Prev-IndexNL-Next

Nederlog

June 10, 2018

Over Anna



Sections
Introduction

1. Over Anna

     Inleiding
     A. 1978
     B. 1979
     C. 1980
     D. 1981-1982
     E. 1983
     F. Achteraf
Introduction:

This is a Nederlog of June 10, 2018.

This file is about the woman I lived with from the second half of 1978 until the end of 1983. We both considered our relation to be a marriage, but it was a common law marriage because we were both students living on loans, and marrying would have cost us quite a lot of - extra - money.

We separated after 5 1/2 years, because we were both ill for 5 1/2 years in 1983 and in fact are still both ill (with ME/CFS).

The rest is in Dutch, and there will be a later Nederlog file today.

1. Over Anna

Inleiding

Dit stuk is voornamelijk geschreven tussen 4 en 10 juni 2018, en gaat over de vrouw waar ik in 1978 verliefd op werd, en met wie ik kinderen had gewild als we allebei gezond waren geweest.

Feitelijk waren we allebei ziek vanaf januari 1979 en zijn dat nog steeds. Het is ook vooral vanwege de combinatie van ons beider ziek-zijn + het totaal ontbreken van enige medische hulp sinds onze ziekte dat we uit elkaar zijn gedwongen.

Er is meer over Anna te vinden in mijn autobiografie, en dit vooral in autobio-22 t/m autobio-26, die de jaren van ons samenwonen beschrijven.

A. 1978

Ik ontmoette Anna voor het eerst geheel bij toeval op een psychologen-feest (een psychologen- feest was een feest georganiseerd door studenten psychologie aan de UvA) op 10 juni 1978: 40 jaar geleden vandaag. Hoe het zij, het was een behoorlijk groot feest, in De Brakke Grond, en er was o.a. muziek van Herman Brood + groep.

Anna was lang, slank en mooi, met zwart haar en bijzonder heldere, bijzonder fraaie blauwe ogen, en ze was ruim 4 jaar jonger dan ik. Ze was ook bijzonder intelligent, met een IQ van 142, en ze kwam ¨uit de provincie¨, namelijk uit Almelo, waar haar ouders woonden en ze naar de HBS was gegaan.

Ik geloof dat ze toen ruim 2 jaar in Amsterdam woonde, waar ze naar toe was verhuisd ¨vanwege het avontuur¨, en ze werkte toen ook 2 jaar bij de Jellinek-kliniek, en testte daar vooral de IQs van patiënten, wat ook weer de reden was dat ze haar eigen IQ kende, dat ik toen nog niet kende van mijzelf (en dat mij ook niet bijzonder interesseerde omdat ik toch wel wist dat ik bijzonder intelligent was).

De reden dat ze niet was gaan studeren nadat ze de HBS afgemaakt had lag - waarschijnlijk - vooral aan haar ouders, die conformistische middenstanders waren zonder enige speciale belang- stellingen, en ook zonder enige belangstelling voor of kennis van wetenschap; aan het feit dat er geen universiteit dicht in de buurt was; en aan het feit dat Anna zeer muzikaal was en sinds haar negende viool had geleerd en gespeeld.

In feite was muziek - klassieke muziek - voor haar één van de belangrijkste dingen uit haar leven. Ik vermoed dat ze niet naar een conservatorium ging omdat dat er ook niet was in de buurt van Almelo. In ieder geval had ze na de HBS een beroepsopleiding voor psychologisch assistente gevolgd, en was ze daarna naar Amsterdam gegaan, waar ze op een klein zolderkamertje woonde op de Admiraal de Ruyterstraat, en snel werk had gevonden bij de Jellinek-kliniek (of het Jellinek Centrum: wij zeiden ¨kliniek¨).

Het klikte onmiddellijk tussen ons, en we hebben de eerste avond, op dat feest in De Brakke Grond, urenlang met elkaar gedanst, en zijn enkele dagen later voor het eerst met elkaar naar bed gegaan, wat voor ons allebei een behoorlijk bijzondere ervaring was, omdat het werkelijk sexueel klikte tussen ons.

Ikzelf had vóór Anna met drie vrouwen samengewoond en daar overwegend prettige sexuele relaties gehad, maar nooit zo goed als met haar, en zij had evenmin een sexuele relatie met een ander gehad die zelfs maar leek op de relatie die ze met mij had. En zij had nooit eerder samen gewoond.

Onze sexuele relatie was vanaf het begin bijzonder goed, en bleef dat trouwens ook de komende 5 1/2 jaar dat we samenwoonden. Ik weet niet waar het aan lag - afgezien van klikken, maar dat zegt héél weinig - maar het was wel zo.

En we woonden ook snel samen, omdat Anna én een bijzonder klein zolderkamerje had, genoeg voor een éénpersoons bed, een stoel en een wasbak, en verder vrijwel geen ruimte, waar ze toen bovendien snel van af moest, terwijl ik, sinds Agnethe en ik gescheiden waren in begin 1978, overigens zonder problemen, in mijn eentje in een studentenflat woonde die bestemd was voor twee mensen.

Anna verhuisde dus snel naar Diemen, naar de studentenflat waar ik woonde. En ze besloot nóg iets, vooral omdat ik haar vroeg waarom ze niet studeerde:

Ze wilde psychologie gaan studeren om eindelijk eens duidelijk uitgelegd te krijgen waarop IQs gebaseerd waren, omdat haar als psychologisch assistente wel de praktijk van het testen was onderwezen, maar niet de theorie.

Ikzelf studeerde toen filosofie en besloot, nadat zij besloten had psychologie te gaan studeren, óók psychologie te gaan studeren, naast filosofie (allebei als hoofdvak) omdat me dit makkelijk leek (ik had al, een jaar of vijf daarvoor, diverse inleidingen psychologie gelezen), en nóg makkelijker als we allebei dezelfde studie deden. Bovendien was ik zeer onder de indruk van William James´ ¨The Principles of Psychology¨ én ik was zeer geïnteresseerd in menselijk redeneren.

Dit was wellicht niet verstandig - in feite denk ik sinds 1980 dat psychologie, afgezien van statistiek, methodenleer en enkele andere dingen als psychofysiologie, géén echte wetenschap is - maar we waren allebei gezond, en ik meende dat als het me niet beviel ik ook een andere studie kon kiezen, net als Anna.

Ik geloof dat het op 25 augustus 1978 was dat we besloten de ¨Publieke Opening Van Het Universitaire Jaar 1978-79¨ bij te wonen (dat van augustus 1978 tot en met Juli 1979 duurde)
en gingen daartoe naar het Maagdenhuis, waar vooral veel ouders van studenten aanwezig waren.

Hier kregen we iets zeer schokkends te horen van prof.dr. M. Brands (onlangs overleden), die ik maar zal benoemen als postmoderne fascist, en wel omdat deze letterlijk zei:

  • ¨Iedereen weet dat waarheid niet bestaat.¨
Feitelijk was dit een zieke en smerige inconsistente leugen: Zeker niet ¨iedereen¨; zeker geen ¨weet¨, want je weet iets alleen als het waar is; en sowieso: Wat was de zin van een universiteit of van wetenschap of van een wetenschappelijke opleiding als iedereen weet dat waarheid niet bestaat?

Zowel Anna als ik waren zeer geschokt, maar de massa ouders klapten braaf in hun handen (wellicht omdat ze meenden dat hun zoon en dochter dan onmogelijk niet konden afstuderen, hoe achterlijk ook).

Hoe het zij: Dit bleek achteraf van 1978 tot en met 1995 de ideologie van de ¨Universiteit¨ van Amsterdam. En inderdaad was dit ook de eerste keer dat ik een postmodernist hoorde. Deze - in mijn ogen volmaakt krankzinnige en zieke opvatting - heeft mij bijzonder veel problemen opgeleverd aan de ¨U¨vA.

En het bleek ook de eerste jaren nauwelijks te gelden bij psychologie. Bovendien was de studie psychologie een heel stuk beter geregeld dan de studie filosofie, wat o.a. bleek uit een zéér veel betere dekaan dan bij filosofie, en het feit dat je gewoonlijk de benodigde studieboeken op tijd kon kopen, i.p.v. 3 maanden nadat de colleges erover afgestoken waren (wat de norm bij de filosofie-studie was).

Anna en ik begonnen in ieder geval welgemoed aan de studie psychologie, en dat ging tot eind 1978 geheel probleemloos. We woonden in Diemen, in wat feitelijk een veel te kleine woning was (2 kleine kamertjes, een douche+toilet, een klein halletje, en een piepkleine keuken), maar ook dat gaf geen problemen.

En we hadden constant een exceptioneel goede en gelukkige sexuele relatie: We gingen minstens drie keer per dag met elkaar naar bed (en waren toen 28 en 24, al is dit ongeveer zo gebleven tot 1984).

B. 1979

Op 1 januari 1979 was het koud (zo´n 10 graden onder 0) en was het vanuit de studentenflat gezien overal wit van de sneeuw. Het deed mij nogal aan Noorwegen denken (dat van November tot April geheel wit is), waar ik van januari 1975 tot half augustus 1977 had gewoond, en we besloten van het winterweer te genieten en te gaan fietsen in de polders rond Diemen.

Dat deden we ook in de middag, maar toen we eenmaal midden in een witte polder waren beland voelde ik mijzelf snel slap en ziek worden - dat tamelijk bezwaarlijk was, want ik kon moeilijk op de grond gaan liggen bij 10 graden vorst.

Ik zei dus tegen Anna dat ik beroerd was en wilde proberen zo snel mogelijk naar huis te fietsen, en deed dat ook, met zeer grote moeite, terwijl zij langzamer achter me reed. Thuisgekomen ging ik onmiddellijk naar bed, en was drie of vier dagen behoorlijk ziek: zeer slap, behoorlijk koortsig, en ook zeer veel zwetend.

Eén probleem daarbij was dat ik als student (teruggekomen na jaren Noorwegen) alleen een studentenarts had, waar ik niet naar toe kon. Maar na drie of vier dagen werd het minder. Ik bleef weliswaar duidelijk ziek, maar was niet meer koortsig, en wat minder slap. Ik bleef wel krankzinnig veel zweten, wat ik geheel nooit eerder in deze mate gedaan had: Twee of drie pyama-jasjes plus een nat bed, iedere nacht opnieuw.

Anna had niets, maar werd ook ziek op 10 januari 1979. Zij had zich bij haar verhuizing naar Diemen wel een huisarts aangeschaft, en ging daar vrij snel heen (nadat ook zij eerst behoorlijk ziek was geweest, en later minder), en die deed een bloedtest en bevond dat zij de ziekte van Pfeiffer had, die ook wel ¨kissing disease¨ wordt genoemd (en nog diverse namen heeft).

Dit is een tamelijk normale ziekte, zowel bij kinderen als bij jonge mensen, en gewoonlijk gaat deze ziekte vanzelf over na 1 tot 3 maanden.

Wel... we hadden elkaar zéér veel gekust, en we meenden dat we er wel weer af zouden zijn binnen een paar maanden. Eén probleem was dat Anna geheel geen colleges meer kon volgen vanuit Diemen, en ik hooguit enkele. (Zij was ook zieker dan ik.)

Maar ook dat redden we, alhoewel het vooral Anna grote moeite kostte: We haalden allebei ons eerste jaar, ondanks het niet kunnen volgen van colleges, want we bleven feitelijk het hele jaar ziek.

Niet alleen dat: Toen Anna na drie maanden voor de tweede keer bij de Diemense huisarts kwam (na hem nooit eerder gezien te hebben) met de mededeling dat ze nog steeds niet gezond was, riep deze vrolijk uit dat hij het dan wel wist: Ze was aan het psychosomatiseren, en hij meende dat ze vast en zeker sexuele problemen had.

Anna zei niets, maar kwam bijzonder boos thuis: Ze had geen enkele reden om ook maar iets te psychosomatiseren, en ze kwam drie keer per dag klaar. En wat wist deze idioot van haar? Niets.

Maar goed: Dit was dus de eerste van ca. 30 artsen die we de komende jaren gezien hebben, en het bleek dat 27 van de 30 totaal onbekwaam waren op enig terrein dat buiten de gewone infectie-ziekten en botten en breuken lag. (U bént gewaarschuwd. En 30 is een voldoend grote steekproef voor mijn bewering.)

O, ik ¨mag¨ tegenwoordig - sinds 2018 - zeggen dat ik ¨een serieuze chronische ziekte¨ heb, maar dit ¨mocht niet¨ - van de Nederlandse artsenstand - tussen 1979 en 2018. En we hebben dus ME/CFS. Van 1979 t/m 2017 waren wij - altijd volgens de artsen; nooit volgens ons zelf - krankzinnig, psychomatiserend, hallucinerend of anders (in ieder geval) bedriegend, en - kortweg, volgens 9 van de 10 artsen die we spraken - nauwelijks beter dan stukken menselijk vuil. Niemand van deze 27 bood ook enige hulp: we konden dood vallen, want we waren ¨psychosomatiseerders¨ (dat overigens niet tot de medicijnen of de psychologie behoort, en feitelijk niet-medische waanzin is).

Maar dit kwam allemaal vooral later. In augustus of septem 1979 ging ik naar een hoofddekaan van de ¨U¨vA (niet van de psychologen, niet van de filosofen), en wist haar te overtuigen, mede vanwege het feit dat de ziekte van Pfeiffer bij ons geconstateerd was, dat we niet veel langer konden blijven studeren zonder een woning in Amsterdam (wat ook geheel waar was).

C. 1980

Op 6 januari 1980 schreef ik:

Anna en ik zijn nu een jaar ziek en we hebben gezamelijk ca. 8 doktoren gezien. Het resultaat is nihil, behalve in betaalde rekeningen. Ik denk dat de meeste medici niets kunnen buiten het ordinaire werk.
Ik had daar volkomen gelijk in. (De rekeningen kwamen omdat we niet in het ziekenfonds zaten.)

Dit is ook uit januari 1980:
Anna voelde zich alleen (al haar vrienden, met Ellie als enige, uiteraard gedeeltelijke, uitzondering, lieten haar vallen en hielpen haar in het geheel niet toen ze ziek werd, volgens het principe "you are my friend as long as I can profit from you, parasite upon you, and exploit your naivity and kindness for my benefit").
Ik vrees dat ook dit geheel waar is - en in allebei de zaken heb ik nu bijna 40 jaar dezelfde ervaringen.

En hier zijn twee prettiger dingen uit begin 1980:

Anna en ik droegen trouwringen (van zilver), vooral omdat zij dat wilde. Ik deed het voor haar, want ik houd niet van ringen, maar ook in de overtuiging dat we werkelijk bij elkaar hoorden. We refereerden ook allebei aan ons samenwonen als een "common law marriage", en dat wás het ook. En Anna heeft heel weinig fout of niet goed gedaan.

En we gingen in het begin van 1980
op vakantie: Een ¨geheel verzorgde¨ reis naar Tenerife, heen en weer met het vliegtuig. Anna betaalde alles, want had behoorlijk wat geld kunnen sparen van haar werk, en het was feitelijk - enigszins in strijd met mijn verwachtingen - een heel prettige vakantie (al brak ik een teen).

Vervolgens:

In Maart 1980 bood de studentendekaan ons een studentenwoning aan op de Nieuwe Keizers- gracht. Ik ging kijken (Anna was te ziek), en bevond dat het weliswaar in het sousterrain was (met de vloer ongeveer 60 cm. onder straatniveau), maar een stuk groter dan de - zéér kleine (onwettelijk kleine) - woning in Diemen, en bovendien met het grote voordeel dat het 400 meter van de faculteit voor psychologie lag, en 600 meter van de faculteit voor filosofie.

Wij zeiden dus blij ¨ja¨ en verhuisden in Maart/April naar Amsterdam - d.w.z. mijn broer en ik deden dat met een gehuurd busje, want Anna was te ziek om te helpen.

Hierbij moet ik één ding opmerken:

Mijn broer zei, toen hij het naambordje van de naast ons wonende student gezien had, dat hijzelf op geen enkele voorwaarde verhuisd was waar ik heen verhuisd was, omdat hij de buurman kende van zijn studie Nederlands: Die was z.i. een volkomen gek, die bovendien gevaarlijk was voor wie hem irriteerde.

Ik zei hem dat ik al geaccepteerd had, en dat ik aannam dat het wel los zou lopen, maar achteraf had mijn broer volkomen gelijk - zoals zou blijken vanaf 1981.
Anna hield op 30 maart 1980 spontaan een lange monologische philippica over de mensheid, de wereld, en het leven, terwijl ze geometrische figuren uit een duimstok vouwde. Heel brilliant, heel bitter en heel scherp gezien. Thema: Waardeloos - er is vaak weinig goeds in de mensen te zien. En niemand heeft met haar ziekte rekening gehouden - terwijl zij zoiets altijd doet.
Tenslotte nog twee punten (en het eerste is geciteerd uit mijn journaal voor 1980; het tweede uit idem van 1985):
30.IV.80: Woensdag: Koninginne- en kronings-dag. Niets gehoord van de 101 saluut-schoten noch van het klokgelui. Ca. 10.30 wakker. Anna eerder op en de radio (Stad Amsterdam + Vara) zegt dat er gevochten wordt, en hard, in de Kinkerbuurt/Bilderdijkstraat. Huizen op de plaats waar vroeger Dirk v.d. Broek stond zijn gekraakt en de ME probeerde het kruispunt te ontruimen - kennelijk geen reden (het is Koninginnedag!) Er wordt heel hard gevochten. Tegen 11.15 wordt de ME teruggetrokken. Alles wordt vrijwel voortdurend life verslagen door 2 of 3 verslaggevers (1 -ster) en nationaal, in combinatie met de Vara, uitgezonden van 1/2 8 tot 1/2 7 's avonds.
Dat was de eerste opmerking. Ik ben ook nog de stad in geweest die dag, en het was een gigantische troep, en uiteindelijk liet burgemeester Polak ´s avonds tanks komen.

Hier is de laatste opmerking, die feitelijk dateert uit 1985, maar in feite 40 jaar van steeds weer dezelfde ervaringen omvat, die er op neer komt dat mensen met ME/CFS behandeld mogen worden alsof ze beestmensen zijn, zonder enige rechten op wat dan ook:

19.III.85: Eén systematische opmerking over de "Nederlandse verzorgingsstaat": Anna en ik zijn 6 jaar samen ziek geweest en wij hebben ondanks zeer vele verzoeken, vragen, aanvragen, brieven etc. etc. geen enkele hulp ontvangen. In het algemeen hebben we geen eens antwoord gehad; als we antwoord kregen was het in het algemeen onzinnig; en als we een hulpgever kregen dan deed ie niet wat we 'm vroegen, was vrijwel nooit te bereiken, en was overigens kennelijk de mening toegedaan dat onze taak het vormen van een voorwendsel was om hem/haar het vette salaris te helpen ontvangen: De Nederlandse hulpverlening bestaat om hulp aan de hulpverleners te geven.
En dit staat hier omdat dit vanaf 1980  - "slechts" 38 jaar, tot nu toe - voor ons zo wás - wat we ook deden, hoe goed en beleefd we ook schreven en praatten. En voor mij ging dit onverminderd door tot 2018. Dit is ook mijn oordeel over de hulpverleners van Nederland: Het zijn - in grote meerderheid - oplichters en leugenaars die het vooral of alleen om hun eigen inkomsten te doen was en is. Was dat anders geweest dan hadden we enige hulp gehad sinds 1980, maar nee: Niets, niets, plus niets erop en niets ertussen.

O, in feite heb ik alleen de eerste helft van 1980 behandeld, maar van de rest heb ik geen journaal dus laat ik hier achterwege, afgezien van de opmerking dat de rest van 1980 rustig was, behalve dat zowel Anna als ik 3 maanden moesten uitrusten vanwege de inspanningen met en rond de verhuizing.

En we haalden allebei het tweede jaar studie, wat nodig was voor de beurzen die we kregen.

D. 1981-1982

Dit stuk D is ontleend aan mijn autobiografie.

Wat meer over Anna

Anna's voornaamste hobby sinds ze 9 was was de viool: ze speelde goed viool en hield veel van klassieke muziek, en één van de dingen die haar speet was dat ze pas op haar negende leerde viool spelen: was ze op haar vijfde begonnen dan had ze nog een stuk beter gespeeld, en wellicht ook professioneel, maar nu was ze daar - dacht ze - net niet goed genoeg voor.

Maar ze speelde nog steeds zeer regelmatig, en één van de prettigste dingen voor haar vanwege het studeren was dat ze als lid
aangenomen werd van de tweede violen in het Sweelinck studenten-orkest, dat een groot symfonie-orkest was, waar ook behoorlijk in gemusiceerd werd, wat haar veel vreugde gaf en waar ze trouw naar toe ging.

Trouwens, één van de echt grote verschillen tussen ons, zoals we tamelijk snel leerden, was dit: ik heb een bijzonder goed visueel geheugen, met vele films die teruggaan tot mijn 4e levensjaar (het begin van de kleuterschool), maar met een gewoon auditief geheugen; zij had een bijzonder goed auditief geheugen, en kon precies herhalen wat je weken geleden gezegd had, maar had kennelijk een slecht visueel geheugen, dat het haar ook moeilijk maakte gezichten te herkennen.

Maar dit was niet direct duidelijk, en deze aanmerkelijke verschillen hebben trouwens ook niets met intelligentie te maken, maar het betekende wel dat we echt in héél andere werelden leefden: ik in een wereld van beelden; zij in een wereld van geluiden.

Over 3 jaar terreur door een volkomen krankzinnige sadist

Mijn broer Freek had mij direct bij de verhuizing gezegd dat hij zelf nóóit zou verhuizen naar waar Anna en ik naar verhuisden, vanwege de buurman, die achter de deur naast ons woonde, en die hij kende van een jaar of wat eerder, toen hij Nederlands studeerde: Volgens hem was de buurman volkómen gek en bijzonder onredelijk en gevaarlijk.

Ik geloofde hem wel, maar legde hem ook uit dat Anna en ik weinig keus hadden; dat we de woning al geaccepteerd hadden, omdat deze beter was dan die in Diemen en niet ver was van de faculteiten voor filosofie en psychologie; en dat ik aannam dat het wel los zou lopen.

Dat deed het in het begin ook, al was de buurman inderdaad volledig maf: Hij kon vele dagen lang vele uren lang in de gemeenschappelijke telefoon in het halletje waar allebei onze deuren op uitkwamen staan schreeuwen en tieren dat hij "dit kutwijf", "dat takkewijf", "die vuile kut" wel zou vermoorden of verbranden of anderszins om zeep zou helpen, terwijl het water van zijn gezicht afliep als uit een douche, en Anna en ik vermoedden dat hij het over zijn ex had, want hij was gescheiden en had daarom een studentenwoning.

Het werd echter snel een stuk erger in 1981, toen de buren boven ons, die heel rustig en aardig waren, verhuisden, en in een interne verhuizing Bart K. en zijn vriendin boven ons kwamen wonen.

Bart K. was in beginsel een tragisch geval: Hij was toen begin 20 en had zijn hele leven bloedziekte: zijn bloed stolde heel moeilijk. Maar omdat dit vanaf zijn geboorte duidelijk was, was hij ook zijn hele leven verwend door zijn welstaande ouders, en was een flinke egoïst geworden, dat snel bleek toen hij zijn vriendin de deur uitzette en 's nachts aan het feesten ging met vrienden, direct boven ons hoofd, en tot 4 of 6 uur in de nacht, met veel gezuip ook, en zo mogelijk minstens drie keer per week.

Anna en ik vroegen beleefd of het wat minder kon; legden uit dat we de vorige buren nauwelijks gehoord hadden, maar door het lawaai van hem en zijn vrienden vele nachten lang wakker lagen en dat we allebei ziek waren; en hij zijn dan iets als "Ja, goed" - en ging gewoon door met feesten.

Wij werden allebei zieker, en drongen meer aan, wat vrijwel geen effect had - behalve dat onze zijbuurman zich er mee ging bemoeien, en verklaarde dat ik mijn bovenbuurman terroriseerde door hem niet toe te willen staan 's nachts te feesten. Vervolgens begon hij 's nachts, tussen 00.00 en 04.00, direct naast onze slaapkamer, kei en keihard opera te draaien "omdat hij van muziek hield en afleiding nodig had".

Toen ik daar wat van zei vloog hij me fysiek aan en besloot vervolgens ons weg te pesten omdat wij het leven van onze bovenbuurman en dat van hemzelf versjteerden, omdat we niet nacht in, nacht uit tot 4 of 5 uur wakker wilden liggen, zodat hij vuilniszakken, die ook in de fietsenkelder stonden, voor onze deur omkeerde.

Het bleek achteraf ook - want Anna zei dat toen niet tegen mij - dat hij Anna regelmatig opwachtte in de fietsenkelder en haar vertelde dat hij haar wel mocht, maar mij geheel niet, en dat hij "een echt primitief beestmens" was, die mij wel een keer grondig fysiek te pakken zou nemen.

Anna en ik vroegen om hulp bij de huisbewaarders, twee lesboos; bij de huisvergaderingen; bij de Stichting Studentenhuisvesting; en bij de politie. Niemand hielp, en de meesten kon het ook weinig of niets schelen, want het was hún probleem helemaal niet, al wilde bijna iedereen er wél graag het zijne of hare van zéggen. Maar niemand deed verder ook maar iets. (Exact zoals in de Tweede Wereldoorlog, waar niets zéggen ook niets doen impliceerde, behalve voor mijn ouders en grootouders en nog zo'n 40.000 mensen.)

Dat ging zo'n twee jaar door, waarin ik vele brieven schreef aan de SSh, en daar heel wat keren langs ging, maar altijd weer dezelfde twee sadofascistische schoften aantrof: Een J. Schwartz, die het kennelijk heel leuk vond dat iemand als ik gepest werd, en een altijd in leren broek gehulde uitvreetster met een volkomen onduidelijke functie, die vond dat we moesten verhuizen, wat we geheel niet konden: Geen geld, geen aanbiedingen, geen gezondheid, geen urgentie. En "te jong".

Mijn gezondheid werd steeds slechter, vooral omdat ik een stuk minder sliep dan Anna, die beter sliep dan ik, maar die het ook steeds slechter ging. Uiteindelijk besloten we allebei dat we de huur op een rekening zouden zetten en niet meer aan de SSh uitbetalen, om enige pressie uit te oefenen.

Dit gebeurde nadat Anna en ik eerst tien tot twintig keer met het politiebureau hadden gebeld zonder dat er iets gebeurde, totdat de gek mij met de dood bedreigde, ik weer belde en er toen 2 ca. 20 jaar oude agenten met jeugdpuistjes en een zwaar Gronings accent kwamen in een auto die tegen alle bewoners inclusief de gek letterlijk het volgende zeiden:
"Wij kom'n pas als de lijk'n al over de vloer'n lig'n want alle 
  Amsterdammers benn'n klootzakk'n. Dag m'neer!
"

- waarna ze weer in hun auto stapten en wegreden. De terreur ging gewoon verder: 't mócht van de gemeente- politie, en de terreur duurde circa 3 jaar:

Gigantische geluidsoverlast, drie jaar veel te weinig slaap, zeer vaak herhaalde bedreigingen met moord, diverse fysieke aanvallen, vuilnis voor mijn huisdeur - het mocht allemaal in Amsterdam van de gemeente-politie, want we waren ziek, we waren studenten, en de politie was er eenvoudig niet voor ons, terwijl alle andere betrokkenen ook geheel niets deden, want het waren hun levens niet die geruineerd werden: Hollandse Normen En Waarden in de feitelijke praktijk.

De SSh stuurde de deurwaarder op ons af en er begon een proces in 1982, dat gevoerd werd door hun deurwaarder, die een uitermate grote en schunnige leugenaar was en - als vele deurwaarders - ook een evidente sadist.

Ik sluit dit deel af met de mededeling over hoe dat proces uiteindelijk afliep:

Ik kreeg feitelijk volkomen gelijk, op eigen kracht ook, want de advocaten die ik toegewezen kreeg van de rechtsbijstand waren volledig incompetent, en dat gelijk was volgens diverse latere advocaten die ik gesproken heb iets als een witte raaf - maar het recht had een zéér langzame loop: de uitspraak kwam pas in mei 1985, dus meer dan drie jaar later, toen Anna en ik uitelkaar waren en er niet meer woonden, terwijl de Colleges van Bestuur al mijn brieven over dat vonnis gewoon niet beantwoord hebben sindsdien (dus de afgelopen 29 jaar): Dát is hoe "het recht" in Nederland wordt gepraktiseerd. Het is er niet echt voor wie niet tot de élite behoort.

Feitelijk kostte dit ons drie jaar van onze levens, van 1981-1983, en waarschijnlijk ook onze verhouding, alles door de schunnige terreur van een gek waarvan iedereen toegaf en wist dat hij een gevaarlijke gek was, maar waar helemaal niemand wat tegen deed, en wel omdat ze niet naast hem woonden, terwijl de politie en de SSh voortdurend weigerden op te treden,
ook in de allerbeste Nederlandse tradities van waarachtige tolerantie, die ook zeer aktief beoefend werd in de 2e Wereldoorlog.

E. 1983

De terreur die begin 1981 begonnen was ging gewoon verder in 1983, want de sadistische krank- zinnige had ook toestemming van de Gemeentepolitie te doen en te laten wat hij wilde: De gemeentepolitie van Amsterdam kwan naar eigen zeggen
pas als de lijk'n al over de vloer'n lig'n want alle 
Amsterdammers benn'n klootzakk'n.
Anna en ik hadden alles gedaan om er een eind aan te maken, maar levend naast een sadistische gek en onder een egoist die gemerkt hadden dat ze konden doen en laten wat ze wilden, aangezien niemand tegen hen optrad, afgezien van enkele volkomen zinloze "standjes" van de huisbeheerdsters, werd de terreur alleen maar erger, en vooral ik werd steeds moeier en steeds depressiever, het laatste vooral vanwege het totale gebrek aan enige rechtsbescherming, met een politie die gewoon langskomt om te zeggen dat ze niets doen aan bedreigingen en pas komen als je dood bent, en ook vanwege het voortdurende en slopende slaapgebrek.

Anna sliep iets minder beroerd, maar had ook veel last, en werd, net als ik, steeds prikkelbaarder. Uiteindelijk liep het in Maart zo uit de hand dat ik in elkaar geslagen werd en mij verteld
werd dat mijn ballen eraf gesneden zouden worden als ik nog één keer durfde te protesteren.

Wat ik uiteindelijk deed begin April 1983 was uit mijn huis vluchten op zoek naar een adres waar ik behoorlijk bij kon slapen, omdat ik dat toen bijna anderhalf jaar lang voortdurend niet genoeg geslapen had, en steeds zieker werd.

Na 6 weken kwam ik terug, en in Juli kregen we een aanbieding van een huis in de Tuinstraat, waar we zeer snel over moesten beslissen. We beslisten het aanbod aan te nemen, maar het bleek ook 175 gulden duurder te zijn dan ons was voorgespiegeld.

En we besloten uit elkaar te gaan, althans in de zin dat ik naar de Tuinstraat zou verhuizen en zij op de Nwe Keizersgracht zou blijven, en we zouden bezien wat er tussen ons mogelijk was: we moesten in ieder geval bijkomen.

Dit was een behoorlijk ingewikkelde beslissing met veel relevante factoren: We waren nu ruim 5 jaar samen maar 4 1/2 jaar allebei ziek geweest; Anna en ik lagen elkaar persoonlijk en sexueel heel goed, maar een stuk minder intellectueel; en we hadden een paar bijzonder moeilijke jaren doorleefd, waarin we allebei zieker en ook wederszijds geïrriteerd
werden, want hoewel we het eens waren over de doelen was Anna veel omzichtiger dan ik (waarin zij praktisch gelijk had).

Het voornaamste punt was het samen ziek-zijn, waardoor feitelijk geen voor de ander kon zorgen, en we allebei extra gehandicapt waren doordat we een gehandicapte partner hadden en zelf gehandicapt waren. Bovendien was Anna toen 28 en ik 33, en ze was uiterlijk heel aantrekkelijk, terwijl ikzelf ook goede kansen had een nieuwe en gezonde vriendin te treffen.


Ik zei al dat de beslissing moeilijk was, en in het begin waren we ook samen zowel op de Nwe Keizersgracht als in de Tuinstraat. Maar Anna vond het alleen zijn wel prettig, en was overigens nog heel gespannen,
althans bij gelegenheid, en ze besloot op 19 Oktober, toen ik bij haar was op de Nwe Keizersgracht, dat ze me de deur uit wilde zetten, en had, toen ik niet meteen aanstalten maakte, vooral vanwege échte grote moeheid, terwijl ik overigens niet onredelijk was, zelfs de politie gebeld.

Ik ben toen gewoon weggegaan, maar dit was voor mij wel een breekpunt. Ook dit kristalliseerde niet meteen uit, maar het wás wel zo, ook toen Anna later weer aardiger werd: ze had me niet op dergelijke wijze uit huis moeten zetten.


F. Achteraf

Uiteindelijk zijn we redelijk snel uit elkaar gegroeid. En Anna liet me 15 mei 1984 weten dat onze verhouding wat haar betreft uit was, dat voor mij toen nog niet zo was, maar vertelde me niet dat ze een maand eerder een minnaar had genomen, een student medicijnen, die ze kende van het Sweelinck Studentenorkest, en "die in alles het tegendeel" van mij was, volgens haar.

In feite was dat een vergissing van haar, want hij bleek een zak van een vent te zijn (volgens mij) die ook nooit wat heeft voorgesteld als arts, als hij dat al is geworden. En het was werkelijk een vergissing van haar, want ze was meer dan knap en intelligent genoeg om veel verstandiger en behoorlijker (en knappere) medische studenten te kunnen versieren.

Maar goed. Wat denk ik nu over haar, 34 jaar nadat de verhouding die we hadden afgelopen is?

Het spijt me vooral voor haar dat ze, als ik, vrijwel 40 jaar ziek is geweest en gebleven. En ik denk ook - nog steeds - dat onze verhouding jarenlang goed is geweest ondanks ziekte van ons allebei; dat dit eenvoudig niet verder door kón gaan vanwege de terreur waaraan we onderhevig waren geweest, en vanwege het totale gebrek aan alle steun die we daarbij haden en ook geheel niet kregen vanwege onze ziekte; en dat e.e.a. volstrekt anders was gelopen, en vrijwel zeker zeer veel beter, als we niet allebei ziek waren geworden in januari 1979, of als we daar weer redelijk snel (binnen een paar jaar) vanaf geholpen zouden zijn geweest.

Uiteindelijk hebben we wel allebei ons doctoraal psychologie weten te halen, en wat haar betreft in de psychofyiologie.

----------
       home - index - summaries - mail