Nederlog        

 

9 november 2008

                                                                 

Over gelijkheid en gelijkwaardigheid

 

 

Laat ik het, in vervolg op gisteren, nog eens over gelijkheid en gelijkwaardigheid hebben, was het alleen om een paar dingen te verduidelijken die ik al heel lang denk, maar die in Nederland niet erg populair zijn, hoewel ze toch heel redelijk en rationeel zijn.

1. Er heerst in Nederland al dekaden, in ieder geval, een grote verwarring over de begrippen "gelijkheid" en "gelijkwaardigheid", voorzover deze van toepassing zijn op personen, want het heeft dekadenlang voor Politiek Correct gegolden iedereen (die zich in Nederland bevond) voor gelijk en gelijkwaardig aan ieder ander uit te maken - terwijl ieder mens sommige mensen voor beter, anderen voor slechter; sommigen mooier, anderen lelijker; sommigen intelligenter, anderen dommer; en sommigen lieflijker, aardiger, leuker of anderszins preferabel vinden dan anderen.

2. Om misverstanden te vermijden: De term "gelijkwaardigheid" komt niet voor in de Nederlandse Grondwet (zoals deze op het internet te vinden is, maar ik ga er vanuit dat die versie correct en volledig is), en is feitelijk ingevoerd in het algemene spraakgebruik door, vooral maar niet alleen, politici van de linkse politieke partijen, naar men mag aannemen om discriminatie tegen te gaan.

3. In feite luidt artikel 1 van de Nederlandse Grondwet als volgt:

Artikel 1:  Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Hierbij moet eerst opgemerkt worden dat dit artikel feitelijk over de rechtsspraak en het recht gaat, en niet over omgangsvormen of algemeen voorgeschreven morele normen, met welke restrictie er iets voor dit artikel te zeggen valt - al lijkt het volgende, veel kortere, duidelijkere en helderder voorstel voor een herzien artikel 1 mij aanzienlijk beter:

Alle Nederlandse burgers hebben gelijke rechten.

Ook op deze herziene versie valt trouwens het een en ander af te dingen, bijvoorbeeld in het geval van geestelijk onvermogen of langdurige gevangenschap, maar iets dergelijks is altijd het geval met maatschappelijke wetten en regels, die immers op duizenden of miljoenen menselijke individuen slaan, en niet redelijkerwijs in allerlei bijzondere persoonlijke omstandigheden kunnen voorzien - maar (1) daarvoor zijn er dan ook rechters, rechtbanken en advocaten en (2) in de meeste beperkingen van "Alle" en "gelijke rechten" wordt al voorzien door de bestaande Nederlandse wet, in meer bijzondere wetsartikelen. (*)

Trouwens, wie met een logische geest moet leven begrijpt onmiddellijk dat de eerste zin van Artikel 1 inhoudelijk niet of nauwelijks toepasbaar is, (i) omdat het de kwestie van "gelijke behandeling" verplaatst naar de kwestie wat "gelijke gevallen" zouden zijn en (ii) omdat geen twee gevallen, hoe ook begrepen, gelijk kunnen zijn in enige plausibele zin, omdat het anders geen twee gevallen zouden zijn, maar slechts één. (**)

4. Het boven geciteerde bestaande Artikel 1 maakt geen verschil tussen Nederlandse burgers en in Nederland verblijvende anderen (die bijvoorbeeld andere rechten en plichten kunnen hebben op basis van de rechten die hun nationaliteit ze toekennen).

Het artikel heeft het ook alleen over discriminatie, en is onzinnig, en in logische tegenspraak met andere Nederlandse wetsartikelen, bijvoorbeeld over de vrijheid van godsdienst en politieke keuze, omdat zowel in de godsdienst als de politiek vrijwel altijd gediscrimineerd wordt.

En hoe het zij, de tweede zin uit het bestaande artikel is volkomen overbodig in mijn herziene voorstel, en overigens logisch onhoudbaar, omdat het, zelfs als het beperkt wordt tot rechterlijk en juridisch handelen, enig onderscheid "op welke grond" ook verbiedt, zodat geen rechter enige grond mag vinden voor enig rechterlijk oordeel ten voordeel of ten nadeel van enig in Nederland verblijvend persoon, die zich voor hem bevindt om rechterlijk geoordeeld te worden. (Ik bedoel: Het stáát er zo, en ik kan logisch redeneren - maar een wet waar je met weinig moeite logische bezwaren kunt formuleren is te slecht geformuleerd om als wet gebruikt te kunnen worden.)

5. Afgezien van de zojuist behandelde beperking tot rechterlijke en juridische uitspraken en handelingen is de frase

Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

volstrekt onpraktiseerbaar in een mensenleven, eenvoudig omdat ieder mensenleven allerlei keuzes inhoudt over godsdiensten, levensovertuigingen, politieke gezindheden, en geslachten, die overwegend een afwijzing ("discriminatie") inhouden van tenminste de meerderheid van alle bestaande godsdiensten, levensovertuigingen, en politieke gezindheden, en voor de meeste volwassenen ook een afwijzing van de helft van de mensheid vanwege (aangeboren) sexuele voorkeur voor de andere helft.

De geciteerde passage is dus weinig anders dan loze would-be mooipraat, die feitelijk en logisch onzinnig, onhoudbaar en onpraktiseerbaar is.

6. Geen enkel levend, denkend en voelend mens - wie het ook mag zijn, wat hij of zij ook publiek mag belijden met een uitgestreken gezicht - gelooft werkelijk dat ieder mens (dus op dit moment: meer dan zes miljard medemensen, voor het allergrootste deel onbekend en gedoemd onbekend te blijven bij gebrek aan voldoende seconden in een mensenleven (***)) "gelijk" of "gelijkwaardig" is met ieder mens, want ieder individueel mens heeft tal van voorkeuren en afkeuren die mensen of hun daden of vermogens of eigenschappen betreffen, en omdat dit alles geheel en al menselijk is, en bovendien de bron van veel goeds, mag daar ook geen fundamenteel wettelijk of moreel probleem van gemaakt worden.

Niet alleen dat: Er hoeft ook helemaal geen wettelijk of moreel probleem van gemaakt te worden - voorzover een fundamenteel grondswetartikel van de vorm als boven voorgesteld van toepassing is:

Alle Nederlandse burgers hebben gelijke rechten.

Immers: Als dit geldt en gehandhaafd wordt door de Nederlandse rechters en rechtbanken, dan wordt het onmogelijk om in Nederland gronden van ras, geloof, levensovertuiging of geslacht op te voeren als wettig geldige reden om iemand te benadelen of bevoordelen. (****)

Uiteraard - en dit is één van de vele logische tekortkomingen van het anti-discriminatie-Artikel 1 in de bestaande Nederlandse Grondweet - blijft het al die mensen mogelijk mensen te benadelen of bevoordelen vanwege hun persoonlijke overtuigingen of preferenties, alleen zijn die gronden (liefde, haat, afkeer, voorkeur, familie, collega etc. etc.) geen geldige wettige gronden voor onderscheid in behandeling.

7. De begrippen "gelijk" en "gelijkwaardig", zeker zonder relevering van enig opzicht waarvoor de beweerde gelijkheid of gelijkwaardigheid zou gelden of bestaan, zijn vooral politieke propaganda, die teruggaat op het verzet van de Amerikaanse en Franse Revoluties tegen een standen-maatschappij, en zijn termen die, afgezien van de invulling van "gelijke rechten voor alle burgers", vooral een propagandistische inhoud en strekking hebben, en daarbij bijzonder vaag en poly-interpretabel zijn.

Daarbij komt dat, althans in de praktijk, veel gelijkheidsstreven feitelijk niet neerkomt op het pogen te verheffen van de meerderheid tot het niveau van een minderheid, maar het verlagen van het niveau van minderheden tot een niveau dat deze zeker niet méér hebben dan de meerderheid: Nivellering.

8. Ikzelf heb - zoals iedereen die ik gekend heb, al waren de meesten daarvan daar véél minder publiek openlijk over dan ik - nooit het minste geloof gehad dat om het even wie, Nederlander of niet, mij in veel relevante opzichten gelijk of gelijkwaardig zou zijn, en wel eenvoudig omdat dit zichtbaar, voelbaar of hoorbaar evident niet zo is, ook geheel afgezien van morele waarden of bestaande wettelijke bepalingen.

En on feite waren althans een deel van die evidente verschillen voor mij zeer wenselijk: Tal van mensen wisten allerlei dingen beter dan ik, konden allerlei dingen beter dan ik, of hadden allerlei opvattingen, gebruiken of waarden die de mijne niet waren of zijn, maar daarom toch mogelijk interessant of leerzaam.

En sommige mensen - in mijn geval: vooral jonge vrouwen - verschenen mij als zéér veel mooier, interessanter, prettiger, leuker, en begeerlijker dan vrijwel ieder ander, al is ook dat, althans naar de letter en de logica gerekend, geheel in tegenspraak met Artikel 1 van de bestaande Nederlandse Grondwet.

9. Het nastreven van een hoge beschaving, echte rechtvaardigheid, waarachtige wetenschappelijke kennis en veel andere zaken die ikzelf voor bijzonder wenselijk houdt, zijn allemaal dingen die, logisch gesproken, en ook naar de nivelleringsgeest die vele Nederlanders met liefde en toewijding praktiseren als ze de kans krijgen (kennelijk volgens de norm: "Gelijkwaardigheid is dat niemand beter (af) mag zijn dan ik, in enig opzicht dat voor mij telt"), geheel onverenigbaar zijn met ieder ideaal van algemene menselijke gelijkheid of gelijkwaardigheid, voorzover dat althans niet neerkomt op gelijkheid voor de wet en in rechten, want die zijn heel wel met de genoemde wensen en idealen verenigbaar.

10. De twee grote voordelen van gelijkheid voor de wet en gelijkheid van rechten voor iedere burger zijn dat (1) dit specifieke gelijkheden betreft, die mensen vooral gelijkheid van kansen en mogelijkheden geven, voorzover doenbaar en dat (2) deze specifieke gelijkheden - voor de wet; in rechten - allerlei bestaande ongelijkheden (ten goede of ten kwade) onverlet laat, en afhankelijk van de smaak, preferenties, opvattingen en wensen van specifieke burgers.

Kortom, het bestaande Artikel 1 van de Nederlandse Grondwet verschijnt mij vooral als een, waarschijnlijk goedbedoeld, onzinnig wetsartikel, dat inhoudelijk, feitelijk en logisch niet houdbaar is, zelfs niet als het beperkt wordt tot de praktijken en regels voor rechtbanken en rechters, en dat daarom, gerekend naar de waarschijnlijk bedoelde strekking, zeer veel beter vervangen kan worden door het veel simpeler, veel helderder, en niet intern logisch strijdige

Alle Nederlandse burgers hebben gelijke rechten. (*****)

11. Vrijwel alles wat ik de afgelopen veertig à vijftig jaar gehoord heb over "gelijkheid" en "gelijkwaardigheid" in Nederland was heel vage politieke of morele propaganda, op z'n best excuseerbaar vanwege de goede bedoelingen, en vaak ook, voor de uitdragers ervan, een methode om de eigen carrière of de belangen van de eigen groep te bevoordelen.

Het resultaat, voorzover dergelijke propaganda aansloeg, was bijna altijd nivellering van velen (in het onderwijs, in de zorg, in rechten, in mogelijkheden) en carrières of voordeeltjes voor weinigen (vanwege hun ras, sexuele voorkeur, politieke kleur, persoonlijke bijzonderheid, of hun campagnes voor "gelijkwaardigheid" van een of andere bijzondere groep).

Bijna alles wat in dergelijke propaganda-campagnes verbaal en intellectueel uitgedragen werd was inhoudelijk onhoudbaar, en feitelijk in tegenspraak met de feitelijk gepraktiseerde normen van de uitdragers (die altijd allemaal meenden dat hun groep, hun leiders, hun ideeën en hun waarden véél beter waren dan de groepen en leiders van anderen).

12. Het is menselijk verschillende mensen verschillend te beoordelen; voorkeuren en afkeuren te hebben; zichzelf, de eigen familie en de eigen geliefden te bevoordelen; en verheffing van zichzelf en de eigen groep ten koste van anderen en andere groepen na te streven.

Voorzover deze menselijke aandriften gereguleerd kunnen worden middels een systeem van wettelijke afspraken waaronder ieder volwassen burger als gelijk voor de wet en gelijke in rechten geldt, en men erin slaagt een vreedzame samenleving in stand te houden, werken deze menselijke verschillen in voorkeur, preferenties en wensen gewoonlijk in de richting van een hoge cultuur en beschaving, omdat een hoge menselijke cultuur en beschaving vrijwel alleen kan gedijen als allerlei verschillende mensen, met verschillende voorkeuren en wensen, binnen het kader van een wet die allen bindt en een samenleving die vreedzaam is, de kans krijgen hun eigen voorkeuren en wensen te volgen.


P.S. Volgens mij is niets wat in het bovenstaande staat in tegenspraak met wat ik bij Voltaire, Franklin, Diderot, Jefferson, Hamilton of Mill las - als is veel wel in tegenspraak met de gelijkwaardigheidsrhetoriek zoals ik die onderwezen heb gekregen aan de UvA (waar ik driemaal van verwijderd ben, als enige Nederlander sinds 1945, vanwege "uw uitgesproken meningen"), die overigens aan de UvA vooral bijzondere groepen gold (vrouwen, homo's en zwarten, met name), of beter gezegd: vooral degenen die "namens die groepen" politiek bedreven aan de UvA, gewoonlijk met het doel daar zelf een welbetaalde aanstelling te krijgen, uit naam van de eigen morele voortreffelijkheden.

En overigens zijn Barack Obama, Martin Luther King en Nelson Mandela, om eens drie eminente mannen te noemen, niet "de gelijkwaardigen" van de meeste mensen, blank of zwart, eenvoudig omdat de genoemden veel meer hersens, moed en rechtvaardigheid hadden of hebben dan vrijwel ieder ander, blank of zwart.

Het is gewoon niet rechtvaardig alles en iedereen te nivelleren tot het niveau van de meerderheid - en zelfs die meerderheid heeft daar geen enkel belang bij, omdat de meerderheid alleen redelijk functioneert op basis van redelijke ideeën en waarden, en dankzij een redelijk ingerichte maatschappij, waar iedereen, binnen de grenzen van een wet die gelijkelijk voor allen geldt, de vrijheid heeft het best mogelijke te doen met zijn of haar eigen individuele talenten, wensen en idealen.

(*) Trouwens, omdat ik ervan spreek: De Nederlandse wet, althans voordat de invloed van Fortuyn e.d. en het zogenaamde terrorisme erin verwerkt werden, is naar mijn normen gerekend, heel redelijk - op papier.

Het grote probleem is vooral dat de Nederlandse wet, in de Nederlandse bestuurlijke praktijk, door zowel politici als ambtenaren, vaak eenvoudig (en moedwillig) niet gehandhaafd wordt, en omdat er feitelijk grote en onrechtvaardige verschillen bestaan tussen bestuurders en bureaucraten aan de ene kant en burgers aan de andere.

Feitelijk is dat niets meer of minder dan onwettige, onrechtmatige, maar in Nederland wijd verspreide bestuurlijke en ambtelijke corruptie, die vooral teruggaat op de feitelijk vrijwel onaantastbare persoonlijke positie van bestuurders en ambtenaren voor enig normaal lid van de Nederlandse bevolking.

Zie de bovenstaande link en ME in Amsterdam voor wie daar in het algemeen of in detail meer van wil weten.

(**) Hierbij vooronderstel ik enige elementaire logische kennis over het - inderdaad zéér fundamentele, en ook logisch niet onproblematische - begrip gelijkheid, waarvoor zie de link.

In het bijzonder veronderstelde ik voor mijn logisch geldige konklusie dat twee gevallen ipso facto ongelijk zijn omdat het er twee zijn, het begrip van identiteit dat teruggaat op Leibniz, en uitgedrukt wordt door de frase "the identity of indiscernibles" (= "identiteit van wat ononderscheidbaar is"): Alleen wat onderscheiden kan worden van iets anders op grond van minstens één verschillende eigenschap kan van dat anders verschillen, zodat alleen wat alle eigenschappen gemeenschappelijk heeft gelijk kan zijn (dit is Leibniz' beginsel van identiteit) - waaruit volgt dergelijke geheel niet-onderscheidbare dingen één en hetzelfde ding moeten zijn.

(***) Ook in het kader van algemene menselijke gelijkheid, gelijkwaardigheid én praktische mensenkennis: Er gaan
24*60*60*365*70 = 2.207.520.000 seconden = twee miljard plus nog wat seconden in een mensenleven van 70 jaar, zodat er drie maal zoveel mensen bestaan, tegenwoordig, als er seconden gaan in een normaal mensenleven.

(****) Artikel 1 van de Nederlandse Grondwet is de afgelopen jaren dan ook systematisch gebroken, ook mèt al dan niet stilzwijgende instemming van het parlement, bijvoorbeeld inzake politieke vluchtelingen, vreemdelingen, en "allochtonen" (op zichzelf al een term die moeilijk verenigbaar is met de letterlijke tekst van Artikel 1).

(*****) Dit is mijns inziens ook wat de Founding Fathers van de Amerikaanse Constitutie hadden moeten schrijven, in plaats van "all men are created equal". (Dus om dit expliciet uit te kauwen: "all men are equal for the law and equal in rights". Dat was véél beter en duidelijker geweest - en ja, zoals ik Engels spreek, en zoals Engelsen Engels spraken tot voor kort, geldt "all men" = "all human beings", dus niet alleen de heren der schepping.)

 Maarten Maartensz

        home - index - top - mail