Prev-IndexNL-Next

Nederlog

 Dec 11, 2016

Over Kreatie 3
Sections
Introduction

0.   Inleiding
1.  
Kreatie 3
2.   Aktiviteiten van K3
3.   Vriendschap met Ton en Ellen
4.   Wat mij onthouden werd op de HBS
5.   Magies Sentrum Amsterdam
6.  
Soft drugs en zwetsers
7.   Ik stop met de NMB en ga naar Frankrijk
8.   De revolte in Frankrijk en Wittgenstein
9.   Ik leerde veel in 67-68
10. Hetzelfde en anders
11.
Verliefd op Carolien
12. Ik had veel vriendinnen
13. Met Carolien naar bed
14. De Maagdenhuis-bezetting van '69
15. Folkloristisch rollenspel
16.
De filosofie-club
17. Nico en Dolly Dijkstra
18. Ik slaap veel in Amsterdam
19. De filosofie-club - 2
20. Ik ga werken voor De Waarheid
21. Ik verlies mijn geloof in het parlementarisme
22. Ik schrijf "Kapitalisme en Revolutie"
23. Afgelopen met K3 (en CPN en OPSJ) eind 1970
24. Reünie K3 in 1985.
Introduction:

This is a Nederlog of Sunday, December 11, 2016.

A.
This is not a crisis log and it is also not in English, apart from this introduction. Also, it will probably interest very few since its subject,
Kreatie 3, seems to be completely unknown.

In fact, this is the same for the other club I was a member of when I was between 14 and 20, namely the OPSJ, which was - briefly and incompletely - described on November 27, 2016, to which I refer you also for some more background, in case you are interested.

For me it is rather a pity that no one (on the internet) seems to have written about the OPSJ, of which I was a member from 1964 till 1967, and also no one (on the internet) seems to have written about Kreatie 3, of which I was a member from 1967 till 1970.

This means that THE two clubs I was a member of between 1964 and 1970, which were also important for my development, are not documented at all by anyone else that I know of.

What I will give below is collected from three files in my autobiography (nrs 8 till 10) except for the last two items that are written today. It is not intended as an adequate description of Kreatie 3, but only as a description of my reactions to it.

To end this English introduction: It is really a pity that I found no one else who remembers the OPSJ or Kreatie 3, simply because these were quite important to me from age 14 till age 20, while I also have mostly good memories of both. [1]

Also, there probably will be another Nederlog later today.

-- Constant part, for the moment --
B. In case you visit my Dutch site: It keeps being horrible most days and was so on most days in November 2016. But on 2.xii and 3.xii it was correct. Since then it mostly wasn't.

In any case, I am now (again) updating the opening of my site with the last day it was updated. (And I am very sorry if you have to click/reload several times to see the last update: It is not what I wish, nor how it was. [0]

C. In case you visit my Danish site: This was so-so till 18.xi and was correct since then (most or all days).

I am very sorry, and none of it is due to me. I am simply doing the same things as I did for 20 or for 12 years, that also went well for 20 or for 12 years.

I will keep this introduction until I get three successive days (!!!) in which both providers work correctly. I have not seen that for many months now.
--- 

0. Inleiding

Ik ben een geboren Amsterdammer, geboren in 1950, en groeide ook op in Amsterdam, en doorleefde in Amsterdam de jaren Zestig (<-Wikipedia, Engels), die ik interessant en spannend vond, maar het is gebleken dat de twee linkse clubs waarvan ik lid was tussen 1964 en 1970, de OPSJ en Kreatie 3, die voor mij behoorlijk belangrijk waren, tegenwoordig volkomen vergeten zijn, en op het internet geheel niet genoemd worden (als refererend aan die clubs).

Ik schreef over de OPSJ onder de laatste link, in eind November 2016, al was het materiaal voornamelijk hoewel niet geheel verzameld uit mijn autobiografie, en ik doe vandaag hetzelfde voor Kreatie 3.

Er staat wat meer in dit stuk dan in het stuk over de OPSJ, dat gedeeltelijk komt omdat ik een paar jaar ouder was, en gedeeltelijk omdat ik wat meer geciteerd heb (en niet alles heeft direct met Kreatie 3 te maken).

En het zal waarschijnlijk niet veel mensen interesseren, omdat het vrijwel allemaal gaat over dingen die 46 tot 52 jaar geleden plaatsvonden, en indertijd
om hoooguit 60 actief betrokken mensen ging, waarvan er ondertussen diversen
overleden zijn.

1. Kreatie 3

Kreatie 3, of K3 zoals "de leden" het meestal noemden (er was geen officieel lidmaatschap), was ontstaan in 1966, bij de Volkeltocht, in een autobus, waarin zich, geheel bij toeval, een aantal van de kernleden bevonden: Richard Meyer, Fredje, Pietje van der Heijden, Rieks Hadders en zijn vriendin Sonja, Ton Gieskes, Ellen Blom, Rini en Anja Seite en nog een paar, waarvan de meesten elkaar niet kenden, en toen en daar vonden dat ze véél meer gemeen- schappelijk hadden dan ze met anderen hadden, en dus besloten een soort informele club op te richten, en dat deden door een garage te huren in de Diderotstraat.

Dat was feitelijk een ruimte waar hooguit een busje te stallen was, met wat ruimte er om heen, maar het was ook vrij hoog, had een eigen toilet-ruimte, en er werd snel een bar neergezet, zodat er toch enigszins makkelijk plaats was voor een man of 40, als je je dicht bij elkaar bevond.

Ik wist daar niets van in 1966. Ik was wel op die Volkeltocht - tegen de atoom-wapens, die toen en nu in Volkel opgeslagen waren en zijn, al is dat pas anno 2013 min of meer toegegeven door ex-premier Lubbers - maar deed deze met de OPSJ op de fiets, op een vrijdag t/m zondag in de lente, en kan me er niet bijzonder veel van herinneren, afgezien van een vage gezelligheid. [2]

In 1967 was ik vanaf 21 maart volkomen daas en extatisch verliefd op Edith B., en het was voor de eerste keer in mijn leven dat ik echt verliefd was, al had ik diverse kalverliefdes gekend vanaf mijn 8ste t/m mijn 15e. Dit was echter de eerste ook sexuele - ik spel met een x, zoals ik toen deed [3] - liefde, en het sloeg onmiddellijk en totaal onweerstaanbaar toe, en de aanbedene wilde heel weinig van me weten, al was ze ook niet echt onaardig.

Maar ik was duidelijk geheel niet voor haar wat zij voor mij was, en toen dat iedereen in de OPSJ duidelijk was - want ik was niet bleu met mijn eerste echte grote liefde - en het geheel niet lukte, had ik afscheid van die club genomen om Edith te vermijden, en was ergens rond het einde van de zomer van 1967 in de Diderotstraat terecht gekomen, ik geloof oorspronkelijk met Ruud Bisschoff, uit de OPSJ.

2. Aktiviteiten van K3

K3 bestond voornamelijk om te feesten, op Woensdag en op Vrijdag en Zaterdag, al werden er ook andere dingen gedaan, overwegend in samenhang met linkse politiek. [4] Zo herinner ik me bijvoorbeeld een bijeenkomst over godsdienst, met een waarachtige katholieke priester, ook in priester-kleiding, en een andere, met Mulisch en Regtien, over Vietnam, in allebei de gevallen waarbij ik het woord voerde en opviel, maar mij niet opzettelijk profileerde, omdat ik vond dat dit mijn taak niet was, en ik zelf weinig in Mulisch en Regtien zag, en niets in godsdienst.

Daarbij: ik was zeventien, en op een heleboel manieren nog zeer naïef, onvolgroeid, en zoekende, en wist dat meer wel dan niet, zoals ik ook wist dat ik het niet eens was met de CPN, al werd ik daar op 5 mei 1968 lid van gemaakt door Edith's oudere zuster Marisca B., waar ik voornamelijk op inging vanwege Edith, en ook omdat dit mijn vader zou plezieren, en dat laatste was ongetwijfeld waar.

3. Vriendschap met Ton en Ellen

Ondertussen had ik al een tijd daarvoor vriendschappen gesloten, in het bijzonder met Ton Gieskes en Ellen Blom, die samenwoonden in een klein kamertje op de Utrechtsestraat; met Anja Seite, die net als ik lang, slank, verlegen en erg slim was, maar te bleu was haar verstand werkelijk te gebruiken; met Pietje van der Heyden, die gefascineerd was door Fidel Castro en Che Guevara, en een baard droeg en heel goed kon discussieren; en met Richard Meyer, die behoorlijk gek was, al lag dat  voornamelijk aan zijn onverzettelijkheid en zijn tamelijk hoge IQ.

Ze waren allemaal, met uitzondering van Anja, een jaar of drie tot vijf ouder dan ik; ze werkten allemaal en studeerden niet; en ze waren allemaal minstens behoorlijk tot zeer intelligent maar ze waren ook geen van allen, als ik wèl, zeer theoretisch geinteresseerd, of voornemens te studeren. [5]

Maar ik kon het met allemaal minstens redelijk goed vinden, en raakte het meest bevriend met Ton en Ellen, die mij ergens eind 1967 introduceerden tot de hashish, dat toen behoorlijk nieuw was, maar behoorlijk normaal was in K3, overigens zonder ooit tot enige problemen te leiden. ("Een tevreden roker is geen onruststoker.") [6]

4. Wat mij onthouden werd op de HBS

Vanaf mijn 17e, vrijwel direct van toen ik van school af ging, leerde ik, eenmaal zelfstandig, hoe bijzonder veel mij onthouden was geweest:

De Grieken, de Romeinen, de wiskunde, de natuurkunde, de filosofie, de psychologie, het lezen van echte literatuur als Multatuli (vrijwel de enige die ik vóór die tijd ontdekte, op mijn 14e, dankzij een cadeau van mijn moeder's vader), en véél meer was mij, bleek mij heel snel, ofwel geheel onthouden of was mij opgediend als bijzonder saai en zeer slecht en ongeïnspireerd gepresenteerd examen-voer.

Aan de andere kant:  Ik wist op mijn 17e dat ik heel weinig wist, en ik wist ook dat ik heel weinig tijd had, want overdag werkte ik, en 's avonds ging ik naar school, en ik had weinig tijd iets anders te doen, behalve feesten in de weekenden met K3, dat ik vaak deed.

Een andere belemmering was dat ik helemaal niemand kende als ik - met mijn bijzonder brede belangstellingen en met mijn soort verstand, en dat is feitelijk zo gebleven, al is de latere reden hiervoor voor een deel in mijn ziekte te zoeken, en iets minder, vanaf dat ik op de universiteit was, aan het feitelijk vrijwel volslagen gebrek aan gelijksoortigen. Ik ben er
feitelijk hooguit twee of drie tegen gekomen in mijn leven. [7]

5. Magies Sentrum Amsterdam

Maar terug naar mijn 17e, en nu naar het Magies Sentrum Amsterdam en Provo (<- Wikipedia) toen allebei behoorlijk populair, en vooral georiënteerd in Amsterdam rond groepen die ik niet écht kende, namelijk die rond Hitweek (<- Wikipedia) en rond Provo, die allebei wel links(ig) waren, en (enigszins) intellectueel, maar niet communistisch en daar ook weinig van gediend waren, zomin als de CPN in die tijd gediend was van hen.

Er waren in die tijd veel demonstraties en gebeurtenissen ("happenings"), vooral rond het Lieverdje, en meestal georganiseerd door mensen uit de kringen van Hitweek of Provo, en hoewel ik daar redelijk wat van aangekeken heb was het niet echt voor mij, omdat ik niemand uit die wereld kende, omdat de CPN ertegen of er geen voorstander van was, en vooral omdat ik andere dingen te doen had, als de avondschool en K3, dat ook grotendeels onafhankelijk was van Hitweek en Provo. [8]

6. Soft drugs en zwetsers

Ook zag ik er zelf niet veel in: Ik was wel geinteresseerd in soft drugs, maar dat was het wel ongeveer, en dat was voor mij ook geen voorname belangstelling, zoals het dat wel voor velen was; en ik had ook weinig op met alternatieve  voorgangers als De Ridder en Mulisch, die ik allebei voornamelijk zwetsers vond; en ik had daarnaast ook weinig op met wat de meer akademisch geschoolden toen deden of althans pretendeerden, dat vooral om Sartre en het existentialisme draaide, dat mij, toen al, voornamelijk als flauwekul of aanstellerij verscheen.

Aan de andere kant, ik was 17 en het raakte me wel, eenvoudig omdat een boel me als nieuw verscheen, dat echter slechts heel gedeeltelijk waar was, maar dat ik toen niet goed door had, en ook omdat het meeste gepaard ging met muziek, feesten en blowen, dat ik wel interessant vond, hoewel ook weer minder dan de meesten, en dat dan weer vanwege mijn op dat moment nog niet bevredigde intellectuele interesses.

7. Ik stop met de NMB en ga naar Frankrijk

In Mei 1968, nadat ik zo'n 8 of 9 maanden voor de NMB gewerkt had, besloot ik daar te stoppen, en deed dat vooral omdat er ondertussen in Frankrijk grote onlusten waren uitgebroken die teruggingen op de Franse studenten, dat tamelijk vergelijkbaar hoewel niet hetzelfde was als eerder had plaats gevonden in Berkeley en in Duitsland, en ik naar Frankrijk wilde om "de revolutie" te beschouwen.

We deden dat in één of twee delen: Met K3 gingen we begin Mei in een busje naar Parijs, met een stuk of zes mensen, zowel mannen als vrouwen, waarbij ik ons langs de douane smoeste met een vaag en onwaar verhaal, en bleven daar een dag of drie of vier, en zagen een deel van de grote gevechten, overigens zonder er aan deel te nemen. En in begin Juni ging ik opnieuw, deze keer alleen en op de Mobylette, die bij Parijs ophield, zodat ik deze bij een boer in Vervins stalde, die overigens zeer perceptief was, en het over "la haine" (de haat) had die hem tegenstond, al was hij werkelijk straatarm, en daar opnieuw vijf dagen was, om te zien hoe alles verliep en uiteindelijk instortte.

Toen ik terug kwam moest ik weer werk zoeken, en werkte aanvankelijk kort voor uitzendbureaus, gewoonlijk als typist talen, omdat ik goed genoeg kon typen, en goed genoeg Engels, Duits en Frans kende om handelscorrespondentie te doen.

8. De revolte in Frankrijk en Wittgenstein

Ik had redelijk wat geleerd van de revolte, revolutie, rebellie, of hoe men het ook wilde noemen [9], en het had me wel degelijk veranderd, maar ik was net geen of net wel 18 toen ik er aan deel nam, en het bleef ook voor een flink deel onverwerkt, ook omdat ik opnieuw geen medestanders vond, en daarbij ondertussen iets anders gevonden had dat althans mij zeer interesseerde, maar verder heel weinigen: Ludwig Wittgenstein's Tractatus Logico-Philosophicus, die ik via W.F. Hermans' essay erover had leren kennen, en gekocht had, in Januari 1968, nog op mijn 17e, waarbij ik ook mijn eerste échte vriendin ontmoet had, die in de boekhandel werkte waar ik het kocht: Carolien van Eelen, die voor boekhandel Nelissen werkte, in de Bilderdijkstraat.

9. Ik leerde veel in 67-68

Hoe het zij: Ik leerde heel snel heel veel het eerste jaar dat ik werkte, en kon dat gedeeltelijk omdat ik in Amsterdam was; gedeeltelijk omdat ik overwegend zelfstandig op mijn zolderkamertje woonde; en gedeeltelijk omdat ik voor het eerst enig geld had dat ik zelfstandig kon besteden aan boeken, maar dit was voor mij vooral een overgangstijd, van kind naar volwassene, en ik was al die tijd er vooral tussenin, al was ik voor een groot deel maar nog niet geheel volgroeid.

10. Hetzelfde en anders

Ik ben nu zowel dezelfde als tamelijk anders dan toen - dezelfde, omdat mijn instellingen zoals ik die nu nog steeds heb vooral toen gevormd werden, al nam dat nog een jaar of 5 à 7; als ook tamelijk anders omdat ik mij als zeventienjarige beschouwde als een soort marxist van eigen vinding, en dat laatste - de eigen vinding - was vooral omdat ik toen al wist dat de CPN theoretisch niets voorstelde, maar ik niets echt beters vond, en dus op mijzelf was aangewezen, maar mijzelf te jong en onvolleerd achtte om zékere keuzes te maken. [10]

11. Verliefd op Carolien

Ondertussen had ik ook een Paulien opgedoken, die ik eind 1968 of begin 1969 op een tentoonstelling over Parijs '68 was tegengekomen, en was verliefd geworden op Carolien van Eelen, die 24 of 25 was, en op Catherine Deneuve leek, en in de boekhandel Nelissen op de Bilderdijkstraat werkte.

En ik ging ook nog steeds de meeste weekenden naar K3, waar ik veel omging met Anja Seite, die mij shag leerde rollen, en wel erg slim maar ook volledig onwetend was, of althans deed, en ik ging veel om met Ton en Ellen, die samen woonden in een klein kamertje aan de Utrechtsestraat, en met wie ik het allebei goed kon vinden, en die allebei een jaar of 4 ouder waren dan ik.

12. Ik had veel vriendinnen

Er waren trouwens nog meer jonge vrouwen: Sandra Emond was er één die herhaaldelijk bij me op mijn zolderkamertje kwam; de zeer fraaie Amerikaanse roodharige Mimi (Roberts, als ik me goed herinner) die bij me bleef slapen, maar (nog) niet met me naar bed wilde, en die mijn vader 's ochtends tegen kwam bij het naar de WC gaan; een heel klein maar bijzonder slim Aziatisch meisje bij Excerpta Medica waar ik veel mee praatte; en op de achtergrond, maar wel vaak in mijn gedachten, Edith Bakker, al wist ik dat het tussen ons nooit wederszijds geklikt had.

13. Met Carolien naar bed

Kortom, ik had redelijk veel vriendinnen, in diverse rollen, maar hield er van geen, behalve van Edith en in begin 1969 van Carolien.

Carolien kende ik al een flinke tijd van de boekhandel waar zij werkte, en ik vond haar heel mooi, heel lief, en heel aardig, en we spraken redelijk wat met elkaar, hoewel nooit echt lang, totdat ze me in Maart 1969 op haar Solex [11] uitnodigde samen naar de film te gaan, wat ik deed, en waar we onmiddellijk intens in elkaar verslingerd raakten, waarna we naar haar huis gingen en ze mij uiteindelijk ontmaagde, omdat ze me graag mocht en omdat haar vriend, waarmee ze later trouwde, in een ver buitenland was.

Voor mij was het een enigszins vreemde ervaring, waar ik ook niet op gerekend had. Het maakte me wel verliefder, maar omdat haar vriend na 2 dagen terug was gekomen raakte het nooit écht aan: Het was, wat haar betreft, en eigenlijk ook wat mij betreft, een avontuurtje geweest. Wellicht om dat te onderstrepen stond ze iets later, samen met haar vriend, naakt in een tijdschrift, zoals ze ook in een paar reclame-fotoos stond, al waren die alleen van haar gezicht. [12]

14. De Maagdenhuis-bezetting van '69

Ondertussen las ik al maar door, in allerlei soorten intellectuele boeken, over tal van onderwerpen, en in drie vreemde talen, dat me uiteindelijk het meest interesseerde, en waren er twee andere dingen gebeurd: De Maagdenhuis- bezetting en de filosofie-club.

De Maagdenhuis-bezetting was in Mei 1969. Ik studeerde niet en had er weinig mee te maken, maar klom wel
naar binnen over de houten brug, die "arbeiders van de CPN" gebouwd hadden, en deed dat vooral uit nieuwsgierigheid.

Binnen was het een behoorlijk bende: Veel geschreeuw, veel discussies, geen leiding. Ik herinner me vooral twee journalisten, Hans Hofman, die een student fysiek aanvloog die hem de toegang tot een vergadering ontzegde, en een Van Westerloo, Fons als ik het wel heb, die op heel hoge toon toegang tot alles eiste.

Ik ben er een paar uur gebleven, maar ben er weer uit gegaan omdat ik er weinig mee te maken had, en het toch vooral loos gebral had bevonden. Dat laatste was overigens niet wat veel studenten ervan vonden, en ook niet wat de landelijke politici dachten, althans buiten het publiek, want deze bezetting zal de voornaamste reden zijn geweest dat minister Veringa in 1971 de Nederlandse universiteiten uitleverde aan de studenten.

15. Folkloristisch rollenspel

Maar ik studeerde niet; was het ook gedeeltelijk oneens met de bezetting, al was deze wel spannend; en vond ook dat een en ander, inclusief de afloop, ook al werd er behoorlijk gevochten, geheel niet realistisch te vergelijken was met het grote geweld dat ik het jaar daarvoor in Frankrijk had aangezien: Het Nederlands studenten-verzet was overwegend een soort folkloristisch rollenspel, althans vergeleken met het Franse.

Het is wel zo dat dit een flink deel van de publieke aandacht van de Provoos en later de Kabouters verplaatste naar de studentenbeweging en hun leiders, en vooral naar Ton Regtien en in mindere mate naar Paul Verheij.

Ik vond allebei, toen al, oninteressante aanstellers, en had allebei persoonlijk meegemaakt vóórdat ze vanwege de Maagdenhuis-acties bekend werden, en wist overigens niet goed wat ik ervan moest denken, en dat weer vooral omdat ik niemand vond met interessante ideeën.

Aan de andere kant was ik er wel voor dat er iets gedaan werd, maar stond zelf voornamelijk buiten de universiteit (al leende ik wel boeken via de UB).

16. De filosofie-club

Dan was er de filosofie-club. Dit begon ruim vóór de Maagdenhuis-bezetting, met een ontmoeting van mij met Nico Dijkstra in, of all places, een ANJV-kroeg [13], ergens in 1968, waar zowel hij als ik zelden of nooit kwamen.

Hoe het zij, ik bevond me daar, en stond naast een wat oudere besnorde man, en we raakten aan de praat, en konden het direct bijzonder goed met elkaar vinden, zodat hij me bij hem thuis uitnodigde, aan de Hoofdweg, waar hij met z'n vrouw en twee kleine kinderen woonde.

Hij bleek tien jaar ouder dan ik, en werkte bij de VU, als electro-technicus, want hij was een echte beta, die erg slim was maar het aanzienlijke probleem had heel dyslectisch te zijn, zodat zijn opleiding erg moeilijk was geweest, omdat er in die tijd veel minder aandacht en begrip voor was.

Maar hij had, uiteindelijk, de MTS of de HTS weten te doen, en had een uitstekende baan, was al vroeg getrouwd met Dolly Dijkstra en had twee kinderen met haar, Rolf en Saskia. Ook was hij al een flinke tijd ondogmatisch CPN-lid, net als ik was, sinds 5 mei 1968, en las hij o.a. het partij-blad De Waarheid.

17. Nico en Dolly Dijkstra

Het klikte bijzonder goed tussen Nico en mij, en ook wel tussen Dolly en mij, en dat lag in allebei de gevallen aan mijn talent voor conversatie, dat zeer ongebruikelijk was, als ik eenmaal hoge vlucht had genomen, dat vaak en makkelijk gebeurde zolang ik gezond was.

Daar kwam bij dat mijn ouders eind 1969 besloten te verhuizen van de 2e Hugo de Grootstraat, dat een zeer drukke straat was geworden, naar een landelijk huis in Landsmeer, dat ze via de communistische wethouder Van 't Schip hadden gekregen, als ik het wel heb.

18. Ik slaap veel in Amsterdam

Het resultaat van een en ander was dat ik vooral in 1969-1970 veel bij Nico en Dolly bleef slapen, op de Hoofdweg, waar we toen ook tamelijk snel een soort wekelijkse bijeenkomsten kregen, met heel wat andere mensen, en met veel discussies over allerlei zaken, maar vooral over politiek en filosofie, waar ik als een soort centraal lid functioneerde, vanwege de spraakwater-aanvallen die ik heel makkelijk had, en vanwege mijn vrijwel voortdurende helderheid daarbij, die behoorlijk wat mensen interesseerde.

19. De filosofie-club - 2

Het was ook allemaal geheel in de tijdgeest, die open, verkennend, los, vrij, ondogmatisch, zoekend en links was. Er kwamen soms ook enkelen die later of toen al bekend zijn geworden: Jan Schaefer, getrouwd met een zuster van Dolly; Marten Bierman; en Laurens Meertens zijn waarschijnlijk de bekendsten, maar niet de enigen.

Ook was het écht ondogmatisch: Nico en ik, en Dolly geloof ik ook, waren CPN-leden, als nogal wat van de vaste bezoekers, maar we waren geheel niet verkocht aan de CPN, en waren het met heel veel dat in die politieke club gebeurde, gedacht en gezegd werd minstens gedeeltelijk en vaak geheel oneens.

Daarbij kwam dat ik één van de kernleden was, maar zelf zoekende was, en ondertussen in de analytische filosofie was geïnteresseerd geraakt, vooral vanwege Wittgenstein's Tractatus. Andere leden waren gewoonlijk aanzienlijk minder filosofisch geïnteresseerd dan ik, maar waren gewoonlijk ook niet echt stellig, en er werd over van alles gepraat, gewoonlijk met drank en hapjes verzorgd door Dolly, die behoorlijk wat opkon, en ook over veel meepraatte.

Het was een leuke tijd, voor mij en voor de meeste andere betrokkenen, en bijna het enige bezwaar was dat mijn avondschool er weer bij inschoot, zodat ik daar in het tweede jaar mee ophield, bij gebrek aan tijd, en besloot me dan maar zelfstandig voor te bereiden op het doen van een staatsexamen VWO.

20. Ik ga werken voor De Waarheid

Er was ondertussen een boel voor me te doen, en ik kon dat omdat ik voor De Waarheid ging werken, ik geloof via mijn vader: Een paar uur per avond, bij het verzorgen van de posteditie van De Waarheid.

Dit werd uiteindelijk gedaan door Jan Petsy, Ko Kersbergen en Bertje Meyer, waarbij in ieder geval Jan en Bertje allebei intelligent waren, door mij, en met nog iemand, dat kon veranderen.

Ik kreeg er, meen ik, 40 of 60 gulden per week voor, en kon daar van rondkomen, want ik had geringe behoeftes, en had ondertussen veel boeken, die ik nog niet allemaal gelezen had.

Ik meen dat dit begon vrij snel na Excerpta Medica, al herinner ik me ook dat ik in de voorzomer van 1969 nogal down in Amsterdam heb doorgebracht, werkend voor een uitzendbureau, in een behoorlijk vervelende omgeving, met overwegend vervelende mensen, dat het voor mij makkelijker maakte over te stappen naar De Waarheid. Maar ik werkte al voor De Waarheid in Juli 1969.
[14]

Heel precies herinner ik me nu niet wanneer ik er begon, maar het was enigermate interessant werk, vooral vanwege het apparaat waar ik mee werkte: Een banderrolleer-machine, waar de kranten opgevouwen ingestopt werden, in paketten, en één voor één met een adresbandje erom heen, uit kwamen rollen - als het allemaal goed bleef gaan, dat regelmatig niet zo was.

De machine nam de opgevouwen kranten 1 per keer op, op een lopende band, en plakte het adresbandje erom heen, en spoog het dan uit op een lopende band, waar ik achter stond om de juiste delen te scheiden, en in groepen te verpakken, en in verschillende postzakken te gooien.

Het ging meestal goed, en op een avond dat alles goed liep waren we er in 1 1/2 à 2 uur klaar mee, maar als het niet goed ging kon het wel het dubbele worden - en we moesten uiterlijk om 23.30 bij de PTT de postzakken inleveren om enigszins te garanderen dat ze de volgende dag aankwamen.

Ook was het "ongeschoolde arbeid", maar wel een heel stuk ingewikkelder en veeleisender dan coderen voor Excerpta Medica, en ik deed dit werk gewoonlijk met enig plezier.

21. Ik verlies mijn geloof in het parlementarisme

Het was ook in 1969 dat ik daar volledig van mijn toch al geringe geloof in het parlementarisme genezen werd, namelijk doordat de Handelingen Van De Tweede Kamer Der Staten Generaal daar stonden, in zeer veel delen, en vrijwel volledig ongelezen en ongebruikt, en ik me daaraan zette om te kijken wat er, mede uit mijn naam, besproken en verordonneerd werd.

Niets dat ook maar iets met intelligent en doelgericht handelen te doen had, was mijn bevinding, en sindsdien wilde ik niet meer stemmen, eenvoudig omdat ik helemaal niemand zag, en ook geen systeem zag, waar ik vóór was. [15]

22. Ik schrijf "Kapitalisme en Revolutie"

Daar kwam bij dat Nico en ik, en voornamelijk ik omdat ik én de tijd had én de belezenheid én geheel niet dyslectisch was, als Nico wel, dat het hem een stuk moeilijker maakte te schrijven dan voor veel
minder intelligente mensen dan hij, een zwaar theoretische verhandeling voor Politiek & Cultuur hadden geschreven, "Kapitalisme en Revolutie" geheten, tussen september en december van 1969, in wederszijds overleg, maar met mijn tekst en ideeën, en dat ingezonden hadden.

Als "antwoord" werden we uitgenodigd door Jaap en Joop Wolff, twee oudere ijzervreters van de CPN, om "eens te komen praten", in het gebouw van De Waarheid, waar ik toen al werkte, al was dat niet in het torentje van de redactie, waar we wel terecht kwamen.

Ik deed het woord, en was 19, en het moet een vreemd gesprek geweest zijn, want de Wolffen begrepen niets van mij, en ik niets of weinig van hen, en we spraken volkomen langs elkaar heen.

De korte samenvatting was: dit wordt in geen geval gepubliceerd in P&C, en dat was dat. Ik heb het stuk nog steeds - negen getypte paginaas A4, met inleiding, uitleiding en 10 stellingen met sub-stellingen ertussen - en als een soort gedeeltelijk (neo-)marxistisch proza is het, nog steeds, in 2013, behoorlijk goed en zelden of nooit nagedaan, zeker niet zo kort en krachtig, veel omvattend en ook overwegend helder.
[16]

Maar ik ben het er nu overwegend mee oneens, en was een jaar later geen marxist meer, geen communist meer, en was ook niet langer geïnteresseerd in politiek. 

23. Afgelopen met K3 (en CPN en OPSJ) eind 1970

In de zomer van 1970 werkte ik in de Sleep-In Rozengracht [17] en in November verhuisde ik naar de zolder van Nico en Dolly Dijkstra in de Zocherstraat 75, en woonde vanaf toen "op mijzelf".

Het raakte ook uit met zowel de CPN (en de OPSJ, maar daar had ik sinds 1968 weinig of niets meer mee te maken gehad) eind 1970 (ik betaalde mijn laatste contributie voor de CPN in November 1970, en weigerde vanaf toen te betalen, zodat ik na enkele maanden als lid werd uitgeschreven) als ook met Kreatie 3 en dat laatste had er toch enigszins te maken dat ik de CPN opgegeven had, dat mij door diverse leden van K3 werd kwalijk genomen, dat ik niet redelijk vond, omdat ik zéér veel meer wist van Marx dan zij, ook volledig eerlijk was, en ik trouwens ook geen tegenstander van de CPN was geworden, maar eenvoudig andere ideeën en andere idealen had ontwikkeld.

24. Reünie K3 in 1985.

Tussen 1971 en eind 1974 leefde ik feitelijk met drie verschillende vrouwen - Stephanie, Lynne en Agnethe - en deed overigens feitelijk vooral wat ik wilde, dat studeren was: ik las bijzonder veel, over zeer veel onderwerpen.

Ik hoorde niets meer van de OPSJ, en heel weinig over Kreatie 3, dat ook uitelkaar viel rond 1972, en ging eind 1974 in Noorwegen wonen, en daarna, in 1977, studeren aan de UvA (wat mijn grootste fout was: ik had in Noorwegen moeten blijven).

Ergens in 1985 werd ik uitgenodigd voor een reünie van K3 op Rapenburg (de smalle straat waar Carolien van Eelen woonde in 1969). Ik weet niet meer wie mijn adres wist, maar ik ben erheen gegaan en het was die avond overwegend "als vanouds" in K3, 17 jaar eerder, met dezelfde mannen - Richard Meijer, Pietje van der Heijden en Rieks Hadders - in dezelfde poses aan de bar, en met een stuk of 30 mannen en vrouwen.

Wat mij opviel in algemene zin was dat de meesten een heel stuk minder uitgesproken waren dat 17 jaar eerder, en in behoorlijk veel gevallen behoorlijk tot zeer teleurgesteld waren door de CPN, en ook vaak kinderen hadden. (Geen van die dingen gold voor mij.)

Ik heb wel enigszins gepraat met diverse mensen, maar dat was op dat moment behoorlijk moeilijk omdat ik toen een erg lastige hoest had die mij het normaal praten vrijwel onmogelijk maakte. Maar hier is iets over drie mensen.

Ellen Blom zag er in 1985 nog ongeveer zo uit als 17 jaar eerder, en was erg aardig, en nodigde me uit naar haar huis te komen, in Friesland. Dat deed ik ook, met flinke moeite, in 1985, maar ze bleek een bijzonder domme vriend te hebben die "verlicht" was door de Bhagwan (<- Wikipedia) en voortdurend uit zijn nek kletste, inclusief dat hij zeker wist dat er geen waarheid was (zonder meer dan de ULO te hebben afgelopen, als ik het wel heb) zodat er weinig overbleef tussen Ellen en mij. Ik heb haar sindsdien dan ook niet meer gezien.

Pietje van der Heijden had nog steeds de vriendin van 17 jaar eerder, met wie hij ondertussen getrouwd was en kinderen mee had, en ik ben één keer bij ze
thuis geweest, ergens in de Bijlmer of Slotervaart, maar hij was nog steeds CPN-lid, hoewel behoorlijk tot zeer teleurgesteld; hij had een huis zonder enig boek; en we waren duidelijk een heel stuk uit elkaar gegroeid, en hebben elkaar
sindsdien ook niet meer gezien. Hij was sociaal werker geworden, en had veel te stellen met jongeren aan hard drugs.

Ton Gieskes tenslotte bleek net voor de zoveelste keer vrijgelaten te zijn en was serieus en sinds lang aan de hard drugs (amfetamine en heroine). Hij had lange verhalen over mescaline en LSD en vriendinnen en was al in de 70er jaren begonnen te spuiten en deed dat nog steeds, en zag daar ook naar uit: zeer verouderd en kalend. Ook hem heb ik niet teruggezien, en hij is vrijwel zeker al lang dood.

Dat was voor mij dus het einde van Kreatie 3. De reünie was ergens in de voorzomer van 1985, en duurde behoorlijk lang en was ook overwegend goed gestemd. Toen ik wegging, ergens tussen 5 en 6 uur 's ochtends, was het al licht, en zag ik buiten wolken die bijzonder op het gezicht van Jimi Hendrix leken.

Maar dit is ondertussen ook alweer meer dan 31 jaar geleden, en is ook het laatste dat ik over K3 gehoord heb, dat voor mij een belangrijke en prettige club was tussen mijn 17e en mijn 20ste.

--------------------------
Notes
[0] Alas, this is precisely as I said it does, and it goes on for months now. I do not know who does it, and I refuse to call the liars of "xs4all" (really: the KPN), simply because these have been lying to me from 2002-2009, and I do not trust anything they say I cannot control myself: They have treated me for seven years as a liar because "you complain about things other people do not complain about" (which is the perfect excuse never to do anything whatsoever for anyone).

[1]
As an aside and as the only English note to this text (apart from [0]):
I just reread George Orwell's "Such, such were the joys" (link to a non-copy- righted edition in Russia: Quite interesting) and realized that my first twenty years (from 1950 to 1970), although they were poor, were much better and much happier than George Orwell's (<- Wikipedia).

[2]
Er zijn tegenwoordig redelijke lemma's in de Wikipedia - zowel de Nederlandse als de Engelse, bovendien - over de CPN en zelfs over 't ANJV (een jeugdorganisatie geassocieerd met de CPN), maar niet over de twee clubs waarin ikzelf functioneerde tussen mijn 15 en mijn 20ste, de OPSJ (Organisatie van Progressieve Studerende Jeugd) en Kreatie 3 of K3. Dat is enigszins jammer, omdat ik in allebei behoorlijk wat geleerd heb en redelijk veel mee gedaan heb, maar het is ook waar dat allebei de clubs een man of 30 aan aktieve leden hadden. Ze zijn volgens mij allebei opgehouden te bestaan circa 1971. O, en over 't Engelse lemma over de CPN: Dit is vrij goed en ook behoorlijk uitgebreid.

[3] In feite spel ik het Nederlands zoals ik op school geleerd heb en deed rond mijn 12e (in 1962). Ik kende toen bijzonder goed Nederlands, wat niet zeer relevant maar wel waar is, en wijs alle spellingshervormingen sindsdien, waarvan er behoorlijk veel geweest zijn, af als volkomen apekool, die ook alleen bestaan om Neerlandici een inkomen te geven en - vooral - om de producenten van de Nederlandse schoolboeken rijk te houden door om de paar jaar nieuwe - stinkend dure - boeken "te moeten" drukken met de zoveelste "nieuwe spelling", die er vaak op neerkomt Engelse, Latijnse of Griekse leenwoorden "te vernederlandsen", volgens het model "Kserkses had seks met zijn eks".

Sorry, maar met deze waanzin doe ik niet mee.

[4] Maar hoewel K3 links was en diverse CPN'ers als kernleden had was het een stuk minder CPN-gericht dan de OPSJ. Ook waren de leden gemiddeld iets ouder dan in de OPSJ, en gemiddeld wat minder goed opgeleid. Ik vond het er
uiteindelijk leuker dan in de OPSJ, vooral omdat het minder doctrinair was.

[5]
Dit waren voor mij ook de belangrijkste leden van K3.

Ton en Ellen waren 4 of 5 jaar ouder dan ik. Ton was tamelijk maar niet bijzonder intelligent, en aardig, maar is van het begin van de 70-er jaren tenonder gegaan aan LSD, mescaline, amfetamine en heroine, ik vermoed vooral vanwege karakterslapte en het lekkere. Ellen was een stuk intelligenter, erg aardig en ook een goede medische zuster, en hield op met Ton voordat Ton serieus aan de drugs raakte (afgezien van hashish en marijuana).

Anja Seite was erg aardig, van mijn leeftijd, maar ook vreemd: Ze kon bijzonder intelligent uit de hoek komen, maar wist bijzonder weinig, ik vermoed vooral omdat ze zo intelligent was en maar heel weinig kon geloven.

Pietje - zoals hij gewoonlijk werd genoemd, al heette hij Peter - was erg intelligent, maar te doctrinair pro CPN (waar hij nog lid van was rond 1985) en Richard Meijer had een IQ van 133, was zeer luid, maar wel aardig, en een stuk minder doctrinair, maar wel pro CPN. Ook zij waren vier of vijf jaar ouder dan ik.

[6] Ik merk maar op dat dit volgend jaar vijftig jaar geleden is. Toch kan ik me dit nog goed en visueel herinneren. En het is waar dat er in K3 - geheel terecht ook - geen enkel probleem was dat mensen marijuana of hashish rookten, wat bijna iedereen deed, en dat nooit enig probleem opleverde.

[7] Ik heb het hier minder over intelligentie (al was de UvA wat dat betreft ook een vrijwel volledige deceptie) als over het hebben van zeer veel verschillende belangstellingen en het zéér vele lezen dat ik deed, niet alleen in mijn tiener-jaren, maar tot in mijn vijftiger jaren: Ik ben feitelijk geheel nooit iemand tegengekomen die zoveel las over zoveel verschillend onderwerpen.

[8] Amsterdam radikaliseerde zeer vanaf 1965. Ik kan daar geen goed overzicht van geven al was ik bij behoorlijk veel direct of indirect betrokken: Ik weet redelijk wat van communistisch en socialistisch radikaal links in die jaren, en iets van Hitweek en Provo, maar weet heel weinig van de PSP of de PvdA in die tijd.

Eén van de radikale dingen die afkomstig waren van een groep anarchisten (voormalige provoos) waaronder Rob Stolk en Tjebbe van Tijen was het kraken van leegstaande woningen waar ik in 1969 voor het eerst van hoorde.

Ik heb hierover ook het enige journalistieke stuk geschreven (in 2 delen), dat in De Waarheid is gepubliceerd, en vervolgens op een behoorlijk krankzinnige wijze door André Roelofs werd afgemaakt, omdat de twee vrienden ik ik interviewde, die een groot kraakpand runden, géén communisten waren.

Ik kreeg hiervoor geen geld, en kreeg ook geen enkel weerwoord.

[9] Wie geïnteresseerd is in "Mei 1968" behoort 't Engelse Wikipedia-artikel "May 1968 events in France" te lezen. Wat betreft "de revolutie" is er o.a. dit, wat ik niet wist in 1968:
The protests reached such a point that political leaders feared civil war or revolution; the national government itself momentarily ceased to function after President Charles de Gaulle secretly left France for a few hours. The protests spurred an artistic movement, with songs, imaginative graffiti, posters, and slogans but also intense violence, which ultimately ensured their defeat and the Gaullist government to remain strong and unopposed by its socialist critics.
[10] Overigens, en voor de goede orde: Ik hield op met het zijn van een Marxist eind 1970, en dat was ook geheel definitief. Ik was toen 20 en ben één van de weinigen die toen al ophield met het marxisme, want dat werd in feite behoorlijk tot zeer populair aan de Nederlandse universiteiten tussen 1971 en 1983.

[11] De Solex (<-Wikipedia) was een bromfiets (die nog steeds bestaat, maar weinig meer bereden wordt).

[12] Ze was érg mooi en had toen - volgens mij, in ieder geval - veel kunnen verdienen als fotomodel, maar raakte vanaf de vroege zeventiger jaren zwaar betrokken in een alternatief milieu waar ikzelf heel weinig mee had.

[13]
ANJV = Algemene Nederlandse Jeugd Vereniging, feitelijk een mantel-organisatie van de CPN, voor de jeugd die te dom voor HBS of gymnasium was. Dit werd vele jaren lang geleid door Roel Walraven.

[14] Dat ik mij herinner omdat ik weigerde om - als alle anderen wel - te kijken naar een TV-rapportage over de maanlanding van de Amerikanen. (Eén van de eigenaardigheden die ik heb is dat ik vrijwel geheel ongeïnteresseerd ben in de ruimte buiten de aarde. Ik weet trouwens niet wat hier de verklaring van is, en heb het altijd gehad, voorzover ik me kan herinneren.)

[15]
Ik kon aan dat verlangen voldoen sinds 1971, toen de stemplicht afgeschaft werd. Ik kan me trouwens niet herinneren ooit voor de CPN gestemd te hebben, al kan ik me daarin vergissen en heb sinds 1971 in geen enkele parlementaire of gemeenteraads-verkiezing gestemd.

[16] Ik ben het niet meer eens met "Kapitalisme en Revolutie" maar in z'n soort - marxistische uiteenzettingen over "de revolutie" - is het nog steeds heel goed.

[17] De Sleep-Ins bestonden tussen 1969 en 1971 of 1972 en werden - minimaal - gefinancierd door de Gemeente Amsterdam. Het doel was vooral een goedkope slaapplaats voor "jeugdige toeristen" - hippies, gewoonlijk - te bieden, wat de gemeente betaalde omdat ze de rijkere toeristen wilde ontzien en behouden voor Amsterdam. Ik heb er feitelijk alleen in 1970 gewerkt, al bleef ik erbij betrokken tot het voorjaar van 1971.

       home - index - summaries - mail