Prev-IndexNL-Next

Nederlog

Aug 17, 2014
me+ME: Over geestelijke gezondheid en gestoordheid - III
Sections
Introduction

III.  Over emoties, gevoelens,  en waarderingen

About ME/CFS


Introduction:

This is a Nederlog of August 17, 2014. It consists of part III of the Dutch essay "Over geestelijke gezondheid en gestoordheid" i.e. "About mental health and disturbance".

Part I was found as a photocopy of the first 13 pages on May 19 of 2013 and published two days later. Part II was published on August 1, 2014. Everything was written in 1986 or - mostly - in 1987. The difference of more than a year between I and II is due to the fact that I had lost the parts after Part I till July 2014.

There is another difficulty I do not yet know how to resolve: Parts I-III as I found them are in a last or last but one typescript form, and are a quite neatly typed 38 pages. All I needed to do was copy them, which I did, only correcting a few typos and adding quite a few empty lines.

While the three parts can stand on their own, they were conceived in 1986 as parts of a considerably larger essay, that also is present, at least for a good part, immediately after the 38 pages, in the form of 43 more pages of fairly well typed interlined pages, but these are somewhat less well organized and somewhat less complete than parts I - III.

What I did was copy all of part IV in the beginning of 2017 and publish that, and that also is the end of the essay (that must remain without an appendix of the literature I used, for that is lost).

The rest of this is Part III and is in Dutch, but here is a brief English summary:

It is a theory of the emotions, that is based on a five-fold classification of what I will call emotional states: Feelings, Moods, Emotions, Values and Characteristics, all of which are defined below (in Dutch), some with sub-classes, that are also defined, that again allow definitions of some 70 emotional states.

It is original with me, although there certainly are precursors. One of the consequences is that there is rather a lot more to say, fairly objectively also, about distinct emotional states than most people seem to think.

There will be later today a crisis Nederlog in English.

III. Over emoties, gevoelens,  en waarderingen 

30. Alle associatie-principes en alle emoties werken voortdurend met
     elkaar om onze waarnemingen met onze herinneringen en fantasieën
en deze weer met onze theorieën, ideeën en idealen in verband te breng-
en: We zien en denken in gelijkenissen; associeren daarbij naar plaats,
tijd en omstandigheden; integreren onze associaties en waarnemingen in
grotere gehelen met Gestalt-wetten; reageren in gedrag middels onze
motorische reflexen en verworven schemaas; laten ons in ons doen leiden
door naar onze preferenties gemodelleerde conditioneringswetten; form-
eren onze rollen door anderen te imiteren; denken na over onze ervaring-
en door te proberen logisch geldige konklusies uit onze aannames te de-
duceren; trachten onze verwachtingen te baseren op waarschijnlijk in-
ducties; komen tot nieuwe gedachtes en ideeën door heuristische hulp-
middelen; verwerken wat we menen geleerd te hebben door symbolisatie
middels woorden, tekens of iconen; voegen onze informatie en gissingen
samen met andere kennis die we menen te hebben; en ontwerpen al doende
en denkende voortdurend modellen van onszelf en de ons omringende ver-
schijnselen, die ons gedrag weer dienen en sturen middels de lichamelijke
gevoelens die al ons doen en denken begeleiden; door de emoties die we
voortdurend met al onze specifieke ervaringen verbinden; en door de
stemmingen die de constante achtergrond voor al onze ervaringen vormen.

Gevoelens, stemmingen en emoties zijn daarbij op minstens drie manieren
fundamenteel: In de eerste plaats bepalen ze gewoonlijk grotendeels onze
eerste indruk van dingen, gebeurtenissen en personen, die vaak maatgevend
is voor wat volgt; in de tweede plaats motiveren ze ons door zowel on-
ontkoombare als direct gevoelde puur persoonlijke appreciaties van en
reacties op onze ervaringen en omgeving te bieden; en in de derde plaats
bieden ze ons daardoor het materiaal om onze doelen en waarden te formu-
leren en onze toekomst te vormen. Kortom, onze gevoelens, stemmingen en
emoties zijn fundamenteel voor onze onmiddellijke oriëntatie, onze daad-
werkelijke motivatie en onze toekomstbepalende doelen - ze vormen de
basis van onze inschattingen, van ons doen en van ons streven.

31.  Als er één absouluut gegeven voor mensen is, dan zijn het, in één
      woord voor een veelvuldig en ingewikkeld gebeuren, de emoties: Zin-
tuigelijke waarneming van de wereld buiten ons kan betwijfeld worden en
onwaar blijken; al onze theorieën berusten op gissingen en zijn hoogstens
waarschijnlijk waar; maar dat iemand, zeg, kiespijn heeft is voor die
persoon zelfs in z'n meest filosofische momenten niet loochenbaar op mo-
menten dat dat zo is.

De volgende paragrafen zijn gewijd aan de uiteenzetting van een theorie
over de emoties die, zoals veel fundamentele theorie, in de eerste plaats
dient en bedoeld is als heldere en systematische terminologie. De theo-
rie en de fundamentele termen [1], aan de definitie waarvan de
volgende paragrafen  gewijd zullen zijn, zijn vervat in het volgende grote
schema, dat als leidraad zal dienen:

Gevoelens
Stemmingen
Emoties
    lust/onlust
   tevreden/ontevreden
   begeerte/afkeer
    kalm/gejaagd
    ontspannen/gespannen
   verrassing/bevestiging  
    energiek/moe
   uitgelaten/teneergeslagen
   --------------------- 
   ------------------

   vreugde/verdriet       
van/door/n.a.v.

   blijdschap/woede
    honger    
   verheugenis/angst
    dorst


    warmte


    bescherming


    sex



Waarderingen  
Karakteristieken
goed/slecht
persoon-gericht:       
instemming/afkeuring
    arrogant/nederig
----------------------------
    ambitieus/bescheiden
zelf-gericht:     ijdel/onverzorgd
     eer/schaamte
-----------------------------
     trots/spijt
gedrag-gericht:       
     hoop/wanhoop
    matig/onmatig
----------------------------
    voorzichtig/onvoorzichtig
ander-gericht:     laf/moedig
    lof/blaam
    verlegen/brutaal
    hoogachting/minaching ------------------------------  
    liefde/haat
houding-gericht:
    vertrouwen/wantrouwen
    hebzuchtig/vrijgevig
    afgunst/vrijgevigheid
    kleingeestig/grootmoedig
    leedvermaak/medelijden
    vriendelijk/onvriendelijk

    agressief/zachtmoedig
 
    altruïstisch/egoïstisch

Omdat een theorie over zoiets ongrijpbaars als emoties vooral gebaat
is bij duidelijkheid zijn alle emoties polair opgevat en voorzien van
elementaire partiële definities[2]. Ik pretendeer niet dat alle hieronder
te geven definities geslaagd zijn, noch dat er geen andere dan de hier
gegeven en hieronder verhelderde vijf-voudige classificatie te verzinnen
is, maar ik pretendeer wel dat de gegeven klassificatie en de te geven
definities als geheel duidelijker, bruikbaarder en vollediger is dan
wat gebruikelijk is[3].

32. Hoewel emoties universeel menselijk zijn en de basis vormen van alle
      menselijk gedrag is er verrassend weinig systematische kennis of
theorie over. Fysiologisch zijn de emoties, in ieder geval gedeeltelijk,
gebaseerd op de activiteiten van het limbisch systeem, het deel van de
hersens waar de vier V's, voeden, vechten, vluchten en vrijen, die voor
het voortbestaan van het leven fundamenteel zijn, geregeld worden. Psy-
chologisch zijn de emoties zelden bestudeerd, vooral door hun ongrijp-
baarheid en omdat er geen algemeen aanvaarde of systematische termino-
logie voor bestaat: Iets voelen, zelfs iets zo duidelijk en eenvoudigs
als pijn, is makkelijker dan er een passende beschrijving voor geven,
en zelfs als men er een passende beschrijving voor meent gevonden te
hebben, dan blijft het onmogelijk deze direct te vergelijken met de ge-
voelens van een ander.

De in het gegeven schema samengevatte theorie en terminologie (die nat-
uurlijk geen volledigheid pretendeert: Er zijn zeer veel emotionele
termen) is gebaseerd op de veronderstelling dat er vijf soorten emotio-
nele activiteiten zijn, die onderscheiden kunnen worden naar duur en
bron. In de volgende paragraaf worden deze vijf activiteiten in algemene
termen gedefinieerd, en in de daarop volgende vijf paragrafen worden ze
toegelicht en gespecificeerd door partiële definities[2] van ca. 70 rele-
vante in het schema gegeven termen.

33. De emotionele activiteiten vallen vrij natuurlijk uiteen in vijf,
      uiteraard samenhangende, meer specifieke activiteiten, die naar
duur, bron en wilsafhankelijkheid onderscheiden kunnen worden. Er zijn
in de eerste plaats drie soorten grotendeels wilsonafhankelijke react-
ies op personen gebeurtenissen en dingen
  • Gevoelens zijn gewaarwordingen van specifieke lichamelijke toestanden,
    die samenhangen met lichamelijke behoeften, waar specifieke receptoren
    en/of interne zintuigen voor bestaan: Honger, dorst, de toestand van
    de huid (waarin zich pijn - en warmte-receptoren bevinden), en de alge-
    mene toestand van het lichaam. In normale omstandigheden, voor mensen
    die in staat zijn hun behoeften zonder veel moeite te bevredigen,
    zijn gevoelens kortdurend, en variëren in duur van momenten tot enkele
    uren.
  • Emoties zijn gewaarwordingen van appreciaties van specifieke personen,
    gebeurtenissen en dingen in de wereld, en zijn gebaseerd op eerdere waarderingen
    en gevoelens, en op wat geleefd en gewenst wordt. Emoties
    zijn voor gezonde mensen niet veel langer durend dan de ervaring van wat
    de emotie oproept, en daarvoor specifiek. Emoties worden gecommun- iceerd door gezichtsuitdrukkingen.
  • Stemmingen zijn gewaarwordingen van langer durende inschattingen van
    ervaringen, en zijn de neerslag van gevoelens en emoties. I.t.t. zowel
    gevoels als emoties zijn stemmingen niet specifiek: Ze hangen niet
    nauw samen met bepaalde gebeurtenissen, personen of dingen, al kunnen
    ze er wel door losgemaakt worden. En stemmingen zijn lanhduriger dan
    zowel gevoelens als emoties: Ze duren in ieder geval uren, en kunnnen
    dagen, weken of zelfs maanden en jaren aanhouden.
Gevoelens, stemmingen en emoties hebben gemeenschappelijk dat het, net
als zintuigelijke waarnemingen, gewaarwordingen zijn, d.w.z. dat ze gro-
tendeels wilsonafhankelijk zijn: Men heeft ze, of men wil of niet. Uit-
eraard zijn emoties en stemmingen gebaseerd op lering en interpretatie
onttrokken aan eerdere ervaringen, en kan men meer of minder succesvol
proberen ze te onderdrukken of kanaliseren, maar het blijven grotendeels
wilsonafhankelijke reacties, die ons informeren over onze huidige appre-
ciaties van onze ervaringen.

De overblijvende twee emotionele activiteiten missen dit onmiddellijke
en gegeven gewaarwordingskarakter:
  • Waarderingen zijn, i.t.t. gevoelens, stemmingen en emoties, geen
    schijnbaar onmiddellijke reacties, maar oordelen die men maakt, af-
    hankelijk van de geloven en wensen die men er op nahoudt. Waarderingen
    integreren wensen en geloven in oordelen, en vormen het fundament voor
    latere emotionele gewaarwordingen: In emoties en stemmingen worden
    mensen zich bewust van eerder gemaakte waarderingen. Waarderingen zijn
    fundamenteel voor het menselijke emotionele leven, en hebben geen
    specifieke duur: Oordelen kunnen snel veranderen of een leven lang in
    stand gehouden worden.
  • Karakteristieken zijn vormen van waarderingen, nl. waarderingen van
    personen, gebaseerd op ideeën over hun persoon, gedrag of houding.
    Ze verschillen van waarderingen verder doordat ze niet primair een
    houding uitdrukken maar een beschrijvende voorspelling doen - en al-
    dus secundair een waarderende houding t.a.v. de gekarakteriseerde per-
    soon uitdrukken.
Waarderingen en karakteristieken zijn oordelen die gemaakt worden geba-
seerd op de ideeën en idealen die men erop nahoudt. Het feit dat het
tamelijk bewuste oordelen zijn impliceert overigens niets over de inten-
siteit van de uitgedrukte emotie: Vaak is het zo dat karakteristieken
zowel veel emoties samenvatten als losmaken.

34. Kenmerkend voor gevoelens is dat het gewaarwordingen zijn, die
      specifiek en kortdurend zijn, en samenhangen met lichamelijke be-
hoeften en de toestand van het lichaam: De gevoelens informeren over
de toestand van het lichaam.

Er zijn veel lichamelijke behoeften, die zich o.a. manifesteren als
honger, dorst, warmte, slaap en sex, om wat zeer algemeen geformuleerde
fundamentele lichamelijke behoeften aan te duiden, en er kan veel fout
gaan met het lichaam, wat zich manifesteert als pijn, moeheid etc.

Er zijn dan ook zeer veel verschillende soorten en intensiteiten gevoel-
ens, ook al omdat behoeften zeer specifiek kunnen zijn: Als men bijv.
niet al te hongerig is heeft men gewoonlijk niet zomaar honger, maar
trek in iets bepaalds. Hoe verschillend ook, alle gevoelens betrekken
zich op lichamelijke behoeften en hun graad van bevrediging, en hebben
gemeenschappelijk dat ze, om een termen-paar te kiezen, ergens op de
dimensie van lust/onlust gevoelens geplaatst kunnen worden: Er zijn
specifieke lust/onlust-gevoelens al naar gelang specifieke lichamelijke
behoeften wel of niet bevredigt worden.

Lust- en onlust-gevoelens zijn fundamenteel voor het lichamelijke en
verdere welbevinden, en dieren en kleine kinderen laten zich door weinig
anders bewegen, terwijl de verwachte lust of onlust voor volwassenen
vaak ook een doorslaggevend criterium is voor hun beslissingen.

Er zijn echter nog twee andere belangrijke lichamelijke gevoelens. In
de eerste plaats is er de algemene lichamelijke toestand, die sterk af-
hangt van het energie-niveaum, dat weer samenhangt met adekwate
voeding, gezondheid, de mate van behoefte-bevrediging en het algemene
wel-bevinden. De gevoelens die hiermee korresponderen zijn moeheid/ener-
gie, al naar gelang of men weinig of veel energie tot z'n beschikking heeft,
en opwinding/kalmte, al naar gelang men wel of geen voorbereiding treft
een behoefte te gaan bevredigen of een inspanning vereisende activiteit
gaat beginnen. Beide dimensies zijn fundamenteel voor het welbevinden,
zoals iedereen aan den lijve ondervindt die ziek is of onder pressie staat.

Deze drie dimensies van lichamelijke gewaarwordingen kan iedereen bij
zichzelf onderscheiden, en als ze niet specifiek of kortdurend zijn dan
komt dat omdat men een fundamentele behoefte niet kan bevredigen, ziek
is, of onder langdurige pressie leeft, hoe ook veroorzaakt.

35. Kenmerkend voor emoties is dat het specifieke en kortdurende gewaar-
     wordingen zijn van eerdere waarderingen, emoties en gevoelens m.b.t.
personen, gebeurtenissen, objecten en ons zelfbeeld, en dat ze zowel
ideeën als wensen uitdrukken en veronderstellen. Bovendien zijn ze uni-
verseel menselijk van het gezicht afleesbaar en aldus communiceerbaar.

De emoties informeren de mensen zelf over de waarderingen die ze
hebben van de hen omringende wereld en zichzelf, en communiceren deze
waarderingen middels gezichtsuitdrukkingen en poses aan anderen.

Emoties zijn, evenals gevoelens, aangeboren uitings- en belevings-vormen,
maar met welke specifieke ervaringen en in welke mate ze verbonden worden
is aangeleerd en afhankelijk van de waarderingen die mensen hebben ge-
leerd te hebben.

Omdat emoties betrekking hebben op zowel gevoelens als waarderingen is
het dienstig eerst de begrippen leed en genot in te voeren: Mensen er-
varen leed zowel door lichamelijke onlust als door in hun zelf-beeld ge-
kwetst te worden, in hun belangen geraakt te worden en in hun wensen ge-
frustreerd te worden, en ervaren genot zowel door lichamelijke lustbe-
vrediging als door hun zelfbeeld te bevestigen, hun belangen te bestend-
igen en hun wensen te bevredigen. Leed en genot hebben dus beide een
lichamelijke component, vooral gerelateerd aan lust en onlust, en een
geestelijke component, vooral gerelateerd aan wensen en het zelf-beeld.

Omdat emoties uitdrukking geven aan de bestaande geloven en wensen zijn de
twee fundamentele emoties de dimensies van verrassing/bevestiging en van
begeerte/afkeer.

De emotionele dimensie van
verrassing/bevestiging, die de grondslag vormt
voor nieuwsgierigheid en verwondering en samenhangt met wat men gelooft,
is afhankelijk van of iets wel/niet gebeurt zoals men gelooft en verwacht.

Deze emotionele dimensie is fundamenteel voor zowel veel genot: Plezier-
ige verrassingen, onverwachte humoristische wendingen, het uitkomen van
hoop, etc. als van veel leed: Onplezierige verrassingen, onverwachte dra-
matische wendingen, het uitkomen van vrees e.d. Mensen hebben behoefte
aan verrassing en bevestiging, maar verschillen nogal in de mate en vorm
van
verrassing/bevestiging waar ze behoefte aan hebben: Wat de één span-
nend vindt, vindt een tweede griezelig en een derde saai. Voor iedereen
geldt echter dat veel bevestiging zonder verrassing verveling produceert,
en veel verrassing zonder bevestiging gespannenheid - ook al is in beide
gevallen het gebodene op zichzelf bevredigend.

De emotionele dimensie begeerte/afkeer combineert geloof (in de vorm van
verwachting) en wens, en wordt ervaren door verwacht genot/leed. Het zijn
vooral begeerte en afkeer die het menselijk handelen motiveren: Wat men
begeert streeft men na, en waar men een afkeer van heeft vermijdt men.
Beide kunnen zeer variëren, en mensen motiveren in een gradatie die ver-
loopt tot hele lichte voorkeur of afkeur tot totale monomane passie of
walging. Er zijn zowel dingen waar men een natuurlijke begeerte voor
voelt, namelijk diegene die lichamelijke lusten bevredigen en fundament-
ele behoeftes bevredigen, als dingen waarvoor men een natuurlijke afkeer van
heeft, zoals slangen, spinnen, hoogtes en blauw voedsel.

Begeerte en afkeer, en verrassing en bevestiging, kunnen allerlei oor-
zaken hebbeb omdat ze samenhangen met wat men gelooft en wenst. De drie
overige emotionele dimensies zijn meer specifiek, en ik zal eerst de
negatieve polen behandelen: Woede, angst en verdriet. Dit zijn drie ver-
schillende manieren om met leed om te gaan.

Woede ontstaat indien men gefrustreerd wordt in het bevredigen van z'n
wensen, in het bijzonder wanneer het zelfbeeld gekwetst wordt, en bestaat
in de neiging leed te berokkenen aan iets of iemand dat verantwoordelijk
geacht wordt voor het ondergane leed. Woede gaat gepaard met gevoelens
van opwinding en energie, en vaak van lust, die samenhangen met de fysio-
logische voorbereiding van een gevecht.

Angst ontstaat indien men leed verwacht en meent niet in staat te zijn
het af te wenden, en bestaat in de neiging te vluchten of zich te ver-
bergen. Angst gaat gepaard met gevoelens van opwinding en onlust, en
soms van energie, die samenhangen met de fysiologische voorbereiding
van een vlucht.

Verdriet ontstaat indien men leed ondergaan heeft, waartegen men zich
dus niet meer kan verweren en waarvoor men niet meer kan vluchten, en
bestaat in gevoelens van moeheid, onlust en opwinding, eventueel gepaard
met huilen en zelf-pijniging.

Deze drie manieren om leed te verwerken hebben als tegenpool manieren
om genot te verwerken, die wat minder specifiek zijn:

Blijdschap is de tegenpool van woede, en ontstaat indien men z'n wensen
kan bevredigen of zelfbeeld kan bevestigen; verheugenis is de tegenpool
van angst en ontstaat indien men iets genotvols verwacht; en vreugde
is de tegenpool van verdriet en ontstaat indien men iets genoten heeft
en geniet.

Deze zes emoties kunnen zeer in intensiteit variëren, en mensen variëren
onderling nogal in de capaciteit om deze emoties te verdragen of er mee
om te gaan. Evenals gevoelens zijn emoties gewoonlijk kortdurend en spe-
cifiek: Ze hangen samen met bepaalde gebeurtenissen, personen of object-
en, en duren niet langer en, door bevestigings-effecten, vaak aanzienlijk
korter dan de ervaringen van deze gebeurtenissen, personen of objecten.

En tenslotte zijn emoties universeel herkenbaar en communiceerbaar: Alle
mensen kunnen van alle mensen minstens één extreme pool van ieder ge-
noemd emotioneel paar waarnemen. Preciezer gezegd: Een zweedse boer kan
van een Nieuw-guinese papoea waarnemen, en deze van hem, of deze afkeer,
verrassing, vreugde, woede, angst of verdriet voelt, en dit alleen op
basis van gezichtsuitdrukkingen, op basis waarvan zich ook allerlei meng=
vormen van de emoties, zoals verraste vreugde, verdrietige woede, of
angstige verrassing af te lezen zijn. Eén belangrijke reden voor de in-
teresse die mensen voor elkaars gezichten hebben is dat deze een bron
van gedeeltelijk onbewuste maar daarom niet minder sterk gevoelde infor-
matie zijn over hoe en wat mensen voor elkaar en hun omgeving voelen.

36. Kenmerkend voor stemmingen is dat het niet-specifieke, langer duren-
     de neerslagen zijn van eerdere gevoelens, emoties en waarderingen:
Stemmingen zijn verwerkingen van voorgaande ervaringen, en vormen een
soort relatief constante achtergrond waartegen de korter durende gevoel-
ens en emoties zich kunnen afspelen en gedeeltelijk hun intensiteit aan
kunnen ontlenen.

De dimensie tevreden/ontevreden is afhankelijk van of men er wel of niet
in meent geslaagd te zijn z'n wensen althans in hoofdpunten te bevredig-
en. Oudere mensen zijn vaak, ondanks soms gedeeltelijk geslaagde preten-
ties van het tegendeel, chronisch ontevreden - dus zuur, bits, mopperend
etc.: Hun wensen bleken irrealistisch, en hun psychologische vermogens
zich daaraan aan te passen te klein. Ontevredenheid gaat nogal eens met
verdriet samen, en met algemene onlust-gevoelens, en tevredenheid met
vreugde en lust-gevoelens.

De dimensie ontspannen/gespannen is afhankelijk van of men weinig of
veel langdurige of vaak herhaalde woede of angst gevoelens heeft: Wie
vaak gespannen is, is veel boos of bang. Gespannenheid gaat met opwind-
ing samen, en ontspanning met kalmte.

De dimensie eufoor/depressief is afhankelijk van het ervaren hebben van
veel vreugde of verdriet, en euforie uit zich in gevoelens van energie,
terwijl depressie zich uit in gevoelens van moeheid, matheid en luste-
loosheid. Overigens is langdurige, niet op aanwijsbare reële oorzaken
berustende euforie en depressie een teken van geestelijke gestoordheid.
Met wie weken of maanden aan dezelfde stemming lijdt is wat mis, omdat
het een teken is dat bepaalde emoties onderdrukt worden: Het is gezonder
vaker tevreden dan ontevreden, vaker ontspannen dan gespannen, en vaker
uitgelaten dan teneergeslagen te zijn, maar incidentele ontevredenheid,
gespannenheid en teneergeslagenheid zijn essentiële reacties op normaal
voorkomende onprettige ervaringen, en dienen om deze te verwerken (te-
neergeslagenheid) of ontkomen (ontevredenheid en gespannenheid).

Een redelijke definitie van "neurotisch", een begrip dat in het vierde deel
uitgebreider behandeld zal worden, is "het tot stemming vervormd
zijn van intense emoties", waar dus een bepaalde, gewoonlijk negatieve,
emotie z'n specificiteit en kortdurendheid verloren heeft. en langdurig
beleefd wordt en verbonden wordt met allerlei personen, situaties of ob-
jecten die met deze emotie geen redelijk verband hebben: Wie bijzonder
vaak of langdurig, en zonder voor andere mensen in soortgelijke omstand-
igheden geldende redenen, boos, bang of bedroefd is, vertoond een pro-
minent neurotisch symptoom. En wie, zoals sommige zeer christelijke
mensen, om alles blij is, doet dat ook.

37. De in de voorgaande paragrafen behandelde gevoelens, emoties en
      stemmingen hebben een drietal gemeenschappelijke kenmerken gemeen-
schappelijk. In de eerste plaats zijn het aangeboren capaciteiten, die mensen
delen met, in ieder geval, de hogere zoogdieren, en die door opvoeding en
onderwijs gevormd maar niet essentieel veranderd kunnen worden.

In de tweede plaats zijn, hoewel mensen individueel verschillen, de
overeenkomsten groter, en is van alle mensen door alle mensen van een
heel breed scala van gebeurtenissen onmiddellijk aanvoelbaar begrijp-
elijk dat ze lust, opwinding, of moeheid veroorzaken; verrassing, afkeer
of begeerte produceren; mensen bang, boos, bedroefd of blij maken; en
tot tevredenheid, gespannenheid of depressiviteit aanleiding geven -
dit is naast de taal en het denkvermogen één van de drie wezenlijke
menselijke kenmerken die het mensen mogelijk maken mensen van overal
en van alle tijden te begrijpen.

En tenslotte zijn alle gevoelens, stemmingen en emoties gewaarwordingen:
Grotendeels wilsonafhankelijke informatie die mensen aangeboden krijgen
over hun eigen eerdere waarderingen, huidige behoeften en lichamelijk
(on)welbevinden. Dit is een fundamentele factor in de menselijke oriëntatie:
Waar de zintuigen ons grotendeels wilsonafhankelijk informeren over wat er
objectief is, informeren onze gevoelens ons grotendeels wilsonafhankelijk
over wat het subjectief voor ons betekent, en zijn beide gebaseerd op en
uitdrukking van lering onttrokken aan eerdere ervaring.  

38. De in de komende paragrafen te behandelen waarderingen, waarvan
      de in het schema genoemde karakteristieken een specifieke vorm
zijn, missen deze drie kenmerken: Het zijn geen aangeboren capaciteit-
en; mensen verschillen individueel en cultureel enorm in hun waarder0
ingen, die vaak ook niet eenvoudig te begrijpen zijn; en waarderingen
en karakteristieken zijn oordelen die men maakt en leert te maken,
geen gewaarwordingen die men heeft.

In waarderingen en karakteristieken worden waarde-oordelen over personen,
situaties, gebeurtenissen en objecten uitgedrukt, d.w.z. er word tegelijk een
feitelijke veronderstelling gemaakt en een persoonlijke waardering daarvan
gegeven.

Met waardeoordelen kan met het dus op twee manieren oneens zijn: Men
kan de waarheid van het veronderstelde feit betwijfelen, of men kan het
oneens zijn met de waardering van dat veronderstelde feit.

Hoewel het onderscheid tussen een oordeel, waarin alleen het bestaan van
bepaalde feiten geclaimd of ontkend wordt, en een waarde-oordeel, waarin
veronderstelde feiten op hun wenselijkheid beoordeeld worden, heel makkelijk
te begrijpen is wordt het in de praktijk vaak niet getrokken, en houden
mensen voor waar wat ze voor wenselijk houden, en voor onwaar wat ze
voor onwenselijk houden.

Eén oorzaak hiervoor, naast slecht nadenken, is dat waarderingen zowel
fundamenteel zijn voor het menselijke emotionele leven, waar ze de
grondslag vormen van de gevoelde emotionele gewaarwordingen, als funda-
menteel voor menselijke groepsvorming, die gebaseerd zijn op gedeelde
waarde-oordelen.

Waarderingen zijn het product van opvoeding, onderwijs en communicatie,
want een groot deel van de intermenselijke communicatie beoogt mensen
te motiveren tot handelen door een beroep te doen op hun bekende of ver-
onderstelde waarde-oordelen, of beoogt de waarde-oordelen van anderen
te hervormen of bestrijden.

Waarderingen kunnen gemaakt worden over alles wat men kan ervaren of
zich voorstellen, terwijl ze grofweg verdeeld kunnen worden in algemene,
zelf-gerichte en ander-gerichte waarderingen.

39. De drie fundamentele algemene dimensies waarop waarderingen zich
     afspelen zijn aangenaam/onaangenaam, afhankelijk van de mate van
verwacht of ondervonden leed en genot; interessant/oninteressant, af-
hankelijk van de mate van veronderstelde relevantie voor wat geloofd
of gewenst wordt; en goed/slecht, afhankelijk van de mate waarin men
veronderstelt dat iets de waarden die men heeft bevredigt of er tegen
in gaat, waarbij waarden algemene oordelen zijn over hoe mensen behoren
te zijn en zich te gedragen, en over hoe de wereld ingericht zou moeten
worden.

Personen, gebeurtenissen, situaties en objecten kunnen om talloze ver-
schillende redenen voor iemand interessant zijn, en iets wat interessant
is hoeft niet iets te zijn wat men als aangenaam of goed beoordeelt: Wat
iemand's fundamentele ideeën of idealen lijkt te bedreigen is alleen
daarom al interessant. Oninteressant zijn voor vrijwel iedereen alle
dingen waar hij of zij geen uitgesproken ideeën of wensen over heeft.

Het onderscheid tussen de twee dimensies aangenaam/onaangenaam en goed/
slecht wordt in alle culturen op een of andere manier getrokken, en in
alle culturen bestaat een aanzienlijk deel van de opvoeding uit het
leren dat lang niet alles wat aangenaam, prettig of plezierig is ook
goed is, en dat sommige op zichzelf genot verschaffende handelingen,
zoals wederrechtelijke toeëigening van de begeerlijke eigendommen van
anderen, slecht is  en in de maatschappij met onaangename maatregelen
bestraft wordt. En een deel van alle opvoeding bestaat uit het leren
dat sommige, op zichzelf minder aangename of onaangename handelingen,
zoals het opofferen van de eigen belangen voor die van anderen, goed
kan zijn, en maatschappelijk met aangename gevolgen beloond wordt.

De dimensie aangenaam/onaangenaam is even persoonlijk als de persoon-
lijke preferenties; de dimensie goed/slecht is grotendeels afhankelijk
van opvoeding, onderwijs en voorbeelden, en vormt de kern van de morele
en ethische oordelen van mensen.

Het is een interessant, en voor het langdurig voortbestaan van families,
instituties en maatschappijen fundamenteel feit dat mensen zich in hun
handelen vooral door morele waarden laten leiden: Mensen laten zich vooral
leiden door de door hun groepsgenoten gehuldigde waarde-oordelen, en
dat niet omdat hun groepsgenoten rationeel of redelijk zijn, maar omdat
mensen rationele dieren zijn. en hun zelfbeeld en eigendunk, die voor de
menselijke motivatie van fundamenteel belang zijn, grotendeels sociaal
gevormd en in in stand gehouden worden.

40. Mensen worden van jongs af aan door sociaal belangrijke anderen
      geprezen en misprezeden, geloofd en geblameerd, en met instemming
en afkeuring bejegend voor hun gedrag, hun uiterlijk, hun ideeën en hun
afkomst.

Door het overnemen van en zich afzetten tegen deze waarderingen vormen
mensen hun eigen waarde-oordelen, die ze weer op zichzelf en anderen
toepassen om zichzelf en anderen te motiveren of demotiveren, en om uit-
drukking te geven aan hun ervaringen en emoties.

Trots ontstaat doordat men, of iemand waarmee men zich identificeert,
iets gedaan heeft dat moeite kost en goed geacht wordt; spijt is de
tegenpool en ontstaat doordat men, of iemand waarmee men zich identifi-
ceert, iets gedaan heeft dat slecht geacht wordt of iets nagelaten heeft
dat zover veel moeite goede of aangename gevolgen gehad zou hebben.

Eer-gevoelens ontstaat doordat men meent iets te moeten doen omdat na-
latigheid op dit gebied slecht geacht wordt; schuldgevoelens zijn de
tegenpool en ontstaan doordat men meent iets nagelaten te hebben wat
men had moeten doen. 

Deze vier waarderingen zijn verwant - het verschil is vooral dat men ook
trots kan zijn op handelingen die men zonder eerverlies had kunnen nalaten,
en spijt kan hebben van handelingen zonder zich schuldig te (hoeven) voelen:
Trots en spijt zijn meer algemeen; eer en schuld betrekken zich alleen op
moreel geachte handelingen.

Hoop ontstaat doordat men verwacht dat iets wat men intens wenst ook
gaat gebeuren; wanhoop is de tegenpool en bestaat in het opgeven van
zo'n verwachting. Hoop motiveert sterk, en wanhoop demotiveeert nog
sterker, omdat wie blijft hopen in het algemeen ook blijft proberen,

De tot nu toe in deze paragraaf gegevevn waarderingen zijn vooral zelf-ge-
richt; de resterende vooral ander-gericht.

Sympathie ontstaat doordat men meent dat iemand tot een zelfde groep be-
hoort als men zelf doet en dus soortgelijke waarde-oordelen heeft en be-
langen nastreeft; antipathie is de tegenpool en ontstaat doordat men
meent dat iemand tot een andere groep behoort dan men zelf doet en/of
tegengestelde waarde-oordelen of belangen nastreeft. Dit zijn fundament-
ele menselijke waarderingen, en ze staan aan de basis van veel goeds,
zoals vriendelijkheid en hulp, en veel kwaads, zoals discriminatie en
geweld: Het kost de meeste mensen veel moeite om mensen die radikaal van
hen afwijken menselijk te behandelen, omdat ze voor radikaal anderen wei-
nig sympathie kunnen koesteren, en snel antipathie voelen omdat ze in
hun zelf-beeld en ideologie bedreigd menen te worden.

Vertrouwen ontstaat door sympathie en bekendheid: Hoe meer sympathie men
voor iemand voelt en hoe beter men iemand meent te kennen, hoe meer men
iemand vertrouwt. Wantrouwen is de tegenpool en ontstaat door antipathie
en onbekendheid: Hoe meer antipathie men voor iemand voelt en hoe slecht-
er men iemand meent te kennen, hoe meer wantrouwen men tegen iemand
heeft. Onbekenden worden gewoonlijk gewantrouwd totdat ze aangetoond
lijken te hebben vertrouwd te kunnen worden.

Bewondering ontstaat doordat men iemand eigenschappen toekent die velen
zich wensen en maar weinigen gegeven zijn; verachting is de tegenpool
en ontstaat doordat men iemand eigenschappen toekent die velen wensen
niet te hebben en weinig voorkomen. Bewondering en verachting hebben
gewoonlijk weinig met verstand van doen en gelden vooral eigen-
schappen of prestaties ie cultureel, wetenschappelijk of ethisch van
weinig of geen waarde zijn, en waar de bewonderde of verachte persoon
niets of weinig voor gedaan heeft, zoals een mooi of lelijk uiterlijk
hebben, als koningskind geboren worden, of de plaatselijk verkeerde
huidskleur hebben. Veel mensen bewonderen iemand met hoge status als
vanzelfsprekend, en verachten mensen met lagere status dan zijzelf
even vanzelfsprekend. En ieder mens wenst bewonderd te worden, en heeft
daar een vrijwel onstilbare behoefte aan.

Liefde ontstaat door sympathie en bewondering, en bestaat in de wens
iemand te willen beschermen en verzorgen; haat is de tegenpool en ont-
staat door antipathie en verachting, en bestaat in de wens iemand te
willen schaden. Over liefde en haat kan veel gezegd worden: Hier zijn ze
gedefinieerd in persoonlijke termen, gebruik makend bam eerdere defini-
ties. Maar liefde kan ook iets onpersoonlijks als een land of muziek
gelden, in een duidelijke hoewel wellicht overdrachtelijke zin, terwijl
er ook een groot verschil is tussen bijv. vooral sexueel georiënteerde
liefde en de liefde die ouders voor hun kinderen koesteren, of tussen
bijv. de haat van een kind jegens een onderwijzer en de haat van een vol-
wassene tegen de uitdragers van een alternatieve ideologie. Wie liefheeft
haat wat het liefdesonderwerp schaadt, en liefde en haat motiveren de
mensheid - vaak niet ten goede, omdat intense emoties het verstand
gewoonlijk verduisteren.

Medelijden omtstaat doordat men iets of iemand waar men sympathie voor
heeft leed ziet ondergaan; leedvermaak ontstaat doordat men iets of ie-
mand waar men geen sympathie voor heeft leed ziet ondergaan. Medelijden
staat en valt met sympathie: Waar men gewoonlijk, vanwege desinteresse,
geen medelijden koestert doet men dat na een gerichte reclame-campagne
wel, en waar men vroeger wel medelijden koesterde ziet men dezelfde mens-
en in een oorlogssituatie met vreugde in vlammen opgaan. Een groot deel
van wat mensen humoristisch vinden, getuige de stomme films en veel ko-
medies, is gebaseerd op leedvermaak: Negentig procent van alle vermaak
lijkt leedvermaak, althans op de televisie. Ook dit toont aan dat mensen
geneigd zijn mensen die niet tot hun eigen groep behoren als minder mens-
elijk te beschouwen en behandelen dan mensen die wel tot hun eigen groep
behoren.

Grootmoedigheid is vreugde doordat anderen hun wensen bevredigen; de
tegenpool is afgunst: kwaadheid doordat anderen hun wensen bevredigen.
Er is veel meer afgunst dan grootmoedigheid in de wereld: De meeste mens-
en vinden dat ze minstens even veel rechten hebben op wat iedereen zich
wenst als ieder ander, en benijden dus iedereen die naar hun mening meer
dan zij en dus, in hun ogen, teveel krijgt.

41. Alle waarderingen die hierboven omschreven zijn leert men maken,
      zowel naar de vorm als naar de inhoud; allen berusten op oordelen
waarin een feit verondersteld en, direkt of indirekt, op wenselijkheid
gewogen wordt; en eenmaal gemaakte waarderingen vormen met ondervonden
gevoelens de oorzaken van emoties.

Trots en eer-gevoel worden geleerd door sociale instemming en afkeuring,
en door imitatie; hoop wordt geleerd door te leren dat volhouden soms
succes heeft; sympathie wordt geleerd door te leren inzien dat anderen
soortgenoten zijn, en soortgelijk voelen en denken; vertrouwen wordt ge-
leerd door mensen te leren kennen; bewondering wordt geleerd dor mensen
te kennen en te leren zien dat sommigen op sommige terreinen uitblinken;
liefde is gebaseerd op geleerde sympathie, bewondering en vertrouwen; en
medelijden en grootmoedigheid zijn gebaseerd op geleerde sympathie.

Alle waarderingen kunnen op verschillende manieren ongefundeerd zijn:

Het in de waardering veronderstelde feit kan onwaar zijn; de toegekende
waarde kan overdreven, te gering, of ongerechtvaardigd zijn; of de waar-
dering is in het geheel niet gebaseerd op eigen kennis of ervaring, maar
eenvoudig geïmiteerd - overgenomen van de ouders, van de media, of van
sociaal belangrijke mensen.

Een groot deel van de waarderingen die mensen er op na houden is ongefun-
deerd in deze laatste zin. en niet gebaseerd op eigen inzichten maar op
meedoen met de heersende modes. En er zijn niet alleen modes in kleren,
maar ook in politieke, religieuze, wetenschappelijke en religieuze idealen,
en mensen kiezen hun waarde-oordelen gewoonlijk niet door gropndig indivi-
dueel overleg, maar door zich te conformeren aan wat de groepsgenoten vinden.

Dit betekent dat een aanzienlijk deel van de door mensen gevoelde emoties
slecht gefundeerd zijn - wat overigens niets afdoet aan de gevoelde intensiteit,
en motiverende werking van die emoties. Het betekent ook dat mensen kunnen
leren andere emoties te hebben, namelijk door de waarderingen die de grond-
slag vormen voor hun emoties te herzien, en door de feiten anders te leren
zien, de waarde-oordelen anders te leren rechtvaadigen, of door meer op eigen
ervaringen te leren vertrouwen.

42.  Karakteristieken zijn een vorm van waarderingen, namelijk waardering-
       en van personen waarin een waarde-oordeel wordt uitgesproken over
hun persoonlijkheid, gedrag of houding. Het is kenmerkend voor karakter-
istieken dat ze, anders dan waarderingen, niet primair een beoordeling
en een houding van de oordelende persoon uitdrukken, maar een beschrij-
vende en voorspellende waardering van de beoordeelde persoon.

Een enigszins adekwate beschrijving van iemand's gedrag omvat minstens
zeven termen, nl. A deed B middels C in situatie D om E te bereiken ten
dienste van doel F om redenen G; of wat anders geformuleerd, als vraag:
Wie deed wat, waarmee, waar, wanneer, waartoe, waarvoor en waarom?

Karakteristieken zijn minder subtiel, en drukken in één woord uit hoe iemand
is, zich gedraagt, of tot anderen verhoudt. Door dit gebrek aan subtili-
teit en door hun beschrijvende karakter zijn karakteristieken vaak simp-
listisch of karikaturaal, maar daarom juist weer sterk emotionerende
termen, die zowel sterke emoties kunnen uitdrukken als losmaken.

Karakteristieken kunnen grofweg in drie soorten verdeeld worden: Waarmee
iemand's persoon beoordeeld wordt; iemand's gedrag beoordeeld wordt; of
waarmee iemand's verhouding tegenover anderen gekarakteriseerd wordt.

Er zijn in iedere taal veel termen die vaak of incidenteel als karakterist-
ieken gebruikt worden. Hieronder volgen een aantal belangrijke.

Arrogant heten personen die een abnormaal hoge dunk van hun eigen kwali-
teiten hebben; nederig is de tegenpool en slaat op personen die eenn ab-
normaal lage dunk van hun eigen kwaliteiten hebben.

Zoals vrijwel alle karakteristieken refereren arrogantie en nederigheid vooral
aan uiterlijk gedrag: De meeste mensen missen de moed tot hoogmoed, en
verbergen hun grote eigendunk achter een gespeelde bescheidenheid, terwijl
ze hun arrogantie uitdrukken door het tonen van status-objecten, zoals dure
autoos, bontjassen e.d.

Ambitieus heten personen die zichzelf moeilijk te bereiken doelen stellen,
vaak meer in het bijzonder aanzien en macht; bescheiden is de tegenpool
en slaat op personen die zichzelf makkelijk te bereiken doelen stellen,
of tevreden zijn met weinig aanzien of macht.

Omdat geluk evenredig is met bevredigde wensen hebben werkelijk bescheiden
mensen een grotere kans op geluk dan ambitieuze mensen. Maar zoals met
arrogantie en nederigheid is het gebruikelijk een grotere bescheidenheid te
pretenderen dan men werkelijk voelt.

IJdel heten personen die veel moeite doen om zich voor te laten staan op
hun uiterlijk; de tegenpool kan men onverzorgd noemen, en slaat op per-
sonen die weinig moeite doen voor hun uiterlijke verschijning.

Eén goede reden voor vrouwen om ijdel te zijn is dat ze maatschappelijk
weinig alternatieve mogelijkheden geboden worden om zich voor te kunnen
laten staan, terwijl ieder mens een grote behoefte heeft aan bewondering.
Omdat de meese mensen anderen vooral op uiterlijkheden beoordelen en
veroordelen, is onverzorgdheid een slechte basis voor maatschappelijk succes,
en een teken van maatschappelijke onaangepastheid.

Dit wat betreft de persoon-beschrijvende karakteristieken, die ieder
een belangrijk motief poneren dat het doen en laten van iemand motiveert.

Meer gedragsbeschrijvende karakteristieken zijn de volgende.

Matig heten personen die weinig behoefte hebben aan luxe, d.w.z. aan
goederen die niet noodzakelijk zijn om gezond te leven; onmatig is de
tegenpool en slaat op personen die veel behoefte hebben aan luxe.

De consumptiemaatschappij maakt mensen algemeen onmatig door hun
behoeftes voortdurend te stimuleren en luxe als een goed iets voor te stellen,
terwijl veel mensen bovendien onmatig zijn wat betreft specifieke goederen,
zoals bijv. drank.

Voorzichtig heten personen die abnormaal kleine risico's nemen; onvoor-
zichtig is de tegenpool en slaat op personen die abnormaal grote risico's
nemen.

Mensen verschillen nogal wat hun angstbeleving aangaat, en alle
mensen hebben behoefte aan enige spanning en risico - een behoefte die
waarschijnlijk aangeboren is, omdat het nodig is om te overleven.

Moedig heten personen die zich niet laten beheersen door hun angst in
situaties waar men normaal angstig is; en laf heten personen die zich
laten beheersen door hun angst waar men dat normaal niet doet.

Er zijn tenminste twee verschillende soorten moed: Fysieke moed,  die
bestaat in het trotseren van lichamelijke gevaren, en morele moed, die
bestaat in het trotseren van de meningen van anderen. Morele moed is
moeilijker en zeldzamer, en fysieke en morele moed gecombineerd in
één persoon komt niet vaak voor, zoals de feitelijke schaarste aan verzets-
strijders in de Tweede Wereldoorlog aantoont.

Verlegen heten personen die angst hebben om met anderen om te gaan; en
de tegenpool brutaal slaat op personen die geen angst hebben om met an-
deren om te gaan.

Veel meer mensen zijn verlegen dan het toegeven: Wie met enige aandacht
en een onbevooroordeeld brein een sociale samenkomst bekijkt ziet dat
vrijwel iedereen voor vrijwel iedereen verlegen is - onafhankelijk van leeftijd,
ervaring of status. De meeste mensen hebben veel minder zelfvertrouwen
dan ze proberen uit te stralen, en daarom is het zo moeilijk om anderen te
leren kennen: Als de één al niet bang is, is de ander het gewoonlijk wel.

Vriendelijk heten personen die genegen zijn anderen het leven aangenaam
te maken; en de tegenpool onvriendelijk slaat op personen die genegen
zijn anderen het leven onaangenaam te maken.

Zoals de termen hier bedoeld worden slaan ze vooral op uiterlijk vertoon wat
betreft kleine dingen: De één maakt makkelijk een praatje met iedereen, lacht
snel, en toont belangstelling voor wat anderen zeggen, en gaat daarom voor
vriendelijk door; de ander is geen gemakkelijke prater, wat somber, en in
zichzelf gekeerd, en heet dus onvriendelijk. Wie sociaal een succes wil zijn
moet zich aanwennen tegen veel mensen vriendelijk te zijn en te blijven.

Altruïstisch heten personen die meer dan anderen hun eigen belangen opzij
schuiven om anderen te helpen; egoïstisch is de tegenpool en slaat op per-
sonen die abnormaal weinig genegen zijn hun eigen belangen op te offeren
om anderen te helpen.

Niemand is alleen egoïstisch of alleen altruïstisch maar velen weten hun
altruïstische impulsen vrijwel alleen te beperken tot hun familie - wat in
zoverre begrijpelijk is dat sympatie en medelijden selectief zijn, en het hemd
nader is dan de rok.

Hebzuchtig heten personen die abnormaal weinig van hun bezittingen met
anderen delen; vrijgevig is de tegenpool en slaat op personen die abnormaal
veel van hun bezittingen aan anderen geven of met hen delen.

Hebzucht is normaler dan vrijgevigheid, en de gebruikte term "bezittingen"
moet ruim genomen worden: Mensen kunnen niet alleen hebzuchtig zijn wat be-
treft hun eigendommen, maar ook wat betreft tijd, aandacht, ideeën
of relaties,. Eén vorm van jaloezie is bijvoorbeeld door liefde or sexuele
bezittingsdrift gemotiveerde hebzucht.

Agressief heten personen die snel boos worden en dus makkelijk anderen
kwetsen of pijnigen; de tegenpool is zachtmoedig en slaat op personen
die moeilijk boos worden en anderen zelden kwetsen of pijnigen.

Een zekere mate van agressiviteit is nodig om zich sociaal te kunnen hand-
haven en verweren, maar extreme agressiviteit is gewoonlijk aangeleerd
doordat woede regelmatig een lustgevende emotie is of als reactie op
grote pressie. Overigens tonen sporten als boksen aan dat agressie tot
op veel groter hoogte beheersbaar is dan men vaak geneigd lijkt aan te
nemen, waarbij opgemerkt moet worden dat mensen hun agressie in het
algemeen verbaal uitleven.

Dominant heten personen die graag of makkelijk macht uitoefenen en
machtsposities bekleden; onderworpen is de tegenpool en slaat op per-
sonen die graag machthebbers dienen.

Een persoon heeft macht over een ander als de één beslissingen kan nemen
die van belang zijn voor de ander. Iedereen streeft naar voldoende macht om
z'n wensen te vervullen, maar wordt in dat streven geremd door anderen die
hetzelfde nastreven, en door sympathie, medelijden, altruïsme, liefde e.d.

Een sterke preoccupatie met macht is een teken van angst en onzekerheid,
en kan zich zowel uiten in overdreven dominant vertoon als in overdreven
onderworpen vertoon. Het komt overigens zelden voor dat degenen met de
meeste macht ook het meest bekwaam of het meest geschikt zijn om die
macht uit te oefenen, omdat machtsposities niet naar bekwaamheid of
geschiktheid verdeeld worden en omdat degenen die het meest naar macht
streven vaak het makkelijkst erdoor gecorrumpeerd worden.

43. In de voorgaande twaalf paragrafen is een theorie over de menselijke
      emotionele aktiviteiten ontvouwd die, wat de feitelijke merites er-
van ook mogen zijn, in ieder geval een heldere terminologie oplevert om over
emotionele toestanden te te spreken en om mensen in emotionele termen te
beschrijven.

Om hiervan een algemeen systematisch voorbeeld te geven volgt hieronder
het grote schema uit paragraaf 31 in een enigszins andere vorm:

Als we een persoon P in emotionele termen willen beschrijven, dan kunnen we:

Ten eerste z'n lichamelijke gevoelens aan te geven, en te zeggen of en waar-
door P overwegend lust of onlust gevoelens heeft; kalm of opgewonden; en
energiek of moe is; ten tweede door z'n stemming aan te geven en te zeggen
of P teneergeslagen lijkt, en wat daarvoor de verklaringen kunnen zijn; en,
ten dede, door P's emotionele toestand, angst, woede, verdriet of vreugde en
hun eventuele oorzaken aan te geven, en te zeggen waar P's wensen naar
uitgaan en wat P gelooft en niet gelooft.

Naast de feitelijke emotionele toestand kunnen we proberen P's waarderingen
aan te geven:

Wat vindt P goed en slecht; wat zijn P's interesses; en wat vindt P aange-
naam en onaangenaam; waarop is P trots en waarvan heeft P spijt; wat prik-
helt P's eer- en schuld-gevoelens; en waarop hoopt P in z'n leven. En wat
P's meningen over anderen betreft: Wat wekt P's sympathie en antipathie;
wat P's vertrouwen, bewondering en verachting; wat en wie heeft P
lief en haat P; wat wekt P's medelijden en leedvermaak; en op wie is
P afgunstig.

En tenslotte kunnen we P trachten te omschrijven als arrogant of nederig;
ambitieus of bescheiden; ijdel of onverzorgd; matig of onmatig, en waarin
speciaal; moedig of laf, en in moreel of fysiek opzicht; verlegen of brutaal;
vriendelijk of onvriendelijk; altruïstisch of egoïstisch; hebzuchtig of vrijgevig;
tolerant of intolerant; vriendelijk of onvriendelijk; agressief of zachtmoedig;
en dominant of onderworpen.

De gegeven theorie is overwegend helder en in alledaagse termen verwoord, en
hoewel ik psychologie en filosofie gestudeerd heb, heb ik het meeste zelf bedacht:
Er is naar mijn weten geen geaccepteerde systematische theorie of zelfs maar een
samenhangende terminologie voor gevoelens, emoties, stemmingen, waarderingen
en karakteristieken, en ook dat algemene onderscheid is niet gebruikelijk, hoewel
het behoorlijk verhelderend is.


                                                                                Het laatste Deel IV

---------------------------------

Feb 10, 2017: Dit deel - evenals de twee voorgaande delen - is oppervlakkig nagekeken begin Februari 2017. Alle 4 delen worden waarschijnlijk samengevat in één gecorrigeerde versie van het hele essay, dat dan ook mijn enige serieuze publicatie "in de psychologie" zal zijn.

Ik weet echter nog niet wanneer dit zal gebeuren, al hoop ik dit in 2017 te doen.

Notes
[1] This - like everything in this essay - is original with me, but like most things in the essay has precursors, and the main one for the present theory is not so much psychology as philosophy, namely Spinoza's Ethics. For this also contains definitions of the emotions. I think the following treatment is an improvement.

[2] Ik noem de definities "partieel" omdat ze in de natuurlijke taal geformuleerd zijn en er geen axioma-systeem voorondersteld is. Afgezien daarvan - en dit zijn redelijk zeldzaam bevredigde eisen - zijn het gewone definities, en ben ik hier alleen enigszins formeel, omdat ik van wiskundige logica weet.

[3] When I wrote this I did not yet have an M.A. in psychology, but I did know a whole lot of psyschology and philosophy.


About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)



       home - index - summaries - mail