: Hoe ideologisch van toonzetting ze waren d.w.z. hoe duidelijk de kijker voorgeschreven kreeg wat en hoe een behoorlijk Nederlander moest denken en spreken; hoe theatraal dat ging; en met welk vertoon van waardigheid, in stem, woordkeus, en spreektoon; en hoezeer sindsdien de manieren van publiek Nederlands spreken zijn veranderd.

Als gezegd, Heldring valt weinig te verwijten, want hij kon indertijd in zijn positie, als hoofdredacteur van een belangrijk Nederlands dagblad, moeilijk anders publiek schrijven en gekleed gaan in krijtstreeppak - en iedereen die publiek schreef of sprak deed het ongeveer zo, met alleen enkele kunstenaars als uitzondering.

En wat de herdenking in de NRC betreft:

Ik vond het welbeschouwd nogal magertjes, was het alleen omdat het ongetwijfeld een zeldzaam feit betreft: Iemand die vijftig jaar lang columneert voor een belangrijk dagblad.

Het minste wat ikzelf erbij had verwacht was een overzichtje van vergelijkbare gevallen, als die er zijn. Maar nee.

2. Alweer een Amsterdamse bestuurlijke wanprestatie

Op de opinie-pagina naast de stukken van Heldring die ik zojuist besprak staat een artikel van een Ewald Engelen (nooit van gehoord), die hoogleraar is in de wetenschap der "financiŽle geografie aan de UvA" (nooit van gehoord - ik bedoel een dergelijke "wetenschap"), en die een nieuw Amsterdams debacle behandelt, namelijk het financiŽle centrum dat in Amsterdam aan de zogeheten Zuidas zou verrijzen, uiteraard in de eerste plaats ten gunste van de bouwers, de Amsterdamse ambtenaren en de Amsterdamse politici, en natuurlijk ten laste van de Amsterdamse inwoners.

De titel van het stuk is "De Zuidas loopt uit op een mislukking", met als boventitel "De internationale financiŽle centrumfunctie van Amsterdam zakte al voor de crisis in".

Ik denk dat aan beide titels niets onwaars is, maar het artikel zelf vind ik moeilijker te beoordelen, omdat het nogal slecht journalistiek proza is dat uit allerlei mogelijke ruiven vreet, en ikzelf geen enkele fiducie heb in een zogeheten "wetenschap" van de "financiŽle geografie".

Maar de teneur is deze: Het hele plan was gebaseerd op incompetentie, blikvernauwing, persoonlijke belangen van de betrokkenen en was van meet af tot mislukken gedoemd - en met een burgemeester als Job Cohen en een verantwoordelijk wethouder als de eertijdse staatvechter, barricaden-bouwer quasi-revolutionaire quasi-marxistische stenengooier, ellebogenwerker en champagne-socialist als Maarten van Poelgeest, een hondsbrutale randdebiel die zelfs te dom was om de studie politicologie aan de UvA in de 80-er jaren af te kunnen maken, is ook deze Amsterdamse wanprestatie geen verrassing.

3. Alweer een Haagse bestuurlijke wanprestatie

Onder het zojuist gerefereerde stuk staat een stuk van alweer twee academici werkzaam in flutwetenschappen (resp. "bestuurskunde" en "provincierecht") die het ook vast goed bedoelen, en ook hier zal ik me beperken tot het citeren van titel en sub-titel en het weergeven van de teneur van het stuk.

De titel is "Opheffen van provincies levert weinig tot niets op", en de eerste helft van de subtitel geeft het motief voor dat willen opheffen: "Den Haag aast op meer werk nu Brussel steeds meer bepaalt", overigens een tale Kanaans - azende, wensende en denkende steden - waar ik geheel niet van houd.

Hoe het zij, de teneur van een en ander is dat de Nederlandse regering + hun top-ambtenaren de Nederlandse provincies (toch meer dan zeshonderd jaar oud, als ik op de lagere school niet voorgelogen ben) willen opheffen; dat ze dit vooral willen om geen top- en overige ambtenaren te Den Haag te hoeven ontslaan; dat e.e.a. nog wel een wijziging van de Grondwet nodig heeft; en dat het een slecht idee is, dat ook financieel niets zal bezuinigen, het doelmatig bestuur van de - dan voormalige - provincies alleen maar zal bemoeilijken, en overigens de macht van de handvol regeerders + top-ambtenaren te Den Haag zal vergroten.

Om de laatste alinea van de schrijvers te citeren:

Nee, het opheffen van de provincies is geen verstandig besluit. Vele tientallen wetten zouden gewijzigd moeten worden. Opheffing van de provincies levert weinig tot niets aan bezuinigingen op, maar wel meer centralisatie.

En dat is mijn eigen voornaamste bezwaar, al maak ik me geen enkele illusie over de combinatie van corruptie en incompetentie die de huidige provincie-bestuurders kenmerkt, gelijk regelmatig blijkt in o.a. Noordholland en Limburg.

Mijn reden is dat alle staatsmacht, alle regeringsmacht, alle bestuursmacht gevaarlijk is en in toom gehouden moet worden, en dat de daarvoor al eeuwen bestaande juridische manier van scheiding der machten en opsplitsen der bevoegdheden daarvoor een zeer geŽigend middel is, zeker in een natie waar de bevolking geen wapens mag dragen, dus feitelijk met handen en voeten, met have en goed, is overgeleverd aan de menselijke en morele behoorlijkheid van de paar honderdduizend lieden die in Nederland de feitelijke staatsmacht vormen.

Hoe het zij: Dit is weer een stap of een voornemen in de richting van een steeds verder gaande fascisering, centralisering, en totalisering van Nederland, zogenaamd vanwege "Het Gevaar Van Het Terrorisme" c.q. vanwege "de efficientie en transparantie van Ons Bestuur", maar feitelijk omdat alle macht corrumpeert, en de Nederlanlandse bestuursmacht al dekaden in handen van moreel en intellectueel incompetenten is.

4. Typisch Nederlandse verzetsstrijders

Over een paar maanden ben ik zestig, en buiten mijn in het buitenland levende broer heb ik nooit iemand getroffen, of zelfs maar in de media gelezen, gehoord of gezien, met een beter doortimmerde verzetsachtergrond dan ik.

Mijn konklusie daaruit - maar niet alleen daaruit: zie Nederlog en ME in Amsterdam - is dat ikzelf uit een bijzondere familie stam, en dat de overgrote meerderheid van de meer normale Neerlanders geboren collaborateurs (handelaars, opportunisten, conformisten) zijn, die pas in Het Verzet gaan als dat evident tot de winnende partij behoort, maar daar feitelijk te laf of te conformistisch voor zijn, al mag je dat niet zeggen.

Een en ander blijkt me al meer dan een week vanwege de commotie rond de wens van de Duitse ambassadeur om mee te mogen doen aan de jaarlijkse 4 mei herdenking - dat dus tot nu toe, 65 jaar lang maar liefst, niet mocht van de meer dan tien miljoen Nederlandse eertijdse Nederlandse Verzetsstrijders en hun trots nageslacht, alsof ťťn man verantwoordelijk zou zijn, 65 jaar later, voor het kwaad dat zijn landgenoten ooit deden.

In de NRC van vandaag staan, als eerder, twee ingezonden brieven over de kwestie, die ik u bespaar. Ik heb alleen drie korte punten in dit verband:

  • In mijn jeugd waren mijn ouders vrijwel de enige echte ex-verzetsmensen die ik kende, en was ik het enige kind in de straat waar ik opgroeide die niets tegen "de Moffen had" o.a. omdat mijn vader mij verzekerd had dat er met Duitsers qua Duitsers niets bijzonder verkeerds of goeds was, en dat hij het concentratiekamp had overleefd mede dankzij zijn Duitse kameraden.
     
  • De hele bedenking tegen de aanwezigheid van de Duitse ambassadeur bij de Nederlandse herdenking van de Tweede Wereldoorlog is, na 65 jaar, van een schrikwekkend totalitair vrijwel Noordkoreaans pf Goebbelsiaans allooi (en weer typisch groepsdenken).
     
  • Voorzover ik weet - maar hier ben ik geen specialist - zijn de Duitsers, althans de Westduitsers, een stuk zinniger en eerlijker omgegaan met hun Tweede Wereldoorlogsverleden dan de Nederlanders, dat o.a. blijkt uit het feit dat Wildersachtige figuren, dus met diepe verlangens naar "kampementen" waar miljoenen niet deugende vreemdelingen in opgesloten, te werk gesteld, of weggeruimd kunnen worden, in Duitsland alleen populair zijn (tot nu toe, zeg ik erbij omdat ik een logische geest heb) in kringen van neo-nazi's.

Kortom: Persoonlijk ben ik niet zo van het op 4 mei op de Dam staan met de hand op het hart, het Wilhelmus op de tong, en een heldenblik in de ogen, maar als er dan herdacht wordt, laat dan gewoon iedereen toe die - zoals de malafide Amsterdamse burofascisten hun applausvee ronselen - zich "daarbij betrokken voelt".

5. Alweer een belachelijke NRC paringsroep

Zoals u wellicht weet heb ik het niet op de slagzin die de NRC tot vandaag voor zichzelf hanteerde, te weten "de slijpsteen voor de geest", omdat ik dit betuttelend, neerbuigend, pretentieus, en een gruwelijke metafoor vind.

In de NRC van heden blijkt een waarachtig reclamebureau ingehuurd te zijn voor het bedenken van een nieuwe slagzin, ja zelfs een nieuw logo. Er wordt op heel hijgerige advertentie-toon over verhaald op de achterpagina, zoals blijkt uit de volgende laatste alinea van dat stuk op de achterpagina:

Inmiddels heeft het bureau internationaal naam gemaakt. Niet alleen met campagnes voor het Centraal Museum Utrecht, museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Maar ook met campagnes voor de communicatie en inrichting van de architectuur-biŽnnale in VenetiŽ in 2008, en eind 2009, van het Spiral Art Centre in Tokio.

Dat is de hijgerige eindalinea waarmee de journalist klaar komt, die klinkt als Radio Noordholland op z'n allerdebielst.

Waar gaat het over? Een nieuwe slagzin en een nieuw logo, ik vermoed alles in het kader van de enige toepassing die men leert aan de UvA als MBA, namelijk de zogenaamde vakwetenschap der "name branding".

Het ziet er zo uit op de NRC-pagina, en komt alweer evident uit een totalitair mini-brein:

>
Ik denk NRC>

Er staat ook een hele pagina in met - si vous me permettez, als tussenwerping:

"War is peace. Freedom is slavery. Ignorance is strength."
(George Orwell) -

dus een hele pagina dus alweer dat teken, deze keer 20 bij 20 cm. groot (en trouwens een zogeheten guillemet, en geen wiskundig groter dan teken, maar ik heb alleen een Amerikaans toetsenbord en weinig geduld met kul), met daaronder in koeieletters:

onafhankelijk
ik denk nrc>


nrc handelsblad>  nrc next> nrc.nl>

Snapt u wel? U bent onafhankelijk: U denkt nrc (guillemet), kennelijk in intentie en motivationele grondslag zoals de hoofdredactie van de eertijdse Pravda dat graag zag, net als Kim Jong Il en Gijs Schreuders (*) (wiens gade Etty dan ook NRC-redactrice is, en nog maar enkele dagen geleden Marcus Bakker bejubelde in dit blad voor onafhankelijke slaafse geesten).

De paringsroep is ook weer een totalitair oxymoron, om welke reden ik Orwell citeerde - maar ik vrees inderdaad dat het de geest in de NRC-redactiekantoren redelijk adekwaat weergeeft: Zij zullen u "het kwaliteitsnieuws" geven, voorzien van een "kwaliteitsduiding", en u moet daar gelukkig en weldenkend van worden, dat u eigenlijk niet bent, want dan was u wel NRC>-redacteur>, als Elsbeth> Etty>, Jos> Verlaan>, en meer van dergelijke zo weldenkende, zo welwillende, zo eerlijke, en ook zo integere voordenkers van de Neerlandse hoopopgeleide ťlite.

Maar ja - het zal de aard van het beestje welzijn, zoals het mijn aard is daar niet gelukkig van te worden, want ik blijf het dom, pretentieus, totalitair, betuttelend en een oxymoron vinden.


P.S. Voor meer over de NRC zie mijn stukken uit eind 2008:

En ik denk echt dat ook de redactie van de NRC in meerderheid - meer wel dan niet - een totalitaire inborst heeft, zoals de meeste mensen. Hoe het zij: Ik ben onafhankelijk en ik denk geen nrc>.

Het blijft echter de minst domme minst slecht geschreven Nederlandse dagblad, wat in dit provincialistische moeras van benepenheid en kleinsteedsheid toch al heel wat is.

P.P.S. Hoe het dan wel moet? Ik ben geheel geen reclame-jongen, maar het volgende is wel zo beleefd en zinnig en toch reclame, die door de beugel kan - en het is nog eens behoorlijk Nederlands ook (want daar hoort een lidwoord, zolang het geen Russisch is) ťn vrij van domme typografische gimmicks>:

Weldenkend
Ik lees de NRC

En voor het copyright kunt u zich tot de weldenkende maker van deze site wenden.

Noot

(*) Ik citeer geniale Gijs:

"Tot op zekere hoogte denkt ieder mens met het brein van andere mensen. Dat is het menselijk tekort - een gemeenplaats. Als niemand je iets leert, word je nooit wijzer - een platitude.

Maar de vraag is: waar trekt iemand de grens tussen leerling en onderdaan? Dat is de kwestie! Paul de Groot dacht met het brein van Soeslov, Joop Wolff dacht met het brein van Paul de Groot. MAN FAILED."

En in modern Neerland denkt oppassende ťlitaire men met het brein van de NRC-redactie, moet ik wel begrijpen:

Onafhankelijk is NRC>-denken.
Freedom is slavery.
Ignorance is strength.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ē