ń

Prev-IndexNL-Next 

Nederlog

Aug 1, 2015
Autobio 1986 - Jolanda

Sections
Introduction

1.
Autobiografie 1986
Introduction:

This is my autobiography for 1986. It is mostly in Dutch. Unlike the previous two years, 1985 and 1984, there are only a few quotations from my journals: Most has of this file been written in 2015. The previous autobiography file in Nederlog is here, while this is the toc of my autobiography files (that are somewhat rewritten versions of Nederlog files).



1. Autobiografie 1986

Ik zal dit deel weer voornamelijk uit mijn hoofd schrijven. Eén reden is dat er niet veel journaal is voor 1986. De reden daarvoor is dat ik het vanaf Februari 1986 niet meer bijhield. Dat was om Jolanda te sparen, waarover hieronder meer, maar om te beginnen over Pampus.

Pampus

Ik was bij Pampus terecht gekomen, ergens in Juli 1985, vooral uit interesse in schilderkunst en door een tip van een bevriende softdrugs-handelaar: Pampus was een heel grote zaak met veel ruimte, en ze hadden een expositie over schilder- kunst die ik wellicht interessant vond, zei hij.

Wel... ik ben er gaan kijken, vond niets aan de schilderkunst, maar vond de mensen in Pampus, waarvan er nogal veel waren omdat het inderdaad een gróte zaak met veel ruimte was, interessant of aardig, hoewel gemiddeld zo'n 15 jaar jonger dan ik, raakte snel aan de praat en aan het schaken, en werd bijzonder snel geaccepteerd, mede vanwege mijn conversationeel talent en mijn vriendelijk-
heid.

Het had ook geheel niet in mijn bedoeling de zaak over te nemen of een soft- drugshandelaar te worden, maar het liep zo omdat de bedrijfsleider er in oktober
onmiddellijk mee op wilde houden omdat hij zijn fortuin wilde maken met Ecstasy
(wat ik volledige onzin vond), en hij mij vertrouwde, net als de grote meerder- heid van de stafleden, die in feite vrijwel allemaal deel uitmaakten van de jongerengroep die de voormalige behuizing van de Gebr. Winter zo'n twee jaar eerder gekraakt hadden.

Ik heb toen onmiddellijk gezegd dat ik het wel wilde doen, maar niet lang, mede in verband met mijn gezondheid. Maar ik vond het ook een aardig aanbod, in feite vooral omdat (i) het nogal op 15 jaar eerder leek, toen ik, eveneens op de Rozen-
gracht, maar 200 meter verder, de Sleep-In leidde, ook vol rokers van rond de 20; (ii) omdat het me de gelegenheid bood mijn gezondheid uit te testen, die weliswaar een heel stuk beter was, maar waarvan ik niet wist hoeveel ik daar op aan kon en mee kon doen; (iii) omdat het me kansen en wat status gaf; (iv) omdat het me extra geld gaf; en (v) ook omdat ik in de Pampus-groep, zoals ik ze maar zal noemen, niemand anders zag die het ook kon (en ik was inderdaad een stuk ouder dan de grote meerderheid, en wist behoorlijk meer).

En ik was er begin November mee begonnen, omdat Peter V. er onmiddellijk mee op wilde houden. Er waren ook vrijwel onmiddellijk problemen: met de dealers, die veel geld nodig hadden omdat ze een mislukte cocaine-deal moesten afbetalen (en die overwegend los stonden van de rest van Pampus); met het personeel, want er waren diverse konflikten; met de gasten, waarvan een deel het ook moeilijk had, of in ieder geval deed; maar het meeste wat ik deed lukte heel behoorlijk, en vooral - zoals ik onmiddellijk gezien had - omdat er véél geld in Pampus verdiend werd, vrijwel alleen aan soft drugs, waarvan veel verkocht werd.

Hierbij moet de lezer ook meewegen dat er geen of vrijwel geen huur betaald werd; dat iedereen die er werkte een tientje per uur verdiende bovenop zijn of haar uitkering; en dat op marijuana en hashish minstens de helft van de prijs
pure winst was.

Mijn eigen inschatting half oktober was dan ook dat je wel bijzonder stom moest doen om zo'n zaak kapot te maken, maar het is ook waar dat ik toen nog niet met Gemeentebelasting had gesproken, en ook nog niet door had hoe serieus de geldproblemen van de dealers waren.

Uiteindelijk ben ik er ruim twee maanden nadat ik er begon weer mee uitge- scheden, overigens ook vanwege andere problemen, zoals Roos, die achter de bar werkte en me liet weten dat "iemand" in de staf haar gevraagd had Ecstasy te dealen van achter de bar, waar ze - geheel terecht - geen enkele zin in had, was 't alleen omdat vriendinnen van haar er problemen mee gehad hadden, en met Jos, die samenwerkte met de dealers, en vrijwel zeker honderden of duizenden guldens stal uit de marijuana en hashisch verkoop: ik wilde geen harddrugszaak leiden, en ook niet samenwerken met een halve dealer die zowel Pampus als
de dealers bestal.

Dit is uit de eerste aantekening uit 1986:

6.I.86:
Verder heb ik gisteren mijn dienstverband met Pampus beëindigd, vnl. omdat ik vind dat ik gebruikt word, en gedeeltelijk uit tactische motieven: Ik wil mijn mogelijkheden open hebben, en niet gebonden als ik onderhandel, en ik wil dat duidelijk is waar ik sta: Ik ben niet te gebruiken, en wat ik doe doe ik niet voor geld.

"Het gebruiken" hield vooral, maar niet alleen, verband met het rotjes-incident van 31.XII.85, waarbij ik heel Pampus had moeten leegmaken, vrijwel zonder hulp, omdat diverse idioten binnen met brandende rotjes begonnen te gooien, die ook allemaal binnen ontploften, terwijl "de onderhandelingen" vooral
sloegen op de gemeente: ik vond dat ik een bijzonder en zeer corrupt voorstel van een hoge Amsterdamse belastingambtenaar had gehad, die mij voorgespiegeld had dat Pampus van "alle problemen" met de belasting af zou zijn als ze 250.000 gulden per jaar aan hem zouden betalen, en ik was niet van plan daarvoor op te draaien en ook niet van plan mijn uitkering te verliezen. En ik wilde er wel meer over trachten aan de weet te komen, maar niet door aangebracht te worden als oplichter van de gemeentelijke sociale dienst.

En overigens, van dezelfde pagina:

6.I.86:
In Pampus heb ik veel geleerd, zowel positief als negatief, en het positieve betreft vooral mijzelf (gezondheid en vermogens), terwijl het negatieve vooral de anderen betreft: De meeste mensen zijn tamelijk dom, tamelijk interesseloos, en tamelijk initiatiefloos. En uiteindelijk denk ik dat interesses, intelligentie en initatief meer aangeboren zijn dan niet, wat ik overigens geen vrolijk denkbeeld vind: het zou prettiger zijn als iedereen gelijk begaafd is. Maar lieverkoekjes worden niet gebakken.

NB dat het net 1986 was, en heel Nederland, inclusief alle universiteiten, stonden stijf van het "iedereen weet dat iedereen gelijkwaardig is", dat uiteindelijk een grote leugen van de grote meerderheid der dommige mensen is, die in stand wordt gehouden doordat het de grote meerderheid is en omdat ze op basis van die leugen zichzelf kunnen zien als niet slechter dan wie dan ook. [1]

Ook was ikzelf duidelijk blij niet zo dom als de doorsnee te zijn, en had ik mijn negatieve ervaringen eenvoudig in de praktijk opgedaan: Ik wilde dat "men" in de Pampus-groep althans enige intelligente eigen verantwoordelijkheid opbracht,
maar de grote meerderheid kon dat eenvoudig niet, door opvoeding, gebrek aan karakter, gebrek aan intelligentie, gebrek aan moraal, of wat dan ook: ze waren er niet als ze zelf wat moesten doen, maar velen vroegen wel persoonlijke gunsten aan me (als bedrijfsleider, immers) vrijwel altijd zonder enige goede reden. (Dit was een andere reden om er mee uit te scheiden.)

En trouwens, ik had in 1984 en in 1985 ook niet gestudeerd: ik was eerst te moe en toen te druk bezig met beter worden, en had bovendien een fikse tegenzin ontwikkeld in "het universitair gebeuren": ik zag vooral een universitaire staf, of staven, van incompetente professorale en lectorale nietskunners, die tóch zeer hoog betaald werden, die hun incompetentie overdroegen aan de volgende generatie, die daar braaf dankbaar over deed, in de hoop ook zo'n bijzonder goed betaalde tot vrijwel niets verplichtende stafplaats te bemachtigen, want dáár ging het allemaal om, had ik ondertussen in het Maagdenhuis geleerd: Geld, geld, geld.

Maar ik wilde nog wel afstuderen, was het alleen om iets terug te krijgen voor vele jaren moeite. Toen gebeurde dit:


Jolanda

31.I.1986
Vannacht schreef ik het volgende, om 04.50: Het is weer zover, of beter: ik heb haar gevonden. Dit is de vrouw van mijn dromen: Letterlijk: rood lang golvend haar, als Hannie Schaft, met dezelfde idealen en moed. Ik vind het moeilijk om te geloven - (..) - en 't is zo makkelijk skeptisch te zijn, maar dit is haar: Zo moet ze zijn en niet anders, en ik moet haar mijn vrouw maken. Denk ik nu. Dit is de vrouw waar ik mijn hele leven naar gezocht heb, want àlles klopt. Nou ja, ik kan er beter over ophouden, gaan slapen en morgen 't verhaal opschrijven, maar ik weet nu al dat ik de meest perfecte vrouw ben tegengekomen die ik ooit ontmoet heb. Er kome van ons wat er van ons kome, maar zo is 't. En zo iemand als zij ben ik nooit tegengekomen.

Wel...dat was van begin 1986. Ik zeg nu dat ik toen volkomen hoteldebotel was, om het eens zo te zeggen. Anders gezegd: ik was weer eens veel te verliefd om ook maar enigszins redelijk te denken. Hier is wat meer uit 1986:

31.I.1986
Dat was vannacht. Ze heet Jolanda, is 23 jaar oud, leert voor edelsmid, "woont nergens" want in het vredeskamp te Woensdrecht, denkt van zichzelf buitenge- wone hersens te hebben, heeft intensiteit en aanwezigheid, heeft zelfbeheersing en gratie, moed en logische vermogens, initiatief en onafhankelijkheid, schoon- heid en eenvoud, directheid en vriendelijkheid - kortom, ze is precies wat ik denk dat een vrouw moet zijn, en precies degene naar wie ik al 15 jaar uitkijk, inclusief 't  rode haar en 't uiterlijk. En bovendien was 't wederszijds en op 't eerste gezicht.

Het is natuurlijk heel moeilijk mijzelf wat dit betreft serieus te nemen en verliefd- heden zijn de enige vorm van manifeste krankzinnigheid die ik mezelf toesta, en ik schrijf dit na zo'n 500 paginaas vol van mijn gefascineerdheid door vrouwen en gedeeltelijk mislopende intuities. Maar deze keer is 't anders.

Kortom, ik was duidelijk malende - "
manifest krankzinnig" - maar zag dat niet, of wilde dat in ieder geval niet zien, en kon dat vrijwel zeker ook niet goed. Er is nog redelijk wat meer uit begin 1986 over Jolanda, maar het is niet zinniger dan hierboven staat.

Maar hier is een langer stuk uit Februari 1986: meer dan een A4-pagina aan tekst die ik eerst geheel geef, maar voorzien van een aantal noten als "[m1]" etc. die ik eronder zal behandelen:

7.ii.86:
Gisterenavond om 1/2 12 ontmoette ik haar weer, in Pampus, waar we allebei met 't doel naar toe waren gekomen elkaar te ontmoeten. [m1] Ze is met me naar huis gegaan hoewel ze doodmoe was, en we hebben tot over 1/2 4 gepraat, opnieuw  zoals de vorige keren, en ik heb haar 31.I t/m 4.II laten lezen, terwijl zij me een boel over zichzelf heeft verteld. [m2]

't Is moeilijk om 't allemaal adekwaat te beschrijven, en ik ben erg moe, want om 9 uur weer opgestaan. Ik zal een aantal relevante punten noemen, en er is veel waar ik over na moet denken en/of moet doen:
  • Zoals al blijkt uit het feit dat ik haar 't voorgaande heb laten lezen, heb ik voor 't eerst van m'n leven een aanzoek gedaan [m3];
  • haar reactie daarop was dat ik gelijk kon hebben en dat we zullen zien.
Dit is voor mij 't meest belangrijk, want hiernaar zal ik handelen [m4]. Ik weet nu ook een formule die een beetje duidelijk maakt hoe ze me raakt:
  • Edith en Stephanie inéén [m5]
en dat duidt ook de problemen aan:
  • ze is een duidelijke schizoïde persoonlijkheid, om eens een kunstterm te gebruiken (en zie Arieti, Spoerri en Laing [2])
  • ze zegt dingen "achterstevoren" te horen
    - ze heeft stemmen in haar hoofd, van jongs af aan (zegt ze) [m6]
    - ze heeft de tendens haar gezelschap "te reflecteren": Mee te gaan in
      wat zij doen "uiteindelijk als zelfbescherming"
Een gedeelte daarvan hangt samen met haar jeugd
  • haar vader is een organisatie-dekundige bij Philips, en geconformeerd aan de levenspijn door pillen, zodat hij nooit redelijk op haar heeft kunnen ingaan, en haar moeder is een weeskind cum onderwijzeres die kennelijk gestoord is ("Jan en Annegien");
  • ze is op haar 17e van huis weggelopen naar Engeland
gedeeltelijk ligt 't aan haar intelligentie
  • ze is buitengewoon intelligent [m7], maar heeft die intelligentie gebruikt om te overleven, en misbruikt om vat op zichzelf te krijgen via gevaarlijke onzin:
ze is namelijk geïnteresseerd in magie, en staat onder invloed van een paar lieden (Nikki, Peter B. uit Gouda, een Simon, mogelijk uit Pampus, misschien Ton uit Pampus) die hun privé-waanzin, ressentiment en machtsspelletjes via zwarte magie kanaliseren en gebruiken om invloed over mensen te krijgen, en, wat veel erger is dan waanzin alleen:
  • ze gebruikt in die kringen speed [m8], en althans één motief om naar Woensdrecht te willen is eraan te ontkomen (de speed en de kringen).
Ze wordt dus heel duidelijk op een bijzonder gore manier gebruikt (en er wordt me weer veel duidelijk over groepen, mensen en attitudes, en 't is allemaal weer om van te kotsen: Er zijn dus mensen die hun ressentiment, verwrongenheid en machtswellust gebruiken om de macht die ze wegens een gebrek aan talent en  menselijkheid niet in 't leven en over zichzelf konden verwerven, over anderen verwerven - door suggestief en half-hypnotisch bedrog; door manipulatie, insinuatie en misleiding, en door 't toe/op-dringen van drugs).

De belangrijkste vraag is naar haar geestelijke gezondheid: Hoe gek is ze?
Mijn vermoeden is: Superintelligent en supergevoelig en vooral conceptueel
verward, maar ze is - hoe zou ik ook anders zo op haar reageren - buitengewoon goed in staat me te volgen en aan te vullen. [m9] Ik moet haar dus uit haar huidige sociale wereld losmaken en, inderdaad, tot zichzelf laten komen; van de speed af te houden; en laten denken en voelen.

En waarom heb ik dan dat aanzoek gedaan, als ik dit allemaal zie? Omdat ze 't waard is; omdat ik niet kan verwachten iemand als ik aan te treffen met haar achtergrond zonder problemen (en ik vermoed, zoals ik haar gezegd heb, dat ze er gezien de - mij onbekende - feiten, en dankzij haar intelligentie en intensiteit,
bijzonder goed vanaf is gekomen); omdat ze op mij geen waanzinnige indruk maakt (in 't geheel niet) [m10]: de indruk die ze maakt is er een van gedeeltelijke intense verwarring (gisterenavond versterkt door speed de avond daarvoor: ze klaagde herhaaldelijk over psychoses, stemmen, betovering e.d.) [m11], maar aan de andere kant een zeer grote intellektuele en praktische competentie, en, ook net als ik, tegelijk een buitengewoon koel en afstandelijk verstand mèt een laaiend temperament; omdat ze me hoe dan ook nodig heeft; en omdat ik van haar houd en hierin geen echte keus heb. [m12]

Ik heb dus geen enkele twijfel over wat ik moet doen - haar tot zichzelf laten komen; helpen los te komen uit 't milieu en de denk- en voel-wereld waarin ze zich nu bevindt; haar laten zien wat menselijk-mogelijk is, zowel in goede als in
De slechte zin; en haar tot mijn vrouw maken [m13] - maar ik weet nog niet hoe ik 't doe: Eén momenteel probleem is geld, want ik heb nu fl. 15,-- en krijg Zondag weer fl. 50,--: Genoeg om de week door te komen, maar niet genoeg om iets anders te doen, laat staan naar Woensdrecht te gaan om haar daarvandaan te slepen; een ander momenteel probleem is kennis: Ik weet te weinig van haar en haar achtergrond om welbewust zinnig in te kunnen grijpen.

Hierboven zijn 13 noten voor opmerkingen gezaaid, die ik nu - eind Juli 2015 - maak:

[m1] Zij kende mij van Pampus vóórdat ik haar kende.

[m2] Ik had haar nog een keer ontmoet, zoals de eerste keer. En "31.I t/m 4.II" is mijn journaal.

[m3] Dat is waar: ik had nooit een aanzoek gedaan, al was ik serieus van plan geweest met Stephanie te trouwen, zoals Stephanie met mij. Maar een aanzoek? Nee.

[m4] Toch was dit een fout van mij: Ze spiegelde me veel eerder dan dat ze 't expliciet hoewel aarzelend met me eens was.

[m5] Ook een fout van me: Edith was mooier en Stephanie zowel mooier als intelligenter - een heel stuk ook - dan Jolanda. (Ik liet me weer eens door mijn momentane gevoelens meeslepen. NB: Feitelijk wist ik nog weinig van haar op het moment dat ik dit schreef.)

[m6] Het "zegt ze" geeft aan dat ik haar niet geloofde, waar ik waarschijnlijk gelijk aan had, al zal haar jeugd verre van prettig geweest zijn.

[m7] Nee, ook overdreven. Een waarachtig intelligent mens had de vorm van onzin waarop ze gepromoveerd is nooit zolang uitgedragen.

[m8] En cocaïne, met allebei waarvan ik het geheel niet eens was. In feite kon je volgens mij (toen en nu) alleen soft drugs en alcohol enigszins veilig gebruiken, en ik dronk zelf niet omdat ik het niet lekker vind (en een hekel aan dronken mensen heb).

[m9] Ja, ze was heel goed in staat me te volgen, en ik had gelijk dat als een gunstig teken te zien. (Maar "superintelligent en supergevoelig"? Nee. Was dat waar geweest dan had ze héél anders gestudeerd.)

[m10] Ze maakte inderdaad geen waanzinnige indruk op me, behalve de keren dat ik haar in een psychose trof, dat 't eerste halve jaar regelmatig voorkwam, maar waar ik haar altijd uitkreeg. (Maar opnieuw: ze spiegelde ook mensen.)

[m11] En dit was allemaal eerlijk en gemeend, al werd het door mij overwegend aan de cocaïne + speed geweten, waar ik ongeveer half gelijk in had.

[m12] Tsja - ook een fout van me, en een behoorlijk grote: ik had wel degelijk een keus, is het niet toen (begin Februari 1986) dan in ieder geval een paar maanden of - desnoods - een jaar later, toen ze een heel stuk beter was.

[m13] Wel... ik deed dat allemaal, afgezien van trouwerij, en kan met grote zekerheid zeggen dat zij dankzij mij op de universiteit is terecht gekomen en deze heeft afgemaakt. Maar uiteindelijk, en achteraf, was ze een zeer grote teleurstel- ling voor me, en dat feitelijk een heel stuk minder dan doordat ze mij bedrogen heeft (dat niet moeilijk is als ik verliefd ben), als door dat ze de rest van de wereld voorgelogen heeft over haar psychologische kennis en vermogens. Maar ja, ook daarin is ze geheel niet bijzonder, helaas.

Ik vermoed dat dit stuk + noten uiteindelijk toch de kortste weg vormen om mijn verhouding met Jolanda enigszins te verduidelijken.

Voordat ik verder ga met Woensdrecht nog één punt over mijn woning:

Jan, van wie ik de woning gehuurd had in Juni 1985, was begin 1986 opgepakt voor fraude, en had besloten bij zijn vriendin in Venray te blijven wonen, wat de woning effectief de mijne maakte. (Dit was feitelijk een flinke kopzorg minder.)

En nog één punt over hoe ik de verhouding zag in begin Februari 1986:

9.ii.86:
't Fundamentele probleem is dit: Help ik haar problemen op te lossen omdat of doordat we een intieme verhouding aangan? Daarover moet ik ook met haar praten, en ik moet, denk ik, van twee hypothesen uitgaan: 1. Als ik er niet in slaag haar te helpen, dan gaat ze eronder door 2. Het is beter haar volledig eerlijk tegemoet te treden en te zeggen en beargumenteren wat ik wil.

Ja, dat is ongeveer zo - maar als ik haar aan haarzelf had overgelaten dan had ze weliswaar nooit gestudeerd en had ze waarschijnlijk behoorlijk grote problemen gehad, maar ik denk niet dat ze dood gegaan was, was 't alleen omdat ze te jong (23) en te fraai was, ook met lang natuurlijk rood haar: ze viel altijd zeer op, eenvoudig vanwege haar lange rode haar.

Maar ja, ik dacht er toen wel zo over
. Hier is iets over de volgende stap.

Woensdrecht

Jolanda leefde dus zonder woning, zonder werk, en als ik het wel heb ook zonder inkomen, in een gat in de grond in het zogeheten Vredeskamp te Woensdrecht, samen met ca. 15 andere anti-atoombom aktivisten.

Woensdrecht was gekozen omdat daar - dacht men en geloof ik, als vele anderen - kernwapens zouden liggen (waar de Nederlandse regeringen geheel nooit open en eerlijk over zijn geweest) en ook, vermoed ik, omdat een medestander er een lapje grond had. Vanaf dat lapje grond werd dus "kontinu aktie gevoerd" tegen atoomwapens, de basis Woensdrecht, en de gemeente Woensdrecht, al moet dat "kontinu" met enig zout genomen worden, want er waren uiteindelijk niet zoveel aktivisten, en de meesten hadden ook problemen (zoals bleek toen ik er kwam).

Het vredeskamp was overigens wel redelijk bekend, althans in linkse kringen. Zo was mijn nog altijd zeer linkse moeder er herhaaldelijk geweest, al was ze daar vaag over, en werd er ook af en toe over geschreven in de pers - kleine stukjes, maar wel enige reactie, die mede samenhing met veel grotere anti-atoombom bewegingen, als vooral in Engeland, waar in 1984 (twee jaar eerder) veel mensen veel aktie gevoerd hadden, ook samen met de Engelse Women's Lib. Zie Greenham Common  Women's Peace Camp (<- Wikipedia) dat een belangrijk voorbeeld en inspiratie voor het vredeskamp Woensdrecht vormde.

Ik heb hier weer enig journaal over ui 1986, maar niet veel (en er is het e.e.a. verdwenen, hoewel er nooit veel was):

20.iii.86
't Is allemaal nogal ingewikkeld samen te vatten, maar de hoofdlijnen wat geografische gebeurtenissen aangaat zijn duidelijk, en die zal ik dus eerst maar opschrijven:

17.II-20.II: Ik ben in Woensdrecht. In de files zit ergens een kort punten-verslag, dus ik zal hier alleen een paar hoofdindrukken geven:

Voordat ik verder ga met materiaal uit 1986: De hoofdlijnen zijn nogal veelvuldig, verward, en doen er niet meer toe vanaf ca. Mei 1986, dus ik laat ze volledig weg, behalve door op te merken dat het erom ging Jolanda los te weken uit het klimaat waarin ik haar aantrof, en dat dit rond Mei redelijk gelukt was.

En het "kort punten-verslag" is niet meer te vinden, maar hier is mijn inschatting uit 1986 van "de aksie-voerders":

20.iii.86
. de actie-voerders & de actie: Ik had, gezien mijn algemene politieke skepsis
  & kennis & ervaringen, niet alteveel verwacht maar ging er tamelijk onbevooroor- deeld heen (i) omdat ik er weinig interesse in had (maar alleen z.s.m. met Jolanda wilde praten), en (ii) omdat ik weinig van het recente radikale politieke klimaat weet, maar wat ik aantrof was vanaf de allereerste indruk nog veel droeviger dan ik ooit had willen aannemen: Een verzameling gestoorden, geflipten, en gefaalden, ieder zonder de minste relevante politieke of sociale kennis; ieder zonder enige reële ethische overtuiging of wil ("alles is mogelijk; alles moet kunnen"); en het geheel uiteindelijk gebaseerd op een slap egoïstisch anarchisme betaald uit de zakken van goedwillende idealisten als mijn moeder, idealistische dominees e.d.

Ik was vanaf 't begin bang dat Jolanda haar gezondheid kapot zou maken, maar toen ik 't menselijk klimaat en peil bezichtigd had wist ik dat ik haar daar zo snel mogelijk uit moest halen.

Dat gebeurde ook:

20.iii.86
. Jolanda:
De wederszijdse interesse en het vreemde diepe onmiddellijke aan-
  voelen waren er weer onmiddellijk, zodat het er uiteindelijk op neer kwam dat we drie dagen zeer intensief met elkaar gepraat hebben, met als resultaat dat we op Woensdag 19.II besloten samen te gaan wonen in Gouda of Schoonhoven (i.v.m. de edelsmidopleiding). (..) Het essentiële gegeven voor mij, dan en daar, was dat (i) voortdurend bleek dat ik me in fundamentele zin niet in haar vergist had, en (ii) dat ik wat betreft de diagnose ook groot gelijk had, zodat ik sowieso verplicht was daar snel wat aan te doen.

Ook dit was zéér tijdelijk, maar het lukte me in ieder geval haar te overtuigen dat
we samen moesten gaan wonen; dat ze hulp nodig had; en dat ik van goede wil en te vertrouwen was (en dat laatste was redelijk moeilijk bij iemand die stem- men hoorde, en behoorlijk paranoia was, maar het lukte, en dat was wat telde, vond ik).


Ik kan redelijk wat uitwijden over achtergronden en gebeurtenissen, maar laat dat alles maar achterwege [3]. Het belangrijkste voor mij was dat ik erin geslaagd was haar uit Woensdrecht te praten, en dat we in beginsel besloten hadden samen te wonen, en dat ook deden, op de Elandsgracht.

Eenmaal daar gingen we samen rond eind Maart of begin April naar haar huisarts,
waar ik tot dan toe geheel nooit van gehoord had, die een exceptioneel goede huisarts bleek:

Dokter Heleen van Proosdij-Fertigova

Jolanda had de paar jaar die ze op de Rietveld zat (die ook moeilijk voor haar waren, en waar ze uiteindelijk van is af gezet als ik het wel heb, ik meen vanwege onvoldoende bezoek en onvoldoende prestaties) vlak bij deze toen pas gevestigde huisarts gewoond, en had háár als huisarts verkozen eenvoudig omdat ze het dichtste bij was. Ze had haar wel enkele keren gezien, ik meen vooral vanwege de pil, maar ze wist niet veel van haar.

We kwamen bij haar terecht omdat ik vond dat dit de juiste weg was: Ik had Jolanda ervan overtuigd, vooral op basis van de diagnoses in Spoerri's "Elemente der Psychiatrie", dat ze volledig voldeed aan de daar gegeven punt-voor-punts- beschrijving van schizofrenen (wat ook moeilijk te loochenen viel, al had ze daar in eerste instantie geen enkele kennis van), en ik vond dat ze dringend hulp nodig had, maar ik vond ook dat ikzelf - immers ook ziek, en van plan weer snel filosofie en psychologie te gaan studeren - daarvoor niet de geschiktste partner was, en dat daar professionele mensen voor waren.

Toen we dus eenmaal in haar spreekkamer aan het Sarphatipark zaten heb ik dat uitgelegd; laten zien hoe en waarom ik tot de diagnose "schizofrenie" was gekomen (als student psychologie, met behoorlijke psychologische kennis, hoewel niet gespecialiseerd noch bijzonder geïnteresseerd in psychiatrie); liet ook haar Spoerri zien; en ben toen weer naar de spreekkamer gegaan om Jolanda en Heleen van Proosdij alleen te laten praten.

Het zeer bijzondere aan
Heleen van Proosdij-Fertigova was dat ze een uitstekende huisarts was, met wie je werkelijk kon praten, en dat dit ook een redelijk verschil kon maken, als je een redelijke indruk maakte, en als dat al mogelijk was (want ze kon niet meer dan de gemeente haar toestond, is ook een feit, en klaagde herhaaldelijk bitter dat het gebrek aan interesse bij de gemeente
haar patienten serieus kon schaden). [6]

Ik maakte duidelijk een heel redelijke indruk op haar, en ze heeft ons - zowel Jolanda als later mij, omdat ook ik haar patiënt werd - buitengewoon goed geholpen, in eerste instantie door Jolanda Seresta voor te schrijven (een kalmeringsmiddel) en door haar verwijzingen naar haar bekende psychiaters en psychologen te geven.

Ik zal later ook meer over haar zeggen, omdat ze mijn huisarts is geweest van 1986-1999, en ik veel aan haar te danken heb, maar keer nu tot de - vermeende - wetenschappen der psychiatrie en psychologie, waar Jolanda en ik verwijzingen
naar hadden gekregen om te helpen Jolanda's schizofrenie te bestrijden.

De psychiatrie en de psychologie

In 1986 had ik twee jaar niet gestudeerd, maar ik had een (uitstekend) kandi- daats-examen filosofie en ook (meen ik) een kandidaats-examen psychologie,
en zo nee dan had ik in ieder geval vrijwel het hele kandidaats psychologie gedaan, met uitstekende cijfers ook.

Een probleem voor mij was echter dat ik al in 1980 besloten had, na twee jaar studie van "de psychologische wetenschap", dat psychologie overwegend - met uitzondering van statistiek, methodologie en wat toen psychofysiologie heette -
géén echte wetenschap was.

Ik had dat ook besloten op basis van een - succesvolle: ik haalde bijzonder goede punten: gemiddeld een 9 - studie psychologie, en deed dat vooral op basis van mijn toen al zeer uitgebreide methodologische kennis, plus wat ik van échte wetenschappen, als natuurkunde, scheikunde en wiskunde wist, dat ook alweer behoorlijk veel was, want ook daarin had ik rond de 10 of 15 jaar redelijk syste- matisch gelezen.

Aan de andere kant: Ik had redelijk wat gelezen in de psychiatrie sinds mijn 17e, en al was ik daar verre van onder de indruk, ik was er ook redelijk zeker dat sommige psychiaters (in het bijzonder Silvano Arieti, in mijn geval, en in mindere mate Laing: ik had z'n "Divided Self" wel gelezen, maar was vooral onder de indruk van zijn veel technischer en veel minder puur psychiatrische "Interpersonal Perception" [2]) wel behoorlijk inzicht hadden in geesteszieken, en ik had Jolanda er ook van overtuigd dat ze schizofreen was eenvoudig door haar een inleiding psychiatrie te lezen te geven, waarin al haar symptomen zeer duidelijk opgesomd stonden.

Kortom, ik was enigszins tweeduidig over zowel psychiatrie als psychologie: ik vond geen van beiden echte wetenschappen, maar had in die tijd weinig tegen psychiatrie, waarvan ik ook weinig wist sinds de vroege zeventiger jaren [4], en ik meende ook dat je ook wel althans een redelijke psycholoog of psychiater kon zijn
zonder dat je je bekwaamd had in een echte wetenschap, en wel door eenvoudig
veel te weten van je onderwerp en er je best in en voor te doen.

Wel... ik was (weer eens) veel te naïef en goedwillend geweest: Jolanda en ik zijn minstens 5 psychiaters en psychologen af geweest, inclusief de psychiatrische dienst van de Gemeente Amsterdam, maar helemaal niemand wist veel van schizofrenie; niemand zei ook maar iets verstandigs; niemand leek te vertrouwen hoewel ze allemaal graag een veel geld opbrengende patiënte hadden; en we werden ook diverse keren, en vooral door de psychiatrische dienst, zeer onbeschoft behandeld.

NB dat dit het oordeel van allebei was: Jolanda noch ik zagen iemand in wie we ook maar het minste vertrouwen konden hebben, en in mijn geval was mijn gebrek aan vertrouwen vooral te wijten aan mijn studies van psychologie en van methodologie, die me duidelijk maakten dat degenen die ik ontmoette op zoek naar daadwerkelijke en zinnig geinformeerde hulp voor mijn vriendin in ieder geval een heel stuk minder wisten dan ik.

Niet alleen dat: We gingen allebei trouw naar Heleen van Proosdij-Fertigova, en legden uit waarom we geen geloof konden hechten aan de kennis, de integriteit of de eerlijkheid van deze of gene (het schortte de een hieraan, de ander daaraan), en omdat Jolanda nog steeds beter werd, en ik zowel geïnformeerd was als niet loog als veel van psychologie en Jolanda wist, bleef ze ons helpen.

En in feite ging het tamelijk goed:

Het proces der genezing

Ik deed tot eind 1986 weinig anders dan voor Jolanda zorgen, die van April tot Augustus of September 1986 vooral bij mij op de Elandsgracht in bed lag, nogal depressief, en heel vaak duimzuigend, en overigens behoorlijk veel aan het lezen was over en rondom schizofrenie, vrijwel allemaal uit mijn boekenkasten.

De eerste maanden waren moeilijk omdat we van de ene niet-voldoende hulp- verlener naar de andere gingen, en omdat Jolanda nog steeds regelmatig psychoses en wanen had, maar die werden vanaf Mei-Juni een redelijk stuk minder, wellicht ook omdat we besloten hadden Linus Pauling's kuur voor schizofrenen (enigszins) te volgen [5], wat er vooral op neer kwam dat Jolanda aanzienlijke doses vitamine B3 nam, waarvan ze zelf zei baat bij te hebben.

En hoe het zij: Vanaf Juli 1986 ging het voortdurend vooruit, ook steeds sneller, en kon Jolanda ook weer alleen de straat op (wat ze daarvoor niet durfde), zodat we er allebei vanaf die tijd behoorlijk zeker waren er zelf uitgekomen te zijn, dat
ook waar bleek, althans in de zin dat ze steeds beter, steeds verstandiger, en  steeds normaler werd.

Dit was ongetwijfeld, zeker het eerste half jaar, het resultaat van mijn inzet:

Zij deed haar best, maar lag wel grotendeels bang en gedeeltelijk ook psychotisch in bed, maar ze had de hele dag directe toegang tot mij, die haar ondertussen zeer veel beter kende dan enige psychiater of psycholoog, want we praatten veel en eerlijk; die haar bijzonder goed gezind was en werkelijk van haar hield; en die altijd volstrekt eerlijk was, dat er bovendien redelijk vaak op neer kwam dat ik eerlijk zei - tamelijk vaak tegen onzin van psychologen en psychiaters in - dat ik niet wist wat werkelijk het geval was.

Maar ja: 't Ging eenvoudig vanaf Juli 1986 steeds beter; ze had toen ook voor- lopig geen financiële zorgen meer omdat ze weer een uitkering had; en we begonnen er ook vanuit te gaan dat ze wellicht in 1987 al (in het najaar) psychologie zou kunnen gaan studeren, net als ik, aan de UvA, en wel omdat ik uitgevonden had dat ze dat nu met haar HAVO-diploma, Rietveld-jaren, en een eenvoudig examen ook kon.

Maar daarover later.

Afsluitend over 1986

Ik zou aanmerkelijk meer kunnen zeggen over 1986 en over mijn behandeling van Jolanda, maar laat dat hier maar na, omdat het meest wezenlijke gezegd is.

Hier is echter een samenvatting, die ook, hoewel in enigszins mindere mate, voor 1987 geldt:

In begin 1986 werd ik, nogal onverwacht, weer zeer verliefd op een mooie waarachtig roodharige vrouw, die me al mijn plannen voor 1987 volledig deed wijzigen, vooral omdat ze snel nadat ik op haar verliefd werd in grote moeilijk- heden verkeerde: Ze was duidelijk schizofreen, had haar huis opgegeven, woonde in een gat in de grond op het Vredeskamp Woensdrecht, en had duidelijk dringend psychologisch gefundeerde hulp nodig, die ik besloot haar te proberen te geven.

In feite lukte dat ook: We woonden snel samen op de Elandsgracht, waar ze het eerste halve jaar behoorlijk psychotisch in bed lag, maar waar ze daarna tamelijk snel uit kwam met mijn voortdurende hulp, en ook de voortdurende steun van haar (later ook: mijn) uitstekende huisarts.

Hoewel ik achteraf denk dat mijn eerlijke hulp en inzet voor Jolanda een serieuze fout van mij waren (ten koste van mijzelf) was dat geheel niet evident in 1986 en 1987:

Het leek toen vooral alsof ik een nieuwe, fraaie, intelligente twaalf jaar jongere vriendin had verworven door haar door cocaine + speed veroorzaakte schizofrene psychose zinnig aan te pakken, en daarin ook behoorlijk goed geslaagd was, omdat ze in 1987 aan de studie psychologie begon, en daarna vrij snel een universitaire baan had, met een goed salaris, die ze ook succesvol bekleedde, naast haar studie, waar ze ook mee doorging.
Ik was dus in 1986 en 1987 feitelijk behoorlijk tevreden: ik had een serieus risico genomen, vooral gezien mijn gezondheid en mijn armoede, maar de gok was geslaagd, en ik had er vanaf eind 1987 een behoorlijk succesvolle, veel jongere, en uiterlijk fraaie vriendin aan over gehouden, met een goede universitaire baan, en een veelbelovende akademische studie.

Er waren dus voor mij in deze twee jaren niet veel klachten: Wat ik had geprobeerd was uiteindelijk geslaagd, en in feite was het enige dat enigszins tegenviel het uitblijven van verdere verbeteringen in mijn gezondheid door mijn vitamine-therapie.

Maar ook dat kon verklaard worden, althans in beginsel: Het ging ook niet achteruit, en het was een feit dat ik in 1986 en 1987 aanzienlijk méér deed dan in de voorgaande jaren, omdat ik zowel Jolanda op moest vangen, als ook het huishouden en de boodschappen moest doen. En ik deed dat allemaal en het lukte, dus ook dat leek redelijk in orde.

-----------------------------------------------------------
Notities

[1] Wat volkomen onzinnig is: Iedereen is in vrijwel alle opzichten de mindere van iemand anders.

[2] Ik verwijs hier zeker naar Arieti, "The intra-psychic self". Ik weet niet of ik zijn boek "Creativity" toen al kende. Arieti was een Italiaans-Amerikaanse psychiater, die in de 30-er jaren gevlucht was vanwege Mussolini, en het in de VS tot voorzitter van de APA gebracht had.
"The intra-psychic self" dateerde uit 1970, en was een redelijk boek over psychiatrie. Spoerri was een Zwitserse psychiater, die in 1957 "Elemente der Psychiatrie" had doen verschijnen, dat de dubbele deugd had dun en helder te zijn; Laing was Ronald Laing, waar ik diverse boeken van had: "The divided self", "Politics and experience", "Knots", en vooral wat ik zijn belangrijkste boek vond, samen met Phillipson en Lee (uit 1966): "Interpersonal Perception". Ik denk ook dat ik al deze boeken al sinds het begin van de zeventiger jaren had (toen ik ook meer in psychologie geïnteresseerd was).

[3] Er is het e.e.a. over te vinden op het internet onder "Vredeskamp Woens- drecht" (of: "vredesactiekamp") en ook over de daar toen ooit gevestigde spion Gardiner. Ik ga daar verder allemaal aan voorbij.

[4] Ik bedoel: ik wist redelijk wat van de psychiatrie tot ca. 1975, eenvoudig omdat ik er redelijk wat van gelezen had, maar het bleek dat er eenvoudig geen psychiatrie werd gegeven in de studie psychologie, waarin ook enigszins neer werd gekeken op de meeste psychiatrie, omdat deze evident onwetenschappelijk waren,
wat inderdaad klopte, maar dat op zichzelf geen grond was de psychologie - en zeker niet de klinische psychologie, wat de psychiatrische tak der psychologie is - wel voor wetenschappelijk te houden. Hoe het zij, ik ben vergeten of ik in 1986 wist van het bestaan van de DSM-III
(het Diagnostic and Statistical Manual van de Amerikaanse psychiatrie), dat in 1980 gepubliceerd was , en zo ja dan was het alleen van horen zeggen, want het werd geheel niet behandeld in de studie psychologie.

[5] "(enigszins)" is de juiste omschrijving: Ik wist van de therapie uit diverse boeken over vitamines, en ik kende Pauling's "How to live longer and better" ondertussen, maar ik las Pauling's boek over psychiatrie niet. Hoe het zij, wat
we gebruikten waren orthomoleculaire vitamine B3, naast een soort standaard pakket orthomoleculaire vitamines.

Of dát hielp weet ik niet, maar wat ik wel weet is dat Jolanda behoorlijk snel vooruit ging na het eerste en moeilijke halve jaar, waarin ze overigens voortdurend een aanspreekpunt in mij had, die van haar hield, zeer veel voor haar over had, veel van psychologie wist, en haar altijd eerlijk en helder antwoordde.

[6] Ze was verreweg de beste huisarts die ik ontmoet heb (en dat zijn er redelijk veel, al ontmoette ik de meesten maar één keer, en vanwege M.E.), en dat hing samen met twee bijzondere eigenschappen van haar:

(A) ze was een heel stuk intelligenter dan de doorsnee, waarvoor ook een reden was: (B) ze was oorspronkelijk geen Nederlandse maar Tsjechoslowaakse, die in 1968 gevlucht was, en in Nederland had kunnen studeren, wat haar vrijwel zeker ook een niet-Nederlands systeem van morele normen had gegeven.

Haar Nederlands was ook bijzonder goed (je kon alleen een héél vaag accent horen via de telefoon, en dat alleen als je goed oplette) en ze was eenvoudig een bijzonder goede en zinnige arts.

Overigens: Ik denk dat allebei de punten die ik noemde zeker waar zijn, maar ik heb daar zelden met haar over gesproken, en nooit in enig detail, maar ik veronderstel ook dat vooral haar niet-Nederlands normbesef een belangrijke - en goede - rol speelde in haar huisarts-zijn.

       home - index - summaries - mail