Prev-IndexNL-Next 

Nederlog

Oct 11, 2016
Autobio 1993: Een andere betere woning + Elise

The rest of this file, after the first horizontal line, is from my Dutch autobiography. This file is about 1993. It is the last regular part of Part II. Most of the rest of the file is in Dutch.


Sections

Jaaroverzicht van 1992
Wéér toestanden met Jolanda

Mijn reactie op de familie Tromp

Aanbod van een nieuwe woning

Ik ben veel rustiger

Huurcontracten getekend

Inschrijving aan de UvA

Mijn beroerde fysieke toestand

Slapen in de X-straat
Verhuizing verricht

Ik krijg wéér geen verhuissubsidie van de gemeentelijke buro-
fascisten
Over Vrij Nederland

Beroepsmogelijkheid tegen de gemeente laten lopen

De woning is in beginsel in orde

Mijn gezondheid is slecht

Over Elise

Hoe ik verliefd werd

Ik krijg mijn doctoraal-diploma

Dit jaar begint aldus:
1.i.1993: Jaaroverzicht van 1992
Als ik het afgelopen jaar overzie ben ik weinig opgeschoten. In zeker opzicht heb ik een boel gedaan, zeker als je overweegt hoe ellendig mijn gezondheid geestelijk en lichamelijk is geweest, en in ander opzicht ben ik niet veel verder dan een jaar geleden.
 
Wat ik gedaan heb is:
 
- journaal geschreven: >= 575 K (= minstens 190 paginaas A4)
- notities geschreven: >= 613 K (= minstens 200 paginaas A4)
- Edith.exe geschreven: >= 5000 lijnen programma-code
- Een stel andere programmaas geschreven
- Een nieuwe medische urgentie verworven
- Weer vitamine-geld verworven
- Problemen van m'n moeder gedeeltelijk opgelost
 
Overigens ben ik weinig opgeschoten:
 
- Veel pijn geleden
- Me vaak ellendig gevoeld
- Niet gestudeerd, noch in 91, noch in 92
- Niets gepubliceerd
- Niets verdiend
- Geen redelijk huis
- Geen redelijke slaapmogelijkheid
- Geen redelijke studiemogelijkheid
- Geen sociale relaties
 
Het is wel zo dat ik er nu geestelijk een stuk beter aan toe ben dan een jaar geleden, maar het is nog steeds niet zoals het moet zijn. Lichamelijk is het  ook enigszins beter, maar niet veel. Ik denk dat ik wat meer energie heb, gemiddeld, en iets minder pijn, gemiddeld, maar dat is alle vooruitgang.
 
Mijn eerste doelen moeten nog steeds een ander huis + kalmte & rust zijn, en ik denk dat het verstandig is maandag het GDH te bellen en te zeggen dat de maximale huur fl. 375,-- kan zijn, of fl. 400,--, in de hoop iets behoorlijks te krijgen, wat dan weer te ruilen is, indien nodig.
Hier zijn enkele korte aantekeningen:

NB dat dit wéér een heel jaar was, waarin ik deze keer overwegend bij mijn moeder woonde, die 72 was in 1992, en die zelf al een paar jaar (in ieder geval sinds 1988 of eerder) problemen met haar geheugen had (dit zijn de "
Problemen van m'n moeder"). Dit ging nog net in 1992, maar was in 1993 een heel stuk erger (zoals hieronder zal blijken).

De medische urgentie was belangrijk (bleek snel in 1993), en NB dat ik toen bereid was om 50% van het geld dat ik ontving (van de bijstand) uit te geven aan huur.

Hoe het zij: Ik was van ziek, suicidaal - anderhalve dag - en zeer depressief - het hele jaar - in 1991 opgeklommen tot ziek, niet meer suicidaal, geestelijk "
een stuk beter", en lichamelijk iets maar niet veel beter dan het in 1991 was (dat behoorlijk gruwelijk was).

In feite was er niet veel méér te bereiken, maar aan de andere kant was ik nog steeds niet afgestudeerd, en kon ik lichamelijk heel weinig. En dan was er weer dit:

8.i.1993: Wéér toestanden met Jolanda
Eergisteren waren er ook weer toestanden met Jolanda, ongeveer zoals een jaar geleden:
 
Ik heb haar voortdurend niet kunnen bereiken de afgelopen weken, en het bleek dat ze inderdaad op vakantie is geweest. Nadat ik mijn eerste zin had gesproken toen ik bij haar binnen kwam - "Ik hoop dat je een prettige vakantie hebt gehad, zo zonder geld", want zowel Mimer als Jolanda hadden mij verteld geen geld te hebben maar zijn wel verhuisd en op vakantie geweest - wenste ze mij weer de deur uit te gooien en het bewakingspersoneel te halen. Ik stelde voor dan eerst langs Wilfred van Dijk te gaan, en dat deden we dus, waarbij haar inleidende bewering was "Hier is een persoon die niet wil doen wat ik zeg". Ik heb Van Dijk dus het e.e.a. uitgelegd; gezegd dat ik mijzelf niets te verwijten had en iets heel normaal en redelijks verlangde waarop Jolanda evenvoudig weg niet normaal en redelijk wilde reageren; en gezegd dat als ze dan wilde dat het allemaal in de openbaarheid uitgevochten zou moeten worden ik daar onmiddellijk toe bereid was.
 
Vervolgens heb ik een afspraak gemaakt met Mimer voor de volgende dag. Dat was een redelijk gesprek. Mimer is het met me eens dat Jolanda wel moreel verplicht is me te helpen, maar dat zij dat niet wil en geen morele verantwoordelijkeid wenst te zien. Hij heeft mij toegezegd (i) mij te willen helpen met verhuizen en inrichten van een woning (ii) te willen - waar we het in Juli al over gehad hebben - dat ik een lijst met verlangens opstelde dat als contract kon dienen en (iii) persoonlijk er zorg voor te willen dragen dat ik een 386 of 486 computer krijg, als investering in mijn intellectuele mogelijkheden. 
 
Vandaag heb ik met Pa Tromp gesproken per telefoon, die eindigde doordat hij de telefoon op de haak gooide, na een stelletje loze, smerige en onware beschuldigingen en leugens, en na ontkend te hebben enige verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid te hebben. Er is een bandopname van (met enig gekraak).
Dit was ook volstrekt onnodig, geheel ongemotiveerd, en onder omstandigheden - ik leefde alweer een jaar ziek bij mijn moeder op mijn 42ste en haar 72ste - wat mij betreft uitgesproken en opzettelijk sadisme. Wat een minderwaardige familie van schunnige uitvreters was de familie Tromp!

NB dat ik vrijwel niets van Jolanda wilde, terwijl ze geld genoeg verdiende. O, wat Mimer (feitelijk: Mimir) betreft: Hij was een aardige, intelligente en behoorlijke jongen, die in 1992 19 was (hij zag er wat ouder uit), en met wie ik nooit enig probleem gehad heb, en die mij altijd heel redelijk behandeld heeft, zoals ook blijkt uit het bovenstaande.

Ik deed dat hem ook, en was ondertussen ook alweer ruim een jaar geheel niet meer op Jolanda verliefd, maar was haar in 1992 ook niet kwaad gezind. En ik had toen feitelijk niet veel met haar te maken gehad, na de eerste paar maanden, en had meer met Mimir gesproken dan met haar, dat altijd vriendelijk en redelijk gebeurde, waarin ik hem ook iets verteld heb over haar schizofrenie, haar moeilijkheden, en de zeer vele problemen die ik voor haar opgelost had tussen 1986 en 1989.

Bovendien dankte ze haar studie en haar baan aan mijn inzet, en was Mimir, die goed kon programmeren, ondertussen ook aangenomen aan de UvA (waar voor mij dus al sinds 1977 "geen plaats" was).

Ik vond het dus niet vreemd dat hij me dankbaar was, waarschijnlijk mede omdat ik nooit en te nimmer enig bezwaar had tegen zijn relatie met haar, maar het is ook een feit dat ik het zeer veel slechter had kunnen treffen met de vriend van mijn ex.

10.i.93: Mijn reactie op de familie Tromp
Ik had eenvoudig teveel spierpijn en bovendien hoofdpijn, al viel dat laatste wel mee. Overigens voel ik me geestelijk niet onredelijk. Ik ben in ieder geval niet opgejaagd of zenuwachtig, en ook niet bijzonder boos. Ik walg alleen.
 
Er zijn ook nog bandopnames van conversaties met Govert (onbeschoft - wat verwacht je van een drugshandelaar) en met Jolanda, ook al onbeschaamd liegend.
Het waren uiteindelijk laffe, dommige en bijzonder egoistische uitvreters. Govert had toen zojuist 5000 gulden van z'n Pa gehad - en was in cocaine gaan handelen. Dat sóórt mensen waren het dus.
19.i.93: Aanbod van een nieuwe woning
Landsmeer : Nu, eindelijk weer wat voortgang. Ik heb een aanbieding voor een woning op de X-straat. Het is 1 hoog; ik heb 't vanmiddag bezichtigd; en het is veel beter dan wat ik heb: Groter, mooier, beter gelegen, rustiger, geen inkijk,  en 15 gulden goedkoper. Ik heb het dus geaccepteerd, en zou vrijdag contracten kunnen tekenen.
NB dat ik toen feitelijk alweer 9 of 10 maanden voornamelijk in mijn moeder's huis had geslapen, omdat ik in de St Anthoniesbreestraat niet kón slapen van een raadselachtig gebrom (dat er zeer waarschijnlijk ook was: geen verbeelding).

Bovendien dank ik dit aan mijn huisarts; aan haar diagnose dat ik "M.E./F.M." had; en aan het feit dat het nog vóór 1995 was, toen de bijstand veranderde, en ik plotseling geacht werd niet ziek te zijn.

Hoe het zij, ik kan me nog heugen dat ik naar de X-straat liep en bedacht dat ik zeer verheugd was dat ik - immers een tegenstander van Van Thijn - récht had op een dergelijke woning, die inderdaad ook alles is gebleken te zijn wat ik in Januari 1993 dacht: Ik was bijna 43, en had voor het eerst sinds de Tuinstraat een behoorlijke woning (die ik dus niet kreeg van mijn 20ste tot mijn 40ste, afgezien van de Tuinstraat die veel te duur was voor mij).
23.1.93: Ik ben veel rustiger
Ik blijf wel voortdurend moe, maar overigens valt me op hoeveel rustiger ik ben dan een jaar geleden. Ik wind me eenvoudig niet op, overigens zonder daar iets voor te doen. Ik heb wel weer alle telefoon-gesprekken op de band gezet, maar dat is vooral ter documentatie, en om later gemeente-ambtenaren te kunnen pakken. 
 
Hoe het zij, het "niet" in de vorige zin correspondeert met de werkelijkheid - er is eenvoudig afwezigheid van opwinding. De eenvoudigste verklaring is dat ik in ieder geval zo'n maand of 9 enigszins redelijk heb kunnen slapen (want al heb ik het afgelopen jaar ook niet goed geslapen, ik heb tenminste af en toe redelijk geslapen, en als ik wakker lag was het gewoonlijk niet van hordes brallende zuiplappen) en dat althans mijn woonsituatie niet zo krankzinnig en hopeloos was als aan de Elandgracht.
 
Het is ook zo dat het opgewonden zijn (in de bedoelde zin) overeenkomt met mijn theorie dat er een circuit opgezet wordt dat (i) heel makkelijk gestimuleerd wordt en dat (ii) eenmaal bestaand zichzelf in stand houdt, kennelijk vooral door zichzelf te stimuleren.
De onderliggende twee redenen voor aanmerkelijk meer rust en minder zenuwachtigheid en gespannenheid waren ongetwijfeld dat ik enigszins redelijk kon slapen 9 maanden lang, in Landsmeer (niet goed, vanwege de pijn, maar wel een heel stuk beter dan op de Elandsgracht), en dat ik van de Elandsgracht af was, dat bijzonder gruwelijk was geweest in 1990 en 1991.
29.1.93: Huurcontracten getekend
Hier sinds 16.00 en de rest van de week in Amsterdam geslapen. Ondertussen weer het e.e.a. bereikt:
 
- Woensdag contracten getekend
- Donderdag sleutels gehaald en GEB geregeld voor volgende week Woensdag
- Vrijdag Mimer langs gehad, die zal zorgen voor vloerbedekking
 
Ondertussen ook nog langs GSD; weer naar sociale raadslieden etc. maar dat leverde tot nu toe niets op dan dat ik weer langs de kredietbank zou moeten.
 
Ik ben nu wel doodmoe, want ik heb de hele week veel gelopen. Maar het nieuwe huis is zeer vele keren beter dan de grafkamer die ik verlaat: Groter, beter geoutilleerd, rustiger, etc. etc. en dit is dan eindelijk een woning waarin ik mag verwachten redelijk te kunnen leven, slapen en werken.
 
En het blijft de hele tijd gaan zoals het hoort, want ik wind me niet op (niet vooraf, niet achteraf en niet gedurende) en heb voortdurend succes.
Ik schreef dit in Landsmeer. En de woning die ik kreeg is inderdaad gebleken te zijn wat ik hierboven schreef. Ik kon er redelijk slapen, leven en schrijven, maar het is ook zo dat mijn gezondheid op de Elandsgracht kennelijk voorgoed vernietigd is, want ik werd niet veel beter, de komende 20 jaar en had voortdurend pijn, en was altijd moe.
1.ii.93: Inschrijving aan de UvA
Vanmiddag ook nog dekaan Marjan Donkers gebeld, die mij naar Bureau Inschrijving verwees, die doodleuk zeiden dat ik ingeschreven zou zijn als ik nog fl. 150,-- betaalde. Met die boodschap langs Peter Molenaar, die mij zei te verwachten dat ik dit studiejaar m'n doctoraal kon halen.
 
Nu, dat is dus ook in eerste instantie in orde. Als ik nu ook nog verhuissubsidie krijg heb ik over 1992 toch 100% gescoord van wat ik wilde bereiken, en dat is heel wat, zeker gezien mijn slechte gezondheid.
 
Het ziet er nu naar uit dat het uiteindelijk toch nog allemaal in orde komt, althans wat betreft mogelijkheden tot schrijven, slapen, en studeren, en ook wat betreft een graad.
Dit was nodig omdat ik sinds 1989 niet meer ingeschreven had gestaan vanwege teveel pijn en te weinig energie. En het doctoraal - dat ik in Augustus kreeg: zie hieronder - dank ik aan Peter Molenaar's goede zorgen en nauwelijks aan mijzelf, behalve dat ik daarvóór, tussen 1980 en 1988, waarin ik ook de meeste jaren niet gestudeerd had, wel feitelijk genoeg gedaan had, behalve dat het niet precies in "de regels" paste.

Het was ook zo dat ik vanaf ca. 1980 besloten had dat psychologie overwegend geen echte wetenschap is, en ik eigenlijk geheel geen zin meer had iets met psychologie te doen voor studiepunten. Gelukkig hoefde dat allemaal niet van Peter Molenaar, en ben ik uiteindelijk afgestudeerd op wiskunde, natuurkunde, logica en programmeren.

8.ii.93: Mijn beroerde fysieke toestand
Ik ben dood- en doodmoe, ondanks het feit dat ik minstens 12 uur p.d. in bed lig, en heb voortdurend spierpijn. Aan de andere kant voel ik mij geestelijk aanzienlijk beter dan een jaar geleden. Fysiek is er niet veel verbetering: Ik kan bijv. 2x p.d. heen- en weer fietsen van de StA-straat naar de X-straat met een waszak vol spul achterop, maar dan heb ik mijn tax wel ongeveer bereikt en het resultaat is spierpijn en stijve spieren.
Eén reden dat ik erg moe was is dat ik redelijk veel gedaan had sinds ik de woning aangeboden had gekregen in Januari. Maar overigens was het M.E., zeer versterkt door vier jaar te weinig slaap. (Tegenwoordig - op mijn 66ste - kan ik iets meer dan in 1993, en vooral sinds 2013, maar niet veel meer, en het is ook zo dat ik overdag niet meer naar bed hoef (wat ik tussen 1993 en 2005 wel moest, vaak meerdere keren), en ik ook geen spierpijn meer heb overdag, wat ik wel had tussen 1993 en 2013, maar wel 's avonds in bed in mijn benen, hoewel niet meer in mijn armen (sinds 2013).)
13.ii.93: Slapen in de X-straat
Ik heb de hele week in de X-straat geslapen, afgezien van van Maandag op Dinsdag, en het bevalt goed. Er is wel incidenteel enig gerumoer van de TV van de buren, maar dat was niet vaak en niet echt luid, en het was het enige.  
 
Maar verder geen junken, geen voorbijgangers, geen hysterisch blaffende hond van de buren, geen TV tot 2 uur van de buren, geen duisternis overdag, geen verkrampte ruimte, geen voor hoer zitten als je de gordijnen open doet, geen straatlawaai, geen cafe-lawaai, geen terras-gebral, geen inpandige drugshandelaars, geen voortdurend vergassings-gevaar, geen voortdurend verbrandings-gevaar, en geen voortdurende verbouwingen. En dat is allemaal bijzonder prettig, en registreer ik ook als zodanig.
Inderdaad - en merk op dat ik jaren lang, van 1988 t/m 1992 (vijf jaar) alle of de meeste feiten uit de bovengenoemde lijst wel had: Nederlandse beschaving, voor de armen en de zieken. (Ik zat voor hoer op de St. Anthoniesbreestraat omdat ik op de begane grond woonde, iedereen kon inkijken, en er zeer vaak junken voor de ramen stonden, die in bolletjes bruin deden).
22.ii.93: Verhuizing verricht
AMSTERDAM : Ik heb de computer net geinstalleerd in de X-straat en zit dit nu in te tiepen. Ik ben, denk ik, te moe om lange verhalen op te hangen. De samenvatting zover is:
 
- Mimer, Jolanda en ik hebben afgelopen zaterdag en zondag verhuisd met een busje (met een verhoogd dak). Het vergde in totaal 4x rijen, inclusief Landsmeer, en het ging betrekkelijk makkelijk, al had ik zondag teveel spierpijn om ook maar iets dat kracht vergde te doen. Ik heb ook zowel Za als Zo 2 1/2e MegaB, 3 extra B6, en ca. 5 gr C gebruikt, en schrijf daar aan toe dat ik zaterdag behoorlijk veel kon tillen en sjouwen. Zondag was de koek op wat betreft de spierpijn en energie, maar overigens viel het erg mee: Mijn lichamelijke konditie is dus in ieder geval aanzienlijk beter dan verleden jaar met de verhuizing.
Dit was trouwens een ervaring die ik met alle zware karweien die ik sinds mijn ziekte deed (voornamelijk maar niet alleen verhuizingen): Als ik erg zorgvuldig was en véél vitamines gebruikte kon ik de eerste dagen redelijk wat, maar daarna tendeerde het vrij snel naar 0 (en meer pijn).

In 1992 was ik ook verhuisd, en hoewel dat minder werk was, was ik er behoorlijk kapot van, zodat ik aanneem dat ik gelijk heb dat mijn lichamelijke konditie vooruit was gegaan, al bleef het pijnlijk.
24.ii.93: Ik krijg wéér geen verhuissubsidie van de gemeentelijke buro-fascisten
De gemeente heeft opnieuw verhuissubsidie geweigerd, nu met het - uiteraard opzettelijk sadistische - argument dat, hoewel bureaufascist Vos ongelijk had ik geen recht heb op een verhuissubsidie omdat ... de woning die ik kreeg niet geschikt was. Ik moet voor 16 maart in beroep gaan, en zal dat ook doen als ik enigermate de gezondheid heb, was het alleen om precies te zeggen wat ik vind van deze gelijkwaardigen van fascisten. Wat een afzichtelijk tuig! Wat een beestmensen!
Maar ik had geen gezondheid. Hoe het zij: ik heb verhuissubsidie gevraagd voor 1980, en niet gekregen ondanks dat ik ziek was en 2/3e van de bijstand aan inkomen had; idem in 1992; en dus weer idem in 1993. Terzelfdertijd werden illegale drugshandelaars door Van Thijn in de watten gelegd (ik weet niet tegen welke vergoeding).
16.iii.93: Over Vrij Nederland
Er was geen Byte maar wel een VN met een intervieuw met Hermans. Die heb ik dus maar eens gekocht - ik denk voor het eerst in minstens 10 jaar, afgezien van een met een interview met Van Thijn, en voor de tweede keer in minstens 20 jaar. Het blijkt allemaal niets veranderd te zijn in 25 jaar - zelfde columnisten, zelfde opmaak zij het een ander formaat, zelfde tekenaars, zelfde onderwerpen, zelfde stijl d.w.z. vrijwel totaal onbegrijpelijke kromme kretologie als het over kunst of literatuur gaat, en een dor burokraten-Nederlands met een gelijkhebberig toontje en een gemaakte en valse domme grappigheid en geliktheid bij andere onderwerpen. De saus en het bindmiddel zijn een combinatie van snobisme en nivellering - het snobisme van een would-be intellectuele élite, en de nivellering tot het niveau van de grootste gemene deler van de vooroordelen en pretenties van de beschavingsloze aanstellers die de Nederlandse would-be intellectuele élite nu eenmaal is. 
 
Er staat dus werkelijk niets interessants of goed geschrevens in, maar alles pretendeert interessantheid en stijl. Het is ook op allerlei manieren vreemd houterig, beperkt, angstig en grauw, alsof schrijvers en lezers zich Serieus Verdiepen in Grote Themaas, terwijl dat toch duidelijk allemaal een vreemdsoortig soort doen-alsof is. (Dit is anders in Engeland, bijv. The Listener. Het is daar evenzeer pretentie, maar er is aanzienlijk meer kennis en een veel betere stijl. Bovendien heb je het gevoel dat althans een deel van de schrijvers werkelijk geinteresseerd is in hun onderwerp en er werkelijk wat van weten en over te zeggen hebben, en dat gevoel heb ik NOOIT als ik een Nederlands tijdschrift voor de intellectuele elite lees: Dat leest altijd alsof de schrijver doet alsof, het eigenlijk niet kan, overigens niet werkelijk geinteresseerd is in z'n onderwerp en alleen schrijft vanwege het geld.)
 
Wat ook opvalt is dat de argumentatie gewoonlijk zo verloopt: X behoort tot of heeft meningen die behoren tot groep Y; groep Y deugt niet of wel; ergo X deugt niet of wel. De gronden die aangedragen worden zijn altijd een kwestie van status, en de status is die van - de veronderstelde doelen, waarden en gedragingen van - een collectief. Soms loopt het argument omgekeerd: X behoort tot groep Y; X deugt niet of wel; ergo Y deugt niet of wel, maar dit is gewoonlijk een ondergeschikt argument in het voorgaande patroon. Het argument is in beide richtingen natuurlijk ongeldig en totalitair, en bovendien wordt het deugen nooit beargumenteerd maar is altijd een kwestie van Ons (=goed) of Hun (=slecht) soort.
Ik heb het overgenomen omdat ik me feitelijk altijd aan VN geërgerd heb, overwegend vanwege de bovenstaande redenen. Het is echter ook zo dat ik behoorlijk veel VNs zag in de zestiger jaren, maar slechts een paar daarna. (Ik vermoed dat VN heel weinig veranderd is tussen 1967 en 1997.)
16.iii.93: Beroepsmogelijkheid tegen de gemeente laten lopen
Overigens: Ik heb dus de beroeps-mogelijkheid tegen de gemeente laten lopen evenals het procederen met Kersting. Ik ben voor allebei te moe en te cynisch, als dat het juiste woord is. De voornaamste redenen om er niets aan te doen zijn: Ik voel me beroerd sinds de verhuizing, en niet veel beter daarvoor; zelfs als ik zou willen ontbreekt me de energie; het geloof dat ik er iets mee bereik of iemand overtuig heb ik niet; dit vooral omdat als ik zeg wat ik werkelijk denk - mensen zijn in meerderheid maar niet uitsluitend yahoos; alle menselijke problemen gaan terug op onvermogen en onwil tot goed nadenken; degenen die verantwoordelijk zijn voor mijn ellende verschillen menselijkerwijs niet van de grootste schoften die er geweest zijn, en worden gedreven door dezelfde motieven: hebzucht, stompzinnigheid, en machtswellust; gebruiken dezelfde methodes: leugens, misleiding en geweld; hebben dezelfde talenten: geen intellectueel talent; geen moreel talent; en geen kunstzinnig talent, gepaard aan gebrek aan beschaving, kennis en goede wil - dit alleen maar ellende oplevert, en geen schadevergoeding; en ik heb veelteveel anderen dingen te doen die ik belangrijker of interessanter vind. Het voornaamste punt is dat ik werkelijk meen met yahoos van doen te hebben in een maatschappij van yahoos, en het ondoenlijk en onproductief is een yahoo te overtuigen dat ie een yahoo is. Er is iets fundamenteels mis met de grote meerderheid van de mensen, want ze zijn slecht en dom, en hebben niet de vermogens daar op eigen kracht iets aan te veranderen.
 
Het is trouwens tot nu toe overwegend wel zo dat ik hier tamelijk normaal kan slapen, afgezien van de pijn. Ik word niet wakker geschreeuwd of gemuziekt, en ik blijf de ruimte die ik heb - de mogelijkheid in m'n huis te lopen en twee echt verschillende en gescheiden kamers en een zelfstandige keuken van redelijk formaat te hebben - heel prettig vinden.
Zie 24.ii.93. Ik denk trouwens dat ik hier verstandig aan deed, omdat er vrijwel zeker toch niets te halen was van de Gemeente Amsterdam voor een man als ik en al helemaal niet in 1993.
26.iii.93: De woning is in beginsel in orde
Eindelijk! Er ligt tapijt op de vloer en zeil in de keuken, en ik heb dus eindelijk, na 4 1/2 jaar, een situatie bereikt waarin ik althans de mogelijkheid heb een dragelijk leven te leiden.
 
Van woensdag op donderdag heb ik in het geheel niet geslapen vanwege pijn. 's Ochtends heb ik de keuken gedweild, na woensdag de kamers gedweild te hebben toen ze leeg of gedeeltelijk leeg waren, en vervolgens dood- en doodmoe zitten wachten op de tapijtleggers, die tussen 11 en 2 zouden arriveren. Het duurde tot 1/2 3, maar het bleek om 4 uur klaar. 
 
Daarna heb ik geslapen van ca. 18 tot 4 en van ca. 7 tot 13, dus ca. 16 uur in totaal. Ik heb nog steeds spierpijn en ben nog steeds moe, maar het is gelukt. 
Dit was dus eindelijk gelukt, in twee maanden, en met hulp, die overigens vooral van Mimir kwam. Jolanda was mij zeer slecht gestemd, en weigerde aanvankelijk om tapijt te kopen, maar deed dat uiteindelijk, voor tussen de 700 en 900 gulden.

Wel, uiteindelijk was dit wat mijn inzet voor haar sinds 1986 haar waard was: Tussen de 700 en 900 gulden. (zegge: 364 euroos). Wat een mismaakt mens was dit!

NB: Ze had geld genoeg, want ze was vrijwel 31, met een goede baan aan de UvA, waar ze zelfs nooit binnen was geweest zonder mijn hulp, en Mimir had ook een baan aan de UvA, en ik wilde werkelijk niet veel van haar, want ik had haar ondertussen redelijk door, sinds ik niet meer verliefd op haar was, en wat ik zag beviel me geheel niet.

Ze heeft me sindsdien dan ook bijzonder zwaar tegen gestaan, om de eenvoudige reden dat ik weet dat ze een slecht mens is, als haar ouders. Dat is gedeeltelijk haar schuld niet (haar ouders waren echt gek en extreem onredelijk, vrijwel zeker ook gedurende een groot deel van haar jeugd), maar de behandeling die ik van haar kreeg zodra ze me enigermate redelijk kon laten vallen was bijzonder minderwaardig, geheel opzettelijk en geheel onnodig, want ik wilde werkelijk niet veel van haar.

Het is trouwens ook een feit dat ik haar sinds eind Maart 1993 nog hooguit twee keer gezien heb, wat me geheel niet speet, omdat ik blij was van haar af te zijn, en eindelijk mijn eigen leven kon leiden, zo goed en kwaad als dat ging met voortdurende ziekte.

Tenslotte - voordat ik nogal radikaal van onderwerp verander - is er dit over mijn gezondheid:
31.iii.93: Mijn gezondheid is slecht
Het probleem blijft dat ik eenvoudig niet in slaap val van de pijn. Ik heb gisteren niets anders gedaan dan boodschappen, notities intiepen, en lezen, en ik ben doodmoe in bed gaan liggen rond 23, maar lig dan zeven uur wakker of half-wakker tot ik in slaap val, kennelijk omdat mijn moeheid dan zo extreem is dat het de pijn overwint. Het is de afgelopen maand ook voortdurend van de blauwe plekken soort - maar dan overal in m'n armen en benen. Als het nog een tijdje zo doorgaat moet ik aan de pijnstillers beginnen, want zo is het ook een vicieuze cirkel: Zou ik meer en beter slapen dan zou ik minder pijn hebben, maar ik slaap niet meer en beter omdat ik teveel pijn heb om normaal in slaap te vallen of langdurig te slapen.
Dit kwam - denk ik - vooral door de 2 maanden die ik aan de verhuizing gewerkt had, al was de pijn ongeveer even erg als in 1991. En dit - teveel pijn om redelijk te slapen, te weinig slaap om minder pijn te krijgen - heeft mij nog lang geplaagd, namelijk tot  2010, in ieder geval, hoewel wel minder erg dan in 1993, en vanaf 1994 geholpen door slaapmiddelen, die vooral in het begin een groot en positief verschil maakten, omdat ik pas sinds ik slaapmiddelen heb er redelijk zeker van ben dat ik tussen 23.00 en 07.00 kan slapen, dat van 1979 tot 1994 geheel niet zo was: ik moest maar zien wanneer ik eindelijk insliep en hoe lang dat duurde. Dat is redelijk verbeterd sinds 1994, maar overigens bleef mijn gezondheid tot 2006, in ieder geval, met een korte opluchting in 2000, slecht en pijnlijk, al varieerde het ook en werd het in April wat beter.

En ik dank alle ellende vooral aan burgemeester Van Thijn en zijn door hem tegen alle klippen op beschermde illegale drugshandelaars. Hoeveel zou Van Thijn ervoor gekregen hebben? (De illegale drugshandelaars hebben sinds 1988, volgens het Van Traa-rapport (en zie Noot 60) circa 50 miljard gulden, zegge 20 miljard euros per jaar omgezet in alle soorten illegale drugs. Over 28 jaar (sinds 1988) is dat 28*20 miljard = 560 miljard euroos. U denkt werkelijk dat de Nederpolitiek geheel niet aan zichzelf heeft gedacht toen ze in 1988 besloten tot "een achterdeur-beleid" waarmee zelfs niet duideijk werd hoeveel er verkocht werd en wat de kwaliteit van de drugs was?! Bij circa 560 miljard euroos aan illegale en onbelaste omzet sinds 1988?!)

Over Elise


En nu Elise. Wie was Elise? Ze was een meisje van begin 20 dat in een coffeeshop werkte waar ik op zaterdag 24 april 1993 mee aan de praat kwam en waar ik vrijwel onmiddellijk straalverliefd op was geworden.

Dit is wat ik over haar schreef en haar gaf begin Mei 1993 - en dit was de voor mij letterlijk ervaren "waarheid" over haar:
For Elise

My love, you are to me an epiphany
A vision, focus and center of my reality
In you all that is seems expressed and reflected
And through you all seems heavenly blessed and perfected.

All that is flows through Thee
And seeing Thee I see and feel me
While all that is and may be
Is centered and focused in Thee:

Thou art to me a true epiphany.

Hoe kwam dit? Ik kan verliefd worden uiteindelijk niet goed verklaren, maar ik kan het redelijk omschrijven.

In de eerste plaats: Dit was voor mij de zesde keer - de vorigen waren: Edith, 1967; Anky, 1977; Pamela, 1983; Judith, 1984 en Jolanda, 1986 - dat ik op 't eerste gezicht verliefd werd, en ik wist van eerdere ervaringen dat 't niet maatgevend is voor de rest van de (eventuele) relatie, en dat het vooral aan mij ontsproot, maar ook dat ik, indien zwaarverliefd, niet mijn gewoonlijk rationele en redelijk zelf was wat de beminde betrof.

Vervolgens: Een voor mij serieus bijkomend probleem was dat de voorgaande vijf jaren voor mij erg zwaar waren geweest; dat ik pas zeer kort een dragelijke woning had; en dat ik ziek was en gewoonlijk de gehele dag pijn in armen en benen had, al zag ik er niet ziek uit, en trouwens ook geheel niet alsof ik 43 was: Mij werd - ik heb het heel wat keren gevraagd, en heb iemand van verbazing van haar barkruk zien vallen toen ik zei hoe oud ik was - tussen de 23 en 28 gegegeven, en niet ouder.

De samenvatting: Het is vooral om deze achterliggende redenen dat mijn verliefderigheid - af en aan - tot eind 1994 duurde, maar dat er feitelijk vrijwel niets gebeurde, mede omdat zij ook vreemd op mij reageerde. (Ik vermoed dat ze net als ik verliefd werd, maar minder dan ik, en dat dit snel over was toen ze zich realiseerde dat ik zo'n 20 jaar ouder was, en bovendien ziek - en nee, ik maak haar geen enkel verwijt.)

Wat ik zal geven: Ik heb wel uitgebreide teksten over deze vreemde "verhouding" (2.5 MB html), maar ik zal deze geheel niet citeren, op precies één dag na, van vier dagen nadat het begon:

29 april 1993: Over het op 't eerste gezicht verliefd worden
12.05 : Ik zal proberen het - nee, niet uit te leggen maar enigszins te beschrijven. Toen ik gisteren ophield met schrijven omdat het me eenvoudig niet lukte te schrijven, heb ik eerst iets als een uur voornamelijk gehuild van ontsteltenis, vreugde, verbazing, en daarna ca. 2 uur wakker gelegen met alleen haar beeld voor ogen en haar naam op m'n lippen. Daarna ben ik in slaap gevallen, wakker geworden om 7 uur met Elise op mijn lippen en voor mijn ogen, weer in slaap gevallen na ca. een half uur, en wakker geworden om 11.15, weer met Elise, Elise, Elise, Elise.

Maar ik ben nu rustiger en beschouwelijker dan gisteren. Het is vooral een gevoel gecombineerd met gedachten over haar en beelden van haar dat heel moeilijk adekwaat te beschrijven is.

Het enige juiste woord voor het soort ervaring van gisterenavond, tussen 21.15 en zeg 0.15 is extase, en het gevoel dat er mee gepaard gaat is een zeer intens geluksgevoel, en een gevoel van groot welbevinden, dat schijnbaar als een fysiek veld om me heen hangt en me draagt als een wolk.

En ik zie haar beeld, vooral haar gezicht, voortdurend voor me terwijl een combinatie van intense verbazing, ontsteltenis, geluksgevoel en gefascineerdheid door mij zindert.

Het is niet stormachtig, zoals met woede of orgasmes, maar daarom niet minder intens. Terwijl het gebeurt ben ik me bewust dat ik geen goede cognitieve reden heb voor mijn gevoelens, wat ik ook accepteer, en wat ook een deel van de emotie is - hoe kan ze me zo ongelovelijk bewegen?; hoe kan ze zo ongelovelijk schitterend mooi zijn?; hoe is het mogelijk dat zo iemand bestaat? - maar het tekort aan goede cognitieve gronden is overigens even wezenlijk als het idem voor het bestaan van de werkelijkheid: Zo is ze me nu gegeven, onontkoombaar, intens en ongelovelijk prachtig.
Ik zal dit - alles is van één dag - herhaaldelijk onderbreken, in een poging tot enige verduidelijking (nu 23 jaar later). De hierboven gegeven essentiële punten zijn: Liefde op 't eerste gezicht (indien hevig, zoals bij mij) is een vorm van extase die draait op een intens geluksgevoel en een gevoel van groot welbevinden, allebei vooral veroorzaakt (in heterofiele mannen) door een vrouwelijk gezicht + gestalte, en geheel zonder enige aanleiding of kennis, anders dan van haar uiterlijk.

En het heeft geen zin het te proberen uit te leggen omdat er feitelijk veel te weinig bekend is over psychologie om dat enigszins adekwaat te kunnen. Maar het kan beschreven worden, en dat is wat ik hier doe. (En nee, niet iedereen heeft deze ervaringen.)

Hier is meer:

Maar laat ik beschrijven wat er gebeurde en wat de aanleiding was, want het lag zeker niet alleen aan mij, en wat ze deed moet voor een groot deel overwegend opzet geweest zijn.

Ik kwam dus binnen terwijl ze achter de bar stond met mijn zonneglazen voor, wat mijn blik plotseling behoorlijk verduisterde. Ik deed ze af en liep meteen door om wat wiet te kopen. Zij stond kennelijk iets af te wassen, maar ik lette niet erg op haar, vooral door verlegenheid, omdat ik niet wist hoe ik haar moest groeten.


Toen ik wat gekocht had ging ik aan de bar zitten, met de krant. Ze groette me heel vriendelijk, met een brede glimlach en lichtende ogen, die van zichzelf al lichtgrijs zijn. Ik bestelde een koffie, en we raakten onmiddellijk aan de praat: Ze had mijn stukken grotendeels gelezen; wilde ze opnieuw lezen; vond ze boeiend en interessant; en er stonden een boel dingen in die ze zelf al eens gedacht had.
Ik had haar namelijk diverse van mijn stukken gegeven, waaronder "Multatuli en de Filosofie", en sommige van de Spiegeloogstukken. Ik wist dat ze heel goed zijn, maar ik wist ook dat veel mensen dat moeilijk of niet goed zagen, en was dus behoorlijk positief verbaasd, hoewel ze zo reageerde als ik gehoopt had.
Ik kan me haar woorden niet goed herinneren, gedeeltelijk omdat ik nerveus was, gedeeltelijk omdat wat ze zei mij zeer verheugde, en gedeeltelijk omdat terwijl ik naar haar kijk ik gedeeltelijk opgetild word in een wolk van emoties. Als ik die verwoord dan is het weer "O, wat is ze prachtig! O, hoe schitterend en verbazend! O, what an amazing and tremendous mystery she is! O, how incredibly beautiful, strange and familiar she is!" maar voor een goed deel terwijl ik daar sta of zit en praat heb ik die woorden niet maar het gevoel in een wolk op te gaan wel.

Overigens praat ik zelf heel redelijk en vriendelijk, en is de emotionele wolk sterker als ik naar haar kijk of luister. Bovendien: Een deel van het opwindende, schitterende en ongelovelijke mysterie dat zij voor mij is ligt in mijn intense sympathie - ik heb een gevoel alsof alles wat zij doet en zegt vanzelfsprekend is, alsof zij mij is, alsof mijn en haar persoonlijkheid vooral door onze bewegingen, houdingen, gebaren en uitdrukkingen in elkaar overvloeien.
Wat hier vooral geldt zijn de wolk van emoties en gedachtes, die lang niet allemaal verbaal zijn, en niet adekwaat verwoordbaar zijn, plus mijn intense sympathie voor haar, die onmiddellijk bijzonder sterk was, en in feite zó sterk was dat ik zowel wel als niet mijn gevoel van identiteit verloor: 't Was regelmatig alsof ik me bevond waar zij stond of zat, in mijn gevoel, al wist ik tegelijk dat dit volmaakte onzin was.
Maar wij praten, en ik praat, hoewel intern tamelijk daas en geschokt, goed en vriendelijk over literatuur en computers. Zij werkt tegelijk. Het is niet druk, maar af en toe moet ze iets doen, en ik zit en kijk naar haar. Achteraf realiseer ik me dat ze dat moet zien, al doe ik het niet voortdurend, zoals ik me ook achteraf realiseer dat we elkaar terwijl we praten vaak in de ogen kijken. (Dit was de eerste keer ook zo, na enige tijd.)

Tot zover is alles mogelijk heel normaal. Weer achteraf (want ik heb niet de intellectuele kalmte dit gedurende te beredeneren) realiseer ik me dat haar reactie heel bijzonder is, want ze had me nu af kunnen houden door de stukken terug te geven, geen of weinig belangstelling te hebben of veinzen etc., maar dat realiseer ik me op het moment niet.

Alles schijnt dus normaal - er zijn weinig mensen, het is mooi weer, boy talks with girl and anything may happen though nothing does.
Jawel, zo was het - en ik kan me dit gebeuren nog steeds zeer goed voor ogen halen, al is het meer dan 23 jaar geleden. Maar tot dit moment was het zoals ik zojuist zei: Twee pratende mensen, waartussen van alles mogelijk is maar waar feitelijk vrijwel niets gebeurd (als vrijwel altijd).
Maar dan blijkt dit te gebeuren - en het is, hoe ook beschouwd en gemotiveerd, zeer verbazend:

Ze had vlak na mijn binnenkomst Kate Bush "The man with the child in his eyes" opgezet, wat ze al eerder gedraaid had als ik in de buurt was. Ik ga na een tijdje niet meer aan de bar zitten maar aan een tafeltje, vooral omdat ik de krant probeer te lezen terwijl zij werkt, het te donker aan de bar is, en ik haar niet wil opjagen of nerveus maken. Ik zit met mijn gezicht naar de straat, en gedeeltelijk buiten haar gezicht.

Tot op dat moment hebben we beiden kennelijk zeer welgemoed en vrolijk, onderbroken door karweitjes voor haar, met elkaar gepraat. Weer achteraf geredeneerd kan het voor haar lijken alsof ik mij terugtrek.
Inderdaad, al realiseerde ik me dat niet.
Wat gebeurt is dit: Zij blijft Kate Bush draaien, hetzelfde nummer opnieuw en opnieuw:
I hear him, before I go to sleep and focus on the day that's been;
(...)
And suddenly I find myself listening to a man I never saw before,
And am about to see all his love from eternity,
O, he is here again
The man with the child in his eyes
O, he is here again
The man with the child in his eyes
He is very understanding
He is so aware of all my situations
When I stay up late he's always there
But I feel him hesitate
O, I am so worried about my love
They say no, no it won't last forever
And here I am again, my girl,
Wondering what on earth I am doing here
Maybe he doesn't love me and took a trip on my love for him
O, he is here again
The man with the child in his eyes
......
- alles voorzover ik het terug kan horen van een oud en ruizig Caroline bandje - en ik zit buiten haar gezichtsveld. En dan dit:
Ze heeft dat toen in ieder geval vier keer gedraaid. Ik was de enige aanwezige op wie het kon slaan. En dan:
Ze loopt naar voren, mijn gezichtsveld binnen, ruimt wat op, zingt zachtjes mee met Kate Bush, alles terwijl ik haar ogen voortdurend kan zien maar zij mij voortdurend niet aankijkt, alsof ze enigszins dromend is, wat zeker voor mij geldt, loopt weer weg, en komt weer terug met een broodje. Afgezien van mijzelf, de dealer en nog 2 mensen die zij kent die aan de bar zitten is er niemand anders aanwezig.

Ze heeft een lichtgroen bloesje aan, dat nauw sluit en haar prachtige kleine borsten accentueert, en een zwarte driekwart lange slobberbroek, die haar heupen enigszins versluiert. Voor de toegang staat een barkruk, direct in mijn gezichtslijn.

Ze loopt er met haar broodje naar toe, kennelijk intens vergenoegd, terwijl ik haar van achteren zie, haar kaarsrechte rug, lange hals, en gedeeltelijk zichtbare licht deinende heupen.

Dan, voor de barkruk, een hele lichte aarzeling, alsof ze heel even nadenkt, heel even verlegen is, en dan spreiden haar benen zich, zodat de barkruk ertussen kan, en haar heupen glijden er langzaam, langzaam overheen, de barkruk tussen haar benen. Haar schouders bewegen heel licht naar rechts, en dan, terwijl ze doorglijdt, bolt haar linker bil op, en worden haar heupen plotseling zeer expressief en zeer sensueel geaccentueerd, totdat ze, langzaam nog steeds, uitgegleden is en zit.

Ze heeft niet omgekeken, maar draait zich nu naar links, kijkt nog steeds met intens vergenoegen richting H[..]weg, met de avondzon op haar gezicht, en begint haar broodje te eten terwijl ik haar vol profiel heb.
Dat was tamelijk tot heel bijzonder, dunkt mij (nog steeds).
Ondertussen blijft Kate Bush doorgaan. Zij zit daar en ik kijk. Ik zie haar voortdurend in profiel nadat ze eenmaal zit, en zie haar linkeroog dus ook voortdurend, waarmee, bedenk ik achteraf, zij mij kan zien. En

.....
O, he is here again
The man with the child in his eyes
.....

Ik zit en staar, en terwijl ik zit en staar lijkt het alsof er zich een zinderend veld tussen mij en haar bevindt, waar wij de polen van zijn. Het lijkt niet zichtbaar en het lijkt een staalblauwe component te hebben; het lijkt niet tastbaar, maar het zindert tussen mij en haar terwijl we allebei schijnbaar doodrustig voor ons uit zitten staren, schijnbaar toevallig zodat we elkaar kunnen zien, en ik haar volledig kan zien, in al haar kalme en vergenoegde pracht en gratie.

Het is zo ongelovelijk intens en verbazend. Het enige wat ik kan doen is tamelijk daas en verdwaasd zitten, en opgaan in de sensatie.
Dit is ook geheel zoals het gebeurde. Dan:
Na een minuut of 10 gaat ze weer naar de bar. Nog steeds kijkt ze me niet direct aan, terwijl ze loopt en staat met een combinatie van gratie en verlegenheid.

Het veld verdwijnt en ik kom enigszins bij. In de krant staat een artikel over jonge meisjes die in de US achter computers gezet worden. We hadden het daar eerder over gehad, en, na mijzelf wat verfrist te hebben in het toilet, loop ik tegen 20.45 weer naar de bar, en laat het haar zien en lezen.

Ze heeft weer een verblindende glimlach, Kate Bush staat nu voor de derde of de vierde keer op, en ik ben te daas en verbaasd om haar afscheidsgroet te horen als ik haar "Daag" zeg, al denk ik later dat het "Tot gauw" is.

Dan fiets ik terug door de Leidsestraat en het Vondelpark, terwijl ik nauwelijks zie waar ik fiets, en vrijwel volledig opga in verbazing, vreugde, angst, bevangenheid.
En dat was het, op 28 april 1993. Hier is een poging tot enige analyse, van 29 april 1993:
13.40 : Op het moment kan ik het niet veel beter beschrijven dan als boven. Ik ben nu een stuk kalmer dan gisterenavond, toen ik vrijwel alleen in een zoete razernij verkeerde nadat ik was thuisgekomen en niet verder kon schrijven, en ik kan nu evenmin als gisteren geloven dat het allemaal toeval was.

Het is nog steeds mogelijk dat ze me alleen maar aardig en interessant vindt maar als dat zo is dan is wat er gebeurde heel vreemd:

It was all so typically a woman displaying herself, showing her beauty and sexuality, and combined with her general reaction, her continuously playing the same number of Kate Bush while I am present, and her obvious and evident liking of me, smiling to me, and gazing in my eyes as she talks to me, that something is definitely happening between us or has happened already.
Ik denk dat dit geheel klopt(e).
En nog wat. Er is een hele mix van emoties in mij over haar, maar het meest prominent en belangrijk is mijn gevoel haar aan te voelen. Wat ze doet, hoe ze staat, zit, beweegt, lacht heeft tegelijk iets buitengewoon moois, intens vertederends, fundamenteel juists, en vanzelfsprekend herkenbaars.

Dit is vooral een gevoel dat het meest weg heeft van tederheid, fascinatie en herkenning - opnieuw, alsof zij mij is, alsof we delen van een geheel zijn. Ze voelt, oogt, doet voor me alsof ze tegelijk mijn vrouw, zuster, dochter en mijzelf is, en dat is heel vreemd en heel intens.

Er zit een duidelijke sexuele component is, maar, als ik het in proporties moet uitdrukken, dan is dat hooguit 10%, en bovendien secundair: Ik zie haar voortdurend voor me, niet in sexuele poses (tenzij ik daar moeite voor doe), maar in lieflijke, tedere, vriendelijke.

Ach ja. Ik kan er niets aan doen, zij kan er niets aan doen, de kans dat het werkelijk wat wordt is heel klein zoals de kans dat het voor een groot deel projectie en verlangen is heel groot is, maar aan de feiten zoals ze mij gegeven worden kan ik niets veranderen. Laat ik nu eerst eens doorlezen wat ik geschreven heb.
Dit klopt ook, over mij, en ik moet erop wijzen dat ik het gevoel alsof zij mij is bijzonder sterk had, ondanks het feit dat ik me bewust was dat dit onzin is, en dat dit voor deze en alleen deze verhouding kenmerkend was: Ik had en heb dit verder met geheel niemand anders gehad.

Hier is meer:
14.20 : Het bovenstaande is feitelijk adekwaat, maar niet adekwaat wat betreft de stortvloed en intensiteit van mijn emoties. Er is nog iets over haar uiterlijk dat ik op moet merken:

Ze is lang, rank en slank en - hier hebben een waarschijnlijk voor mij belangrijke grond - ze heeft een gezicht dat enigszins op het mijne lijkt en iets geheel en unieks eigens heeft. De eigenheid komt van haar mond, die bijzonder is, groot en breed, en nergens echt op lijkt behalve dat ze - haar mond - iets weg heeft van Lauren Bacall. Ze gebruikt weinig of geen opmaak, maar is wel verzorgd, niet slordig.
In feite, volgens anderen en mijn broer Freek, die haar in Augustus 1993 zag, leek ze meer op mij dan enige andere vrouw die hij gezien had. Aangezien hij me goed kent en geheel niet op haar verliefd was, is dat waarschijnlijk waar.

Hier is meer over haar uiterlijk:
Haar mond geeft haar iets volstrekt unieks, en is het bijzondere en eigene in haar schoonheid ("there is no real great beauty without some slight disfigurement").

Ze beweegt zich gracieus maar niet bestudeerd of nadrukkelijk. Ze oogt altijd rustig en in zichzelf, en lacht en praat makkelijk. Haar stem is een prettige vrij normale sopraan, en ze spreekt een tamelijk zorgvuldig ABN, in een variërend tempo, maar niet zo snel als ik soms doe. Ze lijkt net als ik in staat af en toe overwegend in zichzelf te verdwijnen, en lijkt haar eigen oordeel te volgen in wat ze doet. Wie niet op haar verliefd is maar niet blind is ziet waarschijnlijk een kalme gratie met een prachtig lichaam en een geheel eigen gezicht en een rustige zelfstandigheid en vriendelijkheid.

Ze heeft kort haar, korter dan het mijne, dat ze een paar maanden geleden heeft laten knippen, want tot dan hing het over haar schouders. Het staat haar goed en accentueert haar eigen gezicht.

Haar handen zijn net als haar postuur lang en slank, en haar ogen zijn groot en lichtgrijs, met daarboven mooie wenkbrauwen die haar iets lichts verbaasds of afstandelijk geamuseerds geven. In ieder geval sinds ze werkt voor de [..] gaat ze goed maar onnadrukkelijk gekleed.
Dit is ook allemaal korrekt, en ik had haar inderdaad enkele keren eerder gezien, toen overigens zonder veel intereresse, en zonder ooit met haar gesproken te hebben.

Hier is een wat meer intellektuele analyse:

Het weer is schitterend, en ik zie veel mooie vrouwen, maar geen raakt me - ik registreer alleen het feit. NB: Elise is in het geheel geen klassieke schoonheid - ze is een geheel eigen schoonheid.

En natuurlijk ben ik intellectueel ook behoorlijk ironisch, met dit verschil met andere verliefdheden dat ik niets van haar verwacht of hoop, en dat ik een bezetenheid als ik nu heb eerder meegemaakt heb, hoewel het aldoor weer enigszins anders is.

Komt er niets van, dan blijft het verbazende en zeer aangename feit dat iemand mij zo kan raken; komt er iets van dan kan dat alleen maar goed zijn, weer omdat ik niets verlang behalve met haar praten en omgaan en zien hoe we bij elkaar passen.
Inderdaad, en dit is ook behoorlijk uniek, en hangt vooral samen met mijn slechte gezondheid en met 5 jaar voorgaande gigantische ellende. Er is ook niets uit voortgekomen behalve mijn aantekeningen erover, maar het is wel zo dat ik zowel toen als nu denk dat ik haar bijzonder trof.

Hier is wat over mijn eigen verliefdheden:
Het is wel zo, en ook dat is een relevante psychologische opmerking, dat verliefdheid inderdaad een andere bewustzijnstoestand is, en het is ook zo, althans in mijn geval, dat het nooit primair sexueel is.

Het is een andere bewustzijnstoestand omdat de proportie emotie:verstand veel groter dan normaal is. Dit is ook zo bij boosheid en droefheid, maar dat zijn overwegend onprettige emoties en dit is een overwegend prettige emotie.

Het is niet primair sexueel sinds ik 7 ben en verliefd werd op Manja Terpstra, en de fundamentele emotionele gewaarwording voor mij is altijd dezelfde: Fascinatie, tederheid, de sterke wens haar te zien en bij haar te zijn, en een fixatie op haar gezicht.

Het is ook een ingewikkelde emotie, hoe intens ook, kennelijk (mede) omdat ik op alle mogelijke manieren voor haar open sta, op een manier en zonder voorbehoud als alleen met deze emotie. (Voorbeeld: Als ik me zo voel als gisterenavond, en ze zou me vragen "Wil je me me trouwen", "Wil je een kind van me" etc. dan zou ik voorbehoudsloos en extatisch "Jaaaa" zeggen - EN tegelijk weten dat dat rationeel gesproken onzin is, EN weten dat mijn rationele overwegingen weliswaar kloppen maar eenvoudig niet bestand zijn tegen mijn gevoel. Ik denk overigens dat ik me over het trouwen zou kunnen bedenken, maar het is zeker ook zo dat ik in een dergelijke emotionele staat een kind zou willen maken, hoe irrationeel ook. Ik zei al: Veranderde bewustzijnstoestand.)
Ook weer geheel waar, en het is ook zo dat het bovenstaande iets over mijn relatie met Jolanda zegt, op wie ik ook op 't eerste gezicht verliefd werd, dat veel verklaart over wat ik voor haar deed (zonder verliefdheid zou ik niets gedaan hebben), en dat ook gecompliceerd werd door Jolanda's aanvankelijke schizofrenie.

En hier is weer meer, dat ook weer klopt:
Iets anders dat voor mij geldt is dat ik haar op alle mogelijke manieren kan visualiseren en visualiseer, zij het met een preferentie voor en aanmerkelijk grotere incidentie van hoe ik haar werkelijk gezien heb. De meeste andere beelden zijn niet sexueel maar persoonlijk, en ik stel me liever voor dat ik haar gezicht kus dan dat ik met haar naar bed ga (waarbij komt dat ik daar zowel enigszins verlegen voor ben als niet weet hoe ze er naakt uitziet). Ik stel me het meest haar gezicht voor.

En ik zit ook weer met verbazing mijn reacties gade te slaan, wat ook zo is sinds mijn 7e, met als voornaamste grond voor verbazing de exceptioneel sterke gevoelens die ik voor haar heb en het wonder dat zij op dit moment voor mij is, inclusief de kennis dat het morgen over kan zijn als er een verkeerd woord valt, als ik haar in de armen van een ander zie, etc.

En er is nog iets dat heel wezenlijk is voor mij: Het heeft iets heel kinderlijks - she is as a child to me, and I feel in some ways like a child to her.

En ook: Ze heeft tot nu toe niets verkeerds gedaan - alles is zoals het moet wezen, en alles aan haar is goed, inclusief bijv. haar naam, die ik heel mooi vind.

Ik weet trouwens niet hoe oud ze is - ergens tussen de 17 en de 27, met rond de 21 als het waarschijnlijkste. Dan ben ik 2x zo oud. Dit biedt geen realistische hoop op een realistische verhouding, maar - ook weer een zich aldoor herhalend feit - ik kan niet anders dan ik doe.
Dit klopt weer - en ik weet nog steeds niet hoe oud ze is, want ze hield erg snel op met praten tegen me, binnen een dag of 10. Maar het is een feit dat alleen al het leeftijdsverschil een heel goede reden om "geen realistische hoop op een realistische verhouding" te hebben. En ik vermoed dat ze van 1969 is (wat haar rond de 24 maakte in 1993).

Er is dit over de gelijkenis tussen haar en mij, en over hoe ze me op de 28ste April raakte:
Nog wat, terwijl ik koffie zit te drinken: Het is een feit dat niet alleen zij maar ook ik een bijzondere mond heb en dat de mijne zeer sprekend kan zijn. Het is heel goed mogelijk dat dit, naast een verdere oppervlakkige gelijkenis wat betreft haarkleur en lichaamsbouw en lengte, een rol speelt.

Want er is een ding waar ik absoluut zeker van ben, whatever the true explanation: Wat ze gisteren deed deed ze overwegend met opzet. Het kan, net als in mijn geval, op intens gevoel gebaseerd zijn, of het kan berekening of subtiliteit zijn, of een combinatie, maar een vrouw die zich zo gedraagt in de nabijheid van een man die het heel duidelijk op haar voorzien heeft nodigt de man uit.

Ze stelde zich lichamelijk ten toon voor mij, bewust, onbewust of halfbewust, en waarschijnlijk het laatste, en dat was ook een van de dingen die mij zeer aangrepen.
Ik had gelijk over haar zichzelf tentoonstellen (ook al omdat we het in eerste en tweede instantie bijzonder goed met elkaar konden vinden), maar laat dat verder voor wat het was.

Over de gelijkenis had ik gelijk, en deze was feitelijk een stuk sterker dan ikzelf zag, om de eenvoudige reden dat ik mijn gezicht veel minder vaak zie dan anderen.

Er is dit over haar collegaas, liefde en Jolanda:

Iets anders wat ik mij afvraag is in hoeverre het anderen, zoals haar collega's, opgevallen is. Ik kan me niet voorstellen dat iemand die ons gisteren bezig gezien heeft niet denkt dat er iets gaande is tussen die twee, ook al omdat ze mij daar jarenlang gezien hebben en zelden een onnodig woord hebben horen zeggen en altijd onmiddellijk hebben zien verdwijnen.

Het moet opvallen dat ik nu uren met haar gepraat heb, en dat er iets subtiels tussen ons hangt, en het ligt heel voor de hand, ook voor de allerdomsten, om volledig correct te concluderen dat ik verliefd op haar ben, en ook dat zij daar tot nu toe op z'n minst helemaal niets op tegen heeft.

Een andere vraag die mij klemt is deze. Ik meen zeker te weten - maar dit is weer een van die vooral emotionele zekerheden - dat als zij van mij houdt zoals ik van haar dit eeuwig kan voortduren.

Aan de andere kant is mij dit nooit gebeurd: Ik heb zo een jaar van Jolanda gehouden, maar dat verminderde zeer als gevolg van haar voorkeur voor blonde jongens, en ik kan me nog steeds de plaats en het uitzicht voor de geest halen in December 86 (de plaats was vlak bij het Binnengasthuis, met uitzicht op waar nu de Mensa is) waar mijn extatische liefde voor haar brak in een gevoel van diepe ellende en wanhoop.
Haar collegaas wisten het in ieder geval snel, en behandelden mij allemaal heel behoorlijk en vriendelijk, al zal geen van allen (het waren er een stuk of tien) het achterste van hun mond getoond hebben als we over haar spraken, wat niet vaak voorkwam.

En de emotionele zekerheid is volstrekte onzin, al wordt deze wel zo gegeven door je gevoelens. Wat Jolanda betreft: Ik was inderdaad in 1986 vrijwel voortdurend extatisch verliefd op een combinatie van hoe ze was en hoe ik dacht dat ze zou kunnen worden (want ze was toen nog overwegend schizo), maar het is waar dat ze een uitgesproken voorkeur had voor lichtblonde jongens, en ook een feit dat dit mijn extatische liefde voor haar brak.

Ik kan me dat moment nu niet meer heugen (het is 30 jaar geleden, en was in 1993 7 jaar geleden) en het is ook zo dat mijn liefde voor haar doorging, maar wel zonder extase. (En het Binnengasthuis is nu geheel van de UvA, zwaar verbouwd, en de Mensa lijkt verdwenen.)
Dit is ook het laatste wat ik over Elise zal schrijven. Als gezegd ging het in feite anderhalf jaar lang door, al varieerde het behoorlijk, en al werd het nooit meer zo intens als de eerste tien dagen. En er is uiteindelijk geheel niets uit gekomen, precies als met Judith.

Verder probeerde ik vooral beter te worden dan ik was in deze jaren, maar dat lukte niet, en vanaf 1994 ging het ook weer slechter, en dat bleef in feite zo, met een korte pauze in 2000, tot 2012, al varieerde het ook.


24.viii.93: Ik krijg mijn doctoraal-diploma

Er is hierover geen tekst uit 1993, omdat het journaal dat ik heb voor 1993 op 6 augustus ophoudt. (Er is meer, maar dat is op het ogenblik onleesbaar, omdat het op 3.25 schijven staat die ik niet meer kan lezen met de computer die ik heb, en waarvan ik ook het password vergeten ben. Dit is ook zo voor 1994-1998.)

Maar ik kan me dit redelijk goed herinneren, en heb er vier opmerkingen over.

In de eerste plaats dank ik dit aan (prof.dr.) Peter Molenaar, die één van de zeer weinige werkelijk intelligente mensen was die ik aan de UvA ontmoet heb, in een periode van zo'n 18 jaar bovendien. Hij gaf vooral statistiek en methodologie, maar ik ontmoette hem bij toeval nadat een assistent van hem mij (op schrift, en gepubliceerd) - geheel incorrect - wanbegrip van Gödel's stellingen had verweten, en ik me tot Molenaar wendde omdat ik met de assistent geen kant uitkon, en deze voor dom hield, waar ik gelijk in had.

Peter Molenaar was wiskundig heel goed, en aangezien ik boeken over Gödel's stellingen bij me had toen ik hem voor het eerst ontmoette had hij snel door dat ik gelijk had.

In feite ontsloeg hij zijn assistent snel (waar ik geheel niet om gevraagd had, maar 't is waar dat de assistent niet werkelijk intelligent was) en heeft hij me sindsdien veel geholpen, en deed dat altijd heel goed en heel helder.

In de tweede plaats: Molenaar bezorgde me dat diploma vooral omdat hij het echte waanzin vond dat ik op mijn 42ste nog steeds niet eens doctorandus was; hij snel genoeg wist dat ik aanmerkelijk meer van psychologie wist dan de meeste studenten; en het ook voor een groot deel eens was met mijn kritiek op de UvA (al uitte hij die zelden, wat voor een dubbel-professor aan de UvA, wat hij was, ook verreweg het verstandigst was, en waar ik geheel geen problemen mee had).

Het ging uiteindelijk terug op zijn redelijkheid, zijn vriendelijkheid en zijn tegemoetkomendheid, die vooral gemotiveerd werden doordat hij zeer onder de indruk was van mijn intelligentie.

In de derde plaats: Eigenlijk heeft Molenaar vrijwel alle werk dat nodig was voor mij gedaan, en kreeg ik dus uiteindelijk op 24 augustus dat diploma uitgereikt. Dit had een feestelijke gelegenheid moeten worden, maar werd dat geheel niet, omdat ik vlak daarvoor uitgevonden had hoe bijzonder serieus mijn moeder's geheugen-problemen waren: Ze had zware Alzheimer, en moest feitelijk snel opgenomen worden, wat ook gebeurde (in 1994).

Het was dus feitelijk een nogal bedrukt gebeuren, met - ik meen - in totaal 5 mensen, inclusief mijzelf. En wat ik kreeg was een doctoraal diploma in de psychologie, maar het was een vrij doctoraal vooral omdat ik het verdomde meer psychologie te doen: Ik ben afgestudeerd op natuurkunde, wiskunde, logica en programmeren, met een eindgemiddelde van 9,3 (dat zeer zeldzaam is).

Tenslotte: Ik zei bij de ontvangst van dat doktoraal dat ik het vooral gewild had om te kunnen promoveren, dat geheel waar is, en dat ik - die Peter Molenaar ondertussen redelijk goed kende, vier jaar na hem voor het eerst ontmoet te hebben - dat bij Molenaar wilde doen, waar hij het geheel mee eens was, maar dat ik i.v.m. mijn ziekte en bestaande problemen geen idee had wanneer.

Wel... wat er gebeurde was (heel kortweg) dit: In 1993 ging het enigszins maar was ik te verliefd voor veel anders; in 1994 lukte het me mijn moeder opgenomen te krijgen (die niet eens meer van het bestaan van mijn broer wist, onder zeer veel meer waar ze geheel geen idee meer van had); daarna stortte ik weer overwegend in tot 2000 toen ik een korte opleving had, die ik besteedde aan quantum-mechanica, waarna ik weer snel instortte zonder dat tot een redelijk einde te brengen; en uiteindelijk vertrok Peter Molenaar uit Amsterdam, uit Utrecht, en uit Nederland, en emigreerde naar de Verenigde Staten in 2005, waar hij toen ook al jaren lang professor was, en professeerde daar sindsdien, dat ondertussen ook alweer 11 jaar is.

Ik heb hem niet meer gezien of gesproken sinds 2005, en heb de behoefte te promoveren ook geheel opgegeven sinds ca. 2003, toen ik "kontakt" kreeg met - toen nog - wethouder Rob Oudkerk, die tegen mij deed alsof hij een ander was, namelijk een sociaal werker. (Ik was hem toegewezen via-via, maar hij oogde en klonk exact als Rob Oudkerk, en liet geheel niets meer van zich horen toen ik hem om identiteitspapieren vroeg. Wie er meer van wil weten verwijs ik naar ME in Amsterdam en bovenstaande financiële opmerking.)

Sindsdien heb ik begrepen dat hoe minder ik te maken heb met enige Amsterdamse gemeentelijke instelling, hoe veiliger het voor me is, terwijl ik ook, afgezien van Peter Molenaar, Jon Dorling en nog een stuk of 2 mensen van geheel geen Nederlandse academicus weet die ik zowel voor werkelijk intelligent als eerlijk houd. (Er zijn er ongetwijfeld meer dan ik ken, maar ze zullen gewoonlijk wis- of natuur-kunde gestudeerd hebben, en zich overwegend onthouden van politieke of morele publieke oordelen. Zoals verstandig is, omdat ik geleerd heb dat wie dat niet doet gevaar loopt zijn leven te verliezen, in ons práchtige Nederland, of zo niet dan in ieder geval z'n academische aanstelling.)

---------

       home - index - summaries - mail